foto & oprisping
maandag 12 oktober 2026
vrijdag 9 oktober 2026
Donderdagmiddag. Halfvier.
<
Donderdagmiddag.
Halfvier. is een kwart eeuw geleden geschreven door Kristien
Hemmerechts. Het is een boek met een missie die op de achterkant is verwoord:
“Ik heb dit boek geschreven omdat ik stilaan geloof dat de belangrijkste relatie die een mens in zijn of haar leven kan hebben, die met zijn of haar kinderen is, ongeacht het succes of het falen ervan. Meer en meer geloof ik dat ouders onvoorwaardelijk van hun kinderen moeten houden, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn. Dit boek is dan ook opgedragen aan alle kinderen, en dus aan ieder van ons.”Het is een opdracht die doet denken aan Woutertje Pieterse, ook een boek dat pleit voor werkelijke aandacht voor kinderen. Donderdagmiddag... laat zien dat de inzet groot kan zijn, maar dat door toevalligheden en invloed van buiten af een goede afloop niet gegarandeerd is. Dit is echter geen reden de aanbeveling van Hemmerechts ter zijde te schuiven.
Ze had het boek ook op kunnen dragen aan de mannen met het advies beter rond te kijken en niet alleen zichzelf te zien en wat beter te luisteren zodat ze meer voor hun omgeving zouden kunnen betekenen. Je ontkomt ook niet aan de opwellende wens dat vrouwen zich zouden ontplooien en niet vastplakken aan bijvoorbeeld het bakken van patatfriet. Dat laatste gebeurt in de roman, maar de vrouw in de fituur is niet alleen, een ander zoekt wel ruimte voor zichzelf.
Op donderdagmiddag om halfvier rijdt Damien, vaste prik, met zijn camionette over het plein van een Vlaams dorp. Hij geeft op die middag typeles op de plaatselijke lagere school. In zijn bestelauto staan de machines. Typen is alles, bijna de basis van het leven, voor hem. Computers worden door afgedaan als minderwaardig: zíjn machines zijn je-van-het met hun lange armen en doordachte mechaniek en met toetsen die een vasteplek hebben (Als Sien Die Fijne Gulden Haar Jongen Kan Lenen, leerde ik als veertienjarige) op het enigszins rondlopende klavier.
Damien is een in zichzelf verloren man die de frietenbakster Anna vraagt met hem uit eten te gaan. Ze overweegt, ze twijfelt, en als ze op het punt staat mogelijk positief te antwoorden, dan komt er toch iets tussen dat haar verontrust en haar mening over Damien beïnvloed. Een en ander leidt ertoe dat het etentje toch niet door kan gaan.
Aan de camionette wordt buiten de roman om (in een 'Bericht aan de lezer') aandacht besteed. De boekenwurm moet niet denken aan wat Van Dale onder de term vat: een gewestelijk woord voor bestelwagen. Het gaat hier niet om zo'n zakelijk voertuig, maar om een nogal versleten exemplaar dat er in de verte nog aan doet denken. Hij speelt een grote rol in het verhaal.
In hetzelfde bericht wordt ook gesteld dat er wel meer woorden uit de streektaal worden gebruikt in het boek. Hemmerechts haalt zelf 'schuren' als voorbeeld aan, wat bij haar voor schrobben staat (en een ander aan schuifelen doet denken, maar de context wijst de weg). Zelf struikel ik over het woord pissijn (voor urinoir). Die openbare plasplekken worden door Anna regelmatig geschuurd met javel (dat is een bekend soort bleekwater) wat volgens de groenen slecht zou zijn voor het milieu. Hier botsen twee werelden op elkaar: de behoudende van we hebben het kuisen altijd zo gedaan, en die van het moet beter, meer verantwoord. Die botsing is in de afgelopen 25 jaar alleen maar sterker geworden.
De roman zit vol verhalen. De zoon van de sleutelmaker vertelt als een ware Hans Christian Andersen sprookjes. Dat heb je met de oosterlingen, zo meent men in het dorp. Hij corrigeert: van Marokkaanse afkomst betekent uit het zuiden en Andersen en de bekende verhalen verzamelaars, de broers Grimm, waren ook geen oosterlingen. De schrijfster kan zich via Hassan uitleven en zo moralistische sprookjes door het boek strooien.
De kinderen in het dorp worden geconfronteerd met ruziënde ouders, beknottende en kleinerende regels, een overdreven aandacht voor veiligheid, een aan de drank zijnde leraar, een kwal van een typeleraar, paters en geheimzinnigheid over wat niet vertelt mag worden, omdat het niet zou horen. Het zou beter kunnen, veel beter, zo laat Hemmerechts op een prettig leesbare manier zien.
Als Karen, een van de lagereschoolleerlingen, wordt gedood dan leidt dit op een beeldende manier tot aandacht voor rouwverwerking:
“Nooit zou ze onder de levenden terugkeren. Het was te vroeg om dat onder ogen te zien. Of om het te begrijpen. Karen was ook nog niet helemaal weg. Iets van haar hing nog in de lucht die zij zo kortgeleden had ingeademd. Een gevoelig trommelvlies kon de echo van haar lach opvangen. Er zaten kleren van haar bij de was. Iemand had zondag nog een mailtje van haar ontvangen dat ergens bij een server was blijven hangen. In de koelkast stond de fles cola waar alleen Karen van dronk. De lakens waartussen ze het laatst had geslapen lagen ongewassen op haar bed. In de recorder zat de band met de film waarvan ze donderdagochtend de opname had geprogrammeerd (…).”Je zou tegenwoorig toevoegen, ze zat nog als contact in WhatsApp met daaronder haar berichtjes.
Het boek sluit af met haar vertrek uit de wereld waar ze nog een aantal dagen rondwaarde. Langzaamaan wordt afscheid genomen. Klasgenoten zouden later nog aan haar terugdenken.
De dood weegt zwaar, maar niet veel zwaarder dan de normale beperking in de omgang, al lijkt het oppervlakkig gezien wel zo. De lezer ziet vanuit de Hemmerechtshelikopter dat er meer is dat kinderen en een ieder van ons verstikkend bekneld. Karen gleed tenslotte de Donderdagmiddag... uit.
donderdag 8 oktober 2026
Steekteerbrug

De kortste, rustige route tussen Amsterdam en Dordrecht of Zwijndrecht loopt via
de Steekterbrug bij Alphen aan de Rijn. Je kwam daar tot voor kort in een wonderlijke situatie
van kort afdalen, tunneltjes en weer klimmen en weer dalen. Vervolgens
kwam je na een containeropslagterrein terecht op een klein fietspad langs de
Gouwe naar Boskoop. Inderdaad, je kan ook vanaf de fiets denken.
Het is een tocht die langs water gaat; van Amstel, via Aarkanaal, en Gouwe over de Lek, Noord of Beneden Merwede en Oude Maas. Rivieren – alle water – in je tocht zorgt ervoor dat je gebruikt moet maken van tunnels, bruggen en ponten of moet omrijden. Hoofd- en autosnelwegen zijn de moderne rivieren van deze flitstijd, waarlangs mensen en vracht zich verplaatsen. Een brug over zo'n hoofdweg is hier het knelpunt voor de wielrijder. En het water? Dat is door de klimaatcrisis juist een dreiging geworden die door werkzaamheden beteugeld moet worden of het staat te laag. Je kan alles omdraaien, is hier blijkbaar de wijze les.
Al eerder had ik het over de werkzaamheden aan de Steekterbrug (en het
water). Er was nog een geitenwandelpaadje langs en daarover kon je weer op het
vervolg van het fietspad komen. Het scheelde een stuk om. Je zou denken dat er
een oplossing aangelegd zou worden voor fietsers en voetgangers. Er is ruimte
voor. Maar als onvoldoende mensen met invloed zich ervoor inspannen dan komt dat
er niet. De auto's razen er wel 4-baans voort. Maar die hebben een E-factor en
zijn in de beleving van velen (inclusief beleidsmakers) van groter belang.
(Overigens passen in die E-aanpak ook de brede fietspaden voor mensen die op de
tweewieler (aangedreven door elektra of niet) naar hun werk of school gaan. Dat
is dan weer wel winst.) Op de heenweg ging ik nog over dat geitenpad. Het gaat nog steeds, dacht ik verheugd. Op de terugweg twijfelde ik; zal ik maar niet een andere route nemen: wat om via zus-of-zo? Bij Boskoop ging ik de hefbrug over en meteen links af; mijn keuze was gemaakt. Ik zat op de route naar de Steekterbrug. Daar bleek de boel afgezet alsof het een militaire aanval moest weren. Bij de mega zandzakken stond een bordje dat het wandelpad ook afgesloten was. Wandelaars konden dat immers niet begrijpen en over die meter hoge zandzakken klauteren.
Vanaf nu wordt het een zo gunstig en veilig mogelijk alternatief zoeken om dit knelpunt heen. Het had anders gekund, maar Nederland fietsland kiest niet altijd voor wat al lang niet meer bij het nationale imago hoort, dat was ooit. De fiets is bezig met een internationale opkomst. Maar de wet van de remmende voorsprong laat zich weer zien in dit landje in de delta.
Bestaat er eigenlijk een fietsersbond afdeling in Alphen aan de Rijn? Die is er. Hij verklaarde onlangs dat de toekomst op deze plek voor fietsers minder veilig wordt en deed een oproep dit te veranderen.
vrijdag 2 oktober 2026
gliff

Gliff is een roman van Ali Smith. Het verhaal begint vreemd met rode natte verf om een huis, waar de bewoners vervolgens met een camper uit moeten vertrekken. Diezelfde rode verf verschijnt de volgende nacht om het voertuig van Leif, hij was de man in huis. De camper werkt vervolgens niet meer en wordt weggesleept. Er is blijkbaar een grens getrokken. Als woonruimte betrekken de kinderen vervolgens een leegstaande rijtjeswoning waar spoorwegpersoneel woonde in de tijd dat de railverbinding aangelegd werd. Er zijn geen meubels en het huisje ligt op een treinreis afstand van de eerdere woonplaats. De kinderen zijn dus weg van het bekende. Leif koopt conserven voor een week voor Bri (Briar) en Rose, de kinderen van zijn vriendin.
Hij vertrekt in de richting van de moeder en zijn vriendin, een politiek activiste die verdwenen is. Je merkt terecht te zijn gekomen in een nare en angstaanjagende wereld waarin men absoluut niet zou willen leven. Het boek is dan ook voortgekomen uit de opdracht een Kafkaësk verhaal te schrijven.
Gliff
Rose betwijfelt als
eerste of Leif wel terug zal komen. Ze staat wel vaker vooraan.
Praten daar was ze niet snel mee. Ze was vier. “Paard,”
was haar eerste woord. “Zei ze wat,”
vroeg Bri destijds aan zijn moeder. “Ik
zei paard,” antwoordde ze zelf.
Ze was nu ook de eerste die de paarden in de buurt van hun lege huis
tegenkwam. Ze krijgt een band met hen, vooral met die ene grijze die
ze Gliff zal noemen. De naam komt als een fantasiewoord, maar het
blijkt met ouderwetse papieren woordenboeken in de hand toch veel te
beduiden. Er is een kort hoofdstuk aan gewijd: Wat
Gliff betekent. Die betekenis loopt van een synoniem voor stikkie, via een voorbijgaande ervaring van pijn of plezier,
tot een woord dat ieder ander woord kan vervangen. De naam van het paad had die vooral die laatste
betekenis en het dier werd zo volledig
vrijgelaten. (Hun eigen naam wordt door de broer en zus zoveel
mogelijk niet gegeven of veranderd. Zo kunnen ze anoniemer door de
maatschappij bewegen.)
Paarden spelen in Gliff een rol als
dier dat staat voor vrijheid om te ontsnappen aan de beknellende
omgeving. Gliff moet het lichtblauwe paard zijn dat de kaft van de roman siert.
Een paard om vrolijk van te worden. Toch duikt ook de gevleugelde,
mythische Pegasus op, niet in de vorm van het email-programma met
die naam, maar in de betekenis van de gelijknamige Israëlische spionage software.
Inderdaad als er al eens licht verschijnt dan wordt dit in de roman
al snel weer overdekt met donkere beelden. “We
moeten niet wegkijken van de duisternis. En als ik niet keek naar het
donker, wat voor soort schrijver zou ik dan zijn,”
vraagt Smith zich retorisch af in
een interview.
Maar paarden maken toch vooral
beweging mogelijk. Ze zijn ook echt aanwezig door hun geur en geluiden. Het
paard als aangenaam baken van rust, en een held.
BeknellendAls de twee er op gaan letten lopen voor het huis bijna alle mensen voorbij met een blik op het scherm van hun mobiel en hebben anderen een intelligent horloge om de pols. Bestaan de kinderen op een foto in de sleutelhanger van het huis waar ze leven of zijn ze samengesteld uit duizenden digitale portretten, zoals de kennis steeds vaker ook uit opgediste losse brokken bestaat? Overal hangen observatiecamera's met of zonder afluisterapparatuur. Op de achtergrond zijn van de bevolking de persoonlijke details vastgelegd, zoals familierelaties, baan, inkomen, enzovoorts en is een stukje verloren grond voor rondtrekkende mensen onbruikbaar gemaakt door er betonnen paaltjes op te plaatsen (enigszins vergelijkbaar met het harteloos onbruikbaar maken of zelfs verwijden van bankjes in parken, op stations en bij bushaltes voor een mens die er wil liggen of gewoon als hangjongere, wandelaar of passagier even wil zitten.)
Faciliteiten voor vermaak, zoals theaters, concertzalen, bioscopen – waar mensen ooit heel ouderwets samen van de verbeelding genoten – worden gesloten en maken plaats voor dure vastgoed projecten.
Brian zal ooit een machine maken die data van het net weg eet zodat mensen niet zijn wat het web zegt wat ze zijn, denkt Rose. Hij zal ook de technologie uitvinden om surveillance apparatuur om mensen te volgen op hun tochten te stoppen; het na gaan van de handelingen van mensen heeft immers niets te maken met reizen. Dat had de camper wel (of wat mij betreft de fiets en niet het vliegtuig of privé auto), weer aldus de zus die trots wil zijn op haar broer.
Smith schildert hier een controle maatschappij die stilletjes ook steeds meer onze werkelijkheid wordt. Angstaanjagend, maar minder naar en totalitair dan hier geportretteerd. Het is eerder een waarschuwing voor wat komen kan en waarvan veel facetten er al zijn, dan een beschrijving van een hedendaagse werkelijkheid. Zoals ook 1984 in 1948 door Orwell werd geschreven.
Woorden en beeldenHet zoeken naar de betekenis van woorden komt veel voor in de literatuur van Smith, zoals het verband tussen lock en lockdown in Companion Piece. Er zitten niet gangbare woorden in de tekst die moeten worden opgezocht of waar overheen moet worden gelezen. Als Brian het woord profligate gebruikt om zijn zus te pesten, dan vraagt Rose: Wat? Brian reageert met de opmerking dat het niet zijn probleem is als zij niet weet wat woorden betekenen. Gemeen, maar het stelt de lezer gerust die dit woord voor losbandigheid of spilziek ook niet kent als een Engelstalig romanpersonage hetzelfde probleem heeft.
Ook keert de aandacht voor schilderkunst terug in de boeken van Smith. Hier is dat een aantal pagina's over George Stubbs met zijn schilderijen van paarden die worden aangevallen door een leeuw. Ze zijn geschilderd in een situatie waarin de paarden met opzet angstig zijn gemaakt. Rose noemt dit ronduit nep en verweert zich er tegen. Ze sprak laat, maar neemt nu geen blad meer voor de mond ook niet om haar oprechte verontwaardiging uit te spreken. Niet als het draait om de dierenmishandeling door Stubbs, niet als het ingaat tegen het totalitaire regime en niet als het gaat om haar identiteit. Gliffs vacht licht op; maar haar woorden verlichten het verhaal in meerdere betekenissen.
Tekst loopt door onder clip.
Moeder “drove us playing the
songs by the singer called marianne Faithfull up the lane and on to
the main road then the motorway towards the greener north. Bronken
Engelish, Sister Morphine, Working Class Hero. What Have They Done To
Rain,” p. 250.
De zangeres sluit vrijwel naadloos aan op deze
roman.
TaalAls je aan een beknellende literaire wereld denkt komt naast 1984 al snel Brave New World van Aldous Huxley voorbij als klassieker in dit genre. Gliff geeft me wel het gevoel dat het dichter bij de huidige wereld staat dan de genoemde voorgangers en dat leidt mijnerzijds tot afweer tegen de zwartgalligheid in de tekst. 'Zo erg is het niet,' verzucht ik regelmatig. Maar het denkbeeldige hoeft niet als naadloze mal over de werkelijkheid te liggen om toch betekenis te hebben. En het is onmiskenbaar; veel is al zo erg. Ze haalde Huxleys boek ook Autumn binnen om de controle in dienst van het vluchtelingenbeleid een contekst te geven. Dat Gliff niet omkijkt, maar de toekomst in, maakt het niet minder deel van de het samenhangende oeuvre van Smith. Het weer oppakken van de Dappere Nieuwe Wereld is daarvan slechts een voorbeeld.
Huxleys boek
duikt nadrukkelijk op in Gliff: veel alinea's in het slot van de
roman worden voorafgegaan door vetgedrukte tussenkopjes die spelen
met die titel
rave new o ld
ave
n (i) r
en nog een aantal andere
varianten om vervolgens over te gaan in
Brave old
world
Brave you world
Brave now world
Bravo new world
Brave
new word
Het zijn tussenkopjes die de verhaalde status
quo en de apathie op de korrel nemen. Nieuwe dapperheid. Smith
laat het woord ingaan tegen de verdoving van de technologie en
kunstmatige pillen die de onderklasse in dit boek slikt tegen de
pijn. Het spelen met die bekende boektitel doet ook denken aan de
leuze van de Anders Globalisten: een andere Wereld is Mogelijk.
Woordkeus speelt daarbij een rol.
Het
maakt duidelijk dat dit boek verhaalt over het donkere, maar ook over
zich niet neerleggen bij de situatie. Het lijkt noodzaak je te
verzetten tegen de beknotting van hogeraf. Zus zette haar taal, haar woorden, daartoe in. Hoewel het verhaal een open einde kent en de tekenen niet
gunstig zijn, is dit niet meewaaien de weg die zelfs broer Bri weer wil
gaan samen met Colon, de zoon van de eigenaar van
Gliff.
SprongenHet is net alsof er geen jaren tussen de ontmoeting met die jongen en het paard zitten, maar eerder een paar weken zo terloops gaat de hernieuwde kennismaking tussen de twee toch inmiddels volwassen mannen. Even is het moeilijk mee te gaan met ras vertelster Smith. Ze maakt flinke sprongen in haar verhaal. Je zou willen weten wat er in die tussenliggende periode is gebeurd. Hoe het ging met Colon? Waarom koos Bri ervoor zich in het systeem te passen?
De samenleving die Smith schetst is ook al niet gemakkelijk te verteren. Mensen die verdwijnen, uitgesloten worden, gevaarlijk en ziekmakend werk doen, met pijnstillers als beloning (Sister Morphine als troost), overal gecontroleerd worden, en dat in een herkenbare omgeving. Het blijft de verzuchting oproepen: is het niet wat veel?!
Het boek is een waarschuwing voor de controle maatschappij, waar mensen misbruikt kunnen worden, afgeschreven als goederen en keihard gecorrigeerd als ze niet in de pas lopen. En het is door de laatste stappen die Brian zet vooral een aansporing je niet bij een autocratische bestuur neer te leggen en je medemenselijkheid niet te verliezen. En dat alles in een ellendig verhaal dat je soms keihard raakt, maar dat zeer zeker ook prachtig en aangrijpend verteld is.











