vrijdag 17 april 2026

Afrit Akersloot

Carola Houtekamer en Freek Schravesande, een duo NRC-Handelsblad journalisten, schreef Afrit Akersloot met de lange ondertitel: 'Een reis langs plaatsen waar niemand de baas is. Het titelverhaal gaat over het van der Valk Hotel net boven Uitgeest en onder het dorp Akersloot, 'n dorp dat naar een pontje klinkt.

Van der Valk hotel
Het hotel wordt bestiert door Steve en Sanne. Niet met zoveel buitensporige ziel en zaligheid als zijn ouders er in stopten, maar met zo'n zestig uur per week nog steeds fors. Het verhaal beschrijft een van de loten aan de familie-Van-der-Valk-hotelketenboom (nu al in zijn zesde generatie) en vat in snelle streken het begin en wat daar tussenin lag. Ook de broers en zus van Steve hebben zo'n hotel. In die zin gaat het juist over een familiestamboom vol bazen. Maar het gaat ook over de gasten: de vertegenwoordiger die zijn relaties warm houdt, de directeur die zijn secretaresse warm houdt, het Marokkaanse stelletje dat de vorsende blik van de ouders ontvlucht, de leisuregasten op e-motorfiets, opa en oma met kleinkinderen, leiderschapstrainers etc. Die gasten lijken redelijk vrij in hun doen en laten, ook al wordt niet alles gewaardeerd. Je belandt met de schrijvers tussen hen, het personeel, en daarmee in kringen die je niet kent.
     De opdracht aan journalisten zoals verwoord in de inleiding en die eerder gebruikt werd door Gerard van Westerloo en Elma Verhey, was zoek een plek waar niks aan de hand is, ga zonder plan, spreek met iedereen (niet over ze) en stop pas als je verhaal af is. Hier gebeurt dat.
     Deze eerste reportage is de op een na langste van het boek en belooft veel voor de rest.
Plaats delict
Het volgende korte hoofdstuk speelt in Hardinxveld-Giesendam. Het beschrijft het moeilijke leven van een man die dood en verzwaard in het kanaal eindigde en vergeten had moeten worden. Maar een visser haalde hem boven. Er wordt in en rond het dorp gesproken met mensen die de moord toejuichen, het slachtoffer zagen als iemand die expres kindertjes op de dijk probeerde aan te rijden, en een
ander die juist de mooie kanten van Johan zag en er op wees dat hij cadeautjes voor zijn kinderen meenam. Het gaat over ruzie, de kop en het maaiveld, nieuwkomers in een gesloten gemeenschap en over dat iedereen zijn verhaaltje klaar heeft en dat de kroeg als tamtam werkt.
Industrieterrein
In Nederland zijn overal industrie-terreinen vol prefab loodsen, kantoren, magazijnen e.d. Het zijn plekken waar je nog niet dood gevonden wilt worden. In totaal waren er (in de tijd dat boek geschreven werd) 4.148 met een totale oppervlakte 841 km‘. Er werkten 7.000 mensen bij 265 bedrijven op het hier besproken terrein: de Liesbosch bij Nieuwegein. Samen drinken die dagelijks zo'n 3.500 liter koffie (of wat er op lijkt). Feiten zijn inderdaad deel van het verhaal.
     Veel van de infrastructuur is niet eens van de gemeente; het onderhoud laat dan ook te wensen over. Je ziet op zo'n plek heel veel, maar dus ook
het belang van een overheid.
     Er is van alles van bouwmarkt, hengelsportverzendhuis, tot bordeel en Portugese kerk. Of alle vier duizend terreinen zo kleurrijk zijn? Geen idee, maar een verhaal als dit verandert en verruimt je kijk op dergelijke terreinen.
Schiphol

'Een zomer rondhangen op Schiphol,' heet het volgende hoofdstuk. Het is verdeeld in negen sub-hoofdstukjes. Het linkt passief: rondhangen. Hoewel het werk van de journalist nauwelijks wordt genoemd – en eigenlijk alleen als stoorzender bij het werk – begrijp je als lezer dat je niet vanzelf mee kan kijken in de ruimte van de luchtverkeersleiders; dat spreken met de observant in burger pas kan na herhaalde verzoeken; en in de bagageafhandeling zien ze liever geen vreemden. Toch wordt ook vanuit die krochten over Schiphol gesproken.
     Maar ook daklozen – Iris:
“Ik dacht al wanneer komt ze bij mij” – en schoonmaker Ali komen aan het woord. Schiphol is geen Nederland. Dat zie je meteen. Het is een vluchtige stad met gladgeboende straten en glazen wanden, winkels met drank, peperdure diamanten en IT-consumententech. Zoals Schiphol zijn er nog honderden anderen plekken, veel maar op een paar uur afstand. Maar Stad? 
     Is Schiphol niet vooral een lawaaierig 'logistiek proces' om tientallen miljoenen mensen, hun bagage en vracht snel en vervuilend van A naar B te brengen? Ik denk het vooringenomen wel. Bij schrijfster Tokarczuk kwam ik al eens 'de topografische reispsychoanalyse' tegen om het snelle reizen door de lucht te kunnen begrijpen en om aan die duiding geld te verdienen. Het beeld van het vliegveld als een stad, blijft wankelend overeind, maar wel als net niet kloppende metafoor.

Camping
Daarna naar Brabant, een camping met vaste bewoners in stacaravans. Zo'n camping waar je uitgerust met een klein tentje meteen ziet dat je er niet past, en vaak ook niet wilt passen. Hier loopt het flink mis. De eerste inleidende alinea sluit af met de zin: “Ze heeft zojuist een moord gepleegd.” Ze is Lenie H. Ze schoot met een Heckler & Koch pistool de campingbaas in zijn gezicht om vrijwel niets: een akkefietje, onvrede met alles en bijna iedereen, en uit een soort melige verveling. Schiet jij of schiet ik, overlegde ze met haar vriend vlak voordat zij het deed. Richten en een kleine knik met de wijsvinger en de partner van de campingbaas blijft achter met haar twee zoons. Een week werk, met als resultaat schrijnend portret in negen pagina's. 

Haagse volksbuurt

In de Haagse Spoorwijk is armoede troef (het gemiddelde maandinkomen lag er met €1.500 p.m. bijna en kwart onder het Nederlandse gemiddelde van €1.933), er is een afkeer van gezag (in volgorde van aversie: de gemeente, het Binnenhof, de EU, woningbouwvereniging Vestia en de politie). Maar er is ook boven gemiddeld veel saamhorigheid (wat elders in het land noaberschap is gaan heten, alsof het alleen op het platteland voorkomt).
     Een moeder van zes zonen had haar huis altijd openstaan voor hen en hun vrienden. Uit die huiskamer zou de Quote 500 bende geboren worden. Een groep die inbrak bij de extreem rijken en gepakt zou worden. Het heette een slag voor de georganiseerde criminaliteit. Er wordt om gelachen in Spoorwijk. Niets is hier georganiseerd, zegt de wijkfilosoof:
“Misdaad niet, relaties niet, kinderen niet. Het komt op je pad.” Moeder, de Haagse versie van Ma Baker, moet vertrekken van Vestia, maar de bewoners startten een handtekeningenactie voor haar. “Op de lijst staan namen van alle nationaliteiten. Er is niemand die haar iets verwijt. 'Het is een hele lieve vrouw'.” Het zijn woorden uit een andere wereld met eigen mores. Intussen wordt het aangelegde parkje zo deugdzaam bewaakt dat vrijwel niemand er komt. Regels en normen van buitenaf kunnen de plank flink misslaan.
     Er is meer. Er zijn Centraal Aziaten en Oost-Europeanen die 's morgens heel vroeg met busjes gehaald worden om voor een grijpstuiver te werken. Iets later worden de inpakkers en plukkers voor in de kassen opgehaald en nog weer later de mensen met een net wat beter baantje, heftrucchauffeur wordt in dit verband genoemd. In het algemeen geldt hoe later op de ochtend je vertrekt, hoe beter je positie. Maar uurlonen zijn voor die hele klasse van arbeiders zonder (normale) status extreem laag.
     Weer dompelen de schrijvers de lezer onder in een onbekende wereld, de wereld van het dorp in de stad. Daar waar een Arubaanse ex-marinier zich niet liet wegpesten door de buurtschoffies, waar moeders het bindmiddel zijn, omdat de vaders vaak vertrokken. Waar pas bij een weerbaarheidstraining wordt geleerd dat je ook 'nee' tegen je kinderen kunt zeggen.
     Je weet zeker dat er veel meer van dit soort stukken geschreven kunnen worden en dat ze er toe doen.

Borssele
Afslag Akersloot sluit af met een verhaal om een dagje rond te gaan hangen bij de kerncentrale in Borssele. Het werd maar een moment. De schrijvers kwamen er per lift en de liftgever vond dat de journalisten beter met hem mee konden gaan. Zo werd het hoofdstuk een verhaal over een Italiaan die in Zeeland terecht was gekomen. Dit voorbeeld van gastvrijheid die het plan wegvaagde, was wel de kortste en minst interessante van de zeven rapportages.

De stukken zouden zomaar voorstudies voor (delen van) een roman kunnen zijn. Ze lezen ook in deze rapportage stijl al fijn weg. Het aanrommelen zonder deadlines, zonder voortgangsrapportages, en zonder outlines vooraf, leveren een kijk op de wereld naast je, die je misschien niet ziet, maar door dergelijke stukken wel meer gaat zien. Achter een krantenbericht, zoals 'Vrouw vermoord campingbaas om onbekende reden,' blijkt een verhaal schuil te gaan met meer kanten dan gedacht. Georganiseerde misdaad blijkt een enorme overdrijving en raakt kant noch wal en daarmee komt de verkeerde oplossing.
     Niet de Staat-maar-de-Straatjournalistiek slaat vaak door naar rapportages waarin een microfoon onder de neus wordt geduwd van iemand die 'Weet ik veel,' zou kunnen zeggen, maar uit zelfrespect of teveel eigendunk toch liever met een mening komt, ongefundeerd of niet. Hier is ook de samenleving aan het woord, maar wel in vorm die het waarde geeft en de lezer inzicht en context. Ik heb het boek gelezen zoals ik ook romans lees. Meer van dit.


Geen opmerkingen: