vrijdag 6 november 2026

Wilgeneiland



Wilgeneiland is een boek van N. Lupijn. Nee, niet echt. Lupijn is een fictieve schrijver uit het gelijknamige boek dat is geschreven door Gerwin van der Werf. Naast de fijne manier van schrijven vallen ook andere bouwstenen voor de roman op.

Het verhaal begint met een kort portret uit 1978 over een kunstenaar annex klusjesman Aalt Zoetebier. Aalt woont samen met zijn hond op een gammele ark. Die schuit ligt naast het Wilgeneiland midden in de Zwart Poel. De woonboot is alleen over water bereikbaar.
     Dit eerste deel wordt gevolgd door het langste tekst van het boek over de dertienjarige Natan. Hij is met zijn ouders aan de oever van datzelfde water komen wonen. Zijn vader werkt bij het Waterschap en wil midden tussen de doelgroep leven die te maken zal krijgen met de plannen om het waterpeil te verhogen om zo meer natuur en weidevogels in het veen te krijgen. Die omgeving zit echter niet op de nieuwlichtersideeën te wachten en laat dat merken. Zelfs het contact tussen Natan en de twee jaar oudere 'Marie' loopt stuk op de dorpse mores. Het dorp heeft het al moeilijk genoeg met import, maar dat des te meer als die ook nog de grutto boven de boeren stelt.

De buurman speelt Jezus aan het kruis in Europese uitvoeringen van J.C. Superstar en verdient daar zelfs in het in zichzelf gekeerde Oud Zweiland krediet mee en hij zelf ontleent er zelfrespect aan: 'zonder kruis is hij niets'. Die buurman komt voor de nieuwelingen op en heeft interesse in de nieuwe buurvrouw en zij in hem.
     Maar buurman Tom is minstens zo geboeid door de buurjongen die met overtuiging tegen hem zegt dat hij dichter wil worden; welke jongen van zijn leeftijd streeft daar immers naar. Die wens van Natan geeft auteur Van der Werf gelegenheid om met het maken van gedichten te spelen. Het gebruik van woorden, het omdraaien van de zinsvolgorde, het weglaten en toevoegen. Je voelt door kleine wijzigingen de kracht toe- of afnemen en de betekenis veranderen. Het boetseren met taal loopt zo nadrukkelijk door het hele boek.
     In een gedicht van vijf strofen (waarmee het tweede deel eindigt) zoekt Natan of er plaats is voor hem in de wereld en hoe en waar. Hij zou er een forse prijs mee winnen. Het proeven van de adolescenten poëzie is een onderzoek naar woorden en schrijven. Dit wordt later aangevuld met het gebruik van het verhaal als doder van de tijd. Ook is er een paar maal de constatering dat woorden kunnen vastleggen wat beter onbenoemd kan blijven, omdat het dan minder ernstig blijft en de woorden niet 'opeens voor je neus staan' en een blijvende stempel drukken op een karakter eigenschap die ook voorbij zou kunnen gaan. Kortom taal als al dan niet gewenst gereedschap om te ordenen.
     De tijd krijgt in Wilgeneiland juist betekenis door niet meer te lopen.

Is buurman Tom de Jezus of is dat eigenlijk de vader van Natan? Die tweede plaatst na een volgend incident gericht tegen de aanwezigheid van hem en zijn gezin een ideeënbus op de stijger voor zijn woonboot en keert daarmee zijn linker wang naar het dorp toe. Of zijn de heiligenbeelden in een schuur de religieuze hoop in bange dagen? Het lijkt in deze korte bespreking wat overvloedig om dit alles aan de orde te laten komen, maar in de roman is van overdadigheid geen sprake. Als luie lezer zou je hooguit soms meer duidelijkheid willen hebben.
     Er is meer. De nadelige kanten van adoptie speelt minstens een evengrote rol in Oud Zweiland en de kwalijke kanten schieten hier zelfs in het extreme. Er is het
who done it element rond een mogelijke moord, de geur van bedompte lucht in een dorp, poel en stal, er zijn onverwachte ontwikkelingen van personages, er wordt teruggekeken op gemiste kansen in het leven en er is het zoeken naar de ruimte erin en de zin ervan. Spelend in het lege veengebied zit het boek vol lijntjes, zodat het juist leest met vaart en blijft boeien. Het wordt zelfs duidelijk waarom de kerkklok voor altijd op kwart over vijf is blijven staan. 

Het derde deel speelt zestien jaar later. Tom is geen Jezus meer, maar taxichauffeur geworden. Hij woont in de stad dicht bij het dorp. Het zestal hoofdstukken er in werkt toe naar het afhechten van losse eindjes, iets wat ook in de twee slotteksten (getiteld Marie en Natan) gebeurt. Een enkel draadje blijft bungelen. Zoals dat ook buiten een roman in het wild veelal gaat.

Op de kaft staan woorden uit Trouw van Yolanda Entius:
“wat een LEKKERE en ZUIVERE pen.” Die kapitalen heeft de uitgever toegevoegd aan de tekst uit haar recensie om de inderdaad treffende termen te benadrukken. Dat de frase is geschreven met betrekking tot een ander boek van Van der Werf blijft onbenoemd, dat is goedkoop, maar niet zo erg; ze past ook Wilgeneiland als een wetsuit.

dinsdag 3 november 2026

Tekst?



Op de heenweg bedacht ik me de terugtocht te gebruiken voor het maken van foto's. Het onderwerp zou worden: wegopbrekingen. Het lijkt er het seizoen voor. Dat begint al in het Westerpark. Aan het eind van de Bretten zag ik de volgende. Er is een grote tussen Haarlem-Noord en Spaarndam, gedeeltelijk was daar het nieuwe fietspad al weer bruikbaar. Bijna weer thuis bleek een deel Marnixstraat echt dicht. 

Op het strand dacht ik: “Nee geen tekst. Het is te mooi voor woorden en letters. Laat die wegwerkzaamheden maar.” De luchten waren weergaloos. Het was rustig en mooi. De wind was wel omstuimig, maar dat hoort bij de herfst. Geniet ervan droeg ik mezelf op.
De foto die er vorige week niet van kwam, maakte ik vandaag. Onderwerp de bloem met het pleidooi om het verkleinwoord niet af te schaffen, want zeg nu zelf de vlasbek dat klinkt toch niet. Iets verderop reed ik om een opbreking heen. Een man met bakfiets kwam me tegemoet. Op de zijkant een beeld van een grutto. 

“Kan het,” vroeg ik hem. Ja hij kwam van de kant waar ik heen wilde. “Weet je wat ze er doen,” wilde ik weten. “Ja het zijn de kabels voor een datacentrum die de grond ingaan,” antwoorde hij. Doe jij, doe ik, doen wij, zuinig met stroom, dan maken zij het weer op. Staan die molens niet voor niets in zee te malen. Alles voor de AI waar we met zijn allen in de breedte toch echt niet slimmer van worden. Daarna nog de griepprik. Later nog de uitslagen (die boden perspectief).

Toch tekst.










vrijdag 30 oktober 2026

De buurtwinkel aan zee

 

De buurtwinkel aan zee door Sonoko Machida gaat over een supermarktje onder een appartementencomplex voor ouderen. Het winkelaanbod is onder meer op die klanten toegesneden. Niet alleen zijn er producten in de schappen. Er is ook een eetzaal waar de bewoners kunnen samenkomen en eten.

 Al snel mochten ook anderen aanschuiven. Vrijwilligers houden het er netjes en schoon. De bedrijfsleider is superknap en zo charmant en aantrekkelijk dat vrouwen in rijen voor zijn kassa staan en zelfs een fanclub voor hem hebben opgericht.

De bezoekers zijn naast die vrouwen, gewone mensen, ouderen, leerlingen, mensen met een baan in de buurt, en een paar opvallende karakters. Jeugd komt genieten van taartjes en mooi opgemaakte kant-en-klaar maaltijden (bento's).
     De buurtwinkel... is verdeeld in zes hoofdstukken (plus een proloog en nawoord) die overlappen en personen komen meer dan eens terug, maar elk bevat een afgerond verhaal. Allen zoeken naar een antwoord op een 'hoe'.

Hoe los je problemen in het leven zo prettig mogelijk op en hoe zorg je voor je eigen welbevinden en zelfvertrouwen? Hoe verweer je je tegen pesten op school? Hoe geven ouders aandacht aan hun kinderen? Hoe blijf je je passie volgen (ook als het tegenzit)? Hoe zorg je voor ruimte voor beiden in een relatie? Hoe de verliefdheid je kan overvallen en niet altijd wederzijds is.
     Je kan je vergissen in een ander door zelf teveel conclusies te trekken. Er lopen in de wijk rond de winkel relaties die stuk, maar daar tegenover staan dan weer voorbeeldige stellen. Er zijn krengen van mensen die andere graag manipulren even rot te doen, maar er is veel meer behulpzaamheid en medeleven.

Feel good en zelfhulp zijn de woorden die opdoemen tijdens het lezen. De connotatie ervan doet het vriendelijke en soepel weglezende boek geen recht. Een pleidooi voor een kleinschalige buurtsuper, hoewel hier in een Japanse omgeving -- en enigszins karikaturaal --, is overal bruikbaar waar de winkels verdwijnen als gevolg van de Super de Supers die de kleintjes opeten. Tenderness, ja zo heet de winkel echt, heeft een centrale plek verworven in de kustplaats Mojiko in Kitakyushu in het zuiden van Japan.

Het is een boek dat geen leeftijd aanduiding (NUR code 340: algemeen populaire literatuur) kent, maar het is zeker ook geschikt voor de jeugdige lezer. Vanaf groep 8 lijkt het me niet te hoog gegrepen en kan het aanspreken. Het is eenvoudig geschreven en handelt over zaken die ook die leeftijdsgroep al aangaat en het land is populair. Ook deze zestiger heeft het met plezier gelezen.

Google AI duikt op met een uitleg over het boek op grond van een mix van plukwerk van het internet, waaruit ik de volgende typering haal: “een hartverwarmende Japanse roman. Het boek staat bekend als typische healing fiction en draait om de kleine, alledaagse momenten en de onderlinge verbondenheid in een kleine gemeenschap.” Om de aangename warme toon kan je niet heen. Het kost me bijna moeite om te schrijven dat het soms wel prettig is zoiets te lezen (bijna een guilty pleasure); fijn en plezierig wordt als omlijsting van het aanbod aangeboden in de winkel die vertaald Tederheid heet.*

Naast die vriendelijke sfeer komt als eerste Japanse gerecht de katsudon op de proppen. Dat is een gerecht  dat ik eerder uit een Japanse roman haalde en in vegetarische vorm sindsdien regelmatig bereid. In dit boek komen ook de dorayaki's (pannenkoekjes of zachte broodjes met rode bonen pasta) naar voren. Die doen me denken aan de prachtige speelfilm An en zal ik ook maar eens op mijn repertoire zetten. 

Verder zijn er
ohagi's, kogelvis (fugu) en nog het een en ander, met liefde opgedist. Zo brengt het boek me boven het door de uitgever de geadverteerde richtsnoer “voor een goed en vervuld leven,” ook de inspiratie om eten te bereiden. Dat past. De kleurrijke broer van de attente winkelmanager zegt: “Het grootste genot in het leven is iets lekkers eten terwijl je anderen vertelt hoe lekker het is.”

Noot:
* In de speelfim True Mothers komen de buurtwinkels ook voorbij. Hier als hangplek voor een verwaarloosde jonge vrouw die van daar in de prostitutie belandt en zo ongewenst zwanger wordt (omdat mannen geen condoom willen gebruiken); kortom als een deel van een veel schrijnender fenomeen en een lelijker Japan.
     True Mothers (2020, Japans: 朝が来る) is geregisseerd door Naomi Kawase en gebaseerd op een roman uit 2015 van Mizuki Tsujimura (een schrijfster die door de regisseuse bewonderd wordt) en vertelt het verhaal van een jongen, zijn adoptieouders en zijn biologische moeder. Minder opgewekt, maar wel met veel om over te denken.


donderdag 29 oktober 2026

Piep en Knars


 




Mijn compactcamera piept en knarst. Bij volle batterijen doet hij het beter dan weigert de lens geen dienst. Daarom lag hij naast de oplader en zo vergat ik hem mee te nemen op mijn tocht. Met het mobieltje dan maar een paar plaatjes.

In de duinen lag een oranje bolleje in de berm. Ik stopte, ging een stukje terug, voelde eens en dacht: 't lijkt wasplaat, wat een ronde. Ik maakte een kiek. Vond hem wel erg rond. Er staat net geen made in China op, maar daar komt het plastic balletje waarschijnlijk wel vandaan.Ik zag iets afwijkends en stopte. Pas toen zag ik dat het iets was wat er niet hoorde.

De boom die maandag nog over het pad lag, was in stukken gezaagd en opgeruimd. 

In de schemer kwam ik weer thuis (de zomertijd had zijn voordelen. Dit was ook mooi). Onderweg stopte ik ook voor de parelstuifzwam.