vrijdag 10 februari 2023

Het voorval

 


Annie Ernaux schreef in 1999 het voorval. Het boek werd in 2022 verfilmd en de schrijfster kreeg in hetzelfde jaar de Nobelprijs voor de literatuur. Dat laatste was de reden dat de boekhandel haar boeken prominent had uitgestald. De jaren had al eens eerder indruk gemaakt en ik kocht dit werk als Sinterklaascadeau. Daardoor kwam het ook in mijn handen.

Het is geen lichte kost. Het verhaalt over een illegale abortus van de schrijfster in een tijd dat alle betrokkenen bij het beëindigen van een zwangerschap nog strafbaar waren (de wetstekst is in het boek opgenomen). 'Zo was dat in het conservatieve katholieke Frankrijk,' zou ik er bijna als vanzelf achteraan schrijven. Inderdaad werd de abortus er pas in 1975 gelegaliseerd. Het progressieve Nederland zou negen jaar later, in 1984 volgen. Die Nederlandse context haal ik uit het nawoord van Marja Pruis.

Ernaux schrijft met open oren en ogen, en de hersens gespitst, over haar eigen leven. Dat begint in een wachtkamer met Hiv-patiënten (
vermoedelijk in de jaren tachtig). Ze blijkt na onderzoek niet positief. “Ik dacht dat er nooit enig verband zou bestaan tussen seks en iets anders.” Maar realiseerde zich echter dat ze als studente in 1963 zwangerschap afbrak die werd verwekt door vakantieliefde P. Ze besluit aan het einde van de vorige eeuw de confrontatie aan te gaan met dit onvergetelijke voorval en erover te schrijven. Er zijn aantekeningen en een agenda om dit op te gronden en verder kruipt ze in ieder beeld om contact te maken met haar 36 jaar vroegere ik.

Het gaat over een jonge vrouw die zoekt naar hulp bij wat op dat moment noodzaak is. Ze is de eerste in de familie die studeert en het arbeidersmilieu in kan ruilen voor een andere sport op de sociale ladder; een met meer aanzien en kansen. Een zwangerschap zou die weg sluiten. Dat einde tekent zich al af als de focus op de te beëindigen zwangerschap de toegang tot de 'ideeënhemel' verspert; er is niet voldoende aandacht voor.
“Ik was niet langer intellectueel”, constateert ze. In Het voorval fileert ze de klassenmaatschappij zoals die rond haar kwestie opduikt en ze kan dat vanuit verschillende kanten. De voorbeelden zijn schrijnend. Vrouwen uit een arbeiders milieu mocht je als arts onbeschoft kleineren. Met mensen uit het eigen milieu moesten de witte jassen omzichtiger omspringen. Er zijn ook uitstapjes naar elders. Je hoort het niet vaak: “Er wordt jacht gemaakt op de mensensmokkelaars,” en de schrijfster vervolgt: “De wetten en de wereldorde die aan hun bestaan ten grondslag liggen , staan niet ter discussie. Terwijl heus niet alle immigrantensmokkelaars, net zomin als vroeger alle aborteuses, in gelijke mate de wet aan hun laars lappen.” Inderdaad (behalve dat het woord 'wet' hier beter 'waarden' had kunnen zijn) hoe zou je komen waar je komen moet zonder hulp?

Naast sociologische visies zijn er ook veel persoonlijke gevoelens die nauwkeurig worden beschreven. En er zijn relaties met anderen. Zo kan ze P. niet goed plaatsen. Wat wil ze van hem? Erkenning dat de abortus een opoffering is? Het blijkt dat mannen geilen op het verhaal (ook de mannen die ze vraagt om steun); niet eenmaal maar herhaaldelijk. Het boek bevat kleine en grote visies, zonder dat de een boven de ander staat. Dat ze zich in 1963 niet voor kon stellen dat vrouwen later in alle vrijheid tot een abortus konden besluiten, is een eenvoudige filosofische gedachte, maar wel een waardevolle.

Onderweg kom ik in een volkswijk van Rouen de zingende non Sœur Sourire tegen die Dominique, nique, nique zong. Ik kende haar, omdat het TV-progamma Belpop haar wereldhit eens opdiste. Ernaux hoorde het lied tijdens haar zoektocht naar een aborteur en putte er hoop uit. Deze aandacht is de uitgeperste en van haar geloof gevallen non, zelfs postuum nog gegund. Er is meer muziek. Muziek die de tijd duidt (Si j'avais un marteau) en tijdloze muziek (De Brandenburgse Concerten).



En er is nog meer kunst. Of eigenlijk is die er niet, aldus de schrijfster. Ze gelooft niet dat er ergens een museum is waar een schilderij hangt met een kamer waar illegale abortussen worden gedaan.
Paula Rego toont dit beeld wel in haar abortusserie van 1998 en haalt de “illegale abortus uit de achterkamertjes. Ze doorbreekt het taboe van de officieel niet-bestaande praktijken en vraagt ook aandacht voor de slechte omstandigheden. Ze laat zien dat een verbod op abortus niet zorgt voor minder abortus, maar vooral voor gevaarlijke medische gevolgen.” De schilderes heeft een eigen opvallend museum in Cascais (aan de kust bij Lissabon) en vorig jaar hing nog werk van haar in Den Haag.

Ernaux rekent in een voetnoot af met
De regels van het Ciderhuis van John Irving uit 1985. Irving zou zijn roman personage gebruiken om de macht van vrouwen over leven en dood voor zich op te eisen en te reglementeren. Pruis werkt de opmerking in het nawoord een pagina lang uit en doet een flinke schep bovenop de kritiek. Ze brengt het Ciderhuis terug tot de “almachtsfantasie van de man, zijn 'droom van baarmoeder en bloed'.” Indertijd heb ik Irvings boek met plezier gelezen en dit er niet uitgehaald. Misschien heb ik het gemist. Het ligt inmiddels klaar om herlezen te worden met deze kritische blik en bijna vier decennia leven als extra hulp bij het beoordelen. Wat ik alvast niet wil laten liggen is dat het destijds wel inging tegen de overheersende anti-abortuspositie van de Regering Reagan.

Voor Ernaux is de datum van de nacht van de afdrijving van de foetus nog jarenlang een verjaardag geweest. Het gebrek aan steun, de opgeworpen hindernissen, bevoogding, de zwaarte van de ingreep en gevolgen ervan, waren niet te negeren, maar ze werden zonder veel omhaal en intelligent opgeschreven, waardoor het pijnlijke voorval boeit, raakt, waarschuwt en activeert.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


2 opmerkingen:

Rondetijd zei

Ik zag hem vanmorgen toevallig in de bieb liggen. Nu dus op mijn nachtkastje.

martin zei

Zelf herlees ik nu de Regels van het Ciderhuis, misschien wel vooral als gevolg van het nawoord bij de Nederlandse editie (of ik dat ook bij alleen een noot over het boek was gaan doen...).