De
eerste helft van Samarkand speelt in de 11e eeuw. Het is geschreven door Amin Maalouf*, een schrijver van Jordaanse origine, in Parijs woonachtig.
In het
zog van de dichter en wetenschapper Omar
Khayyam reist de lezer van Samarkand naar Isfahan. Omar verblijft
als een gast aan hoven en betaalt die gastvrijheid met zijn eruditie.
Als man van de wetenschap in tijden dat dogmatisch religieus denken
alom was, houdt hij houdt er voor velen omstreden standpunten op na.
Als de grond door gestook tegen zijn persoon te heet wordt onder zijn
voeten dan vlucht hij. Zo komt hij terecht in Bagdad en allerlei
andere steden. Hoe ouder hij wordt, des te vaker wordt hij uit
fatsoen ontvangen, maar is dan toch niet echt welkom.
Zijn
geboorte plaats Nishapur wordt uiteindelijk zijn laatste vluchtoord
en de plaats waar hij begraven wordt “daar waar de noordenwind
de bloemen iedere lente uiteen blaast.”
Omar Khayyam is
schrijver van het met miniaturen versierde (Samarkand) Manuscript met
roebaijjat
(kwartrijnen)
van zijn hand. Na zijn
dood werd in de kantlijn zijn levensloop geschreven. Dit fictieve
boek speelt in Samarkand de hoofdrol, waar de vertelling
omheen is gevlochten. Dat betekent niet dat de roman een stoffig bibliofiel verhaal vertelt. Nee ze barst juist van het avontuur en
ontwikkelingen. De Seltsjoeken
stichten in de 11 eeuw een een enorm Islamitisch rijk dat liep van de
Middellandse Zee tot voorbij Tibet. De lezer wordt mee genomen naar
die tijd en dat gebied.**
AvontuurHet boek is geschreven als een historisch avontuur. De Teljuks bestreden de ismaïlitische stroming van de Islam en worden op hun beurt dan weer geterroriseerd door de ismaïlieten. Die vonden volgens de roman, anders dan andere shi'íten, dat ze hun hun plaats moesten bevechten. Door de knoet die de Soenitische Seltsjoeken op hen loslieten, moesten zij zich terugtrekken en kwamen zo in een onneembare burcht in Alamut terecht. Van daaruit begonnen ze met zelfmoordaanslagen. Dit wordt beschreven in het tweede deel van het (uit vier delen bestaande) boek: Paradise of the Assassins.
Op zijn tocht van Samarkand naar Isfahan komt Omar de eveneens onderweg zijnde Hassan Sabbah tegen en introduceert hem kort daarop bij de sultan Alp Arslan voor een functie als spion voor het hof. Zo hoeft Omar dit niet zelf te doen en creëert hij toch geen afstand tot de heerser door zijn afwijzing. De geleerde weet dan nog niet dat Sabbah ismaïliet is. De volgende intriges aan het hof zorgen ervoor dat Sabbah het aflegt tegen de vizier Nizam al-Mulk en uiteindelijk moet verdwijnen en in Alamut zijn positie gaat opbouwen.
Terken Khatun, de vrouw van Malikshah (zoon en opvolger van Arslan) heeft haar man onder controle en gebruikt die macht om haar eigen positie en die van haar kinderen te versterken. Daarbij passeert ze de kinderen van andere vrouwen van de sultan. Dat leidt tot comflict en een forse gewapende strijd.
Sabbah neemt ondertussen 6 september 1090 het fort Alamut op brutale wijze in. Zonder listigheid is een vrijwel onneembaar fort immers niet te veroveren. Het conflict tussen hem en al-Mulk blijft bestaan. De tweede wordt uiteindelijk gedood bij een aanslag op instigatie van Sabbah.
De band van Omar met Sabbah, gecombineerd met zijn sceptische en onderzoekende houding, wordt uitgelegd als ongelovigheid en hem nagedragen en ingezet om zijn positie als wetenschapper aan te tasten.
In grote lijnen zijn dit historische ontwikkelingen die de bedding voor de eerste helft van het verhaal vormen.
Nizam of MachiavelliNizam speelt er een belanrijke rol in. Ergens wordt een werk (Siyasset-Nameh/Siyasatnama) van hem vergeleken met De Vorst van Machiavelli. Als we de aandachdt voor beide boeken afmeten aan het aantal talen waarin wikipedia pagina's er aandacht aan geven (16:76) dan is dit in het voordeel van De Vorst. Maalouf denkt daar anders over en tekent in zijn roman op: “De Vorst is het werk van man teleurgesteld in de politiek en verhinderd om macht te hebben, terwijl de Siyasset-Nameh de vrucht is van de onvervangbare ervaring van de bouwer van een rijk.”
Los van een romantisering, brengt het boek een geschiedenis dichterbij die voor veel Europeanen op grote afstand staat. De historie zo meenemen in de roman zou tot een stroperig verhaal kunnen leiden, waarin de feiten als een brei over de lezer worden uitgestort. Maalouf vertelt in het ruim 300 pagina's omvangrijke boek echter een krachtig verhaal over macht, intriges, en met nu-en-dan een veldtocht. Maar er worden ook prachtige kleuren geschilderd van steegjes in de steden, de paleizen en tuinen. Het landschap blijft wat onderbelicht en komt als het een functie heeft voor in het verhaal, zoals de rivier die zo woest is dat hij niet doorwaadbaar is en daarmee veiligheid biedt tegen oprukkende legers.
Uiteindelijk wordt Alamut dat er achter ligt halverwege de 13e eeuw toch vernietigd door de De Mongolen en de bibliotheek wordt in brand gestoken. Het manuscript van Khayyam is dan al meegenomen en zo ontsnapt aan de vlammen.
ɸ ɸ ɸ ɸ
In de volgende twee
delen gaat verteller Bejamin O. Lesage naar Iran op zoek naar het
boek van de schrijver waaraan hij de O. in zijn naam te danken
heeft. Daarbij krijgt hij hulp van revolutionair Jamaladin.
Jamaladin was in Iran door de sjah een invloedrijke positie
aangeboden. Hij had geantwoord dit alleen te willen doen als: er een
grondwet zou komen, verkiezingen zouden worden gehouden, gelijkheid
in de wet vastgelegd, en buitensporige gunsten aan buitenlandse
machten ingetrokken zouden worden. Na zoveel brutaliteit kon hij
vertrekken. Daarna leefde hij gedwongen in Istanboel in een riante
woning van de Sultan; een huis waar hij gasten ontving, maar dat hij niet mocht verlaten. Deze democraat geeft Lesage
aanbevelingsbrieven mee die zijn gericht aan de geradicaliseerde Mirza Reza en de
rijke Iraanse zakenman Fazel, die beide in Iran leven.
Benjamin vertrekt naar het land en
ontmoet er na een lange reis beide. Mirza
vermoord vervolgens de sjah met een pistoolschot. Hij wordt
gearresteerd en heeft de brief van Jamaladin met daarin Lesage naam
in zijn zak. Die moet om zijn hachie te redden het land verlaten en
krijgt daarbij hulp van prinses Shireen (een fictieve kleindochter
van de Sjah). De prinses had hij al gezien toen hij de woning van
Jamaladin in Istanboel bezocht en hij was meteen voor haar uiterlijk
gevallen. Zo zit er weer een vleug liefdesgeschiedenis in Samarkand. De vorige
amoureuze handelingen speelden tussen Omar en dichteres Jahan, zowel in
Samarkand als Isfahan. Jahan zag het manuscript in het begin van hun
relatie als rivale binnen hun liefdesaffaire, al waren voor hen de
gedichten stof voor gesprek. (Jahan verbaasde zich wel over de
versvorm, de rubaiyaat was een volkse versvorm. Paste dit Omar wel?)
Ook de relatie tussen Prinses Shireen en Lesage draaide om het
boek van Omar Khayyan. Dat boek zou samen met hen Iran verlaten. En
vervolgens met de Titanic verdwijnen naar de boden van de Atlantische
Oceaan. Die laatste rustplaats van het manuscript staat al in de
eerste zin van het boek. Hoe het daar terecht komt beschrijft het laatste
deel van de roman, A Poet at Sea.
Constitutionele Revolutie
Benjamin gaat tussen de twee bezoeken door weer terug naar
Annapolis, nabij Washington. Hij en Shireen gaan corresponderen. De
prinses schrijft droogjes dat ze het
manuscript gevonden heeft tussen de bezittingen van Mirza Reza en ze
vraagt wanneer Benjamin terug naar Perzië komt. Het zal nog jaren
duren. Als hij gaat, komt hij weer in onstuimige omstandigheden
terecht; Iran’s Constitutionele
Revolutie (1905-11) is begonnen.
Op instigatie van het buurland
Rusland wordt de democratische oppositie in het huidige Iran
bestreden. Op
23 juni 1908 vernietigen de Russen het Parlementsgebouw. De
oppositie wint toch de strijd. Die draaide niet alleen om het
beëindigen van de heerschappij van de Sjah, maar vooral om vrijheid
en democratie. Het vernietigde Parlementsgebouw werd later weer
opgebouwd.
Om de financiële staatshuishouding op orde te
krijgen – en niet iedereen zal deze positieve noot waarderen, zeker gezien de illegale militaire interventie in de lente van 2026 –
wordt Morgan
Shuster uit de Verenigde Staten binnengehaald. Die doet zijn werk
goed en buigt niet voor machten zonder democratische bevoegdheden,
zoals die van Rusland en Engeland. Dat gaat niet goed. De Russen
zorgen er met steun van de Britten voor dat Shuster het land moet
verlaten en plaatsen de Iraanse politiek onder hun toezicht. De
Iraanse bestuurlijke en sociaal economische ontwikkelingen komen
vervolgens terecht in een metaforische tornado. Buitenlandse machten en Iran, ze gaan slecht samen en leiden binnenlands tot meer narigheid dan geluk.
Het boek verscheen nog geen tien jaar
na de Iraanse revolutie van 1979 en moet zeker in dat licht gelezen
worden. Opvallend is bijvoorbeeld de opmerking van prinses Shireen:
“Als de revolutie slaagt dan moeten de mullahs zich omscholen
tot democraten; als het faalt dan moeten de democraten zich
veranderen in mullahs.” Het gaat hier om de situatie eind 19e
eeuw, maar de het roept toch parallellen met ruim tachtig jaar later
op.
ɸ ɸ ɸ ɸ
Samarkand is een meeslepend verhaal
waarin feit (tot op de dagen van de week nauwkeurig) en fictie
vermengd worden. Zo nu en dan bekruipt je het gevoel dat je de
wondere wereld van het Oosten wordt voorgeschoteld en nog net de
olielampen, waarover gewreven moet worden, ontbreken. Dat de schrijver
zelf uit het nabije Oosten komt, neemt al iets van het
schurende weg. Dat een groot deel van het boek verteld wordt
door een man die genoemd is naar de dichter, omdat in de jaren rondom zijn geboorte
een boek over Omar Khayyam furore maakte, juist vanwege het modieuze
oriëntalisme van eind 19e eeuw maakt de beschrijvingen van intriges aan
prachtige hoven, de 1001-nachtsfeer en citaten als: “De
geheimen van de prinses interesseren me niet. Die branden de oren van
hen die er naar luisteren,” steekhoudend en geeft er vooral een
stilistische en inhoudelijke reden voor.
Maar meer dan dit onbehagen
blijkt dat ik veel van de passerende zaken voor het eerst lees en
blijkbaar slecht op de hoogte ben, ook van de recente geschiedenis van een
land dat regelmatig en dan volop in de belangstelling
staat binnen de Westerse politiek.
Ongemakkelijk werd ik ook van de beschrijving hoe O.
Lesage zoon werd gemaakt van een vrouw in een huis waar hij tijdens
zijn vlucht na de aanslag op de sjah bescherming zocht. De vrouw des huizes liet hem daartoe
in het bijzijn van haar twee dochters aan haar ontblote tepels
zuigen. In de daarop volgende tekst wordt opgemerkt: “De
ceremonie leek me destijds zowel ontroerend als grotesk”.
Blijkbaar twijfelde de schrijver zelf ook aan dit door hem opgediste
tafereel, waardoor Lesage toegang kreeg tot de ongesluierde vrouwen
in hun onderkomen. Het belet hem niet om deze mannenfantasie te laten
staan. En weerhoudt hem er ook niet van om de opname in het
vrouwenverblijf te beschrijven als een ervaring die inzicht heeft
gegeven in de Oriënt. Dat lijkt alleen op het eerste gehoor mooi,** maar je hebt wel een erg ruime beugel nodig om dit te laten passeren.
Niettemin heb ik het boek toch overwegend met plezier gelezen.
Noot:
* Bij de naam van de schrijver moest ik meteen aan trompestist Ibrahim Maalouf denken. En inderdaad stuitte ik er bij een laatste redactie op dat de schrijver de oom is van de blazer op het koperen instrument met de vier kleppen, die jazz speelt voor een breed publiek.
** Om de avontuurlijkheid te onderstrepen, tijdperk en locatie werden ook deel van de verhaallijn van de
game Assasin Creed.
*** In een interessant en naast het boek aan te
raden academisch werkstuk (“(En)gendering
Orientalism: The Representation of Women in Amin Maalouf’s
Samarkand”) gaat de Engelse literatuur student Hussan
Helmy dieper in op deze kwestie en de rol die het oriëntalisme
en vrouwen in het boek spelen. Hij beschrijft de positieve kanten
eraan, maar ook de negatieve typeringen en de gebrekkige invloed op
het verhaal dat de vrouwen hebben en dat hun rol toch vaak bedoeld is
om de mannelijke heteroseksuele lezer te bekoren. De 'ceremonie'
staat ook hem tegen en hij werkt uit waarom deze een irreële
fantasie is.


