zaterdag 13 juni 2026

Dag 7, Bergen op Zoom/trein: Regen, regen, druppelzegen





Het land heeft het nodig, het vocht uit de lucht. Maar na uren druppels was ik doorweekt en toen moest ik nog een heel stuk. Mijn doel was de Kruislandsedijk in Nederland. Daar wilde ik nog een nacht kamperen.

Het begon met boodschappen en daarna Rue de Trieu op. Kort daarop kwam ik op de Ronde van Vlaanderen straat. De namen van de winaars waren tot 2025 op de straat geschilderd. Vanaf 2004 staan er twee namen. Dan doen ook de vrouwen mee. 2026 ontbreekt nog. Het moet toch een kleine moeite zijn om Tadej Pogačar en Demi Vollering er nog bij te plaatsen.

Als ik inmiddels al bij Antwerpen met de Waterbus naar Fort Lillo ben gebracht en tegen nog wat tegenvallers ben aangelopen dan besluit ik dat het de trein wordt vanuit Bergen op Zoom. Die stad heeft ook nog eens een link met de carrière van Erasmus die de secretaris van bisschop Hendrik van Bergen (op Zoom) was voordat hij aan zijn vredeswerk in Kamerijk begon.

Als ik op die waterbus wacht komt er een een INEOS-schuit voorbij, met een PR-slogan op de zijkant. Iedereen weet dat het bedrijf juist meer vervuilt dan opruimt, maar als je een leugen tig keer herhaalt dan blijft het steeds vaker hangen. Dan was dat
waste oil bootje in de Rotterdamse haven duidelijker. Dat lag onder de containers van CMA CMG, samen met Decatlon de sponsor van een wielerploeg. Zo komt veel uit het begin hier weer terug.

Containervervoersmaatschappij Evergreen heeft naam gemaakt door enige tijd geleden het Suezkanaal te blokkeren door er met een schip dwars op te gaan liggen. Een knelpunt in de internationale economie liep er vijf jaar geleden door vast en pakjes kwamen later aan. Nu staat een goederen trein langdurig stil een wagon met een Evergreen containers blokkeert de weg. Heeft het bedrijf een
bucket list? Ik wacht en niet alleen. Er staat een flinke stoet.

Als ik weer vertrokken ben stuit op een omhoog staande brug over de Kallosluis. Er vaart een klein vrachtschip in. Het gaat allemaal heel voorzichtig en heel traag. Na de twee grotere volgen drie kleintjes, en dan nog meer en in de verte …. ja weer anderen. Ik krijg het koud door regen en wind.

Mijn telefoon hapert onder het waterdichte plastic en ik durf er niet op te kijken. Daardoor zie ik ook niet dat er aan de achterkant van de sluis nog een overgang is. Pas als ik achter het huisje op het gesloten deel ga schuilen zie ik ver weg de brug en daar kan ik wel over. Anders had het nog uren kunnen duren. De reis sluit af waar hij begon in een havengebied. Hier geen kluten, maar wel wel steeds weer de krasraspkreet van de fazant.

Het is even wachten op de trein. Een vriendelijke jonge man helpt me met het in de trein krijgen van mijn vracht. Om 23 uur ben ik thuis.















Dag 1: Kalm aan
Dag 2: Klutenjaar 
Dag 3: Johoho
Dag 4: Koude grond
Dag 5: Hopsen
Dag 6: Avontuur
Dag 7:  Druppelzegen



Dag 6, Russeignies: avontuur en belevenissen





Aan het eind van de dag sta ik op een camping ( Au pied du Trieu). Het is een plek waaraan je ziet dat de uitbaters hebben gedacht wat ze zelf fijn vinden aan een kampeerplek, wat nuttig is, en wat er anders kan dan gebruikelijk en net wat leuker is. (Een beetje zoals de camping in Noord-Duitsland waar ik ooit stond. (Hier is een groen/paars iriserende kever in de hondsroos gezet, er is bijvoorbeeld een iniminie klein rond plekje tussen dunne boomstammen en om de plekken heen is lang gras.

Het schoot niet op vandaag en ik moest via bizarre paden. Na een Frans gat in de weg, schoot iets los. Ik repareerde het provisorisch, maar onvoldoende. Boven op een heuvel tussen de velden heb ik een betere oplossing gezocht, een dik stuk elastiek bood uitkomst (het zou tot thuis blijven zitten en daar kan een permanente oplossing worden gemaakt).

Nog een klein stuk te gaan kwam ik langs een frituur. Ik at er een broodje kroket om de maag te vullen. Over de weg, een landweggetje in. De navigatie leidde me naar een trekkerspoor dat flink overgroeid was. Toen ik er vertwijfeld naar stond te kijken, kwam er een oude man:
“Waar moet U heen?” Camping, hoewel vlakbij zei hem niets. Hij wist wel dat ik zo verder kon. “Het is korter en motoren doen het ook.” (Dat laatste betwijfel ik na mijn avontuur door het gras en klei. Korter in afstand was het, maar zeker niet in tijd.)

Uiteindelijk stond ik voor de camping waar niet gereageerd werd op het aanbellen. Op de boerderij aan de overkant van de weg hoorde ik stemmen en de waakhond lag aan de ketting en zo durfde ik de donkere ouderwetse stal met koeien in te lopen waar de boer stond. Hij vertelde dat de eigenaar snel thuis zou komen van zijn werk in de stad.
“U moet wachten.” hij zou wel even meelopen. Op dat moment kwam de campingvrouw met hond naar buiten. Ze moet haar man vragen of het goed was dat ik er overnachtte en gaf mij hem tenslotte te spreken. Hij was een paar dagen voor werk in het buitenland. Dat was lang wachten geweest.

Nu kon ik door het hek. Ik werd langs alle plekjes geleid en stapte een andere wereld in. De wereld als avontuur. En dat is precies waar zo'n vakantie voor is bedoeld. Zulke plekjes en belevenissen maken blij, hoe zwaar het ook is en je zonder inkopen en dus een volwaardige maaltijd zit, fietsproblemen had en regelmatig verkeerd reed en toch opgewekt.












Dag 1: Kalm aan
Dag 2: Klutenjaar 
Dag 3: Johoho
Dag 4: Koude grond
Dag 5: Hopsen
Dag 6: Avontuur
Dag 7:  Druppelzegen




Dag 5, Cambrai: Hopsen




Zoef gaat het de heuvel af. Dat heb je met een camping die Op den berg heet dan begin je lekker makkelijk. Vermoedelijk haalde ik daar mijn maximale snelheid van de tocht: 34 km/u. Niet harder dan een duin af. Rustig aan.

Onderweg kwam ik de Schelde tegen volgde hem een stuk. Reed door bossen en langs een veld met een tiental koereigers. Toen ik een foto wilde maken vlogen ze weg. En in die contreien onvermijdelijk: de wegen gelegd van kasseien. Soms waren ze een beetje opgelapt met asfalt en andere stukken waren gerestaureerd met de vierkante stenen. Je hopst erover. Hard en in het midden is het devies en niet teveel lucht in de banden. Maar dat is voor de profs en echte amateurs. Ik op mijn bolide deed het zo goed als het kon. Toen er aan het eind van de tocht weer een kasseien weg van 4 km kwam was ik blij dat na ruim een kilometer het wegdek toch glad was gemaakt.

Voordat ik Cambrai inreed, ging ik eerst over de Schelde, een miezerig riviertje en daarna langs het Scheldekanaal dat er een deel van zijn water ervan krijgt. Zo is het goed bevaarbaar voor binnenschepen en die functie wordt versterkt door het aansluitende Seine-Noord-Europa kanaal waaraan gewerkt wordt. Zo fiets ik gladjes Cambrai binnen. De camping ligt er niet ver vandaan en ik ben niet eens zo laat.










Dag 1: Kalm aan
Dag 2: Klutenjaar 
Dag 3: Johoho
Dag 4: Koude grond
Dag 5: Hopsen
Dag 6: Avontuur
Dag 7:  Druppelzegen



Dag 4, Tiegem: van de koude grond



De dag begon vandaag daar waar mijn vader zijn laatste kilometers fietste. Hij kampeerde in Vrouwenpolder toen zijn hart het in de nacht voor de laatste keer begaf. Klinkerwegen, hoge heggen, uitgestrekte akkers, de toren van Middelburg in de verte. Het is geweldig. Zijn dood kwam alweer bijna drie decennia geleden. Op het feestje gisteren viel zijn naam een paar keer.
     Zeeuws-Vlaanderen – met het veer naar Breskens – heeft die uitgestrektheid ook, met ook nog eens vele dijken en slierten populieren, maar ook meer bewoning dan ik me eerder realiseerde.

Het blijft opvallend dat als je de grens passeert er meteen verschillen zijn (zelf vanuit dit deel van Nederland dat toch het dichtst bij Vlaanderen ligt. Even wonderlijk is het fenomeen dat je gelijk cultuur sociologische visies hebt op daar waar je belandt. Een socioloog doet eerst studie (soms jarenlang) en komt dan pas met een visie. De toerist heeft zijn ogen en bagage opgedaan eerder in het leven om oordelen op te baseren. (Vroeger las ik nogal wel eens een boek over een reisbestemming.) 
      Vreemd blijft het: we hebben dezelfde taal; en heel lang een gedeelde geschiedenis. (Zelfs de van vrouwonderdrukkende, zogenaamde 'hekserij bestrijding,' kwam ik vorig jaar een herinneringsbeeld in Nederland tegen, ,maar wel zonder de kennelijk toch niet obligate veroordeling ervan.

De volgende dag ging ik nog meer grenzen over: die van Wallonië en Frankrijk in. Dat tweede merk ik door de piep uit mijn telefoon. Op de terugweg zou ik niet eens weten wanneer ik Nederland weer inreed en aan de Waalse kant van de taalgrens kon ik uitstekend terecht met Nederlands. Misschien zitten er in Frankrijk minder gaten in de weg, maar juist daar reed ik erin, omdat ik kennelijk net wat minder oplette..

Aan het eind van de dag reed ik 'de Tiegem' op, zelfs met zware bepakking goed te doen. Op de camping Op de Berg duurde het even voor ik snapte hoe alles daar werkte, maar toen was het er plezierig eenvoudig en van alle gemakken voorzien. Bier in de koelkast, voskop schapen (een schoonheid van een schaap) in de wei en zo'n tachtig koeien.







Dag 1: Kalm aan
Dag 2: Klutenjaar 
Dag 3: Johoho
Dag 4: Koude grond
Dag 5: Hopsen
Dag 6: Avontuur
Dag 7:  Druppelzegen