Posts tonen met het label mei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mei. Alle posts tonen

zaterdag 28 mei 2022

Boeken in mei

Laatst gelezen boek boven.


Drie rabiate legendes van de zeer gewaardeerde Tsjechische schrijver Bohumal Hrabal zijn in 2007 uitgegeven als deel 2 in de Moldaviet serie van uitgeverij Voetnoot (ik besprak eerder deel 31) om een iets andere, iets rauwere Hrabal voor te stellen, aldus het nawoord.

Of het anders is weet ik niet, er ligt een boek van hem te wachten, maar dat zal na deze verhalen het mijn eerste zijn. Rauw zijn deze verhalen zeker. Een feest en bras partij met opgegraven lijken als gezelschap is zonder meer woest. Het lijkt ook een allegorie voor een ingedut bestaan dat de doden nodig heeft om leven in de brouwerij te brengen. Het is geschreven met een losse pen en als een punkachtige fanfare optocht, die maar nauwelijks te volgen is. Ze verdient verwerking in een lied van de Zaanse Kift en meer lezers.

De dominee die naar een doopfeest gaat en onderweg een ree de weg afrijdt, het dier vervolgens in een woeste worsteling doodt, en zo zijn kleren met bloed besmeurt, en met aarde bevlekt. Zijn auto wordt van binnen en buiten vernield. Het is een schimpscheut naar het geloof van een dominee die het stropen niet kan laten en daarmee niet alleen uiterlijk, maar ook in wezen zijn geloof in zijn hemd zet. Je kan dat zonder voorbehoud anders noemen. En passant wordt het huwelijk afgeschilderd als een uit seks optrokken kooi voor vaders die zich er niet uit willen vechten. Al speelt ook bij deze welbekende, op platte mannenmacht geschoeide, lezing ervan de dominee de hoofdrol.

Het laatste verhaal is nauwelijks een verhaal te noemen. Rabiaat is het wel. Het volgt op een artikel van Hrabal in de krant Rudé Pravó, waarin hij schreef dat een actrice Julinka vanwege het partnership for peace bezoek van president Clinton haar kut heeft schoongeschrobd tijdens een voorbereiding van de plechtigheden. Alsof het nog niet genoeg was dat ze haar borsten ontblote, moest er nog “wat dynamiet in de tekst,” meldt Hrabal. (Over Julinka schreef Hrabal De legende van de mooie Julinka (verscheen in een bundel in 1968.) Hrabal was op verzoek van president Havel bij het bezoek van Clinton aanwezig en sabbelde aan haar borsten. De werkelijkheid was nog vreemder dan het verhaal. Maar zonder het tweede had ik nooit naar het eerste gezocht. Deze derde tekst laat bovendien zien dat de schrijver de wereld met een korrel zout nam, zelfs in het bijzijn van twee presidenten lapte hij decorum aan zijn laars.

Voor inleiding op zijn leven en werk is er een uitgebreid nawoord. Er is ook een lijst met genoemde vertalingen. Dat Kees Mercks De legende van de mooie Julinka vertaalde staat daar nog niet bij. Die uitgave verscheen in 2013 in een oplage van 250 bij uitgeverij Pegasus.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Een venster op het Buitenhof van A. Alberts is een historische roman over een Nederland in de kinderschoenen. Het speelt kort na de afloop van de oorlog tussen Oranje en Spanje, halverwege de zeventiende eeuw. En daarmee ook rond de periode van stadhouder Willem II van Oranje, die een prominente rol speelt in de verwikkelingen. Hij wilde de macht van Holland bestrijden. De provincie voerde oppositie tegen het handhaven van de hoge de militaire uitgaven en kwam mede daardoor in aanvaring met de oranje stadhouder die door een dergelijke bezuiniging aan macht zou inboeten.

Het boek begint met de dochter van de invloedrijkste ambtenaar van de Hoogmogende Heren Staten-Generaal, de griffier Musch, die haar testament op laat maken. Mevrouw Buat (Elisabeth Musch) is kinderloos weduwe. Haar man, Ritmeester in dienst van de Staten van Zeeland, werd eerder op het schavot onthoofd. Dat gebeurde wegens correspondentie met de vijand, meldt de roman, vanwege pogingen om vrede met de Engelsen te sluiten, waar Johan de Wit het niet mee eens was, volgens anderen.

Constantijn Huygens dichtte:
OP BUAT, ONTHOOFT II. OCT. 1666. EX LATINO MEO
Hier light een schuldigh man, van Hooft en Hals berooft,

Die, doen hij schuldigh wierd, een’ hals had, maer geen hooft.
Het rijmpje heeft het boek niet gehaald. Wel een grafschrift op Cornelis Musch. Dichters spelen een redelijk promimente rol in deze geschiedenis. Musch is de schoonzoon van de dichtende raadpensionaris Jacob Cats.

Mevrouw Buat woont inmiddels als een gravin in Frankrijk. De Hollandse bezittingen zijn niet verbeurd verklaart: “Dat schijnen ze daarginds niet zo gauw te doen,” zegt de notaris tegen zijn klerk. Er lijkt weinig veranderd. Het bezit wordt in Nederland nog altijd goed beschermt en de Zuidas is dus niet van gisteren, maar heeft een lange voorgeschiedenis. Mensen onthoofden gebeurt wat minder en ook in Holland gaan ze inmiddels akkoord met het in een voorjaarsnota miljarden extra uitgeven aan de krijgsmacht.

Corruptie gedijt het best in tijden van oorlog en niet iedereen is daarom zo blij met de Vrede van Münster in 1648. Willem II moest “als eerste van zijn familie het hoofd bieden aan vrede,” ziet Musch die de oorlogsvoordelen zag verdwijnen. Musch heeft zich verrijkt door alles wat te verkopen viel te verkopen, aan alle partijen. Hij vulde zijn zakken met Frans geld om geen vrede te sluiten (Frankrijk had belang bij een extra oorlogvoerende partij tegen Spanje) en met geld uit Brussel om juist wel een vredesverdrag te krijgen. Hij maakte daar geen geheim van want hij geneert zich nergens voor, aldus Amalia van Solms de moeder van Willem II. Na de oorlog zet hij zich in om de Unie te verstevigen om niet ook dit lucratieve orgaan te verliezen. Hij streefde naar een absoluut vorst die de touwtjes in handen had en de macht van Holland zou breken.

Holland won het pleit en griffier Musch overspeelde zijn hand. Er wordt vastgesteld dat hij voortaan niet meer zijn eigen draai aan de verslagen van de vergaderingen mocht geven. Onderhands wordt hem te verstaan gegeven dat het doorspelen van informatie ook niet meer getolereerd wordt. Bang voor een onderzoek naar “corruptie binnen de staat en dan vooral onder ambtsbekleders,” is hij niet. Een onbezonnen stuk aan de prins Willem II over Holland zal hem wel de kop kosten als het bekend wordt. Hij slaat dan liever de hand aan zichzelf, zo lijkt het, om te voorkomen dat zijn bezittingen verbeurd worden verklaard. Hiermee zijn we weer terug bij het testament van mevrouw Buat. De Republiek gaat zijn stadhoudersloze tijdperk in.

Het boek nodigt uit om de geschiedenis in te duiken. Mislukte staatsgrepen, verwrongen familierelaties, zwendel en gramschap, het is er allemaal terug te vinden. Een verhaal als dit, een geschiedenis als deze, geeft zelfs het heden handen en voeten.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven.

Met Wolf Brother van Michelle Paver heb ik een kinderboek te pakken. Het stamt uit 2004 en sloeg aan. Het is vertaald in 28 talen, waaronder Nederlands, Chinees en Spaans. Het grootste deel van de wereld heeft het dus kunnen lezen. Het is het eerste boek in

Dit keer had ik het gevoel wel degelijk een boek te lezen geschreven voor de leeftijdsgroep 10-15 jaar en niet voor jonger of ouder. Al zijn er natuurlijk altijd uitzonderingen als ikzelf. Fantasie die 6.000 jaar geleden speelt, een verhaal waarin een jongen de taal van wolven begrijpt en een beetje spreek, het spreekt me blijkbaar aan.

Het gaat ook over verlies van dierbaren, onmogelijke relaties, vriendschap, over collectief versus individu, machtshonger, onrecht en visies op de rol van de mens in en met zijn natuurlijke omgeving. Het is een fantastisch boek om jezelf het leven in te slingeren. Bovendien is het een goed verteld avontuur en daarmee ook voor de oudere mens een fijne vlucht uit de realiteit.
 

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Liefde in tijden van wereldwijde klimaatverandering van Josef Pánek heeft een titel en een omslag die het boek een onaantrekkelijk uiterlijk geven. Soms moet je je daar niets van aantrekken.

Liefde … is geschreven vanuit een menselijk hoofd, wat gedachten breidt, maalt en herhaalt. De feiten bij dezelfde spinsels veranderen mee met de stemming van Tomáš, een geneticus uit Tsjechië. Hij is conferentieganger op een wetenschappelijk congres in India.

Bij de universiteit, omheind met hoge muren en afgezet met glasscherven, komt hij het enige groene gras in het land tegen en ook het meisje met spijkerbroek dat hij eerder fotografeerde in een slum – die geen slum bleek maar een gewone wijk. Er is ook het knipmessend hotelpersoneel, de herrie en chaos op straat. Het leidt tot een cultuurshock.

In India komt hij er ook achter dat hij als wetenschapper niet slimmer is dan anderen, dat kennis en wijsheid niets voorstellen, bijvoorbeeld omdat hij zonder internet geen idee heeft wat hij doen moet. Als er geen wifi is, staat hij met lege handen. Zijn kennis wordt nog verder gerelativeerd als hij vertelt dat hij zich thuis in Tsjechië niet wist te weren tegen de doortrapte bouwondernemer die zijn naïeve zakken leegklopte. We weten niet zoveel als we denken te weten. Soms is wat een waarheid als een koe leek, een aanname op losse schroeven. Ogen, oren, hoofd open, dan kom je verder. Je weet dit wel, soms moet je het weer eens lezen.

De vertelstijl is tegelijk vermoeiend als overtuigend. Welk hoofd denkt immers niet in net niet ronde cirkels om omstandigheden te plaatsen. Voor Tomáš is zijn onmogelike omgang met anderen nauwelijks te harden. Ook met het leven in het hotel in Bangalore heeft hij de grootste moeite. Zelf heb ik me ooit hetzelfde gevoeld in het Tower Hotel in Seoul. Pas toen mijn kamergenoot kwam*, een Duitse Korea kenner, kreeg ik mijn gedachten weer onder controle. Voor de Tsjech is het een veel jongere en slimme Indiase die de druk van de ketel neemt. Ze hebben nogal wat gemeen. Hij is losgeslagen van het bekrompen land van zijn jeugd en nergens meer thuis. Zij doceert in de Verenigde Staten en past daarom niet meer in haar eigen ouderlijke omgeving.

Tomáš vertelt haar verhalen. Zij geniet er van. Zo komt hij als Oost-Europese student in IJsland. Hij heeft onvoldoende kennis van klimaat, mogelijkheden en kosten (zelfs een jeugdherberg is ver boven zijn budget). Juist dan beleeft hij het grootste avontuur van zijn leven. Buiten is het er koud en de natuur is niet getemd en bijt letterlijk in je hoofd. Gelukkig zijn de IJslanders vriendelijke mensen en was de weg nog niet overal geasfalteerd.

De geneticus braakt ook rascistische gedachten uit, hij ontkracht ze wetenschappelijk, loopt weer tegen zijn vooroordelen op en gaat ze weer te lijf met woorden of daden. Op een zelfde manier denkt hij na over zijn hechting en onthechting en zijn geloof in mensen. Zijn denkbeelden over het arme India worden van kanttekeningen voorzien door zijn conferentieliefde die te mooi is om waar te zijn.

Het boek heeft een nogal gekunstelde titel waar de wereld uit globálnich klimatických zm
ĕn letterlijk lijkt te zijn vertaald. Je kan dat 'global' in het Nedelands weglaten, maar in een boek waar we aan de hand van de verteller in IJsland, Noorwegen, Tsjechië, India, Australië en Chili komen, heeft het wel meer dan één betekenis. Het leest nu als een beginselverklaring, vrij naar Marques. Alleen Afrika wordt als continent niet aangedaan. Een reis rond de wereld in een hoofd lezen dat is pas goed voor het klimaat.

Het boek is mooier dan de kaft belooft.

* Door de machtmerrie in de titel (Südkoreas wichtigste Rüstungsprogramme; Der Alptraum von „Akte X") is het artikel dat voortkwam uit deze otmoeting in mijn hoofd blijven hangen. Het is nog steeds op het internet te vinden: https://www.asienhaus.de/public/archiv/broek.htm.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

De rest van ons leven door Els Beerten begint met de geboorte van Pedro aan het slot van de Eerste Wereldoorlog. Zijn moeder overlijdt aan de Spaanse Griep. Zijn vader besluit hem mee te nemen naar Engeland weg uit de misère.

Vader en zoon staan in een kapperstraditie. Tijdens de eerste wereldoorlog nam opa het ambacht weer op toen zijn zoon naar het front was en de ontelbare achtergeblevenen de onzichtbare slachtoffers van de oorlog. “Had hij een stenen hart, hij sloot de deur voor het volk dat niets heeft. Maar zijn hart is van goud en heel de streek kan er met gemak in. In plaats van mensen buiten te sluiten, zet hij hun namen op een lijst. Wie op die lijst staat, mag de volgende keer betalen,” maar dan komt er een veel betekende volgende alinea van één zin: “En met die lijst komt de honger bij ons binnen.” Zal dat het thema van het boek worden: al te goed is buurmans gek; een oplossing zijn voor andermans problemen ten koste van jezelf?

Ook Pedro en zijn vader zijn geweldige kappers en passen zich in Liverpool aan zo goed ze kunnen; sterker nog ze proberen op te gaan in de Engelse samenleving. Het is niet genoeg. Als Musolini een bondgenoot wordt van Hitler dan zijn zij, de brave burgers van Italiaanse komaf, de dupe.

Op 11 juni 1940 wordt besloten alle Italiaanse mannen tussen zestien en zeventig jaar op te pakken. Het boek sluit met deze aandacht voor die internering aan de boeken van Ali Smith met de titels van de vier seizoenen. Deze las en besprak ik al eerder. Ook in die boeken kwam het opsluiten van de vijfde colonne ter sprake. Ik schreef destijds

“Zomer springt ook terug in de tijd als het 't leven beschrijft van en vader en zoon die als Duitsers worden geïnterneerd op de Island of Man tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gevangenen zijn vooral Joodse vluchtelingen die bij een beetje nadenken niet als handlangers van Hitler gezien zouden moeten worden. Zelfs de pianisten Landaur en Rawicz belanden achter het hek, eerder speelden ze nog voor Koningin en Koning.

Ach in een oorlog neem je het zekere voor het onzekere en sluit je op wat je niet vertrouwt. Hoe tragisch, hoe ironisch.”

Ook hier is de tragiek groot. Onderduiken in Engeland, gedood worden door cynisch Britse oorlogspolitiek, het zijn beelden die worden neergezet door de schrijfster die eerder de zwarte en grijstinten schilderde van België tijdens de Tweede Wereldoorlog in Allemaal willen we de hemel. Ook hier vallen mensen door de mand die heldendom heet. Ook hier zijn vrouwen de redders in de nood en ontstaat een tijdelijke relatie tussen jonge man en een oudere vrouw.

De situatie tijdens de oorlog in Engeland is nog maar het begin van een reis naar een bestemming, vastigheid, kortom een leven. Er staat nogal wat op dat spoor naar voorspoed: armoede en feodalisme in Italië; ongezonde mijnarbeid; de enorme gevolgen van verkrachting voor de slachtoffers; afrekeningen en moord. Het zijn grote misstanden die voorbijkomen in een boek dat desondanks door de heldere stijl en de pakkende zinnen prettig wegleest.

Met een kam en een schaar zijn kapotgemaakte kapsels weer recht te leggen. Een vers gekipt hoofd geeft weer een week lang goede zin:
“Het klinkt bijna te mooi om war te zijn. Wat willen mensen in oorlogstijd liever horen dan berichten die te mooi zijn om waar te zijn.” En met een bokshandschoen kanaliseer je de woede: een methode van zelfbescherming. En met een pen geef je hier vorm aan en laat je zien dat een kapsel als Ingrid Bergman geen garantie is voor een goede afloop.

Allemaal willen ... werd neergezet als jeugdliteratuur, maar was ook aan volwassenen aan te raden. De rest van ons leven is een boek voor volwassenen, dat ook door jeugd kan worden gelezen. Het debat over de zin en onzin van de categorie jeugdliteratuur woedt al tijden. Beerten staat er met haar boeken midden in. De term Literatuur zonder Leeftijd is op beide van toepassing. Voor de een is het belangrijk dat de verschuivingen van vertellersperspectief laten zien dat voor iedere generatie het groeien met hordes gepaard gaat. Voor een ander is het de empathie die door een goed neergezet karakter wordt versterkt.

In het nawoord lees ik dat het levensverhaal van ene Nathale Iuliano (2017) aan de basis van het boek stond. Je proeft tijdens het lezen al dat er een link naar een werkelijk persoon is. Al had ik dat verband aan een van de twee vertellers geknoopt. Maar wat mijn vermoeden wel laat zien, is dat de werkelijkheid, de geschiedenis, er toe doet in het boek en geloofwaardig is. Dat is een literaire kunst die Beerten verstaat.

De schaar, de kam, de geur van vlinders en de muziek zijn nodig om gelukkig te maken, ook al zijn er de mijnen met hun zwarte stof, de maffia, armoede en steeds weer de oorlog. Het is een boek vol hoop zonder dat de rottigheid miskent wordt. Of de hoofdpersoon met zijn grote hart zich daarbij wegcijfert ten koste van hemzelf? Het antwoord zou teveel van het einde verklappen.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.

maandag 1 juni 2020

Boeken in mei


Laatst gelezen boek boven

De moeder van marathonloper, BN'er en cabaretierDolf Jansen is in Ierland geboren. In het programma Verborgen Verleden gaat hij opzoek naar de Ierse Roots. Opa verzette zich tegen de Engelsen op het eiland en was in dat verzet een hele meneer die een serie gevangenissen van binnen 'mocht' bekijken, zo blijkt uit een dagboek. Dolf is er trots op en put inspiratie uit dit verzet, want wat hadden die Engelsen in Ierland te zoeken? Niets. Helemaal eens.

Maar daar komt geen punt, maar een komma, want na het verdrag tussen Ierse Republiek en Engelsen van 1921 was de strijd immers niet beslecht. De Engelsen behielden het economische belangrijke Noord-Ierland en het verzet leefde in de jaren zestig in Noord-Ierland weer op. Maar zo'n komma betekent ook ruimte voor vragen als: Wat betekende het verzet voor de inwoners; Welk verzet was wel en welk niet geoorloofd; en Hoe raakte mensen in de Ierse strijd betrokken en hoe kwamen ze er uit?

De door Bernard MacLaverty beschreven Cal is een jongeman die zich in de jaren tachtig laat zich inzetten bij republikeinse acties. Het gaat niet van harte, maar hij komt er ook niet onderuit en wordt als aansporing bedreigd met geweld. In die context en met een pijnlijke romance gaat het boek over mooi en lelijk, nieuwsgierigheid en privacy, werk en werkeloosheid, vertrouwen en beschamen, misdaad en straf, liefde en haat, teder en bruut, katholiek en protestant, en over de diffuse situatie waarin een mens, en zeker de mens in een conflictsituatie, kan belanden. Dit alles in fijn geschreven zinnen.

Matthias Grünewald: De kruisiging 1510-1515.
De negen jaar oudere Marcella, waarop Cal verliefd wordt, werkt in de plaatselijke bibliotheek en geeft hem Misdaad en Straf van Dostojevski mee. Het is een boek met parallellen met de roman Cal. Een veertiende eeuws schilderij van Matthias Grünewald met Jezus aan het kruis is een andere kunstuiting die nadrukkelijk aan bod komt. Pijn en straf als verlossing van de zonden, het is een catharsis die  ook door Cal gezocht wordt. (Dat kerstmorgen zo'n belangrijke rol speelt in het verhaal, geeft gezien vanuit de Christelijke leer hoop.) Verder is een bom verstopt in het boek Middlemarch van George Elliot, een roman die gaat over het Engelse conservatieve plattelandsleven.

De roman laat vooral zien dat keuzes maken binnen een maatschappij waar de tegenstelling zo scherp is, minder gemakkelijk is dan de buitenstaander kan denken. De in Schotland woonachtige Noord-Ier MacLaverty is niet over de keuzes van het groepje rond Cal te spreken. Verzet moet immers ook zijn grenzen kennen en niet het verleden, maar de toekomst als horizon zien. Dolf zal het daar vast mee eens zijn en Verborgen Verleden was ook gewoon een mooie tocht langs de archieven, kroegen en kerken binnen zijn Ierse familiegeschiedenis. Wat hij zegt klopt, verzet inspireert, maar de worsteling is ook hoopgevend en een noodzakelijk deel ervan.

***


Gekke Mustafa en andere verhalen van Halil Gür bevat geen datum van uitgave. De verhalen spelen half jaren zeventig, rond en na de Turkse staatsgreep van 1971. Die gespannen situatie komt een aantal malen terug. Het Nederland dat hij beschrijft is dat van eind jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig. Op de wiki pagina over Gür staat dat het boek in 1984 is gepubliceerd; als eerste van een hele reeks.

De verhalen spelen in Turkije, met name Istanboel en kleine dorpen in het Turkse deel van Koerdistan. Een groot aantal bevat autobiografische elementen, zoals hij was ook student architectuur die niet rond kon komen, zijn kost moeizaam verdiende en in Nederland zijn plaats vond door te fietsen, turkse koffie met Nederlandse cake verorberen, werk voor koppelbazen en het gele papier kreeg na het gebruik maken van de regeling uit mei 1975 voor het legaliseren van illegale gastarbeiders die voor 1 november 1974 het land waren binnengekomen. Dit boek fungeert als een blik over de schouder en laat zien hoe moeizaam het inburgeren in Nederland ging, zelfs met de beste bedoelingen van de immigrant.

De verhalen in Gekke Mustafa zijn vooral sterk doordat ze levendig met met liefde mensen beschrijven die het niet zo getroffen hebben, zowel in Turkije als Nederland. Ze koesteren wrok, blijven ondanks alle inspanningen arm of zijn aan de drank. Er is ook een aardig verhaal hoe te ontsnappen aan de vreemdelingenpolitie en een ander hoe een zigeunerin (de benamingen Sinti en Roma waren destijds nog niet ingeburgerd) de hongerige student helpt met wat bij elkaar gebedeld kleingeld.

*** 

In grote lijnen kende ik het verhaal dat Conny Braam in het schandaal vertelt. Al voordat het boek geschreven werd, sprak ik er in de jaren tachtig met mijn collega antimilitaristen uit Haarlem en Velsen over. Het verhaal hoe notabelen en politie in de regio Kennemerland tegen linkse elementen in het verzet opereerden, haalde destijds weer eens de krant. Braam schreef het boek 16 jaar geleden. Het stond al lang op mijn lijstje, maar ik las de geromantiseerde reconstructie van dit verhaal pas onlangs.

Het is een van de vele zwarte bladzijden in de geschiedenis van de bezettingsjaren. Wie in de kanten databank Delpher zoekt op 'Velser Affaire' vind meer dan 130 treffers. Een van die artikelen heeft als onderkop “Wie aan de Velser Affaire komt breekt zijn nek”. Een citaat dat ook Braam in het schandaal optekende. En nog steeds haalt de zaak ieder jaar de krant.

Connie Braam dient de feiten niet gortdroog op. Ze houdt de grote structuren aan, maar vertelt ook het verhaal van Susan Boerhave, die als tiener binnen het verzet tal van activiteiten voor haar rekening nam, zoals koerierswerk, het ophalen van vrijgekomen gevangenen, en het liquideren van gevaarlijke personen. Na het samenvoegen van de verschillende verzetsgroepen onder één leiding, bepaalde een immorele en reactionaire leiding
wie gevaarlijk was en uit de weg moest worden geruimd (MB: het verzet in de regio had aan de top Mr. Sikkel afkomstige uit de Orde Dienst (OD), een anti-linkse verzetsorganisatie, die de plannen voor een autoritair bestuurd Nederland na de bevrijding klaar had liggen. In het boek wordt hij Sikkink genoemd). Dat jonge linkse verzetsmensen bij die liquidaties omkwamen – met Hannie Schaft (in de roman Anna genoemd) als bekendste –, was een bijkomend en bedoeld voordeel, aldus de roman. Welke invloed dit cynisme heeft op het leven van de jonge Susan en haar gezin is het belangrijkste thema van het boek.

Geschreven in de stijl van de betere streekroman, gebouwd op grondig onderzoek en met een politieke boodschap, zo zou je het boek samen kunnen vatten. Wat mij het meeste trof was de beschreven naïviteit in het vertrouwen van personen die de touwtjes in handen namen. Anderzijds een houding gebouwd op louter wantrouwen leidt tot niet tot effectief verzet. Je moet bovendien wel keihard en gestaald zijn om niet ook te gaan twijfelen in de de zin van: ben ik gek met mijn wantrouwen? Dat er bescherming tot op het hoogste niveau was (de Haarlemse officier van justitie in oorlogstijd, de hierboven al genoemde Mr. Sikkel, was zwager van oorlogspremier Gerbrandy), heeft recht doen buigen en onrecht opgericht. De Velser Affaire heeft nog jaren lang zijn sporen nagelaten op mensen die beter hadden verdiend.

De roman zou in 2013 leiden tot een 'definitief' onderzoek naar de Velser Affaire door Bas von Benda-Beckmann van het NIOD, waarin wordt gesteld dat voor opdracht uit Londen om communisten om te brengen geen bewijs is te vinden. Een recensent stelt: “De Velser Affaire” roept wel de vraag op of von Benda- Beckmann van koers veranderd is, omdat de beschikbare bronnen geen nieuwe informatie bevatten. Of dat het hem bij nader inzien verstandiger leek om geen confrontatie aan te gaan het hogere gezag, want die tentakels reiken immers ver. Zelfs nog zoveel jaar na de oorlog.” Naïviteit is veel mensen nog steeds een brug te ver. Dat Gerbrandy in 1947 betrokken was bij de plannen tot een coup, zal ook niet helpen bij het gladstrijken van de donkere plooien.

Braam heeft inmiddels heel wat volgende boeken geschreven. Onlangs kreeg ik een mail met de aankondiging van de
nieuwste roman Wij zijn de wrekers over dit alles. Deze vertelt het verhaal van Jakob Witbooi, Jantjie Jafta, Moritz Rabinowitz en Koos Abrahams en de tienduizenden zwarte, bruine en witte Zuid-Afrikaanse soldaten die vochten tegen het nazisme. De oorlog blijft een bron voor verhalen.

***

Barkskins van Annie Proulx begint met het leven van twee Franse jongemannen uit de achterbuurten van Parijs die naar Canada trekken om daar als houthakker te gaan werken: Charles Duquet en René Sel, die tweede trouwde met Mari een Mi'kmaw.

Sel

René Sel is een man die de wereld op zich af laat komen; hij ziet zichzelf als een stofje in de wind. Zo'n stofje is kwetsbaar. Hij wordt vermoord in het bos en de vermoedelijke dader neemt op grond van haar zogenaamde rechten als zijn pleegkind en vooral als blanke de eigendommen in. De familie Sel zal daardoor het verhaal beginnen zonder veel bezittingen. Die achterstand is een constante in het boek. De oorspronkelijke bewoners worden veracht, zijn vrijwel rechteloos en hebben te maken met racisme. De Sels verhuren zich als houthakkers of leven in tanende Mi'kmaw dorpen van jacht en visvangst. Een deel van hen zal leren van de blanke kennis die nuttig is. “Veel Mi'kmaw zijn gestorven met hun kennis opgesloten in het hoofd,” zegt de dochter van een Sel en een regelrechte Duke. Zij leert hen ter compensatie Westerse kennis.

Duke & sons

Charles Duguet, die zich al snel om laat dopen tot Charles Duke, neemt het leven zonder veel scrupules wel in eigen hand. Hij wordt eigenaar van een omvangrijke houthandel. Zijn leven staat in dienst van zijn zakelijk succes of dat nu gaat om het vinden van een echtgenote, het krijgen of hebben van kinderen en het binnenhalen van orders en wingebieden. Echter niet alles is te koop of te bedisselen, zo blijkt. Zijn zoon danst niet naar vaders pijpen. Ook vader Duke komt door moord aan zijn einde, maar laat een florissant bedrijf achter aan zijn geadopteerde zoons. Dat bedrijf staat mede aan de wieg van het verdwijnen van de boreale bossen van het continent. Met het verdwijnen van die bossen, verdween ook de bestaande leefwereld van mens, dier en plant. Dat is het centrale thema van het boek. De Dukes en Sels staan symbool voor dit verhaal. De Mi'kmaw worden daarbij letterlijk uit het het verhaal van de Dukes gewist en gemoord. De firma in hout gaat tenslotte over naar de Breitsprechers, een geslacht van bosbouwers met Duitse wortels dat zich de familie in trouwt.

Tijdsspanne

Het verhaal begint in 1693 en loopt tot 2013. Het omspant zo de geschiedenis waarin de blanke meende de bossen te mogen omkappen en platbranden, omdat God een dergelijke woestheid niet kon verdragen tot aan milieuactivisten die door het planten van jonge boompjes en het zoeken naar de beste plantmethode iets van de verdwenen natuurlijke rijkdom proberen terug te winnen. Het spreekt vanzelf dat het lang wachten is na het omkappen van duizenden jaren oude reuzensequoia's tot je weer hebt wat je had. Maar niets doen is geen optie.

Structuur en boodschap

In die geschiedenis speelt Amsterdam een rol, er is een link met Leiden en de Nederlandse vaart op de Oost. In Nieuw-Zeeland is het latere Duke Logging and Lumber – inmiddels onder controle van een vrouw – betrokken bij de kap van de kuari bommen. Een type boom dat goed te bewerken is, maar waarvan door de kap 95% is verdwenen.

Je zou kunnen zeggen dat het boek de continenten omspant, zoals veel recensenten doen, maar dat doet volgens mij geen recht aan het gegeven dat het vooral over activiteiten en gevolgen in Noord-Amerika gaat. Wat niet Amerikaanse couleur locale, met zelfs een aantal Nederlandse woorden zoals snoezepoes, en een verblijf in een Zuid-Amerikaans regenwoud, handel in China, en koppensnellers in Nieuw Zeeland geven leven aan het boek, maar het blijven zijstraten.

Barkskins is geen opgewekte kost, maar wel een boek dat geschreven is met aandacht voor tijd en mens. De ruim 700 pagina's zijn een leesreis tussen boomstronken door. Om en om komen beide families in een deel aan bod. Pas in het laatste deel, nadat in het eerste Charles Duquet het houthakkerskamp verlaat, wordt aan beide weer een aantal hoofdstukken in het zelfde deel gewijd. Goed dat er een levendige stamboom van 300 jaar oud opgenomen is van beide families, zodat je de personen nog eens kan natrekken als je even de draad verloren bent in de eeuwen.

Verleden en toekomst

Voor de optimist is het een boek met goede afloop, milieuactivisten gaan aan de slag. Voor de pessimisten is de afloop niet erg bevredigend, maar het waarom van die conclusie laat ik in het midden; dat is aan de lezer zelf om te oordelen. Mijn maand voor het slapen
dwalen door de toch niet eindeloze bossen zit erop.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken. De omslag is gelijk aan die van het boek dat ik las.