Posts tonen met het label Toni Morrison. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toni Morrison. Alle posts tonen

vrijdag 2 januari 2026

JAZZ

JAZZ van Toni Morrison lacht me vanaf de kast tegemoet, omdat de titel me aanspreekt. Niet alleen om de muziek die er achter verscholen gaat, maar ook om de kleuren waarin de vier letters zijn geschreven.
    De muziek zit meer in de structuur van het boek dan in de tekst. Het danst heen en weer. Het woord Jazz komt in het hele boek niet voor (wel blues). Het is volgens de schrijfster een woord met suggestieve klank en sfeer van illegaliteit en bovendien was het in de tijd dat het boek speelt nieuw en voor en van jonge en gewone mensen.
kroeg-, kelder- en knijpmuziek

In de tekst komen we wel afkeuring van de muziek tegen: Ze wist uit preken en opiniestukken dat het geen echte muziek was – gewoon rommel voor kleurlingen: schadelijk, zeker, gênant, natuurlijk; maar niet echt, niet serieus. (...) Maar wat ze het meest haatte, was de honger ervan. Het verlangen naar het feest, de scheur; een soort zeldzame trek in een gevecht of een rode robijnrode dasspeld op de stropdas – beide voldeden. Het veinsde geluk, veinsde welkom, maar het maakte haar niet grootmoedig, deze kroeg-, kelder- en knijpmuziek.” Aan het woord is de puriteinse Alice Manfred. Maar is die visie er niet altijd bij nieuwe muziek die wordt geliefd door de jongeren, dat de ouderen het afwijzen, merkt Morrison tijdens een interview op.*

fruitkist en vogelkooi
Muziek is er echter ook in het straatbeeld van New York: “De zanger is moeilijk te missen, zittend op een fruitkist midden in een zijstraat. Zijn houten been steekt cool naar voren; zijn echte draagt zowel de beat als het gewicht van de gitaar.” Later staan koperblazers op het dak van een pand en spelen de klarinetten eruit om het frisse licht van de lente kracht bij te zetten. Muziek is er in woord én in klank. Dat muziek een levensbehoefte is, komt het sterkst naar voren rond de vogel die niet wil eten. Pas als de kooi op het dak wordt gezet, waar de melodieën naartoe waaien, knapt de vogel op en eet weer en heeft en geeft plezier.
New York

In een boek dat speelt in de laatste decennia van de negentiende en het eerste kwart van de twintigste eeuw kom je na 1918 invalide veteranen tegen, ook in de Verenigde Staten, maar om het racisme kan je ook bepaald niet heen. Dat was ook toen alomtegenwoordig in de maatschappij en nog gewelddadiger dan nu. Maar er was ook destijds al het snerende en neerbuigende racisme: “Ga daar maar niet zitten, liefje, je weet nooit wat ze hebben.”
    JAZZ speelt in New York, de enige stad in de Verenigde Staten waar verschillende groepen door elkaar woonden, vertelde Morrison in 1993 in het al aangehaalde interview. Dat is een gegeven voor het verhaal: de mensen gaan van het platte land, naar het Noorden, en naar de stad en leven er zonder de nadrukkelijke ideologie van raciale scheiding.

Moord

Toch gaat het op een ander vlak meteen mis in het boek. De pleegdochter Dorcas wordt uit jaloezie vermoord door Joe Trace een handelsreiziger in cosmetica, de man die een affaire met haar is begonnen. Morrison zegt dat ze de plot graag meteen prijsgeeft. De mensen die dan doorlezen zijn zij die van haar taal houden en/of die willen weten wat de achtergrond van de dramatische gebeurtenissen is. Voor wie het boek gaat lezen is er dan ook nog heel wat verklarend verhaal over en ook in die achtergrond hier speelt racisme een doorslaggevende rol.
    Waar kom je vandaan, wat is je achtergrond? Dat zijn de vragen waarop in
JAZZ antwoorden worden gezocht. Zowel van Joe, zijn vrouw Violet, Dorca als Alice Manfred krijgen we een beeld via welk pad ze terecht zijn gekomen in het New York van de jaren twintig van de vorige eeuw. Vrolijk maken die geschiedenissen niet.
    Joe Trace is een man waarvan iedereen denkt wat een fijne en betrouwbare kerel; een man die voor iedereen klaar staat en het beste wil. Hij is geïnteresseerd, luistert en is vriendelijk. Maar liefhebben kan hij niet. De manier waarop hij in de wereld kwam, de houding van zijn moeder hebben hem daarvan vervreemd.

Book of the dead

Foto: James Van Der Zee uit The Harlem Book of the Dead.
via: Book Review 1: Toni Morrison – Jazz.

 
Morrison vertelde dat een foto aan de basis van de roman stond. In New York maakte de gerenomeerde fotograaf James Van Der Zee portretten van dode mensen. Een baby op de arm van de vader, een meisje van 18 in een kist. Dat meisje werd in Jazz, Dorca. Ook het meisje in The Harlem Book of the Dead werd vermoord uit jaloezie. En het schijnt dat ook zij verborgen hield wat haar overkwam, zodat haar voormalige geliefde die haar net had neergeschoten kon ontkomen. De vrouw uit JAZZ in wiens huis het feestje wordt gegeven, is er ook niet rouwig om dat de politie niet bij de moord op Dorca wordt gehaald. Haar vriendin Felice maakt zich kwaad, omdat ze meent dat door de ernst te ontkennen ze haar eigen dood koos. De ambulance die Felice belde kwam ook nog eens te laat.

Jaloezie
Dorca kijkt anders naar Joe dan zij die hem beschouwen als een goede buurtbewoner. Ze vindt hem er voor een man op leeftijd goed uit zien. In zijn affaire met haar gaf hij cadeaus, adoreerde haar, maar gaf er niets om hoe ze eruit zag, wat ze at, hoe ze lachte, of ze wel of geen bril op had. Hij gaf er niet om, maar zij wel; ze wilde een identiteit hebben, zo stelt ze om het verschil tussen de relatie met hem en een ander te onderstrepen. De ander was het vriendje waarmee ze hem jaloers wilde maken, Acton. Die oefent wel invloed op haar uit om te zijn zoals hij wil dat ze is en te doen wat hij wil dat ze doet. En jaloers krijgt ze Joe, met de fatale gevolgen. 
Politie
Ook Alice Manfred, de pleegouder van Dorca, haalt de politie niet bij de moord en de aanval op het lijk door de vrouw van de dader, omdat de kennis die ze heeft van het zwarte leven in de Verenigde Staten haar duidelijk maken dat dit zinloos is. Als er dan toch ingegrepen wordt tegen witte politiemannen die zwarten vermoorden dan zegt de moeder van Felice: 
“dat ze blij is dat ze gearresteerd worden en dat het daarvoor tijd zou worden.” Haar man reageert sarcastisch met: “Het verhaal kwam in de krant, omdat het nieuws is, meisje, nieuws.”
Omstandigheden

Waarom houden mensen van elkaar, wat trekt hen aan. De wiegende heupen, de mooie ogen, het intrigerende, de spanning, er zijn veel redenen en veel daarvan komen terloops of nadrukkelijk aan de orde. Dat het vaak niet goed loopt, hoeft niet te betekenen dat ook die kanten niet aan relaties en liefdes zitten. Het is een belangrijk thema in de jazz compositie die Morrison schreef. Het gaat ook over andere menselijk gedrag: het goedpraten van een misdaad, het juist beklagen van de misstap, het uitschakelen van een moreel geweten en het sterken van het eigen gelijk. Of juist de vraag stellen of het anders was gelopen als de omstandigheden anders waren geweest. Geen geringe onderwerpen en inderdaad groter dan een plot. Onderweg komt de lezer langs beeldende en indringende verhalen, zoals dat van de vrouw die niet voor niets Wild werd genoemd en wiens zoon uit de boom viel waarin hij sliep. 

Lachen

Violet Trace gaat kort na de moord op bezoek bij Alice Manfred. Alice heeft de moord versterkt door het opgebaarde lijk aan te vallen met een mes. Het is dan ook ongepast en intimiderend dat ze langs komt bij wie tegenoveer haar zou moeten staan. Waarom gaat ze op bezoek? Niet om zich te verontschuldigen, maar eerder om aan te tonen dat haar en haar man geen blaam treft, die ligt bij het niet eens zo mooie, maar wel zeer jonge slachtoffer voor een man van vijftig. Zo blijf ze zelf overeind, terwijl wie geholpen zou moeten worden een klap in het gezicht krijgt.** In en gesprek vol kartels komen de twee toch bij elkaar. Voor beide geldt: is dit het leven, is dit alles wat er is. Het nauwere contact ontstaat doordat de een de loszittende voering in de jas van de ander repareert en groeit uit het lachen om een brandplek door de strijkbout. Sterker nog, er ontstaat een vriendschappelijke band die eindigt in de zinnen: “Violet besefte weer wat ze was vergeten: dat lachen serieus is. Ingewikkelder, serieuzer dan tranen.”

 

She carried an Okeh record under her arm and a half pound 
of stewmeat wrapped in pink butcher paper
.


Hierboven een van de vele Okeh LP's en singeltjes 
die te vinden zijn in het internet archief.


Noten:
* Ik meen me ook te herinneren dat ik ergens een opmerking van Morrison tegenkwam dat ze niet van jazz houdt. Maar dat zat toch anders. Het is personage Jadine in Tar Baby, die zegt dat ook al is ze zwart, ze Mingus toch echt slaapverwekkend vindt. Waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je aan een zwarte huid geen zogenaamd zwarte eigenschappen moet kleven.
** Safae el Khannoussi vraagt zich tijdens een radio interview af waarom beul Yousef Slaoui in haar roman Orropa op bezoek gaat bij zijn voormalige slachtoffer Salomé Abergel als beiden in Amsterdam wonen. Daar ontstaat geen band uit. Die wordt, mijn inziens terecht, bruut verbroken, maar zoekt Slaoui ook naar verzoening? Hij leeft in een ander land en is niet meer de man van destijds er is een andere situatie. El Khannoussi zegt niet te weten waarom hij het doet. Ze beschreef hem om zijn persoon te begrijpen, maar doet dat nog niet helemaal. In JAZZ is het verhaal ook extreem, maar wel kleiner, en het wijst naar een zelfde soort missie.

zaterdag 9 november 2024

Tar baby


Toni Morrison schreef met Tar Baby een liefdesaffaire tussen Jadine en Son, twee zwarte Amerikanen uit verschillende werelden. Jadine is een aan de Sorbonne-afgestudeerd kunsthistorica en fotomodel. Ze werd in haar opleidingscarrière ondersteund door de Streets, een rijke blanke familie, waarvan de man leeft op een eiland in de Caraïben, een plek waar zijn vrouw hem slechts af-en-toe en met tegenzin bezoekt. Son is een vrijgevochten man, die een ander soort Engels spreekt en aanspoelt bij het landgoed van de Streets en daar als stiekeme indringer in huis eten zoekt. Nadat hij in een kast ontdekt is, ontwikkelt zich een band tussen hem en Jadine. Als ze terug zijn in de Verenigde Staten ontdekken de geliefden dat de kloof tussen hen te groot is om te overbruggen.

Jadine is een kosmopoliet en Son is opgegroeid in een klein bekrompen en benauwend dorp in Florida. Een verschil in culturele achtergrond kan botsen en een relatie verstorende rol spelen. Tar Baby is dan ook meer dan een liefdesverhaal, het is zelfs geen verhaaltje, maar een zoektocht naar hoe mensen van verschillende kleur, gender, culturele achtergrond en klasse kunnen samenleven of juist niet.

De vrouw die me het boek gaf, zei dat ze het verhaal over de Tar Baby had opgezocht. Van YouTube haal ik zelf een voorgelezen Broer Konijn versie uit de pre-Disney tijd. De pop van teer zit er aan de kant van de weg om met zijn plakkende lijf het slimme konijn te vangen .

Bespreking gaat verder onder youtube



In het verhaal komt zwart als teer al snel langs. Jadine loopt door een supermarkt waar iedereen als aan de grond genageld in de gangen tussen de schappen staat als een vrouw voorbij komt. Waarom? Is het haar lengte of de huid die als teer tegen de kanarie gele jurk afsteekt? Die vrouw koopt tegen de regels in drie eieren die ze uit een doos haalt, ze betaalt naar eigen inschatting en wandelt vervolgens onverstoorbaar de winkel uit. Is dit de pop van teer uit de titel? Vrijwel aan het eind van het boek keert de vrouw in het geel met drie eieren nog eens terug als een van de vele vrouwelijke rivalen die Son ook willen winnen en als beangstigende geesten Jadines kamer vullen. Maar willen die geestverschijningen wel iemand strikken?

Jadine heeft harde noten te kraken. Ze moet de man kiezen die ze wil trouwen. Een van de kandidaten steekt er boven uit; hij is slim, grappig en sexy. Toch twijfelt ze. Wil hij mij of wil hij een zwart meisje, dat wil zeggen elk zwart meisje dat op mij lijkt? “En wat zal er gebeuren als hij erachter komt dat ik oorringen haat, dat ik mijn haar niet hoef te ontkroezen, dat ik Mingus slaapverwekkend vind, en dat ik soms uit mijn huid wil kruipen en alleen de persoon binnenin wil zijn – niet Amerikaans – niet zwart – slechts mezelf.” En dan komt ook Son nog voorbij.
   Jadine past overduidelijk niet in een mal. Ze is goed opgeleid. Een vrouw van de wereld. Iemand die het gemaakt heeft, met hulp van een witte, puissant rijke man, de snoepfabrikant Valerian Street, waarbij haar oom Sidney en tante Odine in dienst zijn als bediende en kokkin. Zij zijn het ook die haar opvoedden toen ze wees was geworden en haar bijstonden waar ze konden. Dat was de reden dat ze in het huishouden van Street terecht kwam.

Zwartwitschema's passen het hele boek van Morrison niet. Ja er is witte dominantie en zwarte onderdanigheid. Maar ook dat blijkt opeens schone schijn. De lagen worden afgepeld. Je geliefde pijn doen komt bij verschillende personages voor, angst om te moeten confronteren wat je waarnam legde een tol op vrijheid, en rijkdom veranderde in verveling en apathie. Toch blijven ook gijkte misstanden niet onbesproken, sterker nog ze komen duidelijk naar voren. Het zijn met name Nadine en Son die dat onrecht met kracht naar voren brengen. Het is de wereld waar ze vandaan komen en toe behoren die door deze misstanden gevangen bleef. Er is kritiek op handelen uit een positie van (witte) macht. Maar het aankaarten van de wantoestanden zijn niet de laatste woorden. Er worden mensen beschreven, geen clichés.

Het boek levert vanaf het begin zinnen om zachtjes op te kauwen, van je ene in de andere hand te laten glijden of in ieder geval met aandacht nog eens over te lezen. “Ze gaven haar zorg, maar onthielden haar aandacht,” schrijft Morrison in de introductie van een andere schone, Margaret Street, als het over haar ouders gaat. Ze is de witte vrouw van de industrieel. Margarets ouders gaven hun energie aan de andere kinderen en wat ze overhielden gebruikten ze om de problemen te overleven in het land waar ze zich niet welkom voelden als ordinaire bewoners van een woonwagen. Ook hier geen geijkt patroon. Er is immers niet één identiteit waarop mensen de maat genomen wordt, maar meerdere identiteiten.

Dat Margaret geen emotionele steun van haar ouders (en niet van haar man) kreeg is tevens een verklaring voor haar latere gedrag als jonge vrouw en moeder. Ze is onzeker geworden en alleen in het gezelschap van haar zoon Michael is ze rustig en aandachtig. Ook hierbij zijn de achterliggende gebeurtenissen ironisch en paradoxaal. Rechtlijnigheid is niet de stijl van schrijven die Morrison in Tar Baby hanteert. Het is eerder zo dat na iedere bocht nog een andere kromming op kan duiken in de vorm van een nieuwe visie op gebeurtenissen, een onverwachte draai in het verhaal, loskomende opstandigheid etc.

Onverwacht zijn ook de ollieballen (sic!) die opduiken als gerecht met koffie en brandy op kerstavond. Ze worden gemaakt van gist, eieren, melk, suiker, citroen , bloem, rozijnen, appels en boter. Het zijn een soort Nederlandse donuts zonder gat. Het is een traditional in de familie van Valerian. Het bakken ervan wordt besproken op een moment dat het leven niet stuk lijkt te kunnen.
    Dan bloeit ook de hydrangea eindelijk (ook in het Engels meestal hortensia genoemd), omdat Son wist hoe hij ze aan het bloeien moest krijgen. Onverwachte kennis bij hem, maar als man van het land wist hij dat.

Ook Margaret wordt een Tar Baby, een “val aan de kant van de weg” genoemd. Het zwarte van het teer blijkt niet het zwart van de huid. Ook een witte vrouw kan een teerpoppetje zijn. Later komt er nog een fictieve Tar Baby voorbij, in een beledigende metafoor voor Valerian, die alleen zogenaamd de opvoeding van Jadine voor zijn rekening nam, terwijl dit eigenlijk werd gedaan door oom en tante die verder niet voor vol werden aangezien.

De Tar Baby die Broer Konijn uit de clip treft langs de kant van de weg heb ik niet gevonden in het boek. De uit woede geboren versie van Son voor Valerian komt nog het dichtst bij. Jadine ontkende echter furieus dat dit stempel klopte. Het spoort ook niet met de kleefpop zoals Morrison die zelf verwoordde tijdens een interview (geciteerd op wiki):
Tar Baby is een naam (…) die witte mensen geven aan zwarte kinderen, zwarte meisjes, herinner ik me. Maar een teer put is ook een heilige plaats geweest, of op zijn minst een belangrijke plek, omdat teer werd gebruikt om te bouwen.
Het hield zaken bij elkaar, zoals het biezen mandje van Mozes en de piramides.
Voor mij betekent de tar baby de zwarte vrouwen die de dingen bijeen houden.
— interview met Morrison door Karin L. Badt (1995)
De Tar Baby heeft in het verhaal van Morrison een nieuwe betekenis gekregen. Van de negatieve connotatie met een mormel voor valse streken naar een positieve. Waren de vrouwen die als geestverschijningen opdoken in de kamer van Jadine, een kamer zonder ramen die voelde als gevangenis, geen bedreiging, maar een waarschuwing? Gaven ze een aanwijzing om juist niet opgesloten te raken? Te leven. Het is een boek vol vragen en af-en-toe een antwoord.

Het draait vooral om het verschil in identiteiten van de personages. Wat betekent dit voor de mensen zelf en de verhoudingen tussen hen? Waarom weet niemand dat de tuinman Gideon heet en is zijn roepnaam Tuinman alsof hij geen persoon maar zijn functie is. Het zwarte personeel lijkt sowieso meer op een meubelstuk of apparaat in de huishouding, dan dat ze als mensen met rechten en een leven worden gezien. Je van hen ontdoen als ze niet helemaal in de pas lopen kan ook, net als bij een oude koelkast. Ook dat schema sneuvelt dan weer elders in het verhaal. Margaret en Ondine konden samen wel fijn roddelen en dat blijven ze doen ook toen ontslag meer voor de hand lag en verwacht werd. Dat amicale contact lukte lange tijd niet meer door wat daar tussen hen in kwam en dat was geen zwartwit kwestie. En werd ook Son door zijn vader niet zoon genoemd: naar zijn functie?

Jadine, Son en de Streets (man, vrouw en hun zoon) gaan de kant op die van hen verwacht kan worden en zo blijken de clichés weer overeind te staan als ijzeren frames waar het leven zich al snel naar voegt. Voor Son zijn het geen waarschuwende vrouwen, maar ruiters die door de Moerassen en heuvels van het Caraïbisch eiland trekken, “kattaklop, kattaklop, kattakattaklop”. Even leek het anders te kunnen gaan. Maar daar zijn we nog niet.

maandag 20 mei 2024

Song of Solomon


Nooit stilgestaan bij de vraag of er verschillen zijn tussen zwarte en witte skeletten? Dan moet je Song of Solomon lezen. Heb je hier al wel over nagedacht dan heb je het boek vast al gelezen. Zo niet, zet het op je lijstje. Ook als je het een naar onzinnigheid neigende vraag vindt. Het boek is geschreven door Nobelprijs voor de literatuur laureaat (1993) Toni Morrison. Ze was daarmee de eerste zwarte vrouw die zo hoog in het literaire zadel werd gezet en voorlopig de laatste.

Song of Solomon verscheen in 1977. Het doet ertoe dat het geschreven is door een zwarte vrouw. Want als zij schrijft 'please kenden ze niet', zwarten werden niet eens in het ziekenhuis – met de naam Mercy (genade) – opgenomen, en hoe de politie eerder gevaar en vijand was dan beschermer, dan vertelt ze over een wereld die haar en haar familie bekend was. Het speelt in de jaren twintig tot zestig van de vorige eeuw. Dus ruim voor de laatste opleving van zwart protest voor een veilig leven.

En het doet er ook niet toe. Want het is een boek om van te genieten en te gruwen. Het is geschreven door een mens met een lenige en creatieve pen. Een schrijfster die niet alleen een verhaal vertelt, maar dat ook nog laat worteltelen in de geschiedenis en het leven van velen. Met bovendien een zoon, Macon, als hoofdpersonage, waarin zij zich inleeft. Oók losgezongen van de identiteiten is het waardevol. 

Het is enigszins absurd en toch gewoon; alsof het zo hoort en gaat (een schrijfstijl om van te houden). Al in het begin denkt een man met aangeknoopte vleugels over een meerweg te kunnen vliegen vanaf het dak van het ziekenhuis. Hi wil van Zuid naar Noord, als vlucht vanuit de Verenigde Staten naar Canada. Dat zijn meerdere intelectuele ideeën, onverschrokken dapperheid en gekheid in een situatie. Macon, wordt ook Milkman genoemd, omdat zijn moeder, uit een gebrek aan liefdevolle aandacht van haar man, hem veel te lang de borst gaf. En er is een protagonist zonder navel: “Als dat waar was, dan kon alles waar zijn, en waarom zouden er dan geen geesten zijn.” Inderdaad veel vervreemder van het leven kan een mens niet zijn. En toch is juist deze tante van Macon een vrouw vol vuur.

Het is een verhaal dat mensen namen geeft. Dat loopt tot aan Muddy Waters, T-Bone en B.B. en Der Nigger. Namen om te kennen, namen om trots op te zijn, namen om van te genieten, en namen om af te wijzen. Namen van vroeger, namen bewaard in liedjes, en namen verstopt in de geografie. De familienaam van hen waar het verhaal om draait is Dead en dat leidt gemakkelijk tot bizarre en ongemakkelijke situaties. Op grond hiervan lijkt het Macon weinig zinnig medicijnen te gaan studeren, zoals zijn opa deed. Hij zag zijn visite kaartje al voor zich.

Song of Solomon dendert voorbij. Er is gewelddadig racisme, er is straffeloosheid en willekeur, neerbuigendheid van de witte burger, afstand tussen inheemse beolking en zwarten en kille afstandelijkheid van de instituties. Maar dat maakt van de zwarte individu nog niet perse een goede mens. Er zijn ook daar inhaligen, stropers (het kost een rode lynx het leven), vechtersbazen, extreem gewelddadig verzet en ongevoeligen. Maar dat alles wel in een samenleving waar je als zwarte hooguit op de tweede rang zit en reperessie je deel is. De opa van de hoofdpersoon denkt als arts wat te zijn, maar ook hij wordt met de nek aangekeken en buitengesloten. Het is Apartheid op de manier van de Verenigde Staten. De vraag wordt gesteld of elk verzet – zelfs oog-om-oog wraak –, daartegen gerechtvaardigd is of heiligt het doel de middelen niet? Sterker nog leidt een dusdanige aanpak juist weg van een betere toekomst zonder structurele onderdrukking? Zijn er niet ook goede wite mensen? Het zijn ernstige vragen binnen de contekst van de raciale verhoudingen in de VS.

In de tussentijd is er ook een witte pauw die wel wel wil maar niet kan wegvliegen. “Hoe komt het dat hij niet beter kan vliegen dan een kip?,” vraag Macon Dead aan zijn vriend Guitar. “Wil je vliegen, dan moet je alles opgeven dat je beneden houdt,” antwoord die. Die vogel met zijn imposante staart levert zo een bijdrage aan een van de thema's het boek, het vliegen om de balast kwijt te raken.

Op het platteland leeft een stokoude vrouw. Circe stamt nog uit de voige eeuw, Ze leeft in een vervallen huis, vergane glorie. Ze leeft er met dertig honden. Ze is goed in genezen, betrokken bij mensen en heeft voldoende kwaliteiten om hoofdzuster te zijn in bijvoorbeeld Mercy. In plaats daarvan traint ze de honden en is haar grootste wens dat als ze gestorven is: gevonden te worden voordat de honden haar opeten. Ze bleef in dat huis waar de anderen gingen. Haar bazin doodde zichzelf liever dan het werk te doen wat haar bediende al haar hele leven deed. “Hoe zal ze mij gezien hebben,” vraagt Circe zich dan ook af. Het tekent in grimmige kleuren de verhoudingen in een landhuis.

De laatste twee hoofdstukken ronden af en geven het verhaal zijn betekenis. Je hebt dan ondertussen een reis gemaakt door de zwarte geschiedenis van de eerste helft van de twintigste eeuw. En er wordt daarbij ook over de schouders gekeken naar Afrika en de slavernij. Het animisme van weleer blijkt halverwege de twintigste eeuw nog betekenis te hebben; al is het maar in de vorm van levenslessen over de waarde van vliegen. En daarmee is het verhaal rond.