vrijdag 13 maart 2026

The Humans


The Humans door Matt Haig is een buitenbeentje, zelfs tussen het allegaartje dat ik de afgelopen jaren las. Haig mag dan een bestseller schrijver zijn, bij mij komt science fiction niet snel op het leesplankje. Dat het nu wel zo was, zal er mee te maken hebben dat ik weken aan huis gebonden was en geen nieuw leesvoer kon grazen in de kasten langs de straatkant of de bij de bibliotheek. Bovendien zo erg is het ook weer niet over de zelf getrokken genre grenzen heen te lezen, Daaarnaast wordt in de roman gesteld dat er slechts een genre is binnen fictie en dat wordt 'boek' genoemd. Of dat helemaal klopt? Maar dit boek gaat inderdaad wel over de mens, en wat daar zo mooi en bijzonder aan is, zoals ook romans in andere genres wel beschrijven.

Het begint met een naakte man die van elders in de ruimte komt om het gevaar te bestrijden dat is ontstaan door onderzoek van de wiskundige professor Andrew Martin naar de Riemann-hypothese. Deze stelt dat de structuur van het voorkomen van priemgetallen kan worden begrepen. Dat zou een stevige basis leggen onder een belangrijk deel van de wiskunde. Bernard Riemann had het slot op het probleem gevonden, maar zou sterven voordat hij de sleutel had. Die leek tot ruim anderhalve eeuw later onvindbaar. Maar niet voor gedreven wiskundige Martin. Zijn vondst zou de mens supercomputers, uitleg voor kwantummechanica, en toegang tot interstellair transport op kunnen leveren.

___________________________
Priemgetallen komen regelmatig terug in de roman van de cijfers zelf (zoals de langste die wordt genoemd 4314398832739895727932419750374600193), via  de positie die ze in wiskunde innemen en lievelingspriemgetallen tot meer poëtische betekenissen ervan, zoals:
“Elk zo ondeelbaar als liefde, behalve door één en zichzelf.”                                      

Een gezant van duizende lichtjaren ver weg in de ruimte is vervolgens belast met de taak deze kennis en de mensen die er wetenschap van hebben uit de weg ruimen. Hij neemt daartoe het uiterlijk van Martin aan. De liquidatie wordt gemotiveerd met de visie op de mens door andere ruimtebewoners. De mens is volgens hen een levensvorm die slecht om kan gaan met zichzelf, maar ook met de wetenschap die ze zich verwerft. Teveel kennis in menselijke handen zou slecht zijn voor de rest van het leven in de ruimte. (Je kan er als krantenlezer in de eenentwintigste eeuw al inkomen.) De gezant vernietigt het document in Martins computer en gaat op zoek naar wie van deze kennis nog meer op de hoogte is.

Ga je op vakantie naar een andere land of zelfs een ander werelddeel dan vallen veel dingen op, omdat ze anders zijn dan thuis. De kloon van Andrew Martin heeft dat ook. Dat begint al met de kleding. Hij komt dan wel in de verschijning zoals Martin was, maar zonder kleren. Hij begrijpt niet dat hij daardoor afwijkt van het normale. Hij wordt voor dat
streaken zelfs opgepakt en geobserveerd in een kliniek. De missie is dan wel minitieus uitgewerkt, maar minder op meer algemene zaken. 
     In de kliniek merkt de verschijning uit de ruimte dat hij steeds opnieuw vragenlijstjes in moet vullen. Vragen geeft de indruk dat je het leven van anderen beheerst die niet binnen de lijntjes blijven, zo analyseert hij dit aardse fenomeen. Hij verbaast zich erover dat het nieuws alleen gaat over mensenzaken en dieren er blijkbaar niet toe doen. Wiskundige ontwikkelingen maken er al helemaal geen deel van uit, en het nieuws is belangrijker als het het gerapporteerde dichterbij gebeurde (voor hem – van duizenden lichtjaren ver gekomen – is alles op de aarde nabij). De antropoloog uit de ruimte verwoord daarmee gedeeltelijk de herkenbare onlogische aardse logica.

Op de eerste pagina staat een zin over menselijk gedrag om door het hele boek mee te nemen en te zien welke voorbeelden daarvan gegeven worden:
“Ze converseren zelden over de onderwerpen waarover ze het willen hebben (….).” Van die onderwerpen geen uitdrukkelijke voorbeelden, maar de woorden tekenen de sfeer wel die een buitenstaander opmerkt als hij probeert de mens te begrijpen. Veel loopt net anders dan verwacht. Mensen gaan bijvoorbeeld winkelen om gelukkig te worden. Maar ze worden er vaak juist ellendig van. Ze houden vast aan de weekindeling van weekend en werkdagen, terwijl juist de vrije zaterdag (de zondag is alweer de dag voor de werkweek) ze blij maakt. Waarom die indeling niet omkeren? Ze eten het vlees van ander leven, zoals van koeien, maar dat willen ze blijkbaar niet al te duidelijk zien en daarom noemen ze het vlees anders dan het levende dier (van cow naar beef van pig naar pork).

Lachen heeft veel functies, net als stiltes die vallen, en een andere klemtoon bij een woord kan het een andere betekenis gegeven. Soms heeft een bepaalde klemtoon zelf een betekenis (zoals bij: 'zullen we naar boven gaan?' of in het café 'naar mijn huis?'). Er wordt gefronst, schouders opgetrokken etc, alles om iets te vertellen en dezelfde beweging kan zomaar iets anders betekenen in een nieuwe context.
     Het valt de nieuwe Andrew Martin op dat voor genezen het woord
recover wordt gebruikt alsof gezondheid iets moet bedekken dat zit verborgen in het menselijk wezen. 
     Voor buitenaards leven kan de formele geschreven en gesproken taal in grote mate eenvoudig zijn, dat betekent niet dat menselijke communicatie dat ook is.

De mens leeft meer dan honderdduizend generaties op aarde, maar weet nog steeds niet hoe er te leven, menen ze op de planeet
Vonnadoria waar de gezant vandaan komt. Een Duitse natuurkundige die werkte in Bern wordt als voorbeeld genoemd. Zijn theorie, een dagdroom, leidde een halve eeuw nadien tot de vernietiging van twee Japanse steden en een groot deel van de bevolking ervan. Dat is niet wat Einstein wenste of bedoelde, maar het gebeurde toch.
     Zo beroerd als lichtjaren verderop gedacht wordt is het aardse leven toch ook niet. Niet alle mensen werken voor roem en rijkdom (als voorbeeld wordt de Russische wiskundige Grigori Pereleman genoemd, die na het oplossen van het
Vermoeden van Poincaré van geen eer of prijs wilde weten), niet allen zijn botte agressievelingen die elkaar bevechten zonder reden. Er zijn bovendien ook mooie zaken, zoals muziek, poëzie, liefde, wijn, boterhammen met pindakaas, seks, en vriendschap die het aardse leven mooi maken. Zelfs de tegenstrijdigheid in woord en handeling van de mens heeft iets moois en mysterieus, aldus de tweede Andrew Martin. Dood en pijn zijn niet fijn, maar ze stellen grenzen waarbinnen geleefd kan worden met volle inzet en die beperking geeft soms ook kwaliteit.
      Kloon Martin wil vanwege dit alles blijven en dan beginnen de problemen pas echt goed. 

Tekst loop door onder video en songtext

“What I [Kloon Martin] wanted,in fact, 
was to go home. So, I stood up. It was 
only a short walk away.

Home – is where I want to be
But I guess I'm already there
I come home – she lifted up her wings
Guess that this must be the place.
– Talking Heads,
'This must be the place' (p. 291)


Binnen die muziek komen 
vooral Talking Heads en Debussy naar voren en in de poëzie staat Emily Dickinson op eenzame hoogte. Er zijn verschillende gedichten van haar werwerkt, zoals:

How happy is the little stone
That rambles in the road alone,
and doesn't care about carreers,
And exigenies never fears;
Whose coat of elemental brown
A passing universe put on;
And independent as the sun,
Associates or glows alone,
Fulfilling absolute decree
In casual simplicity.
Ook het eerste vers van het gedicht Hope is a thing with feathers wordt geciteerd.* Zo brengt een ruimte bewoner me in contact met aardse literatuur en dichtkunst.
Hope is thing with feathers
That perches in the soul,
And sings the tune without the words,
And never stops at all.

En het is vooral die ene zin van Dickinson uit het gedicht 549 die het boek wil onderstrepen, en zichbaar maken met woorden, visies en gedachten net zoals mascara de wimpers nadrukkelijker laat zien: “Till I loved I never lived.”
     Schrijver Matt Haig is in dit boek uitdrukkelijk opzoek naar “de malle en vaak beangstigende schoonheid van het mens zijn.” Hij schreef er een verhaal omheen dat ik maar moeilijk weg kon leggen.

Noot:
* Dat gedicht gaf
Grief is a thing with feathers de populaire roman van Max Porter zijn titel. Verdriet is een ding met veren, besprak ik eerder. Ook daarin komt Emily Dickinson nadrukkelijk aan het woord.

Geen opmerkingen: