dinsdag 25 augustus 2026

Twee weken kamperen (10-24 augustus)

Begin bij Voorst. Dan door naar Winterswijk. Tenslotte naar Kootwijk. Elk met een kleine, maar verschillende camping. Op de eerste keken we met veel kampeerders samen naar de eclips; wat de zonsverduistering tot een speciaal sociaal evenement maakte. Opvallend was dat er op die camping ook een kist met achtergelaten gebruiksvoorwerpen en spellen stond, evenals een mand voor dito schoonmaak, douche spullen en kookgerei stond. Daar kon je uit halen wat je nodig had. In Winterswijk werden we op een hete dag onder de boom op een stukje privé terrein gezet en kreeg ik na mijn warme fietstocht bij aankomst een koud glas fris. Er heerste een fijne sfeer. In Kootwijk stonden we midden in een prachtig stukje Veluwe.

Alle drie waren ze zonder toeters en bellen. Alle drie prettig. We bezochten Zutphen, we fietsten door de omgeving, zagen een dubbele watermolen, wandelden en bezochten een verjaarsfeest in de buurt.
Pas op de terugweg zie ik groot wild. Vijf herten steken vlak voor me het fietspad over dat door een militair oefengebied loopt. Overal zijn de sporen van wroetende zwijnen te zien en menigeen op de camping heeft een rotte gezien, veelal met een tiental gestreepte jongen.
     Op de camping in Kootwijk vertelt een vrouw dat ze 's nachts wakker was gemaakt door haar man om door de infraroodcamera naar de everzwijnen te kijken die vlak langs het hek van de camping aan het graven en wroeten waren.

Vakantie is business
Dat brengt me meteen op een volgend thema uit deze vakantie. Vakantie is business. Kamperen zonder nachtzichtapparatuur? Onmogelijk. Dan zie je een deel ervan immers niet veel, alleen de sterren aan de hemel.
     Je ziet de commercie ook aan de kampeerbusjes en campers die de tenten eruit concurreren. De ene waarvan er een paar stonden - en waarvan we de prijs opzochten - kost zo'n €60.000. Vakantie het mag wat kosten. 
     In de winkel waar ik een campingaz tankje ging kopen leek het in opzet wel een IKEA, inclusief restaurant. Wel
72.500 m2 kampeer 'benodigdheden', leuk voor een dagje uit met het hele gezin. Er was een afdeling vloermatten, een deel met alleen voortenten, een grote afdeling met sportieve kledij, en tenten te kust en te keur, van mega bungalowtenten en tenten voor op het dak van je Land Rover tot douche- en trekkerstentjes. Eigenlijk was alles er wat je wel en niet nodig kan hebben, inclusief lichtgewicht lijmklemmen. En ja ook het blikje dat ik zocht.
     Je zou er bijna een hekel aan kamperen krijgen als je geen melkkoe wil zijn. 

Graven, vlinders en bloemen


Bij Winterswijk zijn twee groeves waar 245 miljoen jaar oude kalk wordt en werd afgegraven. Deze gaat in asfalt voor landingsbanen. Het verbaast me altijd dat dit zomaar kan: stukken uit de aarde halen die er al zo lang liggen. Dat is misschien een vreemd sentiment. Het overgrote deel van de elementen op aarde zijn immers veel ouder dan de mens en al aanwezig sinds het ontstaan. Vaak worden bij de extractie wonden in de aarde geslagen en heeft het negatieve vervuilende consequenties. Maar hoeveel schade wordt veroorzaakt voor welk doel is niet beantwoord door de blik op de effecten alleen; dat is geen kosten baten analyse, al doet het grote gat pijn aan de ogen. Maak de weging zelf.


Hier in Winterswijk haalt men wel eens een bijzonder fossiel uit de groeve. Die onderstrepen de leeftijd van de lagen. In de oude, stilgelegde mijn leeft inmiddels een Oehoe. Die was er niet of onzichtbaar, nadat ik dus ook geen evers zag tijdens de vakantie. Wel waren er vlinders, niet alleen de nachtvlinders in de WC-gebouwtjes, maar ook een gehakkelde aurelia, blauwtjes (die weer niet lang genoeg stil wilden zitten, zodat ik niet weet welke) en zelfs een kolibrievlinder en bij toeval een daimio (maar dat zag ik thuis pas op de foto). Op de camping bij Huppel in de gemeente Winterswijk zat die kolibrievlinder in het bloemenparadijs dat daar door een gast is gecreëerd. Het is alsof je zo de tropen instapt, zeker op een hete dag als bij arriveren. Van trompetboombloemen, via muntsoorten naar de reuze bloemen van de hibiscus XL, de verfijnde blauwe engelentrompet, mandeville etc.
    De vakantie begon met een foto van de kikkerbeet in de sloot bij het stoomgemaal van Putten. Maar er kwamen ook wilde gagel, korenbloem, en klokjesgentiaan bij.

Flamingo en water



Wat dieren betreft had ik me verheugd op de flamingo's van het net over de grens gelegen Zwillbrocker Ven. We zagen er maar één en die liep door de smalle strook water in wat was overgebleven aan nattighheid. Was de rest van de roze vogels al vertrokken naar de mildere Grevelingen en was dit een oude vogel die de reis niet meer kon maken? Of waren de andere vogels op zoek gegaan naar een plek waar wel voldoende water en eten was (ook voor de dit jaar geboren zestien jongen)? Ik vond het maar een verdrietig beeld, maar de reden voor de geringe aanwezigheid vond ik ook online niet.
     Ernaast stond de de mais hoog op het veld en was het gras groen. Waarvoor je het water gebruikt is een politieke beslissing, zeker in tijden van schaarste.


Boer, voer, vlees en melk
Voor koeienvoer was er indirect dus wel genoeg water beschikbaar. Want dat viel op. De meeste grond staat vol mais of gras (ook pal naast het ven), hier en daar wat aardappels, soms wat bieten (maar dat kunnen ook voederbieten zijn) en een beetje graan dat al was gedorst. Als er niet meer voor vlees en melk wordt geteeld dan komt er heel wat ruimte vrij. Nog een lange weg.
     Er waren nu nog wegen aan twee kanten omgeven met muren van het hoge mais. Effect engelse landweg met heggen, waar je ook geen uitzicht hebt? Nee. Daarin zitten bloemen en bessen en dus insecten en vogels, hierin vrijwel alleen halmen. Bij het oogsten gaan die meteen door de hakselaar, vervolgens de kuil in met wat inkuilverbeteraar en klaar is de hap voor de runderen. 
De boer was thema deze vakantie. Zelfs als je geen kranten koopt en het nieuws het nieuws laat kwam je er niet onderuit. Omgedraaide vlaggen in weilanden langs wegen en boven spandoeken. Overal uit de duim gezogen bijdragen van de boer aan ons welzijn, onze natuur en ons eten en een pleidooi voor het boerenbedrijf boven natuur maatregelen. De geëtaleerde domheid kent geen grens (zie hieronder). Het Nederlandse platteland heeft Red Neck allures. Naast die spandoeken dan vaak grote stallen, mooie huizen en een aantal auto's op het erf. Bij Putten zag ik zelfs een omgekeerde vlag in een bordje van een makelaar bij een verkochte boerderij.Het beleid kan vast duidelijker dan nu met uitstel op uitstel; compensatie kan beter geregeld worden; uitkoop krachtiger aangepakt; maar als je dit jaar nog niet ziet dat het klimaat, de natuur en het milieu een helpende hand nodig hebben dan ben je asociaal op jezelf gericht. Dan mis je ook dat je leeft in een land waar lang niet alles goed gaat, maar ook niet zo slecht als het boerenverstand ons wil doen geloven, en waar bedrijfsmiddelen worden ingezet in dienst van het directe eigenbelang, activiteiten aangestuurd door de agrobusiness (die uiteindelijk alleen een boodschap heeft aan de boer als die geld opbrengt). De overheid papt en houdt nat ook als er daarvoor geen water is.

De roman De Witte Burcht van Orhan Pamuk ging mee op deze vakantie. Op de eerste pagina merkte ik op hem te kennen en inderdaad schreef ik er al eens over; de titel was me alleen ontschoten.
In de tent zag ik een kever. Het was de fraaie colorado kever, genoemd naar een staat waardoor de Corn belt loopt (zo kan je overal verbanden zien), maar wordt vooral gevreesd door aardappelboeren.

Op de terugweg bloeit de kikkerbeet nog steeds bij het Putter Stroomgemaal.





donderdag 20 augustus 2026

A sultan in Palermo

 


A Sultan in Palermo* (2005) is het vierde deel van de het Islam kwintet van Tariq Ali (al eerder besprak ik The book of Saladin uit dezelfde serie). Dit vierde deel speelt halverwege de 12e eeuw op Sicilië. Het eiland wordt in het boek consequent Siqilliya wordt genoemd. Sultan Rujari (van Noormannen komaf) is ziek en probeert door goede sier te maken richting de Christenen uit het Noorden, waarvan de invloed groeit, het overleven van de zijn familie als heersers op het eiland te bestendigen.
     Hij doet dit door zijn onvoorwaardelijke steun aan de Christelijke invloedssfeer te tonen door zijn belangrijkste onderdaan, de Islamitische admiraal en raadsheer Philip Al-Mahdia, te veroordelen tot de dood op de brandstapel. Het was een beleid dat haaks stond op zijn eerdere visie, waarin godsdienstvrijheid juist een voorname plaats innam. Hij is in die andere richting gestuurd door Christelijke fanatici, zoals de monnik Antonio uit Canterbury. Er is steun voor vanuit delen van de adel van Scandinavische oorsprong en de binnengehaalde Lombarden (Italianen uit het noorden).
     Het verhaal tekent de strijd door Christenen uit het noorden tegen de Islam in Zuid-Europa – op de route van de kruisvaarders naar het heilige land – en dit zorgt voor een afnemend vertrouwen bij de tweede groep in een gedeelde toekomst.

Tariq Ali is schrijver van 45 boeken over vooral wereld geschiedenis en politiek. Hij is geboren in Lahore en werd door zijn ouders begin jaren zestig in naar Engeland gestuurd, omdat hij gevaar zou lopen in Pakistan, waar hij zich verzette tegen de dictatuur. Inmiddels is hij vooral bekend vanwege zijn positie binnen de New Left Review en een bekende linkse stem in het Britse debat. In A Sultan... zie je de linkse, en atheïstische invloeden terug die zijn leven kleurden, zonder dat het er dik bovenop ligt. Opvallend is de aandacht voor structuren en schema's rond organisatie en macht. Het duurt door die aanpak wel even voordat de roman gaat leven.

De belangrijkste protagonist in het verhaal is de wetenschapper (cartograaf en botanist) Idrissi. Hij wordt materieel en politiek gesteund door Sultan Rujari ofwel Koning Rogier. Het gaat over zijn ontdekkingen, zijn familieleven (dat verre van soepel verloopt), relaties en amoureuze uitspattingen, zijn breken met de de sultan en zijn twijfel of hij net als zijn vrienden beter kan vertrekken op zoek naar een veiliger plaats om te leven. 

Het vertellen vanuit een wetenschapper geeft de mogelijkheid om de waarde van het verwerven van kennis los van of naast religie te benoemen. Dat gebeurt al op de eerste pagina als de moeder van Idrissi hem duidelijk maakt dat de kennis van voor de profeet ook waarde heeft. Het belang van kennis blijft als thema terugkeren in de roman.
     Idrissi is ook verheugd als hij een dochter krijgt en neemt daarmee afstand van de gedachte dat het bij nakomelingen slechts zou draaien om zoons. En als zijn dochter verliefd wordt op een fluitist is hij verheugd over haar vreugde en niet teleurgesteld dat ze een partner beneden haar stand vond. In hoeverre Idrissi bijna een millennium geleden dergelijke idealen had? Geen idee. Maar het komt aangenaam over. Zoals ook een debat tussen Idrissi en zijn buitenechtelijke liefde Balkis over de dichters Ibn Hamdis en Ibn Quzman prettig is om te lezen. Idrissi houdt meer van die tweede dan van de eerste, maar van de eerste worden woorden geciteerd in de roman:

I exhausted the energies of war
I carried on my shoulders the burdens of peace
*
Het ombrengen van Al-Mahdia leidt tot onrust en opstandigheid onder de moslims op het Sicilië. Opvallend is dat de gewenste terughoudendheid bij een militant antwoord herhaaldelijk wordt bepleit. Dat komt niet voort uit pacifisme, maar is een rationale en strategische keuze. Voor het reageren moet de situatie geschikt zijn, anders zou het de Christelijke troepen slechts aanleiding geven voor een slachting onder de Islamieten en hen ook daar waar ze nog sterk staan (Syracuse en Noto) verzwakken. Een militant antwoord moet worden voorbereid en dat kan jaren duren. Toch wordt wel een dorp aan de invloed van machthebbers ontrokken en er wordt stil gestaan bij de manier waarop dit dorp zich kan handhaven en hoe dergelijke overwinningen ook elders kans van slagen hebben.

De epiloog speelt in de periode 1250-1300 en niet meer op het eiland Sicilië, maar in het stadje Lucera in de spoor op de Italiaanse laars, waarheen de moslims van Sicilië verplaatst zijn. Ook dat gebied viel onder het rijk Siqilliya. Daar konden ze gecontroleerd en beheerst worden en afgeslacht als de machthebbers dat wensten. Door moorden, ze in slavernij te storten en vluchten komt een eind hun bewoning van Zuidelijk Italië.

Als ik het boek bijna uitgelezen heb hoor ik op de radio een stuk van het album Dialogos : Francis of Assisi meets Malik Al-Kamil waar Holland Baroque en het ensemble Constantinople samenwerken. Dat gaat over de ontmoeting tijdens de vijfde kruistocht in het jaar 1219; tussen de hoofdtekst en epiloog van de roman in. Deze muziek laat naast de door Ali verhaalde geschiedenis ook een mooier verhaal zien. Maar ondanks de donkerder werkelijkheid (waarvan de sporen nog bestaan in het dialect van Lucera waarin de taal van de Bourgondiërs doorklinkt, die de gewelddadig en grof leeg gemaakte ruimte vulden) is het goed om ook over die harde geschiedenis van de verdreven moslims te lezen. Die wordt niet weggepoetst met een glimmend historisch voorbeeld dat op zijn best laat zien dat een andere aanpak mogelijk was. Sultan Rujari was in beginsel ook de beroerdste niet, maar de onstandigheden lieten hem een andere kant op bewegen. 
     Het kwintet zou een Noord-Europese tegenhanger kunnen hebben waarin wordt beschreven om welke reden de kruistochten werden georganiseerd en welke tegenstand er tegen bestond. Maar dat kunnen we van de 82-jarige schrijver niet meer verwachten. Ali geeft een aanzet te lezen over de ontwikkelingen aan de randen van de Middellandse Zee en neemt je daarin mee.



Noten:
* De illustratie van de twee luipaarden op de kaft is een veel gebruikt en vercommercialiseerd beeld (o.a. verbonden met een zeepproduct van het eiland), het is een mozaïek uit het paleis in Palermo en volgens het blog Palermo Palace: Monday Mosaic een voorbeeld van interreligieuze samenwerking en deze tekst 'Palermo’s Medieval Mosaics Inspired by Sassanian Art' staat stil bij de invloed van de Sassaniden (een vroeg Perzisch rijk).  
** Elders wordt de ogenschijnlijk zelfde tekst net wat anders geciteerd: (The Kingdom of Sicily, 1100-1250; A Literary History, Karla Mallette, University of Pennsylvania Press, 2011).

vrijdag 14 augustus 2026

Specht en zoon

  

Als de titel Specht en zoon (2004) – dat is geschreven door Jan Willem Otten – de lading van het boek dekt dan gaat het over de puissant rijke vastgoedmakelaar Valéry Specht die een schilderij van zijn zogenaamde aangenomen zwarte zoon wil laten maken.

Het overgrote deel van het verhaal speelt echter in het atelier van de portretschilder Felix Vincent dat gevestigd is in het huis Nimmerdor,* gelegen in het gebied tussen Oud-Valkenveen en Huizen. Niet ver van Laren. Je kan er de lampjes van Almere aan de overkant van het Gooimeer zien flikkeren. Vincent is een gevierd schilder die pietje precies portreteert. Hij wordt vader van een zoon.

Kort nadat de schilder is geïnterviewd voor een glossy door journaliste Minke Dupuis  krijgt hij bezoek van Specht die een flink bedrag biedt voor het schilderen van zijn geadopteerde zoon Singer. Hij nam die mee uit een oorlogsgebied in West-Afrika. Nu is hij dood. Een portret zou hem weer leven inblazen, meent Specht.
    Felix staat niet te springen hij schildert het leven, maar het geboden honorarium maakt veel goed en brengt vooral de wens om Nimmerdor aan te kopen sneller dichterbij. Op grond van videobeelden, verhalen en een polaroid begint hij te schilderen.
     Singer is zwart, mist een duim en is geschapen met een dopje. Zo'n geslacht had ook Tijn, de jeugdvriend van Felix die hij uit het oog verloor. Terugdenken aan die vriend geeft hem de verbeelding die nodig is om van een dood model een levend portret te maken. Maar daardoor gaat ook Tijn voor hem weer leven. Het portret werd zo dubbelop een werk voor mensen die iemand verloren zijn.
     Minke blijkt meer dan een journaliste. Dat valt verrassend plotsklaps uit de lucht. Ook Specht vertelt in eerste instantie maar een deel van het verhaal. Het luxe schilderdoek waarop Singer wordt geschilderd is dan weer meer dan alleen een denkend en tegen zichzelf pratend Zeer Dicht Geweven Vier Maal Universeel Gepareerd stuk gesneden van een twee meter brede rol. Het doek gaat zich identificeren met de geportretteerde.
     Felix zijn vrouw bevalt in het ziekenhuis in een situatie waarin dit nauwelijks past. De schilder heeft naast zijn relatie met Lidewij Langebeen porno en buitenechtelijke seks nodig voor het bevredigen van zijn lust. Singer steekt een spaak in dit wiel. 
      Dat het niet goed zal aflopen, wordt al snel duidelijk in de roman. Dat de relaties tussen de personages meer om het lijf hebben dan in het begin geschetst (het in het begin weglaten daarvan komt zeker rond Dupuis wat verwrongen over) en de goedgelovigheid van de schilder maken pas later stap voor stap duidelijk hoe de verwikkelingen rond Singer op hert linnen uitpakken.

Er komt een scala aan beelddragers voorbij: de beeldbuis voor het bekijken van de video gemaakt van Singer en pornofilms, precies omschreven schilderdoek, polaroids, foto's en een een vluchtige beelden op de verweerde spiegel waarin het portret van Singer zichzelf kan zien.

Het boek is geschreven als een thriller, maar heeft de pretentie meer te zijn dan dat. Er komt een aantal zaken voorbij die de grotere thema's – leven, dood en verlies; angst en belofte; vrijheid en slaaf; liefde en bedrog; waan en waarheid; journalistiek en sensatie; kijken en zien – in de verf moeten zetten, maar het geheel doet gekunsteld aan. Zo brengt de naam van de vers geboren zoon die van Singer en Tijn samen, maar hij is in tegenstelling tot hen wel uitgerust met flinke ballen (de gangbare associatie hierbij past niet bij een net geboren baby). Een Nederlandse schilder Vincent noemen is ook niet te negeren om over Singer maar niet te beginnen.
     De jury van de Libris literatuurprijs was wel vol lof. Specht en zoon viel in de prijzen, want Otten schreef “met grote souplesse en brille...een roman die de glans, de diepte en het mysterie heeft van een scheppingsverhaal. Met Specht en zoon verrijkt Willem Jan Otten de lezer met iets wat hij nog niet kende en waarover hij voorlopig ook niet uitgedacht zal zijn.”

Als het doek verdwenen is en de polaroid ervan overblijft dan zegt de daarop afgebeelde Singer in de zak van Vincent: “Het is krankzinnig, ik heb heel mijn raamwerk en mijn linnen moeten verliezen om zo dicht op iemands huid te zitten.” Het is een aansprekende en veel betekende metafoor. En zo zijn er wel meer. De mogelijkheden van een denkend portret worden flink uitgebuit. Het verbaast zich over de mensen: “(…) die iets willen maken wat ze niet begrijpen.”
     Het schilderij dat lang niet alles van het mensdom snapt en als personage het verhaal binnenstapt is mooi gevonden. Specht en zoon is knap geschreven, maar als verhaal weinig overtuigend. Je kan als schrijver een loopje nemen met de logica van je eigen verhaal. Mij irriteert het. Maar misschien is dat de grotere thematiek, het leven is niet logisch, redelijk of geordend zoals het zou moeten zijn (zelfs niet als het enorm voor de hand zou liggen), maar volgt het stramien van het ganzenbord, inclusief de put en de stappen terug. Zouden er nog mensen in 2026 zijn die om dat te weten een dergelijk boek moeten lezen? Maar ook bij deze positieve uitleg komt het hier buitengewoon verwrongen over. 

Noot:

* Er is daar wel een Nimmerdor, maar dat is de naam van een parkeerplaats in de Naarder-Eng, een startpunt voor een wandeling of het uitlaten van de hond.

Platanen voor BovenIJ ziekenhuis in de winter.

zaterdag 8 augustus 2026

Verjaren

 

Naar Werkendam en weer terug. Tussendoor Dort. Het nuttige met het aangename. De terugweg was ruim tien kilometer korter dan de heenweg. Ergens miste ik een knooppunt dat me op de heenweg over veenkades voerde. Ook toen zag ik het bordje maar net, dat verscholen achter het groen zat. De prachtige knotwilgen wachten maar op een foto.

Een flink deel ging gedeeltelijk door de bijbel belt. Het onvermijdelijke Rust Roest op een woning. Alsof rust niet juist goed is en alsof je veel kan bereiken zonder rust. Het is eerder calvinistische disciplinering en zelfs niet bijbels. Je hoeft alleen Genesis maar te lezen.

De meest wegen en paden waren mooi. Maar er waren er ook die recht met grof asfalt uitnodigden tot het geven van gas bij bestuurders van motoren en auto's. Maar daar zitten dan in het ene veld acht ooievaars netjes op een rij en aan de andere kant van de weg hoor en zie ik een paar kieviten. Ik trap er rustig langs.

In de haven ligt weer een wit flatgebouw om toeristen op de meest klimaatvernielende manier te vervoeren. En ach het was langszij lekker koel met 29,3 ºC. Overmorgen zijn de mensen die het nooit zullen snappen al weer in Skagen, Denemarken. Vrijwel thuis zie ik de flamingo op de pijler van een brug over het Noordzeekanaal. De echte vogels moeten nog even wachter voordat ik ze fietsend bezoek.

Het was twee maal een prachtige waterrijke en landelijke tocht. Met de Vlist, mooie stadjes, dorpjes en twee maal een pont plus een naar Dordrecht.