woensdag 29 juni 2016

Rustig aan


De foto maak ik, omdat ik het vele oranje in de straat mooi vind. Je zou hem ook kunnen maken, om er even over na te denken dat de straten schoongemaakt moeten worden. Dat je er daarom een beetje netjes mee omspringt en je troep de vuilnisbak ingaat of mee naar huis en niet op straat. Deze mannen laten zich niet gek maken. Effies rust.

zondag 26 juni 2016

Mooie middag

De tweejaarlijkse prijs 'Journalist voor de Vrede' ging dit jaar naar Sinan Can, onderzoeksjournalist verbonden aan BNN-VARA en maker van o.a. de Arabische Storm en Bloedbroeders. De beelden staan nog op mijn netvlies. Mooie TV met eigen innemende toon.

Op TV voetbal, buiten de zon en het bewegende IJ. Toch zat de zaal vol. En niet voor niets. De uitreiking in de IJ-zaal van het Tolhuys in Amsterdam was onderhoudend en informatief.

Er was een fotopresentatie door Chris de Bode met dromende kinderen uit Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Beelden van structuur in de chaos van Nigeria. Wendela de Vries (Stop Wapenhandel) interviewde de vorige winnaar Jan Eikelboom (Netwerk) over filmen in conflictgebied.

Tot slot dankwoord van Thomas Blom namens Sinan Can. Die laatste begon net vandaag een bijspijkercursus Arabisch in Libanon: “Hij kwam van ver en heeft de prijs zeer verdiend.”

dinsdag 21 juni 2016

Vlaggen, Lille – Amsterdam, 21 juni 2016

Vanmorgen reed ik de camping vol voetbalsupporters uit heel Europa af. Naast de Slowaken die vlak naast me stonden, hoorde ik er weinig van. De prijs was wel opvallend. € 5 duurder dan de duurste camping tot dan toe. Mijn verbazing over die prijs kon en wilde ik niet verbergen. “Mijnheeer dit is een mooie ...” De verbazing verdween niet van mijn gezicht bij deze in zijn eigen ongeloofwaardigheid gesmoorde verklaring. “Het zijn de voetbalsupporters waardoor we een hogere prijs kunnen vragen,” veranderde de zakelijke dame daarom haar uitleg.

Voetbal is commercie. Ik haalde Theo Reitsma al eerder aan. En wie zijn centje mee kan verdienen doet dat. Je bent ondernemer of niet. Verder heb ik tijdens mijn tocht weinig meegekregen van het spektakel. Dat zal op de laatste dag veranderen.

In België is het voetbal overal. Belgische vlaggen uit de ramen. Vlaggetjes op buitenspiegelhoesjes. (Brexit was nog niet half zo zichtbaar. Toch blijkt het te werken: springen op de zwakste schakels tot ze breken, blijkt op 24 juni.) Minder gek dan d'n Ollander, maar ook in België wordt het steeds meer opgeklopt. Dat zag ik de afgelopen maanden al bij de BRT. Het is onderdeel van een trend waar de journalist niet meer vanuit zijn positie het spel waarneemt, analyseert, duidt, en de feiten geeft, maar zelf onderdeel van het spel is geworden en als een veilingmeester kijkt wat er geboden wordt en ratelt om de levendigheid te vergroten. Zo krijgt men marktpositie. 

In de trein terug lees ik een artikel over het windmolenpark bij Urk. De hoofdtegenstander mag zeggen dat 1) windenergie niet rendabel is, 2) het slecht is voor het milieu en 3) er alleen komt doordat macht en geld nu eenmaal alles in Nederland bepalen. Leuke aandachttrekker. De straatvechter en zijn argumenten blijven hangen en worden niet weersproken. Journalistiek als entertainment en klantenbinding, zonder het vak op zijn merites te beoordelen als de vijfde macht in de samenleving en daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden.

Naast me in de trein zit een klein meisje, van een jaar of drie á vier, Media, dat beter Frans spreekt dan ik. Heel erg heb ik het niet gemist, maar het lijkt me aardig om weer een taal te leren. Nuttig en het scherpt mogelijk het verstand en aandacht. 
 

Wat deze reis vooral duidelijk maakte is dat ik een behoorlijk sterk mens ben. Net niet gehaald wat ik plande, maar vijf dagen flinke tegenwind waren daarvoor de voornaamste oorzaak. Ik had minder problemen met het klimmen dan met de wind. Door die andere stop moest ik een ongebruikelijke reis maken en daardoor heb ik weer bijgeleerd. Gewoon op de fiets door Parijs.

Op de heenweg dacht ik aan mezelf als ondernemer. Zo slecht heb ik het niet gedaan de afgelopen jaren. Alles gegeven en veel teruggewonnen. Maar de vraag kwam: Ben jij wel een ondernemer? Het zat me dwars; eerst erg dwars, later zeurend. Na een dag vakantie was het weg. Pas nu weer terug.

Nee ik zou geen huisjes op het strand zetten (hoe mooi het me ook lijkt daar aan het Groedese strand te zitten) en de apartementencomplexen maken van de Belgische kust een ordinair wingewest voor projectontwikkelaars. Nee ik vind niet dat camping prijzen moeten exploderen als het kan. Nee ik vind niet dat de pers er is om achter hypes aan te jagen om zich een markt te veroveren. 

Ben ik een ondernemer als ik naar een klant luister? Me aanpas aan de afnemer? Als ik goed werk lever tegen een te lage prijs? Mij lijkt het wel. Het was een mooie tocht en ik heb veel gezien. Heb getrapt en genoten. Beelden opgedaan om verder te kunnen. Nu op de terugweg weet ik dat ik onvermijdelijk weer op de ondernemers vraag zal stuiten. Ik zal mijn huid duur verkopen (zonder het te overdrijven).

De actuele cijfers van het begin zijn geworden: de fietsteller, 26.937; twitterpositie, 890.953; en uren gewerkt in 2016, 782.

maandag 20 juni 2016

Circuit, La Flèche – Le Mans (trein Parijs, Amiens, Lille), 20 juni 2016

Daarnet reed ik over het circuit van Le Mans (van de 24-uur) met mijn fiets. Daarvoor fietste ik alweer verkeerd, na 5 ½ km had ik het door. Dat wordt dan 11 km met de terugtocht erbij. Het wordt de trein via Parijs. Alles gaat in dit grote land via Parijs. 
 

Behalve dat centralisme is wel meer alom aanwezig. Men maakt er geen geheim van het katholieke karakter van het land. Je struikelt over de INRI's die hangen te
bloeden aan het kruis of een groen weggetrokken Maria die devoot staat te doen. Je vraagt je dan steeds weer af waarom ze in zo'n land een probleem maken van een religieuze uitdossing met een hoofddoek. Niet dat ik ervoor ben, maar die Jezussen zijn ook niet echt subtiel, daar steken die doekjes nog bescheiden bij af qua goede smaak. Maria, Jezus en hoofdoek ze hebben ook allemaal wel wat moois.

Gisteren stapte ik af bij een andere Franse wereld. Doodmoe was ik en om een uur of acht wist ik nog niet waar ik zou slapen (net genoeg/te weinig water en eten bij me). In La Flèche zocht ik ernaar. De Tabac was open en daar tegenover Bar Le Campeur, een van de weinige eettentjes die ik zag. Het was er aangenaam.

Langzaam probeer ik afscheid te nemen van mijn avontuur. Straks met de fiets door de
Metro van Montparnasse naar Gare du Nord. Ik heb ¾ uur. En dan kom je in Parijs met die verzekering dat de fiets mee mag en dan zegt de mevrouw “Ik ben van de Parijse Metro,” en dat ze niks te maken heeft met wat ik hoorde. Mijn fiets is te groot“Eruit! Vijfhonderd meter verderop is de RER daar mag je mee mee.” Die vind ik niet. Voor het station vraag ik een oude vrouw naar de richting die ik uit moet naar Gare du Nord. Hier rechtdoor, de Seine over en dan naar het noorden. Ik trap en trap door een regenachtig Parijs en zie geen Seine. Ga ik wel goed? Ik vraag en hetzelfde verhaal. Dan zie ik de Seine. Links of rechts? Ik ga links langs het Louvre en naar het Noorden. Ik vraag het weer. “Zo door gaan en iets meer naar het Oosten.” Dan zie ik een bordje. Mijn aansluiting mis ik op een haar. Een nieuwe reservering kost me € 3,90. Ach 't zou wat.


In Amiens neem ik de trein naar Lille, waar ik geweldig wordt geholpen door een jonge man. Dan heb ik het treinen maar gehad en fiets ik morgen naar Vlissingen om daar de trein naar huis te nemen. In Lille zit de camping vol, Euro2016.

zondag 19 juni 2016

Kikkers, Secondigny – La Flèche, 19 juni 2016

De nacht werd een paar keer verscheurd door brullende jongeren; de Appelgaard is overal. Later wakker. De weg leek wel een achtbaan, op-en-neer en op-en-neer. Het klimmen gaat goed. Toch 'n schakelfoutje waardoor ketting eraf loopt (eerste keer), maar dat overkomt de beste. Je kan er zelfs de Giro mee winnen. Maar zo snel ga ik niet en vaart krijg ik door de tegenwind en vracht nooit. Iedere klim opnieuw beginnen.
 

Het is rustig op zondagochtend. Ongeveer een op de vier auto's is een camper, twee fietsen achterop, en grijs achter het stuur. De witte dozen zijn soms breder dan de weghelft, want voor het avontuur nemen ze natuurlijk de kleine wegen. Ze halen het beroerdst in van alle voertuigen, misschien noodgedwongen door die breedte, misschien door onkunde, want bussen en vrachtwagens kunnen het wel. 
 

Zo rossen te rijke bejaarden, steeds meer, in veel te grote auto's vervuilend rond op de West-Europese wegen. Inmiddels heeft elk dorp een regeling en voorzieningen voor deze would be Roma van het goede leven. Lekker mobiel dat zijn ze wel. Bij hun avontuur kunnen ze beschikken over alle comfort die ze thuis ook hebben: TV (met satellietontvanger), koelkast, boekenplank, gasfornuis, douche en een lekker bed. Zo is het avontuur geen avontuur meer, maar dat houden we stil. Maar laten we eerlijk zijn ik kwam ook niet boven de 500 meter deze vakantie.


Tja ik loop wat generaties achter; niet op benzine of gas. Zelfs niet op elektra. Mijn mobiel werkte nauwelijks. Nu heb ik weer een oud type van Nokia. Alleen bellen en SMS'en en ik voel me er senang bij (zeker omdat hij niet de hele tijd hoeft te worden opgeladen). Geen laptop en geen tablet, geen superhorloge of vergezichtbril. De volgende generatie ga ik ook al weer missen. Voor iemand die mee wil doen en enige maatschappelijke invloed wil hebben een bijna niet vol te houden positie.

Vandaag enorm veel kikkergekwaak. Wat is dat toch een heerlijk geluid.

zaterdag 18 juni 2016

00336------20, Cadeuil – Secondigny, 18 juni 2016

Het is een dag van doorrammen en niet al te veel verkeerd rijden. Over de Charente bij Rochefort zie ik een constructie die verdacht veel lijkt op een transportbrug. Thuis blijkt dat te kloppen. Het is de laatste van Frankrijk (er waren er vijf) en alleen nog open voor fietsers en voetgangers. Als ik hem hoog over de autobrug passeer, ziet het er bij de brug niet erg levendig uit.


Ik zit al snel weer op mijn volgende kaart, dankzij overlap. Misschien ga ik Amiens toch nog halen, denk is steeds tegen beter weten in.

 
Die Franse landwegen zijn prima om te rijden. Leeuweriken in de lucht en gewas op het veld. Af en toe een stil dorpje.

00336------20

Als ik 's avond op een camping beland hoor ik in rap Frans een telefoonnummer op een antwoordapparaat dat ik kan bellen. Het eindigt met 'vingt' en ik bereid me voor op nog een paar keer bellen. Gelukkig niet nodig; de telefoon wordt toch aangepakt.


Er is niemand op de camping en er zal niemand komen voordat ik wegga.  
“De douches werken ook niet.”
Ze willen me niet. 
“Dan maar zonder douche,” zeg ik.
Laatste tegenwerping: “U kunt niet betalen.” 
Ik zeg dat ik wel een tientje in de brievenbus gooi. 
“Ik vertrouw U.” 
Nou ja dan moet je wel. Maar dat er 's nachts niemand van het beheer op een camping is, heeft ook wel wat typisch. Er lopen dronken mannen rond. Ik zou als campingbaas mijn verantwoordelijkheid nemen.


Onderweg nam ik een kaasburger. De maker verstond me niet toen ik om een cheese burger vroeg die op zijn kaart stond. “Oh un cheezebürghèr,” zei hij toen hij eindelijk doorhad wat die vreemdeling vroeg. Hij maakte hem volgens eigen idee. De kaas zat in blokjes door de salade en de broodjes waren zo taai als dropkabel, maar verder gewoon bruin van buiten en wit van binnen. Ach het ging er goed in.


vrijdag 17 juni 2016

Armgebaar, Lège-Cap-Ferret – Cadeuil, 17 juni 2016


Direct na vertrek 45 km fietspad. Niet van dat lollige met veel bochten, maar rechttoe-rechtaan, om ergens te komen. Onderweg drie hardloopsters en drie fietsers, waarvan twee bepakt zoals ik. Er ligt een lange strook asfalt door de bossen, CO2 vastgelegd in de weg. Recht maar met een berm vol bloemen. Ik zie zelfs een verdwaalde vlinder in dit zonloze weer even tussen de spatten doorvliegen. 'De verdwaalde vlinder,' er zit een verhaal, gedicht of lied in deze woorden.

Tijdens de tocht over die weg tussen Donostia en Irun, van een paar dagen geleden merkte ik wat een vertrouwen er spreekt uit dat naast elkaar voortrazen, tonnen aan massa in beweging. Eén slinger aan een stuur, een maffe inhaal manoeuvre en daar was je. Voor de verkeersdeelnemer noodzakelijk vertrouwen, dat elders vaak ver te zoeken is.

Zelf belandde ik in mijn eigen verhaal over een plek waar ik nooit was. Hourtain-sur-Mer. Er is weinig en van dat weinige is het meeste dicht. Alleen het grootste strandpaviljoen is open. De campings zijn nog leeg en de restaurants nog dicht. De zee is er wel en de duinen, net als in mijn verhaal. Het zou hier in het hoogseizoen flink druk zijn.

Voor de pont over de Gironde wacht een groep bezonnebrilde Chinezen met zwarte auto's. Ik kan er niets aan doen, maar zo in de buurt van de Medoc en chateaus als Lafite en Mouton Rotschild, moet ik toch denken dat ze komen voor de dure bordeaux. Al meer dan 100 Franse chateaus zijn in Chinese handen.

Dan ben ik opeens moe en stop bij een camping, maar ik heb nog geen eten. Het winkeltje is hier in het voorseizoen dicht en het een is kilometer of wat naar de dichtstbijzijnde. Ik kwak mijn bagage op mijn plek. En stap weer op. De eigenaresse had me verteld right, right, right en maakte met een arm beweging duidelijk vanaf daar rechtdoor. Ik raakte de draad kwijt. Twee keer rechts was al teveel. Als ik verder zoek, zie ik een reclame voor een supermarkt op zes minuten afstand. Ik denk dat dit een kilometer of zes zal zijn. Dat blijkt te optimistisch. De supermarkt zit op een kilometer of 10. Dat betekent met 100 kilometer door kleine dorpen en langs smalle landwegen. Het kleine dorpswinkeltje mis ik door mijn gerichtheid op die grote supermarkt.

Het wordt een restaurantje. Paardenbiefstuk met patat. Voor de zaak zitten plaatselijke hangouderen wijn en bier te slurpen en iedere nieuwe die aanschuift wordt door allen omhelsd. Mij vinden ze maar een vreemde snoeshaan met mijn Perier bij het eten.

donderdag 16 juni 2016

Groters, Casernes – Lège-Cap-Ferret, 16 juni 2016

Door de bossen, langs de meren, over een vlakke weg. Het gaat volgens een schema van thuis. Er loopt een lange afstandsroute door die bossen. Ik neem hem ook al is het wat om. Nauwelijks auto's dat is een voordeel. Naast dat ommetje raak ik ook een paar keer de weg kwijt: 20 km extra.

De regen blijft neerzeiken, maar ik moet niet over het weer zeuren, niet over auto's of afstanden, maar iets groters; iets waar ik straks ook nog wat mee kan. Ja ik ben op de terugweg, al is die nog lang. Het kan gaan over de liefde, het werk, de discipline. Maar denken over stappen tekent de wandelaar, over trappen de fietser.

De gekozen route is te lang. Dat weet ik nu wel zeker. De noordenwind blijft blazen. Vermoedelijk ben ik morgen pas halverwege de dag bij de pont over de Gironde. Dan nog naar Rochefort. Daar wil dan de trein nemen en nog een stukje fietsen. De volgende dag de trein naar het noorden. Het is jammer, maar ik kom twee dagen tekort. Het is eigenlijk een trip voor drie weken.

woensdag 15 juni 2016

Stijl, Orio – Casernes, 15 juni 2016

Nachtelijke diergeluiden en kamperen horen bij elkaar. Ooit onder een uilennest gestaan? De egel gehoord die met luid geknor rond de tent scharrelde? Of wakker gehouden door de mug aan de goede kant van het tentdoek? Deze kende ik nog niet: de hagedis die over je binnentent rent. Opeens zag ik een pootje staan vlak naast mijn hoofd en floep daar ging hij of zij weer.

Om het verkeer te ontwijken nam ik van Orio naar Donostia de weg bovenlangs. Tjeempie wat stijl. De afdaling was helaas al weer in stedelijk gebied. Auto's gaan toch echt sneller dan ik.
Donostia-Irun deed ik daar waar het mocht over de N-636. Dan ben je blij dat je er bent. Want ook op zo'n razende weg heb ik het gevoel dat ik er niet hoor.

Vanmiddag ging het door het Franse deel van Baskenland. Ook bepaalt niet rustig. Daarna trok men de hemel open voor waterballet, geluids- en lichteffecten. Inmiddels zit ik in een bosrijk, vlak gebied vol kleine plaatsjes en met wegen naar Plage Zus-en-zo. Veel surfscholen en veel campings. Nu sta ik op een soort huisjespark. Het was uitgestorven toen ik kwam. Inmiddels komen de bewoners van hun werk.

Citaat van de dag:

“Je gaat over het weer en tocht schrijven als je te weinig om handen hebt.”

Ikzelf

dinsdag 14 juni 2016

Mannelijk, Sopela – Orio, 14 juni 2016

Aan de weg naar Mungo staan borden dat auto's 1,5 meter afstand moeten houden van fietsers. Onderweg naar Guernika. Ik kan die plaats niet weer links laten liggen. Het Vredesmuseum is me aangeraden.


Weer merk ik dat ik een sentimentele man geworden ben. Het treft me met een brok in de keel dat hier verschrikkelijke bombardementen zijn uitgevoerd, die ook dienden als oorlogsvoorbereiding. Ik ben dan nog niet eens in het museum. Daar zie ik in een ogenblik het woord Rotterdam. Daarna al snel de twee woorden ervoor 'Erasmo de.' 

In Guernika werd het ASTRA automatische pistool gemaakt en er was veel metaalindustrie. Helemaal snappen doe ik het dan ook niet als de bombardementen zinloos worden genoemd. De Francisten brachten hun tegenstander een slag toe en haalde er verdere steun van het facistische Duitsland en Italië mee binnen. Bovendien ging de fabriek voor de Spaanse veroveraar en de Duitsers produceren. Vreselijk, misdadig, maar niet zinloos gezien vanuit het standpunt van facistisch Europa.

Het museum heeft een zeer positieve boodschap: praat, geef je fouten toe, dialoog, wees positief, etc. op het zeurderige af. Ik ga altijd een beetje gruwen van zo'n verhaal. Kijk waar de belangen liggen. Wees strijdbaar tegen het 'verkeerde' (toch niet zo vreemd in een museum dat een facistisch bombardement als centraal thema heeft) en behoud en streef naar het 'goede'. Oorlog is politiek met andere middelen. Kijk dan ook op politieke manier. 


Even later zit ik te eten met uitzicht op een prachtige groene berg, tegen een blauw wit bewolkte lucht. Dat dan weer wel: genieten en positief waar het kan. Tijdens zware klimmen langs overzichtelijke en rustige weg zie ik in de berm tal van bloemen bloeien; veel akelei, maar ook orchideeën en klokjes. Daartussen fladderen vlinders, waarvan ik sommige herken, maar alleen van het koolwitje en citroenvlinder weet ik de naam. Boven het land hoor ik roofvogels roepen, voor mij mooi, voor kleine knaagdieren angstaanjagend. De geur van de eucalyptus dringt in mijn neus (en voor de pavloftypes die bij de naam van deze boom meteen schande roepen: het regent vaker wel dan niet in Noord-Spanje).


Terug naar de realiteit van een fietser. Sinds gisteren gebruik een zonnebrandlippenstift. Ik smeer en wrijf ze over elkaar, zoals ik vrouwen zag doen. Het doet me ook weinig mannelijk aan, maar tijdens het klimmen loopt het zoute snot in de wondjes van mijn Peter Winnenlippen. Iets minder mannelijk is niet onverstandig. 

En dan verder naar Lekeitio. Daar koop ik een ik nieuwe beker. Ik krijg wel op mijn kop in het Chinese magazijn, mooier dan Blokker: ik vraag naar een copa plastico, maar het moet zijn een taza.

Citaat van de dag:
“To this day the Spanish army has failed to ackowledge that it took part in the bombing of Gernica.
Uit de brochure van het Gernika Peace Museum.

Maar dan komen de lente bloemen weer op de salontafel en gaat het leven verder.

Uit hoorspel Gernika Peace Museum (Gernikako Bakearen Museoa)

maandag 13 juni 2016

Dwars, Dueso – Sopela, 13 juni 2016

Achter die mooie berg van gisteren ligt een vreselijke plaats. Met die gedachte aan Laredo begon ik mijn tocht. Maar voordat ik de badplaats en oord voor pensinado's (ja ze zijn overal) bereikte, trapte ik langs de mooie vlakte van de Ria de Treto. Laredo zelf was ook vooral lelijk waar de camping ligt waar ik in 1990 kampeerde. Verder is het een redelijk grote plaats aan de kust met toerisme, landbouw, en visserij en alles wat daarbij komt kijken.



Mijn reis is ook een tocht terug door de tijd. Een groot deel van de tocht vandaag gaat via de N-634. In 1987 nam ik deze weg naar een vriendin die zich alleen voelde in Oviedo. Het bezoek werd een flop. Ik was dan ook hevig verliefd en daarbij gewoonlijk al onhandig en de reis werd het einde van een mooie vriendschap. De weg was destijds de hoofdweg. Inmiddels ligt er een autoweg naast, die vals speelt met tunnels en pilaren, maar de oude wel ontlast, zodat het er nu goed fietsen is.

In 1990 was ik in het gebied en vorig jaar weer aan de kust van Noord-Spanje. Die laatste vakantie viel tegen. Ik had meer willen zien, meer het gevoel van vroeger willen ervaren. Maar vroeger is een dia op de muur. Of dit een sentimental journey is? Een beetje. Maar ik kijk toch wel heel anders. Kijken zul je, want het is hier vreselijk en indrukwekkend mooi; genoeg schoonheid om een jaar op te teren. Het is nu ook anders op de fiets. Het is stijgen en afzien, dalen, sturen en genieten van de wind langs mijn gezicht.

Het is een avontuur met steeds weer kleine dingen die opgelost moeten worden, een camping vinden bijvoorbeeld. Mijn oude brandertje is klein en licht, maar de bijbehorende blikjes verkochten ze niet in het VK. In Spanje was de eerste de beste winkel raak. Als je dan alles voor elkaar heb en je gaat met 50km+ naar beneden zit er een klein slag in je wiel. In Bilbo bezoek ik de fietsenmaker (taller). Hij kijkt en hijst met tassen en al mijn fiets in de haken en wijst op mijn verschoven spin. Die tikte tegen het wiel. Meer was het niet. Zo is er iedere dag wel wat. Maar altijd op te lossen.

Er is een gestage stoet die die de hele dag tegen mij in te voet de bergen ingaat. Het zijn de Santiago de Compostellagangers, verpakt in in plastic en vaak met een of meer stokken om zich voort te duwen en boerenhonden van zich af te slaan. Ik heb geen enkele behoefte meer om meeloper te zijn. Voor mij is het nog een paar honderd kilometer tot de Spaans-Franse grens. Maar eerst nog het enige dat ik deze trip echt wilde zien: de transportbrug over de Ria del Nervion de Bilbao. Vorig jaar bij toeval die van Middlesbrough en dan nu deze toeristische attractie.

Citaat van de dag:
“Automobilisten hebben het gemakkelijker dan fietsers.”
Campingbaas in Sopela (we stonden er vorig jaar), of hij me daarom 10% korting gaf en desondanks nog steeds de duurste camping tot nu toe bleef?


zondag 12 juni 2016

Deining, In Zee – Dueso, 12 juni 2016

Gisteren liep ik de bar binnen tijdens de voetbalwedstrijd Slowakije-Wales. Wales won en een instemmend gemompel klonk boven de pinten en mineraalwater. De spanning voor de eerste wedstrijd van de Engelsen was voelbaar. Ik was benieuwd.

Nu ben ik geen voetbalcoach, maar als Nederlander herkende ik wel het spelen op de helft van de tegenstander zonder iets klaar te maken door “een slordige laatste bal.” Er was weinig sfeer. Het geluid stond uit en de opzwepende commentator was vervangen door Radio2 pop. Een kijker vroeg of het commentaar wel aan mocht, maar na een toneelstukje (tenminste dat denk ik) bleek dat dit niet kon. Volgens Theo Reitsma zijn de commentatoren er om wedstrijden aan het publiek te verkopen. Ik ging weg in de rust. De volgende dag zou blijken dat het een gelijkspelletje was geworden.


De middag in de leessalon met uitzicht op het zog van het schip en met Deense boeken achter gesloten deuren in de boekenkast. De ene helft las op een scherm de andere helft van papier. Nog een helft zat te dommelen, maar die telt niet mee. En dan was er nog de Oost-Europese vrachtwagenchauffeur met droevig of moe gezicht die er constant zat te bellen, zonder storend te zijn. Een dag later zit de man er weer (of nog steeds?). Terwijl tussen Duinkerken en Dover vrachtwagenchauffeurs en andere passagiers gescheiden worden, loopt het hier door elkaar. Veel dikbuikige mannen met tatoeages tussen vakantievolk van allerlei slag. Ik vond het wel wat.

Gisteren voordat ik ging slapen stond er een nauwelijks te onderscheiden vuurtoren in het water tussen de rotsen (de foto ervan plaatste ik gisteren). Het is het meest westelijke punt van Frankrijk, bij het eiland Ouessant. Bij het opstaan is alles grijs; het drenst; en er is meer deining en het schip slingert een beetje. Onder de douche hoor ik opeens een alarmsignaal: vier maal kort, even later weer. Stom genoeg had ik me nog niet verdiept in de veiligheidsprocedures en wist niet dat het er zeven moesten zijn, voordat het ernst was. Nog 5½ uur en dan zijn we in Santander en begint het volgende deel van dit avontuur.

De oorontsteking die een paar weken geleden begon is over. Mijn oor zit nog wel vol troep en ik hoor er weinig mee. Het is alsof het geluid binnen in mijn hoofd blijft. Kauwen of krakende nekwervels maken veel kabaal. Om de ziekenboeg even af te maken met lippen die niet al te veel zon meer willen hebben en een scrotum dat minder blij is. Intussen trekt de lege zee aan mijn raam voorbij. Niet meer dan af-en-toe een enkel schip. Weg van de wereld om me voor te bereiden op het volgende deel. 

Na aankomst zo'n 50 km gefietst. Het koste moeite om mijn weg uit Santander, los van de grote wegen, te vinden. Er was wel meteen bewegwijzering voor de auto's en motoren niet voor de fietsers.


Citaat van de dag:

“De ene keer is de ziel de dokter van het lichaam, de andere keer is het lichaam de dokter van de ziel. Als ze elkaar niet zouden helpen wie zou het dan doen?“


Jacob Sjenfeld in De Vier maaltijden van Meir Shalev, p. 108.