vrijdag 31 mei 2024

6 - Molsheim - Amsterdam (trein): Ingeslikt (29 mei)

Vannacht werd ik wakker (gek was dat niet want ik stond nog geen tien meter van een verkeersader van het stadje) en voelde meteen aan mijn bil. Blijkbaar was ik bezorgd. Er zat een puistje, het was veranderd in wat voelde als een gravelsteentje onder de huid, een beginnende steenpuist. De vrees was er al langer. Pukkeltjes waren er al dagen. Weer een karbonkel? Weer een operatie? Nee liever niet. En het was geen plek om af te wachten of het overging. Het leek me verstandiger om verder te slapen en de volgende dag naar huis te vertrekken. Veel handen wassen en afblijven het advies. Zo kwam ik niet op de fiets, maar wel met de trein toch nog in Zwitserland. Ik was er vlakbij.

Al ruim een uur onderweg passeerde de trein Saverne, waar ik gisteren mijn middagdeel begon. Het roze gebouw aan het Marne-Rijnkanaal zie ik nu van de andere kant. Uit de trein zijn veel weggetjes te zien, die allemaal geschikt zijn voor de fiets, zo fantaseert mijn hoofd. Het is onverbeterlijk. Buiten is het grijs, nat, met hier en daar een spat op de ruiten. Eigenlijk wel goed fietsweer, al houd ik mezelf voor dat het juist te beroerd is. Dit om de bittere pil te verzachten. Want bitter smaakt het einde.

Als de trein bij Metz de Moezel overgaat, komt de pont tussen Wasserbillig en Oberbillig voorbij in mijn hoofd. Jaren geleden al fietste ik langs de rivier en kwam er nog veel langer geleden met een wijnexcursie van school, maar nu leek die rivier meer iets van mij te zijn geworden. Zoals je dat ook kan hebben met de Amstel of de Lek. Door zo langzaam door het landschap te trekken maak je delen ervan een beetje eigen.

Zelfs in een gebied waar grenzen werden verlegd als antwoord op oorlog in onze regionen, hoef je dat niet te zien. Je hoeft je zelfs niet te verbazen over de plaatsnamen uit een andere taal. Molsheim in Frankrijk bijvoorbeeld. Je kan het voorbij laten glijden.

De opmerking van Jan zou ik proberen te overdenken op deze trip. Veranderingen zoeken voor de samenleving doe je dat alleen of met anderen? En wat dan? Het is er niet van gekomen. De weg was te mooi, er was teveel om te zien, en om van te genieten, teveel om ook nog een reactie op machtswellust, hebzucht, cynisme en onderdrukking te overdenken. De glooiende heuvels, de wolken, de geluiden van water en dieren lieten daar geen plaats voor. Daar tussendoor naar beneden zoeven was een groot genot.

Het antwoord is toch dat vooral organisatie, maar ook lezen, denken en gedachten en onthullende gegevens uitschrijven een antwoord op het 'wat' kunnen zijn. Dat organiseren kan de vorm van acties hebben, maar ook veel andere vormen. Met meerdere mensen samenwerken is te verkiezen, maar voor mij niet weggelegd. Daarvoor heb ik niet de flexibiliteit en vaak niet energie op momenten die anderen kiezen. Dat schrijven en lezen kan wel. Laat ik daar nog maar eens bij stil staan de komende tijd. Want je hebt schrijven en schrijven. ook daarin is niet alles zinnig. Maar nu eerst de fiets aanpakken en de was doen.


“Naar beneden zoeven is een groot genot”

Uit dit blog.

5 - Mittelsheim - Molsheim: vogelzang (28 mei)


Nee dat doe'k niet. Niet omrijden voor een grote supermarkt. Gokken op Sarrebourg, eventueel Molsheim of een andere plaats op de route. Het ontvolkte land van een dag eerder betekent niet dat er verder ook niets is. Zo was het in de eerste de beste Tabac al raak en kocht ik een nieuwe télécharger. Dat betekende dat ik kon blijven navigeren met mijn telefoon en een teken van leven aan het thuisfront geven.

Gisterenavond bleek mijn opblaaskussen plotseling lek. Ik had het al jaren. Als je vroeger je kleren niet goed opvouwde om als hoofdsteun te dienen, lag je een hele nacht slecht. Zo'n opblaas kussen is dan ook een uitkomst. Als ik even de route verlies en een andere weg neem, rijd ik langs een winkel waar ze verkocht worden. Dat en eigenlijk alles ging lekker. Behalve dat verdwalen. Het gebeurde kort nadat ik langs de flesovens (les four bouteilles) ging waar vroeger porselein en ander aardewerk werd gebakken (nu nog dakpannen elders in een moderner deel).

Ik durfde de weinige stroom die ik nu nog had niet te gebruiken en ging via een bosbouwweg steeds dieper tussen de bomen. Nadat mijn band vervangen was, lek gestoten tegen de grove steenslag, toch maar een blik op de navigatie. Mis. Het duurde even voor ik weer op het rechte pad was. Soms krijg ik in dergelijke situaties de pé in, maar dat helpt zeker niet en maakt het zelfs minder. Het hoort er blijkbaar bij. Dus verhelpen, een uitweg zoeken en verder.

Veel dieren gezien op deze tocht? Ik zag vandaag een ree. O nee het waren twee afgeknapte stammetjes. Gisteren zag ik mensen en dat was een kerktoren die boven het pad uitstak. Nee, ook niet, maar een schoorsteen van een huis. Maar zo lang ik een haas op zijn bewegingen herken, hoor je me niet klagen. Lezen op afstand wordt problematisch. Maar er was dus die kikker van gisteren, een rode wouw, waarschijnlijk een kiekendief, buizerds, een voorbij drentelende egel, muisje over het pad, het harde roepen van de koekoek naar die wat verderop, het geklepper van ooievaars vlak naast de camping. Dat is er toch vooral: het gekras, gefluit, gekoer, geroep, en zang van vogels. Oh wat zou het kaal zijn zonder hen.


Zelf zong ik bijna als vanzelf luid 'Alle die willen te kaap'ren varen'. Het ging lekker naar beneden. Heel plezierig.





We believe that no people can long prosper in isolation, that all must rise together or sink separately

Uit:
scriptie door Christian Troy Roemer: Finding Steinbeck's Utopia in Cannery row and Tortilla Flat.

4 Malling - Mittelsheim: Verbouwing, gesloten, vriendelijk (27 mei)

Onderweg vielen me de omgekeerde plaatsnaambordjes op. Je kijkt even gek, maar het went snel. De tocht ging door een zeer dun bevolkt agrarisch gebied. Boerenprotesten kon je dan ook raden. Dat bleek ook zo te zijn. Het 180° omkeren begon in oktober 2023. Je kan aan de ene kant begrijpen dat mensen meer steun van de overheid willen in plaats van meer regeldruk, maar regels tegen de natuur verpestende of ziek makende gifstoffen zijn geen voorbeeld van falend overheidsbeleid, maar juist het terugdraaien (nationaal en Europees) van de maatregelen onder de boerendruk zijn dat. De slachtoffers ervan – of dat nu planten, dieren of mensen zijn – hebben het nakijken. Niet alle protest is positief.

Laat arriveerde ik op de camping. Er was niemand meer op de receptie. Er waren wel twee nummers om te bellen. Ik had weinig hoop. Brutaalweg ben ik het tentje op gaan zetten. Energie om verder te gaan was er niet. De campingkosten waren duidelijk en er was een brievenbus. Betalen dus geen probleem. “Ja goed zet u daar en daar uw tent maar op,” kreeg ik even later telefonisch toch te horen. Gelukkig was dat net de plaats die ik zelf al uitgekozen had.

Dit was de derde camping die ik deze dag aandeed. De eerste werd geheel verbouwd. De oude huisjes waren al dichtgetimmerd en de nieuwe chalets waren in gelid opgesteld, als scholeksters tegen de dijk. De receptie had alleen nog een buitenkant.
“Dit is bouwterrein en U moet het verlaten,” meldde de vermoedelijke eigenaar. De man zei wel zes keer vriendelijk dat hij niets voor me kon betekenen. Bijna alsof hij wilde dat ik boos werd of juist ging huilen. Of had ik moeten aandringen? Je had geen scherpe blik nodig om zijn woorden te begrijpen. Dus ik legde me er vrijwel meteen bij neer.

Bij de volgende camping 14 km verderop was de receptie gesloten. Bellen. Binnen hoorde ik mensen en het overgaan van de telefoon. Er werd niet opgenomen en er kwam niemand naar buiten. Na drie keer ben ik maar weg gegaan. Op een bankje bij de kerk bedacht ik me wat te doen. Op 24 km afstand was nog een camping. Water zou een probleem kunnen worden. Op het moment dat ik het bedacht, zag ik een kraantje aan de kerkwand. Zo zie je maar zelfs atheïsten doen hun voordeel met een godshuis. Dat werd die derde. Het trappen ging. Maar vermoedelijk heb ik toen teveel van mijn tere huidje gevraagd.

Het bleek ook dat ik mijn telefoonoplaadkabel verloren was. Vermoedelijk op het pad dat op verschillende plekken meer een sloot leek. Het begon zo mooi en was goed onderhouden. Dat veranderde. Mijn fiets viel toen ik er nog moeizaam zo handig mogelijk verder probeerde te komen door langs de vol geregende karrensporen te stappen in plaats van er doorheen en met stevige stap op een plek die houvast bood. Er was in mijn gidsje wel gewaarschuwd voor het pad (en het kon ook om over de asfaltweg), maar dat ging over de ondergrond; niet over wateroverlast. 

Dit was alleen te doen voor onverschrokkenen of mensen met seizoen 2023-24 duinervaring. Er zat nog net geen vis in, maar een kikker sprong er weg. Op de camping aan het water hoorde ik ze weer. De kwakers leken wel het thema van de tocht te worden. De volgende dag zou ik bij Niderviller zelfs het beekje de Rotte een paar keer passeren.

Hoe langer we wachten, hoe meer problemen we veroorzaken.

Uit
'EU-plan tegen bestrijdingsmiddelen definitief van de baan,' door Noémi van de Pol (NU.nl, 6 februari 2024)

2 - Roetgen - Wallendorf: Stroom (25 mei)


Aan de oever van de Luxemburgse Sûre zie ik het water voorbij stromen. Vanaf de overkant heet het riviertje Sauer en daar ligt Duitsland. En voor nog meer onduidelijkheid, de Our stroomde er net in en die heette vroeger in het Duits nog Ur. Maar waar gaat dat water naar toe? Naar de Moezel? En dan? In de Rijn? Dan zou ik op een waterlelieblad kunnen gaan zitten en bijna naar huis drijven en bijvoorbeeld in Arnhem de trein nemen.

Onderweg kwam ik een man tegen die hout stapelde om een droge voorraad voor de winter te hebben. Het zag er pittoresk uit en ik stopte voor een foto. “U bent de enige niet,” begon hij tegen me te praten om voorlopig niet meer te stoppen. Hij fietste vroeger ook, zoals  naar Oostende en zelfs Santiago de Compostela. Nu is hij daar te oud voor, achtentachtig.


“Ich gehen weiter,”
zei ik tegen de Duitstalige Belg en scheurde me los van de praatgrage houthakker. Hier spreken ze Duits, daar spreken Frans, gaf hij me nog net mee. Het deed mij even aan Afrika denken: hier Wolof, daar Peul en iets verderop Mandinka, allemaal op een zakdoek.

Het hele eerste deel van de tocht liep langzaam omhoog via dezelfde voormalige spoorbaan van gisteren. Het was er druk op zaterdag met fietsers en lopers. Later op de dag kwamen hele peletons voorbij. Maar het had veel drukker kunnen zijn. De nattigheid had ook zijn voordelen, de rust, dit los van dat het de hemel gekleurder, en de wereld groener en wat koeler maakte.


                                       (Moslsheim moet Molsheim zijn.)






“Geint riets”

Van Luxemburgse Piraten Parij affiche. Het handelt over wat een van de grote thema's zou moeten zijn voor de volgende verkiezingen. Tegen rechts. Al blijft dan wel de vraag: hoe?

3 - Wallendorf - Malling: Moezel (26 mei)


Gisteren had ik het al. Aan de ene oever van een rivier en aan de andere kant liggen twee verschillende landen. Vandaag Duitsland aan de ene en Luxemburg of Frankrijk aan de andere kant van de Moezel. Er zijn ook delen die alleen door Frankrijk of Duitsland lopen. Hoe zit dat bij het Luxemburgse Schengen? (Dat ligt tegenover Duitsland en Frankrijk.)

Het is een rustig piep dorp. Saai zou je bijna zeggen, maar wie weet. Als er geen vergadering was gehouden had vrijwel niemand het gekend.
“Door dit verdrag [van Schengen] over het vrije personenverkeer kan men tegenwoordig zonder douane de grens oversteken,” zegt mijn fietsgids droogjes. Nog los van dat we momenteel met een politiek zitten die blaat dat ze dit aan hun laars zullen lappen – zoals elders al gebeurt –, heeft het akkoord de positie voor vluchtelingen en de regelgeving over opvang allerminst versterkt. Sterker het heeft vluchtelingen nog meer tot speelbal gemaakt voor rechts populisten van Oost tot West, en van Noord tot Zuid. Schengen is deel van het instrumentarium in het valse Europa voor de Europeanenorkest geworden.

Op de camping in Malling is Frans de voertaal. Hij ligt pal aan de Moezel en de binnenschepen varen er voorbij. Gelukkig is er pizza, want de winkels zijn op zondag dicht. Het is een rustdag en morgen moet ik eerst 13 km trappen
op een maag gevuld met wat vandaag is overgebleven, waaronder een blik witte bonen in tomaten saus.Daar kan je best een eindje op trappen. (Had ik beter gekeken dan was er in de goede richting dichterbij ook wel iets geweest) 

Een fietsvakantie is ook problemen oplossen. Hoe kan je genoeg stroom krijgen, waar is een winkel, wat doe ik met een kapot spatbord, hoe komt het dat het imbusboutje van de voorrem glad is gedraaid en hoe erg is dat (is er iets aan te doen als het nodig is), wanneer doe je met die nattigheid je mini-was? Iedere dag wel wat. Soms maakt dat nurks, maar meestal komt een oplossing of blijkt het probleem niet zo groot. Beide is geruststellend.

Op de camping kwaken de kikkers. Onderweg hoorde ik ze ook al en moest denken aan de de manier waarop de mannen uit Cannery row, dat ik onderweg lees, er honderden vingen in een meertje. Het water in stappen op de verborgen kikkers af net zo lang totdat ze van vermoeidheid makkelijk opgeschept konden worden.

Het werd geen pizza, maar een kaasommelet, gebakken door de man die door van functie te veranderen, van campingbaas naar chef op zijn eigen terras, ook van uiterlijk en imago veranderde. De stoere man aan de poort, was nu een kok/ober met het gezag van zijn functie; handen achter de rug of met een blik op zijn opschrijf boekje. Er werd veel gelachen op zijn terras vol campinggasten en jongens uit het dorp.

Die eters en drinkers deden me qua uiterlijk en doen en laten denken aan de wat ruigere delen van de Moord en Brand buurt. Maar mijn maag was weer gevuld.

                                       (Moslsheim moet Molsheim zijn.)

“A man with a beard was always a little suspect anyway”

Uit Cannery row, John Steinbeck, hoofdstuk XVII.

1 - Amsterdam - Roetgen: al ingekleurde start (24 mei)


De reis begint met een paar uur treinen naar Maastricht. Ik was ruim op tijd op het station. Maar het vrij reizen voor 560+ op mijn kaart zetten was toch mislukt volgens de conducteur. Ik reisde gewoon tegen dalurenkorting. Geen ramp.

Waarom op pad? Allereerst voor het plezier van door ander landschap trappen. Verder is het een manier om na te denken over wie ik ben en waar ik sta, en hoe daar invulling aan te geven in tijden van een rechtse dynamiek (waar slechts een enkeling zijn voordeel mee doet). Het fietsen is bovendien achttien jaar geleden begonnen voor de gezondheid. In de afgelopen jaren heb ik er o.a. 6½ pil afgefietst, en is er om in 't leven van een schermman ook nog wat avontuur te brengen. Mijn tocht van 2023 hoorde toch echt bij de mooiste belevenissen van het vorige jaar.

Als het trappen in Zuid-Limburg begint dan komen er als vanzelf herinneringen aan vakanties met gezin en wederzijdse families, de meerdaagse verjaardag van Truke, etc als waterverf tinten op die omgeving. Bij die laatste festiviteit stapte ik met twee antimilitaristen door de heuvels van het Limburgse land. De een is nog steeds meer dan actief in tijden van oorlogskoorts en militarisering. De ander heeft zich op muziek en extreem rechts in een ander taalgebied gestort. Met hem zong ik tijdens een wandeling elders in het land uit volle borst bandiera negra*, avanti popolo  tussen de maisvelden.

De trein kwam maar een kwartier te laat aan. Snel was ik de stad uit. De eerste heuvels verdwenen onder de wielen. Een mergelgroeve was groot en diep en het afgraven gelukkig gestopt. Er liepen nu koniks in een fraaie omgeving. Uiteindelijk beland ik in Duitsland op een ontmantelde spoorweg die fietspad is geworden.

Het trapt fijn weg naar Roetgen, waar de campingbaas me begroet met: “Waarom mensen met dit weer gaan fietsen.?!” Hij beklaagt zich erover dat hij zelf op zijn leeftijd nog kaplaarzen moet dragen en kijkt naar mijn natte sandalen en zegt: “Dat kan ook.”

(Moslsheim moet Molsheim zijn.)

* Het was in de oorspronkelijke tekst rossa, maar wij maakte daarop een anarchistische variant, al was ik in die tijd meer voor een rood-zwarte (anarchosyndicalistsche) benadering.

(Moslsheim moet Molsheim zijn.)

When anyone asked a question, Doc thought he wanted to know the answer.

Uit Cannery row, John Steinback, hoofdstuk 6, over Hazel die vraagt om de stroom aan woorden gaande te houden, niet om een om iets te weten te komen.

0 Voorbereidingen (Maastricht-Basel-Maastricht)

De fiets is naar de fietsenmaker. De boeken voor onderweg liggen klaar. De GPX-files met de route zitten in het mobieltje, zowel die voor de heen als de terugweg. De pillen zijn afgeteld. Het zijn de laatste stappen in de voorbereidingen. Alleen nog wat eten kopen voor de eerste dag.

De kop boven dit blog voelt wat voorbarig nu ik hem opschrijf. Het duurt nog even voor ik vertrek. De vraag is of ik Basel haal, en of de reis zal eindigen waar dat is gepland. Het lijf is nog steeds niet helemal terug bij af. (Zo schreef ik dus met enig inzicht voor vetrek.)

Maar hij past wel binnen het motto dat ik me bedacht: door het stellen van overwogen doelen bereik je meer. Maar je kan beter net wat minder willen dan dat je capaciteiten toestaan, dan net wat meer. Maar zonder plan neem je waarschijnlijk te snel genoegen met het bereikte.

De fietsenmaker belde. Hij had het middenvoorblad niet in voorraad. Vermoedelijk is de fiets pas na de pinksteren klaar. Het gaat precies andersom dan de vorige keer dat ik hem wegbracht. Toen was hij sneller weer gereed dan beloofd.

De levering laat ook op zich wachten. Een kleine tegenslag, maar twee dagen later op pad is geen ramp en als hij weer onderhouden is trapt het 35 jaar oude karretje weer beter. De doelen blijven.

 (Moslsheim moet Molsheim zijn.)


De vertraging geeft mij nog een paar dagen om naar de opnamen van de Koningin Elisabethwedstrijd te kijken en luisteren. Het speciaal voor deze wedstrijd geshreven werk The Sun and Her Flowers door Charlotte Bray - gebaseerd op de gelijknamige poëziebundel van Rupi Kaur - gaat niet vervelen. 


De uitvoering van Béla Bartoks Sonate voor viool solo door Kevin Zhu was indrukwekkend. Bij de uitvoering van Sergey Prokofiev's Sonate voor viool en piano liet Mio Yoshie haar vingers op de toets en over de snaren dansen. Betoverend.

Met plezier luisterde ik naar het recital door Pauline van der Rest. Ik hoorde aangrijpend werk van Ravel en Schnittke en nog meer. En dan loop ik nog flink achter. Zes uur viool op een dag is dan ook veel.

Als ik terug thuis kom is het al afgelopen en haal ik in wat ik nog niet zag en door het fietsen miste. Zoveel schoonheid in een woeste wereld en dat op TV. Schrale, maar wel, troost.











“Je bevindt je trouwens altijd, waar je ook bent, op de een of andere weg ergens naartoe: dat is een mathematisch gegeven.”

Uit het verhaal Op de weg naar de kathedraal, opgenomen in de bundel De dag dat Malika niet trouwde, van Fouad Laroui.