Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen

donderdag 15 oktober 2026

Beautiful world, where are you





Beautiful world, where are you van Sally Rooney draait om de vraag die de titel stelt. Het antwoord wordt niet meteen gegeven, maar komt na verwikkelingen en onhandigheden waarin de mens zo kan uitblinken. Het is Rooneys derde roman (van vier tot nu toe). Ze schrijft over mensen en daarmee ook over die ruis.

Kortweg gaat het boek over vier net niet meer jonge mensen en hun relaties. Het verhaal speelt zowel in Dublin als aan de kust van de Verenigde Staten. In dat laatste land woont schrijfster Alice in een groot huis. Ze zoekt er rust nadat ze geestelijk is ingestort. Ze vindt er Felix en schrijft e-mails naar haar Ierse vriendin Eileen. Die laatste heeft de moeizame verhouding 
weer opgepakt met Simon die ze al kende toen ze nog een meisje was.
     De mails vormen hele hoofdstukken en bieden de gelegenheid emotionele, politieke en culturele vragen – zoals wat is de rol van de schrijver – op te werpen en erin naar een antwoord te zoeken. De e-mail die als reactie wordt verzonden kan eerdere visies van commentaar voorzien, bevestigend zowel als kritisch. In een van die mails schrijft Eileen dat ze niet vreest te sterven als daar iets goeds uit voort komt. Ze krijgt daarop de korte en bondige reactie van Alice:
“Sterf niet voor de revolutie. Leef ervoor.”
     Ook snelle app berichten duiken in Beautiful world.... op. Inmiddels is appen de gewoonste zaak; vrijwel iedereen leeft met dergelijke communicatie kanalen of wordt er door geleefd. 
Dichtbij en veraf
De mooie wereld is dichtbij én veraf. Dichtbij zijn de vriendschappen, de liefde en seks. De vrijpartijen worden veel en ronduit beschreven, van het uit de kleren stappen, de handelingen, tot aan de intimiteit die erbij komt kijken. Het is wel eens wat veel. Maar het heeft een functie; het toont genot in een wereld die buiten somber is.
     Ver verwijderd is de wereld waar zorgzaamheid en verdeling de dienst uitmaken. De gang van zaken op de kloot loopt zo fout dat Eileen zich afvraagt of een mens zich niet beter volledig op het zoeken naar verbetering daarvan kan storten in plaats van op frivoliteiten als de eigen familie, vrienden en geliefden. De menselijke samenleving staat immers op instorten en als we niet willen sterven dan moet daar wat tegen ondernomen worden. Maar is serieuze politieke actie nog wel mogelijk, twijfelt ze in een mail. De avond voordat ik deze passage las hoorde ik Moor Mother (Camae Ayewa) in het Amsterdamse
OCCII nog zegzingen: “Ze denken dat we wanhopig zijn.” Het was een bezwering van de loodzware werkelijkheid die velen, zoals Eileen, overvalt. Waar zit de kier in die wanhoop? Rooney verstopt die vraag uit onze realiteit minder dan het genoemde avant garde hiphop-jazz trio het deed door er glans overheen te wrijven; ze brengt hem kaal en hard naar voren.
     Maar ze lijkt uiteindelijk met het makkelijkste antwoord te komen. Wat heeft de wereld aan getheoretiseer over de staat waarin ze verkeerd?
“Dat helpt niemand.” Je kan beter naar een prettig leven zoeken met huisje, boompje beestje en de wereld de wereld laten. (p. 212)

Communiste

Eileen noemt zichzelf communiste. Deze politieke houding wordt in deze roman sterker uitgewerkt dan in haar eerste Conversations among friends. Daar bleef het hangen in een levenshouding. Hier komt het onder meer naar voren in een gesprek over de werkende klasse tijdens een verjaardagsfeestje in een café. Als een van de feestvierders zegt dat geen van de aanwezigen tot de werkende klasse behoort, omdat een werkende huurder zijn je niet tot arbeider maakt. Reageert Eileen sarcastisch: 

“Tja, werken maakt je niet tot deel van de werkende klasse. De helft van je inkomen besteden aan de huur, geen bezit hebben, uitgebuit worden door je baas, niets van dit alles maakt je een deel van de werkende klasse, niet waar? Dus wanneer wel, als je een bepaalt accent hebt, zoiets?” (p. 103)
De Mail Online liet zien hoe communistisch de schrijfster wel is door een serie citaten uit haar boeken te vissen. Daar tegenover of naast staan echter ook andere visies die de vangsten een andere betekenis geven. Dat ontbreekt voor het gemak in de conservatieve publicatie.
     Maar Rooney* is inderdaad een radicaal die zich hult in een literaire mantel. Woorden die over tafel rolden tijdens hetzelfde verjaarsfeest sieren het Mail Online lijstje (het citaat hierboven ontbreekt). 
Het boek is uitgesproken, maar niet eenduidig en breder dan een lijstje past. Er wordt ingegaan op teloorgang van 'n samenhangende maatschappij als wordt geschreven over het bijna spoorloos verdwijnen van een cultuur langs de Middellandse Zee eeuwen voordat onze jaartelling begon. Literatuur is doorgaans geen grabbelton die je leeg kan halen voor politieke agitatie.
     De schrijfster lijkt zich evenwel niet neer te leggen bij een situatie waarin mensen worden onderdrukt. Je kan wachten tot het antwoord daarop zichzelf aandient. Maar dat zou wel eens onvoldoende kunnen zijn. Wat het antwoord is? Eileen zou het het niet weten, zo staat in een mail.
      Identiteitspolitiek komt ook voorbij, die wordt op waarde geschat, maar ze heeft weinig om het lijf als geen vragen worden gesteld waar de identiteiten vandaan komen en welk doel ze dienen. (p. 75) De roman is daarmee doordachter en inclusiever dan de mening van veel verkrampte socialisten die alles wat afwijkt van hun oude vormen, 
gedachten, analysekader en gerichtheid op een duidelijke klasse als afleiding van 'de strijd' zien.

Om het genieten van leven en het vrezen van de kladderadatsch en de bedreiging van het overleven van de mens als soort draait het boek. Genoten wordt er van seks, in de werkelijkheid maar eveneens in de fantasie, van vriendschappen en van gesprekken. Door die aandacht voor seks is het boek op het erotisch broeierige (
steamy) af, schreef Susannah Goldsbrough in de Daily Telegraph: ““Brilliantly done: gripping, steamy, unbearably sad.” Die omschrijving is een van de blurbs die in het boek zijn opgenomen. Die explicite seks is dan wel zeer aanwezig, maar het boek is veel meer dan dat. Het roept vragen van onze tijd op. 

Fenomenen
Hoe verandert de digitale revolutie onze visie op tijd? De tijd is niet meer een serie contant doorlopende ontwikkelingen, maar wordt steeds vernieuwd, waarbij wat was snel zijn waarde verliest en uit beeld raakt. Berichten van gisteren zijn geen berichten meer en zekeer niet langer relevant. Het is een herkenbaar fenomeen. Hier is het een onderwerp dat wordt besproken in een van de e-mails. Door de veranderde houding tot de tijd, wordt een speelfilm anders bekeken; worden fragmenten geplaatst naast bekende werkelijke gebeurtenissen en niet als delen in een zelfstandig congruent verhaal gezien.

Een heel ander fenomeen wordt aangeroerd in een gesprek tussen Alice en Felix. Alice is boos en verontwaardigd. Het is gekomen na haar ineenstorting. Ze was de controle over zichzelf kwijtgeraakt. Die boosheid schijnt te zijn verdwenen als Alice weer een rol heeft gevonden die bij haar leven en mogelijkheden past. Is het zo simpel en tegelijkertijd zo complex om die boze houding kwijt te raken? 

De schrijver
De rol van de schrijver is niet om uit de samenleving te stappen en om vanaf een verheven cultureel podium de gewone mensen te beschrijven, maar om er midden in te gaan staan. En dat eerlijk te doen. De werkelijkheid wordt echter vaak juist genegeerd, het gaat niet om de belangrijke zaken, maar bijvoorbeeld of de protagonisten al dan niet bij elkaar blijven. Dat het grootste deel van de wereldbevolking in toenemende mate wordt uitgebuit dat is geen thema voor een succesvolle roman, schrijft Alice aan Eileen. Schrijfster Alice krijgt er genoeg van om in die mallemolen mee te draaien.

“En om mezelf nog meer op het vervelende af uit te leggen,” schrijft Alice aan Eileen om een psychologisch relationele ontwikkeling in het leven van de schilder Manet en de relatie met zijn voornaamste model te duiden, dat is de impressioniste Berthe Morison. Zo wordt de lezer op iets gewezen wat mogelijk gemist werd in de tekst. Juist zo'n misschien irritante uitleg zorgt ervoor dat je als lezer aangespoord wordt beter te lezen. Het zorgt voor een wisselwerking, en relatie, tussen schrijver en lezer. Later komt Alice op die band terug: “Persoonlijk moet ik veel inzet geven aan het lezen en begrijpen wat ik lees en het allemaal lang genoeg in mijn geheugen houden om het boek zinvol te kunnen volgen.” Lezen is geen passieve bezigheid, maar actie die voldoening kan geven. De Beautiful world... geeft de lezer leesaanwijzingen. Hij is geen consument maar een deel van de activiteiten met betrekking tot het boek.
Fijne dingen
Vooral rond de zich ontwikkelende relaties vond ik het boek wel eens langdradig. Ik merkte dat de seks scenes van opwindend naar een gewoon gegeven gingen. Felix roept 
meer spanning op juist doordat hij buiten het schema van lezen voor intellectuele ontwikkeling valt en een ruwe levenshouding heeft. Hij oogt misplaatst. Wat wil hij met Alice? Is hij niet gevaarlijk?
     Nog enige tientallen pagina's te gaan en de uitwerking van de thematiek leek me tegen te vallen; ze slaat dood. Er is geen uitweg uit de wanhoop, niet door cultuur, niet door politiek en niet door het geloof. Er is de uitvlucht door seks, vriendschap en plezier. Dat alles wordt door het individu ingezet ten eigen bate. En de wereld? Die gaat tegelijkertijd naar de haaien en de protagonisten doen daar aan mee.
     Uiteindelijk is het geen optie de wereld de wereld te laten:
“We moeten proberen een wereld te creëren waarin de nieuwe bewoners, de kinderen kunnen leven.” Inderdaad cynisme en hedonisme zijn luxe keuzes. In driehonderd zevenendertig pagina's kan Rooney niet om die conclusie heen. Maar er moet ook plaats zijn voor vrienden, plezier en genot. Lezen is een van die fijne dingen in het leven. Dat geldt zeker ook dit boek.

Noot:
* Onlangs schreef ze het nawoord in het boek 
The Gaza Tribunal: Britain's Complicity in Genocide door Jeremy Corbyn, Neve Gordon and Shahd Hammouri. 
      Rooney's boeken werden half oktober 2026 uit de schappen in het Verenigd Koninkrijk gehaald. Rooney steunt immers Palestine Action en dan ... ja dan moet de vrijheid van meningsuiting, zelfs van literatuur, wijken voor de goede band met Bibi en zijn misdadige kornuiten. Elders zijn ze nog steeds wel te koop. 

vrijdag 9 oktober 2026

Donderdagmiddag. Halfvier.


<


Donderdagmiddag. Halfvier. is een kwart eeuw geleden geschreven door Kristien Hemmerechts
. Het is een boek met een missie die op de achterkant is verwoord:
“Ik heb dit boek geschreven omdat ik stilaan geloof dat de belangrijkste relatie die een mens in zijn of haar leven kan hebben, die met zijn of haar kinderen is, ongeacht het succes of het falen ervan. Meer en meer geloof ik dat ouders onvoorwaardelijk van hun kinderen moeten houden, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn. Dit boek is dan ook opgedragen aan alle kinderen, en dus aan ieder van ons.”
Het is een opdracht die doet denken aan Woutertje Pieterse, ook een boek dat pleit voor werkelijke aandacht voor kinderen. Donderdagmiddag... laat zien dat de inzet groot kan zijn, maar dat door toevalligheden en invloed van buiten af een goede afloop niet gegarandeerd is. Dit is echter geen reden de aanbeveling van Hemmerechts ter zijde te schuiven.

Ze had het boek ook op kunnen dragen aan de mannen met het advies beter rond te kijken en niet alleen zichzelf te zien en wat beter te luisteren zodat ze meer voor hun omgeving zouden kunnen betekenen. Je ontkomt ook niet aan de opwellende wens dat vrouwen zich zouden ontplooien en niet vastplakken aan bijvoorbeeld het bakken van patatfriet. Dat laatste gebeurt in de roman, maar de vrouw in de fituur is niet alleen, een ander zoekt wel ruimte voor zichzelf.

Op donderdagmiddag om halfvier rijdt Damien, vaste prik, met zijn camionette over het plein van een Vlaams dorp. Hij geeft op die middag typeles op de plaatselijke lagere school. In zijn bestelauto staan de machines. Typen is alles, bijna de basis van het leven, voor hem. Computers worden door afgedaan als minderwaardig: zíjn machines zijn je-van-het met hun lange armen en doordachte mechaniek en met toetsen die een vasteplek hebben (Als Sien Die Fijne Gulden Haar Jongen Kan Lenen, leerde ik als veertienjarige) op het enigszins rondlopende klavier.
     Damien is een in zichzelf verloren man die de frietenbakster Anna vraagt met hem uit eten te gaan. Ze overweegt, ze twijfelt, en als ze op het punt staat mogelijk positief te antwoorden, dan komt er toch iets tussen dat haar verontrust en haar mening over Damien beïnvloed. Een en ander leidt ertoe dat het etentje toch niet door kan gaan.

Aan de camionette wordt buiten de roman om (in een 'Bericht aan de lezer') aandacht besteed. De boekenwurm moet niet denken aan wat Van Dale onder de term vat: een gewestelijk woord voor bestelwagen. Het gaat hier niet om zo'n zakelijk voertuig, maar om een nogal versleten exemplaar dat er in de verte nog aan doet denken. Hij speelt een grote rol in het verhaal.
     In hetzelfde bericht wordt ook gesteld dat er wel meer woorden uit de streektaal worden gebruikt in het boek. Hemmerechts haalt zelf 'schuren' als voorbeeld aan, wat bij haar voor schrobben staat (en een ander aan schuifelen doet denken, maar de context wijst de weg). Zelf struikel ik over het woord pissijn (voor urinoir). Die openbare plasplekken worden door Anna regelmatig geschuurd met javel (dat is een bekend soort bleekwater) wat volgens de groenen slecht zou zijn voor het milieu. Hier botsen twee werelden op elkaar: de behoudende van we hebben het kuisen altijd zo gedaan, en die van het moet beter, meer verantwoord. Die botsing is in de afgelopen 25 jaar alleen maar sterker geworden.

De roman zit vol verhalen. De zoon van de sleutelmaker vertelt als een ware Hans Christian Andersen sprookjes. Dat heb je met de oosterlingen, zo meent men in het dorp. Hij corrigeert: van Marokkaanse afkomst betekent uit het zuiden en Andersen en de bekende verhalen verzamelaars, de broers Grimm, waren ook geen oosterlingen. De schrijfster kan zich via Hassan uitleven en zo moralistische sprookjes door het boek strooien.

De kinderen in het dorp worden geconfronteerd met ruziënde ouders, beknottende en kleinerende regels, een overdreven aandacht voor veiligheid, een aan de drank zijnde leraar, een kwal van een typeleraar, paters en geheimzinnigheid over wat niet vertelt mag worden, omdat het niet zou horen. Het zou beter kunnen, veel beter, zo laat Hemmerechts op een prettig leesbare manier zien.
     Als Karen, een van de lagereschoolleerlingen, wordt gedood dan leidt dit op een beeldende manier tot aandacht voor rouwverwerking:
“Nooit zou ze onder de levenden terugkeren. Het was te vroeg om dat onder ogen te zien. Of om het te begrijpen. Karen was ook nog niet helemaal weg. Iets van haar hing nog in de lucht die zij zo kortgeleden had ingeademd. Een gevoelig trommelvlies kon de echo van haar lach opvangen. Er zaten kleren van haar bij de was. Iemand had zondag nog een mailtje van haar ontvangen dat ergens bij een server was blijven hangen. In de koelkast stond de fles cola waar alleen Karen van dronk. De lakens waartussen ze het laatst had geslapen lagen ongewassen op haar bed. In de recorder zat de band met de film waarvan ze donderdagochtend de opname had geprogrammeerd (…).”
Je zou tegenwoorig toevoegen, ze zat nog als contact in WhatsApp met daaronder haar berichtjes. 
     Het boek sluit af met haar vertrek uit de wereld waar ze nog een aantal dagen rondwaarde. Langzaamaan wordt afscheid genomen. Klasgenoten zouden later nog aan haar terugdenken.
      De dood weegt zwaar, maar niet veel zwaarder dan de normale beperking in de omgang, al lijkt het oppervlakkig gezien wel zo. De lezer ziet vanuit de Hemmerechtshelikopter dat er meer is dat kinderen en een ieder van ons verstikkend bekneld. Karen gleed tenslotte de Donderdagmiddag... uit.

vrijdag 2 oktober 2026

gliff




Gliff
is een roman van Ali Smith. Het verhaal begint vreemd met rode natte verf om een huis, waar de bewoners vervolgens met een camper uit moeten vertrekken. Diezelfde rode verf verschijnt de volgende  nacht om het voertuig van Leif, hij was de man in huis. De camper werkt vervolgens niet meer en wordt weggesleept. Er is blijkbaar een grens getrokken. Als woonruimte betrekken de kinderen vervolgens een leegstaande rijtjeswoning waar spoorwegpersoneel woonde in de tijd dat de railverbinding aangelegd werd. Er zijn geen meubels en het huisje ligt op een treinreis afstand van de eerdere woonplaats. De kinderen zijn dus weg van het bekende. Leif koopt conserven voor een week voor Bri (Briar) en Rose, de kinderen van zijn vriendin.
     Hij vertrekt in de richting van de moeder en zijn vriendin, een politiek activiste die verdwenen is. Je merkt terecht te zijn gekomen in een nare en angstaanjagende wereld waarin men absoluut niet zou willen leven. Het boek is dan ook voortgekomen uit de opdracht een Kafkaësk verhaal te schrijven.

Gliff

Rose betwijfelt als eerste of Leif wel terug zal komen. Ze staat wel vaker vooraan. Praten daar was ze niet snel mee. Ze was vier. “Paard,” was haar eerste woord. “Zei ze wat,” vroeg Bri destijds aan zijn moeder. “Ik zei paard,” antwoordde ze zelf.
     Ze was nu ook de eerste die de paarden in de buurt van hun lege huis tegenkwam. Ze krijgt een band met hen, vooral met die ene grijze die ze Gliff zal noemen. De naam komt als een fantasiewoord, maar het blijkt met ouderwetse papieren woordenboeken in de hand toch veel te beduiden. Er is een kort hoofdstuk aan gewijd:
Wat Gliff betekent. Die betekenis loopt van een synoniem voor stikkie, via een voorbijgaande ervaring van pijn of plezier, tot een woord dat ieder ander woord kan vervangen. De naam van het paad had die vooral die laatste betekenis en het dier werd zo volledig vrijgelaten. (Hun eigen naam wordt door de broer en zus zoveel mogelijk niet gegeven of veranderd. Zo kunnen ze anoniemer door de maatschappij bewegen.)
     Paarden spelen in Gliff een rol als dier dat staat voor vrijheid om te ontsnappen aan de beknellende omgeving. Gliff moet het lichtblauwe paard zijn dat de kaft van de roman siert. Een paard om vrolijk van te worden. Toch duikt ook de gevleugelde, mythische Pegasus op, niet in de vorm van het email-programma met die naam, maar in de betekenis van de gelijknamige Israëlische spionage software. Inderdaad als er al eens licht verschijnt dan wordt dit in de roman al snel weer overdekt met donkere beelden.
“We moeten niet wegkijken van de duisternis. En als ik niet keek naar het donker, wat voor soort schrijver zou ik dan zijn,” vraagt Smith zich retorisch af in een interview.
     Maar paarden maken 
toch vooral beweging mogelijk. Ze zijn ook echt aanwezig door hun geur en geluiden. Het paard als aangenaam baken van rust, en een held. 

Beknellend
Als de twee er op gaan letten lopen voor het huis bijna alle mensen voorbij met een blik op het scherm van hun mobiel en hebben anderen een intelligent horloge om de pols. Bestaan de kinderen op een foto in de sleutelhanger van het huis waar ze leven of zijn ze samengesteld uit duizenden digitale portretten, zoals de kennis steeds vaker ook uit opgediste losse brokken bestaat? Overal hangen observatiecamera's met of zonder afluisterapparatuur. Op de achtergrond zijn van de bevolking de persoonlijke details vastgelegd, zoals familierelaties, baan, inkomen, enzovoorts en is een stukje verloren grond voor rondtrekkende mensen onbruikbaar gemaakt door er betonnen paaltjes op te plaatsen (enigszins vergelijkbaar met het harteloos onbruikbaar maken of zelfs verwijden van bankjes in parken, op stations en bij bushaltes voor een mens die er wil liggen of gewoon als hangjongere, wandelaar of passagier even wil zitten.)
     Faciliteiten voor vermaak, zoals theaters, concertzalen, bioscopen – waar mensen ooit heel ouderwets samen van de verbeelding genoten – worden gesloten en maken plaats voor dure vastgoed projecten.
Brian zal ooit een machine maken die data van het net weg eet zodat mensen niet zijn wat het web zegt wat ze zijn, denkt Rose. Hij zal ook de technologie uitvinden om surveillance apparatuur om mensen te volgen op hun tochten te stoppen; het na gaan van de handelingen van mensen heeft immers niets te maken met reizen. Dat had de camper wel (of wat mij betreft de fiets en niet het vliegtuig of privé auto), weer aldus de zus die trots wil zijn op haar broer.
     Smith schildert hier een controle maatschappij die stilletjes ook steeds meer onze werkelijkheid wordt. Angstaanjagend, maar minder naar en totalitair dan hier geportretteerd. Het is eerder een waarschuwing voor wat komen kan en waarvan veel facetten er al zijn, dan een beschrijving van een hedendaagse werkelijkheid. Zoals ook 1984 in 1948 door Orwell werd geschreven. 

Woorden en beelden
Het zoeken naar de betekenis van woorden komt veel voor in de literatuur van Smith, zoals het verband tussen lock en lockdown in Companion Piece. Er zitten niet gangbare woorden in de tekst die moeten worden opgezocht of waar overheen moet worden gelezen. Als Brian het woord profligate gebruikt om zijn zus te pesten, dan vraagt Rose: Wat? Brian reageert met de opmerking dat het niet zijn probleem is als zij niet weet wat woorden betekenen. Gemeen, maar het stelt de lezer gerust die dit woord voor losbandigheid of spilziek ook niet kent als een Engelstalig romanpersonage hetzelfde probleem heeft.
     Ook keert de aandacht voor schilderkunst terug in de boeken van Smith. Hier is dat een aantal pagina's over
George Stubbs met zijn schilderijen van paarden die worden aangevallen door een leeuw. Ze zijn geschilderd in een situatie waarin de paarden met opzet angstig zijn gemaakt. Rose noemt dit ronduit nep en verweert zich er tegen. Ze sprak laat, maar neemt nu geen blad meer voor de mond ook niet om haar oprechte verontwaardiging uit te spreken. Niet als het draait om de dierenmishandeling door Stubbs, niet als het ingaat tegen het totalitaire regime en niet als het gaat om haar identiteit. Gliffs vacht licht op; maar haar woorden verlichten het verhaal in meerdere betekenissen. 

Tekst loopt door onder clip.

Moeder “drove us playing the songs by the singer called marianne Faithfull up the lane and on to the main road then the motorway towards the greener north. Bronken Engelish, Sister Morphine, Working Class Hero. What Have They Done To Rain,” p. 250.
De zangeres sluit vrijwel naadloos aan op deze roman.


Taal
Als je aan een beknellende literaire wereld denkt komt naast 1984 al snel Brave New World van Aldous Huxley voorbij als klassieker in dit genre. Gliff geeft me wel het gevoel dat het dichter bij de huidige wereld staat dan de genoemde voorgangers en dat leidt mijnerzijds tot afweer tegen de zwartgalligheid in de tekst. 'Zo erg is het niet,' verzucht ik regelmatig. Maar het denkbeeldige hoeft niet als naadloze mal over de werkelijkheid te liggen om toch betekenis te hebben. En het is onmiskenbaar; veel is al zo erg. Ze haalde Huxleys boek ook Autumn binnen om de controle in dienst van het vluchtelingenbeleid een contekst te geven. Dat Gliff niet omkijkt, maar de toekomst in, maakt het niet minder deel van de het samenhangende oeuvre van Smith. Het weer oppakken van de Dappere Nieuwe Wereld is daarvan slechts een voorbeeld.

Huxleys boek duikt nadrukkelijk op in Gliff: veel alinea's in het slot van de roman worden voorafgegaan door vetgedrukte tussenkopjes die spelen met die titel

 rave new o ld
  ave n (i) r

en nog een aantal andere varianten om vervolgens over te gaan in

Brave old world
Brave you world
Brave now world
Bravo new world
Brave new word


Het zijn tussenkopjes die de verhaalde status quo en de apathie op de korrel nemen. Nieuwe dapperheid. Smith laat het woord ingaan tegen de verdoving van de technologie en kunstmatige pillen die de onderklasse in dit boek slikt tegen de pijn. Het spelen met die bekende boektitel doet ook denken aan de leuze van de Anders Globalisten: een andere Wereld is Mogelijk. Woordkeus speelt daarbij een rol.
Het maakt duidelijk dat dit boek verhaalt over het donkere, maar ook over zich niet neerleggen bij de situatie. Het lijkt noodzaak je te verzetten tegen de beknotting van hogeraf. Zus zette haar taal, haar woorden, daartoe in. Hoewel het verhaal een open einde kent en de tekenen niet gunstig zijn, is dit niet meewaaien de weg die zelfs broer Bri weer wil gaan samen met Colon, de zoon van de eigenaar van Gliff.

Sprongen
Het is net alsof er geen jaren tussen de ontmoeting met die jongen en het paard zitten, maar eerder een paar weken zo terloops gaat de hernieuwde kennismaking tussen de twee toch inmiddels volwassen mannen. Even is het moeilijk mee te gaan met ras vertelster Smith. Ze maakt flinke sprongen in haar verhaal. Je zou willen weten wat er in die tussenliggende periode is gebeurd. Hoe het ging met Colon? Waarom koos Bri ervoor zich in het systeem te passen?
     De samenleving die Smith schetst is ook al niet gemakkelijk te verteren. Mensen die verdwijnen, uitgesloten worden, gevaarlijk en ziekmakend werk doen, met pijnstillers als beloning (Sister Morphine als troost), overal gecontroleerd worden, en dat in een herkenbare omgeving. Het blijft de verzuchting oproepen: is het niet wat veel?!

Het boek is een waarschuwing voor de controle maatschappij, waar mensen misbruikt kunnen worden, afgeschreven als goederen en keihard gecorrigeerd als ze niet in de pas lopen. En het is door de laatste stappen die Brian zet vooral een aansporing je niet bij een autocratische bestuur neer te leggen en je medemenselijkheid niet te verliezen. En dat alles in een ellendig verhaal dat je soms keihard raakt, maar dat zeer zeker ook prachtig en aangrijpend verteld is.

vrijdag 25 september 2026

Hadji Murad


Hadji Murad door Tolstoj (1828-1910) verscheen een paar jaar na het overlijden van de Russische schrijver.*
     Murad was als Naïb/landvoogd in dienst van Imam Sjamyl. Hoewel hij een waardevol strateeg was, stond hij op gespannen voet met deze heerser. Als de relaties door een opvolgingskwestie zo verslechteren dat hij zijn leven niet meer zeker is, verlaat Murad de zogenaamde Kaukasische Arend. Zijn gezinsleden blijven gegijzeld achter. Om ze vrij te krijgen loopt hij over naar de Russen om met hun hulp (wapens, gevangenen ruil, troepen) meer kans te maken op hereniging met zijn vrouwen en kinderen en uiteindelijk zelf
“heer en meester” te worden “over het ganse, onderworpen Tsjetjna.”

Hadji Murad was ook in de werkelijkheid een verzetsleider voor de Dagestanen en Tsjetsjenen tegen de Russen en inderdaad in dienst van Sjamyl. Zijn faam was groot en hij was in Rusland berucht. 
     Een graaf die in de novelle over zijn positie moest oordelen, hoorde zijn mooie woorden, maar geloofde dat Murad “een vijand zou blijven van al wat Russisch en christen was...”
     Tolstoj schreef Hadji Murad tussen 1896 en 1904 op grond van zijn eigen ervaringen half negentiende eeuw, archief onderzoek en verhalen over Murad.** Zijn militaire ervaring zit bijvoorbeeld overduidelijk in de beschrijving van de afkeer bij de militairen te velde over het overnachten van de vrouw van een hoge militair in het kamp, een privilege waarvoor extra bewaking moest worden ingezet en dus meer wacht gelopen.
     In de jaren dat het schrijfproces duurde kwam er een tiental verschillende versies, waarbij de polemieken achteraf of de uitgegeven versie wel de juiste was en zijn goedkeuring weg kon dragen onvermijdelijk waren. Een kwestie voor literatuurwetenschappers.

Nog niet zo lang geleden bleek dat het tussen Russen en Tsjetsjenen nog steeds niet boterde. Er waren twee felle en zeer gewelddadige oorlogen (1994-1996 en 1999-2009), waarbij de hoofdstad Grosny in puin werd geschoten.*** Het oprakelen van die Tsjetsjeense oorlogen lijkt onvermijdelijk bij het lezen van dit boek over de inlijving van de Kaukasus door de Russen halverwege de negentiende eeuw.

De novelle beschrijft niettemin een eenvoudig verhaal. Het vrij krijgen van de familie van Murad is de drijvende factor achter de ontwikkelingen. Als lezer duik je in de bijeenkomsten van de Russische elite (zowel militair als bestuurlijk), de soldatenkampen en de omgeving van Hadji Murad en in zijn geschiedenis. Je komt terecht op de Kaukasus waar de Russen ook toen al door een waar terreurbewind (moord, vernietigen voedsel, vergiftigen water en verbranden van huizen en goederen) greep op probeerden te krijgen. Ook is er een ontmoeting met de overspelige, wreedaardige en gewelddadige tiran, tsaar Nicolai I. (Tolstoj is verre van mild in zijn oordeel over hem.)
     Kenner van de Russische literatur James B. Woodward merkt op dat de novelle het contrast beschrijft tussen de Russische uiteenvallende bureaucratie en het gezonde en gepassioneerde leven van een bergbewoner. Het is eveneens een boek waar christelijke macht stuit op een islamitische bevolking. Je komt thuis bij de bergbewoners, en maakt kennis met hun geschiedenis, cultuur en ideeën (niet allen even aantrekkelijk). Je leest hun reactie op het Russische optreden:
“Geen woord van haat jegens de Russen werd vernomen. Dit gevoel, dat de Tsjetsjenen van de oudste man tot het jongste kind vervulde, ging ver boven haat uit. Het was het gevoel van onmacht om deze Russische honden nog als mensen te beschouwen, een gevoel van grenzeloze afschuw en walging, een gevoel van zulk een verbijsterde ontzetting over de zinloosheid van deze wreedheid, dat men de Russen niet anders kon zien dan als ratten, wolven of giftige spinnen, tot niets meer goed dan om te verdelgen met alle middelen waarover men beschikte.
De fictieve Russische militair Butler leefde in het gevaar van de oorlog. Een gevaar dat hem onderscheidingen opleverde en hoogachting van kameraden en vrienden. “De andere zijde van de oorlog, de dood en de wonden, die soldaten, officieren en bergbewoners troffen, wilde hij zich niet bewust zijn. Zonder er bij na te denken, vermeed hij het naar gesneuvelden of gewonden te kijken, het zou zijn romantische kijk op de oorlog bederven.” Je moest je tegen de dappere bergbewoners, de dsjigits, verdedigen, vond hij.
     Tegelijkertijd kon hij het goed met Hadji Murad vinden. In een gesprek vertelt Murad hem de parabel over de muilezel en de hond. De hond geeft het hoefdier vlees en hij krijgt zelf hooi. Beide blijven hongerig. Na een glimlach volgt de uitleg:
“Elk volk is van mening dat de eigen zeden en gebruiken de beste zijn.” Die reflectie is waardevol, nog steeds. Kokkin Marja Dmitrijewna heeft aan Russische zijde de meest kritische visie op het Russische optreden en de meest open blik op de islamitische strijder. Ook dat kan.

De novelle speelt bijna twee eeuwen geleden. En ze is ruim een eeuw geleden geschreven. Helaas, het klinkt herhaaldelijk nog steeds herkenbaar door de actualiteit. Tolstoj weet een toon te treffen die de tijd overleeft. Alleen het woord
dsjigits leidt tot geen enkele google treffer (veel Islamitische termen zijn juist gangbaarder geworden, hoewel licht van spelling veranderd zoals chariat naar sharia). Dsjigits komt uit het Turks en betekent dappere persoon.**** 
     Hadji Murad is niet alleen een avontuurlijke en voor de huidige lezer prettig leesbare geschiedenis, de novelle landt op nieuwe ontwikkelingen in de Kaukasus, elders in Rusland en hecht zich aan ontwikkelingen ver daarbuiten.

Noten:
* De uiteindelijke ongecensureerde versie op grond van Tolstojs originele manuscripten verscheen pas in 1950. Het hier opgenomen citaat “Geen woord...men beschikte.” was bijvoorbeeld weggezuiverd evenals de kritiek op de tsaar.
** Het is een van de de romans die ik dit jaar las die historische ontwikkelingen volgt. Eerder waren er: Samarkand door Amin Maalouf; A Sultan in Palermo door Tariq Ali; Een zandstorm, zeiden ze door Çiler Ílhan. En dan waren er nog Ander Licht over de schilderes Alida Withoos, Eén korrel graan over Britts kolonialisme in Kenia en de strijd ertegen, en De man van veel over een deel uit het leven van Anton de Kom. 
De biografische romans en verhalen laat ik dan nog weg.
Het een is meer geromantiseerd dan het andere, maar in alle is de lijn van geschiedenis duidelijk zichtbaar. Literatuur en geschiedenis; het is niet verwonderlijk dat ze een sterke band hebben. Maar het is wel ervoor waken om fictie niet voor de werkelijkheid aan te zien, al kan ze helpen verklaren wat in het echt gebeurde.
*** Tijdens een vredesbijeenkomst in Tampere (Finland) merkte ik eind jaren negentig dat deze oorlogen veel impact hadden op het denken over Rusland, oorlog en vrede, terwijl ze in de Nederlandse vredesbeweging wel opgemerkt werden maar geen grote rol in het debat speelden.
**** In Ne Chabar herken ik het Inonesische woord kabar met dezelfde betekenis en eveneens gebruikt als Is er nieuws (apa kabar)? Zo blijkt taal flink door de geschiedenis en over de wereld gereisd te hebben. Toltoj gebruikt dit lokale woord zonder verklarende voetnoot, maar met een eenvoudige vertaling in de tekst. 



zondag 13 september 2026

Lilac and Flag




Lilac and Flag is het derde deel van John Bergers' trilogie. In het dankwoord aan het slot van het boek schrijft hij dat de boeken vijftien jaar van zijn aandacht hebben gekost. Hij zou er niet aan begonnen zijn als hij niet zelfs al voor het begin de steun van het Transnational Institute aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam had gehad.*

Het boerenland in de bergen is nog wel aanwezig in het boek. Er komt zelfs een vertelstem vandaan. Deze merkt op dat zij die het land met de bus verlieten jager of gejaagde werden en er niets meer overbleef waarop ze konden steunen of vertrouwen. Er zijn verwijzingen naar het boerenwerk door fysieke kenmerken te noemen, te spreken over het melken van geiten, terug te kijken naar de plaats van oorsprong of daar nog aanwezige bezittingen te noemen, zoals een houten schuur.
     Maar Lilac and Flag leven in de mythische havenstad Troy, in de sloppenwijk op Rat Hill in eind twintigste eeuw, niet meer in de tijd van de keuterboer, zoals wordt opgemerkt. Maar ook de vrouw van de hoofdinspecteur van politie wil weg uit deze rommelige stad. Ze wil maar Tenochitilán (dat klinkt niet alleen Mexicaans, maar is het ook en daarbij zeer ordelijk) en haar man (ook met een achtergrond op het land) vindt ze eigenlijk maar een mislukkeling; hij kan niet eens een airconditioning betalen.

Het leven is zeker hard en armoedig op de heuvel. Er is criminaliteit en er zijn (gewelddadige) arrestaties. Sommige vaders verdwijnen er met de noorderzon. De uitbuiting en armoede zijn er schrijnend. Kortom ellende. Lilac en Flag geven er toch kleur aan.

Flag heet eigenlijk Succus en werkt op een bouwplaats waar de voorman de bouwvakkers opjaagt en koeioneert. Flag wordt ontslagen als hij hem om terechte woede op zijn gezicht slaat. Lilac heet eigenlijk Zsuzsa en is niet voor een gat te vangen. Levendig en verliefd trekken ze samen door de stad. Samen bedenken ze plannen en verdienen geld bij door klusjes uit te voeren voor plaatselijke criminelen (zoals de broer van Lilac).

De tochten door Troy zijn verdrietig en mooi. De plekken zijn beeldend beschreven vanaf de situatie in de cabine van een kraan tot in de 'verhoorkamer' kamer van de politie. Vrolijk door de levenslust en verliefdheid van de twee en naargeestig, omdat je ziet waar de van het land naar de stad getrokken mensen belanden. De vader van Succus opent er de hele dag oesters, en dat tientallen jaren lang. Je kan het werk noemen. Hooien met de hooivork is ook niet aantrekkelijk en loodzware arbeid. Maar de hele dag een mes door de spier van schelpdieren wurmen is een geestdodende en afstompende bezigheid.

Die zelfde vader is een fan van het woordenboek. Dat is zijn medicijn tegen de versuffing. Hij leert het vrijwel helemaal uit zijn hoofd en daarbij ook de afkomst van de woorden. Een teken van wilskracht. Succus heeft het weer van hem geleerd. Regelmatig worden woorden ontleed. Mij viel op dat de kraan komt van het Griekse geranos en dat dit staat voor een vogel op hoge poten. De kraanvogel is dus niet naar het hijswerktuig genoemd, maar andersom de bouwkraan naar de kraanvogel. Dat we maar weten wat eerst kwam.

De mooie wereld is een droom; een fantasie waar de wereld die draait om geld is verdwenen. Het is een utopie die verdwijnt als je wakker wordt. Je kan wel redeneren over het betere, maar woorden brengen en nemen weg, ze zorgen voor verlichting of doen pijn; ze bieden geen oplossing. Als je op Rat Hill woont kan je maar het beste een biertje drinken en gaan slapen.
     Het boek eindigt daar waar alles alles eindigt, met de dood. Nee. Zelfs na de dood. In dat bestaan is er een groot wit cruise schip voor de doden met ieder een hut naar eigen wens. Een persoon blijkt daar onvindbaar en moet dus nog in leven zijn. Zo is zelfs het donkere einde in lichte kleuren geschreven, zoals het hele boek het mooie naast het lelijke en het fijne naast het nare zet. Lilac and Flag is een prachtige afsluiting van een drietal boeken over het verdwijnen van de kleine boer. Dat leven was misschien niet ideaal, maar het is niet voor het betere ingeruild. 

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)


Noot:
* Ook ik heb op een bescheidener nivo veel aan hen te danken gehad. Daarom noem ik het graag. Het Instituut bestaat nog steeds en het TNI is al weer jaren gevestigd in de Wittenstraat in Amsterdam. 

 



zaterdag 12 september 2026

Once in Europa

 



De hier besproken versie van Once in Europa is een samenwerking met fotografe Patricia Macdonald. Het is tweede deel van John 

De hier besproken versie van Once in Europa is een samenwerking met fotografe Patricia Macdonald. Het is tweede deel van John Bergers' trilogie Into their labours over het verdwijnen van de kleine boeren uit Europa. Het eerste deel is Pig Earth (1979) en het derde deel Lilac and Flag (1990).

De drie boeken behandelen de beroepsgroep gebonden aan het land waaraan ze haar bestaan ontleent. Deze boeren worden geconfronteerd met de moderniteit die hun leven op de helling zet en hun hele hele groep uit Europa doet verdwijnen. Het is niet alleen de kleine boer die daarmee verdwijnt, maar ook een levensstijl.
     De oudere generatie moet zich neerleggen bij het verlies van de volgende die eruit stapt. Zij kiezen voor een leven dat ruimer is dan dat van hun ouders en minder met het land en meer aan de ontwikkelingen elders in de samenleving en economie gebonden is. Oma kon nog leven van het verhuren van haar bok, die om viriel te blijven 's winters in huis mocht wonen. De dochter doet productiewerk in de dichtbij zijnde stad.

Dit tweede deel speelt grotendeels in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het begint met de observatie van een klaproos, van de harde knop tot de tere uitbundig rode bloem, “het meest overdonderende scharlaken dat in de velden kan worden gevonden.” Zo wordt de bloem op de schaars bedrukte eerste pagina beschreven en afgebeeld als fraaie bloem in de Franse Alpen en los geschreven van de symbolische waarde die wij mensen aan de poppy hebben geplakt. Hij krijgt weer zijn eigen diep rode betekenis. Als contrast staat een er een foto van helder blauwe licht bewolkte hemel naast. Kleine uitstapjes zijn deel van het verhaal.
     De intelligente Odile de dochter van een kleine boer is het hoofdpersonage. Het boerengezin waar ze geboren is, leeft naast een nieuw gevestigde fabriek voor de productie van een mangaanlegering. De smelterij heeft baat bij de opwekking van witte steenkool en die is juist in de bergen te winnen. De infrastructuur ervan gaat onvermijdelijk steeds meer de omgeving overheersen en de boerderij insluiten.
     De fabriek trekt arbeiders van elders en zij die van buiten komen slapen ter plekke in acht barakken voorzien van een letter. Samen vormen die I N   E U R O P A. Er komen er veel meer arbeiders dan van te voren gemeld, zo heeft de fabriek meer geheimen en verrassingen, veel meer dan de traditionele gemeenschap had (en die in Pig Earth zijn beschreven).

Odile wordt getrokken door de grotere ruimte en gaat in op de avances van een arbeider met een Oekraïens-Russische (dat kon je destijds nog zonder ongemakkelijk gevoel schrijven) achtergrond. Deze Stephan kwam terecht in Zweden, werd zeeman; voer, landde ergens en ging tenslotte werken in de fabriek in Frankrijk. Daar leert hij de boerendochter kennen. Haar stap uit de eigen groep wordt niet gewaardeerd door gezinsleden en omgeving. Maar wat ze in haar hoofd heeft … ja inderdaad dat doet ze en daarvan is ze niet af te brengen.
     Ze gaat elders werken. Haar leven neemt afstand van het boeren verleden en vindt een plek in de kapitalistische industriële wereld die zich opdringt, inclusief de giftige vervuiling waarmee dit gepaard gaat. Ouderschap, liefde, het verlies ervan en weer vinden tekeken haar leven samengevat in een grove schets. Ze kijkt tenslotte voldaan terug.
     Er is sprake van tragiek, tederheid en het openen van de persoonlijke leefwereld. Dat laatste kan volgens Odile ook zonder Parijs te zien.

Het regent kussen
en liefkozingen dalen neer
tot de vloed van tederheid
het nest overspoelt

zo dicht de schrijver idyllisch, maar als je gewend bent naar de natuur te kijken, dan ken je de kwetsbaarheid van het nest.

Deze versie van het boek valt vooral op door de foto's van Macdonald. Lang niet altijd is (meteen) te zien wat ze afbeelden. Sommige zijn heel dichtbij het onderwerp gemaakt, anderen uit de lucht geschoten. Het zijn beelden van landschap met schaduwen, sneeuw, bomen en er zijn foto's van gebruiksvoorwerpen, textiel, gebouwen en delen ervan, en met een stuw en huisjes in het landschap. Vervreemdend zijn er veel. Dat begint al met het beeld van de koeienvacht op boekomslag. De uitstekende botten geven de herkenbare vorm aan het beeld. Andere foto's zijn niet te ontcijferen. Of er is gewoon gras, dat door die gewoonheid een extra lading krijgt. Angus Macdonald, de man van de fotografe, is piloot dat maakte de luchtfoto's mogelijk.
      De uitbundige illustratie (waar foto's hele soms opeenvolgende pagina's vullen) betekent dat je tijdens het lezen door de afgelegen omgeving wordt gevoerd en als het boek uit is rustig nog een paar keer door het werk kan gaan om je te verbazen over hoe de realiteit een vervreemdende impressionistische indruk kan maken.

Berger zocht naar manieren om zijn vertellingen anders te brengen. Dit is een van de door hem gebruikte middelen. Intussen zie je een manier van leven verdwijnen en plaats maken voor een andere economie, waar de menselijke maat ontbreekt. De tekst is niet nostalgisch, maar wekt dit gevoel wel enigszins op, terwijl je tegelijkertijd beseft dat de vrijheid van Odile, niet die van haar moeder was. Wat dat betreft is een stap vooruit gezet, waard om te beschermen. Met een stinkende geitenbok in je keuken wonen? Nee bedankt. Giftige productie in je achtertuin? Doe maar niet. Iets dichter bij de natuur, het milieu, zullen we onze route moeten gaan zoeken. Dat is wat na het lezen blijft hangen.

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)

vrijdag 11 september 2026

Pig earth

Pig earth (1976*) van John Berger gaat over de kleine boer. Dat is in het Engels the peasant. Dat beroep verschilt van dat van de farmer. In het Nederlands zou je het kunnen omschrijven als het verschil tussen de niet meer bestaande keuterboer en de agrariër. Het boek is deel van een trilogie. Het is aldus de theoretische introductie op de sociaal-economische en culturele positie van de keuterboer geschreven uit solidariteit met de zogenaamde achtergebleven groep of ze nu op het land leven of door een economische noodzaak naar de stad zijn gedreven.

Het boek is onderzoekend, maar verhalend geschreven. Het begint wel met stevig graven in de positie van de keuterboer in een 27 pagina's lange inleiding (op 200 totaal). Conservatief? Volgens Berger is dat een misverstand. Het zit ingewikkelder in elkaar. Het is inderdaad een beroep van omkijken, maar ook van verder op basis van ervaringen uit het verleden. Maar die liggen niet zo stevig verankerd dat er geen plaats zou zijn voor aanpassingen die de werking verbeteren.

De schrijver verbeeld vervolgens een fictieve wereld van die keuterboer in de Alpen. Hij doet dit zowel in proza als poëzie. In het eerste verhaal stap je als lezer meteen het leven in van de koe die aan het einde is gekomen en met een masker voor naar het slachthuis gaat. Op de boerderij neemt een pink de plek op stal van de geslachte koe in. Het rijmt als de seizoenen die ook steeds opnieuw beginnen.
     Keuterboer is een scheldwoord in het Parijse waar denigrerend wordt gezegd dat de provincialen terug moeten gaan naar hun geitenpoep. Voor Berger is het juist een wereld om in te stappen en te onderzoeken. Dat kan gaan van de verstopte aanvoer van water uit de bron tot een gedetailleerde beschrijving van de jaarlijkse slacht van het gemeste varken. En zo nog heel veel meer dat gaat tot de tekst die de dorpsonderwijzer op het schoolbord schreef: 
Aantijgingen zouden in zand moeten worden geschreven
Complimenten moeten worden gegraveerd in marme
Berger is een intellectueel met open blik en dat komt soms naar buiten waar je het niet verwacht zoals bij het geluid van de geitenbok. Dat geluid als van een doedelzak werd door de Grieken tragos genoemd, waar het woord tragiek van afstamt.

In de verhalen komt de bijzondere positie van de keuterboer ook naar voren. In de stad gaat geld van had tot hand, zo ziet een jonge vrouw die er heen ging om geld te verdienen. Zonder geld kan je niet leven, niet eens water drinken. Met geld kan je alles tot aan het kopen van dapperheid, zelfs als je laf bent. Maar ook in de agrarische gemeenschap in de bergen speelt geld een vervreemdende rol. De boer protesteert tegen de accijns op de drank die hij zelf stookt: “Het betekent dat ik moet betalen, geld betalen voor mijn eigen product.” Zo staat die keuterboer wel naast de markteconomie, maar is er toch ook onderdeel van gemaakt. Hij wordt dit nog meer als hij een kleine trekker aanschaft. Want na de trekker komen de landbouwwerktuigen die er aangekoppeld kunnen worden. De kosten van een trekker staan gelijk aan de opbrengst van tien koeien die elk 2.500 liter melk per jaar geven. Zo is er nog meer geld nodig om te kunnen boeren, moet er geleend worden en verdwijnt inderdaad een type boer die alleen met handen voeten en gewrichten aan het land gebonden is.
 
     Berger ziet het beroep verdwijnen in de Europese Unie. Hij geeft hem nog een kwart eeuw en dan zal Europees beleid een einde aan hebben gemaakt aan deze bijzondere beroepsgroep. Bijzonder omdat hij grotendeels zelfvoorzienend is en leeft met het ritme van de seizoenen en op basis van de werkende methoden van vroeger. Maar ook de schoolmeester in het verhaal The wind hauls too zegt: “Alle boerderijen zullen op de vlakte liggen.” Een deel van de boeren heeft zich daarbij neergelegd. Nieuwe fruitbomen worden niet geplant. Die er staan geven nog vrucht en wie dan leeft, wie dan zorgt.

Het boek eindigt met een drieledig verhaal over Lucie Cabrol dat bijna de helft van het boek vult. Het speelt van voor de Eerste Wereldoorlog tot eind jaren zestig van de vorige eeuw. Lucie wordt ook wel Cocadrille genoemd want ze heeft een groeistoornis, ze blijft klein. Een cocadrille komt uit een hanenei dat is uitgebroed in een mesthoop. Kortom een anomalie van een mens. Klein, maar krachtig, Lucie doet mannenwerk op de boerderij wat haar status aparte alleen maar verder onderstreept. Ze heeft blauwe ogen, in de kleur van vergeet-mij-nietjes, die zich vasthechten aan wat ze zien. Mensen zijn bang voor haar, omdat ze niet is zoals ze zou moeten zijn. Alleen twee mannen uit het verzet, maquis, die op de vlucht zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog zien dat ze verstandiger is dan haar omgeving.

Toch wordt ze aan het slot van het eerste deel van de boerderij verdreven door haar broers en hun vrouwen. Dit hoewel het ook haar erfgoed is waarop ze boeren en waar zij haar arbeid in heeft gestoken. In het tweede deel is ze verzamelaarster in het bos geworden. Ze plukt en raapt producten en verkoopt die naar eigen zeggen voor goud geld in een stad verderop. Het lijkt nog een stap terug in de agrarische ontwikkeling. Voor haar is het echter geen achteruitgang. Ze leeft er ogenschijnlijk eenvoudig, maar met oog op een leven dat altijd gewenst heeft, en met zand en aarde onder haar nagels. De tragiek is nauwelijks verhuld.

Pig earth laat een wereld zien die verdween uit Europa. Misschien hier-en-daar nog een klein restant, maar het nog maar nauwelijks mogelijk om te leven als een zelfvoorzienend mens met producten van eigen land en kleine aankopen uit de opbrengsten van de overschotten. Het is een wereld die Berger niet idealiseert – de onaangepaste, maar moreel zeker niet mindere Lucie Cabrol past er niet –, maar in zijn wezen wel waardeert. Hij leverde er een herinnering aan de recente geschiedenis mee. 

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)


Noot:
* Dedoor mij gelezen versie heeft zeker niet de meest opvallende kaft. In de tekst heb ik daarom nog twee versies verwerkt. Die met de koeman: Pantheon, New York, 1979. 1e VS-editie; en de andere van Chatto & Windus uit 1985.

maandag 31 augustus 2026

Het leven is vurrukkulluk

Het leven is vurrukkulluk (1961) van Remco Campert is een klassieker uit de Nederlandse literatuur. De feestelijke titel is vast een deel van de verklaring voor het succes. Het is daarbij eigenzinnig en kraaiend van plezier geschreven.

In de korte roman worden meer woorden dan alleen vurrukkulluk door de taalvervormer van de Leidsepleinvrijheid gehaald. Zoals 'seksjuwelen verkeer,' 'nijslollie,' 'giegullen' en 'Marie-Johanna roken'. Het is een melig trucje dat net niet gaat vervelen.

Dat Amsterdamse plein duikt in mijn brein op aangezien ik de schrijver meteen zie zitten in café Reynders (met Bert Schierbeek en Lucebert) als Clare Lennart de zogenaamde experimentelen komt interviewen voor het
boekenweekgeschenk van 1955. Dat interview ademt de sfeer die ook het vurrukkullukke leven een paar jaar later zal oproepen.

Het zijn drie jonge mensen die de belangrijkste stemmen zijn in het boek: Mees, Boelie en Panda. Ze plukken de dag en doen niet moeilijk. Het leven is er om rijk te zijn en van drank en seks te genieten; al het andere is franje. Het is geschreven in een eigen taal, die vloeiend en vlot van de pagina's rolt.

De pretentie is om goed te leven, verder moet je alles niet te zwaar nemen en de moraliteit moet niet in de weg staan van een goed feest, als het nodig is mep je darvoor zelfs een oude haveloze man neer. Aan een oudere vrouw met een jongen man in een bed op een zolderkamertje wordt voorbij gegaan alsof het niets is. Ze liggen er, maar doen er verder niet toe. Als het raam maar open kan om er hangende aan een paraplu uit te springen om in de tuin te landen. Zo luchtig is het leven.

In de
Nederland leest (2011) uitgave die ik lees mag Ronald Giphart als het kind dat van ballonnen houdt opschrijven dat het een van de beste boeken is die hij kent. Is dat lege reclamepraat of meent hij dit werkelijk? (Dit wordt de derde keer dat ik schrijver Giphart betwijfel op dit blog.) Wat frisse lucht was goed in het muffe Nederland. Maar beste? Wel plezierig leesbaar. Dat is wat waard.

vrijdag 28 augustus 2026

Atlas van in nevelen gehulde continenten

 



Atlas van in nevelen gehulde continenten is een boek geschreven door de Turkse succesauteur Ihsan Oktay Anar. Het was zijn debuut dat werd gepubliceerd in 1995. Dertig jaar later verscheen de 85e druk. Het is vertaald in vele talen, waaronder het Arabisch, Azerbeidzjaans, Bulgaars, Duits, Frans, Hongaars, Koreaans en Zweeds, maar opmerkelijk, maar onduidelijk waarom, niet in het Engels. De roman is een hit. Sinds eind vorig jaar is er ook een Nederlandse vertaling.

Vertaalster Veronica Divendal heeft zich uitgeleefd op de Atlas
van.... Haar aanpak zet ze uiteen in een zestien pagina's lang nawoord dat ook informatief is met betrekking tot schrijver en roman. Deze tekst wordt gevolgd door 13 pagina's aantekeningen bij in de tekst genoemde liedjes, boeken, personen e.d.; een soort voetnoten als verstopt toetje, een verrassing tot slot. Toch hadden ze beter in de tekst aangegeven kunnen worden.
    Zowel nawoord als lijst zijn – zeker samen – een mooie aanvulling op een fantastisch verhaal. Bij de vraag of ik het nawoord liever vooraf had willen lezen als informatie bij de tekst, of dat ik tevreden ben dat ik eerst mijn eigen mening heb kunnen vormen, neig ik toch naar het tweede.

Je stapt meteen het 17e-eeuwse Istanboel binnen, destijds nog Konstantiniye genoemd. In de voor- en achterkaft binnen staat een kaart van die stad.* Konstantiniye is de naam die in het boek gebruikt wordt. Door de straten van die oude stad aan de Gouden Hoorn lopen opvallende personages. Kort door de bocht zijn ze te vatten onder de categorieën: stads- en zeeschuimers, excentrieke wetenschappers, overheids beambten, ondernemers, tragische pechvogels en dromers. Dat dromen levert in nevelen gehulde verhalen op. De wetenschap een atlas of een anatomisch handboek. Als die twee samen komen ontstaat de op dromen gebouwde atlas die weergeeft wat de geest ziet op zijn reis over de wereld en aanwijzingen geeft om verder te komen.

Ook enkele personages vallen onder verschillende noemers. Er is bijvoorbeeld het hoofd van de Rijksinlichtingendienst, de ongenaakbare Ebrehe. Hij is tweede man onder de sultan, alchemist, uitvinder, homoseksueel, inhalig en keihard; hij martelt en vernederd. Ebrehe haalt de hoofdpersoon, dat is de jonge Bünyamin, zijn invloedssfeer binnen om hem beter te kunnen volgen en wordt, getroffen door zijn ongegeneerde meningen, verliefd op hem. De jongen blijkt echter voor het meisje Aglaya te vallen.

De belangrijke rol die de Geheime dienst speelt in het boek meende ik te moeten begrijpen als een verhulde literaire kritiek op het repressie apparaat van de Turkse Staat. De dienst is in de
Atlas van... vooral uit op het verwerven van macht en invloed en vernielt het leven van derden, soms zelfs willekeurig, omdat het kan. Een van de doelwitten is Lange Ihsan: filosoof, maker van de atlas van in nevelen gehulde continenten, de vader van Bünyamin en een personage dat grote overeenkomsten met de schrijver vertoont. Lange Ihsan heeft zich echter niet laten slopen en stoppen door het uitsteken van zijn ogen, en het afsnijden van zijn oren.
     De Dienst grondt zijn inzet op een soort bijgeloof en mechanische abacadabra waarover Erbrehe bovendien ook nog eens quasidiepzinnig kakelt met een soort jeugdige fascinatie voor techniek. Dat dit bijgeloof gedeeltelijk aangewakkerd werd door een buitenlandse mogendheid door middel van een ingenieus mechaniek, doet er dan niet eens toe. Hybride oorlgosvoering avant la lettre.
      Maar voor de heimelijke kritiek heb ik geen feitelijke aanleiding in het boek gevonden en ook geen externe bronnen.

Het boek leest als een sprookje, als een boek vol knap aan elkaar geknoopte verhalen. Een kinderboek? De hardheid erin mag kinderen bespaard worden. Is het een boek dat de ideeën van René Descartes (hier Rendèkâr) onder de loep neemt: ik denk dus ik ben? Ook. Wat het zeker is, is een boek dat je voor zou willen lezen, zoals aan jongeren in de onderbouw van de middelbare school. Het is bovendien een vertelling waarin vele verhalen geknoopt zijn, een verhaalvorm die meer voorkomt in het Nabije Oosten.

Lange Ihsan is duidelijk in zijn visie op geloof en wetenschap. Het idee van Rendèkâr vond hij onvoldoende. Op grond van de aanname 'Ik denk dus ik ben' kan een mens alleen zijn eigen bestaan vaststellen. Hij besluit de betekenis ervan verder uit te zoeken in een droom. Daar komt hij op de gedachte: 'Ik droom dus ik ben. Ik ben, maar wie ben ik?' Het is het begin van een hele nieuwe visie op de wereld, zijn rol erin, en op wat er nog meer is. De anderen bestaan immers ook, omdat Ihsan hen bedenkt en eveneens de wereld waarin ze leven is er met dank aan zijn verbeelding. Ze bestaan bij gratie van zijn gedachten.
     De vertaalster wijst erop dat de visie van de schrijver en Lange Ihsan overeenkomen als Anar in een zeldzaam interview stelt: “(...) Ik zelf verkies wetenschap, kennis, boven geloven.” Over de botsing van wetenschap versus geloof gaat ook het boek, naast dat het over het wezen van de mens gaat, over inhaligheid, en autoriteit versus vrije keuze. Deze thema's zijn volgens de vertaalster verpakt “in een concreet menselijk, avontuurlijk en sprookjesachtig verhaal.”


Verderop in het nawoord schrijft ze: 
“Met een mengeling van sprookjes en werkelijkheid schiep Anar in zijn Atlas van in nevelen gehulde continenten een universum waarin het voor de lezer goed toeven is. Herkenbare situaties, gevoelen en menselijke zaken zoals list en bedrog, liefde en geld, droom en voorspelling, wetenschap en kennis, macht en vrijheid, angst en dapperheid passeren de revue.”
Het valt niet zwaar er nog een aantal thema's aan toe te voegen, zoals lust tegenover liefde, vader en zoon, brallen versus bescheidenheid, zelfspot en bekrompenheid, orde en verzet, en de vraag of fantasie en werkelijkheid wel een tegenstelling zijn. Het nawoord door de vertaalster is een loflied op het boek door iemand die er blijkbaar vanaf de hoge duikplank ingedoken is en de sprookjes, de gedachten heeft opgepakt, bekeken, verteerd, vertaald en opgeschreven in het Nederlands. Het boek zelf wordt mooier als je ook haar toegevoegde teksten leest.

Noot:
* Helaas is in de bibliotheek versie de legende bij de kaart van de stad gebruikt om daarover de titelbeschrijving te plakken. Achterin sneuvelde een stuk Stambul onder een streepjescode. Administratief is het te begrijpen, maar het straalt weinig respect van de OBA uit voor hoe het boek door de bezorgd is.