vrijdag 24 maart 2023

Impressies van een simpele ziel

Van Impressies van een simpele ziel door Annie M.G. Schmidt verscheen de eerste druk in februari 1951 en de zevende (die ik las) werd 2½ jaar later al door D. Lems gekocht, zo noteerde hij op het schutblad. Het heeft een prachtige kaft die vijftig in het Parool verschenen stukjes omvat. De eerste impressie verscheen op 14 oktober 1949 in de rubriek Voor de Vrouw (maar niet voor haar alleen...). Ze zijn geschreven om een voor een te lezen, even te proeven en erover te gniffelen. (Schmidt ging in 1952 voor dezelfde Amsterdamse krant het bekende Jip & Janneke schrijven.)

De impressies zijn heerlijk. Nog steeds. De Kronkels van Simon Carmiggelt kende ik. Ze stonden al iets eerder, vanaf 24 oktober 1946, in het Parool. In een van Schmidts impressies duikt Carmiggelt op als filmrecensent. De liefde kent hem vanuit de bioscoop, omdat ze alleen op het witte doek ruimte krijgt. Maar die stukjes van Schmidt kende ik niet. Vreemd eigenlijk. Carmiggelt had zijn prachtige fluwelen stem, bekend van het voordragen op de zwart-wit TV. Maar er is geen Nederlands kind dat na 1960 is geboren en dat nog nooit van Annie M.G. Schmidt heeft gehoord (hoop ik).

Zelf groeide ik op met Jip, Janneke, Sippie, en Takkie. Veel later pas haar andere werk. Nu eindelijk dit wat er aan vooraf ging. Er is een scene in een lift. Stel je voor dat hij door het dak naar buiten zou vliegen. De beschreven vrouwen die er mee in omhoog gingen zouden ook dan net zo strak en minnetjes blijven staan, beschrijft ze in een van de verhaaltjes; heel anders dan de immer rondkijkende mannen. Het doet me aan
Abeltje (1953) denken, een boekje dat ik van mijn opa en oma kreeg. Daarin wel avontuur van mannen, vrouwen en kind. Daar groeide ik dus ook mee op besef ik weer door de woorden van een simpele ziel.

De Impressies zijn luchtig, hier en daar wat wrang, met bijtende spot, en wars van gebakken lucht.
Zo kaart de schrijfster met lenige pen beperkte mores en knellende pakken aan (geen colbert, maar een tulband en snavelschoenen voor Koos Vorrink, de bekende PvdA voorman bepleit ze). Ergens heeft ze last van een niet verdwijnende rijm bij alles wat ze zegt. Alle bijdragen zijn zo geschreven dat je ze zou willen voorlezen aan een ander. Misschien staat daarom in het boek dat “voordracht of radiouitzending” alleen mag met toestemming van de schrijfster.



Het is vrijwel onmogelijk ze alle vijftig kernachtig samen te vatten. 'Hobbies van een man zijn heilig', 'De psychologie van het damestoilet', het zijn titels die wat over de speelse en stiekem toch ietwat serieuze inhoud verklappen. De stukjes worden bijeengehouden door het wijdlopige thema van de rubriek, voor de vrouw en die niet alleen. Er is een verhaal, 'Of wij een soort bladluizen zijn,' waarin een hele trits titels van studies over de vrouw, of Das Weib, worden genoemd en vervolgens de vraag waarom er geen boek is over 'De man door eeuwen heen'. Ach, we weten het zó ook wel, stelt ze vervolgens.

De simpele ziel komt gevat, scherp (of beide) achter haar dekking vandaan om observaties te fileren en voor te schotelen aan de lezer. Fijn boek; hier is iemand aan het woord die van taal en schrijven houdt (maar daarmee vertel ik niets nieuws, dat weet het gros van de Nederlanders). Geen wonder dat het zo vlot verkocht en herdrukt werd.

Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


Geen opmerkingen: