Posts tonen met het label F.M. Dostojevski. Alle posts tonen
Posts tonen met het label F.M. Dostojevski. Alle posts tonen

maandag 22 april 2024

Boze Geesten



Boze Geesten van F.M. Dostojevski uit 1872 behoort niet tot zijn bekende titels zoals De idioot, De gebroeders Karamazov en Misdaad en straf dat wel zijn. Het is dan ook een boek voor doorbijters.

Langzaam, eindeloos sloom, vloeien de woorden. De schrijver observeert mensen, overdenkt vraagstukken en kleurt daar zijn verhaal mee. Dat is knap en interessant, en die kunde is mogelijk de reden dat ik zo'n veertig jaar geleden de eerder genoemde boeken met plezier las, evenals dit boek dikke pillen. De voor het verhaal nodige ontwikkelingen uit het eerste kwart van de ruim zevenhonderd pagina's zouden makkelijk op twee bladzijden passen. De lezer komt in die bladzijden een groot deel van de personages en wat beschrijvingen van hun leven tegen en bezoekt een aantal huizen in de fictieve provincie stad op het Russische platteland. De Dostojevski fans en deskundigen halen er vast veel uit. Voor de gewone lezer staat er weinig. Je zou bijna een inlegvel schrijven voor wie meteen door wil naar Deel 2. Pas dan begint immers het verhaal tot leven te komen.

Kroniek
De verteller is Anton Lavrenjevitsj, een kroniekschrijver en medewerker van het holle vat, de intellectueel Stephan Trofimovitsj Verchovenski. In deze kroniek meldt Anton zelf op pagina 217 dat niemand wist wat er nu echt gebeurde in het stadje waar het verhaal speelt en waar een
Genootschap van de socialistische revolutionairen actief is. Het zal de afwezigheid van ontwikkelingen verklaren. Vanaf deze opmerking begint hij de gang van zaken te ontrafelen en verslag te doen van activiteiten van de groep mensen die de samenleving wil ontwrichten, die brand sticht, moorden pleegt en samenspant tegen de society. De groep zou een knoop zijn in een netwerk van knooppunten door Rusland bestaande uit vergelijkbare groepen onder een centrale leiding. Hier staat ze onder leiding van intrigant Pjotr Trofimovitsj (de zoon van Stephan T.) waarvan de morele kompasnaald overal heen wijst, behehalve naar het noorden. Hij heeft alle organisatorische touwtjes in handen, zodat de anderen om mee te doen, naar zijn pijpen moet dansen.

Ideeën
Onderweg komen we de bouwkundig ingenieur Kirilov tegen met een wonderlijke levensfilosofie waarin de volgende les:
“als men wist dat men het goed had, zou men het ook goed hebben, maar zolang men nog niet weet dat men het goed heeft zal men het slecht hebben.” Er zit wat in – ook in de huidige tijd nog – maar Aleksej Kirilov trekt het tot in het absoluut absurde door en dan slaat het evenveel kapot als het laat glanzen. Ideeën te over in de roman, waaronder veel religieuze, maar ook algemene, zoals: “Men kan inderdaad wel zien dat heel de tweede helft van het menselijk leven gewoonlijk alleen maar bestaat uit de gewoonten, die men in de eerste helft heeft aangenomen.”

Dat het boek niet losstaat van het Rusland van Dostojevski's tijd is duidelijk, maar er zijn ook meer persoonlijke noten die de schrijver kraakt. Zo zet hij met Karmazinov, een literair contact van hem neer: de schrijver Toergeniev, en niet op een complimenteuze manier.

Polemiek
Weer kom ik Wat te doen in een boek tegen. De titel blijft hangen, omdat hij later door Lenin voor een van zijn boeken is gebruikt. Maar hier gaat het om een roman van Tsjernysjevski, geschreven terwijl de schrijver was opgesloten in een vesting. Hij was een utopisch socialist en dit werk wordt in Boze Geesten beschreven als een boek waaruit de ideeën voor de schreeuwlelijkerds te halen zouden zijn. Dat Dostojevski geen fan van de populaire schrijver was bleek ook al in Aantekeningen uit het ondergrondse (1864), waarin hij polemiseerde tegen de roman van Tsjernysjevski.

Nieuwlichters
Dostojevski was zelf overigens tien jaar dwangarbeider in Siberië geweest (1849-59), de Tsaar had ook al zijn Goelag, vanwege zijn pleidooien om het lijfeigenschap af te schaffen. Een wens die in maart 1861 werd vervuld. Maar de dwangarbeider van weleer keert zich in dit boek tegen het Genootschap, dat wordt neergezet als een groep van nihilisten, atheïsten, brandstichters, en laffe moordenaars, ze vormen een organisatie die wordt bijeengehouden door de angst een eigen mening te hebben. Al vroeg in het boek worden de socialisten uitgemaakt voor irreële geldwolven. De Jood in het gezelschap is de verrader, hoe terecht het ook was dat hij naar de politie stapte, het is een karakterisering die past binnen het antisemitisme uit (het Rusland) van die tijd. Boze Geesten is een pleidooi, voor de chriselijke God, Vadertje Staat en Moedertje Rusland en dat onder leiding van de Tsaar en keert zich tegen nieuwlichters, liberalen en mensen die niet tevreden zijn. Je kan immers een gelukkig leven leiden als je beseft dat je met alles gelukkig kan zijn, zo vertelt voormalig student Sjatov in een lang pleidooi voor een dergelijk blind genot.

Dwarsligger
Het leven van de querulant Nicolay Stavrogin vlecht zich door het verhaal heen. Hij is rijk, heeft een voorname moeder, maar is ook onaangepast en heeft grillen. Hij zou een rol moeten spelen in het Genootschap. Pjotr doet zijn uiterste best hem erbij te halen. Nicolays status rijst en valt. Op een gegeven moment wordt hij zelfs door zijn manke en geestelijk achtergebleven vrouw van laag allooi niet meer voor vol aangezien. Hij trouwde haar juist vanwege haar maatschappelijke positie die geheel tegengesteld was aan de zijne; als een soort practical joke, om dwars te liggen. Dat betekent overigens niet dat deze neerbuigende blik een algemene visie op hem is. Door zijn optreden tijdens een duel, aangegaan vanwege een belediging, en zijn zogenaamd stijlvol en edel negeren van een klap door een voormalig onderhorige, wordt hij op grote hoogte geplaatst door de gegoede inwoners van de provinciestad. Het zijn wat toevallige opmerkingen rond deze handelingen die tot de waardering voor hem leiden. Je krijgt het idee dat hier de plaatselijke elite hier door Dostojevski te kakken wordt gezet, ze zien niet wat ze doen, namelijk een nihilist in het zadel helpen.

Varkens
Een van de twee motto's voor het boek is de tekst uit
Lucas 8:32-36 waar Jezus boze geesten in een man toestaat zich in in een groep varkens te nestelen. De varkens vielen vervolgens in een meer en verdronken. De man was genezen en de geesten verdwenen. Dit motto komt ook nog eens volledig terug in het verhaal zelf. Sterker nog het stond in een geschrapt stuk ervan en werd overgeplaatst naar een niet gecensureerd deel. De tekst heeft dan ook veel betekenis voor de roman. Dostojevski keert zich tegen de nieuwlichterij en maakt deze nieuwe visies met dit boek zwart en wil ze uitdrijven, zoals Jezus deed met de boze geesten. Stephan Tromfimovitsj zegt op zijn ziekbed letterlijk: “(...) dat is precies als ons Rusland. Die boze geesten, die de zieke verlaten en in in zwijnen trekken – dat zijn alle pestbuilen, alle miasmen, alle onrein, alle duivels en boze geesten die zich hebben opgehoopt in onze grote en dierbare patiënt, in ons Rusland, sinds eeuwen en eeuwen!” Hij past de legende geheel toe op Rusland en het vuil zal ook daar in varkens trekken en verdwijnen. Je ziet het in de loop van het boek al gebeuren.

Opmaat
De lezer bezoekt traag maar gestaag zowel de grote landhuizen met hun rijkdom en met hun feodale omgangsvormen en machtsverhoudingen, als huisjes langs achteraf straatjes, waar de armen en aan lager wal terecht gekomen mensen leven. Die lezer maakt zelfs een reis met een boerenkar, onderweg wordt een huiskamercafé aangedaan en geslapen in een groot huis om op de veerboot te wachten. Het verhaal speelt anderhalve eeuw geleden, waarna nogal wat gebeurt is in het enorme land. Je kan het verhaal dan ook niet op het Rusland van nu plakken. Toch krijg je enig idee hoe er geleefd werd. Je kan het boek wel lezen als een opmaat naar de protesten van 1905 en de revolutie van 1917. Die sfeer hangt in boze geesten al in de lucht en het uitdrijven is niet gelukt.

Essentieel

De roman verscheen in afleveringen in het tijdschrift de Russische Bode (januari-november 1871). Er is een flink deel geweigerd door Michail Katkov de uitgever van de Bode vanwege een beschreven zedenmisdrijf. Dit deel zou later bekend worden als 'De biecht van Stavrogin'.
In dit zevende deel van het verzameld werk door uitgeverij Van Oorschot is het is het wel opgenomen; sterker nog in twee licht verschillende versies. Het hoofdstuk draait om Nicolays' bezoek aan de monnik Tichon waarin hij zijn hallucinaties bespreekt: de boze geesten in zijn hoofd. Door dit deel te verwijderen is de roman eigenlijk onthoofd. Het is essentieel. Het citaat uit Lucas stond hier en paste bij het religieuze gesprek tussen monnik en de nihilist. Nicolay vertelt er in testament van zijn leven een wrang verhaal over een meisje. Waarom dit niet en andere schrijnende ontwikkelingen wel in de Russische Bode opgenomen konden
Bron
worden? Want de moorden en aanzet tot zelfmoord zijn ook weinig subtiel verwoord. Van jonge meisjes blijf je ook figuurlijk af, en bij volwassen mannen kunnen mishandelingen wel door de literaire beugel? Zoiets?

Idylle
Nicolay wijdt in dit hoofdstuk ook uit over een droom, een verheven hersenschim, rond het schilderij Acis en Galathea van Claude Lorrain. Hij ziet er in hoe het leven had moeten zijn, met mooie mensen, hun liefde en simpele vreugde. Uitermate romantisch en idealistisch en om dat te kunnen bereiken hadden mensen geleden en waren profeten aan het kruis gespijkerd. De evangelische boodschap is duidelijk: vanuit het geloof is veel bereikt en tegen hoge kosten. Het is het waard dit te verdedigen.
Vervolgens ontspint zich een gesprek over slechte hartstochten, vergiffenis, oprecht berouw en boetedoening. Je hoeft je niet in zee te storten om van je vroegere zonden af te komen, zo spiegelt Tichon zijn gast voor.

Het is in ieder geval voor de lezer van deze zorgvuldige uitgave goed om zowel de oorspronkelijk gepubliceerde versie te kunnen lezen als wat er uit werd geschrapt.

Het is een intrigerend boek, over macht en intriges in een kleine opstandige beweging. Het boek doet niet alleen aan het Rusland van nu denken, maar ook aan bewegingen in het hier en nu. Het is ook daardoor een aanrader voor wie van doorbijten houdt. Onderweg kom je heel wat moois tegen. Het boek is voorzien van Aantekeningen over genoemde personen, begrippen en gebeurtenissen. Er is bovendien een beschrijving van opgevoerde personages (Dramatis Personae) en dat is best prettig om af-en-toe eens na te slaan.



zaterdag 26 maart 2022

Boeken in maart

Laatst gelezen boek boven.

Notes from undergroud/Aantekeningen uit het ondergrondse van F.M. Dostojevski (1864) las ik voor het grootste deel in een Engelse Penguin versie (vertaling Jessie Coulson), maar schakelde later over op een Nederlandse vertaling (Monse Weijers).

Het boek gaat over een verlopen ambtenaar die zich terug heeft getrokken in een kelder met aftandse meubels en met een bediende die hij veracht en vreest als beul. De man denkt en leeft in een toestand die zijn brein met vaart laat rennen en vertroebeld. Hij is kwaadaardig, beschimpt zichzelf, en is paranoïde. Zelfs het lichtpuntje in het verhaal, de jonge prostitué Liza, wordt uitgetrapt. Kortom hij maakt zichzelf onmogelijk in de wereld. Liza is wel het personage die verder leeft en Jessie Coulson noemt haar in het voorwoord de eigenlijke heldin van het verhaal.

De gedachten van de man over de wereld om hem heen zijn wel interessant. Als de mens zijn leven op de wetenschap bouwt, verdwijnt niet alleen de levendigheid (het bestaan is immers geen vierkantswortel), maar ook de mens zelf met zijn eigen redeloze wil; een mens laat zich niet leiden door verstandelijk beredeneerd voordeel. Hij is niet rationeel. Hij kan tegen beter weten in destructief zijn, omdat dit hem plezier doet. Hij heeft een vrije wil, maar die zou zich moeten laten binden aan de regels van de wetenschap, zo vreest de kelderbewoner.

Het is een 19e eeuwse romantische gedachte, waarin ook de huidige mens zich nog (ten dele) kan vinden. De rede is ook nu nog vaak ver te zoeken. Is die er wel dan blijken verschillende posities mogelijk. De wetenschap gaf ons fossiele brandstof en klimaatstudies, kernwapens en polemologie, vrije markt en psychologische beïnvloeding. Voor de man in de kelder lijkt het handelen van een mens in de wereld van de wetenschap vast te liggen. Die vrees was onterecht. Juist de mogelijkheden van de wetenschap nopen ons tot het maken van keuzen en geven eigen verantwoordelijkheid.

De man constateert ook dat de mens vroeger
“het bloedvergieten als een rechtmatige daad [zag] en liquideerde met een gerust geweten wie dat in zijn ogen verdiende; tegenwoordig echter beschouwen wij het bloedvergieten wel als walgelijk, maar gaan ondertussen rustig door met die walgelijkheid, zelfs meer dan vroeger. Wat van beide erger is – oordeel zelf.” Een Russisch boek, een Russische man, met Russische gedachten. Ik moet mijn best doen er één persoon van te maken van bijna twee eeuwen geleden en het veralgemeniseren en Poetin erbuiten te laten. Vreemd is het dat dit zich toch opdringt, alsof Rusland niet ook deel van de Europese cultuur is.

Het verhaal gaat over een man, een type uit een achterliggende periode die notities nalaat waarop Dostojevski zelf een korte introductie schrijft (in de Engelse versie staat zijn naam daaronder, in de Nederlandse niet.) Hij schrijft dat die man ook echt moet hebben bestaan. Die man schrijft aan zijn lezers, 'mijne heren', het verhaal van zijn vroegere leven waarop hij minstens 15 jaar later terugkijkt. Het boek eindigt niet daar waar de fictieve Rus, de liefhebber van paradoxen, zijn verhaal eindigde (die kon het schrijven niet laten en ging daar na de laatste bladzijde mee door), maar daar waar daar waar 'wij' vonden dat het wel op kon houden.

De reden dat ik overschakelde op de Nederlandse vertaling is vanwege mijn ontoereikende Engelse woordenschat. Met een woordenboek ging het wel, maar zonder leest prettiger, en beide zijn immers vertalingen uit het Russisch. De Nederlandse versie kwam van de bibliotheek en stond vol potlootstrepen onder niet gangbare woorden van een eerdere lezer, zoals cherubijntje, geluimd, oprispingen etc. Onder het mooie woord orenkrabberij stond dan weer geen streep. Wie was die lezer met geringe Nederlandse woordenschat vraag ik me af. Een scholier of een Engelstalig iemand die het boek in het Nederlands las? Het was een extra.

De gedachten uit deze kelder van de Europese literatuur laten vooral zien dat de mens die niet wil verstommen bij het tegenkomen van moeilijkheden, tegenstrijdigheden, angsten en driften, kan belanden in een ondergronds hol. De antiheld heeft als dwangarbeid deze aantekeningen gemaakt. Hij moest zichzelf uit de drek trekken of gemakzuchtig mee gaan brullen met de gewone vervlakte mensen. Zijn visies op de vrije wil en wetenschap mogen achterhaald zijn, deze worsteling bestaat nog steeds.

The double van Dostoyevsky (1846) is zijn tweede boek en staat in dezelfde Penguin als de Notes. Beide boeken gaan over een ambtenaar die uit de pas loopt. De een door een zelfverkozen afzondering. Hier komt het door de geestesziekte van Yakov Petrovich Golyadkin (een gekwelde 9e graads ambtenaar) dat hij faalt in werk en leven.

De samenvatting op de achterkant van The double is uitstekend. Het is het nachtmerrieachtig verhaal van een man die wordt achtervolgd of bezeten is van zijn dubbelganger. Is die dubbelganger echt of gewoonweg een andere kant van de man zelf? Wat werkelijkheid is of uit zijn geestesziekenverbeelding voortkomt is vaak onduidelijk. Deze onzekerheid maakt het verhaal angstaanjagend; een verhaal dat gelezen kan worden als een studie naar het instorten van een mens.

Het boek is een Russische 19e eeuwse psychologische roman – door een schrijver die heeft moeten kunnen observeren als de beste. Het boek is cruciaal binnen de ontwikkeling van het werk van Dostojevski, en leidde naar zijn komende meesterwerken. Wat het boek precies beschrijft is onderwerp van discussie. Gaat het over schizofrenie?
De Nederlandse wiki over het boek gebruikt de term dissociatieve identiteitsstoornis. Is het een zoektocht naar identiteit die bezwijkt onder de druk van de bureaucratie?

Er is ook debat over of het wel een goed boek is. Het was bij verschijnen weinig succesvol en Dostojevski vond het na zijn eerste enthousiasme (hij noemde het tien maal zo goed als zijn eerste boek
Arme mensen dat heel succesvol was ontvangen) zelf ook niet meer zo meesterlijk: “Tussen briljante pagina's staat troep en rommel dat de maag omkeert; het is onleesbaar.” Nabokov noemde het later echter een perfect kunstwerk. In het voorwoord door Coulson staat dat het boek vloeit als een gezwollen rivier en er om vraagt in adem gelezen te worden.

Dostojevski werd kort na het verschijnen van De dubbelganger verbannen naar Siberië en daarna ook nog dienstplichtig militair. Door die kloof van jaren heeft het tijdens zijn leven ook niet meer meegelift op zijn latere successen en belandde lange tijd op de stapel vroeg onbetekenend werk.

Het is echter beklemmend om op stap te zijn aan de hand of zelfs in de huid van iemand die duidelijk de weg kwijt is en op instorten staat. Het verhaal leidt door straten waar sneeuw en regen valt, door instituties en je komt de wereld van het Russische bestuur in Sint Petersburg tegen. Het verhaal is klein en juist daarom zo indringend. Dat het boek niet meteen populair was, wekt gezien het donkere thema, dat je aanvliegt, geen verbazing.

Los van dit boek, en toch ook weer niet, merk ik op dat ook hier de Jood wordt beschreven als een woekeraar die geld uitleent tegen hoge rentes. Deze meningen die het antisemitisme versterkten waren wijdverspreid in de literatuur. Het is een voetnoot bij een boek over de kwetsbaarheid van de mens, maar wel een belangrijke waarschuwing om op te letten hoe je spreekt en schrijft over anderen. De consequenties van woorden kunnen wel eens onbedoeld gruwelijk zijn.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven.

Lydia Rood is een veelzijdig schrijfster, maar de eerste novelle in de bundel Mevrouw was stil vandaag zal ze maar moeilijk kunnen overtreffen. Er zijn nog twee verhalen, maar de eerste gaat over Nienke, een vrouw met borderline. Vanuit het hoofd en ervaringen van deze vrouw, te gewoon voor een instelling, te kwetsbaar om als Vrij mens te leven, beschrijft ze de worstelingen met de omstandigheden die overrompelen, de leegte en eenzaamheid, met de begeleiding die bedilt, met de huisgenoten met hun eigenaardigheden, met haar temperament dat maar moeilijk onder controle wordt gehouden (medicijnen versuffen) en met de zwangerschap die haar overkwam. Het raakt vanwege de herkenning en de levensechtheid.

De gebruikte taal is Nederlands zonder teveel opsmuk. Bijna alsof het geen literatuur is, omdat het ook in de Libelle zou passen. Alsof literatuur verheven taal moet gebruiken en het zo in het hoofd van een ander kunnen kruipen door te lezen niet een enorme betekenis zou hebben. Nienke zelf is ook niet van straat, intelligent, was goed op school, met een gebrek, maar geen cavia zoals die in
Wie-kent-kwis naar een vakje met een geldprijs liepen. Ze is een persoon met een eigen leven, een eigen visie, een eigen ik. Maar het kost moeite dat ik te grijpen.

De tweede novelle gaat over een vrouw met Alzheimer. Het volgt een zelfde methode. Het wordt verteld vanuit het hoofd van de patiënte. Het is een vrouw die na het overlijden van haar man zijn positie als directeur van een keten van tuincentra overnam en dat met verve deed. Ze denkt regelmatig dat ze nog in die positie zit. Ze denkt dat mensen nog leven die al lang overleden zijn. Ze ziet de een voor de ander aan. Het is een warboel. Maar ze denkt wat mij betreft teveel gestructureerd om te overtuigen. De losse flarden worden een leven. Maar goed Alzheimer is er in soorten en maten, stadia en mate van ernst, en iedere patiënt kent zijn eigen verhaal.

Het boek is op verzoek van Koepelorganisatie Open Ankh geschreven. Rood deed onderzoek en zei in de Provinciale Zeeuwse Courant:
“Dankzij hen [de groepsleiding] en dankzij de beschermende muren van de instelling, kunnen patiënten een leven leiden dat daarbuiten voor hen onmogelijk is. Maar het maakt hen tegelijk ook verschrikkelijk afhankelijk. Zelfs het nemen van een beslissing, het nemen van een beslissing, zijn ze binnen de kortste keren ontwend.”

Het laatste verhaal gaat over Berend, een simpele ziel die verliefd is, het leven in zou moeten via de sociale werkplaats, maar het allemaal een beetje, maar niet voldoende snapt. Het gaat over de oordelen van de mensen die in de buurt van instelling leven. Het gaat er vooral over de geringe greep op het eigen leven en dat er mensen zijn dat erger maken door over het hoofd van hen heen praten, die zich niet willen inleven, die Berenden van deze wereld niet serieus nemen en. Want dat is het motto van alle drie de novellen, neem de patiënten serieus als mens.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

A. Alberts schreef met Het zand voor de kust van Aveiro een boek over het noodlot. De haven van de Portugese stad raakt verstopt door grote hoeveelheden zand die voor de kust liggen en door stormen opgeworpen worden tot hoge duinen. Niets aan te doen. De schepen moeten vooraan op de ree voor anker, laden en lossen.

De familie Vicente die al generaties loodsen levert, moet opzoek naar ander werk. Ze zullen niet langer schepen tussen zandbanken en door stromingen leiden, maar sluiten een contract met de kroon om geld te verschepen naar de ambtenaren in Zuid-Amerika. Om het winstgevend te maken, mogen ze handelen in daar gewonnen diamanten.

Zoals vaker met de boeken van Alberts nodigt ook dit uit om naar de genoemde geografische locatie op de kaart te kijken. Aveiro ligt wat zuidelijk van Porto en heeft inderdaad een duinenrij met strand. Om daar te komen moet je eerst een lagune door waar zout gewonnen wordt. De zeehaven ligt tegenwoordig wat westelijker dan destijds, bij de plaats Gafanha da Nazaré. De schrijver laat nogmaals zien dat de vormgeving van een specifieke plek de verbeelding kan uitnodigen om een verhaal te schrijven. Haven en dichtslibben zijn ook in de werkelijkheid van grote invloed op de ontwikkeling van de stad geweest. Dat er weer een uitgang naar zee kwam, is de realiteit, maar ook onderdeel van de roman (al verschilt het wel hoe dit kwam).

Een proloog geeft aan waarom de schrijver
Mateus Vicente in Aveiro opviste. Mateus, ook wel de passagier genoemd, is een man die verdwijnt en terugkomt. Hij moet in het hoofd van de schrijver de gedachte opruimen waarbij twee literaire personages met elkaar in verband worden gebracht: Godeau in Le Faiseur van Balsac die hoewel door een oplichter bedacht om zijn zaken overeind te houden toch terugkeert naar Parijs en Godot van Samuell Beckett die ondanks het eindeloze wachten nooit terugkomt. De passagier is een tussenfiguur; tussen deze twee karakters. Of de achterblijvers op hem wachten, blijft zowel in die proloog als in de verwikkelingen ongewis.

Het opgeworpen zand is niet de enige barrière die geslecht moet worden. Het kantoor van de gebroeders Vicente heeft de concessie om in diamanten te mogen handelen van de kroon gekocht met de gedachte deze kosten snel terug te verdienen. Als na het verlaten van de haven door het zeilschip Nossa Senhora meteen blijkt dat de politieke situatie in Europa is veranderd op een manier die niet voordelig is voor de handel, dan slaat de twijfel over het slagen van het plan al toe. Er is echter geen keus. De passagier in zijn kajuit, zit op zijn schip, maar blijkt niet alleen een speelbal in de handen van het krankzinnige Koningshuis, maar ook van de Europese machtspolitiek.

Op de reis wordt het schip aangevallen door piraten. De passagier heeft eerst nog door dat zwaaiende schipbreukelingen op een eiland deel van een valstrik zijn en laat het schip daarom doorvaren. De koopvaarder moet het vanwege de nautische kwaliteiten van de kapers en de overmacht toch afleggen. Dan schieten de Engelsen te hulp met twee fregatten. Als de kapitein van de Nossa Senhora ook nog eens met schroot de vijand te lijf gaat, wordt die afgeschrikt en kan het schip doorvaren naar de diamanten. Maar de Engelsen zijn niet alleen hulpverleners. Ze zetten de marine ook in om de Portugezen te snel af te zijn door zelf in de diamanthandel te gaan. Er is niets aan te doen. Portugal is in de periode dat de passagier onderweg is (1797-1803) dan wel een koloniale macht, maar wel een onder de dwingende invloed van Engeland. Zoals ook de handelsagent in Santos, waar Mateus een tijd verblijft, heeft moeten ondervinden.

De kleine handelaar komt dus te laat en het handelshuis in Portugal kan de schuld niet aflossen. Een faillissement is onvermijdelijk en terugkeer van Mateus ongewenst; als hij niet terugkeert blijft zijn komst als belofte hangen en houdt die de schuldeisers op afstand tot de zaak verdwijnt uit de aandacht.

Via Zuid-Amerika en Mozambique komt de passagier weer terug in de haven van Aveiro. Onderweg wordt zijn positie steeds benarder. Informatie waarop hij zijn doen en laten baseert blijkt niet te kloppen. Tradities waarop hij rekent zijn veranderd. Het is gekmakend. De hulp van een arabier en neger zijn de enige positieve noten op zijn omzwervingen. Bij terugkomst blijkt het loodswezen van Aveiro weer actief te zijn en dit lijkt – ondanks een open einde – te leiden naar verbetering.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.