vrijdag 31 juli 2015

17 – Hendaye – Parijs – Amsterdam: schulden

Drie hindernissen gehad. De tenten waren in een mum van tijd ingepakt. De spullen konden met moeite terug in de drie rolkoffers en een rugzak. De taxi bracht ons voor € 20 naar het station in Frankrijk en de Carefour ging net op tijd open voor mondvoorraad. Nu alleen nog door Parijs naar het Noord station. En dan is de vakantie afgelopen.

We aten met zijn vieren 37 stokbroden, 19 worstjes en ons verste punt lag op 136 kilometer. We bezochten vijf stranden. Het was een
vakantie vol stress. Jammer dat ik zo weinig heb gezien. Ik bedenk me op de terugreis dat ik me de tijd niet kan heugen dat ik geen fiets had op vakantie. Tot in 2007 kan ik me het trappen met beelden herinneren.

In Hendaye zijn er verschillende kranten te koop op het station. Ik koop weer de Int. New York Times, al liggen AD en Telegraaf er ook. Voor een verslag van de strijd binnen Syriza moet ik online kijken, meldt de voorpagina. Verder gaat de krant door met zijn pleidooi voor het verlichten van de schuldenlast. Nieuwe leningen leiden uiteindelijk alleen maar tot grotere schulden. Bovendien komt het geld nauwelijks ten goede aan de Griekse economie.

Afzonderlijke door Pentagon en CIA en getrainde Syrische strijders blijken te falen. Het bericht is vernietigend.

Het schotschrift tegen Jeremy Corbyn is ernstig lachwekkend. Links als vampieren. Hogere belastingen, wat een schandaal. Alsof bezuinigen op sociale uitgaven dat niet veel meer is.


Een redactioneel over de ExIm-bank en de rechtse kritiek daarop, maakt duidelijk dat je kritiek op inzet van Export Credit Maatschappijen zich moet baseren op recht en onrecht, milieu en invloed op bestaansgronden.

Onderweg verbaas ik me dat roken toch echt iets van de vorige eeuw is. In de Cossacks beschrijft Tolstoi dat de Kozakken het als een enorme fout zagen als iemand ging roken. Ze hadden een hekel aan de Russen, ook omdat die hun huizen met hun gepaf vergiftigden.

We spelen nog twee spelletjes Machiavelli. Beide verlies ik. “De filosofie is een strijd tegen de betovering van ons verstand door middel van onze taal,” zegt Wittgestein in Philosofische Untersuchungen (1953). Ach ik geloof het wel. Stap straks in mijn eigen bed.

donderdag 30 juli 2015

16 – Hondaribia: taxi

Een uurtje rijden naar de nieuwe bestemming, waar we al eerder waren. We zetten snel de tent op langs de bulderende zee. 's Nachts blijkt dat een groep jongeren niet slaapt. Toch gaven ze door het geraas weinig last. 's Middags kwam eerst de zon nog door en konden we zwemmen.

We lopen voor het eerst naar het kerkje op de heuvel en komen in een fraai oud stadje terecht met smalle straatjes, een kasteel van Karel V. Kerk en vestingwerken. Ik maak alsnog een foto van de 'likkende beer'.

Op het eind van de dag blijkt dat onze treintocht niet begint in Irun (Sp.), maar in Hendaye (Fr.). De tablet leert bovendien dat de eerste trein uit Irun pas vertrekt als de TGV al ruim en breed vertrokken is. Het wordt een taxi. Weer geen krant.





woensdag 29 juli 2015

15 – Itxaspe: koeiebellen

Een mens kan wel over zijn schouder kijken, maar zijn rug niet zien. Terugblikken, zelfreflectie, soms is het nuttig, maar lang niet altijd zinnig. Toch zou ik het leuk vinden dat dorpje nog eens te zien, waar we in 1990 waren op die terrassen camping aan de weg waar ik een zonnesteek kreeg en waar we zuinig een kopje koffie dronken.

Het is de vakantie die we een paar dagen eerder afbraken, omdat de oorlog tussen de VS en Irak (met Nederlandse deelname) begon. Juist die vakantie en de invloed van buitenlandse kranten gaf me de moed om samen met Gerard van Alkenmade tegen de apathische geest in Nederland in te gaan en een vergadering uit te roepen om een komitee op te richten. We kregen daarbij steun van MariNEE en het Haags vredesplatform, nadat in dat laatste Frans van Vlugt dit voor ons bepleitte. De AMOK-kelder aan de Esdoornstraat liep vol. Men luisterde aan het luik in het plafond om er bij te zijn.

Het kantoor van het Komitee Anti Golf Oorlog (KAGO) kwam bij de Grachtenkrant aan de Singel en later bij Vrouwen voor Vrede aan de Nw. Looierstraat. Vergaderen deden we bij het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN). Drie demonstraties organiseerden we in vier maanden met steeds meer opkomst. Vijf kranten en tal van Informatie-bulletins maakten we. Je kan achteraf niet anders dan constateren dat we het bij het rechte eind hadden.

Nu zitten we in de wolken en drupt de regen op het dak boven mijn hoofd. “De begeerte nu en de drang naar het één worden heet eros,” schrijft Plato in Symposium. Het samensmelten als ideaal.

Er zijn ook andere idealen. Als ik over de GR de 3 kilometer naar Deba loop, kom ik twee kapelletjes en 2 losse Maria's tegen. Zelf heb ik meer met de koeienbellen. Opeens hoor ik ze klinken als die van het begin van Larks' Tongues in Aspic. Het blijft maar regenen. Weer geen krant.

dinsdag 28 juli 2015

14 Itxaspe: compromissen

“Het huwelijk is de moeilijkste spirituele oefening die bestaat,” aldus Leonard Cohen. Weerspiegelde zelfreflectie is het, aldus de zanger tegen zijn geliefde Rebecca de Mornay. Zij tekende de woorden op. Inderdaad worden verschillen uitvergroot. Wil de een rust, de ander activiteit. Wil de een lezen, de ander praten. Wil de een verder, de ander blijven waar hij is. De een filosoferen, de ander geinen. De vakantie vergroot deze verschillen uit.

In het dorp zijn fietsen te huur, aldus informatie bij de receptie van de camping. (Een camping die overigens vol Nederlanders staat. Een positieve waardering in een boekje.) We rijden met de auto naar het dorp. Samen zoeken we. De fietsenmaker vertelt dat er hier geen fietsen te huur zijn. Hier kan het dorp Deba, maar ook zijn winkel betekenen. We kunnen het met ons beperkte Spaans niet vragen en begrijpen de dubbele bodem van aqui buiten pas.

Uiteindelijk vinden we de Informatie. Die sluit
huren in Deba uit. Voor de statistiek wordt onze nationaliteit gevraagd en we lopen weer naar buiten. Zwemmen en zonnebaden wordt het. De trein gaat vanuit Deba een tunnel in onder onze camping door richting Donostia of via de bergen richting Bilbo. Ik wil een stukje de bergen in naar een plaats een uur verder. Lekker treinen en kijken, zowel onderweg als waar je aankomt. Commentaar: te lang, te ver, teveel zitten. We gaan morgen richting Donostia, naar Zarautz het eerste dorpje (16 minuten) zo besluiten we samen.

maandag 27 juli 2015

13 Sopela –. Itxaspe: kleuren

Buiten is het groen en raast de snelweg tussen ronde bergen en scherpe toppen. De oude weg slingert zich er tussendoor. De auto maakt me chagrijnig. Ik lees in Family Happiness en merk dat ook de hoofdfiguur zich niet altijd aan kan passen aan de omstandigheden die hij onplezierig vindt. En dat terwijl Tolstoi een perfecte man lijkt te willen schilderen (en ook deed, zo blijkt later) en een vrouw die alleen haar grillen nog wat af moet schudden.

Boven op de berg ligt een dode das.

Beneden zijn de Fletches. Er leven monsterlijke vissen en prachtige anemonen. Welke kleur die precies hebben? Iets tussen paars en roze. Lila? Een beetje, maar dan intenser.

“Een landschapsschilder is niet geholpen met de wetenschap dat het rode dat hij gebruikt de golflengte van zeven miljoen millimeter heeft,” Gerrit Krol in Wittgestein in kleur (1994).

Het is wel heel handig om te weten dat RGB 47/113/47 hier de dominante kleur is en de zee alles tussen 247/247/247 en 9/18/40 bevat. We spelen 's avonds Machiavelli. Het is lang geleden dat ik won en ook nu lukte dat niet. Weer geen krant.

zondag 26 juli 2015

12 – Sopela/Sopelana en Bilbo: omdaaien

De was is droog. We namen de metro naar Bilbo. Het Guchenheim museum voor moderne kunst. We lopen tussen de stalen sculpturen van Richard Serra, The matter of Time. We raken gedesoriënteerd. Openruimte na gangen tussen stalen wanden. Ongelaste scheepsdelen, zie ik en galm. “Daarvoor ben je te oud papa.”

We kijken naar een lichtinstallatie over tijd van Jenny Holzer en vooral naar een video Parallax van Shahzia Sikander (1969, Lahore) over geschiedenis van de Straat van Hormuz. Enorm overweldigend. De muziek van Du Yun draagt daar aan bij, maar het zijn ook de miniatuurtjes die op het brede beeld patronen vormen die je meezuigen. Ik wilde hem helemaal uitkijken. De jongste zoon vond hem te indrukwekkend.

Op de tweede verdieping Jeff Koons die ik liever zou zien samenwerken met Naomi Klein dan de gelikte, weinig bijtende, maar wel intelligente maatschappijobservaties rond iconen die hij nu laat maken. Het is omdraaiing en uitvergroting aan de oppervlakte en biedt een luchtige kritiek die ik door de omvang van de tentoonstelling wel steeds beter ging zien.

Op de derde verdieping van het museum met de fraaie architectuur zonder teveel remmingen een enorme hoeveelheid werk van Jean-Michel Basquiat. Basquiat overleed al op zijn 28ste aan een overdosis heroïne.

Veel jaren tachtig kritiek op racisme en repressie;
op stereotypen en stadspolitiek. In naïeve stijl tekent hij een wereld die aan de hiphop hangt. Een Public Eenemy tekst hangt aan de muur. Ergens klinkt zacht rap, vooral niet te hard. De rafelrandjes zijn wegevijld om de tentoonstelling voor iedereen slikbaar te maken, lijkt het. Hoe hij stierf staat ook niet in het programma boekje. Het moet wel leuk blijven. Het omgaan met Warhol had ook nadelen.

Bij Koons mocht je van een Photo Spot een kiekje schieten van een persoon die op een Selfy Spot (#KoonsGuggenheimByYou) voor
bijvoorbeeld het bekende balonnenhondje stond. Pobeerde je een foto van hetzelde werk van een andere plek dan klonk het meteen: “Excuse me sir.”

“Je kunt nu wel zeggen: 'Cicero beweert dit, aldus luidt Plato's ethiek en zo staat het bij Aristoteles,' maar jijzelf, wat zeg jij? Hoe denk jij erover? Wat beweer jij?” (Michel de Montaigne in Essays, 1595).

Op zoveel vormdwang kan ik alleen maar zeggen #FUCKOFF met je gestileerde maatschappij kritiek.

In de metro keek een meisje zo mooi naar buiten. Voordat ik een foto kon maken was hij al weer weggereden. In een boekhandel lag het boek La chica del tren, een thriller waarin een treinreizigster in het leven van mensen die ze passeert stapt. Zou ik het om kunnen draaien, eventueel een keer of wat?

 

zaterdag 25 juli 2015

11 – Sopela/Sopelana: strand

We vertrekken naar de volgende camping. Ik lees de krant op de achterbank. Straks wacht de was van de familie, het opzetten van tarp en tent e.d.

Minimum loon 15 US$ lees ik in de NYT. Had ik het maar. Ik kom aan een paar euro per uur. Verder wil de VS Soeni's in de strijd tegen IS, maar werkt Bagdad dit tegen of in ieder geval niet mee. 


Griekenland gaat mee met de Europese eisen, maar heeft als ijzer in ht vuur dat het IMF de schulden onhoudbaar acht. Het mislukte Oost-Duitslandbeleid van je jaren negentig (Truehand) wordt door de krant in de strijd geworpen. Verder is het vinden van een oplossing moeilijk omdat een zeer groot deel van de schulden aan overheden is en daarmee politiek. 

Boeing heeft problemen met het tankervliegtuig voor de Amerikaanse luchtmacht. Een order die het bedrijf wegkaapte bij Airbus.

“Je gaat naar de vrouwen. Vergeet de zweep niet,” schreef Nietsche in Also sprach Zaratrustra. Ach de man kan overdrijven. Zo'n vaart loopt het niet. Het was goed aan het strand. Geen krant.



vrijdag 24 juli 2015

10 – Lekeitio: zadel

De dag begint goed: in het zadel. Het trapt lekker weg. Bij Deba kom ik erachter dat ik de verkeerde kaart bij me heb.

De plek waar ik het eerste stukje van deze dag schrijf, kijkt uit over groene heuvels met bos en weiden; bruine vleeskoeien; het geluid van een haan, honden en de autoweg naar Bilbo. Soms hoor ik metalen gerammel uit de mijn waar kalk wordt gewonnen. Het is een fraaie rustige plek waar meer fietsers – die zich net als ik uitsloven – dan auto's langs komen.

Misschien had ik in Deba een krant kunnen vinden, bedenk ik me, maar ga niet terug. (Achteraf bleken ze ook daar niet in Engels, Duits of Nederlands te koop.)

“De wijzen in de oudheid die de stralende deugd wilden manifesteren, maakten eerst hun eigen hart in orde,” stelt Daxue in Grote Leer. Daarin schiet ik vaak tekort. Te weinig energie om
altijd goed te handelen. Zo valt er nog wat te verbeteren.

Hoog in de bergen wordt mijn buenas tardes zeer uitbundig begroet met een BT muy bueno. Zo kan je ook naar de dag kijken. Op de camping sla ik over de kop. Derailleur kapot. Ik word met de auto opgehaald. De fiets terug. Maar het slot vergeten. Er is een krant. Die lees ik pas een dag later. Douchen, boodschappen, koken, theezetten en vermoeidheid na een mooie tocht eten. Mijn energie op.

donderdag 23 juli 2015

9 – Lekeitio: goede bedoelingen

Drie keer lees ik de afgelopen dagen dat de zin van het leven anderen helpen is. 'Zin' is een groot woord. Het maakt het leven leefbaar. Het staat op de achterpagina van het De Wandelaar citaat (zie 7); in De zwarte met het witte hart; en in Family Happiness van Tolstoi. Het lijkt me te kloppen. Stilzitten is geen optie. Hoe je een ander (of anderen) het beste of tenminste niet van de regen in de drup helpt, is dan wel de vraag. In een gebied waar de onafhankelijkheidsbeweging sterk is een vraag met lading.

Vandaag een dag met weinig. Boodschappen doen, wat zwemmen en naar het dorp lopen. Op de terugweg hou ik de anderen niet bij en besluit te stoppen met races en bochten in de weg af te snijden. Het maakt me chagrijnig. Ik herinner me het begin van lopend achterblijven. In 2008 kon ik mijn collega's niet meer bijhouden op weg naar de trein (nog geen kilometer). Als er een stijl paadje langs de rotsen naar zee komt, kan ik het niet laten.

“De gevaren die afkeer en schaamte opleveren, staan in veel opzichten recht tegenover de waarden van de liberale maatschappij,” schreef Martha Nussbaum in Hiding from humanity (2004). Het kan bijna niet anders of Nussbaum is een humaniste. Een liberale maatschappij gebaseerd op het idee van menselijke waardigheid en op maatschappelijke verhoudingen die worden gekenmerkt door wederkerigheid en wederzijds respect, is wat ze voor zich ziet.

Je vraagt je af hoe zo iemand om zich heen kijkt en of ze ziet wat liberalisme werkelijk doet. Het wordt nog erger als ze het opneemt voor de stelling dat afwijkende opvattingen omtrent het uiteindelijk doel van het menselijk leven buiten het strafrecht moet blijven. Mooie woorden en goede bedoelingen naar vrijheid – niet alleen voor de baldadige jongeren, waarvoor ze het hier opneemt – om lage lonen te betalen, grondstoffen te kopen en de lucht te privatiseren. Weer geen krant. Wel Camping Gas.

woensdag 22 juli 2015

8 – Lekeitio: krasse taal


Boodschappen doen, stukje zwemmen, naar een eilandje en terug. Eten. Een tweede rondje door Lekeitio naar de vuurtoren, maar die is te ver weg. Wel zien we TV-ploegen en enorme roeiboten met Baskische plaatsnamen erop arriveren. De wedstrijd start te laat om erop te wachten.

Een muurschildering met de tekst Gure kañobetia zeuen erabakija, krijg ik niet vertaald. Onze kut jouw piemel zou het kunnen zijn. Op het internet is er wel een filmpje met de making of.

Geen krant. Het citaat niet de moeite van het overschrijven waard. Lezen in mijn boek. Verder is de wereld weg. Een klein stukje blauwe lucht is al nieuws.







dinsdag 21 juli 2015

7 – Lekeitio: Halfslaap

Tijdens mijn halfslaap vraagt een bekende of hij mij mag gebruiken als voorbeeld om aan te geven wat financiële onzekerheid met mensen doet. De vraag wordt telefonisch gesteld. Toch zie ik hem voor me. Zijn vraag wordt weifelend gesteld en dat zorgt ervoor dat ik op mijn hoede ben en afwijzend.

Mijn positie heeft daar niet mee te maken. Meer met afgewezen
zijn. Dat ik niet meer kan wat ik kon. Toch kan ik uiteindelijk ook niet ontkennen dat ik meer in zou willen brengen. Dat o.a. een tekort aan geld me een mislukkeling doet voelen. Toch wil ik niet voor een ander als voorbeeld dienen. Als ik voorbeeld moet zijn dan verwoord ik dat zelf wel.

In De Wandelaar schrijft Adriaan van Dis: “Ik geloof in de mens die er per ongeluk is en er het beste van probeert te maken.” Zelfs met regen is het nog best te doen met onze kleine tentjes. Op naar een stevige wandeling voor proviand.


maandag 20 juli 2015

6 Lekeitio – economie

Als we Hondaribia verlaten, probeer ik tijdens het rijden een foto van de boom waaraan een beer knaagt te maken. Hij staat aan de ingang van het dorp. Thuis zal ik opzoeken waarvoor hij daar staat.

De beer en de aardbeiboom (Arbutus unedo) is in 1955 – tijdens de Franco dictatuur – neergezet. Het is het symbool voor Madrid. Hij werd in het Baskische stadje geplaatst omdat veel Madrilenen de vakanties of zelfs hele zomer in Hondaribia doorbrengen, zo luidt de verklaring.

De wegen in het gebied zijn opvallend goed, zei iemand kort voor de vakantie. Het is dan ook het meest welvarende deel van Spanje. Havens, visserij, land- en bosbouw en industrie zorgen voor een levendige economie. Natuurlijk is er ook sprake geweest van Europese steun om het land binnen de Europese Unie en de NAVO te krijgen en houden.

We belanden met de automobiel op een camping met plekken onder de dennen. “Ik weifel, ga steeds heen en weer en verander steeds van mening.” (Socrates in Plato's Hippias). De uitspraak betrof de visie op liegen en misleiden. Bij mij nog steeds de twijfel of ik niet beter toch de fiets mee had kunnen nemen, huren, kopen om niet gepropt met airco over de rechte wegen te gaan.

zondag 19 juli 2015

5 – Donostia/San Sebastián: eigen wil

Nu weet ik het weer zeker: mijn pootjes zijn niet gemaakt om mee te lopen. Ze doen pijn en de pijn gaat niet meer weg. Ik vraag me af of ik ze thuis weer snel onder controle heb. Ik mis een fiets om toch fysiek bezig te zijn en me op te laden om een beetje opgewekt te zijn.

Op het strand van Donostia (laat ik de Baskische naam van de stad maar gebruiken) zwem ik weer een flink stuk. De zee aan de golf van Biskaje is heerlijk. De stad heeft een strand met een eigen wil. Als de vloed komt dan verdwijnt deel na deel. De overblijvende stukken worden voller.

De krant bericht over Angela en de positie van Duitsland als cipier van de burcht om de Europese regels te bewaken. Berlijn dat Griekenland afknijpt als straf voor het uit de band springen, maar toch – tegen het gesundes volksempfinden, opgestookt door Springer press – de derde trance van leningen goedkeurt.

Ik zie wel wanneer de volgende krant opduikt. Als we weer terug komen op het veldje moeten we over de en langs de dronken spaanse mannnen heen. Als we gaan slapen valt er een vlak naast ons tentje snurkend in slaap. Mooie plek met zicht op de vele vissersbootjes op zee,
maar we besluiten toch verder te gaan.

“Je bent de wolken en je bent de hei,” J.A. Dèr Mouw (1863-1919). Ik las te snel en las je bent … de hel, maar zo erg was het zeker niet.