donderdag 2 juli 2026
Light Years
Op de voorkant van Light Years (1975) is om het boek van James Salter aan te prijzen een blurb geplaatst uit de New Yorker: “Onder de hedendaags romanciers, kan ik niemand bedenken die een mooiere roman heeft geschreven dan Light Years.” (De tekst komt van Brendan Gill, maar dat moet je zelf opzoeken.) Het boek bevat ook een introductie door de schrijver Richard Ford. Dat voorwoord begint met de zin: “Het is een gemeenplaats onder lezers van fictie om te stellen dat James Salter betere Amerikaanse zinnen schrijft dan alle hedendaagse schrijvers.” En op die toon gaat het tien pagina's door om te overtuigen dat de bladzijden zijn gevuld met literair goud.
De lezer komt terecht aan de Hudson rivier, waar de architect Viri, zijn vrouw Nedra, de dochters Franca en Danny, een pony, hond en wat kippen net buiten de stad wonen. Het duurt maar even of het blijkt dat de relatie tussen beide niet lekker loopt. Of eigenlijk wist je dat al door het voorwoord (dat ook daarom beter niet gelezen was). Beide houden er buitenechtelijke seksuele avonturen op na. Nedra doet het zo'n twee maal per week tijdens de lunch met de buurman. Viri gaat uit de kleren met een jonge collega als hij zegt over te werken . Hij is intussen een architect die nog nooit een bouwwerk heeft ontworpen dat blijvende indruk maakt. Nedra laat het geld tussen haar vingers door sijpelen en is vooral een consument. Er zijn feestjes waar wijn met klinkende namen uit de Bourgogne en Champagne streek worden opengetrokken.
Als ik lees stop ik papiertjes op de pagina's waar ik voor een bespreking nog wat mee wil. Hier komt het eerste pas op pagina 197 waar de relaties tussen beide wordt afgezet tegen die van een echtpaar in een vakantiehuis waarmee het wel goed schijnt te gaan. Viri realiseert zich dat zijn eigen leven niets waard is. Kort daarop tijdens de vakantie in Europa meldt Nedra dat ze niet terug wil naar haar oude leven. Het duurt even voordat tot hem doordringt wat dit betekent. Ze gaan uit elkaar. Het geeft wat dynamiek aan een tot nu toe – wat mij betreft – vervelend verhaal.
Nedra kan eindelijk doen wat voor haar vrijheid wezenlijk is. Dat is werken aan haar zelfbeheersing, iets wat alleen voor hen die alles op het spel zouden willen zetten echt haalbaar is, zo klinkt de organiseer-je-leven-goed goeroe wijsheid. Op de volgende pagina wordt benadrukt dat ze een vriendin van haar dochter leerde hoe ze oogschaduw op moest doen. Het zou een vlak gelaat veranderen in een soort glimlachende Nefertiti (de Egyptische koningin) tot zover de voordelen van de vrijheid.
Viri verloedert na de scheiding thuis. Zijn leven lijkt afgelopen. Als hij het huis heeft verkocht dan vertrekt hij alleen en voor een lange periode naar Europa. In Rome wordt hij versierd en ingepakt door een extreem aanhankelijke en gewillige jonge vrouw. Hij mist evenwel New York en zijn dochters. Maar zijn eigen apathische rol in het falen van zijn relatie met Nedra wordt aan de andere kant van de oceaan vet onderstreept.
Tegen het einde begint het boek minder stroperig en zeurend andere kanten aan het leven te tonen en komen er grotere vraagstukken voorbij, zoals: Wat heeft 't leven betekenis gegeven? Ze worden gesteld aan het eind van een leven. Dat lag destijds voor de schrijver blijkbaar zo rond de vijftig (Salter was bij het schrijven zelf tegen de vijftig). Er wordt benoemd hoe langzaam alles verdwijnt, ook de herinneringen.
Even kan ik me voorstellen waarom Salter als schrijver zo hoog op het paard is gezet. Hoewel... Society romans zijn misschien ook niet helemaal, of niet allemaal, mijn soort leesvoer. Zelfs als levensvragen worden gesteld dan gebeurt dat hier in een met rijkdom en privilege geplamuurde artificiële wereld die de mijne niet is. Dan kan je nog zo duidelijk achterop zetten: “Opmerkelijk …. een aangrijpende lofzang op mooie levens gerafeld door de tijd,” (James Wolcott, weer zelf opzoeken; het werd gepubliceerd in Esquire) maar met dergelijk slogans komen we toch niet dichter bij elkaar.
Overigens wordt onder het “Onder hedendaagse schrijvers ….” citaat ook een artikel vermeld dat minder positieve kritieken noemt. Er waren meer recensenten waarvan de verwachtingen in de roman te hoog waren gespannen. Of ik het boek had uitgelezen zonder alle voorafgaande lof.... Het veren steken, werkt blijkbaar.
dinsdag 30 juni 2026
Waterlopen
Op vrijdag stap ik op de fiets
op weg naar een prachtige camping bij Oisterwijk. Boven de twee
volle bidons, nog 2 liter water meer. Onderweg doop ik overhemd en
pet in rivieren om te verkoelen. En waterlopen zijn er; van Lek,
via de Merwede kanaal tot Bergsche Maas. |
|
vrijdag 26 juni 2026
Reluctant Fundamentalist
The Reluctant Fundamentalist door Mohsin Hamid valt meteen op door zijn vorm. Het boek is verfilmd, maar eigenlijk lees ik hier een toneelstuk; een éénakter grotendeels aan een tafeltje in de Pakistaans eet- en drinktentje en daarna een korte wandeling langs een brede stadsweg in Lahore.
De hoofdpersoon wil een man helpen die vermoedelijk uit de Verenigde Staten komt. Zo komen ze samen aan die tafel en vertelt de Pakistaan, die Changez heet, over zijn studie aan de universiteit van Princeton, zijn werk in New York bij het bedrijf Underwood Samson, zijn terugkeer naar Pakistan en over zijn liefde.
De vorm geeft de schrijver gelegenheid niet alleen een deel uit een leven te beschrijven, maar ook grote en kleine moeilijkheden in de relatie van de Westerling tot de Vreemde weer te geven. Als er een bedelaar voorbij komt dan vraagt Changez de Amerikaan of hij iets wil geven. “Nee? Heel verstandig, je moet bedelaars niet aanmoedigen en ja je hebt gelijk het is veel beter geld te doneren aan een goed doel dat de oorzaken van armoede aankaart dan aan hem, een schepsel dat slechts een symptoom is.” Er is angst bij de grote man uit de VS voor de man met baard die midden op straat stopt, maar ook die heeft zijn reden er te zijn. Zo is hij steeds opnieuw wantrouwig. Hij wordt ook steeds opnieuw op zijn gemak gesteld.
Veel alledaags racisme of neerbuigende visies komen zo langs. Er wordt een beeld geschilderd van een Pakistaan die veel in zijn mars heeft en weet waarover hij praat. Ook over de Verenigde Staten. Maar er is dus ook het verhaal over zijn leven, veranderd door de gebeurtenissen.
Hij studeerde summa cum laude af aan de gerenommeerde universiteit in de Verenigde Staten (net als de schrijver Hamid zelf). Het valt hem overigens op dat de gebouwen van Princeton een gotisch uiterlijk hebben, maar jonger zijn dan de moskeeën in Lahore.
Hij kwam bovendrijven bij de sollicitatie voor een functie waarmee zijn loopbaan – bij voldoende inzet – gegarandeerd zal zijn. Het bedrijf doet onderzoek naar bedrijfssituaties met oog voor het fundament daarvan, dat wil zeggen: de financiële positie. Efficiëntie gaat daarbij voor creativiteit. Het draait niet om de mensen die er werken, of de producten iets moois of goeds toevoegen, maar omzet, om winst en om groeimogelijkheden. Fundamentalisme inderdaad (op een ander vlak dan de gewone connotatie bij het woord), en doorgaans keurig volgens de regels, maar vaak vernielzuchtiger dan een fundamentalistische rel.
Na 9/11 is de
positie van Changez opeens veranderd. Hij wordt als Pakistaan
uitgescholden voor Arabier. Geweld tegen moslims wordt gewoon in de
Verenigde Staten. Op het vliegveld wordt hij eruit gepikt en wordt
bij de douane behandeld of hij niet in de VS woont en werkt, maar een
verdachte bezoeker is. Zijn geloof in de morele verhevenheid van de
Verenigde Staten krijgt sporen van sleet door hoe het land zich
ontwikkelt; niet vooruit, maar nostalgisch naar retro waarden, als
plicht en eer.* Hij laat zijn baard staan. Collega's kunnen dat niet
waarderen. De afstand wordt groot. Te groot?
In het huis van
Pablo Neruda in Valparaíso ziet hij een spiegel hangen. In een
restaurantje in de stad wordt hij gewezen op zijn positie bij het
Amerikaanse bedrijf als Janitsaar.
De Janitsaren waren keurtroepen bestaande uit op de Balkan
buitgemaakte jongens in dienst van de Ottomanen. Volgens de roman
waren ze Christelijk, gewelddadig, en extreem loyaal. “Ze
vochten om hun eigen beschaving weg te vagen,” zegt
een Chileense uitgever die vreest dat zijn uitgeverij zal sneuvelen
onder de financieel economische rationalisatie die zal volgen op de
doorlichting door een klein team van Underwood Samson.
In Pakistan loopt
juist dan de spanning op na een aanval op het Indiase parlement in 2001 en de VS springt niet in de bres, maar stookt het vuurtje
verder op. Changez neemt afstand van de 'focus op fundamenten', en de
Verenigde Staten vallen van hun voetstuk. Via New York gaat hij terug
naar zijn familie in Lahore. Daar komt hij de man in de bar
tegen.
Het verhaal zit vol metaforen. Zo stelt hij de man
uit de VS voor om na hun zit in de eettent en zijn lange monoloog,
maar met de handen gaan eten, ze kennen elkaar nu immers lang genoeg.
Vuile handen doen er niet meer toe.
De verhouding tussen
Changez en Erica is een verhaallijn die op zichzelf kan staan, maar
ook een enorme lading krijgt doordat ze is ingebed in het verhaal van
de man die afstand neemt van een voorspoedige toekomst in de
Verenigde Staten, omdat hij ziet dat waar hij in geloofde dood is.
Zij houdt van haar overleden vriend Christof en ze beleeft dit als een
volwaardige relatie. Er is geen plaats voor Changez; hoe vriendelijk,
inlevend en bescheiden hij zich ook opstelt. De dode vriend staat een
relatie tussen beide in de weg. Ze sluit hem uit van haar leven
waaruit het leven al is verdwenen en, zo meent ze, dat is in zijn eigen
belang. Hij kan die keuze om het leven weer in te gaan wel maken, zij niet. Het
loopt af met een open einde over haar lot, al weet de lezer – net
als Changez – eigenlijk wel beter.
Een open einde zit ook aan het
verhaal van Changez en zijn gast uit de Verenigde Staten, maar ook
daar moeten we vrezen voor het ergste. Changez wordt …, dat ligt
voorbij het boek. Nog verder over de horizon ligt de toekomst van het retro-land.
Fundamentalisme krijgt een andere betekenis
in de roman. Het is het geloof in de waarheid van de markt en het
daaraan opofferen van mens en waardevolle productie. Hamid heeft zelf
ook in de financiële sector gewerkt, als management consultant bij
McKinsey & Company. Hij vond bedrijfsrecht saai en werd
schrijver.** Dit knap, interessant en spannend vertelde verhaal is
zijn tweede boek. Er zouden er tot nu nog drie volgen.
Noten:
*
Het is een zelfde thema als in het
verhaal van Fouad Laroui, De dag dat Saddam. Ook hier komen
barsten. Dit keer in het geloof van een Rotterdamse IT-specialist als
tot hem doordringt hoe het Westen met mensen als hij omspringt.
**
Onderweg kreeg
hij les van Toni Morisson en Joyce
Carol Oates
zaterdag 20 juni 2026
In de hitte
|
Langste vrijdag van het jaar. Tijd voor mijn
rondje om het Marker- en IJsselmeer. Hopelijk ook de heetste dag
van het jaar. Smeren, veel water, iets met mouwen aan en opletten.
De eerste keer haal ik water bij het strand van Lelystad, ruim 60
km van huis. De verweerde deur valt me op. |
|
De Verschrikkingen van het Noorden
![]() |
|
Omslag illustratie door Gielijn Escher. |
De
Verschrikkingen van het Noorden* is een verhalenbundel
van Andreas Burnier waarin citaten boven de hoofdstukken zijn gezet en voorin het boek staat een citaat ontleent aan Lucebert:
en het
paard slaat
radeloos
dit alles gade
Een van de thema's in de bundel is reizen. Dit wordt in het verhaal Onderzoeking
op het teras verkettert als misplaatste ijdelheid van domoren, maar in het citaat boven de tekst onderstreept Ronald
Firbank de zin van kijken juist, zelfs naar zaken zo gewoon als hooischoven op het
land: “I adore the end of summer, when a new haystack
appears on every hill.”
Reizen en rondkijken heeft wel degelijk
zin. Dat waarnemen gebeurt in dit boek in het Noorden, het Zuiden, onderweg en hier.
Voor de hele bespreking zie ↓
Eerder
besprak ik het
jongensuur (https://broekfoto.blogspot.com/2026/06/het-jongensuur.html) van dezelfde schrijver.
De
Verschrikkingen van het Noorden* is een verhalenbundel
van Andreas Burnier. Eerder
besprak ik het
jongensuur van dezelfde schrijver. In alle zes verhalen heeft de vrouwelijke hoofdfiguur
een andere naam en een andere leeftijd. Toch zou je ze als één
personage kunnen zien in verschillende levensfasen.
Een thema waarop
de verhalen samenhangen is reizen. Reizen naar Noord en vooral naar
Zuid. De opmerking van de abt in het verhaal Onderzoekingen op het
terras is dat reizen geen enkele zin heeft en er slechts is voor de
domme massa die even rondkijkt en alleen de buitenkant van de dingen
ziet, plaatst deze geestelijke dan ook meteen buiten het bestek van
de bundel.
In datzelfde verhaal staat ook de opmerking dat
een goed verhaal getekend wordt door het begin en eind. Opvallend is
juist dat een paar verhalen in De verschrikkingen ... zo eindigen als ze begonnen. Betekent dit
dan dat alles wat er tussenin gebeurde ketelmuziek was,
ontwikkelingen zonder belang, of zaken van voorbijgaande aard? Maakt dit ze juist intrigerend (je voelt dat er meer gebeurde
dan je las, maar waar de vinger niet helemaal op te leggen is)?
“Ordenen.” Alleen dat woord is de allereerste zin van het allereerste
verhaal Nu ga ik verdwijnen. Het eindigt met: “Kom, we gaan
naar huis.” Dat zegt Ella tegen haar vriendin waarmee ze op vakantie is.
Het is haar opgevallen dat de Griekse tempels vernield zijn door ze in
gebruik te nemen als kerk. Die afkeer van het christelijke geloof komt vaker terug.
Een mogelijke reden daarvoor is de bekeringsdrang op de
onderduikadressen waar de schrijfster als joods meisje verbleef. De apostel
Paulus wordt getypeerd als “een onsympathiek eruit ziende joodse
man, een ultrarechtse conservatief, geborneerd jegens vrouwen en
homoseksuelen, en jegens zijn eigen anti-christelijk verleden.”
De klim naar de Akroplis vormt het slot van een verhaal dat kronkelt
langs vervelende mannen, een magnetiseur, door kroeg en langs kermis.
Maar met de woorden 'weer naar huis,' als uitgebreide punt daarachter, maar staat dit ook voor terug naar de gewenste veilige orde?
Het
titelverhaal begint met: “Veel vroeger, ik spreek nu van voor
de watersnood, lang voordat Griekenland, Italië, Joegoslavië,
Sicilië en Malta door mij waren bereisd, was ik voor het noorden
niet bang.” Het verhaal eindigt na een korte dialoog met een
botte vlieger zo: “Veel vroeger, ik spreek nu van voor de
watersnood, was ik voor het noorden niet bang.”
De
Verschrikkingen... speelt
in
Kopenhagen. Andrea gaat er opzoek naar een bar voor vrouwen. De
taxichauffeur die haar er zal brengen, begrijpt haar verkeerd. Ze
gaat naar binnen en het duurt even voordat het doordringt dat ze in
een bar met prostituees terecht is gekomen. Via een advies van de
garderobejongen van een jazzclub, waar ze vervolgens belandt, weet ze toch nog de gewenste
gelegenheid te vinden. Niet mis, want Kapitän, Kapitän is de enige
openbare bar voor vrouwelijke homo's – 'Lesbians in uitstekend
school-Engels' – in heel Scandinavië
In een Parijse bar
komt ze dan weer terecht doordat zij en haar vriendin worden
meegenomen door een groep die er tegen betaling de couleur locale
verzorgt, zodat toeristen tevreden zijn iets echt authentiek Frans te
hebben gevonden.
Het verhaal Gesprek in de nacht begint met de
absurditeit en naarheid van de oorlog. Met diezelfde oorlog eindigt
het verhaal ook. Tussendoor zijn de vertelster en haar vriendin liftend op reis. Ook hier is homoseksualiteit weer duidelijk aanwezig (daar
is alleen in Onderzoekingen … geen sprake van. Daar loopt de echtelijke relatie tussen man en vrouw spaak). Er worden
door de bundel heen nogal wat vrouwen versierd of afgewezen (al is
dat laatste lang niet altijd makkelijk, omdat naast irritatie ook de warmte veloren gaat).
Hoewel niet het hoofdthema van
Giovanni en de heksen wordt de strenge bekrompenheid van de
samenleving in de verf gezet met de opmerking van een vriend van
Connie, de hoofdpersone: “Ons hele sociale bestel is een
valstrik, een manier van mensen om elkaar tijd en energie afhandig te
maken.” Het goedbetaalde filosofische werk dat beiden doen, betekent
volgens de man "geen pest". Anderzijds wordt een zinvolle academische
carrière in de verhalen regelmatig als ideaal genoemd. Visies zijn niet
gehouwen in marmer, maar zijn beweeglijk en veranderen, zo blijkt.
In het verhaal is voor de een het vrouwelijke
lief een engel en voor een jongen, de Giovanni uit de titel, doen de
vrijende vrouwen aan heksen denken. Daar tussenin komen toerisme en
armoede bij het treinspoor op elkaars pad. Misschien wat verwrongen
geconstrueerd, maar juist die niet voor iedereen zichtbare
ongemakkelijkheid tussen de rijke toerist naast de lokale armoede is soms niet ver van de werkelijkheid.
De oorlog komt regelmatig voorbij. Die oorlog heeft Nicole in Volgend jaar in Jeruzalem vervormd. Ze moest wel dwars gaan doen en Calviniste worden, zoals ze leerde tijdens het onderduiken, om zich af te zetten tegen haar ouders. Als ze over die fase heen is, stapt ze over op het atheïsme, en daarna communisme, totdat ze het heeft gehad met de opstandigheid. Het afzetten tegen de joodse ouders leek noodzaak aangezien hun vrienden, uiterlijk en ideeën voor de puberende vrouw 'moffendreiging' betekende. Jood zijn betekent door blonde slijmreuzen vermoord te kunnen worden. De angst voor iedere schijn van permanentie (wie zich eenduidig vastlegt wordt gedood of affectief verraden), leidde tot een versnippering in de liefde.
Het zou niet verbazen als in het jaar van uitgave (1967) nogal afwijzend op het boek zou zijn gereageerd. De thematiek van een jongen in het lichaam van een meisje werd benoemd en seks tussen vrouwen beschreven. Het lijkt erop dat door de debuutroman van Burnier Een tevreden lach, die twee jaar eerder verscheen, en waarin dit al werd benoemd, een gemaaid gazon achter was gelaten voor de opvolger. Hoewel. Kees Fens schreef weinig literair over “haar lesbische soortgenoten” en in de Telegraaf had recensent Ab Visser het over het aan “homofilie inherente narcisme.” Niet iedereen vond de bundel even sterk, maar van tumult was geen sprake. J(oke) E. Kool-Smit beschreef de spanningen in het boek en de vragen die nog op het boek losgelaten kunnen worden. In de Volkskrant werd het boek aldus getypeerd:
“Het zijn dus verhalen van een soort dat vroeger schrijnend zou zijn genoemd, maar het is veel gemener: het wringt, het is allemaal vals, het is de terreur van het geniep, die werkt tot in de biologische cellen van het menselijk bestaan.”Fons Sarneel
Kool-Smit had het wel bij het rechte
eind toen ze veronderstelde dat bij herlezen veel meer uit het boek
boven zou komen drijven. Al is het maar een eerder gemiste mooie zin. In Onderzoekingen...,
wordt gepreekt, gepraat en geblaat, maar uiteindelijk gaat dit
voorbij met de woorden bij het vertrek van de moeder
en haar kinderen uit de bedompte sfeer: “Aan de horizon achter ons verdwijnt
iets.”
Sommige lezers zoeken liever naar wat hen tegenstaat. Kees Fens vond het citaat boven het eerste
verhaal te bekend. Het boek heeft er nogal wat. Citaten. Het begint
al met een prachtig motto, geleend van Lucebert ** waarmee de toon voor het
boek gezet is. Vijf verhalen beginnen met een citaat in het
Engels, Frans (hieronder vertaald) of Nederlands:
- Nu ga ik verdwijnen: Het begint met woorden van citatenleverancer bij uitstek, Shakespeare: We are such stuff/As dreams are made on, and our little life/Is rounded with a sleep. (The Tempest) Dat is weer die afstand tot de realiteit die ook het paard van Lucebert al voelde.
- Gesprek in de nacht begint met woorden boven de tekst van Brunier zelf. De regels passen het boek als gegoten. Ze rollen van de tong en zijn tegelijkertijd wrang en kil. Weer wordt het waardevolle elders gezocht:
De nacht vangt alle stemmen die
in lakens dronken rollebollen. (…)
nu gaan wij rusten:
wij glijden snel naar vreemde kusten
ontwaken aan de achterkant.
- Giovanni en de heksen kreeg een citaat uit A Movable Feast van Ernest Hemmingway: “The main thing is that the act male homosexuals commit is ugly and repugnant. In women it is the opposite. They do nothing that they are disgusted by and nothing that is repulsive and afterwards they are happy and they can lead happy lives together.” De ene homoseksualiteit wordt door de man der mannen afgewezen. De andere lijkt te mogen bestaan.
- Volgend jaar in Jeruzalem: “Wat men kan zeggen, is dat alles in ons leven verloopt alsof we erin kwamen met een last van verplichtingen, aangegaan in een vorig leven,” uit Marcel Proust, La Prisonnière (vertaald via het internet).
- Boven Onderzoeking
op het teras onderstreept Ronald
Firbank de zin van waarnemen, zelfs van zaken zo gewoon als hooischoven op het
land: “I adore the end of summer, when a new haystack
appears on every hill.”
Reizen en rondkijken heeft wel degelijk zin. Zelfs in die ongerijmde wereld waarin de schrijfster leeft.
Noten:
*
De
verschrikkingen van het noorden
is
op de website van de Nederlandse Bibliotheek te vinden als pdf,
txt
of als scan.
** Het gedicht waaruit deze woorden komen en dat opgenomen was in de bundel De dieren der democratie werd besproken door Hans Andreus in Tijd en Mens jrg nr. 3 (1952), nr. 2: De roepende in de jungle.
vrijdag 19 juni 2026
het jongensuur
het
jongensuur (1969) van andreas burnier (geb. 1931 als
Catharina Irma Dessaur) draait rond drie thema's in het leven
van het joodse meisje Simone. Zij is negen jaar oud als de oorlog
uitbreekt; net zo oud als Burnier dan zelf is (die het boek haar meest
autobiografische noemde). In 1940 besluiten haar ouders dat ze moet
onderduiken en om het risico te spreiden: gescheiden van hen.
Het boek is opgebouwd uit zeven hoofdstukken 1940 tot en met 1945, plus een bericht over de verschrikkingen van de oorlog, waar het boek
mee eindigt.
In het begin van de oorlog denkt ze: “Ik
zou graag blond en protestant willen zijn, zes jaar op één lagere
school zitten, en altijd weten wat er de volgende week gaat
gebeuren.” Kortom het
verlangen naar de witte bevoorrechte positie. Steeds
zit Simone ergens anders ondergedoken. De ene keer snap je beter
waarom ze weer verplaatst is dan de andere. Ze slaat een voormalig
vriendinnetje in elkaar, ze steelt een haas uit de strikken van twee
jongens, de buurman liet weten dat hij haar zou gaan verraden bij de
Duitsers, en bij het eerste gezin valt ze niet in het pulletje. Catharina had zelf zestien
onderduikadressen.
Ze
leest op de onderduikreis van alles: De mijn van Zola, Het Kapitaal
van Marx, Nietzsche, een bewerking voor kinderen van Don Quichot tot
aan katholieke bidprentjes toe. In 1941 lag in het onderduikhuis o.a.
Rudolf Steiner, maar: “Ik kende trouwens vrijwel geen
Duits”
De spreuk van Vondel boven de bibliotheekdeur
waar haar vader haar aan herinnerde 'Veel weten kan niet altijd
baaten, somtijds schaaden,' was niet aan haar besteed.
Op
haar tiende krijgt ze rekenles van een broer van de vrouw in het
onderduikhuis. Na een week geeft hij de volgende som op: 8x+5=x+26. “Hij was een groter geleerde dan didacticus,” reageert ze daarop.
Een ander belangrijk thema is de nare kleingeestigheid en het strenge Calvinisme. Dat uit zich op verschillende manieren. Seksuele toenadering door de mannen bij wie ze in huis is, de man die masturbeert terwijl zij naast hem in bed ligt ('n socialist dit keer), de bijbel is waarheid en maat der dingen (zo sterk dat het verboden was iets anders te lezen, omdat zou afleiden van de Schrift), opvoeden met keiharde hand, onderschikking van de vrouw aan de man, en “haat voor alles wat vitaal of zelfs maar warm was.” Vaak begrijpt Simone niet wat de achterliggende reden zou kunnen zijn. Jonge Duitse soldaten bij haar laatste onderduikadres laten haar pornografie zien. Nicht gut is haar reactie. In het dorp ervoor sloeg de meester jongens in het kolenhok en betaste er meisjes.
Ook schreef ze in het jongensuur
over over een meisje dat denkt jongen te zijn (genderdysforie).
Haar moeder lijkt dit niet te begrijpen, maar “ze denkt toch
zeker niet dat ik later ga trouwen en mijn hele leven verdoen met
afstoffen en koken en de plee schrobben?” Als Simone bloed
plast (menustreert) dan weet ze dat het niet gelukt is om voor de
pubertijd een jongen te worden, zoals ze stellig van plan was. Hoe
langer dit nog duurt hoe moeilijker het zal zijn. Als troost laat ze
de kapper een jongenskop knippen. Een jaar eerder ging ze er als
vanzelfsprekend nog van uit dat ze jongen zou worden en een
schoolmeester of een schrijver en dat ze zou trouwen met haar
vriendinnetje uit Veendorp. Kort daarna kruipt haar rok op en ziet ze
dat ze meisje is en voelt zich belachelijk.
Zij
is ervan overtuigd dat God bij haar geboorte een fout heeft gemaakt.
En als ze, ondanks kortgeknipt haar en een jongensachtig figuur,
tijdens de zwemuur voor jongens wordt ontmaskerd en het bad
uitgestuurd, maakt dit haar verdrietig. Het sekseonderscheid wordt
nog steeds opgeklopt, maar was destijds veel groter; daarover in het
jongensuur geen misverstand. Er is niemand aan wie ze haar
kwaadheid en ontgoocheling na het afwijzen kan toevertrouwen. Toen ze
na de oorlog haar moeder voor het eerst weer ontmoette vroeg die:
“Wie is die jongen?” Maar in het zwembad zou haar kort geknipte koppie niet
helpen om tegelaten te worden tijdens het jongensuur.
Opvallend is dat de roman een omgekeerde chronologie volgt, van de laatste
ontwikkelingen naar vroeger. Zo weet je dat Simone de oorlog is
doorgekomen en een meisje is dat jongen had willen zijn. De
hoofdstukken per jaar geven informatie over deze wens en zo begrijpt de lezer allengs meer waarom ze mee wil zwemmen met de jongens. Ze accepteert haar
meisjes lijf niet.
Het is inmiddels een gewoon thema
geworden, maar Burnier schreef er al in de jaren zestig over. Zij
kende dit uit haar eigen leven. Ze kreeg al op
haar derde een hekel aan zogenaamde vrouwendingen.
Ze
zou meester worden (hoogleraar
criminologie),
schrijver en ze zou trouwen niet met een vriendinnetje, maar met de
zoon van antroposofen (daar is Steiner weer). Het huwelijk duurde
acht jaar tot aan de scheiding. Catharina werd Andreas. Ze
leefde na haar huwelijk toch met een vrouw, ook toen dat nog taboe
was en betekende daardoor veel voor de emancipatie van homo's.
Vader, moeder en Simone zouden wel
alle drie de oorlog overleven. Als erna in Zanddorp de vrouwen worden
kaalgeschoren die 'fout' waren, dan vraagt Simone: “En de mannen
die fout waren?”
zaterdag 13 juni 2026
Dag 7, Bergen op Zoom/trein: Regen, regen, druppelzegen
De telefoon
hapert onder het waterdichte plastic (een zware druppel werkt zelfs als besturing ervan) en ik durf er niet op te kijken. En mis daardoor ook dat er aan de achterkant van de sluis nog
een overgang is. Pas als ik achter het huisje op het gesloten deel van het complex in de luwte ga staan, is aan de andere kant een brug te zien en die is wel open. |
Dag 1: Kalm aan Dag 2: Klutenjaar Dag 3: Johoho Dag 4: Koude grond Dag 5: Hopsen Dag 6: Avontuur Dag 7: Druppelzegen |
Dag 6, Russeignies: avontuur en belevenissen
|
Dag 1: Kalm aan Dag 2: Klutenjaar Dag 3: Johoho Dag 4: Koude grond Dag 5: Hopsen Dag 6: Avontuur Dag 7: Druppelzegen |










.jpg)







































