vrijdag 5 juni 2026

Eén korrel graan

Eén korrel graan van de Keniaanse schrijver Ngũgĩ wa Thiong'o is een literaire klassieker. Het boek is in 1967 uitgeven in het Engels als A grain of wheat.1 Het is onlangs vertaald naar het Nederlands door Eefje Bosch en Manik Sarkar en uitgegeven door uitgeverij De Geus.

In een kort woord vooraf stelt de schrijver dat op uitzonderingen na (Jomo Kenyatta en Waiyaki) alle personages fictief zijn:
“Maar de situatie en de problemen zijn echt – soms pijnlijk echt – voor de boeren die tegen de Britten vochten en nu ontdekken dat ze hebben gestreden om aan de kant te worden gezet.”2 Ook de toon van kritiek en solidariteit is met deze woorden meteen gezet.

Uhuru
Het laatste en vierde deel begint met de zin: “Kenia won Uhuru terug van de Britten op 11 december 1963.” Uhuru is Swahili voor vrijheid of onafhankelijkheid, zo staat het in de verklarende woordenlijst. In deze zin staat het voor het tweede. Het verhaal speelt vooral vanaf de jaren vijftig, via de noodtoestand die de Britten afkondigden om het verzet de kop in te drukken, tot aan de 11e december.
    Jomo Kenyatta zit dan als een van de Kapenguria Six opgesloten. Jongeren uit het Kikuyu volk organiseren zich om de strijd op radicale wijze over te nemen. De Mau Mau wordt actief en kan niet alleen op tegenstand van de Britten, maar ook op 
weinig sympathie van Kenyatta rekenen. Maar ook dan blijft hij voor vele van hen de held. Die bewondering uit de werkelijkheid is ook aanwezig in de roman. 

Jongeren
Om enkelen jongeren uit het fictieve dorp Thabai3 ontwikkelt zich het verhaal. Er is Kihika die een toonbeeld is van strijdvaardigheid. Hij meende dat het eerst bloed moest regenen om de boom van de vrijheid te laten groeien. Dat 'heldhaftig' plengen van bloed als begin van een bevrijdingscampagne komt vaker terug in het boek. Zonder zal de bevrijding niet lukken, wordt door de strijder gesteld.
     Verder zijn er de vrienden, zoals Gikonyo, Mugo en Karanja. De laatste loopt over naar de Engelse kant en werkt zich omhoog in het repressie apparaat. Een mislukte liefde – met Mumbi, de zus van Kihika – en zijn gekwetstheid dat hij voor haar niet als eerste kwam, maar een simpele timmerman haar geliefde werd, is een belangrijke drijfveer voor zijn ontwikkeling in die richting. De drang naar macht (die is gebaseerd op een systeem dat bestaat uit straffen, doden, en beschermen) betekent voor hem het verwerven van een positie om haar voor zich te winnen. De anderen worden onder de noodwetten gearresteerd en opgesloten in concentratiekampen (buiten Kenia gevangenenkampen
4 genoemd, merkt Mumbi of de anonieme verteller op). Ook haar man Gikonyo – waar Karanja het tegen af moest leggen – zit gevangen of is misschien al dood. Dus wat let haar om voor Karanja te kiezen. 
Verzet
Het boek laat de onderdrukkende, willekeurige, gewelddadige en racistische kant van de Britse bezetting zien. Het plaatselijke sadistische districtshoofd pakte zo nu en dan nietsvermoedende voorbijgangers op. Die noemde hij vervolgens Mau Mau, bracht ze aan de rand van het bos, liet ze een kuil graven en schoot ze dood. Of niet. Zodat de slachtoffers niet wisten wat er met hen zou gebeuren. Toen hij zelf gedood werd, kregen de daders meteen het stempel Mau Mau, de wilden die redeloos een dorpshoofd hadden vermoord. De nabije nederzettingen werden als represaille vernietigd. De mensen eruit verplaatst naar dorpen omgeven door een greppel om ze zo te kunnen controleren.
     Het verzet komt uit die onderdrukking en de ongelijke verdeling van de Keniaanse rijkdommen voort. De daden ervan worden in het boek nauwelijks besproken, het blijft vooral in algemene termen steken. Als een van de uitzonderingen wordt kortweg een overval op een Britse basis genoemd, waar vuurwapens worden buitgemaakt.
     Dat de Britten hun macht baseerden op steun vanuit de lokale bevolking wordt uitdrukkelijk beschreven. Ook dat de zwarten met witte binnenkant
5 werden bevochten, komt enigszins aan de orde. Dat dit in de realiteit gruwelijke kanten had minder. Het boek kiest ook in deze de kant van de opstand en tegen de koloniale bezetting. Toch betekent dat niet dat het revolutionair nationalistisch verzet irreëel wordt opgehemeld. Het zijn juist de grijstinten die de roman zo waardevol maken dat hij zo lang na verschijnen nog waardevol was om in het Nederlands uit te geven.

Strijdbaar
Kihika is duidelijk. “Wij slaan terug, dat is alles. Je krijgt een klap op je linkerwang. Dan keer je de rechterwang toe. Een, twee, die – zestig jaar lang. En dan plotseling, altijd plotseling, zeg je: Ik keer de andere wang niet meer toe. Met je rug tegen de muur sla je terug. (…) We moeten wel doden. We moeten de vijand van de vrijheid van de zwarten uitschakelen. Ze zeggen dat wij zwak zijn.”
     Een vrachtwagenchauffeur die bij een ongeluk zijn been verbrijzelde, vertelt dat hij getroffen werd door de kogel van een blanke. Waarom maakt hij dat er van, vraagt Mumbi. “Hij verzint iets om zijn leven betekenis te geven, snap je? Doen we dat niet allemaal? En het klinkt nou eenmaal heldhaftiger om voor de vrijheid te sterven dan door een ongeluk,” antwoord de man die Generaal R. wordt genoemd.
     Niet allen die de eed van het verzet hebben onderschreven zijn even strijdbaar: sommigen willen terug naar huis en zijn bereid om hun binding met het verzet daarvoor op te geven; en weer anderen proberen bij de Britten in het gevlei te komen door kameraden te verraden. Dan zijn er nog personen die op het juiste moment de keuzes maken om daar economisch garen bij te spinnen. Het hele scala. Vaak komen in een persoon zelfs verschillende aspecten samen.
     De zogenaamde Generaal ziet bovendien dat als de vrijheid is gekomen soldaten 
door de straten van Nairobi marcheren. Die militairen waren eerder nog deel van de King's African Rifles.  Het doet hem pijn te zien dat zij die de uhuru bestreden ook als die verworven is hun geld nog verdienen in uniform en zij die zich verzetten en in het bos leefden aan de kan blijven staan. 

Helden
De held van het verhaal, Kihika, sneuvelt. Een andere held – misschien wel de grootste: die zijn eigen misstappen openlijk onder ogen durft te zien – gaat er ook aan. Dat gebeurt niet op een van de pagina's, maar ergens tussen de bladzijden in. Het is aan de lezer zelf om al dan niet zijn dood te verbeelden. Aan deze Mugo is een lied gewijd:
En hij sprong de greppel in,
Zijn woorden tot de soldaat doorboorden mijn hart als een speer,
Je zult een vrouw niet slaan, zij hij,
Je zult een zwangere vrouw niet slaan, zei hij tegen de soldaat.
Het maken van liederen was een van de methoden die de opstandelingen gebruikten om hun boodschap over te brengen. Mugo die in de greppel sprong, voorkwam dat een vrouw doodgeslagen werd. Het zou bijdragen aan zijn status als held. Die held moet het toch ook ontgelden om een forse misstap. Hij worstelt met die fout in zijn eigen geest, maar ook het verzet veroordeeld hem. De vraag wordt gesteld of zijn veroordeling wel rechtvaardig was. Hij wordt in ieder geval gemist.
Extreem
Verklikkers in de kampen (in de werkelijke kampen) werden gewurgd of de keel doorgesneden. Maar de Britse bewakers gaven meer dan 1.000 gevangen de doodstraf (twee maal zoveel als de Fransen in Algerije) en hun methode van opstandsbestrijding was extreem gewelddadig en het racisme buitensporig. De Mau Mau moordden bloederig met machetes. De Engelsen gooiden keurig 6 miljoen bommen.
     Zo langzamerhand verschuift het beeld van de 'gruwelijke Mau Mau' die zich blijkbaar ergens in mijn leven ook in mijn bewustzijn heeft geklauwd, naar een beeld van excessieve gewelddadige Britse koloniale politiek. Het boek koos in de jaren zestig al een kant. In de bijna zes decennia daarna zouden steeds meer mensen en instanties volgen.

Bijbelteksten
Kihika had een bijbel bij zich. Opvallend want een van de doelen van het verzet was de band met de Kerk verbreken. Die kerk was een deel van de Britse machtsstructuur. De delen waarin de roman is verdeeld beginnen met een bijbeltekst die de strijder heeft onderstreept. Een tekst uit Exodus (8:1 en later 3:7) over de uittocht van de van de Israëlieten uit Egypte. Deze past het verzet als gegoten. 
     Ook duikt de graankorrel op. Die het uiterste offer van een strijder verbeeld:
“Ik zeg u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.”(Johannes 12:24) Zo krijgt de titel van de roman een bijbelse connotatie.6 Het citaat uit Johannes wordt op dezelfde pagina nog aangevuld met de nieuwe hemel en aarde uit het psychedelische Bijbelboek Openbaringen. (21:1).
     De graankorrel wordt ook al genoemd bij het wreed doden van Waiyaki, een landeigenaar, eind negentiende eeuw.
7 Hij, zijn dood, was als zaad “waar een beweging zou ontspruiten die zijn voornaamste kracht ontleende aan een verbond met de aarde.” En nog een keer als moto uit een brief van Paulus (I Korintiërs, 15:36).
     De korrel van de mais is dan weer een metafoor voor een kogel.

Meeleven
Het boek springt door de tijd. Zoals de tijd van Waiyaki (zo'n zestig jaar eerder), maar ook het vechten aan Britse zijde in de oorlog tegen Hitler wordt genoemd: “een oorlog die nooit van hen was geweest.”8
     Het boek is veel meer dan een mooi verhaal in een historisch setting. Er zijn culturele aspecten die zonder omhaal van woorden worden gepresenteerd. Zoals mannen die meerdere vrouwen hebben. Of het kopen van vrouwen met een bruidsschat, die haar eigendom van de man maakt. Verder de besnijdenis, zowel van mannen als vrouwen (waarbij we het tweede tegenwoordig als genitale verminking zien). Dat zijn belangrijke onderwerpen, maar je kan op die misstanden al je pijlen richten, toch leidt dat dan wel af van de grote lijnen van het boek. Dat zijn koloniaal geweld, het meer of minder bewust verschuiven van loyaliteiten, de stand van de wijzer van het moreel kompas, en wat het geweld met mensen deed.

De recente vertaling naar het Nederlands door De Geus is toe te juichen. Niet alleen verdient het boek meer lezers dan het al had. Ook lezers die het Engels niet machtig zijn, kunnen er zo in duiken en meeleven met mensen ver van hier, hun vroegere strijd, en onderlingen relaties, en dat in een land en regio die tegenwoordig door de aantrekkingskracht van de wildparken een vakantiebestemming is.

Noten:

Pas later zou hij een pleidooi houden voor het schrijven in inheemse talen en zelf zou hij dat doen in de taal van het volk waar hij vandaan kwam, het Kikuyu. Zie ook de pagina met korte biografie bij een Engelstalige uitgave.

2 Het boek is opgedragen aan 'Dorothy'. Dat is Dorothy M. P. Thompson. de redactrice bij de eerste uitgave van Grain of wheat door Heinemann Educational Books in London en bij een aantal andere boeken van de schrijver.

3 Thabai is de Oost-Afrikaanse naam voor de voedzame brandnetel (Urtica dioica), een wilde groene bladgroente rijk aan vitaminen, mineralen en eiwitten. De brandnetel wordt gebruikt in traditionele gerechten zoals mukimo, als kruidenthee en voor medicinale doeleinden, zoals het versterken van het immuunsysteem en het ondersteunen van de nier- en vaatgezondheid. De brandnetel wordt geblancheerd om de branderigheid te verwijderen en kan vers, gedroogd of tot poeder vermalen gegeten worden. Het poeder wordt vaak verkocht op Keniaanse markten.

In de oorspronkelijke engelse tekst wordt detention camps (gevangenen kampen) gebruikt. Dat wordt hier naar het ernstigere 'strafkampen' vertaald. Aangezien er een gewiekst systeem van kampen door de Engelsen was opgezet van verlicht regime tot onmenselijk zwaar, waar de meewerkende gevangene door kon schuiven richtng vrijheid, is het nauwkeurig gebruik van die terminologie van belang.

5 Zwarte huid, witte maskers van Frans Fannon, waar hier impliciet naar wordt verwezen, is gepubliceerd in 1952.

6 Al ben ik opgevoed met een andere uitleg van deze centrale, maar enigszins rammelende, bijbeltekst. Het gaat over de groei van het aantal volgelingen van Jezus. De tekst lijkt wat woorden te missen, maar doet dat ook in Engelse versie en bijvoorbeeld de Nederlandse Statenvertaling. Met de toevoeging "Maar als hij sterft en in de grond valt dan ...", lijkt nauwkeuriger. Zonder die woorden begrijpt de lezer debetekenis ook, maar het staat er niet. 

7 Of hij echt zo dood ging als de roman beschreven, levend met zijn hoofd naar beneden, is niet zeker. Het kan ook zijn dat hij gedood werd tijdens een tocht naar Mombasa na zijn arrestatie in 1892 en pas toen is begraven. Zijn lichaam is nooit terug gevonden. 
    Het verhaal van Waiyaki wordt beeldend verteld in een YouTube clip. Ook hier komen verschillende posities ten opzicht van kolonialist en verzet in één persoon terug: 


8 Die afstand van niet onze, maar hun oorlog, werd ook al benoemd in The poor man's son (1954) van Mouloud Feraoun . Mijn bespreking hier.

vrijdag 29 mei 2026

Long island


Long Island door Colm Tóibín is het tweede in een serie en volgt op het eerder besproken Brooklyn. Eilis, echtgenoot Tony en de kinderen Rosella en Larry wonen in een van de vier huizen die door de schoonfamilie zijn gebouwd op het New Yorkse eiland langs de kust. Daar wonen ook de twee broers, hun vrouwen en de Italiaanse ouders van Tony. Als het mis loopt dan is het voor de Ierse Eilis allerminst een prettige situatie omgeven door de schoonfamilie.

In Brooklyn werd de bouw van de huizen al aangekondigd. In dit boek, dat twintig jaar later speelt, is de vraag wanneer ze er vertrekt. Ze gaat in ieder geval naar haar moeder in Ierland die 80 jaar oud wordt. De reis geeft respijt van de thuissituatie. In het eerste deel vertrok ze uit Eniscorthy naar New York en kwam terug nadat haar zus gestorven was om na het omzeilen van een hindernis in de vorm van een plaatselijke geliefde weer terug te keren naar Tony in New York. Ze zouden kort daarop – tussen de twee boeken in – kinderen krijgen. Dat zijn in Long Island inmiddels oudere tieners.

Eilis werkt in New York bij een Armeense garagehouder, ze leeft in een wereld die ook verder divers van samenstelling is. Haar jongste zwager is een homo en advocaat met een praktijk in Manhattan die zijn seksuele voorkeur verzwijgt. Over zijn succesvolle praktijk geeft de roman geen informatie. De garagist leest boeken over geschiedenis (zoals over de Armeense genocide en de Ierse hongersnood) die hij iedereen wil uitlenen en is daarmee een enthousiast buitenbeentje.
      Long Island speelt grotendeels in Ierland (vanaf pagina 53 tot de laatste, 288); Eniscorthy is een dorp waar weinig veranderd is sinds Eilis er vertrok, en waar naast wat sportverenigingen, een paar pubs en een katholieke kerk weinig te beleven valt. Een dorp waar iedereen iedereen kent, alles van elkaar weet, en waar weinig gebeurt wat niemand opmerkt. De gesprekken gaan over wat de buren hebben gedaan. Iets verderop in Courtown wordt in de dancing  – alsof de turf nog gestookt wordt – het volkslied gespeeld als de zaak gaat sluiten.

Het is er een avontuur om met je kinderen en kleinkinderen de kerkbanken in te schuiven; zo dat iedereen ze kan zien en wie het niet ziet, hoort wel over het 'spectakel'. Verder weinig. Larry vindt het ook kalm en leeg.
     Brooklyn las ik met plezier. Dit boek gaat nauwelijks over grotere themas's zoals migratie en enigszins over het lastige van weg zijn van het bekende als het moeilijk loopt. Ook niet over andere maatschappelijke kwesties als je de paar opmerkingen in luttele woorden niet meeneemt.
     Het is een verhaal over door elkaar lopende liefdesaffaires in het Ierse dorp en dat niet iedereen daar eerlijk en verstandig mee omgaat. De Bouquetreeks ken ik alleen van naam, maar het zou me niet verbazen dat dit er een veredelde vorm van is. Hier wordt niet gezwijmeld en van de geliefden – in welke van de opgediste samenstellingen dan ook – wordt niet verklaart dat ze elkaar voor altijd zullen vinden. Er wordt stilgestaan bij het gegeven dat niet iedereen vertelt wat er omgaat in het dagelijksleven en in gedachten en wensen. Er worden eigen dromen nagejaagd zonder de ander daarin te betrekken of over te informeren. Dit kan leiden tot moeilijke situaties. Dat is mogelijk een psychologisch filosofische benadering die in de betoverende liefdesverhalen in de bekende reeks ontbreekt. De nalatigheid maakt het mogelijk naar een mooi plot te schrijven.

Het boek zou een masterklas zijn in subtiel en intelligent schrijverschap. Tóbín kan inderdaad goed observeren en mooi over mensen schrijven, maar wat mij betreft is de ruimte waarin hij dat doet in dit boek te klein, te bekrompen, te benauwd en te weinig met het oog op de wereld. Ja de namen Nixon en de dienstplicht in Vietnam en het sneuvelen voor het vaderland (dat laatste gecombineerd met een mysogene opmerking) worden terloops aangestipt als het over de VS gaat en in Eniscorthy moeten lokale winkels plaatsmaken voor een supermarkt (er zijn inderdaad een ALDI en Lidl in het dorp gekomen.) De Nederlandse auteur Gra Booomsma leest van alles in het boek, bijvoorbeeld dat geld geen liefdesproblemen oplost. Liefde maakt blind en onberekenbaar, haalt hij er ook uit. Tjonge.

Het vermaakt, en het romantische avontuur vol hindernissen en rommelende karakters trok me mee, maar het zal niet beklijven. Het boek heeft een open einde. Er komt vast nog een deel. Manhattan? De mogelijk- en moeilijkheden tekenen zich al af. Maar het enthousiasme na Brooklyn is uitgewist en ik wacht niet op het vervolg op dit tweede deel. Jammer.

vrijdag 22 mei 2026

Zabor


Zabor* is een loodzwaar boek van Kamel Daoud dat zich afspeelt in het dorp Aboekir in het postkoloniale Algerije. Hoofdpersoon Ismaël is er geboren in 1970. De huizen van de Fransen staan er nog en worden inmiddels bewoond door Algerijnen. De Franse begraafplaats is een plek om rond te hangen en wijkt met zijn grafzerken en kelders af van de plaatselijke ruimte voor de doden. 
     Hoewel de dood in het boek zeer aanwezig is, gaat het nog meer over schrijven en over taal. Schrijven is verlichten, bedenkt Ismaël in de avondzon. Als het moet schrijft hij tussen de zerken of nabij een stervende. Het beschrijven van het leven van een iemand die de laatste adem uit gaat blazen, voorkomt dat die persoon dood gaat. De woorden rekken het leven, zo meent Ismaël. 

Hij werkt al jaren aan het boek Zabor. Schriften vol heeft hij inmiddels geschreven in een vreemde taal die de zieken genas en ook
“het prestige van de voormalige kolonisten in stand hield.” Hij maakt notities op nachtelijke rondes tussen de huizen over de personen van het dorp.** Het gaat mis als hij bij het sterfbed van zijn vader wordt geroepen. Zijn gave hapert. De relatie tussen beide is zeer problematisch. Als jongen is hij samen met zijn moeder het huis uitgezet nadat zijn oudste broer Abdel hem ervan beschuldigde dat hij hem in een put gooide. Volgens Ismaël was dat een leugen. Zijn moeder zou in de woestijn achterblijven en hij zou haar nooit meer terugzien. Een Christelijke achtergrond zorgt bij dergelijke ontwikkelingen onvermijdelijk voor het leggen van associaties. 
     Hij werd meegenomen door een oom en kreeg samen met zijn tante Hadjer en opa Hbib onderdak van zijn vader, de rijke slager Hadj Brahim, in een huis onder aan de heuvel, waar zijn vader boven woonde. De herkenbaar (zonder dat de ziekte genoemd wordt) dementerende opa was zijn taal kwijt en daarmee een deel van het leven. Opa zal sterven op zijn schoot als Ismaël veertien is.
      Later begon hij toch het leven van zijn vader te beschrijven, toen die stervende was, pennen alsof zijn zielenheil er van afhing. Dat proces mondt na een leven van verwaarlozing uit in een extase. Een vervoering die je ook als waanzin kan beschouwen.

Tijdens het schrijven van deze bespreking overkomt me wat ook tijdens het lezen gebeurde; de ene passage tuimelt over de volgende, het ene idee over het andere. Welk gegeven, welke ontwikkeling of welk personage moet er hier nu komen in deze tekst? In het verhaal wordt dat tuimelen typografisch gedeeltelijk opgelost door kleinere letters tussen haakjes te gebruiken bij een inval tussendoor of bij wijsheden gesproken door de zogenaamde 'innerlijke hond.' 
     Goed dan, laat ik tante Hadjer nemen. Ze kon niet lezen, ook de ondertiteling niet bij de Bollywood films in het Hindi met haar favoriete acteur
Amitabh Bachchan, waar ze stapelverliefd op was. Ook voor Ismaël gaat de Franse ondertiteling te snel. Het draait erop uit dat hij aan de hand van wat woorden, de beelden en gezichtsuitdrukkingen zelf een verhaal bij de films gaat maken. De verliefdheid van zijn tante gaat zo een ongemakkelijk sensuele rol tussen hen beide spelen. Dat was schandalig en leuk tegelijk, zo constateert hij later. Door deze band wordt ook al snel duidelijk dat er niet voor iedereen evenveel taal is.
      Taal kent vele toepassingen. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt als magisch medicijn in volgeschreven miniatuurboeken die om de nek van de patiënt hangen. Na enige tijd werd de inkt opgelost en het verkregen vocht opgedronken om het lichaam ermee te sterken en bezetenheid te verdrijven. De 5.436 schriften die Ismaël vol heeft geschreven worden dan weer begraven tussen de wortels van de bomen; een manier om het papier terug te geven aan de bron.

De taal in Aboekir had niet de bedoeling de wereld te ontcijferen, maar was gevuld met macht, het weergeven van kennis en de regels rondom bezit. Ismaël, die later Zabor wordt, wil die taal anders gebruiken. Het boek vertelt hoe klein de taal thuis is vergeleken met de taal op school. Thuis lijkt de taal vuil, flets en banaal. De taal van school blijkt uiteindelijk ook zijn zwakheden te hebben. Hij bevatte veel woorden voor doden, het verleden, plichten en verboden, maar weinig treffende woorden voor het leven van alledag. Die schooltaal was thuis dan ook als een vis op het droge. 
     Het gaat in het dorp waar nauwelijks boeken zijn, en veel van de bewoners analfabeet, ook over lezen. De schriften met de teksten over stervenden die Sabor schreef, hebben allemaal een werkelijke boektitel. In het boek staan er op een pagina een aantal bij elkaar:
In de ban van de ring, het prachtige Een zeeman door de zee verstoten, De pest*** e.a. Door het boek heen worden er zo tientallen boektitels vermeld. Die gaan daardoor bestaan. De tekst in de schriften die Ismaël erbij schrijft is wel nieuw en anders. Stiekem komen er zo toch een paar planken met boeken de roman van Daoud binnen geschuifeld en belanden in het dorp waar weinig andere boeken dan de Koran zijn. 1001 Nacht is ook zeer aanwezig. Maar Zabor is andersom bedoeld dan deze beroemde raamvertelling; niet om het leven van de schrijver/vertelster te redden, maar zoveel mogelijk levens van anderen.
     Een veel genoemd boek is Robinson Crusoe dat wordt geanalyseerd er waarop voort wordt geborduurd. Nog aanweziger is de Koran. Dat boek begint met de opdracht: Lees! Waarom niet 'Schrijf!' vraagt Ismaël zich af en wat valt er te lezen als er nog niets geschreven is? Er zijn voorbeelden te over hoe beknellend Ismaël de islam ervaart; het geloof waarvan zijn vroege naamgenoot volgens de overlevering de oorsprong was.
    Hij schrijft in de taal van de voormalige kolonisator – die hij leerde door de erotische getinte thriller
Het vlees van de orchidee te lezen –, daar komt dan nog bij dat hij (als zoon van een slager) geen vlees eet, flauw valt bij het zien van bloed, sceptisch staat ten opzichten van de Koran, en hij verliefd is op een uitgestoten vrouw met twee dochtertjes die niet toevallig Djemila heet (in de Koran staat deze naam voor schoonheid van gedrag.) Hij valt duidelijk uit de toon. Met het loslaten van de Koran en rituelen daaromheen krijgt Zabor ook steeds meer de overhand over Ismaël. De conflictstof ligt voor het oprapen. De schrijvende protagonist, is dan ook beducht voor de imam die de tekst van de Koran volgt waarin staat: “En de dichters worden gevolgd door de dwalenden/Zie je niet dat zij in iedere vallei ronddwalen.../...en zeggen dat zij dat niet doen.” Maar deze voorgangeer blijkt hem echter te helpen als dat nodig is.

Als iemand in een put wordt geduwd dan doemt als vanzelf de Bijbelse snoever Jozef op, die het ook niet kon vinden met zijn broers. In Zabor zit een verwijzing naar hem met de opmerking dat in de Koran een geschiedenis met afgunstige broers goed afloopt voor het slachtoffer. Jozef zou door de gemene treiterij en wat tussenstappen een voorname positie verwerven aan het Egyptische hof. Jozef is de enige niet die hier genoemd wordt met een vermelding zowel in Koran en bijbel.
Ook Jonas komt er in voor. De schrijver zelf leeft ook tussen beide religieuze werelden.
    Ismaël blijft ook aan de zijkant van de samenleving staan als zonderling. Heel even als hij naar eigen zeggen iemand in leven houdt met zijn woorden is er waardering voor hem, maar vaak zelfs dan niet. Zijn naam doet aan een ander verhaal denken. Ook hij wordt immers met zijn moeder de woestijn in gestuurd. Niet door Abraham maar door zijn vader, de slager, die zijn vrouw en zoon afdankt. Dat laat littekens na waarvan de genezing
indien al mogelijkniet evident is. 

Ismaël voelde zich verantwoordelijk voor de levens van zijn dorpsgenoten, voor het hele dorp. Schrijven verbindt leven, geeft inzicht en haalt wat verloren leek te zijn weer terug, zo onderstreept Zabor. Uiteindelijk verwaaien zijn volgeschreven pagina's en ligt zijn vader dood, zonder dat hij nog bij de stervende is geweest. Zijn manisch schrijven heeft vader niet gered. Schrijven blijkt geen wondermiddel dat leven vasthoud of de doden opwekt. Schrijven is belangrijk, maar minder dan de man is gaan denken in zijn waanzin die voortkomt uit zijn gemakeerde leven in een knellende omgeving. 

De versie van Zabor die ik las, kwam van de bibliotheek. Een vorige lezer heeft er een boodschappenbriefje in laten zitten voor eenvoudige etenwaren en een fles wijn. Met enige fantasie is op de achterkant daarvan een deel van een foto van een muur in Aboekir te zien. Er zijn mensen die dergelijke lijstjes sparen. Het is ook taal, ook schrijven, en in zijn simpelste vorm ordenend, maar het gaat niet de diepte in zoals gezocht door Daoud in zijn boek. Zoveel diepte dat bij het lezen soms de vraag opdook of het niet teveel losraakte van de werkelijkheid. Maar dat is precies wat Ismaël/Zabor overkomt en wat hem treft in het laatste deel: De extase. De woestijnwind neemt zijn schriften mee en de bladen vliegen door het dorp. Hij is ontworteld; de waanzin nabij. Zijn schrijven heeft geen greep op het leven gegeven.
     De opdracht vooraf laat zien dat dit in de werkelijkheid van de schrijver anders ging:

Aan mijn vader Hamidou
Die me zijn alfabet naliet
Die zo waardig stierf
Dat hij zijn dood versloeg.

Het boek is geschreven in drie steden: Oran in Algerije, Tunis en Perugia in Italië, waar hij onderdak vond bij de Civitella Ranieri Foundation. In Algerije zijn alle boeken van Daoud inmiddels verboden en zijn visie op de geschiedenis van het land en de islam wordt hem niet – om het zwak te formuleren – in dank afgenomen. Vanwege woede over de roman Zabor werd het graf van zijn vader vernield. Zijn laatste boek, Houris (rondom een vrouw die in de burgeroorlog van de jaren negentig werd verminkt), schreef hij in Parijs. Algerije had hij inmiddels moeten verlaten. Het is schrijven op het scherp van de snede wat hij doet.

Noten:
*
“Volgens de islam is de Zabor een van de heilige boeken die vóór de Koran zijn geopenbaard. Het wordt vaak vergeleken met de Psalmen,” zo wordt vermeld op de pagina met de colofon. Bijna de helft van die psalmen wordt toegeschreven aan David, de herdersjongen die koning werd. Er is een wiki met meer uitleg over de paralellen tussen beide. De Engelse uitgave heeft als titel Zabor, or The Psalms.
** Dit verzamelen van informatie over personen is later een delicaat onderwerp geworden, aangezien in zijn laatste roman
Houris sprake is van informatie verkregen door het medisch geheim te schenden, tenminste dat wordt hem aangewreven. Sowieso staat zijn schrijversloopbaan bol van uitgesproken meningen en is als gevolg daarvan vol van de strijd en controverses. Ook in Zabor neemt hij geen blad voor de mond.
*** Albert Camus (van De Pest) stond ook aan de basis van zijn succesvolle eerste roman Moussa of de dood van een Arabier die De vreemdeling vanuit lokaal perspectief liet zien.

zondag 17 mei 2026

The White Tiger

The White Tiger geschreven door Aravind Adiga gaat over Balram Halwai afkomstig uit de arme kant van India (in de roman Duisternis genoemd). Dat betekent hier uit Laxmangarh een dorp op een paar honderd kilometer afstand van Delhi. Zijn vader was riksjarijder.
     Dat was al een stap weg van zware slecht betaalde seizoenslandarbeid (al wordt het trappen met een uitgemergeld lijf neergezet voor wat het is: als weinig verheven en ongezond voor lijf en leden).
     Balram kreeg autorijlessen om wat verder te komen in het leven en in de hoop dat hij zijn verdiensten zou delen met de familie. Hij werd er al vlug chauffeur mee voor 
machtige lokale familie die de  kolenwinningsonderneming bezat. Als een van hen, Ashok, naar Delhi gaat om daar de omkoopzaakjes op te knappen die noodzakelijk zijn voor lagere belastingaanslagen en de handelspositie van de onderneming dan gaat Balram mee. In de stad leeft hij onder in de flat, apart van de andere bedienden, maar wel tussen de kakkerlakken. Hij ziet in de hoofdstad hoe India en zijn rijke klasse functioneren.
     Zijn vader is intussen gestorven bij een ziekenhuis dat alleen middelen krijgt als verkiezingsbelofte, maar nadien altijd wordt vergeten.
Vrije mensen kennen de waarde van vrijheid niet, dat is het probleem
het zijn woorden van de protagonist uit het boek The White Tiger
Het boek bestaat uit zeven hoofdstukken. Elk is een tekst op een avond geschreven aan Wen Jiabao. Wen was tussen 2003 en 2013 premier van China. Dus ook toen het boek verscheen (2008). Volgens het verhaal zou hij naar Bangelore komen en geïnteresseerd zijn in kennis over het verschijnsel zakenman. Bangelore is immers de stad waar de callcentra van bedrijven uit de VS zitten en waar veel van de Indiase en buitenlandse technologiebedrijven gevestigd zijn en waar ook Balram zijn zaken opzet als specialist in personeelsvervoer.

Duidelijk wordt al snel dat the
White Tiger dan wel een succesvolle roman is, maar dat dit niet betekent dat de kartelrandjes van India zijn afgevijld om het verhaal beter slikbaar te maken. Integendeel, ze zijn juist stevig aangezet. “Ons land, heeft dan wel geen drinkwater, noch elektriciteit, geen rioleringssysteem, of openbaarvervoer, ontbeert gevoel voor hygiëne, discipline, beleefde omgangsvormen, of stiptheid, maar het heeft entrepreneurs,” zo beweert Balram in een tekst gericht aan Wen. En de stemmen in de grootste democratie op aarde zijn al geteld voordat iemand ze heeft uitgebracht; de winnaar is immers vooraf bekend. Wel echt onafhankelijk willen stemmen kan je de kop kosten.
     Ook de trotse Ganges moet het ontgelden. Toeristen komen er naar toe, en de Indiase Premier beschijft hem als rivier van de verlossing, maar Balram adviseert Wen Jiabao er toch niet in te duiken. Tenminste als hij zijn mond niet vol ontlasting, stro, verweekte delen van menselijke lichamen, buffelvlaai en zeven verschillende soorten industriële zuren wil krijgen. Als jongen leert hij op school dat de rivier leven geeft aan plant, dier en mensen en tevens dat elke jongen in het hele land premier van India kan worden en meer van dat soort politiek correcte nonsens. Hij praat het na en doet dat met verve zodat de inspecteur van onderwijs die de school bezoekt hem als voorbeeld stelt en Balram een witte tijger in de jungle noemt.

Op de achterkant van het boek staat een tekening van een haan met kleurige veren (zie illustratie) die in de roman veel betekenis krijgt. Balram gaat naar de oude stadswijk van Delhi en ziet daar de slagers met hun kippenvlees en -organen uitgestald, nog glimmend van het bloed. “In het kippenhok eronder zitten de hanen. Ze ruiken het bloed. Ze zien de ingewanden van hun broerders liggen. Ze weten dat ze zullen volgen. Toch rebelleren ze niet. Ze proberen niet uit de ren te komen. Hetzelfde gebeurt met mensen in dit land.”
     Adiga beschijft dit met de woorden van Balram als het Hanenren verschijnsel. Het is een goedkope en effectieve manier om de arme Indiër eronder te houden. Er worden tal van voorbeelden gegeven hoe de menselijke hanen doen wat er van ze verwacht wordt, zonder protest. Ze zijn de “eerlijkste mensen van de wereld.” Er is dan ook geen geheime politie nodig, en geen dictator. De menselijke kippen doen het zelf, ze wachten op hun lot en ontsnappen niet. “Die betrouwbaarheid van de bedienden is de basis van de hele Indiase economie,” vertelt het verhaal.  Ieder mens zou zichzelf moeten bevrijden. In plaats daarvan wachten ze op de revolutie die uit de wildernis komt, of van de bergen, uit China of Pakistan, zo schijft Balram aan Wen. Geen hoop, maar doen, is zijn boodschap. 
     Op de achtergrond is er wel sprake van de Naxalieten (de communistische verzetsgroepen vooral actief aan de oostgrens van het enorme land), maar sporadisch en met veel nadruk op 'achtergrond'.

Als er wel een kip uit de ren stapt, dan is dat een uitzondering. En een van die uitzondering komen we in dit boek tegen. De Witte Tijger loopt uit de pas en het doet hem goed. Zijn familie wordt er misschien voor gestraft, maar hij werkt zich naar een positie buiten de ren. Hij zag hoe zijn baas hem bestal, gebruikte en liet vallen toen dit beter uitkwam. Het wekte langzaamaan zijn woede op, nodig om uit te breken. Net als de rijken ging hij zelf een buik kweken gevoed met vals verkregen middelen.

      In de auto naast hem spuugt een chauffeur twee plasjes met betelsap op de weg. Ze staan – in een voor de roman aparte typografische manier op de pagina – naast elkaar in kolommen. Elk vertelt Balram een visie. In de ene plas ziet hij de conventionele positie van onderdanigheid en angst. In de andere is zijn werkelijke positie zichtbaar en vormt zich de woede. Het wordt snel duidelijke welke kant hij kiest. Zelfs een wensenbriefje dat hij krijgt met de tekst 'Eerbied voor de wetten is de eerste opdracht die komt van de Goden', kan dit niet meer veranderen. Als hij in de dierentuin dan ook nog eens flauw valt voor het hok van de witte tijger, dan weet hij het zeker. Hij kan niet en wil niet meer leven in een hok.


Hij schrijft de zeven teksten aan Wen drie jaar nadat hij Ashok dood achter heeft gelaten aan de kant van de weg en als zijn zaken inmiddels lopen door een handigheidje hier, een omkoperijtje daar, en vooral de politie maakt hij met stapels Roepia's tot zijn vriend. Zo werkt het en hij heeft dat van zijn voormalige bazen geleerd.

Het verhaal is misschien hier en daar met zeer vette letters en over the top neergezet, maar het is zeker een roman met een betekenis die verder gaat dan een vertelsel om de lezer in zijn vliegtuigstoel te plezieren. Het is een boek dat wijst op onrecht en hoe een mens daaruit breekt. Het wordt expliciet gemaakt dat dit de individuele uitzonderingen is; een soort criminele American dream. Maar als meer mensen dergelijke stappen gaan zetten zou het heel misschien ook voor anderen zo kunnen lopen, droom ik tijdens het lezen.

Het boek verwierf lof, maar schopte ook tegen zere schenen.
Wendy Singer schreef in de Kenyon Review bijvoorbeeld dat het boek dan wel in 2008 de Man Booker prijs kan hebben gewonnen, maar dat die is gegaan naar “een zwakke roman die weinig meer doet dan het laten zien van corruptie bij de machthebbers en verdorvenheid bij de armen en dat alles onder het mom van een 'post-koloniale' roman.” Het boek haalt het volgens haar niet bij Indiase romans die de prijs eerder kregen. Ze valt over de stereotypen en de neerbuigende visie van de schrijver uit Mumbai over de armoede in een regio elders in het land. Het is alsof ze meent dat de lezer niet door de stijlfiguren heen kan lezen en zij zelf de kracht van het spotschrift mist. Bovendien daar waar wij genieten van de riksjarijder met een metershoge stapel lege drinkwaterflessen op zijn fiets of een zwaar houten bed achterop die als foto kleurrijk wordt afgedrukt op de Oxfam/Novib-kalender, laat Adiga daar terloops de andere kant van zien; het gevaar voor de gezondheid van de vervoerder die basisvoorzieningen moet missen. Dat er andere boeken zijn die fijnzinniger zijn doet daar niets aan af.

Het boek is luchtig en met een satirische toon geschreven, en Balram is niet een uitgewerkt romanpersonage, maar een schema. Op de achterflap wordt hij dienstbode, filosoof, ondernemer en moordenaar genoemd. Veel meer dan die vier woorden is hij inderdaad niet en hij heeft geen vlees op de botten. Hij stipt wel verschijnselen aan die het waard zijn om nog eens naar te kijken.
     
     Bovendien heb ik het met plezier gelezen.