How to
be both van Ali
Smith begint met het doen en laten van de schilder Francesco
del Cossa die
bijna 600 jaar geleden leefde. Hij was volgens de roman vergeten,
maar doordat hij zijn opdrachtgever de regionale heerser Borso
d'Este, schriftelijk opslag vroeg en deze brief bewaard is gebleven, bleef zijn
naam bekend en konden ook andere werken aan hem worden toegeschreven. Zijn
grootste klus was beschilderen van een ruime in het Palazzo
Schifanoia
in Ferara.
Dat deed hij in de werkelijkheid samen met Cosmo
(Cosimo
Tura).
Die speelt in het boek een rol op de achtergrond, en wordt genoemd
als adviseur, leraar, hofschilder, en schilder van ander werk. In het
geval van het paleis kwam hij twee keer kort “als
een zwaan binnen gegleden en deed een kleinigheid,” zo vertelt Del Cossa in de roman.
In het
paleis komen later in de geschiedenis de goed bewaarde fresco's tevoorschijn van achter
een laag verf die erover geschilderd was.
Het
roman personage Del Cossa verwijst regelmatig naar het boekwerk over
schilderkunst van de grote Alberti (De
pictura
van Leon
Battista Alberti)
die leefde van 1404 tot 1472.
Veel is er niet bekend over Del
Cossa's leven, maar Smith put uitbundig uit wat voorhanden is. Die gegevens heeft ze aangepast en aangevuld met wat nodig was voor het verhaal.
Het werd voorzien van franje, zoals bij een bordeelbezoek waar hij de
vrouw die voor hem gekozen was om seks mee te hebben – betaald door een
bemiddelde vriend – in plaats daarvan tekende en hij naast
haar in slaap viel. Het hele huis van plezier wilde vervolgens wel zo'n tekening
en het maakte hem er immens populair. De meer gebruikelijke
activiteiten in een dergelijke gelegenheid kwamen onvermijdelijk ook.
Dat Del
Cossa zoon was van een vader die muren bouwde is dan weer aan de
bekende geschiedenis ontleend.
Vreemd
is dat twee moderne
jongeren naar het werk kijken en dat de schilder dit kon zien. Het
meisje hield een plaat vast waarop liefdesperikelen te zien waren
omgeven met muziekklanken en de afgebeelde personen dansende bewegingen
maakten. Nu herkennen we daar
meteen een mobieltje in met op het scherm een muziekclip. Del Cossa
kende dat niet. Die jongen, wie was hij? Haar vriend? Haar
broer? De schilder denkt het laatste.
Veel meer dan sluimeren op de
achtergrond doet deze magisch realistische aanwezigheid van jongen en meisje niet. Het
draait vooral om de kunstenaar en zijn kunst. Het beschilderen van de
ruimte in het paleis wordt beschreven met aandacht voor het
werk en voor de details (waar het werk van Del Cossa en Tura inderdaad toe
uitnodigt).
In het tweede deel blijkt dat de twee jongeren
samen met de moeder naar het paleis zijn afgereisd om het werk te
bekijken.
Magisch lijkt ook de beschrijving van de reële aanwezigheid van een verbeelde creatie of persoon:
“Schilder
een roos, een muntstuk, een eend of een baksteen en je zal het
met zekerheid voelen alsof de munt een mond had en je vertelde wat
het was om een geldstuk te zijn, alsof een roos je zelf verklaarde wat bloemblaadjes zijn, hun zacht- en vochtigheid als een vlies van
kleur dunner en gevoeliger dan een ooglid, alsof een eend je vertelde
over de natheid en de gelijktijdig droge onderliggende veren, of een
baksteen over de ruwe kus van zijn huid.”
Het is er niet echt, maar het schijnt wel zo.
Die vermenging is ook aanwezig in de beschrijving van een geschilderde, aan de haak geslagen, en krachtige vis, waaraan de lijn
moest worden doorgesneden, zodat de hij aan de vangst kon ontsnappen.
“Juist
daardoor is het de beste vis die ik ving, de vis die ik niet ving,
omdat het de vis is die nu altijd bij me blijft en nooit gegeten zal
worden, hij zal nooit sterven, zal nooit op het land belanden,”
zei de schilder. De verbeelding werd tot werkelijkheid.
Nog
een voorbeeld van zijn en niet zijn. Hier in de vorm van een
intellectueel spelletje. Wat was er eerst de ondergeschilderde fresco of de schildering daaroverheen? Volgens dochter George de onderste. Moeder
betwijfelt dit want het eerste wat we zien is wat aan de oppervlakte
ligt. Als we niet weten dat er iets onder is zou dat ook niet
kunnen bestaan. De gesprekken tussen moeder en dochter zijn regelmatig op het
scherpst van de spitsvondige snede en aangenaam om te volgen.
![]() |
| Allegory of May by Francesco del Cossa |
______
______
In het tweede deel
zal de moeder overlijden en verwerkt George haar verdriet.
Rouwverwerking is een gewild thema voor romans. Ook hier speelt het
schijnbaar toevallig, zonder opdringerig te zijn, een grote rol. Beetje bij beetje wordt verwerkt dat moeder er niet meer is. Na verloop van tijd verschijnt weer een lach op George's gezicht.
De overleden moeder was een econome,
journaliste en Internet Guerilla Interventioniste. (Tegelijk met How
to be both
las ik een
boek over kunst-activisme
en soms liepen beide boeken samen op, zoals bijvoorbeeld als in het tweede wordt beschreven hoe actiegroep fierce pussy taal ziet als een constant geschapen en herschapen wezen, dat
lijkt te ademen. Door de moeder wordt taal in een
dispuut met haar dochter neergezet als een levend en groeiend organisme.)
Moeder heeft wel meer van de activisten uit dat andere boek,
ze schreef ook LIAR (LEUGENAAR) op een ruit van een restaurant boven
het hoofd van een daar dinerende politicus of spindoctor; een van
beide, welke van de twee, dat is vergeten.
Ze dacht ook
achtervolgt te worden. Of was de achtervolgster verliefd op haar en wilde die haar zien en ontmoeten. Is
liefde eigenlijk altijd te herkennen? Als de vrouw naar het buitenland verdwijnt vraagt de dochter zich af of ze een goede
vriendin of een geliefde van haar moeder ziet vertrekken?
Met
de eerder gebruikte woorden 'begint' en 'tweede' verraad ik welke
versie van de roman ik heb gelezen.
De roman bestaat uit
twee delen, beide één genoemd. In het ene is Del Cossa aan het
woord en begint met een schets naar een fragment uit een
schilderij van hem. In het andere deel, eveneens één, speelt de
tiener de hoofdrol en daar staat de schets van een bewakingscamera
naast de nummering ervan. (Die tekening geeft ook meer dan een hint naar een antwoord op de eerdere vraag omtrent liefde of controle. De afgebeelde camera wijst immers op observatie en de moeder is niet paranoïde, maar terecht op haar
hoede voor de achtervolgster.)
Twee maal een eerste deel, betekent dat de lezer zelf mag
beslissen waar het lezen begint; halverwege of voorin. De meeste
mensen zullen het laatste kiezen. Maar How
to be both
is – hoe treffend – ook nog eens uitgeven in twee versies. Daarin zijn de delen van plek verwisseld. “Dit
klinkt als een roman vol postmoderne gimmicks, maar Smith brengt het zowel fantastisch complex als ongelooflijk ontroerend,”
schreef recensent Ron
Charles met betrekking tot dit aspect.
Het roept onvermijdelijk de gedachte op hoe de roman beleefd wordt in de andere volgorde. In de schilder-eerst versie komen de
schimmen pas in het tweede deel uitgebreid tevoorschijn.
De schilder blijft iets geheimzinnigs houden, terwijl de moeder, zoon en vooral dochter uitgewerkt worden. Deze volgorde
lijkt me daarom het mooist. In 'de andere versie' krijgen George, haar moeder en broer 'gewoon' de overhand, omdat de lezer als eerste kennis maakte
met hen. Maar zeker weten zal die dat nooit. De kans op die eerste
indruk is immers verkeken.
Hoewel muziek in de geest andere snaren
raakt dan tekst, is de indruk van een eerste volgorde toch enigszins te vergelijken met het voor
het eerst horen van een aansprekend muziekstuk, waardoor een uitvoering met andere musici daarna vaak minder klinkt dan wat eerst kwam.
Het is door deze bijzondere contructie wel een boek om twee keer smaakvol je tanden in te zetten.














