vrijdag 9 oktober 2026

Donderdagmiddag. Halfvier.


<


Donderdagmiddag. Halfvier. is een kwart eeuw geleden geschreven door Kristien Hemmerechts
. Het is een boek met een missie die op de achterkant is verwoord:
“Ik heb dit boek geschreven omdat ik stilaan geloof dat de belangrijkste relatie die een mens in zijn of haar leven kan hebben, die met zijn of haar kinderen is, ongeacht het succes of het falen ervan. Meer en meer geloof ik dat ouders onvoorwaardelijk van hun kinderen moeten houden, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn. Dit boek is dan ook opgedragen aan alle kinderen, en dus aan ieder van ons.”
Het is een opdracht die doet denken aan Woutertje Pieterse, ook een boek dat pleit voor werkelijke aandacht voor kinderen. Donderdagmiddag... laat zien dat de inzet groot kan zijn, maar dat door toevalligheden en invloed van buiten af een goede afloop niet gegarandeerd is. Dit is echter geen reden de aanbeveling van Hemmerechts ter zijde te schuiven.

Ze had het boek ook op kunnen dragen aan de mannen met het advies beter rond te kijken en niet alleen zichzelf te zien en wat beter te luisteren zodat ze meer voor hun omgeving zouden kunnen betekenen. Je ontkomt ook niet aan de opwellende wens dat vrouwen zich zouden ontplooien en niet vastplakken aan bijvoorbeeld het bakken van patatfriet. Dat laatste gebeurt in de roman, maar de vrouw in de fituur is niet alleen, een ander zoekt wel ruimte voor zichzelf.

Op donderdagmiddag om halfvier rijdt Damien, vaste prik, met zijn camionette over het plein van een Vlaams dorp. Hij geeft op die middag typeles op de plaatselijke lagere school. In zijn bestelauto staan de machines. Typen is alles, bijna de basis van het leven, voor hem. Computers worden door afgedaan als minderwaardig: zíjn machines zijn je-van-het met hun lange armen en doordachte mechaniek en met toetsen die een vasteplek hebben (Als Sien Die Fijne Gulden Haar Jongen Kan Lenen, leerde ik als veertienjarige) op het enigszins rondlopende klavier.
     Damien is een in zichzelf verloren man die de frietenbakster Anna vraagt met hem uit eten te gaan. Ze overweegt, ze twijfelt, en als ze op het punt staat mogelijk positief te antwoorden, dan komt er toch iets tussen dat haar verontrust en haar mening over Damien beïnvloed. Een en ander leidt ertoe dat het etentje toch niet door kan gaan.

Aan de camionette wordt buiten de roman om (in een 'Bericht aan de lezer') aandacht besteed. De boekenwurm moet niet denken aan wat Van Dale onder de term vat: een gewestelijk woord voor bestelwagen. Het gaat hier niet om zo'n zakelijk voertuig, maar om een nogal versleten exemplaar dat er in de verte nog aan doet denken. Hij speelt een grote rol in het verhaal.
     In hetzelfde bericht wordt ook gesteld dat er wel meer woorden uit de streektaal worden gebruikt in het boek. Hemmerechts haalt zelf 'schuren' als voorbeeld aan, wat bij haar voor schrobben staat (en een ander aan schuifelen doet denken, maar de context wijst de weg). Zelf struikel ik over het woord pissijn (voor urinoir). Die openbare plasplekken worden door Anna regelmatig geschuurd met javel (dat is een bekend soort bleekwater) wat volgens de groenen slecht zou zijn voor het milieu. Hier botsen twee werelden op elkaar: de behoudende van we hebben het kuisen altijd zo gedaan, en die van het moet beter, meer verantwoord. Die botsing is in de afgelopen 25 jaar alleen maar sterker geworden.

De roman zit vol verhalen. De zoon van de sleutelmaker vertelt als een ware Hans Christian Andersen sprookjes. Dat heb je met de oosterlingen, zo meent men in het dorp. Hij corrigeert: van Marokkaanse afkomst betekent uit het zuiden en Andersen en de bekende verhalen verzamelaars, de broers Grimm, waren ook geen oosterlingen. De schrijfster kan zich via Hassan uitleven en zo moralistische sprookjes door het boek strooien.

De kinderen in het dorp worden geconfronteerd met ruziënde ouders, beknottende en kleinerende regels, een overdreven aandacht voor veiligheid, een aan de drank zijnde leraar, een kwal van een typeleraar, paters en geheimzinnigheid over wat niet vertelt mag worden, omdat het niet zou horen. Het zou beter kunnen, veel beter, zo laat Hemmerechts op een prettig leesbare manier zien.
     Als Karen, een van de lagereschoolleerlingen, wordt gedood dan leidt dit op een beeldende manier tot aandacht voor rouwverwerking:
“Nooit zou ze onder de levenden terugkeren. Het was te vroeg om dat onder ogen te zien. Of om het te begrijpen. Karen was ook nog niet helemaal weg. Iets van haar hing nog in de lucht die zij zo kortgeleden had ingeademd. Een gevoelig trommelvlies kon de echo van haar lach opvangen. Er zaten kleren van haar bij de was. Iemand had zondag nog een mailtje van haar ontvangen dat ergens bij een server was blijven hangen. In de koelkast stond de fles cola waar alleen Karen van dronk. De lakens waartussen ze het laatst had geslapen lagen ongewassen op haar bed. In de recorder zat de band met de film waarvan ze donderdagochtend de opname had geprogrammeerd (…).”
Je zou tegenwoorig toevoegen, ze zat nog als contact in WhatsApp met daaronder haar berichtjes. 
     Het boek sluit af met haar vertrek uit de wereld waar ze nog een aantal dagen rondwaarde. Langzaamaan wordt afscheid genomen. Klasgenoten zouden later nog aan haar terugdenken.
      De dood weegt zwaar, maar niet veel zwaarder dan de normale beperking in de omgang, al lijkt het oppervlakkig gezien wel zo. De lezer ziet vanuit de Hemmerechtshelikopter dat er meer is dat kinderen en een ieder van ons verstikkend bekneld. Karen gleed tenslotte de Donderdagmiddag... uit.

donderdag 8 oktober 2026

Steekteerbrug



De kortste, rustige route tussen Amsterdam en Dordrecht of Zwijndrecht loopt via de Steekterbrug bij Alphen aan de Rijn. Je kwam daar in een wonderlijke situatie van kort afdalen, tunneltjes en weer klimmen en weer dalen terecht. Vervolgens kwam je na een container opslag terrein terecht op een klein fietspad langs de Gouwe naar Boskoop. Inderdaad, je kan ook vanuit de fiets denken.

Het is een tocht die langs water gaat; van Amstel, via Aarkanaal, en Gouwe over de Lek, Noord of Beneden Merwede en Oude Maas. Rivieren – alle water – in je tocht zorgt ervoor dat je gebruikt moet maken van tunnels, bruggen en ponten of moet omrijden. Hoofd- en autosnelwegen zijn de moderne rivieren van deze flitstijd, waarlangs mensen en vracht zich verplaatsen. Een brug over zo'n hoofdweg is hier het knelpunt voor de wielrijder. En het water? Dat is door de klimaatcrisis juist een dreiging geworden die door werkzaamheden beteugeld moet worden. Je kan alles omdraaien, is hier blijkbaar de wijze les.

Al eerder had ik het over de werkzaamheden aan de Steekterbrug (en het water). Er was nog een geitenwandelpaadje langs en daarover kon je weer op het vervolg van het fietspad komen. Het scheelde een stuk om. Je zou denken dat er een oplossing aangelegd zou worden voor fietsers en voetgangers. Er is ruimte voor. Maar als voldoende mensen met invloed zich ervoor inspannen dan komt dat er niet. De auto's razen er wel 4-baans voort. Maar die hebben een E-factor en zijn in de beleving van velen (inclusief beleidsmakers) van groter belang. (Overigens passen in die E-aanpak ook de brede fietspaden voor mensen die op de tweewieler (aangedreven door elektra of niet) naar hun werk of school gaan. Dat is winst.)

Op de heenweg ging ik nog over dat geitenpad. Het gaat nog steeds, dacht ik verheugd. Op de terugweg twijfelde ik; zal ik maar niet en andere route nemen: wat om via zus-of-zo? Bij Boskoop ging ik de hefbrug over en meteen links af; mijn keuze was gemaakt. Ik zat op de route naar de Steekterbrug. Daar bleek de boel afgezet alsof het een militaire aanval moest weren. Bij de mega zandzakken stond een bordje dat het wandelpad ook afgesloten was. Wandelaars konden immers nog over die meter hoge zandzakken klauteren.

Vanaf nu wordt het een zo gunstig en veilig mogelijk alternatief zoeken om dit knelpunt heen. Het had anders gekund, maar Nederland fietsland kiest niet altijd voor wat al lang niet meer bij het nationale imago hoort. De fiets is bezig met een internationale opkomst. Maar de wet van de remmende voorsprong laat zich ook hier weer zien.
     Bestaat er eigenlijk een fietsersbond afdeling in Alphen aan de Rijn? Die is er. Hij verklaarde onlangs dat de toekomst op deze plek voor fietsers minder veilig wordt en deed een oproep gedaan dit te veranderen.


vrijdag 2 oktober 2026

gliff




Gliff
is een roman van Ali Smith. Het verhaal begint vreemd met rode natte verf om een huis, waar de bewoners vervolgens met een camper uit moeten vertrekken. Diezelfde rode verf verschijnt de volgende  nacht om het voertuig van Leif, hij was de man in huis. De camper werkt vervolgens niet meer en wordt weggesleept. Er is blijkbaar een grens getrokken. Als woonruimte betrekken de kinderen vervolgens een leegstaande rijtjeswoning waar spoorwegpersoneel woonde in de tijd dat de railverbinding aangelegd werd. Er zijn geen meubels en het huisje ligt op een treinreis afstand van de eerdere woonplaats. De kinderen zijn dus weg van het bekende. Leif koopt conserven voor een week voor Bri (Briar) en Rose, de kinderen van zijn vriendin.
     Hij vertrekt in de richting van de moeder en zijn vriendin, een politiek activiste die verdwenen is. Je merkt terecht te zijn gekomen in een nare en angstaanjagende wereld waarin men absoluut niet zou willen leven. Het boek is dan ook voortgekomen uit de opdracht een Kafkaësk verhaal te schrijven.

Gliff

Rose betwijfelt als eerste of Leif wel terug zal komen. Ze staat wel vaker vooraan. Praten daar was ze niet snel mee. Ze was vier. “Paard,” was haar eerste woord. “Zei ze wat,” vroeg Bri destijds aan zijn moeder. “Ik zei paard,” antwoordde ze zelf.
     Ze was nu ook de eerste die de paarden in de buurt van hun lege huis tegenkwam. Ze krijgt een band met hen, vooral met die ene grijze die ze Gliff zal noemen. De naam komt als een fantasiewoord, maar het blijkt met ouderwetse papieren woordenboeken in de hand toch veel te beduiden. Er is een kort hoofdstuk aan gewijd:
Wat Gliff betekent. Die betekenis loopt van een synoniem voor stikkie, via een voorbijgaande ervaring van pijn of plezier, tot een woord dat ieder ander woord kan vervangen. De naam van het paad had die vooral die laatste betekenis en het dier werd zo volledig vrijgelaten. (Hun eigen naam wordt door de broer en zus zoveel mogelijk niet gegeven of veranderd. Zo kunnen ze anoniemer door de maatschappij bewegen.)
     Paarden spelen in Gliff een rol als dier dat staat voor vrijheid om te ontsnappen aan de beknellende omgeving. Gliff moet het lichtblauwe paard zijn dat de kaft van de roman siert. Een paard om vrolijk van te worden. Toch duikt ook de gevleugelde, mythische Pegasus op, niet in de vorm van het email-programma met die naam, maar in de betekenis van de gelijknamige Israëlische spionage software. Inderdaad als er al eens licht verschijnt dan wordt dit in de roman al snel weer overdekt met donkere beelden.
“We moeten niet wegkijken van de duisternis. En als ik niet keek naar het donker, wat voor soort schrijver zou ik dan zijn,” vraagt Smith zich retorisch af in een interview.
     Maar paarden maken 
toch vooral beweging mogelijk. Ze zijn ook echt aanwezig door hun geur en geluiden. Het paard als aangenaam baken van rust, en een held. 

Beknellend
Als de twee er op gaan letten lopen voor het huis bijna alle mensen voorbij met een blik op het scherm van hun mobiel en hebben anderen een intelligent horloge om de pols. Bestaan de kinderen op een foto in de sleutelhanger van het huis waar ze leven of zijn ze samengesteld uit duizenden digitale portretten, zoals de kennis steeds vaker ook uit opgediste losse brokken bestaat? Overal hangen observatiecamera's met of zonder afluisterapparatuur. Op de achtergrond zijn van de bevolking de persoonlijke details vastgelegd, zoals familierelaties, baan, inkomen, enzovoorts en is een stukje verloren grond voor rondtrekkende mensen onbruikbaar gemaakt door er betonnen paaltjes op te plaatsen (enigszins vergelijkbaar met het harteloos onbruikbaar maken of zelfs verwijden van bankjes in parken, op stations en bij bushaltes voor een mens die er wil liggen of gewoon als hangjongere, wandelaar of passagier even wil zitten.)
     Faciliteiten voor vermaak, zoals theaters, concertzalen, bioscopen – waar mensen ooit heel ouderwets samen van de verbeelding genoten – worden gesloten en maken plaats voor dure vastgoed projecten.
Brian zal ooit een machine maken die data van het net weg eet zodat mensen niet zijn wat het web zegt wat ze zijn, denkt Rose. Hij zal ook de technologie uitvinden om surveillance apparatuur om mensen te volgen op hun tochten te stoppen; het na gaan van de handelingen van mensen heeft immers niets te maken met reizen. Dat had de camper wel (of wat mij betreft de fiets en niet het vliegtuig of privé auto), weer aldus de zus die trots wil zijn op haar broer.
     Smith schildert hier een controle maatschappij die stilletjes ook steeds meer onze werkelijkheid wordt. Angstaanjagend, maar minder naar en totalitair dan hier geportretteerd. Het is eerder een waarschuwing voor wat komen kan en waarvan veel facetten er al zijn, dan een beschrijving van een hedendaagse werkelijkheid. Zoals ook 1984 in 1948 door Orwell werd geschreven. 

Woorden en beelden
Het zoeken naar de betekenis van woorden komt veel voor in de literatuur van Smith, zoals het verband tussen lock en lockdown in Companion Piece. Er zitten niet gangbare woorden in de tekst die moeten worden opgezocht of waar overheen moet worden gelezen. Als Brian het woord profligate gebruikt om zijn zus te pesten, dan vraagt Rose: Wat? Brian reageert met de opmerking dat het niet zijn probleem is als zij niet weet wat woorden betekenen. Gemeen, maar het stelt de lezer gerust die dit woord voor losbandigheid of spilziek ook niet kent als een Engelstalig romanpersonage hetzelfde probleem heeft.
     Ook keert de aandacht voor schilderkunst terug in de boeken van Smith. Hier is dat een aantal pagina's over
George Stubbs met zijn schilderijen van paarden die worden aangevallen door een leeuw. Ze zijn geschilderd in een situatie waarin de paarden met opzet angstig zijn gemaakt. Rose noemt dit ronduit nep en verweert zich er tegen. Ze sprak laat, maar neemt nu geen blad meer voor de mond ook niet om haar oprechte verontwaardiging uit te spreken. Niet als het draait om de dierenmishandeling door Stubbs, niet als het ingaat tegen het totalitaire regime en niet als het gaat om haar identiteit. Gliffs vacht licht op; maar haar woorden verlichten het verhaal in meerdere betekenissen. 

Tekst loopt door onder clip.

Moeder “drove us playing the songs by the singer called marianne Faithfull up the lane and on to the main road then the motorway towards the greener north. Bronken Engelish, Sister Morphine, Working Class Hero. What Have They Done To Rain,” p. 250.
De zangeres sluit vrijwel naadloos aan op deze roman.


Taal
Als je aan een beknellende literaire wereld denkt komt naast 1984 al snel Brave New World van Aldous Huxley voorbij als klassieker in dit genre. Gliff geeft me wel het gevoel dat het dichter bij de huidige wereld staat dan de genoemde voorgangers en dat leidt mijnerzijds tot afweer tegen de zwartgalligheid in de tekst. 'Zo erg is het niet,' verzucht ik regelmatig. Maar het denkbeeldige hoeft niet als naadloze mal over de werkelijkheid te liggen om toch betekenis te hebben. En het is onmiskenbaar; veel is al zo erg. Ze haalde Huxleys boek ook Autumn binnen om de controle in dienst van het vluchtelingenbeleid een contekst te geven. Dat Gliff niet omkijkt, maar de toekomst in, maakt het niet minder deel van de het samenhangende oeuvre van Smith. Het weer oppakken van de Dappere Nieuwe Wereld is daarvan slechts een voorbeeld.

Huxleys boek duikt nadrukkelijk op in Gliff: veel alinea's in het slot van de roman worden voorafgegaan door vetgedrukte tussenkopjes die spelen met die titel

 rave new o ld
  ave n (i) r

en nog een aantal andere varianten om vervolgens over te gaan in

Brave old world
Brave you world
Brave now world
Bravo new world
Brave new word


Het zijn tussenkopjes die de verhaalde status quo en de apathie op de korrel nemen. Nieuwe dapperheid. Smith laat het woord ingaan tegen de verdoving van de technologie en kunstmatige pillen die de onderklasse in dit boek slikt tegen de pijn. Het spelen met die bekende boektitel doet ook denken aan de leuze van de Anders Globalisten: een andere Wereld is Mogelijk. Woordkeus speelt daarbij een rol.
Het maakt duidelijk dat dit boek verhaalt over het donkere, maar ook over zich niet neerleggen bij de situatie. Het lijkt noodzaak je te verzetten tegen de beknotting van hogeraf. Zus zette haar taal, haar woorden, daartoe in. Hoewel het verhaal een open einde kent en de tekenen niet gunstig zijn, is dit niet meewaaien de weg die zelfs broer Bri weer wil gaan samen met Colon, de zoon van de eigenaar van Gliff.

Sprongen
Het is net alsof er geen jaren tussen de ontmoeting met die jongen en het paard zitten, maar eerder een paar weken zo terloops gaat de hernieuwde kennismaking tussen de twee toch inmiddels volwassen mannen. Even is het moeilijk mee te gaan met ras vertelster Smith. Ze maakt flinke sprongen in haar verhaal. Je zou willen weten wat er in die tussenliggende periode is gebeurd. Hoe het ging met Colon? Waarom koos Bri ervoor zich in het systeem te passen?
     De samenleving die Smith schetst is ook al niet gemakkelijk te verteren. Mensen die verdwijnen, uitgesloten worden, gevaarlijk en ziekmakend werk doen, met pijnstillers als beloning (Sister Morphine als troost), overal gecontroleerd worden, en dat in een herkenbare omgeving. Het blijft de verzuchting oproepen: is het niet wat veel?!

Het boek is een waarschuwing voor de controle maatschappij, waar mensen misbruikt kunnen worden, afgeschreven als goederen en keihard gecorrigeerd als ze niet in de pas lopen. En het is door de laatste stappen die Brian zet vooral een aansporing je niet bij een autocratische bestuur neer te leggen en je medemenselijkheid niet te verliezen. En dat alles in een ellendig verhaal dat je soms keihard raakt, maar dat zeer zeker ook prachtig en aangrijpend verteld is.

donderdag 1 oktober 2026

werkelijkheid

Afgelopen zaterdag zat ik in een kerk in Amsterdam-Zuid genoemd naar de vader des vaderlands, betrokken bij de holomodor in de Meijerij, Willen, zowel van Oranje als de Zwijger. Daar zag ik het met drumband uitgebreide ZEA, Honey Beer en het trio Ardea Alba. Het was deel van het Kronkel festival en en op deze plek ook Burendag. Het avond programma miste ik.

De vrouw uit het trio Ardea Alba, Sougol Khojasteh, 
vroeg ons mee te klappen en zingen met het laatste nummer. Het ging om een religieus voorganger zo bleef hangen van haar korte inleiding op het lied. Ze zong overigens met prachtig volle stem, nadat ze eerder een fluit, de ney speelde met een solo waar het instrument veel van zijn kanten liet zien. Haar collega Bamsar Dezhkameh speelde de suroz. Daarnaast speelde de Nederlandse (van Friese komaf) Dina gitaar en zong de meest nummers, waardoor het Iraans met een Nederlands tintje werd of net andersom. 
     Thuis zoek ik de achtergrond van dat laatste nummer wel op, dacht ik. Maar dat lukte niet.

De vraag toen maar naar de band Bamsar gestuurd, deel van Ardea Alba. Dezelfde dag kwam er een uitgebreid antwoord. Hieronder een groot deel van de (uit het Engels naar het Nederlands vertaalde en wat bewerkte) tekst:

Het stuk draagt ​​de titel "Man Moridan" en is opgedragen aan sjeik Abdul Qadir Jilani. Hij was een van de beroemdste mystici en soefi-geleerden. Hij werd geboren in Noord-Iran, in de regio ten zuiden van de Kaspische Zee die in historische bronnen met Gilan wordt geassocieerd. Op jonge leeftijd trok hij naar Bagdad, waar hij zich bekwaamde in de religieuze wetenschappen, de islamitische rechtsgeleerdheid en de Hadith. Later verwierf hij grote faam als prediker, rechtsgeleerde en mysticus.

Hij legde bijzondere nadruk op:

  • oprechtheid en zuiverheid van intentie;
  • vertrouwen op God;
  • de strijd tegen het ego en egoïsme;
  • het helpen van armen en behoeftigen;
  • het vermijden van hypocrisie en overmatige gehechtheid aan het wereldse leven; en
  • het behouden van de verbinding tussen de islamitische wet (sharia) en het spirituele pad
  • In Balochistan (waarde musici van Bamsar vandaan komen), zijn er Qadiri-derwisjen die tijdens de Maled of Pirpatar-rituelen in kringen samenkomen. Ter ere van hem voeren zij devotionele gezangen uit, begeleid door de daf, een traditionele frametrommel.
         De muziek die ze in de Willem de Zwijgerkerk lieten horen, is eveneens een vorm van deze devotionele, spirituele muziek. Vermeldenswaardig is ook dat Abdul Qadir Jilani bekendstaat onder titels als Ghawth al-A’zam ("de Grootste Helper") en Muhyiddin ("Vernieuwer van het Geloof")
    .

    Tot zover de tekst. Ballochistan roept een herinnering bij me op met beeld en al, maar daaraan is nu wat moois en wat kennis toegevoegd. Door een concert stapte ik even in een volgende werkelijkheid. Er waren er nogal wat deze zaterdagmiddag.