vrijdag 14 augustus 2026

Specht en zoon

  

Als de titel Specht en zoon (2004) – dat is geschreven door Jan Willem Otten – de lading van het boek dekt dan gaat het over de puissant rijke vastgoedmakelaar Valéry Specht die een schilderij van zijn zogenaamde aangenomen zwarte zoon wil laten maken.

Het overgrote deel van het verhaal speelt echter in het atelier van de portretschilder Felix Vincent dat gevestigd is in het huis Nimmerdor,* gelegen in het gebied tussen Oud-Valkenveen en Huizen. Niet ver van Laren. Je kan er de lampjes van Almere aan de overkant van het Gooimeer zien flikkeren. Vincent is een gevierd schilder die pietje precies portreteert. Hij wordt vader van een zoon.

Kort nadat de schilder is geïnterviewd voor een glossy door journaliste Minke Dupuis  krijgt hij bezoek van Specht die een flink bedrag biedt voor het schilderen van zijn geadopteerde zoon Singer. Hij nam die mee uit een oorlogsgebied in West-Afrika. Nu is hij dood. Een portret zou hem weer leven inblazen, meent Specht.
    Felix staat niet te springen hij schildert het leven, maar het geboden honorarium maakt veel goed en brengt vooral de wens om Nimmerdor aan te kopen sneller dichterbij. Op grond van videobeelden, verhalen en een polaroid begint hij te schilderen.
     Singer is zwart, mist een duim en is geschapen met een dopje. Zo'n geslacht had ook Tijn, de jeugdvriend van Felix die hij uit het oog verloor. Terugdenken aan die vriend geeft hem de verbeelding die nodig is om van een dood model een levend portret te maken. Maar daardoor gaat ook Tijn voor hem weer leven. Het portret werd zo dubbelop een werk voor mensen die iemand verloren zijn.
     Minke blijkt meer dan een journaliste. Dat valt verrassend plotsklaps uit de lucht. Ook Specht vertelt in eerste instantie maar een deel van het verhaal. Het luxe schilderdoek waarop Singer wordt geschilderd is dan weer meer dan alleen een denkend en tegen zichzelf pratend Zeer Dicht Geweven Vier Maal Universeel Gepareerd stuk gesneden van een twee meter brede rol. Het doek gaat zich identificeren met de geportretteerde.
     Felix zijn vrouw bevalt in het ziekenhuis in een situatie waarin dit nauwelijks past. De schilder heeft naast zijn relatie met Lidewij Langebeen porno en buitenechtelijke seks nodig voor het bevredigen van zijn lust. Singer steekt een spaak in dit wiel. 
      Dat het niet goed zal aflopen, wordt al snel duidelijk in de roman. Dat de relaties tussen de personages meer om het lijf hebben dan in het begin geschetst (het in het begin weglaten daarvan komt zeker rond Dupuis wat verwrongen over) en de goedgelovigheid van de schilder maken pas later stap voor stap duidelijk hoe de verwikkelingen rond Singer op hert linnen uitpakken.

Er komt een scala aan beelddragers voorbij: de beeldbuis voor het bekijken van de video gemaakt van Singer en pornofilms, precies omschreven schilderdoek, polaroids, foto's en een een vluchtige beelden op de verweerde spiegel waarin het portret van Singer zichzelf kan zien.

Het boek is geschreven als een trhiller, maar heeft de pretentie meer te zijn dan dat. Er komt een aantal zaken voorbij die de grotere thema's – leven, dood en verlies; angst en belofte; vrijheid en slaaf; liefde en bedrog; waan en waarheid; journalistiek en sensatie; kijken en zien – in de verf moeten zetten, maar het geheel doet gekunsteld aan. Zo brengt de naam van de vers geboren zoon die van Singer en Tijn samen, maar hij is in tegenstelling tot hen wel uitgerust met flinke ballen (de gangbare associatie hierbij past niet bij een net geboren baby). Een Nederlandse schilder Vincent noemen is ook niet te negeren om over Singer niet te beginnen.
     De jury van de Libris literatuurprijs was wel vol lof. Specht en zoon viel in de prijzen, want Otten schreef “met grote souplesse en brille...een roman die de glans, de diepte en het mysterie heeft van een scheppingsverhaal. Met Specht en zoon verrijkt Willem Jan Otten de lezer met iets wat hij nog niet kende en waarover hij voorlopig ook niet uitgedacht zal zijn.”

Als het doek verdwenen is en de polaroid ervan overblijft dan zegt de daarop afgebeelde Singer in de zak van Vincent: “Het is krankzinnig, ik heb heel mijn raamwerk en mijn linnen moeten verliezen om zo dicht op iemands huid te zitten.” Het is een aansprekende en veel betekende metafoor. En zo zijn er wel meer. De mogelijkheden van een denkend portret worden flink uitgebuit. Het verbaast zich over de mensen: “(…) die iets willen maken wat ze niet begrijpen.”
     Het schilderij dat lang niet alles van het mensdom snapt en als personage het verhaal binnenstapt is mooi gevonden. Specht en zoon is knap geschreven, maar als verhaal weinig overtuigend. Je kan als schrijver een loopje nemen met de logica van je eigen verhaal. Mij irriteert het. Maar misschien is dat de grotere thematiek, het leven is niet logisch, redelijk of geordend zoals het zou moeten zijn (zelfs niet als het enorm voor de hand zou liggen), maar volgt het stramien van het ganzenbord, inclusief de put en de stappen terug. Zouden er nog mensen in 2026 zijn die om dat te weten een dergelijk boek moeten lezen? Maar ook bij deze positieve uitleg komt het hier buitengewoon verwrongen over. 

Noot:

* Er is daar wel een Nimmerdor, maar dat is de naam van een parkeerplaats in de Naarder-Eng, een startpunt voor een wandeling of het uitlaten van de hond.

Platanen voor BovenIJ ziekenhuis in de winter.

zaterdag 8 augustus 2026

Verjaren

 

Naar Werkendam en weer terug. Tussendoor Dort. Het nuttige met het aangename. De terugweg was ruim tien kilometer korter dan de heenweg. Ergens miste ik een knooppunt dat me op de heenweg over veenkades voerde. Ook toen zag ik het bordje maar net, dat verscholen achter het groen zat. De prachtige knotwilgen wachten maar op een foto.

Een flink deel ging gedeeltelijk door de bijbel belt. Het onvermijdelijke Rust Roest op een woning. Alsof rust niet juist goed is en alsof je veel kan bereiken zonder rust. Het is eerder calvinistische disciplinering en zelfs niet bijbels. Je hoeft alleen Genesis maar te lezen.

De meest wegen en paden waren mooi. Maar er waren er ook die recht met grof asfalt uitnodigden tot het geven van gas bij bestuurders van motoren en auto's. Maar daar zitten dan in het ene veld acht ooievaars netjes op een rij en aan de andere kant van de weg hoor en zie ik een paar kieviten. Ik trap er rustig langs.

In de haven ligt weer een wit flatgebouw om toeristen op de meest klimaatvernielende manier te vervoeren. En ach het was langszij lekker koel met 29,3 ºC. Overmorgen zijn de mensen die het nooit zullen snappen al weer in Skagen, Denemarken. Vrijwel thuis zie ik de flamingo op de pijler van een brug over het Noordzeekanaal. De echte vogels moeten nog even wachter voordat ik ze fietsend bezoek.

Het was twee maal een prachtige waterrijke en landelijke tocht. Met de Vlist, mooie stadjes, dorpjes en twee maal een pont plus een naar Dordrecht.



donderdag 6 augustus 2026

At night all blood is black

 


At night all blood is black van David Diop begint met de twijfel en het afwijzen van het eigen handelen door protagonist Alfa Ndiaye. Zijn sterke vriendschap, zo sterk dat Mademba Diop wel een broer leek, liep mis toen Alfa het verzoek door Mademba om hem te doden negeerde. Mademba lag te sterven op het slagveld buiten de loopgraaf, zijn darmen lagen uit zijn buikholte. Alfa weigerde zelfs na herhaald verzoek een einde aan het leven, eigenlijk het lijden, van zijn 'broer' te maken. Vastgestelde regels gingen boven vriendschap. Zo eindigde die in nodeloze narigheid. Zo zwart kan bloed, zo donker, kan een verhaal zijn. We zijn met de twee Tirailleurs meteen in de waanzin van de Eerste Wereldoorlog beland.

Beide kwamen uit Gandiol, een Senegalese plaats aan de kust, iets zuidelijk van de stad Saint Louis. De een sterft meteen een vreselijke dood. De ander verliest zichzelf in de ellende. De tekst is bezwerend door de herhalingen van zinnen en gedachten. Zo glijdt de lezer mee de geest in van Alfa. Zo kruipt hij mee naar een wraakactie, een volgende, en dan weer een, en nog een. Als er vier mannen met blauwe ogen in de tegenoverliggende loopgraaf zo het leven en een hand hebben verloren en uit de ellende verlost zijn, worden ook de maten in de eigen stelling bang van Alfa. Hij gaat zichzelf zien als een dëmm, een begrip uit het Wolof voor
een bloeddorstige heks, tovenaar of verslinder van zielen.* Het gaat flink mis met hem.

Er zit niets anders op dan Alfa weg van het front naar een kliniek te sturen om daar weer bij zinnen te komen. Hij blijft zichzelf echtere verliezen in zelfbegoocheling, Zijn wanen plaatsen zijn persoon daar waar hij niet is of juist daar waar hij wenst te zijn. Hij beeldt zich liefde in. Hij staat ver van de realiteit. Wat waar is en wat niet wordt hem volstrekt onduidelijk.

De psychiater laat hem tekenen. Allereerst schets hij een portret van zijn moeder en vertelt over haar. Hoe ze uitgehuwelijkt werd aan zijn vader, maar vertrok om opzoek te gaan naar de nomadische stam van haar vader. En nooit terugkwam. Hij tekende Mademba en vertelt over zijn vriendschap en zijn vrijpartij voor vertrek met een meisje uit hun beider dorp en daarbij over “
de zachte zoetheid in een vrouw.” Hij beschrijft ook landbouwbeleid dat niet de mensen voedt, maar de zakken van enkelen vult. Je leert over zijn geschiedenis die hem naar de oorlog dreef, in de verwachting er beter uit te komen. Dat liep anders, want de mens bepaalt niet de omstandigheden, maar de omstandigheden leiden hier de mens. Hij tekende tenslotte tot in detail de zeven handen die hij afsneed (en die daarmee hun greep op hem verloren) en raakte de sympathie van Dr. François kwijt toen die de tekeningen zag.

Zaken gaan door elkaar lopen. In zijn geest en in zijn gevoelens. Bijna als terloops verkracht en vermoord hij de dochter van de arts. Wie hij is? Zijn naam? Hij is het kwijt. De laatste regels van het indrukwekkende boek – “ik denk dat ik het nooit zal vergeten,” merkt Ali Smith op de kaft op –, zijn de woorden:
“… wanneer ik aan ons denk, dan is hij mij en ben ik hem.” De vervreemding, de verwarring is compleet, de pijn te groot. De oorlog komt hier in zijn gruwelen benauwend dichtbij.

Intussen komt ook het over de kling jagen van soldaten de orde. De commandant van Alfa zegt dat Frankrijk van de Chocolaatjes van zwart Afrika houdt, vanwege hun dapperheid, dit terwijl de kranten het alleen maar hebben over hoe ze uitgebuit worden. Intussen blaast diezelfde commandant hard op zijn fluit om ze uit de loopgraaf te jagen naar de overkant. De vijand is door het aanvalssignaal gewaarschuwd en maait zoveel mogelijk van hen neer. Het schijnt er niet toe te doen. Alfa zelf hamert ook op dapperheid. Hij spoorde Mademba aan, terwijl het beter was geweest als beide terug hadden kunnen gaan naar Gandiol. Die georganiseerde ellende zou je bijna vergeten als je zo diep in het hoofd van een enkeling duikt en naar het handelen van een getormenteerd slachtoffers kijkt. Maar die blikvernauwing staat Diop niet toe.

Intussen kom je dan ook nog de mooie frase tegen dat een glimlach tot een glimlach leidt. Dit boek laat zien hoe de verschrikking van de oorlog tot verschrikkelijke mensen kan leiden. Het toont eveneens dat het anders moet kunnen. Bijvoorbeeld door besmettelijke te glunderen.

Noot
* Los van opmerkingen gerelateerd aan deze roman heb ik er nauwelijks iets over de figuur van de dëmm, ook wel demm of dem, kunnen vinden.

 

zaterdag 1 augustus 2026

Commentaar

 

Zag ik dat nu goed? Er rende iets bruins over het fietspad. Een ree? Toch? De wielrenner die me inhaalde keek ook nadrukkelijk tussen de bomen. Die had het dier blijkbaar ook gezien.

Wat was het mooiste wat je hebt gezien, werd me thuis gevraagd. Dat zijn toch vaak dezelfde beelden. De meeuw op de wind, de rollende golven, de spelende mens op het strand, de bloem aan de kant, de fladderende vlinder, de gele en groene korstmos op de stam. Toch zie je meer mooie details als je stopt met trappen, afstapt, al is het voor een plas.

Afstappen deed ik ook om te lezen wat er stond op de sticker met de Nederlandse vlag. Drie keer op een middag zelfs. Eén in Den Haag, twee bij Vijfhuizen. Tegen vluchtelingenopvang, alle drie. Ze maken dit stukje wereld een stuk lelijker. Daarover ging dan maar een sticker met een boodschap waar alle mensen beter van worden. Niet alleen 'wij,' niet alleen 'ons' soort. Mooier.