vrijdag 27 februari 2026

Hertog van Egypte


Met
Hertog van Egypte (1996) schreef Margriet de Moor een boek over een paardenfokkerij in de achterlanden van Twente, een liefdesaffaire tussen een roodharige boerendochter en roma Joseph Plato. Plus de omzwervingen van Balkan tot Nederland door die laatste.
    De roman beschrijft ook het leven van de roma; van de eersten die in 1422 in Deventer aankwamen; via de zestien vrouwen en veertien mannen 
die terugkwamen in 1945 en die eerder door de Nazi's werden opgepakt (geen kind had het overleefd); naar een van hen die op het laatste moment aan de deportatie onsnapte en die tot het eind van de eeuw leefde en als Joseph centraal staat in het boek.

Een jaar voordat de roman in 1996 verscheen zat ik in Nijmegen tijdens een feest aan tafel met een Indiase onderzoekster die de taal van de roma bestudeerde die meegenomen werd uit haar moederland en die zij nog kon verstaan. De herinnering komt boven als in de roman de vraag wordt gesteld en beantwoord: “Zijn wij van oorsprong Syriërs?Kanaänieten? Mijne waarde heren uit de feiten vol hiaten kan ik u die over Indië niet onthouden, omdat langs de bovenloop van de Indus tot op heden onze taal wordt verstaan, verstaan en gesproken.” Zoals ook die onderzoekster destijds vertelde.

Ook deze roman is een studie. Een studie naar het leven van de mensen die als scharenslijpers, muzikanten, landbouwkrachten, dakdekkers en handelaars door Europa trokken; niet als vertegenwoordigers van de wereldcultuur, maar als “experts in de dialectiek van logica en zinsvervoering.” Wat opvalt is dat ze in de roman gewaardeerd worden, maar dat ze eveneens getreiterd worden, opgespoord, achtervolgd en weggejaagd door het zogenaamde gezag. Politie en Marechaussee schenen er plezier in te hebben; het is treiteren in het kwadraat en onvergelijkelijk met het gewone pesten. Eeuwenlange politiecontroles gaan immers onder de huid van het individu, en onder de huid van de groep zitten.
     In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog wordt binnen het Nederlandse bestuur naar een 'oplossing voor het zigeuner probleem' gezocht. Samenbrengen in een paar kampen, zo wordt bedacht. De Duitsers doen het drastischer met hulp van de Nederlandse arm der wet en een in de roman zeer knap beschreven verraadster. Er klonken: 
Harde stemmen, geen Duitse, gewoon Nederlandse stemmen, gewoon de stemmen van de Nederlandse politi. Gedreun  op de woonwagendeuren. Na de oorlog werden de centrale kampen voor roma en sinti in Nederland voorzien van voldoende fasciliteiten en begeleiding, weer beschaafd gemaaktd, maar met als doel de bewoners te disciplineren.

In de jaren zestig van de vorige eeuw begint het verhaal van de boerendochter Lucie samen te komen met dat van Joseph. Hij kwam aan de bar zitten van café De Kraan in het fictieve Benckelo “en rondjes geven met het air van iemand die wel gunsten bewijst, maar geen dank aanvaardt.” Hij is de man waar de vrouw met de koperen krullen meteen van houdt, mee zal trouwen, en kinderen mee krijgt. Samen zetten ze een succesvolle paardenfokkerij op voor het luxepaard. Ze anticiperen daarmee op een ontwikkeling. De boerenpaarden verdwijnen langzaam uit het landschap en rij-, draf- en springpaarden komen op. Van een volgende stap: sierlijke paarden voor een span, is pas aan het einde van de roman sprake. Joseph is de zoon van vader Jannosch, die het verraad van een illegale vergadering op de boerderij van Lucies vader tijdens de Tweede Wereldoorlog niet overleefde. Zijn stem verhaalt met een soort galgenopgewektheid hoe hij aan zijn einde is gekomen. Boer Gerard is er nog steeds woedend over. Wie eigenlijk niet?!

Het boek staat bol van de vertelstemmen om ons door de geschiedenis en half Europa te loodsen. De vertellers zijn een deel van de verhaalconstructie die het boek, schijnbaar contradictoir, tot meer dan een vertelling maakt.

In de Tweede Wereldoorlog oorlog komen we als lezers ook in Kroatië en Servië terecht. Waar cetniks en oestasja's zich schuldig maken aan het sadistisch vermoorden van roma. Vooral een voorval in Kroatië nabij het concentratiekamp Jasenovac wordt uitgebreid beschreven: “de kinderen werden haastig neergestoken,” de volwassenen kwamen beroerder aan hun einde. Opmerkelijk is dat de stad waar dit enige niet door Duitsers geleidde (maar door het Kroatische oestasja regime) zeer grote concentratiekamp in Europa genoemd wordt in een boek dat uitkomt als de burgeroorlog tussen Servië en Kroatië nog gaande is. Hertog van Egypte geeft zo een historische vingerwijzing bij de extreme politieke ideologieën die er hebben rondgewaard.

De Moor stapt in haar roman ook nog verder terug in de tijd, om met een brede blik naar de geschiedenis te kijken on het gewelddag in de hoek drijven, inclisief de brrandstapel, context te geven: 

“Die dingen gaan altijd sluipend. Er is een beetje overlast, een beetje antipathie, maar ineens gaan ze overal aanplakken dat alle bedriegers die bekend staan als Bohemers en Egyptiërs het land uit moeten: we zijn dan in de zestiende eeuw. Humanistisch Europa bouwt, legt droog, ontgint. Het kijkt geïrriteerd naar een bepaald soort mensen dat daar helemaal niet ondersteboven van is en roept om meer politie. (…) Vanaf nu wordt er gebrandmerkt, gegeseld, het rechteroor afgesneden en tevens het linker van wie zich opnieuw vertoont. Vanaf nu, en in de eeuwen die volgen, hebben ze het over een zigeunervraagstuk.”
Elders wordt gesteld: “Een mensenjacht krijg je nooit zomaar van de grond. Voor een grootscheepse opruiming zijn theorieën of op zijn minst hogere motieven nodig.” Zo worden de verre voorouders van Joseph in 1726 bij Eerbeek opgepakt tijdens de bestrijding van de zogenaamde heidenplaag, waarbij het toegestaan was over grenzen heen mensen na te jagen, te vangen, te ondervragen en op te knopen. En dat alles in de zogenaamde “kosmopolitische republiek, waar buitenlandse schrijvers en filosofen zeer hartelijk werden begroet, waar boeken die in Spanje, Italië en Frankrijk verboden waren rustig konden verschijnen, de tolerante republiek van nog altijd zeer rijke kooplieden begon een oorlog tegen een groep vagebonden die in een sfeer van meedogenloze vervolging inderdaad erg lastig was geworden.”
     Hier wordt bladgoud afgekrapd van de lijst om de trotse Nederlandse liberale geschiedenis en juist de voorbereiding alhier van de vernieiting door de Nazi's in de verf gezet.

Het boek trok nationaal en internationaal de aandacht: Door haar verteltechniek kan de schrijfster over de levens van haar personages vertellen, maar ook schandelijke periodes onthullen uit de Nederlandse geschiedenis,” werd in Magyar Nemzet (Hongaars Dagblad) gesteld. Verrukt legde ik het weg, merkt een recensent in L’Express op. Verrukt? Eerder voelde ik me weer op mijn plaats gezet als inwoner van een land en continent dat vooral in naam moreel hoogstaand is, maar feitelijk het laagste van het laagste accepteerde, faciliteerde en vergat als dat beter uitkwam.
     Toch is Hertog van Egypte geen pamflet, maar een knap gecomponeerde roman, met een verhaal waarin een onderdrukte minderheid in Nederland het in de hoek drijven op de koop toe neemt, maar niet tegen de grofste zaken is opgewassen.
     In het boek wordt ook gezocht naar een verklaring voor het venijnige en destructieve dat over sommige mensen hangt en vindt die gedeeltelijk ook; niet om dat gedrag goed te praten, juist niet (er is niet altijd een verklaring vanuit de rede), maar om het te begrijpen.

“Geen verhaal wordt ooit verteld omwille van de afloop. Niemands leven valt samen met het einde,” dat zijn woorden die de met tragiek gevulde heftige bladzijden van het boek onderstrepen en duidelijk maken dat mensen als mens gezien moeten worden en beschouwd op wat ze doen en op wie ze zijn. Daarom vertelt de schrijfster verhalen. Het is een vroege roman van De Moor, maar het wel waard herlezen te worden, al is het maar als waarschuwing dat je niet mee moet gaan met de wende naar rechts zoals die nu weer wordt ingezet in de internationale, maar ook Nederlandse, politieke arena. Sterker nog verzet daartegen is nodig. Er zullen ook mensen zijn die dit boek eenvoudigweg verlaten “zoals het paard in een woeste galop: verrukt.” Die merken dan het pamflet - dat er toch ook wel in verborgen zit - en de uitermate pijnlijke geschiedenis blijkbaar nog steeds niet op.



Geen opmerkingen: