vrijdag 31 mei 2019

Boeken in mei


Het spoor van de jakhals van Astrid Roemer lijkt mij te gaan over vier hoofdpersonen:
  • een Indo met Surinaamse achtergrond; een onderwijzer in een achterstandsbuurt, omdat hij door zijn imago als rokkenjager nergens anders meer terecht kon;
  • de vrouw van de leraar, die de relatie in is gestapt terwijl ze liever iets met een jeugdvriendin had gehad;
  • een nieuwe vrouwelijke collega van de onderwijzer, net uit Suriname en vol verse verhalen over het land (de jeugdvriendin);
  • een vriend van de laatste die kwam met het voor een wetenschappelijk centrum voor hen die in de knoop zijn geraakt met hun eigen non-variabelen, met name: huidskleur, geslacht, etniciteit, maar zelf een macho vrouwen versierder, alleen voor de seks. Hij kan verklaren waarom hij zo geworden is, maar het komt over als een zwak excuus.
In veel besprekingen wordt over één man gesproken. Het lukt moeilijk om de beide mannen te ontvlechten. Mensen zonder namen zijn moeilijk te benoemen en daardoor te onderscheiden. Alleen een broer heeft een naam: Marc. Door de vorm van het boek, 'n novelle in drie delen (De Gestreepte Jakhals, De Goudjakhals, en De Zadeljakhals) waarin de gedachten van de mannen als monologen worden gebracht, komt het gesloten over en daarover gaat ook het verhaal, gesloten mannenbreinen.Maar het ene brein is het andere niet, maar waard ie grenzen lopen is moeilijk te ontcijferen.

Een collega van de onderwijzer weet over het land waar zijn vrouw vandaan komt alleen dat de hoofdstad Paramaribo heet. Hoe kan je desinteresse tussen vrouw en man, kolonie en kolonisator krachtiger neerzetten? Dat het boek gaat over tegenstellingen tussen man en vrouw, Suriname en Nederland, zwart en wit daarover zijn de recensenten het wel eens. Het is opvallend dat één van de zogenaamde non-variabelen, waarover de novelle gaat, ontbreekt in het idee voor het centrum van de tweede man: seksuele voorkeur. Dat speelt wel een grote rol in het boek. De twee vrouwen gaan een steeds hechtere intieme relatie aan. Een relatie die er altijd is geweest en nu pas ruimte krijgt. “Je vrouw is eindelijk volwassen geworden,” zegt de zus van de onderwijzer, “wees maar blij voor d'r.”

De mannen handelen als een jakhalzen: “Jakhalzen leven alleen, in paren of in kleine familiegroepen, maar als ze honger hebben verzamelen ze zich: ze benaderen de prooi heel openlijk; als deze in paniek raakt en wegrent beginnen ze een meedogenloze achtervolging.” Zo achtervolgt de man de vrouw om haar voor de mannen te behouden en los te breken van de lesbische liefde.

***

Tsjip/De leeuwentemmer van Willem Elschot is een heerlijk boek. Het is een boek aan en over zijn kleinzoon, Jan Maniewski. Het is ook een boek over een prettig gezinsleven, waar de vader op de hak wordt genomen en zichzelf op de hak neemt. Het gaat over een gezin waar ruimte zoeken en geven een eerste opdracht lijkt te zijn. Een boek waar tederheid en woede samen op weten te trekken. Een boek dat speelt rond de oevers van De Schelde. Het is geschreven in een ironische stijl. Zou ik in een leesclub zitten; ik zou het op de lijst zetten.

Het is een boek om te lezen als je denkt terug te verlangen naar de tijd dat alles duidelijk was. Die duidelijkheid leidt ertoe dat de hoofdpersoon Frans Laarmans (we kennen deze naam uit andere boeken van Elsschot) zijn vader vertelt zijn huis te verkopen “en 't geld op te zuipen,” dit om zijn pensioen terug te krijgen waar hij vanwege het bezit van zijn huis opeens geen recht meer op heeft. Er gaat 750 miljoen naar nieuwe forten aan de Duitse grens, vandaar.

Die duidelijkheid van het gebed en geloof leidt tot weinig goeds. Ze leidt er toe dat zijn kleinzoon vol verbeeldingskracht, inzicht en lid van Het Broederschap der Dorre Bladeren versuft door de ingewreven duidelijkheid. Het was de tijd dat kinderen niets te willen hadden en met de liniaal konden krijgen. Echter niet in de wereld van Laarmans en zijn gezin.

Die duidelijkheid leidt ertoe dat dochter Adele door haar man verweten wordt: “Zij maakt geen onderscheid tusschen arm en rijk, tusschen jood en christen, en zeer weinig tusschen net en ordinair.” In plaats daarvan lacht ze en ze vermaakt zich als een kind. Danzig zou er schande van gaan spreken, zo was zijn vrees.

Vader Laarmans ziet die duidelijkheid zelf ook. “Een gezin dat zich behoorlijk aangepast heeft aan de algemeen gangbare West-Europeesche moraal zou heel anders gereageerd hebben toen zij voor 't eerst liet blijken dat zij den heiligen band van het huwelijk wilde verbreken.” Hij heeft haar niet verstoten, haar terug het knellende huwelijk ingedreven. Hij heeft haar keuze gerespecteerd en afstand genomen van de duidelijkheid.

Ida De Ridder en haar toenmalige vriend Rudi Lek
met Jan Maniewski, ‘Tsjip’, ca. 1934 (familiearchief
Ida De Ridder via site Kon. Bibiliotheek).

Er zitten zoveel mooie zinnen in dit boek, dat je wel een pagina's vol zou kunnen krabbelen met alleen die woorden. Als Laarmans zijn dochter probeert te troosten omdat haar liefde met Bennek, de vader van Tsjip, stuk dreigt te lopen, beseft hij dat je met woorden geen drenkeling kan redden. Of dat altijd zo is, mag betwijfeld worden, maar het tekent de praktische en pragmatische levenshouding waarvan het boek doordrongen is.

Eigenlijk zijn het twee novelles: Tsjip (voltooid en uitgegeven in 1934) en De Leeuwentemmer (voltooid in 1939 en uitgegeven in 1940). Ik lees ze samen in één band die aangeeft dat het de 5e druk van Tsjip is en de 3e van De leeuwentemmer. De Duitse inval in Polen zit er nog net in.

Beide eindigen stichtelijk. Tsjip sluit af met de opmerking dat “hij de gevulde hand moet afstooten, dat hij niet bukken mag voor 't geweld, juichen noch rouwen op bevel van de machthebbers. Dat hij moet opstappen met de verdrukte scharen om vorsten en grooten tot brij te vertrappen.” En daarbij zit de jonge Jan op de schouders van zijn opa en waadt zo door de drek en tranen.

De leeuwentemmer sluit af met een vergezicht over de oorlog heen: “als het wraakroepend geweld, dat over Europa ontkentend is, bedaren zal, als de strijd tusschen honger en overvloed zal uit gestreden zijn, als de bidders zullen zwijgen en de schaamte ontluiken zal, dan zegt men, zal ons uit het Oosten een nieuwe geest tegenwaaien, de lang verbeide geest van begrijpen en verbroedering.”

In de beide novelles ontleedt de schrijver zijn eigen taal. De Opdracht aan Jan Maniewski uit Tsjip wordt bijna woord voor woord gefileerd in een slothoofdstuk: Achter de schermen. Je ziet daarin hoe de schrijver zijn woorden zoekt en weegt. Je kijkt even op een schrijversbureau.

***

Buiten het gareel van Soewarsih Djojpoespito is de eerste en laatste roman van een Indonesische schrijver geschrevencvin het Nederlands. Het is een zin die ik na wil trekken. Ergens in mijn tocht rond dit boek kom ik een artikel tegen met een enorme hoeveelheid Indonesische romanciers, dichters en toneelschrijvers uit de koloniale tijd (en enkele van erna), maar zover ik kan nagaan schreven die allen een 'Indonesische' taal (één een enkel werk in het Arabisch). 

Het zoeken naar informatie over die aangestipte schrijvers bracht me vaak in het interneringskamp van Boven Digoel, maar opende ook een nieuw zicht op de Nederlandse koloniale geschiedenis. Onderweg kom ik ook de eerste vrouwlijke Indonesische romancier tegen, de Sumatraanse Sariamin Ismail. (Voor wie wil: veel van de werken 'van de andere kant' zijn vertaald naar het Engels.)

Je stapt al snel in een wereld van de controverse of de vermeden controverse (door het niet over de literatuur van de Indonesische bevolking zelf te hebben, terwijl daar veel van is) als je de literatuur van de gekoloniseerde bevolking bestudeert. Rond het boek van Djojopoespito waait een meningsverschil dat samenhangt met de taal. Het boek is in het Nederlands geschreven. Maar soms wordt gedacht dat het bij dit boek gaat om een vertaling van een eerder in het Soendanees geschreven boek dat door een uitgever geweigerd is. In een artikel door Robert-Henk Zuidinga (bij de uitgave van 3e druk in 1986 -
ik las de 3e druk sic! al uit 1947) wordt een citaat gegeven van Elisabeth de Roos (vrouw van E. du Peron) uit 1942:
In de haast schijnen echter allerlei lezers te denken dat zij haar eerste roman in het hollandsch herschrijft. Veel verderop krijgt men nog te horen hoe, waar en waarom zij aan haar eerste litteraire poging, het soendaneesche manuscript dat niet te plaatsen was, is begonnen, maar Buiten het gareel is een nieuw en een ander boek.”
Schrijver E. du Peron noemt Buiten het gareel, in zijn voorwoord op het boek, een sobere roman die juist daardoor later als nauwelijks verouderd gelezen zal kunnen worden. Volgens hem is het een boek waarin menselijke zuiverheid, 'n authentieke toon, niet alleen als getuigenis, maar juist psychologisch de de kwaliteiten bepalen. Al ziet hij weinig “dramatische spanning” en schrijft dat “het boek als literatuur gemakkelijk zwak genoemd kan worden”. Ondanks deze geringschattende woorden is de schrijfster hem toch erkentelijk en zoekt Djojopoespito het graf van Du Peron in Bergen-Binnen op als zij in 1953 in Nederland is.

Djojopoespito is opgevoed door een adellijke vader die al zijn kinderen goed onderwijs gaf. De schrijfster heeft een volwaardige opleiding tot onderwijzeres gevolgd en zou aan het reguliere onderwijs les kunnen geven, maar door haar man komt ze als lerares op een nationalistische school terecht. Haar man, Sugundo, was in 1928 al betrokken bij de nationalistische Jeugdverklaring. Zowel het echtpaar als paar in het boek wordt geconfronteerd met onderwijs verboden, een matig inkomen en een leven als trekvogels van plek naar plek om het hoofd bovenwater te houden.

In je eigen moedertaal schrijven was heel moeilijk, als je die altijd minachtend behandeld had,” constateerde Soelastri, de hoofdpersoon uit de roman, bij het vertalen van artikelen voor de krant van haar man. Het boek gaat volgens sommigen ook meer over de man, dan over de vrouw. Als een project de vernieling indraait, mede omdat een van de grondleggers zich terugtrekt zegt Soelastri tegen haar man: “Je moet het je niet zo aantrekken; het is zo gekomen, omdat je de komiezen hebt gekritiseerd. Dat is nu eenmaal de consequentie van een houding, die principieel is. Als je eens een compromis wilde sluiten …. maar zó staan we zuiverder tegenover de nationale zaak en het doet me juist goed, dat we ons niet hebben verlaagd voor het een of ander.” Misschien wordt hiermee wel het hele boek samengevat. Het gaat over haar, over haar “die een van de strijdbare vrouwen van Indonesië wilde zijn”, over haar worsteling met de praktische gevolgen van die inzet op het gezinsleven en over haar reproductieve kracht om de man op de been te houden, die als vele mannen dan met de eer gaat strijken.

Buiten het gareel is een boek vol strijd: over conflict en onenigheid tussen de seksen; strijd tussen partijen voor onafhankelijkheid; tussen personeel, leraren en directeur; tussen principes en opportunisme; en tussen nationalisten en het gezag dat in handen van de Nederlanders was. Als je zoveel verschillende conflicten in een boek kan stoppen zonder dat gaat voelen als een volle kermis of dwaaltuin dan kan je meer dan behoorlijk een boek schrijven. Daarbij komt dan ook nog de positie van Soelastri als moeder, echtgenote, nationaliste, activiste, dochter en zus van, en vrouw die vanwege de slechte inkomsten door nobele activiteiten houtje touwtje de boel aan elkaar moet knopen. Wat ze deden “was niet groots of heroïsch, maar ...”, maar het maakte haar uiteindelijk vrolijk en zou ze van de Politieke Inlichtingen Dienst of de Indonesische Vrouwenbeweging wel koekjes voor haar dochter mogen bakken. Veel keus had ze eenmaal op dit pad niet. Er zit ook veel herkenbaar politiek debat in Buiten het gareel, zoals deze woorden: “Bovendien ken ik veel mensen die hun leven lang naar bezinning hebben gezocht en nu nóg onbezonnen zijn gebleven,” als antwoord aan zijn kameraad die naar het platteland is getrokken om te leven met de boeren.

Soekarno speelt in de eerste helft van het boek een rol op de achtergrond. Dat hij later president zal worden is tijdens het schrijven nog niet bekend. Als Soekarno in het boek gearresteerd wordt, dan leidt dit eerst tot een zucht van verlichting bij Soedarmo, de man van Soelastri. Maar al snel wordt dit gevoel van rancune gevolgd door het inzicht dat na Soekarno de andere nationalisten aan de beurt zullen komen. Repressie speelt door het hele boek een rol op de achtergrond, maar onderdrukking is zelden zwartwit. De man die de verboden kranten op komt halen, blijkt een enigszins met de zaak verlegen jongeman. Een soldaat in de trein – symbool van onderdrukking, gezag en vrouwenschending – blijkt in het geval van Soelastri een vriendelijke jonge man die met liefde naar haar jonge kind omkijkt. Maar de laatste zin van het boek komen van Soedarmo aan zijn vrouw: “Eens zullen ze je villen en wat dan?”

Onderwijs is een ander centraal thema in het boek. In een land waar het Nederland 80 Hollands-Inlandse lagere scholen had opgezet voor een bevolkingsomvang van 60 miljoen spreekt dat bijna vanzelf (dat zou voor heel Nederland van nu 25 scholen betekenen). De Javaanse onderwijsman Ki Hadjar Dewantara had zonder veel andere middelen dan “zijn enthousiasme en zijn ernstige wil het volk op te heffen” in tien jaar tijd evenveel scholen opgericht. Van de Nederlanders had je alleen last, verder spelen ze in het boek een rol ver op de achtergrond.

Het exemplaar dat ik las, werd gegeven aan een vrouw, die zeker in de laatste fase van haar leven, zelf buiten het gareel liep. Ook in de tijd voor de onafhankelijkheid was zij begaan met de Indonesische strijd. Ik vind het mooi om de opdracht voorin het boek te zien: “Voor mijn oudste kleindochter, ter gelegenheid van behalen van haar einddiploma H.B.S.” Getekend Oma Bos, 8 juli 1947. Maar dat is een particulier genoegen. Schrijfster Djojopoespito zelf zou in 2013 een eremedaille ontvangen bij de 68e onafhankelijkheidsdag.

***

Gedichten in proza van Iwan Toergenjew is een uitgave uit 1940 als Pinksterpremie voor de leden van de Wereldbibliotheek-Vereeniging. Voor een paar euro koop je tegenwoordig een antiquarisch exemplaar. De uitgave is versierd met een houtgravure en sluitstukjes (van Agta Meijer) en doet teer aan. De gedichten lijken op columns of blogs.

Het is een boek vol kwetsbaarheid van een schrijver die aan het einde van zijn leven omkijkt en in gedichten in proza zijn ouderdom beklaagt; introspectief, met weemoed en soms ook met bitterheid. Het sluit af met een ode aan de taal die troost brengt in dagen van sombere gedachten.

De zee speelt veelal de rol van slokop van het leven. De merel brengt juist leven “hij wist dat straks de zon op haar gewonen tijd haar stralen uit zou gieten, de eeuwig onveranderlijke zon” of biedt in Merel II ook geen soelaas.

Er zit ook een stukje in, De Drempel, dat vanwege de censuur niet in de oorspronkelijke Russische uitgave zat. Het gaat over de revolutionaire Sófja Perówskaja die betrokken was bij een aantal moordaanslagen op tsaar Alexander II (niet I zoals in een voetnoot bij het stukje), waaronder de uiteindelijk succesvolle in 1881. Toergenjev schrijft de jonge vrouw moed en onverschrokkenheid toe. Maar dit gedicht is uitzonderlijk feitelijk, de meeste stukjes gaan over persoonlijke “menschelijke gevoelens”.



Panta rhei

Brons, Lekdijk, Krimpen aan de IJssel, kunstenaar onbekend

Als je op de fiets zit gaat het leven elders door. Iemand schreef me een onbetekenend mailtje en ook in de Dolomieten wordt gefietst, harder, hoewel de benen worden gespaard voor vandaag. Er zijn familieleden die iets willen regelen, merk ik als uit mijn fietstasje bliepbliep komt. Met een berichtje probeer ik zelf een vergeten zaakje recht te zetten.

Een NRC-Handelsblad journalist tikt een stukje over geld voor Defensie en de klacht van de Amerikaanse ambassadeur dat dit in Nederland te weinig is. Dat Nederland zijn luchtmacht in Fort Worth koopt en niet in Europa, zou toch eerder op een bedankje mogen rekenen. Dat president Trump miljarden over de balk smijt door de katapult van Amerikaanse vliegdekschepen – om vliegtuigen te lanceren – weer terug te brengen naar stoom in plaats van elektromagnetisch zou in deze context te denken moeten geven. Daar kan immers geen Nederlandse verhoging tegenop.

De wereld gaat door, ook als ik de trappers rond maal. Zaken gaan zoals ze al zo lang gaan, zoals het water van de Lek dat al 2200 jaar richting zee stroomt.


















Roze op rode klif


Foto gemaakt: 31 mei 2013.

woensdag 29 mei 2019

Deuren dicht


De zon schijnt, maar ik sta op met gesprekken over organisatie, strategie, en Nederlandse politiek. De deuren naar het balkon blijven dicht, want de oude kater heeft het koud.

Vanmorgen las ik in het nieuws van eergisteren een boze Dennis de Jong, actief voor de SP in Brussel. Hij heeft gezien hoe zijn Brusselse werk van tien jaar is verdwenen. Niet als onverwachte donderslag. Het kwam al niet terug in de campagne. Niets over 't werk om de invloed van multinationals in Brussel terug te dringen. Om de invloed van vakbonden, milieugroepen en kleine bedrijven juist te vergroten. Om de EU transparanter en eerlijker te maken.
"Het lijkt nu alsof wij hier altijd overal alleen maar kritiek op hadden, maar wij waren ook van het bouwen."  Zo was ook mijn indruk altijd geweest. Vanmorgen las ik ook een zinnige mening over hetzelfde van een andere SP'er die eerder 10 jaar in Brussel zat:
"De SP wilde de kampioen worden onder de boze buitenstaanders, niet onder de radicale verbeteraars. Ze had geprobeerd een verrassende slag te slaan door met een wondermiddel PVV-kiezers en traditionele thuisblijvers naar zich toe te lokken. Zij zocht zoals altijd de massa, maar vond haar niet. Die blunder werd genadeloos afgestraft. Daarmee werd een partij die nuttiger werk te doen had, opgeofferd aan een roekeloos experiment in grootheidswaan."
In een van de eerste e-mails die ik deze ochttend opende, las ik dat de maritieme lobby zich verzet tegen het uitfaseren per 2020 van financiering en overheidsregelingen ter ondersteuning van fossiele brandstofprojecten. Het gebruik van die brandstoffen zal immers tot 2040 toenemen, zo stelt de sector. Op welke planeet leven dit soort zakenlieden? Waar zien zijn die Planet B, die verder niemand ziet? Hier is sprake van nog ernstiger blindheid.

Tussen alle e-mails zit er ook een die overwegend goed stemt (ook met een link naar de SP), een uitnodiging voor een bijeenkomst over het archief van Karel Koster. Karel tot zijn dood in 2015 een onderzoeker van politieke ontwikkelingen met nadruk op militaire kwesties. Zijn werk is nu samengevat op een site met een index naar zijn nagelaten archief. Kom er stukken op tegen over het laatste onderwerp waarover ik met hem discussieerde, de SM-3. Ik zou geen tweede weten binnen links waarmee dat zou kunnen zomaar aan een tafel in een mooie zonnige tuin.

Daarna op naar het strand, waar ik de schepen met kolen en de tankers zie binnenlopen, met toeristen het ruime sop kiezen of in de verte voor anker wachtend op vracht. Op naar het strand waar geen gele St. Jacobschelpen liggen, maar zwaardschedes, kokkels en mossels en alive, alive, oh! Waar aalscholvers dobberen en wegvliegen bij een naderende zwemmer en kwallen verdrogen in het zand. Waar mensen genieten van de ruimte. Waar ik mijn rust probeer te pakken: na dagen die te druk waren; na nachten die te lawaaierig en pijnlijk waren. Hop de zee in en alles spoelt weg.



















Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén of meer daarvan plaats ik hier.

Clematis


Foto gemaakt: 29 mei 2016.

vrijdag 24 mei 2019

Keus



Een hoogstandje. Dat is het. Knap om via Timmermans rechts en extreem-rechts (die op hun beurt steun kregen van Jeroen Pauw), een klap in het gezicht te geven. Misschien moeten ze hun reclame bureau en communicatieafdeling uitlenen aan een Engelse zusterpartij.

In mijn stemlokaal klonk harde, vrolijke en dansbare muziek. Swingend kwam ik mijn hokje uit. "Zie je wel," zei de vrouw achter de tafel, "het maakt vrolijk." Dat dit wel nodig was bij deze verkiezingen antwoordde ik, want met lichte tegenzin stemde ik op wat ik als de beste keuze beoordeelde, een vrouw van de goede kleur die naar verluid goed kan biljarten.

Vanmorgen was ik al opgewekter. Een artikel over de visie op de Europese Defensie van Groen die een ethisch, efficiënt en rationalistisch Europees leger voorstaan, maakte dat ik vond dat ik goed had gestemd. Dat de Europese wapenindustrie niet zo verdeeld is als wel eens gezegd - en overgenomen door Groen - zette ik eerder dit jaar uiteen m.b.t. gevechtsvliegtuigen. De visie van Groen werd met iets meer oog voor de realiteit overgedaan door Manuel Herrera Almela, student het instituut voor internationale betrekkingen in Barcelona. In zijn conclusie staat dat dit Europese beleid - mits verstandig aangepakt - kan leiden tot een sterkere poot binnen de NAVO ten bate van een krachtiger alliantie.

De twijfel was of ik naar Texel zou fietsen. Daar een rondje en visje en dan met de trein weer terug. Of richting Utrecht om even mee te doen met een actie tegen Europese financiële steun aan de wapenindustrie. Bij dat Fonds heeft Groen overigens ook veel bedenkingen. Door mijn dralen, verstrijkt de tijd en worden de mogelijkheden steeds kleiner. Daadkracht lijkt zoek.

Aan de foto's zie je wat het geworden is. Het was een goede actie, maar desondanks misschien niet zo'n goede keus voor mezelf om te gaan (naar mijn vroegere leven).
Syrische protestzanger Gharib








Lockheed Starfighter,





kaarsen en details


Foto gemaakt: 24 mei 2017.

donderdag 23 mei 2019

Van boven af


Foto gemaakt: 23 mei 2013.

Schuim

Heeft het zin om boos te worden? Gisteren postte ik drie tweets over corruptie en de defensie-industrie (zie hier 1 en 2) en bij de laatste van de drie ging het over een Spaanse overheidsdienst om wapenexporten te promoten. Ik las dat Trump militairen wil verschonen van nare oorlgosmisdaden. Mijn vriendin heeft het erover gehad me de keuken te jagen, omdat Thierry vindt dat daar haar plaats is, zo schreef hij in een Amerikaans conservatief tijdschrift van een redacteur die het sinds Charlotsville gehad heeft met Trump.

Hoewel het koken vandaag bijna in het honderd liep. Vader kok had een extraatje. Daardoor tijd te kort. Twijfelde of hij wel moest gaan fetsen deed het toch. Pillen werden vergeten. Wel een oude man gezien van 94 jaar oud die niet meer wist wie ik was. “Goed om je te zien,” zei ik hem wel twee keer en meende het. Jaren geleden hielp hij me figuurlijk een plek te vinden in Amsterdam.

Nee boos worden heeft geen zin. Organiseer je. Om je te organiseren heb je energie nodig.  En die heb ik niet; hoe moeilijk te geloven ook. Goed laat anderen zich organiseren voor een Europa zonder VS, voor een Europa zonder miezerige mannetjes, voor een Europa waar corruptie in het groot en belastingontwijking ook wordt aangepakt, voor een Europa dat werk maakt van klimaatbeleid, opvang van vluchtelingen, een solidair internationaal beleid ontwikkeld etc. En ik ga niet weer klagen dat er geen internationalistische linkse partij is waarop ik kan stemmen. Het wordt wat het dichtst bij me staat (al is dat best ver weg) en echt ik heb ze binnen mijn bandbreedte allemaal bekeken tot de PvdA aan toe.

Afgelopen week schreef ik dat ik één keer mocht mopperen. In mijn hoofd  zat al het volgende mopperzaakje, opgespaard voor deze week, maar ik heb besloten daar maar langs te peddelen; of liever er omheen te sturen met mijn nieuwe stuur.

In het begin van het duin waren mensen bezig met een bordje bij het fietspad. Erop stond een tekst die waarschuwde voor gladheid. Of ze hem aan het weghalen waren of juist aan het plaatsen weet ik niet. Ik nam het eerste aan, maar het nieuwe fietspad bij Duin en Kruidberg is een beetje glad. 


Het strand was wit van het schuim. Hans Adema, Strand- en zeespecialist zegt: “Het zijn restanten van een eencellig organisme, Phaeocystis genaamd. Ze behoren tot de Haptophyta, eencelligen met bladgroen en daardoor worden ze tot de algen gerekend.” Het strand was er mooi door.















Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén of meer daarvan plaats ik hier.

maandag 20 mei 2019