
Zabor*
is een loodzwaar boek van Kamel
Daoud
dat zich afspeelt in het dorp Aboekir in het postkoloniale Algerije.
Hoofdpersoon Ismaël is er geboren in 1970. De huizen van de Fransen
staan er nog en worden inmiddels bewoond door Algerijnen. De Franse
begraafplaats is een plek om rond te hangen en wijkt met zijn
grafzerken en kelders af van de plaatselijke ruimte voor de doden.
Hoewel de dood in het boek zeer aanwezig is, gaat het nog meer over
schrijven en over taal. Schrijven is verlichten bedenkt
Ismaël in de avondzon. Als het moet schrijft hij tussen de zerken of
nabij een stervende. Het beschrijven van het leven van een iemand die de laatste adem uit gaat blazen voorkomt dat die persoon dood gaat. De woorden rekken het leven, zo
meent Ismaël.
Hij werkt al jaren aan het boek Zabor. Schriften
vol heeft hij inmiddels geschreven in een vreemde taal die de zieken
genas en ook “het
prestige van de voormalige kolonisten in stand hield.” Hij
maakt notities op nachtelijke rondes tussen de huizen over de
personen van het het dorp.** Het gaat mis als hij bij het sterfbed
van zijn vader wordt geroepen. Zijn gave hapert dan. De relatie
tussen beide is zeer problematisch. Als jongen is hij samen met zijn moeder het
huis uitgezet nadat zijn oudste broer Abdel hem ervan beschuldigde
dat hij hem in een put gooide. Volgens Ismaël was dat een leugen.
Zijn moeder zou in de woestijn achterblijven en hij zou haar nooit
meer terugzien. Een Christelijke achtergrond zorgt bij dergelijke ontwikkelingen onvermijdelijk voor het leggen van associaties.
Hij werd meegenomen door een oom en kreeg
samen met zijn tante Hadjer en opa Hbib onderdak van zijn vader, de
rijke slager Hadj Brahim, in een huis onder aan de heuvel, waar zijn
vader boven woonde. De herkenbaar (zonder dat de ziekte genoemd
wordt) dementerende Opa was zijn taal kwijt en daarmee een deel van
het leven. Opa zal sterven op zijn schoot als hij veertien is.
Later begon Ismaël toch het leven van zijn vader te
beschrijven, toen die stervende was, alsof zijn zielenheil er van afhing. Dat proces mondt na een leven van verwaarlozing uit in een extase. Een vervoering die je ook als waanzin kan beschouwen.
Tijdens het schrijven van deze bespreking overkomt me wat ook
tijdens het lezen gebeurde; de ene passage tuimelt over de volgende,
het ene idee over het andere. Welk gegeven, welke ontwikkeling of
welk personage moet er hier nu komen in de tekst? In het verhaal
wordt dat tuimelen typografisch gedeeltelijk opgelost door kleinere
letters tussen haakjes te gebruiken bij een inval tussendoor of bij
wijsheden gesproken door de zogenaamde 'innerlijke hond.'
Goed dan, laat ik tante
Hadjer nemen. Ze kon niet lezen, ook de ondertiteling niet bij de Bollywood
films in het Hindi met haar favoriete acteur Amitabh
Bachchan,
waar ze stapelverliefd op was. Ook voor Ismaël gaat de Franse
ondertiteling te snel. Het draait erop uit dat hij aan de hand van
wat woorden, de beelden en gezichtsuitdrukkingen zelf een verhaal bij
de films gaat maken. De verliefdheid van zijn tante gaat zo een
ongemakkelijk sensuele rol tussen hen beide spelen. Dat was schandalig en
leuk tegelijk, zo constateert hij later. Door deze band wordt ook al snel duidelijk dat er niet voor
iedereen evenveel taal is.
Taal kent vele toepassingen. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt als magisch medicijn
in volgeschreven miniatuurboeken die om de nek van de patiënt hangen. Na enige
tijd werd de inkt opgelost en het verkregen vocht opgedronken om het lichaam ermee te
sterken en bezetenheid te verdrijven. De 5436 schriften die Ismaël
vol heeft geschreven worden dan weer begraven tussen de wortels van de bomen;
een manier om het papier terug te geven aan de bron.
De taal
in Aboekir had niet de bedoeling de wereld te ontcijferen, maar was
gevuld met macht, het weergeven van kennis en de regels rondom bezit.
Ismaël, die later Zabor wordt, wil die taal anders gebruiken. Het
boek vertelt hoe klein de taal thuis is vergeleken met de taal op
school. Thuis lijkt de taal vuil, flets en banaal. De taal van school
blijkt uiteindelijk ook zijn zwakheden te hebben. Hij bevatte veel
woorden voor doden, het verleden, plichten en verboden, maar weinig
treffende woorden voor het leven van alledag. Die schooltaal was thuis dan ook als een vis op het droge.
Het gaat in het dorp waar
nauwelijks boeken zijn, en veel van de bewoners analfabeet, ook over
lezen. De schriften met de teksten over stervenden die Sabor schreef, hebben allemaal
een werkelijke boektitel. In het boek staan er op een pagina een aantal bij elkaar:
In
de ban van de ring,
het prachtige Een
zeeman door de zee verstoten,
De
pest*** e.a.
Maar door het boek heen worden er zo tientallen boektitels vermeld. Die gaan daardoor bestaan en blijven, de tekst in de schriften die Ismaël erbij schrijft is wel nieuw en anders. Stiekem komen er zo toch een paar planken met boeken
de roman van Daoud binnen geschuifeld en belanden in het dorp waar weinig
andere boeken dan de Koran zijn. 1001 Nacht is ook zeer
aanwezig. Maar Zabor
is andersom bedoeld dan deze beroemde raamvertelling; niet om het
leven van de schrijver/vertelster te redden, maar zoveel mogelijk
levens van anderen.
Een veel genoemd boek is Robinson Crusoe
dat wordt geanalyseerd er waarop voort wordt geborduurd. Nog
aanweziger is de Koran. Dat boek begint met de opdracht: Lees! Waarom
niet 'Schrijf!' vraagt Ismaël zich af en wat valt er te lezen als er
nog niets geschreven is? Er zijn voorbeelden te over hoe beknellend
Ismaël de islam ervaart; het geloof waarvan zijn vroege naamgenoot
volgens de overlevering de oorsprong was.
Hij schrijft in de
taal van de voormalige kolonisator – die hij leerde door de
erotische getinte thriller Het vlees van de
orchidee
te lezen –, daar komt dan nog bij dat hij (als zoon van een slager)
geen vlees eet, flauw valt bij het zien van bloed, sceptisch staat
ten opzichten van de Koran, en hij verliefd is op een uitgestoten
vrouw met twee dochtertjes die niet toevallig Djemila heet (in
de Koran staat deze naam voor
schoonheid van gedrag.) Hij valt duidelijk uit de toon. Met het loslaten van de Koran en rituelen
daaromheen krijgt Zabor ook steeds meer de overhand over Ismaël. De
conflictstof ligt voor het oprapen. De schrijvende protagonist, is
dan ook beducht voor de imam die de tekst van de Koran volgt waarin
staat: “En de
dichters worden gevolgd door de dwalenden/Zie je niet dat zij in
iedere vallei ronddwalen.../...en zeggen dat zij dat niet doen.” Maar deze blijkt hem echter te helpen als dat nodig is.
Als iemand in een put wordt geduwd dan doemt als vanzelf de
Bijbelse snoever Jozef op, die het ook niet kon vinden met zijn
broers. In Zabor zit een verwijzing naar hem met de opmerking dat in
de Koran een geschiedenis met afgunstige broers goed afloopt voor het
slachtoffer. Jozef zou door de gemene treiterij en wat tussenstappen
een voorname positie verwerven aan het Egyptische hof. Jozef is de enige niet die hier
genoemd wordt met een positie in Koran en bijbel. Ook
Jonas
komt er in voor. De schrijver zelf leeft ook tussen beide religieuze werelden.
Ismaël blijft ook aan de zijkant van de
samenleving staan als zonderling. Heel even als hij naar eigen zeggen
iemand in leven houdt met zijn woorden is er waardering voor hem, maar vaak
zelfs dan niet. Zijn naam doet aan een ander verhaal denken. Ook hij
wordt immers met zijn moeder de woestijn in gestuurd. Niet door
Abraham maar door zijn vader de slager, die zijn vrouw en zoon
afdankt. Dat laat littekens na waarvan de genezing –
indien al mogelijk –
niet evident is.
Ismaël voelde zich
verantwoordelijk voor de levens van zijn dorpsgenoten, voor het hele
dorp. Schrijven verbindt leven, geeft inzicht en haalt wat verloren
leek te zijn weer terug, zo onderstreept Zabor. Uiteindelijk verwaaien zijn volgeschreven pagina's en ligt zijn vader dood,
zonder dat hij nog bij de stervende is geweest. Zijn manisch
schrijven heeft vader niet gered. Schrijven blijkt geen wondermiddel dat leven vasthoud of de doden opwekt. Schrijven is belangrijk, maar
minder dan de man is gaan denken in zijn waanzin die voortkomt uit zijn gemakeerde leven in een knellende omgeving.
De
versie van Zabor die ik las, kwam van de bibliotheek. Een vorige lezer heeft er
een boodschappenbriefje in laten zitten voor eenvoudige etenwaren en een fles wijn. Met
enige fantasie is op de achterkant daarvan een deel van een foto van een muur
in Aboekir te zien. Er zijn mensen die dergelijke lijstjes sparen.
Het is ook taal, ook schrijven, en in zijn simpelste vorm ordenend, maar het gaat niet de diepte in zoals gezocht door Daoud in zijn
boek. Zoveel diepte dat bij het lezen soms de vraag opdook of het niet teveel
losraakte van de werkelijkheid. Maar dat is precies wat Ismaël/Zabor
overkomt en wat hem treft in het laatste deel: De extase. De woestijnwind neemt
zijn schriften mee en de bladen vliegen door het dorp. Hij is
ontworteld; de waanzin nabij. Zijn schrijven heeft geen greep op het
leven gegeven.
De opdracht vooraf laat zien dat dit in de
werkelijkheid van de schrijver anders ging:
Aan mijn vader Hamidou
Die me zijn alfabet naliet
Die zo waardig stierf
Dat hij zijn dood versloeg.
Het boek is
geschreven in drie steden: Oran in Algerije, Tunis en Perugia in Italië,
waar hij onderdak vond bij de Civitella
Ranieri Foundation.
In Algerije zijn alle boeken van Daoud inmiddels verboden en zijn
visie op de geschiedenis van het land en de islam wordt hem niet –
om het zwak te formuleren – in dank afgenomen. Vanwege woede over de
roman Zabor werd het graf van zijn vader vernield. Zijn laatste boek,
Houris
(rondom een vrouw die in de burgeroorlog van de jaren negentig werd
verminkt), schreef hij in Parijs. Algerije had hij inmiddels moeten
verlaten. Het is schrijven op het scherp van de snede.
Noten:
*
“Volgens
de islam is de Zabor een van de heilige boeken die vóór de Koran
zijn geopenbaard. Het wordt vaak vergeleken met de Psalmen,”
zo wordt vermeld op de pagina met de colofon. Bijna de helft van die
psalmen wordt toegeschreven aan David, de herdersjongen die koning
werd. Er is een
wiki
met meer uitleg ver de paralellen tussen beide. De Engelse uitgave heeft als titel Zabor,
or The Psalms.
** Dit verzamelen van informatie over personen is later een
delicaat onderwerp geworden, aangezien in zijn laatste roman Houris
sprake is van informatie
verkregen door het medisch geheim te schenden,
tenminste dat wordt hem aangewreven. Sowieso staat zijn schrijversloopbaan bol van uitgesproken meningen en is als gevolg daarvan vol van de strijd en
controverses. Ook in Zabor neemt hij geen blad voor de mond.
*** Albert Camus (van De Pest) stond ook aan de basis van
zijn succesvolle eerste roman Moussa
of de dood van een Arabier die De vreemdeling vanuit lokaal perspectief liet zien.










_miljoenpoot.jpg)



