vrijdag 18 september 2026

Een zandstorm, zeiden ze



Çiler Ílhan schreef in 2021 de roman Nişan Evi. Drie jaar later werd deze door Hanneke van der Heijden vertaald naar Een zandstorm, zeiden ze. De vertaalster veranderde daarmee de originele titel die letterlijk Verlovingshuis betekent. In het Engels werd het Engagement en viel alleen het huis weg.
     Na het lezen van de laatste zin: 
Iedereen moet maar geloven wat hij zelf wil, kan ik de slaap niet vatten. Mijn hoofd is tussen begin en vooral aan het eind overhoop geschreven.

In de Turkse titel wordt verwezen naar de belangrijkste plaats, het huis waar de verloving van Leyla uit Eigenheim en Bilal uit Ginderbuiten 
gevierd zal worden. De Nederlandse titel vestigt de aandacht op de zandstorm die steeds terugkomt in het verhaal, waarbij niet duidelijk is of die nu wel of niet opstak of dat het een metafoor of een gerucht was, een van de vele vertelsels die rondwaren in Zuidoost Turkije. 
     Want in dat deel van het land speelt de roman in het bestek van een dag. Mogelijk kwam de storm aanwaaien uit Ginderbuiten en veroorzaakte in Eigenheim een ramp. De verhalen van de ooggetuigen over de zand- of stofstorm tuimelen over elkaar heen, verschillen, spreken elkaar tegen, en verhalen zelfs over een windhoos die iemand twintig meter door de lucht meenam. De werkelijkheid is in die arena verdwenen.

Beide dorpen worden bevolkt door twee takken van een familie, in elk een. Binnen het dorp wordt getrouwd, zo is de gewoonte, om de bezitttingen in de eigen tak te houden. Als gevolg van de inteelt wemelde het van de kreupelen en gekken. Tussen de twee takken botert het niet en ze wonen niet voor niets apart. Deze verstikkende orde wordt door de verloving verstoord.
     De woorden 'Zo noemen ze dat in deze streek' of 'Zo zeiden ze' komen steeds terug om een staande dorpse visie te verklaren. Maar het belangrijkste wat herhaald wordt, is het vooruitwijzen naar de gewelddadige afloop van de aanstaande verloving. Dat wordt in ieder hoofdstuk weer kort, soms overduidelijk, soms als terloops beeld, maar steeds weer dreigend aangestipt; het zijn vele vingerwijzingen naar een onvermijdelijke fatale afloop.  

Het grootste deel van de hoofdstukken vertelt iets over een personage dat erin voorkomt met de naam ervan als titel. Maar dat is geen strikt doorgevoerde structuur. Het eerste heet naar een product 
Eau de Cologne. Op een goed verlovingsfeest moet het geurwater immers gekoeld aanwezig zijn om de gasten te verfrissen. Maar in Eigenheim is het niet meer te koop. Broer Halil loopt naar Ginderbuiten om daar tien flessen te halen. Voor hij gaat krijgt Halil een trap van koe Bolle, die van hem schrikt als Halil haar uier wil pakken om te drinken. Hij houdt er hoofdpijn en een wazig beeld aan over. Bolle heet het tweede hoofdstuk, waarmee het rund titeldrager wordt. In dat hoofdstuk wordt duidelijk gemaakt dat van armoede geen sprake is in de dorpen, iedereen zit er warmpjes bij. Even later wordt dan weer aangekaart dat toch niet iedereen evenveel rijkdom heeft en het personeel in Ginderbuiten onderbetaald wordt. Zelfs de vrouw van de dominante Osman moet werken. Daar waar de een genoeg heeft, is de ander ontevreden.
     Halil mag dan een klungel zijn, maar heeft wel de eer dat vijf van de negentien hoofdstukken zijn naam als titel dragen. Hij steekt daarmee de machtswellusteling Osman de loef af; die fielt staat slechts boven drie scenes.

Naast inteelt worden de dorpen geteisterd door corruptie; is de macht gewelddadig of sluit de ogen als die beter zouden kunnen zien wat er gebeurt om te kunnen ingrijpen; straffeloosheid en rechteloosheid zijn de norm; en om de kans op mislopen te versterken, zijn er veel wapens in omloop. Vrouwen spelen in dit alles een verbindende en verzorgende rol, baren de kinderen en de man kan alles met hen doen. Overigens zien niet alle mannen hun vrouwen slechts als broedmachine.
     Om de dorpen heen is de guerrilla actief. Handig. Daarop kan alles, wat niet loopt zoals het hoort, gestoken worden. We zitten immers in hartje Koerdistan (een benaming van het gebied die overigens niet van de pagina's spat in het boek, als ze al voorkomt heb ik het gemist); een allerminst rustgevend element in de situatie. 

Het verhaal eindigt beeldend. Die beschrijvingen zijn geen pretje om te lezen. Er zijn zelfs aanvallers die achteraf wensten dat ze niet alle opdrachten van Osman hadden gehoord. De lezer wordt meegenomen in de gruwelen. Een verrassing zijn ze niet meer na alle waarschuwingen. Verbazen doet het ook niet vanwege de politieke situatie van het gebied. Toch komt deze fictie harder aan – of op zijn minst anders dan een zin als:
“Minimaal 3.000 dorpen in Turks Koerdistan zijn ontruimd,” zoals ik schreef in een boek over Nederlandse wapenhandel.* In gewelddadige botheid doet het geabstraheerde niet onder voor het literair beschreven specifieke, al gaat het wel om verschillende partijen (krijgsmacht in de wapenhandel zin en door de Staat bewapende dorpswachten in Een zandstorm...). Bovendien is het verhaal in Ílhans roman gebaseerd op gebeurtenissen uit de werkelijkheid in het dorp Zanqırt (Bilge in het Turks. Dat betekent opmerkelijk genoeg 'Verstandig') wat dit verhaal nog indringender maakt en de kracht van literatuur laat zien.

De schrijfster woont sinds 2017
in Nederland, meer precies in Gouda. Dat is een stad die na Istanboel bijna voelt “als een vakantiedorp," vertelde ze tijdens een interview. Çiler Ílhan (Turkije, 1972) heeft internationale betrekkingen en politieke wetenschappen gestudeerd in Turkije en een opleiding in hotelmanagement afgerond in Zwitserland. Ze heeft vier boeken geschreven. Çiler is daarbij ook lid van PEN-Nederland en PEN-Turkije.
     Dat iedereen moet kunnen geloven wat hij zelf wil, was de reden dat ze met haar man en dochter Turkije verliet.
“De druppel was de aanpassing van het onderwijssysteem, waarin wetenschap geen plaats meer heeft, de evolutietheorie is geschrapt. Ik heb een dochter van 7 en gun haar haar eigen zoektocht naar waarheid, zonder dat de overheid die voorkauwt,” zo verklaarde ze de verhuizing naar Nederland.
    In Een Zandstorm... is door de vele rammelende en elkaar tegensprekende standpunten en visies (aan de waarheid heeft men een broertje dood), zelfs niet duidelijk hoeveel mensen er omkwamen en wordt duidelijk dat niet iedere krachtdadige onderstreping van een mening ook gewenst is. De titel van de Nederlandstalige uitgave sluit goed aan bij deze diffuse inhoud. 

Nog even terug naar Zanqirt. De directe daders zijn veroordeeld. Dat was gezien de omvang van de misdaad onvermijdelijk. De Turkse staat wast zijn handen na jaren nog steeds in onschuld. Dat laatste wordt in Turkije bestreden.

Noot:
Zie 
Nederlandse wapenhandel in de jaren negentig, door het Platform tegen Wapenhandel (Papieren Tijger: Breda, 1998, p. 97); zie meer recent voor een vergelijkbare zin mijn bespreking van War in the age of Trump; the defeat of ISIS, the fall of Kurds, the Conflict with Iran door Patrick Cockburn; of J.A. Moors et al, 'Voedingsbodem voor radicalisering bij kleine etnische groepen in Nederland; Een verkennend onderzoek in de Somalische, Pakistaanse, Koerdische en Molukse gemeenschappen, ' IVA beleidsonderzoek en advies, p. 74, Tilburg, december 2009.

zondag 13 september 2026

Lilac and Flag




Lilac and Flag is het derde deel van John Bergers' trilogie. In het dankwoord aan het slot van het boek schrijft hij dat de boeken vijftien jaar van zijn aandacht hebben gekost. Hij zou er niet aan begonnen zijn als hij niet zelfs al voor het begin de steun van het Transnational Institute aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam had gehad.*

Het boerenland in de bergen is nog wel aanwezig in het boek. Er komt zelfs een vertelstem vandaan. Deze merkt op dat zij die het land met de bus verlieten jager of gejaagde werden en er niets meer overbleef waarop ze konden steunen of vertrouwen. Er zijn verwijzingen naar het boerenwerk door fysieke kenmerken te noemen, te spreken over het melken van geiten, terug te kijken naar de plaats van oorsprong of daar nog aanwezige bezittingen te noemen, zoals een houten schuur.
     Maar Lilac and Flag leven in de mythische havenstad Troy, in de sloppenwijk op Rat Hill in eind twintigste eeuw, niet meer in de tijd van de keuterboer, zoals wordt opgemerkt. Maar ook de vrouw van de hoofdinspecteur van politie wil weg uit deze rommelige stad. Ze wil maar Tenochitilán (dat klinkt niet alleen Mexicaans, maar is het ook en daarbij zeer ordelijk) en haar man (ook met een achtergrond op het land) vindt ze eigenlijk maar een mislukkeling; hij kan niet eens een airconditioning betalen.

Het leven is zeker hard en armoedig op de heuvel. Er is criminaliteit en er zijn (gewelddadige) arrestaties. Sommige vaders verdwijnen er met de noorderzon. De uitbuiting en armoede zijn er schrijnend. Kortom ellende. Lilac en Flag geven er toch kleur aan.

Flag heet eigenlijk Succus en werkt op een bouwplaats waar de voorman de bouwvakkers opjaagt en koeioneert. Flag wordt ontslagen als hij hem om terechte woede op zijn gezicht slaat. Lilac heet eigenlijk Zsuzsa en is niet voor een gat te vangen. Levendig en verliefd trekken ze samen door de stad. Samen bedenken ze plannen en verdienen geld bij door klusjes uit te voeren voor plaatselijke criminelen (zoals de broer van Lilac).

De tochten door Troy zijn verdrietig en mooi. De plekken zijn beeldend beschreven vanaf de situatie in de cabine van een kraan tot in de 'verhoorkamer' kamer van de politie. Vrolijk door de levenslust en verliefdheid van de twee en naargeestig, omdat je ziet waar de van het land naar de stad getrokken mensen belanden. De vader van Succus opent er de hele dag oesters, en dat tientallen jaren lang. Je kan het werk noemen. Hooien met de hooivork is ook niet aantrekkelijk en loodzware arbeid. Maar de hele dag een mes door de spier van schelpdieren wurmen is een geestdodende en afstompende bezigheid.

Die zelfde vader is een fan van het woordenboek. Dat is zijn medicijn tegen de versuffing. Hij leert het vrijwel helemaal uit zijn hoofd en daarbij ook de afkomst van de woorden. Een teken van wilskracht. Succus heeft het weer van hem geleerd. Regelmatig worden woorden ontleed. Mij viel op dat de kraan komt van het Griekse geranos en dat dit staat voor een vogel op hoge poten. De kraanvogel is dus niet naar het hijswerktuig genoemd, maar andersom de bouwkraan naar de kraanvogel. Dat we maar weten wat eerst kwam.

De mooie wereld is een droom; een fantasie waar de wereld die draait om geld is verdwenen. Het is een utopie die verdwijnt als je wakker wordt. Je kan wel redeneren over het betere, maar woorden brengen en nemen weg, ze zorgen voor verlichting of doen pijn; ze bieden geen oplossing. Als je op Rat Hill woont kan je maar het beste een biertje drinken en gaan slapen.
     Het boek eindigt daar waar alles alles eindigt, met de dood. Nee. Zelfs na de dood. In dat bestaan is er een groot wit cruise schip voor de doden met ieder een hut naar eigen wens. Een persoon blijkt daar onvindbaar en moet dus nog in leven zijn. Zo is zelfs het donkere einde in lichte kleuren geschreven, zoals het hele boek het mooie naast het lelijke en het fijne naast het nare zet. Lilac and Flag is een prachtige afsluiting van een drietal boeken over het verdwijnen van de kleine boer. Dat leven was misschien niet ideaal, maar het is niet voor het betere ingeruild. 

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)


Noot:
* Ook ik heb op een bescheidener nivo veel aan hen te danken gehad. Daarom noem ik het graag. Het Instituut bestaat nog steeds en het TNI is al weer jaren gevestigd in de Wittenstraat in Amsterdam

 



zaterdag 12 september 2026

Once in Europa

 



De hier besproken versie van Once in Europa is een samenwerking met fotografe Patricia Macdonald. Het is tweede deel van John 

De hier besproken versie van Once in Europa is een samenwerking met fotografe Patricia Macdonald. Het is tweede deel van John Bergers' trilogie Into their labours over het verdwijnen van de kleine boeren uit Europa. Het eerste deel is Pig Earth (1979) en het derde deel Lilac and Flag (1990).

De drie boeken behandelen de beroepsgroep gebonden aan het land waaraan ze haar bestaan ontleent. Deze boeren worden geconfronteerd met de moderniteit die hun leven op de helling zet en hun hele hele groep uit Europa doet verdwijnen. Het is niet alleen de kleine boer die daarmee verdwijnt, maar ook een levensstijl.
     De oudere generatie moet zich neerleggen bij het verlies van de volgende die eruit stapt. Zij kiezen voor een leven dat ruimer is dan dat van hun ouders en minder met het land en meer aan de ontwikkelingen elders in de samenleving en economie gebonden is. Oma kon nog leven van het verhuren van haar bok, die om viriel te blijven 's winters in huis mocht wonen. De dochter doet productiewerk in de dichtbij zijnde stad.

Dit tweede deel speelt grotendeels in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het begint met de observatie van een klaproos, van de harde knop tot de tere uitbundig rode bloem, “het meest overdonderende scharlaken dat in de velden kan worden gevonden.” Zo wordt de bloem op de schaars bedrukte eerste pagina beschreven en afgebeeld als fraaie bloem in de Franse Alpen en los geschreven van de symbolische waarde die wij mensen aan de poppy hebben geplakt. Hij krijgt weer zijn eigen diep rode betekenis. Als contrast staat een er een foto van helder blauwe licht bewolkte hemel naast. Kleine uitstapjes zijn deel van het verhaal.
     De intelligente Odile de dochter van een kleine boer is het hoofdpersonage. Het boerengezin waar ze geboren is, leeft naast een nieuw gevestigde fabriek voor de productie van een mangaanlegering. De smelterij heeft baat bij de opwekking van witte steenkool en die is juist in de bergen te winnen. De infrastructuur ervan gaat onvermijdelijk steeds meer de omgeving overheersen en de boerderij insluiten.
     De fabriek trekt arbeiders van elders en zij die van buiten komen slapen ter plekke in acht barakken voorzien van een letter. Samen vormen die I N   E U R O P A. Er komen er veel meer arbeiders dan van te voren gemeld, zo heeft de fabriek meer geheimen en verrassingen, veel meer dan de traditionele gemeenschap had (en die in Pig Earth zijn beschreven).

Odile wordt getrokken door de grotere ruimte en gaat in op de avances van een arbeider met een Oekraïens-Russische (dat kon je destijds nog zonder ongemakkelijk gevoel schrijven) achtergrond. Deze Stephan kwam terecht in Zweden, werd zeeman; voer, landde ergens en ging tenslotte werken in de fabriek in Frankrijk. Daar leert hij de boerendochter kennen. Haar stap uit de eigen groep wordt niet gewaardeerd door gezinsleden en omgeving. Maar wat ze in haar hoofd heeft … ja inderdaad dat doet ze en daarvan is ze niet af te brengen.
     Ze gaat elders werken. Haar leven neemt afstand van het boeren verleden en vindt een plek in de kapitalistische industriële wereld die zich opdringt, inclusief de giftige vervuiling waarmee dit gepaard gaat. Ouderschap, liefde, het verlies ervan en weer vinden tekeken haar leven samengevat in een grove schets. Ze kijkt tenslotte voldaan terug.
     Er is sprake van tragiek, tederheid en het openen van de persoonlijke leefwereld. Dat laatste kan volgens Odile ook zonder Parijs te zien.

Het regent kussen
en liefkozingen dalen neer
tot de vloed van tederheid
het nest overspoelt

zo dicht de schrijver idyllisch, maar als je gewend bent naar de natuur te kijken, dan ken je de kwetsbaarheid van het nest.

Deze versie van het boek valt vooral op door de foto's van Macdonald. Lang niet altijd is (meteen) te zien wat ze afbeelden. Sommige zijn heel dichtbij het onderwerp gemaakt, anderen uit de lucht geschoten. Het zijn beelden van landschap met schaduwen, sneeuw, bomen en er zijn foto's van gebruiksvoorwerpen, textiel, gebouwen en delen ervan, en met een stuw en huisjes in het landschap. Vervreemdend zijn er veel. Dat begint al met het beeld van de koeienvacht op boekomslag. De uitstekende botten geven de herkenbare vorm aan het beeld. Andere foto's zijn niet te ontcijferen. Of er is gewoon gras, dat door die gewoonheid een extra lading krijgt. Angus Macdonald, de man van de fotografe, is piloot dat maakte de luchtfoto's mogelijk.
      De uitbundige illustratie (waar foto's hele soms opeenvolgende pagina's vullen) betekent dat je tijdens het lezen door de afgelegen omgeving wordt gevoerd en als het boek uit is rustig nog een paar keer door het werk kan gaan om je te verbazen over hoe de realiteit een vervreemdende impressionistische indruk kan maken.

Berger zocht naar manieren om zijn vertellingen anders te brengen. Dit is een van de door hem gebruikte middelen. Intussen zie je een manier van leven verdwijnen en plaats maken voor een andere economie, waar de menselijke maat ontbreekt. De tekst is niet nostalgisch, maar wekt dit gevoel wel enigszins op, terwijl je tegelijkertijd beseft dat de vrijheid van Odile, niet die van haar moeder was. Wat dat betreft is een stap vooruit gezet, waard om te beschermen. Met een stinkende geitenbok in je keuken wonen? Nee bedankt. Giftige productie in je achtertuin? Doe maar niet. Iets dichter bij de natuur, het milieu, zullen we onze route moeten gaan zoeken. Dat is wat na het lezen blijft hangen.

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)

vrijdag 11 september 2026

Pig earth

Pig earth (1976*) van John Berger gaat over de kleine boer. Dat is in het Engels the peasant. Dat beroep verschilt van dat van de farmer. In het Nederlands zou je het kunnen omschrijven als het verschil tussen de niet meer bestaande keuterboer en de agrariër. Het boek is deel van een trilogie. Het is aldus de theoretische introductie op de sociaal-economische en culturele positie van de keuterboer geschreven uit solidariteit met de zogenaamde achtergebleven groep of ze nu op het land leven of door een economische noodzaak naar de stad zijn gedreven.

Het boek is onderzoekend, maar verhalend geschreven. Het begint wel met stevig graven in de positie van de keuterboer in een 27 pagina's lange inleiding (op 200 totaal). Conservatief? Volgens Berger is dat een misverstand. Het zit ingewikkelder in elkaar. Het is inderdaad een beroep van omkijken, maar ook van verder op basis van ervaringen uit het verleden. Maar die liggen niet zo stevig verankerd dat er geen plaats zou zijn voor aanpassingen die de werking verbeteren.

De schrijver verbeeld vervolgens een fictieve wereld van die keuterboer in de Alpen. Hij doet dit zowel in proza als poëzie. In het eerste verhaal stap je als lezer meteen het leven in van de koe die aan het einde is gekomen en met een masker voor naar het slachthuis gaat. Op de boerderij neemt een pink de plek op stal van de geslachte koe in. Het rijmt als de seizoenen die ook steeds opnieuw beginnen.
     Keuterboer is een scheldwoord in het Parijse waar denigrerend wordt gezegd dat de provincialen terug moeten gaan naar hun geitenpoep. Voor Berger is het juist een wereld om in te stappen en te onderzoeken. Dat kan gaan van de verstopte aanvoer van water uit de bron tot een gedetailleerde beschrijving van de jaarlijkse slacht van het gemeste varken. En zo nog heel veel meer dat gaat tot de tekst die de dorpsonderwijzer op het schoolbord schreef: 
Aantijgingen zouden in zand moeten worden geschreven
Complimenten moeten worden gegraveerd in marme
Berger is een intellectueel met open blik en dat komt soms naar buiten waar je het niet verwacht zoals bij het geluid van de geitenbok. Dat geluid als van een doedelzak werd door de Grieken tragos genoemd, waar het woord tragiek van afstamt.

In de verhalen komt de bijzondere positie van de keuterboer ook naar voren. In de stad gaat geld van had tot hand, zo ziet een jonge vrouw die er heen ging om geld te verdienen. Zonder geld kan je niet leven, niet eens water drinken. Met geld kan je alles tot aan het kopen van dapperheid, zelfs als je laf bent. Maar ook in de agrarische gemeenschap in de bergen speelt geld een vervreemdende rol. De boer protesteert tegen de accijns op de drank die hij zelf stookt: “Het betekent dat ik moet betalen, geld betalen voor mijn eigen product.” Zo staat die keuterboer wel naast de markteconomie, maar is er toch ook onderdeel van gemaakt. Hij wordt dit nog meer als hij een kleine trekker aanschaft. Want na de trekker komen de landbouwwerktuigen die er aangekoppeld kunnen worden. De kosten van een trekker staan gelijk aan de opbrengst van tien koeien die elk 2.500 liter melk per jaar geven. Zo is er nog meer geld nodig om te kunnen boeren, moet er geleend worden en verdwijnt inderdaad een type boer die alleen met handen voeten en gewrichten aan het land gebonden is.
 
     Berger ziet het beroep verdwijnen in de Europese Unie. Hij geeft hem nog een kwart eeuw en dan zal Europees beleid een einde aan hebben gemaakt aan deze bijzondere beroepsgroep. Bijzonder omdat hij grotendeels zelfvoorzienend is en leeft met het ritme van de seizoenen en op basis van de werkende methoden van vroeger. Maar ook de schoolmeester in het verhaal The wind hauls too zegt: “Alle boerderijen zullen op de vlakte liggen.” Een deel van de boeren heeft zich daarbij neergelegd. Nieuwe fruitbomen worden niet geplant. Die er staan geven nog vrucht en wie dan leeft, wie dan zorgt.

Het boek eindigt met een drieledig verhaal over Lucie Cabrol dat bijna de helft van het boek vult. Het speelt van voor de Eerste Wereldoorlog tot eind jaren zestig van de vorige eeuw. Lucie wordt ook wel Cocadrille genoemd want ze heeft een groeistoornis, ze blijft klein. Een cocadrille komt uit een hanenei dat is uitgebroed in een mesthoop. Kortom een anomalie van een mens. Klein, maar krachtig, Lucie doet mannenwerk op de boerderij wat haar status aparte alleen maar verder onderstreept. Ze heeft blauwe ogen, in de kleur van vergeet-mij-nietjes, die zich vasthechten aan wat ze zien. Mensen zijn bang voor haar, omdat ze niet is zoals ze zou moeten zijn. Alleen twee mannen uit het verzet, maquis, die op de vlucht zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog zien dat ze verstandiger is dan haar omgeving.

Toch wordt ze aan het slot van het eerste deel van de boerderij verdreven door haar broers en hun vrouwen. Dit hoewel het ook haar erfgoed is waarop ze boeren en waar zij haar arbeid in heeft gestoken. In het tweede deel is ze verzamelaarster in het bos geworden. Ze plukt en raapt producten en verkoopt die naar eigen zeggen voor goud geld in een stad verderop. Het lijkt nog een stap terug in de agrarische ontwikkeling. Voor haar is het echter geen achteruitgang. Ze leeft er ogenschijnlijk eenvoudig, maar met oog op een leven dat altijd gewenst heeft, en met zand en aarde onder haar nagels. De tragiek is nauwelijks verhuld.

Pig earth laat een wereld zien die verdween uit Europa. Misschien hier-en-daar nog een klein restant, maar het nog maar nauwelijks mogelijk om te leven als een zelfvoorzienend mens met producten van eigen land en kleine aankopen uit de opbrengsten van de overschotten. Het is een wereld die Berger niet idealiseert – de onaangepaste, maar moreel zeker niet mindere Lucie Cabrol past er niet –, maar in zijn wezen wel waardeert. Hij leverde er een herinnering aan de recente geschiedenis mee. 

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)


Noot:
* Dedoor mij gelezen versie heeft zeker niet de meest opvallende kaft. In de tekst heb ik daarom nog twee versies verwerkt. Die met de koeman: Pantheon, New York, 1979. 1e VS-editie; en de andere van Chatto & Windus uit 1985.