
Piaggio is het boekenweekgeschenk voor 2026. Het is geschreven door Hendrik Groen (pseudoniem van Peter de Smet*). Het gaat over twee gewone mensen uit een stad met weinig opgeklopt imago. Almere is inmiddels wel de 7e stad van Nederland en groeit nog. Is gewoon, maar ook bijzonder, en verdient een plek in de literatuur.
In Milaan gaan Anton en Marieke een Piaggio (driewieler autootje met tweetaktmotortje**) kopen om daarmee weer naar Nederland te reizen.
Anton is sinds kort werkeloos. Hij verkocht schoenen, maar de keten waarvoor hij werkte ging failliet en hij stond, toen hij 's morgens wilde beginnen, plotsklaps voor een gesloten rolluik. Stel je dit voor. Marieke is de buurvrouw van zijn zus en niet zo gelukkig in de liefde.
Anton en Marieke komen elkaar voor 't eerst tegen als die zus haar vijftigste verjaardag viert in een zaaltje van een buurthuis. Beide zijn geen fuifnummers, maar ze vinden elkaar onder het drinken van bier, rosé en rum cola's. Anton vertelt in het zaaltje dat hij spijt had dat hij de Piaggio niet was gaan halen toen hij dit dertig jaar eerder had bedacht.
Aangeschoten gaan ze naar huis, maar het was wel gezellig. In die gezelligheid werd het plan geboren het alsnog te doen. Samen.
De reis is van A tot Z uitgestippeld qua route, en is zo'n 1200 km met op iedere 120 km een geboekt hotel. De twee slapen op aparte kamers. De relatie ontwikkelt zich wel, maar de lichamelijke klamheid zit in de krapte van het voertuig waardoor de dijbenen wel tegen elkaar aan moeten liggen. Verder niet. Het hele plan is meer een ongeluk voortgekomen uit overmoedigheid door teveel alcohol dan als amoureus avontuur ontstaan. De katers en de val van Anton die volgden op de feestavond zijn de wildste elementen in het geschenk. Het heeft meer van een patat-met-appelmoes-en-knakworstjesverhaal dan van een vertelling vol zuurkool met worst en een stevige jus, geen espresso maar een koffie met melk.
De route is uitgestippeld met de langeafstandsfietsroute van Amsterdam naar Rome als uitgangspunt. Op de Stelvio (een bekende
bergpas ook binnen het wielrennen) halen ze dan ook fietsers in of
worden zelf door wielrijders ingehaald; hard gaat zo'n Piaggio niet.
Zelf fiets ik een route vanMaastricht naar Rome (en ben in Basel en hoop volgend jaar weer verder te gaan en Milaan of
Rome te bereiken) die net wat anders loopt, maar zo'n detail brengt
het boekje dichterbij en de daarbij ook de wens mijn eigen avontuur
af te maken. Hendrik Groen kan tevreden zijn.
Als Marieke in het Duits om
hulp roept als het misloopt (het karretje rijdt niet meer en is in de berm belandt) dan vindt
Anton dat geweldig van haar. Haar 'hilfe' zorgt ervoor ze naar een garage worden gesleept en naar het volende hotel gebracht. Het oplossen van problemen onderweg,
omdat je wel moet, is ook voor mij een van de fijne kanten aan zo'n
tocht. Hier is het een element in de toenadering tussen de twee.
“Het doel van een boek is wat mij
betreft dat je met plezier en niet al te veel inspanning het einde
haalt,” zegt Peter de Smet in een
interview met Libelle. Het geschenk Piaggio typeert hij raak:
“het is een lief en grappig boekje geworden, maar hopelijk ook
een duwtje in de rug voor mensen die zich al jaren laten tegenhouden
in hun dromen.” Het is inderdaad een lichte en gratis hap voor
laat op de avond: een die smaakt. Soms is meer niet nodig dan een
patatje mayo in boek vorm.
Noten:
* Dat weten we
sinds 2016 en werd niet pas nu met de CPNB-publiciteitscampagne
bekend.
** Het gaat om de vrachtuitvoering. Handig voor de
koffers. Toevalligerwijs werd in het boek dat ik hiervoor juist
geageerd tegen de tweetaktmotor. In het verhaal over de motoren:
Wharrr – Wharrr – Wharrr! Opgenomen in Tjies van Vincent Mahieu
staat “We hadden een souvereine minachting voor twee-tact
motoren.”)

