vrijdag 20 maart 2026

Huizen zonder vaders



Huizen zonder vaders door Heinrich Böll is echte Trümerliteratuur, geschreven op de puinhopen van het Duitsland van na de oorlog. Snappen waar de vaders uit de titel zijn gebleven vergt geen denkkracht. Maar wat de naoorlogse situatie doet met de twee vrienden Martin en Heinrich wel. Beiden hebben een andere achtergrond. De vader van de een was dichter, die van de ander automonteur. Dit om maar een in het oog springend verschil te noemen. Hun denken en leefomgeving wordt door de schrijver op eenvoudige maar indringende wijze verwoord.

Zeven jongens in hun klas hadden in de oorlog een vader verloren, en konden daarom op clementie rekenen als ze iets niet wisten of verkeerd deden. Dat verloren klonk alsof ze hem hadden
“laten staan, als een paraplu.” Er zijn dus nog wel wat vaders, maar er zijn ook 'ooms' die een relatie met moeders krijgen en zich 'verenigen'. De ene oom is goed of net te doen, de andere oom is akelig en verteert de beperkte inkomsten, zodat de rest van 'het gezin' hongert.
     Er is een man die op Martin en Heinrich let, Albert. Hij is geen vader, maar ook meer dan een oom. Hij was de vriend van Martins vader. Die vader is de dood ingejaagd op een heikele missie door een officier die zich machtsbelust wilde laten gelden. Hij legde adviezen om de mannen niet te sturen naast zich neer.      Nella de moeder van Martin is economisch onafhankelijk. Ze wil niet meer trouwen. Haar liefde bleef in de oorlog: “(...) de een of andere kleine stommeling komt op het toneel en laat je man neerknallen – drie, vier miljoen van die plechtige gebeurtenissen worden door één oorlog teniet gedaan.” Minnares is daarna mooi genoeg. Ze wil niet weer weduwe worden. Want dat is wat ze vreest.
     Mooipraters strooien vergetelheid over de narigheid van de oorlog, zogenaamd in het belang van de kinderen, maar ook omdat de mannen er weer op uit moeten gaan,
“anders stagneert de weduwenfabriek.” Nu woont Nella in een verwaarloosd huis, maar wel een plek met een dak, koelkast en een ruimte waar ook anderen huizen, zoals haar moeder die de moordenaar van haar schoonzoon niet vergeet. Maar ook Glum. Glum heette eigenlijk Glumbich Choklokusteban. Dat betekende 'Zon die onze bessen doet rijpen'. Hij kwam van ver, helemaal uit het noorden van Siberië, aan de Poolzee bij een rivier, die Sjechtisjechna-sjechticho wordt genoemd, maar ook van dichtbij genoeg om nu in hetzelfde huis te wonen.
    Mevrouw Brielach, de moeder van Heinrich, is op de steun van de ooms aangewezen. Rijkdom brengt het haar niet. De inboedel is een allegaartje. Heinrich slaapt bijvoorbeeld op een deur uit het Ministerie van Financiën, meer specifiek die van kamer 547. Dat staat er nog op. Eronder staan vier klossen. Een kast is niet veel meer dan een touw, een plank en een gordijn. Heinrich cijfert zich suf om de uitgaven net zo krap te maken als de inkomsten en ontwikkelt daartoe niet alleen zijn rekenkunde, maar als jong kind ook zijn handelsgeest en een te volwassen gevoel voor verantwoordelijkheid. Mevrouw Brielach is gedwongen om op beter te hopen en dat te zoeken.

De jongens houden zich bezig met wat MOREEL, IMMOREEL en ONZEDELIJK is en wat FATSOEN betekent. Welke moeder past welke rol? Wanneer is het zich verenigen tussen man en vrouw wel of niet goed te praten? Deze vraag blijft spelen tot in de laatste zin van de roman en krijgt dan een antwoord waarbij aan een deel van de narigheid ontsnapt lijkt te worden (maar of dat zo is ligt over de horizon van de tekst).
     Het fatsoen van een oom was niet meer dan een woord gebruikt als vernis. De onzedelijkheid van de oorlog speelt op de achtergrond een veel grotere rol dan de vragen die door de hoofden van de beginnende pubers jagen. Het NAZISME met zijn geweld en bloeddorst was weliswaar DOOR EN DOOR DUITS, maar zo Duits geaard trapten ze ook een donkere lachende jongen dood. Een Jood. Vandaar. Op de plek van die lynchpartij groeien nu in het donker champignons en buiten roepen de moeders er na de oorlog naar hun kinderen dat ze op moeten passen KOM ER NIET TE DICHT BIJ. Op school werden de nazi's “NIET ZO ERG afgeschilderd; andere verschrikkingen stelden de NIET ZO ERGE NAZI's in de schaduw: de Russen.” Böll constateert al in 1954 hoe de opkomende Koude Oorlog als boenwas voor het fascisme wordt gebruikt.

Woorden spelen een grote rol in het boek. Soms worden ze met hoofdletters benadrukt. De woorden in kapitalen hierboven komen allemaal zo gezet uit
De huizen zonder vaders. Dat gaat van een woord als GELD, of STINKOORLOG, naar woorden die niet goed zouden zijn als EIGENLIJK, SOWIESO en UBERHAUPT, maar dat waren “woorden die belangrijker waren dan volwassenen dachten.”
     Door het hoofd van Martins' moeder spelen andere woorden, de eerste letter valt van deze niet in kapitalen geschreven
ührer, olk en aderland af. Een, twee, drie lettergrepen, maar ze waren goed voor miljoenen weduwen, miljoenen wezen. Woorden die ervoor zorgden dat de vader van Heinrich lag te verrotten in Kalinovka (dat is net over de grens met Oekraïne in Rusland gelegen).

Gäseler, de officier die zijn slopende machtswoord sprak, werkt inmiddels aan een bloemlezing van het werk van Raimund Bach de vader van Martin. De dichter is populair geworden na de oorlog, en wordt steeds meer gebruikt als vlag op een modderschuit. Als Nella hem spreekt, zegt ze: “Mijn man haatte de oorlog, en ik geef u geen enkel vers voor uw bloemlezing als u er niet een brief bij opneemt die ik zal uitzoeken. Hij haatte de oorlog, de generaals, het hele militarisme – en ik zou u moeten haten, u verveelt me alleen maar.” Het huidige Duitsland, de huidige wereld, heeft weer nood aan Nella's.

Op de al genoemde
pagina over de Puinhoop literatuur, wordt beweerd dat Böll “vond dat de literatuur na de Tweede Wereldoorlog eenvoudig moest worden.” Hij is daar in dit boek bijzonder goed in geslaagd, zonder dat het daardoor simpel is. Sterker nog het boek is een stem tegen het vergeten en geeft er een aan de kinderen, de vrouwen en jonge soldaten die slachtoffer werden van wat de daders zo snel mogelijk  wilden uitwissen. Waar ze overheen wilden praten. Dit boek werkt als plumeau, en veegt het mooipraatstof weg.

Bovenal is het een boek dat laat zien dat oorlog niet zozeer over dapperheid, maar veel meer over ellende gaat.

donderdag 19 maart 2026

Vragen, altijd vragen

 

Toch doe ik het wel: schrijven over een praatje op mijn bankje onder aan 't duin. Of eigenlijk niet over het gesprek, maar over mijn eigen falende hersenpan. Het ging over van alles en nog wat, maar ook over het sluizencomplex bij Velzen. Dat werkt niet goed en dat levert gevaar op voor delen van Noord-Holland en Utrecht.
     Het probleem wordt al jaren met lapmiddelen afgewend. Er is een nieuw gemaal nodig en de kosten daarvan kunnen oplopen tot € 2,3-miljard. Die aanpak wordt door het Kabinet vooruitgeschoven (dat ziet veiligheid vooral in wapens). De provincie vindt dat het tijd voor een aanpak wordt. Ik wist er het fijne niet meer van en sprak er desondanks met bombarie toch over. Vragen, altijd vragen. Vragen dat levert meer op dan beweren.

We hadden het op dat bankje de dag na de gemeenteraadsverkiezingen ook over Emiel Roemer. Ik wist niet dat hij op dat moment met de gevolgen van een verkeersongeluk kampte. Dat kan. Maar ook niet meer welke functie de aimabele SP'er tegenwoordig vervult. Burgemeester ergens in Zuid-Limburg? Nee natuurlijk niet. Hij is al vijf jaar Commisaris van de Koning in die provincie. Dat wist ik wel. Maar mijn hersens lijken wel een bezinkput waar alles verdwijnt naar de bodem. Het warrelt soms weer boven als ik erin roer. (Dat ik nog maar moeilijk kan lezen, werkt ook niet echt mee.) Het voordeel? Ik ben steeds weer verbaast, bijvoorbeeld als ik zie waar de voormalige schoolmeester terecht is gekomen.

***

Voor mij was de tocht naar het strand, weer de eerste langere fietstocht in tijden. Twee seizoenen had ik overgeslagen. De herfst en de winter, stonden in het teken van ziektes. Blij maakte dat de vingerhelmbloem niet ver van de duinen weer bloeide en de ereprijs de berm weer blauw kleurde. Ook de eetbare bladeren van de daslook  zijn weer terug. In de duinen liepen opeens Exmoor pony's. (De vraag is nu zijn de Koniks er nog? Ja dus.) Op het strand lag het vol met schelpen. Ik nam een wulk mee terug naar huis, een gevlochten fuikhoren, een ruggewervel van een vis en een aan de vloedlijn gevonden slakkenhuisje van wat toch een landslak lijkt.
     Fijn zo'n uitspapje.

***

Inuit Tanya Tagaq bracht op 6 maart 2026 haar nieuwe album uit, Saputjiji (vertaald: 'aangewezen beschermer'). Het combineert elektronische elementen met krachtige zang en dient als een anti-oorlogs- en anti-koloniale reactie op de hedendaagse spanningen.
     Tagaq is muzikante, activiste en schrijfster. Hier haar nummer Fuck War













zondag 15 maart 2026

In Lichem fol beloften



In Lichem fol beloften is een muziekalbum en boek ineen. Het komt van ZEA*. Onder die naam wordt al de hele eeuw muziek gemaakt. Hier in bijzondere bezetting. Niet altijd met zulk mooi drukwerk. Allereerst valt me op dat het is gedrukt door Kaboem, waar Hennie al jarenlang de drukker van dienst is.
     Boek is misschien een groot woord. Brochure past beter, maar het is een voorbeeld voor velen hoe je liedteksten bij een album kan voegen, niet in een 5 pts lettertje waarvoor je een loep moet aanschaffen, maar in een leesbare lettergrootte en zelfs met hier met daar een illustratie. De teksten staan er in het Fries, Nederlands en Engels.

Er zijn liedteksten en verhalen. Soms laten de verhalen zien waar de songteksten vandaan komen, zoals dat over de schaakpartij met de dood. Of het absurdistische verhaal bij pijn en tijd I waar de boom op een auto valt die later wordt opgehaald. Het is geschreven rond een gesprek met snackbar Coja medewerker 1 en Coja medewerker 2, maar het gedicht gaat vooral over de moeder van wie de auto eerder was.
     Maar de boekbrochure begint met een foto van doekjes en washandjes op tegels, en daarna het gedicht in lichem fol beloften met als eerste regel van het water leerden we dromen. Het komt van dichter Tsead Bruinja. De Friese titel van album, lied en gedicht is ook voor een Hollander goed te begrijpen, maar de associatieve tekst die volgt is gelukkig vertaald in 't Nederlands en Engels voor de stervelingen die die taal uit de Noordelijke Nederlandse provincie niet meester zijn. Vechten tegen degradatie is veel lastiger dan strijden om kampioen te worden verhaalt dat ooit de ziel, het vehikel dat ons lichaam meeneemt afscheid van ons zal nemen. Daar is niet tegen te strijden. Dood is regelmatig aanwezig op een lichaam vol beloften.

Hierboven werden de teksten al gedichten genoemd, maar zijn het geen teksten van liedjes die weliswaar vervreemdend werken en je net een andere kant op sturen? Ze leiden je niet over het fietspad, maar door het weiland, drassig met veen in de verte. Je weet wel waar dat meisje gevonden werd. Hoewel soms wat melancholiek of lichtjes droef om het verlies, en een enkele keer donker, blijft het aan de aangename kant; zelfs als een gedicht begint met ik ben geen vrij man/ik ben de bewaker van mijn angsten. Die sfeer.
     Kiezen hoeft gelukkig niet tussen liedteksten en onpretentieuze gedichten. Al neig ik naar dat tweede en luister dan later weer naar het eerste met de vertaling in de hand. En er zijn er ook teksten van 'erkende' dichters bij. Bruinja hebben we al gehad.

Na een paar pagina's komt een typische Amsterdamse foto voorbij; vol met fietsen die beeldvullend geparkeerd staan. Het daarna afgedrukte gedicht gaat over het vragen om hulp, maar vooral om wat meer tijd. Dat de vertaling soms zijn eigen weg zoekt in de taal waarin het Fries verandert, zie je meteen aan Fügel dat in het Nederlands en hij sloeg de vogel en in het Engels and the man killed the bird is geworden. Met twee maal dezelfde drie regels eindigt het kleine sprookje – dat ook ook hart onder de kunstenmakersriem is.

en hij sloeg de vogel dood
en met de vogel ook het lied
en met het lied doodde hij zichzelf
(2x)

Aan deze tekst gaat een tekening van een brug vooraf. De tekeningen bevallen me beter dan de foto's. Die zijn vaak wat vlak of zeer minimaal. Maar dat als een nauwelijks belangrijk terzijde.

Als er iemand komt
van ver
met een taal die misschien
al het geluid verstomt
laat zien dat de vreemdeling misschien redenen heeft voor wat hij doet. In het verhaal achter in het boek krijgt dit gedicht zowel een loodzware als vrolijke achtergrond.
    Ik tel dyn bonken op, gaat over bewaren onder de ziel en geen afscheid nemen. De regel 'ik tel je botten op' is de laatste. De woorden zijn gebaseerd op een tekst van Nina Nastasia.
     Tussendoor zijn we langs een kaartje van Makkum gekomen met op de pagina ernaast alle straatnamen. Voor wie het stadje aan het IJsselmeer kent is het een invulpuzzel en liedtekst ineen. Het verhaal Makkum vertelt dat de Cynthia Lenigestraat naar de gelijknamige Makkumse dichteres uit de 18e eeuw is genoemd die in haar tijd en ook daarna zeer werd gewaardeerd** en vroeg gestorven is.

De dood wordt voorafgegaan door een tekening naar een schildering uit 1470 door Alberts Pictor in Tâby kirka net boven Stokholm. Dat staat in het verhaal de Dea (met hoofdletter hoewel die verder spaarzaam worden gebruikt, dit blijkbaar om het ontzag voor de dood te onderstrepen). De liedtekst zelf is een vertaling naar het Fries van het gedicht De dood door M. Vasalis.

Het tweede deel van de boekbrochure bevat verhalen. Daarvan werder er hiervoor al enkelen genoemd. Het eerste beschrijft het verband tussen moeder, washandjes, een optreden op Lowlands en een gratis drug. Een kus naar de betonnen wolken, heeft alleen een Engelse en Friese titel, maar gaat over hoe een gedicht de gitarist Arnold de Boer inspireert.
     Een enkele keer is de tekst een achtergrond bij een tekening, zoals
de fügel die gaat over de Slauerhoffbrug over de Harlingervaart in Leeuwarden. De raakvlakken met het liedgedicht dat er onder deze titel ook is, lijkt verdwenen. Waar de bleek en de doden in lakens samen komen, vertelt ik tel dyn bonken op. Soms moet je even terug naar het gedicht of is het aan te bevelen vooruit te bladeren naar het bijpassende verhaal. Alles past kunstig in elkaar.

Bij de albumhoes en de kaft van het boek past het beste weer is een dag voorbij (het gelijknamige lied eindigt met een melodie van Misha Mengelberg). De laatste tekst van vier regels suze nane poppe is een droef Fries wiegeliedje waarbij je de achtergrond zou willen weten, maar het album heeft door dit toegevoegde boek al zoveel meer informatie dan gewoon is, dat dergelijke wensen wel een het-is-nooit-genoeg lijken te zijn. Wat een heerlijke manier van een plaat uitbrengen.
      Want dat is er ook nog: de muziek met vel moois, zoals de klarinetklanken van een uitgebreide band. Voor mij springt de kus en de wolken eruit. 



Noot:
*
Meer over ZEA bij https://zeamusic.nl/news/ en https://makkumrecords.nl/.
** Zie lemma 571 over Kynke Lenige in 1001 Vrouwen uit de Nederlandse Geschiedenis, samengesteld door Els Kloek (Nijmegen: Van Tilt, 2013), pp. 781-782.


vrijdag 13 maart 2026

The Humans


The Humans door Matt Haig is een buitenbeentje, zelfs tussen het allegaartje dat ik de afgelopen jaren las. Haig mag dan een bestseller schrijver zijn, bij mij komt science fiction niet snel op het leesplankje. Dat het nu wel zo was, zal er mee te maken hebben dat ik weken aan huis gebonden was en geen nieuw leesvoer kon grazen in de kasten langs de straatkant of de bij de bibliotheek. Bovendien zo erg is het ook weer niet over de zelf getrokken genre grenzen heen te lezen, Daaarnaast wordt in de roman gesteld dat er slechts een genre is binnen fictie en dat wordt 'boek' genoemd. Of dat helemaal klopt? Maar dit boek gaat inderdaad wel over de mens, en wat daar zo mooi en bijzonder aan is, zoals ook romans in andere genres wel beschrijven.

Het begint met een naakte man die van elders in de ruimte komt om het gevaar te bestrijden dat is ontstaan door onderzoek van de wiskundige professor Andrew Martin naar de Riemann-hypothese. Deze stelt dat de structuur van het voorkomen van priemgetallen kan worden begrepen. Dat zou een stevige basis leggen onder een belangrijk deel van de wiskunde. Bernard Riemann had het slot op het probleem gevonden, maar zou sterven voordat hij de sleutel had. Die leek tot ruim anderhalve eeuw later onvindbaar. Maar niet voor gedreven wiskundige Martin. Zijn vondst zou de mens supercomputers, uitleg voor kwantummechanica, en toegang tot interstellair transport op kunnen leveren.

___________________________
Priemgetallen komen regelmatig terug in de roman van de cijfers zelf (zoals de langste die wordt genoemd 4314398832739895727932419750374600193), via  de positie die ze in wiskunde innemen en lievelingspriemgetallen tot meer poëtische betekenissen ervan, zoals:
“Elk zo ondeelbaar als liefde, behalve door één en zichzelf.”                                      

Een gezant van duizende lichtjaren ver weg in de ruimte is vervolgens belast met de taak deze kennis en de mensen die er wetenschap van hebben uit de weg ruimen. Hij neemt daartoe het uiterlijk van Martin aan. De liquidatie wordt gemotiveerd met de visie op de mens door andere ruimtebewoners. De mens is volgens hen een levensvorm die slecht om kan gaan met zichzelf, maar ook met de wetenschap die ze zich verwerft. Teveel kennis in menselijke handen zou slecht zijn voor de rest van het leven in de ruimte. (Je kan er als krantenlezer in de eenentwintigste eeuw al inkomen.) De gezant vernietigt het document in Martins computer en gaat op zoek naar wie van deze kennis nog meer op de hoogte is.

Ga je op vakantie naar een andere land of zelfs een ander werelddeel dan vallen veel dingen op, omdat ze anders zijn dan thuis. De kloon van Andrew Martin heeft dat ook. Dat begint al met de kleding. Hij komt dan wel in de verschijning zoals Martin was, maar zonder kleren. Hij begrijpt niet dat hij daardoor afwijkt van het normale. Hij wordt voor dat
streaken zelfs opgepakt en geobserveerd in een kliniek. De missie is dan wel minitieus uitgewerkt, maar minder op meer algemene zaken. 
     In de kliniek merkt de verschijning uit de ruimte dat hij steeds opnieuw vragenlijstjes in moet vullen. Vragen geeft de indruk dat je het leven van anderen beheerst die niet binnen de lijntjes blijven, zo analyseert hij dit aardse fenomeen. Hij verbaast zich erover dat het nieuws alleen gaat over mensenzaken en dieren er blijkbaar niet toe doen. Wiskundige ontwikkelingen maken er al helemaal geen deel van uit, en het nieuws is belangrijker als het het gerapporteerde dichterbij gebeurde (voor hem – van duizenden lichtjaren ver gekomen – is alles op de aarde nabij). De antropoloog uit de ruimte verwoord daarmee gedeeltelijk de herkenbare onlogische aardse logica.

Op de eerste pagina staat een zin over menselijk gedrag om door het hele boek mee te nemen en te zien welke voorbeelden daarvan gegeven worden:
“Ze converseren zelden over de onderwerpen waarover ze het willen hebben (….).” Van die onderwerpen geen uitdrukkelijke voorbeelden, maar de woorden tekenen de sfeer wel die een buitenstaander opmerkt als hij probeert de mens te begrijpen. Veel loopt net anders dan verwacht. Mensen gaan bijvoorbeeld winkelen om gelukkig te worden. Maar ze worden er vaak juist ellendig van. Ze houden vast aan de weekindeling van weekend en werkdagen, terwijl juist de vrije zaterdag (de zondag is alweer de dag voor de werkweek) ze blij maakt. Waarom die indeling niet omkeren? Ze eten het vlees van ander leven, zoals van koeien, maar dat willen ze blijkbaar niet al te duidelijk zien en daarom noemen ze het vlees anders dan het levende dier (van cow naar beef van pig naar pork).

Lachen heeft veel functies, net als stiltes die vallen, en een andere klemtoon bij een woord kan het een andere betekenis gegeven. Soms heeft een bepaalde klemtoon zelf een betekenis (zoals bij: 'zullen we naar boven gaan?' of in het café 'naar mijn huis?'). Er wordt gefronst, schouders opgetrokken etc, alles om iets te vertellen en dezelfde beweging kan zomaar iets anders betekenen in een nieuwe context.
     Het valt de nieuwe Andrew Martin op dat voor genezen het woord
recover wordt gebruikt alsof gezondheid iets moet bedekken dat zit verborgen in het menselijk wezen. 
     Voor buitenaards leven kan de formele geschreven en gesproken taal in grote mate eenvoudig zijn, dat betekent niet dat menselijke communicatie dat ook is.

De mens leeft meer dan honderdduizend generaties op aarde, maar weet nog steeds niet hoe er te leven, menen ze op de planeet
Vonnadoria waar de gezant vandaan komt. Een Duitse natuurkundige die werkte in Bern wordt als voorbeeld genoemd. Zijn theorie, een dagdroom, leidde een halve eeuw nadien tot de vernietiging van twee Japanse steden en een groot deel van de bevolking ervan. Dat is niet wat Einstein wenste of bedoelde, maar het gebeurde toch.
     Zo beroerd als lichtjaren verderop gedacht wordt is het aardse leven toch ook niet. Niet alle mensen werken voor roem en rijkdom (als voorbeeld wordt de Russische wiskundige Grigori Pereleman genoemd, die na het oplossen van het
Vermoeden van Poincaré van geen eer of prijs wilde weten), niet allen zijn botte agressievelingen die elkaar bevechten zonder reden. Er zijn bovendien ook mooie zaken, zoals muziek, poëzie, liefde, wijn, boterhammen met pindakaas, seks, en vriendschap die het aardse leven mooi maken. Zelfs de tegenstrijdigheid in woord en handeling van de mens heeft iets moois en mysterieus, aldus de tweede Andrew Martin. Dood en pijn zijn niet fijn, maar ze stellen grenzen waarbinnen geleefd kan worden met volle inzet en die beperking geeft soms ook kwaliteit.
      Kloon Martin wil vanwege dit alles blijven en dan beginnen de problemen pas echt goed. 

Tekst loop door onder video en songtext

“What I [Kloon Martin] wanted,in fact, 
was to go home. So, I stood up. It was 
only a short walk away.

Home – is where I want to be
But I guess I'm already there
I come home – she lifted up her wings
Guess that this must be the place.
– Talking Heads,
'This must be the place' (p. 291)


Binnen die muziek komen 
vooral Talking Heads en Debussy naar voren en in de poëzie staat Emily Dickinson op eenzame hoogte. Er zijn verschillende gedichten van haar werwerkt, zoals:

How happy is the little stone
That rambles in the road alone,
and doesn't care about carreers,
And exigenies never fears;
Whose coat of elemental brown
A passing universe put on;
And independent as the sun,
Associates or glows alone,
Fulfilling absolute decree
In casual simplicity.
Ook het eerste vers van het gedicht Hope is a thing with feathers wordt geciteerd.* Zo brengt een ruimte bewoner me in contact met aardse literatuur en dichtkunst.
Hope is thing with feathers
That perches in the soul,
And sings the tune without the words,
And never stops at all.

En het is vooral die ene zin van Dickinson uit het gedicht 549 die het boek wil onderstrepen, en zichbaar maken met woorden, visies en gedachten net zoals mascara de wimpers nadrukkelijker laat zien: “Till I loved I never lived.”
     Schrijver Matt Haig is in dit boek uitdrukkelijk opzoek naar “de malle en vaak beangstigende schoonheid van het mens zijn.” Hij schreef er een verhaal omheen dat ik maar moeilijk weg kon leggen.

Noot:
* Dat gedicht gaf
Grief is a thing with feathers de populaire roman van Max Porter zijn titel. Verdriet is een ding met veren, besprak ik eerder. Ook daarin komt Emily Dickinson nadrukkelijk aan het woord.