In
Lichem fol beloften is een muziekalbum en boek ineen. Het
komt van ZEA*. Onder
die naam wordt al de hele eeuw muziek gemaakt. Hier in bijzondere
bezetting. Niet altijd met zulk mooi drukwerk. Allereerst valt me op
dat het is gedrukt door Kaboem, waar Hennie al jarenlang de drukker
van dienst is.
Boek is misschien een groot woord. Brochure
past beter, maar het is een voorbeeld voor velen hoe je
liedteksten bij een album kan voegen, niet in een 5 pts lettertje
waarvoor je een loep moet aanschaffen, maar in een leesbare
lettergrootte en zelfs met hier met daar een illustratie. De teksten
staan er in het Fries, Nederlands en Engels.
Er zijn
liedteksten en verhalen. Soms laten de verhalen zien waar de
songteksten vandaan komen, zoals dat over de schaakpartij met de
dood. Of het absurdistische verhaal bij pijn en tijd I waar de
boom op een auto valt die later wordt opgehaald. Het is geschreven
rond een gesprek met snackbar Coja medewerker 1 en Coja medewerker 2,
maar het gedicht gaat vooral over de moeder van wie de auto eerder
was.
Maar de boekbrochure begint met een foto van doekjes
en washandjes op tegels, en daarna het gedicht in lichem fol
beloften met als eerste regel van het water leerden we dromen. Het komt van dichter Tsead Bruinja.
De Friese titel van album, lied en gedicht is ook voor een Hollander goed te begrijpen, maar de associatieve tekst die volgt is gelukkig vertaald in 't
Nederlands en Engels voor de stervelingen die die taal uit de
Noordelijke Nederlandse provincie niet meester zijn. Vechten tegen
degradatie is veel lastiger dan strijden om kampioen te worden
verhaalt dat ooit de ziel, het vehikel dat ons lichaam meeneemt
afscheid van ons zal nemen. Daar is niet tegen te strijden. Dood is
regelmatig aanwezig op een lichaam vol beloften.
Hierboven werden de teksten al
gedichten genoemd, maar zijn het geen teksten van liedjes die
weliswaar vervreemdend werken en je net een andere kant op sturen? Ze
leiden je niet over het fietspad, maar door het weiland, drassig met
veen in de verte. Je weet wel waar dat meisje gevonden werd. Hoewel
soms wat melancholiek of lichtjes droef om het verlies, en een enkele
keer donker, blijft het aan de aangename kant; zelfs als een gedicht
begint met ik ben geen vrij man/ik ben de bewaker van mijn
angsten. Die sfeer.
Kiezen hoeft gelukkig niet tussen
liedteksten en onpretentieuze gedichten. Al neig ik naar dat tweede
en luister dan later weer naar het eerste met de vertaling in de
hand. En er zijn er ook teksten van 'erkende' dichters bij. Bruinja hebben we al gehad.
Na een paar pagina's komt een typische Amsterdamse foto voorbij; vol met fietsen die beeldvullend geparkeerd staan. Het daarna
afgedrukte gedicht gaat over het vragen om hulp, maar vooral om wat
meer tijd. Dat de vertaling soms zijn eigen weg zoekt in de taal
waarin het Fries verandert, zie je meteen aan Fügel dat in
het Nederlands en hij sloeg de vogel en in het Engels and
the man killed the bird is geworden. Met twee maal dezelfde drie
regels eindigt het kleine sprookje – dat ook ook hart onder de kunstenmakersriem is.
en hij sloeg de vogel dood
en met de vogel ook het lied
en met het lied doodde hij zichzelf (2x)
Aan deze tekst gaat een tekening van
een brug vooraf. De tekeningen bevallen me beter dan de foto's. Die
zijn vaak wat vlak of zeer minimaal. Maar dat als een nauwelijks
belangrijk terzijde.
Als er iemand komtlaat zien dat de vreemdeling misschien redenen heeft voor wat hij doet. In het verhaal achter in het boek krijgt dit gedicht zowel een loodzware als vrolijke achtergrond.
van ver
met een taal die misschien
al het geluid verstomt
Ik tel dyn bonken op, gaat over bewaren onder de ziel en geen afscheid nemen. De regel 'ik tel je botten op' is de laatste. De woorden zijn gebaseerd op een tekst van Nina Nastasia.
Tussendoor zijn we langs een kaartje van Makkum gekomen met op de pagina ernaast alle straatnamen. Voor wie het stadje aan het IJsselmeer kent is het een invulpuzzel en liedtekst ineen. Het verhaal Makkum vertelt dat de Cynthia Lenigestraat naar de gelijknamige Makkumse dichteres uit de 18e eeuw is genoemd die in haar tijd en ook daarna zeer werd gewaardeerd** en vroeg gestorven is.
De dood wordt voorafgegaan door een tekening naar een schildering uit 1470 door Alberts Pictor in Tâby kirka net boven Stokholm. Dat staat in het verhaal de Dea (met hoofdletter hoewel die verder spaarzaam worden gebruikt, dit blijkbaar om het ontzag voor de dood te onderstrepen). De liedtekst zelf is een vertaling naar het Fries van het gedicht De dood door M. Vasalis.
Het tweede deel van de boekbrochure bevat verhalen. Daarvan werder er hiervoor al enkelen genoemd. Het eerste beschrijft het verband tussen moeder, washandjes, een optreden op Lowlands en een gratis drug. Een kus naar de betonnen wolken, heeft alleen een Engelse en Friese titel, maar gaat over hoe een gedicht de gitarist Arnold de Boer inspireert.
Een enkele keer is de tekst een achtergrond bij een tekening, zoals de fügel die gaat over de Slauerhoffbrug over de Harlingervaart in Leeuwarden. De raakvlakken met het liedgedicht dat er onder deze titel ook is, lijkt verdwenen. Waar de bleek en de doden in lakens samen komen, vertelt ik tel dyn bonken op. Soms moet je even terug naar het gedicht of is het aan te bevelen vooruit te bladeren naar het bijpassende verhaal. Alles past kunstig in elkaar.
Bij de
albumhoes en de kaft van het boek past het beste weer is een dag
voorbij (het gelijknamige lied eindigt met een melodie van Misha Mengelberg). De laatste tekst van
vier regels suze nane poppe
is een droef Fries wiegeliedje waarbij je de achtergrond zou willen
weten, maar het album heeft door dit toegevoegde boek al zoveel meer
informatie dan gewoon is, dat dergelijke wensen wel
een het-is-nooit-genoeg lijken te zijn. Wat een heerlijke manier van
een plaat uitbrengen.
Want dat
is er ook nog: de muziek met vel moois, zoals de klarinetklanken van een uitgebreide band.
Voor mij springt de kus en de wolken eruit.
Noot:
*
Meer
over ZEA bij https://zeamusic.nl/news/
en https://makkumrecords.nl/.
**
Zie lemma 571 over Kynke Lenige in 1001 Vrouwen uit de Nederlandse
Geschiedenis, samengesteld door Els Kloek (Nijmegen: Van Tilt, 2013),
pp. 781-782.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten