woensdag 17 januari 2018

Baksteen

De decembermaand en haar naweeën liggen nog als een baksteen op mijn maag. Ik braak hem uit op het vrijwel verdwenen strand en laat hem als een oude schoen aan de rand van de oprukkende zee liggen. Als ik hem maar niet per ongeluk weer inslik.


Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén of meer daarvan plaats ik hier. 


woensdag 10 januari 2018

Vage verte


Van lezen komt vandaag niet veel. De stukken in de kranten zijn te gekleurd om er iets mee te doen. Op mijn interesse gebied is er Saoedisch, Russisch en Iraans nieuws. Overslaan maar. Je moet anders zoveel uitleggen.

Ook een bericht uit de Engelse Times overslaan. Ook propaganda, alleen heet het bij zo'n bron opinie. Trump zou China in de kaart spelen door Pakistan hard aan te vallen voor de steun aan de Taliban. Dat klopt natuurlijk, maar in de VS wordt het kennelijk anders gewogen.

O ja ik schrijf bovenstaande regels nog voor het fietsen. Het kan lijken dat de tekst in het zadel bedacht is. Je wordt bedot waar je bij zit. Maar wat moet je met een fietsbericht? Het gaat over een te vol hoofd en te leeg lijf op de fiets. Op zijn best gaat de blik over de bemotregende brillenglazen heen de vage verte in.


Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén daarvan plaats ik hier.

vrijdag 5 januari 2018

Zouden de golven niet eens zeewaarts willen rollen en niet sterven in het natte koude zand?


Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén daarvan plaats ik hier. Deze week was het op vrijdag.

maandag 1 januari 2018

Jaarwisselingstradities

Tijd voor traditie. Oliebollen bakken, beetje kaneel en sinaasappelssnippers voor de verandering. Sjoelen met op het eind een verlies en de kat in de bak. De druipkaars druipt. Naar bed na het vuurwerk, maar de brandende auto in de straat moet dan nog komen. “Drama,” zegt de buurvrouw die ook naar buitenkomt door het lawaai. Deze traditie kende ik nog niet van dichtbij.

Als de brandweer al even aan het blussen is, komt een blik met agenten met honden en a real show of force de straat in. De situatie is daarna kort grimmig, waar voor ze kwamen niets aan de hand was. Bijna alsof of ze solliciteerden naar rotzooi of laat ik het 'positief' benaderen deze eigentijds met overkill wilden voorkomen. Er was wel een hysterisch gillende eigenaresse van de bolide. Maar het zou je zuur verdiende auto maar zijn. Bovendien er was al iemand om haar te kalmeren en een ander in kamerjas nam haar onder de arm mee. Leve de wijkagent!

“Wat is je goede voornemen,” wordt me op 1 januari gevraagd. Ik weet het nog niet. “Niet meer moe zijn,” wordt me aangeraden. Maar ik weet zeker dat dit niet gaat lukken. Ik ben altijd moe. Dat gaat niet meer over. Er is zoveel wat op de schop moet om het leven aardig te blijven vinden dat ik er nog niet uit ben waar ik me op ga richten.

De vrager, winnaar van het sjoelspel de avond ervoor, houdt echter  aan en ik zeg: “Niet meer boos worden en als ik dat wel word evalueren hoe het te voorkomen.” Misschien bedoel ik niet boos (dat kan je immers ook terecht worden), maar niet meer oncontroleerbaar driftig worden. Hoe stop je dat? Ben benieuwd of het gaat lukken. Tot nu toe is het geen loze traditie voor me om een goed voornemen te maken. Dat mag zo blijven.