Carola
Houtekamer en Freek Schravesande,
een duo NRC-Handelsblad journalisten, schreef Afrit
Akersloot met
de lange ondertitel:
'Een reis langs plaatsen waar niemand de baas is.
Het titelverhaal gaat over het van der Valk Hotel net boven
Uitgeest en onder het dorp Akersloot, 'n dorp dat naar een pontje klinkt.
Van der Valk hotelHet hotel wordt bestiert door Steve en Sanne. Niet met zoveel buitensporige ziel en zaligheid als zijn ouders er in stopten, maar met zo'n zestig uur per week nog steeds fors. Het verhaal beschrijft een van de loten aan de familie-Van-der-Valk-hotelketenboom (nu al in zijn zesde generatie) en vat in snelle streken het begin en wat daar tussenin lag. Ook de broers en zus van Steve hebben zo'n hotel. In die zin gaat het juist over een familiestamboom vol bazen. Maar het gaat ook over de gasten: de vertegenwoordiger die zijn relaties warm houdt, de directeur die zijn secretaresse warm houdt, het Marokkaanse stelletje dat de vorsende blik van de ouders ontvlucht, de leisuregasten op e-motorfiets, opa en oma met kleinkinderen, leiderschapstrainers etc. Die gasten lijken redelijk vrij in hun doen en laten, ook al wordt niet alles gewaardeerd. Je belandt met de schrijvers tussen hen, het personeel, en daarmee in kringen die je niet kent.
De opdracht aan journalisten zoals verwoord in de inleiding en die eerder gebruikt werd door Gerard van Westerloo en Elma Verhey, was zoek een plek waar niks aan de hand is, ga zonder plan, spreek met iedereen (niet over ze) en stop pas als je verhaal af is. Hier gebeurt dat.
Deze eerste reportage is de op een na langste van het boek en belooft veel voor de rest.
Plaats delictHet volgende korte hoofdstuk speelt in Hardinxveld-Giesendam. Het beschrijft het moeilijke leven van een man die dood en verzwaard in het kanaal eindigde en vergeten had moeten worden. Maar een visser haalde hem boven. Er wordt in en rond het dorp gesproken met mensen die de moord toejuichen, het slachtoffer zagen als iemand die expres kindertjes op de dijk probeerde aan te rijden, en een ander die juist de mooie kanten van Johan zag en er op wees dat hij cadeautjes voor zijn kinderen meenam. Het gaat over ruzie, de kop en het maaiveld, nieuwkomers in een gesloten gemeenschap en over dat iedereen zijn verhaaltje klaar heeft en dat de kroeg als tamtam werkt.
IndustrieterreinIn Nederland zijn overal industrie-terreinen vol prefab loodsen, kantoren, magazijnen e.d. Het zijn plekken waar je nog niet dood gevonden wilt worden. In totaal waren er (in de tijd dat boek geschreven werd) 4.148 met een totale oppervlakte 841 km‘. Er werkten 7.000 mensen bij 265 bedrijven op het hier besproken terrein: de Liesbosch bij Nieuwegein. Samen drinken die dagelijks zo'n 3.500 liter koffie (of wat er op lijkt). Feiten zijn inderdaad deel van het verhaal.
Veel van de infrastructuur is niet eens van de gemeente; het onderhoud laat dan ook te wensen over. Je ziet op zo'n plek heel veel, maar dus ook het belang van een overheid.
Er is van alles van bouwmarkt, hengelsportverzendhuis, tot bordeel en Portugese kerk. Of alle vier duizend terreinen zo kleurrijk zijn? Geen idee, maar een verhaal als dit verandert en verruimt je kijk op dergelijke terreinen.
Schiphol
'Een
zomer rondhangen op Schiphol,' heet het volgende hoofdstuk. Het is
verdeeld in negen sub-hoofdstukjes. Het linkt passief: rondhangen.
Hoewel het werk van de journalist nauwelijks wordt genoemd – en
eigenlijk alleen als stoorzender bij het werk – begrijp je als
lezer dat je niet vanzelf mee kan kijken in de ruimte van de
luchtverkeersleiders; dat spreken met de observant in burger pas kan
na herhaalde verzoeken; en in de bagageafhandeling zien ze liever geen
vreemden. Toch wordt ook vanuit die krochten over Schiphol
gesproken.
Maar ook daklozen – Iris: “Ik
dacht al wanneer komt ze bij mij”
– en schoonmaker Ali komen aan het woord. Schiphol is geen
Nederland. Dat zie je meteen. Het is een vluchtige stad met
gladgeboende straten en glazen wanden, winkels met drank, peperdure
diamanten en IT-consumententech. Zoals Schiphol zijn er nog honderden anderen plekken, veel maar op een paar uur afstand. Maar Stad?
Is Schiphol niet vooral een
lawaaierig 'logistiek proces' om tientallen miljoenen mensen, hun
bagage en vracht snel en vervuilend van A naar B te brengen? Ik denk
het vooringenomen wel. Bij schrijfster Tokarczuk kwam ik al eens 'de
topografische reispsychoanalyse' tegen om het snelle reizen door de
lucht te kunnen begrijpen en om aan die duiding geld te verdienen. Het beeld van het vliegveld als een stad,
blijft wankelend overeind, maar wel als net niet kloppende metafoor.
CampingDaarna naar Brabant, een camping met vaste bewoners in stacaravans. Zo'n camping waar je uitgerust met een klein tentje meteen ziet dat je er niet past, en vaak ook niet wilt passen. Hier loopt het flink mis. De eerste inleidende alinea sluit af met de zin: “Ze heeft zojuist een moord gepleegd.” Ze is Lenie H. Ze schoot met een Heckler & Koch pistool de campingbaas in zijn gezicht om vrijwel niets: een akkefietje, onvrede met alles en bijna iedereen, en uit een soort melige verveling. Schiet jij of schiet ik, overlegde ze met haar vriend vlak voordat zij het deed. Richten en een kleine knik met de wijsvinger en de partner van de campingbaas blijft achter met haar twee zoons. Een week werk, met als resultaat schrijnend portret in negen pagina's.
Haagse volksbuurt
In
de Haagse Spoorwijk is armoede troef (het gemiddelde maandinkomen
lag er met €1.500 p.m. bijna en kwart onder het Nederlandse
gemiddelde van €1.933), er is een afkeer van gezag (in volgorde van
aversie: de gemeente, het Binnenhof, de EU, woningbouwvereniging
Vestia en de politie). Maar er is ook boven gemiddeld veel
saamhorigheid (wat elders in het land noaberschap
is gaan heten, alsof het alleen op het platteland voorkomt).
Een moeder van zes zonen had haar huis altijd openstaan voor hen en
hun vrienden. Uit die huiskamer zou de Quote 500 bende geboren
worden. Een groep die inbrak bij de extreem rijken en gepakt zou
worden. Het heette een slag voor de georganiseerde criminaliteit. Er
wordt om gelachen in Spoorwijk. Niets is hier georganiseerd, zegt de
wijkfilosoof: “Misdaad
niet, relaties niet, kinderen niet. Het komt op je pad.”
Moeder, de Haagse versie van Ma Baker, moet vertrekken van Vestia,
maar de bewoners startten een handtekeningenactie voor haar. “Op
de lijst staan namen van alle nationaliteiten. Er is niemand die haar
iets verwijt. 'Het is een hele lieve vrouw'.” Het
zijn woorden uit een andere wereld met eigen mores. Intussen wordt
het aangelegde parkje zo deugdzaam bewaakt dat vrijwel niemand er
komt. Regels en normen van buitenaf kunnen de plank flink misslaan.
Er is meer. Er zijn Centraal Aziaten en Oost-Europeanen die 's
morgens heel vroeg met busjes gehaald worden om voor een grijpstuiver
te werken. Iets later worden de inpakkers en plukkers voor in de
kassen opgehaald en nog weer later de mensen met een net wat beter
baantje, heftrucchauffeur wordt in dit verband genoemd. In het
algemeen geldt hoe later op de ochtend je vertrekt, hoe beter je
positie. Maar uurlonen zijn voor die hele klasse van arbeiders zonder
(normale) status extreem laag.
Weer dompelen de schrijvers de
lezer onder in een onbekende wereld, de wereld van het dorp in de
stad. Daar waar een Arubaanse ex-marinier zich niet liet wegpesten door de
buurtschoffies, waar moeders het bindmiddel zijn, omdat de vaders
vaak vertrokken. Waar pas bij een weerbaarheidstraining wordt geleerd
dat je ook 'nee' tegen je kinderen kunt zeggen.
Je weet zeker
dat er veel meer van dit soort stukken geschreven kunnen worden en
dat ze er toe doen.
BorsseleAfslag Akersloot sluit af met een verhaal om een dagje rond te gaan hangen bij de kerncentrale in Borssele. Het werd maar een moment. De schrijvers kwamen er per lift en de liftgever vond dat de journalisten beter met hem mee konden gaan. Zo werd het hoofdstuk een verhaal over een Italiaan die in Zeeland terecht was gekomen. Dit voorbeeld van gastvrijheid die het plan wegvaagde, was wel de kortste en minst interessante van de zeven rapportages.
De stukken
zouden zomaar voorstudies voor (delen van) een roman kunnen zijn. Ze
lezen ook in deze rapportage stijl al fijn weg. Het aanrommelen
zonder deadlines, zonder voortgangsrapportages, en zonder outlines
vooraf, leveren een kijk op de wereld naast je, die je misschien niet
ziet, maar door dergelijke stukken wel meer gaat zien. Achter een
krantenbericht, zoals 'Vrouw vermoord campingbaas om onbekende
reden,' blijkt een verhaal schuil te gaan met meer kanten dan
gedacht. Georganiseerde misdaad blijkt een enorme overdrijving en
raakt kant noch wal en daarmee komt de verkeerde oplossing.
Niet de Staat-maar-de-Straatjournalistiek slaat vaak door naar
rapportages waarin een microfoon onder de neus wordt geduwd van
iemand die 'Weet ik veel,' zou kunnen zeggen, maar uit zelfrespect of
teveel eigendunk toch liever met een mening komt, ongefundeerd of
niet. Hier is ook de samenleving aan het woord, maar wel in vorm die
het waarde geeft en de lezer inzicht en context. Ik heb het boek gelezen zoals ik ook romans lees. Meer van dit.
















