woensdag 29 juni 2022

Boeken in juni - deel 2

Bij het schrijven van dit gedichtje wist ik nog niet dat Hayoung Choi de winnares van de competitie zou worden.
Twee jaar later zie ik haar zus, de violiste Songha Choi, optreden  met in de halve finale een intense en indrukwekkende Bartók  (Sonate n. 2)
. De finale komt nog.


Laatst gelezen boek boven.

Taming Sino-American rivalry
van Feng Zhang & Richard Ned Lebow heeft een opvallende titel. Niet een zoveelste variatie op de Thucydides val* genoemd als opmaat naar de onvermijdelijke kladderadatsch, maar een zoektocht naar een oplossing: het temmen van het conflict. Het boek valt ook op omdat de ene schrijver professor is in Engeland en de ander in Guangzhou, China.
Los van de Oekraïne kan ik het niet lezen. Maar het gaat over een dreigend conflict aan de andere kant van de wereld; tussen de voor Europa belangrijkste bondgenoot aan de ene en de belangrijkste handelspartner aan de andere kant.

Er zijn volgens de auteurs altijd diplomatieke mogelijkheden om een ramkoers te vermijden. Voordat de schrijvers bij de diplomatie zijn, brengen ze de lezer langs de beleidsmatige en militaire fouten die China en de Verenigde Staten maakten, afschrikkingsstrategieën, vertrouwenwekkende maatregelen en dit alles omlijst met een zee aan kennis en feiten; teveel om mee te nemen in een bespreking.

Vertoog
In de Verenigde Staten vindt al enige tijd een flinke verschuiving plaats op het gebied van de verhouding met China. In 2007 was die relatie nog niet vijandig. De landen werkten samen op het gebied van klimaatverandering en het intomen van de Iraanse nucleaire macht. Acht jaar later was dit weg. Wat ging er mis, vragen de schrijvers zich af. De Amerikaanse militaire aanwezigheid in Azië werd verdubbeld zoals het Pentagon in 2012 aankondigde. In China werd deze verschuiving gezien als onderstreping van de analyse dat een belangrijk deel van de Amerikaanse elite China wil belemmeren een concurrent op het wereldtoneel te worden.

Analisten in de Verenigde Staten stelden vast dat flink doen naar China inmiddels zowel binnen links als rechts in bon ton is. Het is de strijd tussen het vrije liberale systeem en het repressieve.
China zou streven naar het vervangen van de Verenigde Staten als wereldleider. Het boek is geschreven in september 2019. Sindsdien wordt het Chinese gevaar alleen maar steeds sterker benadrukt. De antwoorden van Beijing op de Russische invasie van Oekraïne heeft dit nog versterkt. Beijing schuift steeds dichter naar Moskou. Een nieuw blok ontstaat.

De City on the Hill waar men weet en bepaalt wat goed is voor de wereld (waar men zijn zelfvertrouwen haalt uit die overheersende macht en elke scheur aan de bevolking weet te verkopen als een gevaar) staat tegenover Beijing dat wat het beschouwd als zijn historische rechtmatige positie weer in wil nemen na de grote vernederingen van de 19e eeuw.                                                Zie voor de hele bespreking hier.

* De schrijvers stellen dat de Thucydides val de geschiedenis en de oorzaken van het conflict foutief uitleggen; het was niet zozeer de angst voor de militaire macht van Athene die tot oorlog leidde, maar de hang aan de eigen leiderschap status van Sparta.

Volgende bespreking onder foto.


Laatst gelezen boek boven.

Boeken verdienen het om te reizen,” is als opdracht geschreven voorin Monterosso mon amour, het boekenweekgeschenk geschreven door de in Genua wonende Ilja Leonard Pfeijffer.

Wordt ontevredenheid tevredenheid als je er bij neerlegt? valt Pfeiffer in de eerste zin met de deur in huis. De ideeën tuimelen de eerste pagina's als golven over je heen, steeds weer, steeds meer. Gelukkig neemt dit in tempo af en komt een zeer leesbaar boek tevoorschijn.

De schrijver laat zich weer niet onbetuigd om zijn uiterlijk, inhaligheid, het uithangen van de hautaine intellectueel, en sociaal gedrag op de eigen hak te nemen. Hij speelt andermaal een rol in zijn schrijfsel: doet een voordracht op een boekenweeklezing in de bibliotheek van een kleine stad; en hij schrijft het verhaal. Een belangrijke rol. Want pas als het verteld wordt, bestaat het.

Het is een Covidperiode-boek, omdat het 't Europese begin ervan beschrijft. Het is een nostalgische novelle omdat een eerste jeugdliefde, een onderwaterliefde, een belangrijke rol speelt. Het is oudere dames literatuur, omdat het 't weinig om het lijf hebbende leven van een vrouw op leeftijd beschrijft – die zo mooi onafhankelijk en avontuurlijk begon – (ken je doelgroep). Het is een reisboek en die reis gaat naar het Monterosso uit de titel. Dat is een strandplaats niet ver van Genua.

Carmen, de vrouw van de met vroegpensioen afgevloeide diplomaat, heeft tijdens het volgen van haar man opgemerkt dat de steden op drie continenten waar hij gestationeerd was (Cotonou in Benin, Wellington in Nieuw-Zeeland en Lima in Peru) geen geheimen verborgen die de moeite waard waren om ontsluierd te worden, “dat alles in wezen overal hetzelfde is en dat er nergens ter wereld genoeg te ontdekken valt om de verveling te verdrijven.” Voor een reisroman een zin die werkt als zeepresten in een glas bier.

De vrouw is een huwelijksleven lang gevlucht naar tennisbanen en in glazen sherry. Pas als ze een belofte inlost komt er leven. Aan de keukentafel van een B&B in het Italiaanse stadje met 1.500 inwoners blijkt dat er zelfs daar verhalen zijn. Je weet ook dat dit idee van reizen de schrijver zelf vreemd is door wat hij al schreef en de programma's die hij maakte. Hij leeft niet in een bel die van plek naar plek geblazen wordt. Hij breekt liever de glanzende zeeplaag.

De schrijver van de opdracht voorin mijn exemplaar kreeg het op het vliegveld van Eindhoven en schreef er een mooie bespreking over. Tijdens het lezen vouwde hij er twee ezelsoren in; het heeft er inmiddels vier (ik maakte de andere twee om het citaat over het reizen niet vergeten en ook niet om het gedicht van Vasalis op te zoeken waarnaar verwezen wordt). Het boekje stuurde hij me op vanuit Bologna. Zo werd mijn exemplaar ook letterlijk een reisboek tussen Italië en Nederland.

Steen

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos word als steen.
Mijn hele wezen wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween.



M. Vasalis
In: Vergezichten en gezichten (1954)

Volgende bespreking onder foto.



 Laatst gelezen boek boven.

Nog geen tien jaar oud was ik toen de Rolling Stones een beroemde toer door de VS maakten; een jaar of 16 toen ik met mijn vriendje Frank naar de Stones platen van zijn oudere broer Piet luisterde; twintig toen een dienstplichtige matroos wasser – en de bassist van de scheepsband – met veel enthousiasme een bootleg van een concert in Rotterdam liet horen (ik heb het bandje nog); en bijna zestig toen diezelfde wasser me een door hem geschreven testprint van zijn boek opstuurde over de Stones toer van 1972. Hoetjes werkte 22 jaar aan het boek.

Je zou het ook een driedubbel dikke zwaar geïllustreerde glossy kunnen noemen met toegangskaartjes, knipsels, brieven, affiches en foto's, veel foto's, geschreven in een taal waar nauwelijks remmen op staan en met metaforen waarin alles tussen Sitting Bull, smörgåsbröd en Dantes Inferno opduikt. De vormgeving is uitbundig en soms wat slordig, maar dat hindert niet. Foto's staan daar waar ze in de chronologie horen. Hoetjes is hierbij geholpen door ene Dave, die in 1972 een Stones poster kocht en inmiddels weet welke foto waar en wanneer is genomen, vaak beter dan de fotografen zelf. Zo leg je als fan muziekgeschiedenis vast alsof je een historicus bent.

Volledigheid
Want een fan is de schrijver, een onvoorwaardelijke zelfs. Geen overdrijving wordt geschuwd: de top van het universum, het grootste ooit, concert zonder gelijke etc. Dit alles gespeeld door de beste rock & roll band van de wereld. Hoetjes schroomt echter niet missende geluidseffecten, schriele gitaren of uit de maat spelen te benoemen. Hij kan het weten; wat er gezegd is, wat er gespeeld werd, of dat het vals was of niet op tempo. Het staat er allemaal in, voor vrijwel ieder optreden van de toer. In handige kadertjes zie je welke nummers waar gespeeld werden en of er bootlegs van zijn of niet. Alle bootlegs zijn beoordeeld op kwaliteit en volledigheid. Soms mist de drum, soms wordt er doorheen gekwekt, soms is de kwaliteit zo slecht dat een opname alleen voor de volledigheid waarde heeft.

Een zoveelste geweldig gespeelde Brown Sugar is niet genoeg om de aandacht vast te houden. Gelukkig geeft het boek ook een beeld van de tijd. Voor het concert in Boston dwaal ik af naar een vliegveld met onvoldoende personeel. Hoe actueel. De opgelopen vertraging was de opmaat naar een vechtpartij met een opdringerige fotograaf en de arrestatie van Jagger en Richards door een politieagent die nog nooit van de Stones had gehoord. Ze hadden geluk: de politie in Boston had al dagen de handen vol aan opstandige Puertoricanen. Ze kunnen er niet ook nog een Stones concert bij hebben dat niet doorgaat met rellende boze bezoekers als gevolg. De heren werden op een minime borgtocht vrijgelaten. Verhaaltjes zoals dit houden het boek levendig.

Bespreking gaatdoor onder foto.


Jasje
Je duikt met 330 pagina's twee maanden de Stones in. Interviews, anekdotes, alles voor een totaalbeleving. Tourbook '72 had een vat met gestampte feiten kunnen zijn, maar daarvoor leest het te prettig. Het is een gids door de toer; een recensie van minuut tot minuut, on en off stage. Voor ik ga lezen heb ik eigenlijk maar een ding waarvan ik hoop dat het er in staat. Een verwijzing naar het concert van Aretha Franklin in januari van het toerjaar. Ik wordt niet teleurgesteld. Het wordt aangevoerd als achtergrond voor een paar keer gospel in het voorprogramma. Maar er is veel meer. Zelfs overzichten van gitaren en versterkers staan er in. En er is het groene leren jasje van Keith Richards dat in Seattle door Jagger van het podium werd gegooid en in New Orleans door een fan teruggegeven. Er is ook een lading boomstammen die op de limousine van Stevie Wonder viel. De soulmuzikant speelde het voorprogramma tijdens de toer. Er valt ook een van zijn concerten uit. Zijn drummer gaf er de brui aan, omdat hij niet tegen het controlfreakerige gedrag van de multi-instrumentalist kon.

Politiek
Naast deze muzikantenberichten lees ik ook dat Angela Davis werd vrijgesproken: fucking great, zo zei Mick Jagger van de band die toen al main stream was geworden erover op het podium. Davis was een vrouw die wapens kocht, gebruikt bij een dodelijke schietpartij. Dat ze betrokken was bij de voorbereiding werd niet bewezen. Ze werd in Sweet Black Angel bezongen op het in 1972 verschenen album Exile on Main Street. Andere tijden. De Vietnamprotesten, die hevig waren op het moment van de toer, spelen nauwelijks een rol in het boek. Rond het concert in Albuquerque worden de paar dagen geweld genoemd die ontstonden bij politieoptreden tegen een blokkade door studenten, waarbij acht gewonden vielen. Het Watergateschandaal komt in een bijzin voorbij. Er is meer aandacht voor de inmiddels vergeten rage van het frisbeegooien. Als een Canadees, Mr. D, gefrustreerd vanwege de koop van valse kaartjes met zwaar vuurwerk een vrachtwagen van de Stones in Montreal wil vernielen dan krijgen we een verslag alsof Hoetjes er zelf bij was, zo levendig. Een krantenbericht rept van extremisten. Er was meer glasschade in de straat dan aan de vrachtwagen. De afscheidingsbeweging Front de Libération de Quebéc was het niet volgens een politieman, dan zou er niets meer over zijn van de vrachtwagens. Muziek, de rest is bijzaak. Geruststellend.

Bootlegs
Het boek speelt in de wereld van de bootlegs, de illegale opnamen. Toch krijgt Mick Jagger bij Record Paradise in Los Angelos alle bootlegs van de Stones die aanwezig zijn gratis mee als hij er binnenloopt. Hoetjes spreekt iemand die de shows in Detroit heeft opgenomen en gefotografeerd, maar zowel de bandjes, foto's als negatieven hebben een recente verhuizing niet overleefd. Leg ze toch in een winkelkarretje en neem ze mee langs de stoffige wegen, schreeuwt Erwin zijn onbegrip van de pagina's. Steeds komen er nieuwe opnamen uit 1972 bovendrijven, die beter zijn dan wat er was. Het roept de vraag op hoelang er nog mensen zijn die uit een stapel oude cassettebandjes een parel uit 1972 weten op te vissen. Hoetjes herinnert iemand aan een vergeten tape van het concert in Chicago. Hij beschrijft de netwerken en methodes om muziek uit te wisselen.

Soms was er een vrouw zwanger van opnameapparatuur om die binnen te krijgen (San Diego). Als ergens in het publiek een microfoon gezien wordt dan is er de kans dat je bij het verlaten van het optreden je zakken om moet keren. Beter om je bandjes dan even bij een ander onder te brengen. Het komt maar zelden voor, zoals in Denver en St. Paul/Mineapolis dat er geen bootlegs zijn. Er is ook nog onuitgegeven officieel materiaal dat de schrijver wil zien.

Fans
Het is een boek voor en over fans. Ik ben geen fan, waarom pakt het me dan toch? Het is onder andere het grote enthousiasme waarmee het geschreven is. Het boek gaat ook over de fan Hoetjes. Hij stamt uit een tijd dat de bootlegs nog over de post werden toegestuurd in enveloppen met stempels en postzegels en een tijdperk dat je muziek nog luisterde over boxen en koptelefoons voor sukkels waren. Dit werk stijgt boven het gewoon fan zijn uit. Hier wordt iets toegevoegd aan de toer zelf. Het is wel heel uitputtend denk ik af en toe tijdens het lezen. Het is alles en nog net iets meer. Maar niemand verplicht me het hele boek leeg te drinken en toch doe ik het. Aan het eind ben ik overtuigd: dit is de grootste rock & roll band van de wereld geweest. Nou ja bijna geweest. Ze houden het eindeloos lang vol, nu al zestig jaar. Deze week staan ze nog een keer in Amsterdam.

De test print is 1½ kilogram aan Stones wetenswaardigheden. Ze wordt verpakt en verzonden voor € 25 (op Marktplaats kom ik het al tegen). Dat is goedkoper dan evenveel Stolwijkse oude kaas. Het boek gaat over van alles en nog wat, maar toch vooral over de sfeer en de gespeelde muziek tijdens de concerten. Door het gedetailleerde boek van Erwin J. Hoetjes kon ik er nu een halve eeuw later in gedachten heen.

Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


zaterdag 11 juni 2022

Boeken juni - deel 1


Laatst gelezen boek boven.

De Ierse Marconist Cameron, de hoofdpersoon in Het verboden rijk van J. Slauerhoff, kende ik al uit Het leven op aarde (dat als tweede deel in deze verkenning van China en de gespleten geest van de schrijver gezien moet worden). Ik besprak het twee jaar geleden.

Het verboden rijk vertelt drie verhalen: dat van de stichting van de stad Macao door de Portugezen; dat van de verbanning van de schrijver Camões uit Portugal (vanwege een affaire met de toekomstige bruid van de kroonprins in de 16e eeuw) en de volgende avonturen in Azië; en dat van Cameron, een Ier die door zijn aparte uiterlijk niet alleen door de Engelsen, maar ook door de Ieren met de nek werd aangekeken. Dat derde verhaal speelt begin 20ste eeuw. Camões en Cameron vallen samen, waarmee ook verschillende perioden en voorvallen samengesmeed worden. Dat is knap literair boetseerwerk.

“Bij Slauerhoff geen streven naar harmonie, geen synthetische levensbeschouwing, geen leefregels, maar één lange, verwoestende, niets ontziende tocht door het leven.
Een droom navertellen was niet hetzelfde als iemand laten dromen. Dankzij de droomachtige scènes in Het verboden rijk (1931) van Slauerhoff vervloeiden Camoës en de marconist en kon Camoës 'in de huid [kruipen] van een marconist,”
zo beschreef Graa Boomsma het in zijn biografie over het leven van Bert Schierbeek.


Het echte levensverhaal van Camões lijkt een beetje op het verhaal in Het verboden rijk, maar is wel sterk aangepast. Zo is het eigenlijk met alle historische gegevens; aangepast of verplaatst in de tijd. Het is geen boek over de geschiedenis van China of Macao. Slauerhoff kende die wel, maar verhaalt niet de geschiedenis, maar vertelt het verhaal van de marconist op zoek naar het leven.

Een vrouw woont in een bijna magisch huis, met smalle toegang, op een eiland omringt door “een ondragelijk paradijs,” zo ijlt Camões. Hij wordt er hels gekweld en wil ontsnappen “al zag ik daarbuiten niets dan de zee die andere hel.” Er zijn de havensteden waar Cameron ronddwaalt die bedenkt dat verdoemd zijn betekent “zich overal vervelen, behalve op de meest ellendige plaatsen, zoals poolstreken, woestijnen en eilandloze zeeën.”

Het is dan ook een boek voor de liefhebber van venijnig meedeinen met het leven van de scheepsarts. Er zijn de falende liefdes. Er is de dwang om te schrijven. Er is de kaping door zeerovers. Deze is dan weer de opmaat naar een benauwende reis door China. (Slauerhoff maakte in de werkelijkheid zelf ook eens een kaping mee, zo noteert Wim Hazeu in zijn biografie.)

Het is een boek vol leven dat wringt als de planken van een zeilschip in volle zee. Een worsteling, op zoek naar voldoening, zoals hier: “het is waar: zich goed te kleden en te scheren verheft het moreel meer dan een hele nacht Goethe of Confucius lezen, van de bijbel nog maar gezwegen.” De zoektocht gaat door in Het leven op aarde, maar daar had ik het dus al over.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven.


De Donkere straten van Caïro; een Makana avontuur
door Parker Bilal is een literaire thriller. Makana woont op een wankele woonboot in de Nijl bij de Egyptische hoofdstad. Hij is een voormalige politie inspecteur uit Soedan. In Egypte weet hij net overeind te blijven door kleine onderzoekjes in opdracht.

Dit verhaal gaat over een groot onderzoek naar een voetballer en lieveling van een van de rijkste mannen van het land. Er worden twee andere verhalen daar doorheen geweven: het verdwijnen van een kind van Egyptische vader en Engelse moeder in donkere straten van de soek; en de opkomst van de Islamitische dictatuur in Soedan. Die tweede ontwikkeling heeft grote persoonlijke gevolgen voor Makana gehad; de schrijver voert ons hierover steeds met kleine stukjes.

De bouw van een megalomaan voetbalstadion staat symbool voor de projecten van de superrijken aan de top van Caïro. De verlichting van het gebouw dat naar de hemel rijkt, ontneemt je echter het zicht op de sterren. Bouwprojecten voor toeristen verdringen de vissers langs de kust. Ze blijken niet de vlucht uit de armoede te zijn waarmee dergelijke projecten vaak verkocht worden.

Korte spannende hoofdstukken met hier en daar een mooie observatie over de mens en zijn omgeving, maken van de thriller een spannend en ook mooi boek. Het glijdt naar binnen, maar blijft ook hier en daar haken.

De donkere straten is het eerste in een reeks van zes thrillers waar Makana de misdaad in Caïro of Soedan induikt. Parker Bilal is het speudoniem van de in Londen geboren en in Soedan opgegroeide schrijver Mahal Majoub die onder eigen naam romans en non-fictie publiceerde.

Het boek is prachtig uitgegeven door De Geus in een serie samen met Oxfam Novib om “schrijvers uit niet-Westerse landen een podium en een stem” te geven. Dat klinkt een beetje als hulp. Het gaat hier echter om een succesvolle auteur die vertaald is zodat de Nederlandse lezer hem kan lezen in de eigen taal. Niet meer, niet minder. Hij had al zeven romans geschreven voor dit boek. Die hadden ook op dat Nederlandse podium mogen staan.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven

Het oog van de Engel door Nelleke Noordervliet is een van haar eerste boeken en vertaald naar het Duits. Het werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. Later zou Noordervliet de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre krijgen.

Het verhaal. Eind 18e eeuw vluchten vader en twee dochters, Elisabeth met een oogziekte en de doofstomme Maaike uit Haarlem naar Frankrijk. Vader overlijdt kort na aankomst en de twee zussen zijn afhankelijk van een ver en geil familielid. Ze blijven er niet. Een marskramer in wetenschappelijke experimenten, de arts Doppet, neemt hen op sleeptouw.

Maaike wordt al snel ondergebracht in een instituut voor doven. Elisabeth groeit uit tot een orakel dat door haar uitpuilende oog en woorden invloed zal krijgen op de kringen van Parijse verlichtingsdenkers.

Het boek is uit en te na besproken. Dat krijg je met zo'n nominatie. Nora van Laar neemt het boek onder de loep, maar gaat ook in op besprekingen ervan. Daar kan je als eenvoudig lezer niet meer tegenop. Dat ga ik dan ook niet proberen. Zelfs het genre was stof voor debat. Was het een liefdesroman of een historische roman. Kan je in een historische roman je hoofdpersonen wel zelf bedenken en voorwerpen die destijds nog niet bestonden (theemutsen) gebruiken om een kleding stuk te beschrijven. De taal (korte pakkende zinnen) en de beschreven tijd zouden elkaar niet passen. Noordervliet laat zich niet beperken. Als ik van Napoleon een grote man wil maken in een roman dan doe ik dat, antwoordt ze de preciezen.

De schrijfster is belerend luidt een andere kritiek. Tijdens het lezen had ik er geen last van, maar subtiel kan je Noordervliet niet noemen. Je moet je verantwoordelijkheid nemen en niet op God afschuiven wat er mis is, laat ze Elisabeth zeggen. En daar blijft niet bij. “Deugd lag niet in maagdelijkheid, maar in eenvoud en moed, in rechtvaardigheid en oprechtheid, in leven naar het hart en met verstand, en die deugd was voor mannen en vrouwen gelijk,” zo bedacht de vrouw met het priemende oog, alsof het een beginselverklaring was.

Noordervliet waarschuwt er ook voor dat de middelen aan de haal gaan met het ideaal. Voor iedereen die geschiedenis in het pakket had op de middelbare school bekend terrein. Niet voor niets begon de examenstof in 1789 en kwam daarbij al snel
Robespierre en de galg om de hoek kijken. Toch diept ze de waarschuwing ook verder uit. Bijvoorbeeld als ze beschrijft hoe de meute een behangselfabrikant te lijf gaat, niet omdat hij zijn arbeiders slecht behandeld, juist niet, maar omdat hij uit hun kringen is voortgekomen. Je moet die woede niet willen temperen, dat is slecht voor de zaak: “Ze horen wat ze willen horen en wat hun woede voedt. Zo gaat het. Er is geen redelijkheid. Die kan er niet zijn. Die mag er niet zijn,” zegt Doppet. Zo begint én ontspoort de revolutie tegen adel en kerk. Het doet uiterst actueel aan.

Er zouden al eerder romans geschreven zijn over hetzelfde onderwerp, zegt een beroeps recensent. Tja en ik de sukkel las die niet en wel deze roman drie decennia nadat het boek verscheen. Ik heb me laten meeslepen door de ideeën en het verhaal. Het belegen karakter van sommige teksten stoorde me daarbij niet. Dat is ook wat waard, meegesleurd worden in een roman over strijd en de gevaren daarvan.

Tijdens het lezen vraag ik me af welke oogziekte Elisabet had. Het blijkt dat Noordervliet een eigen tumor bij het oog als inspiratie heeft gebruikt. Ook hier is de werkelijkheid de inspiratie voor de verbeelding geweest.

Volgende bespreking onder foto.


Laatst gelezen boek boven.

Het stadje waar de tijd STIL is blijven staan is een boek van Bohumil Hrabal. Het speelt in het Nymburk, de plek van Hrabals jeugd en rond de brouwerij waar het gezin woonde en zijn stiefvader bedrijfsleider was.

Het boek begint met verhalen van de jongen, de verteller, over zichzelf, bijvoorbeeld hoe hij een ongewilde tatoeage krijgt en zijn bestaan als schrijver begint om aan straf te ontlopen. Maar het stadje gaat toch niet over hem, maar vooral over zijn stiefvader en diens broer. Papa Francin beroofde de mensen van de tijd door ze bijna letterlijk voor zijn karretje te spannen, oom Pepin gaf juist vervulling aan hun tijd door zijn levenslust.

Als de brouwerij genationaliseerd wordt tijdens de communistische machtsovername in 1948 is het afgelopen met papa als directeur. Hij wordt er lomp en grof uitgezet, terwijl hij redelijk is geweest voor het personeel. Zijn spaargeld wordt geconfisqueerd. Hij mag het later gebruiken om een gevonden, overgroeide en losgewrikte vrachtwagen te kopen. Een wagen die het na goede diensten bij een absurd voorval zal begeven. Bizarre en uitvergrote voorvallen daar staat het boek bol van.

Het ellendige van het leven wordt bijvoorbeeld verbeeld door een schilder die spoorbomen in de verf zet. Even zijn ze beneden, dan gaan ze weer omhoog: kwast in de pot, trap er tegenaan, omhoog, boom weer omlaag. De schilder werd niet steeds kwader, maar juist steeds kalmer. Zo lang je je richt op futiliteiten en en niet op het wezenlijke, valt er te leven.

Zaden uit een in onbruik geraakte botanische kloostertuin waaiden over de muren. Er waren planten die het niet redden, anderen wisten zich uitbundig te vestigen. Van zaden naar mensen is een kleine stap in de wereld van Hrabal: “dat was toch al zo de gewoonte in ons land om je op een of andere manier aan te passen en daarna in een andere en nieuwe tijd op te gaan.”

Uit het nawoord van Drie rabiate leugens haal ik dat die brouwerij ook in het echte leven een voorname rol speelde: “Zijn eerste gedichten typte hij op de Underwood in het kantoor van zijn stiefvader op de achterkant van rekeningenpapier, en wel op zondagen, omdat op werkdagen het kantoor bezet was, zoals hij dat beschrijft in zijn autobiografische proza ' Wie ik ben '.”

De achterflap stelt dat het slot van het verhaal zeer pessimistisch is. Wat mij betreft is dat een wonderlijke uitleg van de metafoor van de over de Elbe weer naar zijn oorsprong varende witte zeemanspet. De cyclus van het leven biedt juist troost in een troosteloos bestaan, waar de mensen hoe goed ze het ook bedoelen steeds weer dezelfde fouten maken, maar waar het toch steeds opnieuw kan beginnen.

Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.