The Humans door Matt Haig is een buitenbeentje, zelfs tussen het allegaartje dat ik de afgelopen jaren las. Haig mag dan een bestseller schrijver zijn, bij mij komt science fiction niet snel op het leesplankje. Dat het nu wel zo was, zal er mee te maken hebben dat ik weken aan huis gebonden was en geen nieuw leesvoer kon grazen in de kasten langs de straatkant of de bij de bibliotheek. Bovendien zo erg is het ook weer niet over de zelf getrokken genre grenzen heen te lezen, Daaarnaast wordt in de roman gesteld dat er slechts een genre is binnen fictie en dat wordt 'boek' genoemd. Of dat helemaal klopt? Maar dit boek gaat inderdaad wel over de mens, en wat daar zo mooi en bijzonder aan is, zoals ook romans in andere genres wel beschrijven.
Het begint met een naakte man die van elders in de ruimte komt om het gevaar te bestrijden dat is ontstaan door onderzoek van de wiskundige professor Andrew Martin naar de Riemann-hypothese. Deze stelt dat de structuur van het voorkomen van priemgetallen kan worden begrepen. Dat zou een stevige basis leggen onder een belangrijk deel van de wiskunde. Bernard Riemann had het slot op het probleem gevonden, maar zou sterven voordat hij de sleutel had. Die leek tot ruim anderhalve eeuw later onvindbaar. Maar niet voor gedreven wiskundige Martin. Zijn vondst zou de mens supercomputers, uitleg voor kwantummechanica, en toegang tot interstellair transport op kunnen leveren.
___________________________
Priemgetallen komen regelmatig terug in de roman van de cijfers zelf (zoals de langste die wordt genoemd 4314398832739895727932419750374600193), via de positie die ze in wiskunde innemen en lievelingspriemgetallen tot meer poëtische betekenissen ervan, zoals: “Elk zo ondeelbaar als liefde, behalve door één en zichzelf.”
Een
gezant van duizende lichtjaren ver weg in de ruimte is vervolgens belast met de
taak deze kennis en de mensen die er wetenschap van hebben uit de weg
ruimen. Hij neemt daartoe het uiterlijk van Martin aan. De liquidatie wordt gemotiveerd met de visie op de mens door andere ruimtebewoners. De mens is volgens hen een levensvorm die
slecht om kan gaan met zichzelf, maar ook met de wetenschap die ze
zich verwerft. Teveel kennis in menselijke handen zou slecht zijn
voor de rest van het leven in de ruimte. (Je kan er als krantenlezer in de eenentwintigste eeuw al inkomen.) De gezant vernietigt het
document in Martins computer en gaat op zoek naar wie van deze kennis nog
meer op de hoogte is.
Ga je op vakantie naar een andere land
of zelfs een ander werelddeel dan vallen veel dingen op, omdat ze
anders zijn dan thuis. De kloon van Andrew Martin heeft dat ook. Dat
begint al met de kleding. Hij komt dan wel in de verschijning zoals Martin
was, maar zonder kleren. Hij begrijpt niet dat hij daardoor
afwijkt van het normale. Hij wordt voor dat streaken
zelfs opgepakt en geobserveerd in een kliniek. De missie is dan wel minitieus uitgewerkt, maar minder op meer algemene
zaken.
In de kliniek merkt de verschijning uit de ruimte dat hij steeds opnieuw vragenlijstjes in moet vullen. Vragen geeft de indruk
dat je het leven van anderen beheerst die niet binnen de lijntjes
blijven, zo analyseert hij dit aardse fenomeen. Hij verbaast zich erover dat het nieuws alleen gaat over mensenzaken
en dieren er blijkbaar niet toe doen. Wiskundige ontwikkelingen maken
er al helemaal geen deel van uit, en het nieuws is belangrijker als
het het gerapporteerde dichterbij gebeurde (voor hem – van
duizenden lichtjaren ver gekomen – is alles op de aarde nabij). De antropoloog uit de ruimte verwoord daarmee gedeeltelijk de herkenbare onlogische aardse logica.
Op de eerste pagina staat een zin over menselijk gedrag om
door het hele boek mee te nemen en te zien welke voorbeelden daarvan
gegeven worden: “Ze
converseren zelden over de onderwerpen waarover ze het willen hebben
(….).” Van
die onderwerpen geen uitdrukkelijke voorbeelden, maar de woorden
tekenen de sfeer wel die een buitenstaander opmerkt als hij probeert
de mens te begrijpen. Veel loopt net anders dan verwacht. Mensen gaan
bijvoorbeeld winkelen om gelukkig te worden. Maar ze worden er vaak
juist ellendig van. Ze houden vast aan de weekindeling van weekend en
werkdagen, terwijl juist de vrije zaterdag (de zondag is alweer de
dag voor de werkweek) ze blij maakt. Waarom die indeling niet
omkeren? Ze eten het vlees van ander leven, zoals van koeien, maar
dat willen ze blijkbaar niet al te duidelijk zien en daarom noemen ze
het vlees anders dan het levende dier (van cow
naar beef
van
pig
naar
pork).
Lachen heeft veel functies, net als stiltes die vallen, en een
andere klemtoon bij een woord kan het een andere betekenis gegeven. Soms heeft een bepaalde klemtoon zelf een betekenis (zoals bij:
'zullen we naar boven gaan?' of in het café 'naar mijn huis?'). Er wordt gefronst, schouders opgetrokken etc, alles om iets
te vertellen en dezelfde beweging kan zomaar iets anders betekenen in een nieuwe
context.
Het valt de nieuwe Andrew Martin op dat voor
genezen het woord recover
wordt
gebruikt alsof gezondheid iets moet bedekken dat zit verborgen in het
menselijk wezen.
Voor buitenaards leven kan de formele geschreven en
gesproken taal in grote mate eenvoudig zijn, dat betekent niet dat
menselijke communicatie dat ook is.
De mens leeft meer dan
honderdduizend generaties op aarde, maar weet nog steeds niet hoe er
te leven, menen ze op de planeet Vonnadoria waar de gezant vandaan komt.
Een Duitse natuurkundige die werkte in Bern wordt als voorbeeld genoemd. Zijn
theorie, een dagdroom, leidde een halve eeuw nadien tot de
vernietiging van twee Japanse steden en een groot deel van de
bevolking ervan. Dat is niet wat Einstein wenste of bedoelde, maar
het gebeurde toch.
Zo beroerd als lichtjaren verderop
gedacht wordt is het aardse leven toch ook niet. Niet alle mensen
werken voor roem en rijkdom (als voorbeeld wordt de Russische
wiskundige Grigori Pereleman genoemd, die na het oplossen van het
Vermoeden
van Poincaré van geen eer of prijs wilde
weten),
niet allen zijn botte agressievelingen die elkaar bevechten zonder
reden. Er zijn bovendien ook mooie zaken, zoals muziek, poëzie,
liefde, wijn, boterhammen met pindakaas, seks, en vriendschap die het aardse leven mooi maken. Zelfs de tegenstrijdigheid in woord en
handeling van de mens heeft iets moois en mysterieus, aldus de tweede Andrew
Martin. Dood en pijn zijn niet fijn, maar ze stellen grenzen
waarbinnen geleefd kan worden met volle inzet en die beperking geeft
soms ook kwaliteit.
Kloon Martin wil vanwege dit alles
blijven en dan beginnen de problemen pas echt goed.
Tekst loop door onder video en songtext
“What I [Kloon Martin] wanted,in fact,
was to go home. So, I stood up. It was
only a short walk away.
Home – is where I want to be
But I guess I'm already there
I come home – she lifted up her wings
Guess that this must be the place.– Talking Heads,
'This must be the place' (p. 291)
Binnen
die muziek komen vooral Talking Heads en Debussy naar voren en in de
poëzie staat Emily Dickinson op eenzame hoogte. Er zijn
verschillende gedichten van haar werwerkt, zoals:
How happy is the little stoneOok het eerste vers van het gedicht Hope is a thing with feathers wordt geciteerd.* Zo brengt een ruimte bewoner me in contact met aardse literatuur en dichtkunst.
That rambles in the road alone,
and doesn't care about carreers,
And exigenies never fears;
Whose coat of elemental brown
A passing universe put on;
And independent as the sun,
Associates or glows alone,
Fulfilling absolute decree
In casual simplicity.
Hope is thing with feathers
That perches in the soul,
And sings the tune without the words,
And never stops at all.
En het is vooral die
ene zin van Dickinson uit het gedicht
549 die het boek wil onderstrepen, en zichbaar
maken met woorden, visies en gedachten net zoals mascara de wimpers nadrukkelijker laat zien:
“Till I loved I never lived.”
Schrijver
Matt Haig is in dit boek uitdrukkelijk opzoek naar “de
malle en vaak beangstigende schoonheid van het mens zijn.” Hij
schreef er een verhaal omheen dat ik maar moeilijk weg kon
leggen.
Noot:
* Dat
gedicht gaf Grief
is a thing with feathers de populaire roman van Max
Porter zijn titel. Verdriet is een ding met veren, besprak
ik eerder. Ook daarin komt Emily Dickinson nadrukkelijk aan het woord.











