Posts tonen met het label Marten Toonder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marten Toonder. Alle posts tonen

woensdag 18 juni 2025

Olivier B. Bommel in Nicaragua


Sinds de Bommel strips in 1941 zijn gestart, zijn de heer in zijn geruite jas, Tom Poes, figuren daaromheen beroemd en de gebezigde taal en termen eruit gevleugelde woorden in het Nederlands geworden. Er zijn vertalingen, er is een film gemaakt, en momenteel wordt in Groenlo gebouwd aan een pretpark rond Olivier B. Bommel dat najaar 2025 open zal gaan. En er zijn zelfs roofdrukken van de strip, waaronder die van het boekenweekgeschenkI De andere wereld dat is omgeschreven en gepubliceerd onder de gewijzigde titel Olivier B. Bommel in Nicaragua.

In de boekenbijlage van Vrij Nederland werd het werk voor het goede doel aangekondigd en geprezen:

“Olivier B. Bommel, zo ongeveer Nederlands respectabelste ingezetene, mag zich verheugen in menig liefhebber die zijn hoge komaf gebruikt voor goede doelen, zoals het schrijven van parodieën. De uitgeverij met de dubbelzinnige naam Bommeldingen heeft een uiterst leesbare aflevering van een Bommel-verhaal uitgegeven: Olivier B. Bommel in Nicaragua. Bommel is benoemd tot wethouder van Ontwikkelingssamenwerking van Rommeldam en ontvangt een delegatie uit Nicaragua die om hulp komt vragen. Hij besluit het land zelf te gaan bezoeken met Tom Poes. Onderweg, in de buurt van de grens, komen ze de vader van de revolutie tegen die hen op het hart drukt goed uit te kijken of de revolutie zich wel aan haar idealen houdt. De tekst is geschreven door ene ‘K’, het betreft hier een ‘originele roofdruk’, waarvan de opbrengst voor Nicaragua is (f 4, -).”
Ook hier gaat de eerste pagina – door Toonder toegevoegd aan het boekenweekgeschenk – over het lezen. Niet over een specifiek boek, zoals in het origineel, maar over het lezen van een ouder werk. Nu gaat het verhaal niet over vluchtelingen maar over hulp aan een land dat is getroffen door een toneelspeler en de door zijn regering gefinancierdenee heer Bommel geen slangen, maar inderdaad Tom Poes paramilitaire Contra's. Hoewel op pagina 2 al de term CIA valt en de bedoeling van de roofdruk duidelijk is, ligt de boodschap niet al te dik op het pamflet dat pleit  voor hulp aan Nicaragua. Het wordt daardoor geen socialistisch realistische vorm van propaganda, maar is inderdaad prettig leesbaar. Of het kunst is? Dat weet slechts de Bezige Bij oftewel de bijenkorf. Dat laatste is dan weer een metafoor voor de samenleving (ook wel el pueblo genoemd), meent een oude Nicaraguaan. 

Tekst loopt door onder strip.


Hij is 'de vader van de revolutie'. Zo ziet hij er ook uit met zijn doordachte houding, verweerde sombrero en stok in zijn hand. De man duikt regelmatig op. Dat is niet zo vreemd hij is te zien waar de revolutie is; bijvoorbeeld waar de armen voedsel hebben. Bommel en Tom Poes worden gemaand hem te blijven zoeken. “Blijven zoeken,” vraagt Tom Poes verbaasd. “Wij hebben u toch al gevonden?” Schrijver K van deze Bommelstrip wist destijds nog niet hoeveel meer betekenis deze opdracht zou krijgen in de geschiedenis van het land. Halverwege de jaren tachtig was het afwenden van de door de VS gesteunde aanval en het opbouwen van het land waar de aandacht naar toe ging. Over het heden zal ik het hier niet hebben. In de strip gaat het om het zingen van de solidaridad. Maar dat 'blijven zoeken' houdt zijn waarde.

Er wordt wel degelijk belerend gesproken. Terloops wordt afgegeven op zendelingen die aanspoelen op de kust en de gewapende strijd is onvermijdelijk. Als Bommel vraagt of er wel democratie is in Nicaragua dan wordt hem gevraagd of er wel democratie is in Rommeldam en zo ja of die al perfect is en altijd in de geschiedenis goed heeft gewerkt. Het gelijkhebberige daar rekenen de trotse, heldere en vriendelijke Nicaraguanen mee af.

Ook in deze versie schrikt de kasteelheer wakker in zijn bed. Er wordt gezongen:
“Luchamos contra en Yankee. Enemigo de la humanidad!”II Overigens is Bommel hier de twijfelachtige wethouder van Ontwikkelingssamenwerking die met veel woorden weinig zegt en nog minder doet en betekent. De heer van stand moet weinig hebben van de Nicaraguanen. ('Schommel,' zoals hij abusievelijk ddor hen wordt aangesproken, staat symbool voor de minister van Ontwikkelingssamenwerking Schoo uit de tijd van publicatie.) Hij moet bewogen worden meer ongebonden hulp te geven en zich duidelijk uit te spreken tegen de contra's die mensen doden en huizen opblazen. Dat is het doel van K met de uitgave. Aan het slot van de strip wordt zelfs Koningin Beatrix nog aangeroepen om daar voor te zorgen.

Bommels afkeer van Nicaraguanen schommelt inderdaad. Zijn gevoelens over hen zijn verward. Dat komt ook door de mooie ogen van Nicolien en het ruiken van het lekkere eten. Je voelt het hele boekje door de toenadering komen. Bommel is verliefd. Dat is duidelijk. Hier kan geen Juffrouw Doddel tegenop.

De strip spreekt zijn lezers aan; 'de oplettende lezertjes'. Bommel voelt zich zelfs door hen achtervolgd. Het verhaal wil ook van het papier afstappen de realiteit in. Zo zit het verhaal vol kleine grapjes en mooie taal en aansprekende zinnen. De markies van Canteclaer is er de tweede
a van zijn naam kwijtgeraakt en daarmee een beetje van zijn gedateerde voornaamheid.
      Het is wel jammer dat de letters geroofdrukt zijn in een mager font en soms met weinig inkt, waardoor de grijze letters veertig jaar later nog net te lezen zijn. Die kritiek op het boekje is niet zo belangrijk, daarvoor is het nog steeds te leuk om te lezen, zeker in combinatie met het origineel waaruit wat strips zijn verwijderd of stroken zijn ingekort en samengevoegd (zie onderstaande tabel).

D. Hamm
ing, directeur van uitgever de Bezige Bij, reageerde in dagblad TrouwIII verbolgen op de uitgave. Deze heer van stand, van de uitgeverij die de officiële Bommelboeken uitgeeft, kondigde juridische stappen aan: “Mijn advocaat stelt inmiddels pogingen in het werk de gehele oplage in beslag te laten nemen. Dit is gewoon diefstal, dat kan niet worden getolereerd. Dat het voor een goed doel is, doet daar niets aan af.” Niettemin is het werk vier decennia later nog ruimschoots voorhanden in het boeken- en stripantiquariaat.

Noten:
I Op deze pagina werd een kavel van 12 illegale Bommelstrips aangeboden. Hier op een algemene pagina over illegale strips staan er meer.
II Een vertaling van dit Spaans zoals ook als voetnoot in het boekje staat: “Wij strijden tegen de Yankee. Vijand van de mensheid!”
III De Volkskrant van 23 februari 1985 staat ook stil bij de uitgave onder de kop Heer van stand geroofd.
IV Over de foto's. De bedrijven die tot Europa's grootste wapenreuzen horen met hun hoofdvestigingen achter Amsterdamse gevels, vond ik wel een Bommeliaans gegeven. Er zou een roofdruk aan gewijd kunnen worden.

Verschil strips tussen De andere wereld & Olivier B. Bommel in Nicaragua

vervallen

0415, lege pagina's, 0422-23, 0434-35, 0439, 0444, 0467, 0473-74, 0485

samengevoegd

0480a-0481b, 0481c-0482ac,

Bij samenvoegen heb ik het eerste plaatje van een strip a, het tweede b, en het derde c genoemd.

De andere wereld


Marten Toonder diende in 1982 als boekenweekgeschenk de Bommel strip De andere wereld in. De strip was al verschenen in 1979 in NRC-Handelsblad. Tenminste van strip 0415 tot 0486. Voor de CPNB-uitgave voegt Maarten Toonder nog een strook met tekst toe: 0414.* Daarin hebben de heer van stand en zijn trouwe knecht het over de boeken die ze lazen. Dat sluit aan op het thema van de boekenweek van dat jaar: ʽBoeken blijven’.

Bommel las ʽDe negerhut van oom Tom’ en ʽAlleen op de wereld’ en Joost las 'Het slot' van Kafka. Hij vond dat boek weinig boeiend en onbevredigend. Bommel voegt Joost toe dat “men met boeken niet boven zijn stand moet leven.” De kasteelheer had juist wel veel geleerd “dat er in stilte veel geleden wordt op deze wereld, terwijl hoogstaande figuren er veel goed aan kunnen doen.” Met deze woorden neemt hij ook een voorschot op het verhaal van De andere wereld. Dat gaat over vluchtelingen die opduiken rond Bommelstein. 
Tekst loopt door onder strip.
In het geschenk staat ook een voorwoord van Olivier B. Bommel. Dat eindigt met een Postscriptum waarin hij stelt:
“Juist nu het boek op punt van verschijnen staat, maakte een proeflezer mij er op opmerkzaam, dat mijn lotgeval te maken heeft met immigratie; een steen des aanstoots waar sommigen over struikelen.
     Hierover kan ik slechts glimlachen. Ikzelf heb immers de weg gewezen aan iedereen, die de straat opgaat om actie te voeren; zodat men weet waar men terecht komt.”
Het oorspronkelijke verhaal begon met Kweetal, de breinbaas, die met zijn drie dagen achter lopende oloroon loopt te zeulen. Lut Lierelij, de zanger en tokkelaar, met zijn vrijwel onnavolgbare taaltje, die met hem optrekt, meent dat het Kweetal het apparaat beter weg kan gooien:
“Draag niet mede watte swaar is, maar huphop bliede.” En plons daar gaat de techniek zo het Zompzwin in. Doch als je drie dagen tijd laat verdwijnen in het Zwarte Water dan verandert dat de stroom in het meer, de tijd raakt in de war, en de mist vertroebelt ook nog eens het zicht.

Na het weggooien van het apparaat springt het verhaal dan ook naar elders. Dat gaat zo snel dat er twee witte pagina's zijn ingelast om deze sprong te onderstrepen. Kort nadat het geschenk verscheen zorgde dat voor mensen die terug gingen naar de boekhandel om hun misdruk om te ruilen voor een gaaf exemplaar.**
Voorlees uitgave, Bezige Bij, november 2022.

In het derde plaatje van de op de blanco pagina's volgende strook strips schrikt heer bommel wakker van lawaai buiten in zijn tuin. Het angstzweet breekt hem uit. Maar schrik maakte al snel plaats voor gramschap. In zijn tuin stookt een familie van op panda's lijkende beren een vuurtje. Bommel is er niet van gediend en dreigt de politie in te schakelen. Het zijn vluchtelingen uit een land waar wringerds en vulkanische uitbarstingen het leven onleefbaar maken. Het land wordt Apoka genoemd. Burgemeester Dickerdack pleit voor het onderbrengen van de ontheemden in tuinpartijen en voor het verhogen van de belasting om de opvang te bekostigen.

Joost, winkelier Grootgrut, de notabelen, zoals markies de Canteclaer en redacteur en eigenaar van de Rommeldamse Courant de heer O. Fanth Mzn. zijn hier niet van gediend en zetten een comité op waarvan Bommel de voorzitter wordt. Fanth citeert onzorgvuldig uit ʽWien Neêrlands bloed ...’ om de toon voor een artikel over de komst van de vreemdelingen voor zijn krant neer te zetten. Bommel meent dat de Rommeldammers het al moeilijk genoeg hebben: “Niets dan belastingen en ruimtegebrek en stakingen en parkeerproblemen, zodat we niet voor vreemden kunnen gaan zorgen.” En de overheid die heeft geen begrip zo klaagde de kasteelheer op de nog steeds herkenbare en in dit kikkerlandje rondwarende toon.

Heer Ollie mag op televisie uitleggen wat het comité zal gaan doen. Hij laat zijn trouwe vriend Tom Poes een rede schrijven. En daar gaat het mis. Of eigenlijk, juist goed. Tom Poes wil weten vanwaar en waarom de vluchtelingen gekomen zijn. Hij schrijft een empathisch verhaal. Als Bommel voor de camera moet verschijnen is de beer in zijn eeuwig geruite jasje zenuwachtig. Regiseur Ondersteen gaat het om de kik (ook die sensatiezucht bij de pers is nog steeds zeer aanwezig), zo meldt hij, en Bommel moet zich verder niet druk maken. Bommel leest voor: “Vergeleken bij de vluchtelingen hebben we het erg goed. Een bovendien hebben we een gemeentebestuur, dat lieden helpt, die in nood verkeren...” tot tevredenheid van de burgemeester, maar tegen het zere been veel veel anderen. De volgende dag vliegt een overrijpe tomaat door het raam van Bommelstein boven op zijn kop. Bommel wordt uitgekotst.

Via een mislukte tocht met het bootje van Wammes Waggel komt hij uiteindelijk terecht in Apoka, de wereld van de vluchtelingen. Wammes Waggel is geen man van veel woorden. Hij doet wat hij moet doen en zet de vluchtelingen van de andere kant over het Zwarte Water naar de veilige kant. Het is zijn werk. Bommel belandt juist aan de andere kant en ziet dáár dat het leven er inderdaad onleefbaar is, wordt door die situatie geraakt en heeft te doen met de bewoners. Hij vindt dat ze gered moeten worden. De beer vertelt hen aangedikt over het leven in Rommeldam en zijn verhaal leidt tot misverstanden en tot de uittocht van de inwoners naar het land waar de gouden dubloenen aan de bomen zouden groeien. Hij doet dit door de onnavolgbaar verwarde tijd drie dagen in het verleden, zodat hij weer thuis is als de vluchtelingen in het begin van het verhaal door zijn eigen woroden in zijn tuin terechtkomen.

Als hij terugkomt uit de mist van van avontuur in Apoka wordt hij gevraagd door de burgemeester voor de gemeentecommissie tot hulp aan de andere wereld. Redacteur Fanth is soepel van geest en heeft gemerkt dat de lezers “eigenlijk meer vóór” dan tegen de vluchtelingen zijn en wil weer een interview. Bommel laat zich daarin van zijn beste kant zien. Joost is weer trots op zijn heer die oproept de vluchtelingen te steunen. Tenslotte zit iedereen aan tafel en heft Heer Bommel het glas op de hulp aan de Apoka's, die ook hulp aan hemzelf betekent.

De strip is meer dan een verhaaltje. Het is een maatschappelijke boodschap. In het jaar dat toenmalig Koningin Juliana vanuit haar ruim opgezette paleis stelde: “Ons land is vol, ten dele overvol”,*** kwam Maarten Toonder met een ruimhartige visie op de proppen, die een drietal jaar later via een boekenweekgeschenk het grote publiek bereikte met de boodschap dat als je je verdiept en aan de lijve voelt wat de vluchtelingen meemaken dan kan je niet anders dan voor ze opkomen, niet anders dan ze steunen en dat is ook in je eigen belang.****

Noten:
* Er bestaan zodoende dan ook 2 afleveringen met nummer 0414 in de Bommelsaga! Het andere strookje met het nummer 0414 staat in de bundel ʽDit gaat te ver’ in het verhaal ʽheer Bommel en de toekomer’ zo zet Willem Dijkstra op Facebook uiteen.
** Ervaring, indertijd aan klanten meegedeeld door een boekverkoopster van de Literaire Boekhandel te Utrecht bij het uitreiken van dit boekenweekgeschenk. https://nl.wikipedia.org/wiki/Heer_Bommel_en_de_andere_wereld#cite_ref-1
*** De opmerking in de troonrede had veel te maken met de schaarse ruimte voor industrie, ecologie, wegverkeer e.d., maar werd al snel ook gebruikt in de mobilisatie tegen vluchtelingen en migranten bij de opkomst van de Centrum Democraten enwordt in dat kader nog steeds ingezet, zie bijvoorbeeld de tekst van het SGP-kamerlid Flach uit december 2024.Rapport%20van%20de%20Staatscommissie%20Demografische%20Ontwikkelingen%202050-1.pdf
**** Hiermee was de kous nog niet af. De andere wereld zou in 1985 tot een roofdruk leiden ʽOlivier B. Bommel in Nicaragua’. Zie hier.