Posts tonen met het label Annie Proulx. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Annie Proulx. Alle posts tonen

zaterdag 7 mei 2022

Boeken in april



Laatst gelezen boek boven.

Laatst gelezen boek boven.

Reading in the Dark van Seamus Deane pakt je meteen bij de lurven. Korte hoofdstukken (met maand en jaar als ondertitel) laten tussen eind jaren veertig en begin jaren zestig (met een korte terugblik in 1971) een intelligente jongen aan het woord. Hij groeit op in Derry, Noord-Ierland.

Het verhaal vertelt over het gezin, de omstandigheden in een katholieke buurt, maar vooral over het geheim dat zo'n zware tol eiste van hem en zijn familie. Waar is iedereen gebleven? Wat gebeurde? Wie weet meer? Wie wist wat? Het is een zoektocht.

Je moet het boek lezen. Het is prachtig geschreven en een belangrijk verhaal over de betekenis van familiegeheimen voor de onderlinge verhoudingen. Het is bovendien geschreven in de context van een deel van de West-Europese geschiedenis waar repressie, conflict en verzoening een belangrijke rol speelden. In tijden van oorlog kunnen we daar niet genoeg op reflecteren.

De titel komt van het lezen met het licht aan voor het slapen gaan; totdat de oudste broer Liam zegt dat het uit moet. De hoofdpersoon en verteller leest het boek The Shan Van Vocht (fonetisch Iers voor De Arme Oude Vrouw, een metafoor voor Ierland). Het gaat over de Ierse rebellie van 1798.


De moraal van een in Reading in the Dark verteld verhaal is dat mensen in kleine plaatsen grote fouten maken. Niet groter dan elders, maar er is wel minder plaats voor. De belanrijkste verhalenvertelster, tante Katie, is zelf slachtoffer van zo'n fout.

Of Deane nog meer romans heeft geschreven? Het antwoord op die vraag is: nee. Hij schreef wel gedichten en literatuurkritiek. Zijn leven werd bij zijn dood, een jaar geleden, beschreven in the Irish Times.

Volgende tekst onder foto.



Laatst gelezen boek boven.

De zilveren kogel van A. Alberts is een wonderlijke roman. Hij speelt in Schotland (in de periode 1679-1689) en beschrijft de strijd tegen het invoeren van de Anglicaanse staatsgodsdienst en de koning het hoogste gezag in geloofszaken te geven. Deze oppositie zou zelfs tot gewapende, opstanden leiden van de Schotse calvinisten, de Convenanters. Ze verrekten het hun eigen geloofsvrijheid af te zweren.

In een boek waarin heksenverbranding, illegale preken, de band tussen Republiek der Zeven Provinciën en Schotland, Engelse repressie en zelfs een niet te sentimentele liefde op de rol staan, speelt symboliek een voorname rol. De zilveren kogel is het enige wapen wat tegen de leider van de Engelse troepen, Claverhouse, kan worden ingezet, aangezien hij een pact met de duivel heeft gesloten, aldus de roddels. Zowel die geruchten als de kogel (het slothoofdstuk is zelfs getiteld: De zilveren kogel) spelen een prominente rol in de plot.

De Nederlandse schrijver Hans Warren schreef in een bespreking het boek wazig te vinden, zonder duidelijke ontwikkeling van karakters, onvolledig en een enkele keer juist te uitvoerig. Dat Claverhouse, de ene keer John Graham wordt genoemd en andere keren de officier, de ritmeester, en later meneer Dundee is onduidelijk volgens de Zeeuwse schrijver. Al die benamingen worden echter door Alberts geduid. John Graham hield hem al langer bezig. Alberts schreef eerder al over de commandant van een deel van de Engelse troepen in Schotland.

Mij viel een passage op over de eeuwige strijd tussen de eigenwijze protestanten. Als de Convenanters na een militair overwicht, toch een smadelijke Nederlaag hebben geleden is de verklaring daarvoor van een teruggekeerde man tegen zijn vrouw dat de inname van Glasgow twee dagen duurde. “Waarom? Omdat onze leiders het niet eens konden worden over de te volgen strategie? Omdat ze bang waren in een hinderlaag te lopen? Margaret je zult het niet geloven maar het was, omdat ze het niet met elkaar eens konden worden over de dankdienst, die in de Grote Kerk zou moeten worden gehouden. Wie zou voorgaan. Wie tot het gehoor zouden worden toegelaten. Op welke tekst zou worden gepreekt. Twee volle dagen lang, terwijl die stad daar onverdedigd voor ons lag.”

Het is een verschijnsel dat in Nederland tot tal van kerkgenootschappen heeft geleid. Het hakketakken op vierkante centimeter is niet beperkt tot de Bijbel, politieke stromingen vooral aan de progressieve en linkerkant hebben er ook last van en vechten vaak liever in eigen kring over de aanpak van de strijdwijze dan samen op te trekken.

Ondanks scenes met mist, was het verhaal helder, en niet onduidelijk zoals Warren wat chagrijnig beweerde. Het is misschien niet Alberts' beste boek, maar een literaire duik in de geschiedenis van Schotland is mij best bevallen. Niet perse omdat Willem III van Oranje, “de Hollander,” een prominente rol speelt in de afloop van het verhaal, maar ook omdat het wel fijn was mee te trekken door de Schotse heuvels. Al maakte de oranje tint het wel interessanter en relevanter voor een Nederlandse anti-monarchist.

Volgende tekst onder foto.


Laatst gelezen boek boven.

Het boek ligt op de stapel boeken die hier gestaag het huis binnenstroomt: Indische duinen van Adriaan van Dis; ik had het nog niet gelezen. De persoon Van Dis zie ik graag opduiken in praatshows; hij probeert meestal een gesprek te voeren, vragen te stellen, frisse gedachten te verwoorden. Dat gebeurde ook dertig jaar geleden in dit boek.

Een ouder boek lezen heeft voordelen. De alternatieve gedachten over geneeskunde komen uitgebreid aan bod en gaan niet over de afgelopen covid-jaren die dit debat op een bekende manier kleurden: “Ada slikte geen pijnstillers, ze wilde haar lichaam niet vervuilen. Geen echotherapie, geen oepratie, het ging om de kwaliteit van leven. Alleen de natuur mocht haar helen; iscador-injecties, een maretak-elixer. Zoals de maretak de boom verstikt, zo moest dit de kanker verstikken. Een symbolisch geneesmidel van de antroposofen. Helaas mijn zuster was geen boom,” denkt hoofdpersonage en verteller Nathan tijdens het sterven door kanker van een van zijn drie zussen. Je zou haar nu een Wappie kunnen noemen.

Indische duinen is een familieverhaal over een uit Indië repatrieerde vrouw met de dochters Jana, Ada, en Saskia en zwanger van Nathan door haar tweede man en reisgezel Justin. De zin “Wie het in Holland wilde redden, moest veel slikken,” zou een motto van het boek kunnen zijn. Maar je moest overal veel slikken; ook in de Jappenkampen, als emigrant, als ongehuwde, als blauwe of pinda, als vrouw, als zoon, als vader of dochter. Je moet dapper zijn om het leven te leven of een uitweg te zoeken, niet alles willen zien, conflicten mijden, of er de humor van in willen zien. Wrang, boeiend, het komt allemaal voorbij.

De verwikkelingen zijn ingenieus neergezet met gedachten, belevenissen, brieven en ontmoetingen. Zo ontstaat tot in de epiloog een steeds gedetailleerder beeld van de familie, van het gezin, maar vooral van Nathan. Hij speelt ook nog even de oom voor zijn neefje in een moshpit in Paradiso tijdens een metal concert. Een beeld dat de schrijver vreemd genoeg niet misstaat; je ziet tijdens het lezen Van Dis verwonderd meespringen. Er zijn films waar een regisseur zich uitleeft met beelden van een dansvloer, dat gebeurt hier met woorden.

Het is zo'n boek waarvan ik denk dat iedereen het al eens gelezen heeft, behalve ik, en aan de ideeën erover heb ik niet veel toe te voegen. Er zijn stukken bij die ik prachtig vind. Hoe tuig je een nieuw familielid op: “Familie. Je wordt gemaakt, in liefde, geilheid of verveling. Je vreet je aan je moeder vet, je wilt eruit, de koek is op, de knapzak bast. Je scheurt je los, de stront komt mee en je laat haar bloeden van de pijn. Het eerste kamp ligt achter je.” Een weinig subtiele verwijzing naar de Jappenkampen. De Bersiap periode krijgt een niet politiek correcte draai. Het was niet de revolutie van de Republiek. Het was ook niet simpel wij tegen zij. Hier wordt gesteld dat het de Britten en de Australiërs waren die na de oorlog veel erger tekeer gingen dan de Jappen. Dat zegt Els een eveneens naar het moederland gekomen vriendin van Ada. Tempo dulu met een bite.

De natuurbeschrijvingen van Van Dis daar struikelde ik ook in andere boeken al over. Hier buigt bijvoorbeeld de duindoorn onder zijn last aan oranje bessen. Adriaan ga eens echt kijken, zou ik willen roepen. De takken buigen niet onder de enorme vracht die eraan hangt. Voor zeemist of zeevlam – een van de mooiere natuurverschijnselen aan het strand – gebruikt hij een heel aantal woorden die ik nog niet kende, zoals zeenevel of zeerook. Een welkome buit voor een strandvonder als ik.

De Hollandse duinen lijken op cake zegt Saskia bij aankomst in Nederland. Het zijn de duinen met grote woningen erlangs die vrij worden gemaakt om de stroom aan rijksgenoten die Indië ontvluchten op te vangen en daardoor de Indische duinen uit de titel worden.

Volgende tekst onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Weer wordt Zuid-Amerika vernietigd. Het continent wordt door God opgepakt en samengevouwen. Het verdwijnt van het aardoppervlak, net zoals aan het slot van De morgen loeit weer aan. Hier gebeurt het in de eerste tekst van Mengelwerk uit De hemel is van korte duur, verzameld werk van Tip Marugg (1945-1995). Beide teksten lijken weggelopen uit het bijbelboek Openbaringen. Ze zijn vergelijkbaar, maar verschillen ook. De 'Mengelwerk versie' is politiek meer uitgesproken en geeft een blik op de toekomst, zoals blijkt uit de laatste zinnen:

“Eens zal daaruit [uit een doorschijnend diertje] een nieuw continent ontstaan. Een nieuw Zuid-Amerika, dat ditmaal niet door een kromme navelstreng verbonden zal zijn met het noorden. Een Zuid-Amerika zonder grootgrondbezitters, zonder legerkolonels en zonder rooms-katholieke bisschoppen; zonder het Spaans als voertaal.”

Drie jaar later In De morgen loeit weer aan luidt de laatste zin: “Alleen mijn honden zullen de knal horen en al de Caraïbische eilanden, waarvan de geologen altijd al vermoed hadden dat zij de vorm hebben van een paddenstoel, zullen afknakken van de aardschors en drijvend worden voortgesleept in de woest kokende maalstroom, om daarna het een na het andere te verdwijnen in de neerzuigende wieling van de waanzinnige zee.”

Mengelwerk zijn verzamelde teksten van Marugg die elders zijn gepubliceerd of waaraan hij nog werkte. De vernietiging van Zuid-Amerika stond bijvoorbeeld in een Amigoe bijlage (31 mei 1985) samen met de gedichten 'Lilith', 'pa mira, ma isla bashi' [om de leegte van mijn eiland te schouwen], en vertalingen van verzen uit Lao Tse's Tao Tse Cing.

Boek dat nooit verscheen

Voor een volgend boek, dat er nooit is gekomen, schreef hij: De leguaan en de overlevende (ondertitel: romanfragment. Het verscheen in Preludium). Hij kondigde de prominente rol van het prehistorische dier al aan in een lang interview met Cees Zoon voor de Volkskrant (dat een week later in Amigoe zou verschijnen,
zie pagina 6 en 7). Het thema is bekend; het zijn, half zijn of niet (meer) zijn en dat gedoopt in drank en met beelden van een eiland met de grote groene leguaan als metafoor voor de wegduttende, maar ook roekeloze, mens. Ook een volgende tekst in de verzameling is bedoeld voor komend werk gaat over het opgroeien van een jongen in de wijk Otrabanda. Het is een sfeertekening over het huis van de jeugd, straten, mensen, winkels en kroegen.

Papiamento

Marugg schreef in het Nederlands en het Papiamento. In een van de opgenomen teksten klaagt hij dat die taal nog steeds geen uniforme spelling heeft en dat dagbladen schrijven voor semi-analfabeten. De als Mengelwerk opgenomen teksten in het Papiamento zijn vertaald. Een verhaal over jagen in het woeste westen van het eiland: Den mondi di Klof (in de wildernis van Klof) stamt uit 1950 en werd meer dan een halve eeuw later (2008) vertaald door Lucillle Berry-Haseth.
“Op een avond als deze dwalen er boze geesten op de aarde rond,” zo wordt de verteller, een jager gewaarschuwd. Het laat zien dat de schrijver dezelfde thema's en situaties steeds opnieuw vertelde. De donkere nacht in een woest natuurgebied kwam immers 38 jaar later weer terug in aanloeiende morgen.

Schrijven

Op verzoek van journalist Jos de Roo ging hij voor Amigoe recensies schrijven: “het werden stillistische meesterstukjes,” vol ideeën die nog steeds zeer prettig lezen. Na De straten van Tepalca leek zijn schrijversbestaan verder stil te staan; en was slechts de vage belofte van een nieuwe roman. De mythe gaat dat het vuur en de versnipperaar zijn belangrijkste lezers waren.

Spot en lof

Hij schrijft een lovend artikel voor het gedenkboek bij het zilveren jubileum van het Peter Stuyvesant College. Het artikel mist de bijtende spot die in andere artikelen veelal de uitsmijter is. Hoewel hij wel voorspelt dat de scholieren met wilde haren en elektrische gitaren brave burgertjes zullen worden die inkomstenbelastingfomulieren zullen invullen. Hij geeft ze ook mee dat het in het leven draait om kennis, seks, geld en eerbied voor de evenmens. Een ander gedenkboek bespreekt hij. Het is het officiële gedenkboek Oranje en de zes Caraïbische parelen. Het wordt gesmoord in lof; de opmerking dat het boek zelfs voor hen die het niet kunnen lezen de moeite waard is, zet alle complimenten op losse schroeven. Een recensie van Dorstig paradijs van Adriaan Hulshoff,* dat in belangrijke mate op het eiland speelt, wordt afgesloten met de zin dat de schrijver wellicht verdienstelijker werk zou hebben verricht “indien hij de boot naar Curaçao had gemist.” Een artikel over de schrijver Kurt Vonnegut is wel positief van toon – en maakt nieuwsgierig. Maar Vonnegut's laatste boek Slapstick krijgt op een lullige manier een veeg uit de pan. 

Kunst, eilandsleven, literatuur zijn de onderwerpen waar Marugg zich als schrijver van artikelen mee bezig houdt.

Artikelen

Voor de man die in zijn eerste roman schreef dat hij de krant van artikelen voorzag, lijkt het aantal opgenomen epistels gering. Hij schreef die artikelen voor de krant van Shell en ook nog eens met tegenzin. Hij stopte zo snel hij kon met dat werk. Dat broodschrijfsels buiten de opgenomen selectie vallen, ligt voor de hand. Maar is er ander werk weggevallen? Een snelle zoektocht maakt duidelijk dat dit niet zo lijkt te zijn. Wat ik tegenkom (uit de Stoep, Amigoe) staat in het boek en daarin is veel meer opgenomen dan ik kan vinden, zoals werk uit de
Papiamentstalige middagkrant La Prensa (die eind 2017 failliet ging). Al zoekend kom ik een bespreking van de Nederlandse uitgave van delen uit de dagboeken van Virgina Woolf tegen; Veertig keer prachtig wordt eentonig. Met 458 bedrukte pagina's niet het dunne boekje dat Virgina Woolf zelf voorzag, zo constateert de criticus scherp. Maar ook een lovend artikel duikt op, zonder de kenmerkende spot, over dichter Norman de Palm. Dat artikel staat op dezelfde pagina in Amigoe, als een bespreking van zijn hand, dat is een boek over het laatste levensjaar van Tolstoj. De Nederlandse Bibliotheek heeft nog wel een aantal artikelen over zijn schrijverschap die niet in het boek staan. Daarin is wel een viertal portretten opgenomen.

Jammer is het te lezen dat Marugg de aandacht voor zijn werk in Nederland ziet als een soort positieve discriminatie:
“Ze zullen daar denken: Toch al heel wat, dat iemand op Curaçao een pen kan vasthouden!” De auteur die in twee talen van het Koninkrijk schreef, heeft niet veel getypt, maar zich met drie romans wel een volwaardige plaats in de Nederlandse literatuur verworven en heeft die met zijn taal, stijl en visies enorm uitgebreid. Een schrijver om niet te vergeten.

* Pseudoniem van Jo van Amers-Küller. De schrijfster ontdook met dit pseudoniem een publictieverbod vanwege verwijtbaar handelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit was tijdens het schrijven van de bespreking nog niet bekend.

***

Bron
De reden dat ik De Hemel is van korte duur aanschafte was dat Boelie van Leeuwen de verzen van zijn vriend Tip prees in Schilden van Leem (geheel aan Marugg opgedragen). Dit maakte me nieuwsgierig. In de bibliotheek kon ik de gedichten niet vinden en ook online is er maar weinig van zijn poëzie aanwezig of te koop.

In
Dagblad Amigoe di Curaçao van 29 december 1945 staat een artikel over de laatste uitgave van literair tijdschrift De Stoep. Van Marugg staat daarin (p. 44) het gedicht Bezoek. Dat is “een vreemd gedicht, dat qua taal wel sterk is,” schrijft de krant. Vierenveertig jaar na verschijnen wordt het genoemd in een artikel in Amigoe over het afscheid van professor in de literatuur wetenschap J.J. Oversteegen. Hij struikelde over de gezellige titel boven het toch dramatisch gedicht.

Het lot, de donkere nacht, eenzaam en allenig, de dood, een vleug magie, en vermoedelijk een slok bij het schrijven van de eerste versie. Het is al herkenbaar Marugg in zijn eerste gepubliceerde gedicht. Alle verzamelde gedichten samen laten zien dat de schrijver graag spotte, met zichzelf, en met de wereld om hem heen. Hij tastte naar de meestal voor hem niet bestaande God, het wezen van het eiland, leefde met een zoon die er nooit was geweest, vond geborgenheid in schoot, armen en het donker van de nacht en houvast in het schrijven.

“In het donker kun je beter in jezelf kijken. Maar ik geef ook de voorkeur aan de nacht omdat licht dingen blootlegt die ik liever verborgen houd, ook voor mezelf. In het licht zie je jezelf scherp, zie je dingen die ik niet wil weten. Ik geef toe, het is vluchtgedrag, ik ontvlucht mensen en dingen. Het is een laffe daad, er is niets heldhaftigs aan,” stelt de mysterieuze schrijver van Curaçao, die de Nederlandse literatuur verrijkt met exotische romans van een ongewone kwaliteit en existentialistische gedichten.

In het artikel over Norman de Palm (zie boven) schrijft Marugg:
“gedichten zijn een reikhalsing en betasting, geen karategreep of militaire omsingeling.” Een lezer die op de laatste bladzijde van een boek “het mysterie geliquideerd willen zien, moet een detectiveroman lezen.” Reikhalzen en betasten, je leest ze in Marugg's gedichten terug. Ze onderzoeken een dunne streng naar het leven, soms is dat rijk, soms is dat broodmager, zoals Marugg zelf. “Schraal van lijf als een torero,” schrijft Van Leeuwen over de heremiet van landgoed Pannekoek.

De gedichten nodigen uit om delen ervan te citeren en te voorzien van betekenis, zoals in een bijzonder prettig leesbaar
artikel over de heruitgave van zijn bundel Afschuw van licht in 1976. Het lijkt de meest aangewezen manier om een gedichtenbundel of -verzameling te bespreken. Toch vind ik het moeilijk. Marugg schrijft niet alleen wat er staat, maar er ligt ook een onuitgesproken wereld achter de gedichten, die meer is dan hijzelf. Misschien klopt het wel wat een journalist over hem schreef: hij is het eiland. Een deel van het eiland althans. Die sfeer krijg je mee als je de gedichten leest. Niettemin toch een paar voorbeelden.

Over zijn afkeer van mensen en vooral de nietszeggende gesprekken:

Een deel van mijn leven dan
is geheel naar wens verlopen
Ik heb Jan en Alleman
weten te ontlopen.

(1981)

Een gedicht uit hetzelfde jaar beschrijft een lege ruimte in het bestaan van de witte man op het zwarte eiland, het kind gedood voordat het volwassen werd. Lees
Weekendpilgrimage er maar op na. Het is de ruimte die hij door het schrijven lijkt te willen opvullen.

I
n de steek gelaten
gefouilleerd tot op de huid

schreeuwt hij eenmaal luid
en is daarna voor immer afgesloten.

Manhaftig maakt hij zijn lippen
zingenottelijk rood
maar sterft een schrale dood
zonder beurt te krijgen.

Als kind slaapt hij in
droomt hij van kleurkrijt en kralen
maar zal de morgen halen
met leeglopen handen.

Er is een lege plaats
van wie nooit hier is geweest.

(1981)

Een gedicht vol eenzaamheid geschreven door de man voor wie kleur een belangrijke rol speelt.

Het artikel, waarin de gezellige titel van het eerste gedicht Bezoek onder de loep ligt, vervolgt met de vertaling ervan in het Papiamento voor een Curaçaos gehoor. Voor hen was de betekenis meteen duidelijk.
Bishita betekent niet alleen bezoek, maar ook naderend onheil. Die rijkdom gaat voorbij aan de Nederlander die deze taal niet kent. Dat maakt bescheiden, maar zonder terughoudendheid zou ik wensen dat iedere schrijver beloond zou worden met zo'n mooi verzameld werk.

Volgende tekst onder foto.


Laatst gelezen boek boven.

De verhalen in Annie Proulx's Bad Dirt; Wyoming stories 2 spelen allemaal op het platteland. Wyoming is de dunst bevolkte staat van de VS; er wonen ruim een half miljoen mensen, minder dan in Amsterdam, en het is zes maal groter dan Nederland. Het klimaat is er extreem.

Bij het eerste verhaal gaan we mee met een wildwacht, Creel Zmundzinski, die een gruwelijke hekel heeft aan mensen die zonder vergunning of mededogen dieren jagen; zeker als ze jonge elandkalfjes verweesd achterlaten. Hij was immers zelf een wees. Creel werd tot het werk verleid door Orion Horncrackle, de directeur van het Wild en Vis Departement, die de jongens uit het weeshuis iets bij wilde brengen over de natuur: de directeur van het tehuis leek het onbegonnen werk, maar die zat er naast. Orion weet de jongens wél te inspireren. Wildwacht Creel krijgt bij het compromisloze bestrijden van arrogante jagers en de stropers hulp van buiten. Dat is in een notendop het boek: sociaal bewogen, oog voor mens en natuur en soms een vleugje magie naast (keihard) realisme.

Geschiedenis

The Indian Wars Refought tekent de geschiedenis van een klein stadje. Het verhaal wordt samengebald tussen de bouw en het verdwijnen van een opvallend gebouw waar een advocaten dynastie zich ontwikkelt met een praktijk gericht op de spraakmakende gemeenschap, politici en oliebaronnen, maar ook de immer bankroete Buffalo Bil. Via filmblikken, trouwen en hertrouwen, komen we terecht bij indianenreservaten, een restant van de geschiedenis die onder die van de Verenigde Staten ligt, en de brute onderdrukking van de inheemse bevolking.

Doorsijpelen

Het tricle-down effect gaat over een aan lager wal geraakte man, die drinkt, rookt en zijn leven ineenweeft met korte baantjes bedoeld om zijn barschulden af te betalen. Hij heeft alleen nog een vrachtwagen met oplegger. Die zet hij in om hooi te halen voor een paardenfokster (van Red Cheerios, een paardenras met witte ringen om de ogen, maar wat ik niet kan vinden) die daar nog maar nauwelijks aan kan komen vanwege de droogte. Het is een verhaal van domheid en misére. Van het doorsijpelen van welvaart is alleen letterlijk sprake, aan de toog van een bar.

Natie

Wat voor meubels zou Jezus kiezen is een lang verhaal over een boer die tegen de klippen op – en tussen hippe nieuwe omwonenden – zijn bedrijf overeind houdt. Het land wordt geteisterd door droogte. Hij heeft teveel werk en te weinig geld. En hij wordt bovendien verlaten door innemende vrouw en zoons. Het water en de grond raken vergiftigd door schaliegaswinning (het komt in meerdere verhalen terug). Toch is de liefde voor de boerderij de sterkste emotie die hem ooit trof. Vietnam is een goede tweede. Hij verbaast zich wat dit met mensen deed. Tegen een teruggekeerde vriend zegt hij je bent niet oud, je bent net zo oud als ik. Het antwoord yeah valt als een steen en tekent met die vier letters een heel ellendig verhaal. 

Uiteindelijk blijkt dat zijn noestige arbeid geen plaats heeft in het collectieve bewustzijn van het land. Dan breekt er iets. Zo wordt het verhaal groter dan de boerderij, groter dan de federatie en gaat het opeens via een prachtig filmisch beeld over hoe een natie wordt vormgegeven. In dat bewustzijn ontbreekt ook Vietnam. Primitieve indianen en kranige cowboys zijn er wel.

Import

Hippe omwonende zijn er ook. Vanuit de drukte van New York verhuizen ze naar een kleine beeldschone plek in Wyoming. De staat is ook aantrekkelijk, omdat er weinig belasting op bezit en zelfs niet op inkomen wordt geheven. De huizen zijn er wel duur. Het leven is ruig, zelfs gewelddadig en beangstigend voor stadse mensen. Er wordt een hele tris aan ongeciviliseerde gewoonten opgesomd waar de import van de Oostkust zich aan stoort. Anderzijds wordt het paar door de dorpsbewoners niet geaccepteerd. De vrouw uit Man crawling Out of Trees gaat ook in de leegte nog steeds volledig op in badkamerontwerp. De man ontwikkelt een sentimentele verhouding met de natuur, die hij zelf in de weg zit.

Voedertafels voor de vogels worden door de beren gesloopt. Ongerept is het ook al niet; een pompbediende wijst naar de winning van gas als reden voor vervuiling en vergelijkt het inspuiten van vloeistof en het winnen van de fossiele brandstof als het gebruik van een prostitué door industriële ontwikkelaars. Elders in Bad Dirt heeft een bewoner het aan de stok met een grootgrondbezitter.

Kleurplaat

De verhalen zijn ontstaan in een staat. Ze maken me nieuwsgierig en ik reis wat rond in Google Maps en reis over slechte wegen in een land dat voor de helft eindeloos vlak-glooiend is en half bergachtig, met Yellow Stone Park als een van de attracties. Onderweg zie ik de caravans als woning, ze zijn omzaaid met troep en veel oude vrachtwagens, zoals Proulx ook beschrijft.

De bars van het kleinen fictieve Elk Tooth (80 inwoners) spelen een rol in meerdere verhalen. Ook personages als Creel komen we in een latere verhalen weer tegen. In een staat met zo weinig inwonenden moet dat ook bijna wel. Een verhaal over een man die wanhopig zoekt naar werk en daarbij een stuk verderop twee vroegere klasgenoten tegenkomt, met inmiddels vier kinderen, is het zwartst gekleurd. Zelfs in een fabel over dassen speelt een knijperige boer een grote rol. Er is een toverketel voor nodig om het goed te hebben.

Verhaal voor verhaal tekent zich een beeld af. Het is alsof de kleurplaat van de staat langzamerhand van gedetailleerder lijnen wordt voorzien en de vlakken worden ingekleurd. De elf verhalen samen geven een weinig rooskleurig beeld van Wyoming, maar laten daarmee ook de Verenigde Staten zien waar een grote groep mensen maar nauwelijks kan leven.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.

maandag 1 juni 2020

Boeken in mei


Laatst gelezen boek boven

De moeder van marathonloper, BN'er en cabaretierDolf Jansen is in Ierland geboren. In het programma Verborgen Verleden gaat hij opzoek naar de Ierse Roots. Opa verzette zich tegen de Engelsen op het eiland en was in dat verzet een hele meneer die een serie gevangenissen van binnen 'mocht' bekijken, zo blijkt uit een dagboek. Dolf is er trots op en put inspiratie uit dit verzet, want wat hadden die Engelsen in Ierland te zoeken? Niets. Helemaal eens.

Maar daar komt geen punt, maar een komma, want na het verdrag tussen Ierse Republiek en Engelsen van 1921 was de strijd immers niet beslecht. De Engelsen behielden het economische belangrijke Noord-Ierland en het verzet leefde in de jaren zestig in Noord-Ierland weer op. Maar zo'n komma betekent ook ruimte voor vragen als: Wat betekende het verzet voor de inwoners; Welk verzet was wel en welk niet geoorloofd; en Hoe raakte mensen in de Ierse strijd betrokken en hoe kwamen ze er uit?

De door Bernard MacLaverty beschreven Cal is een jongeman die zich in de jaren tachtig laat zich inzetten bij republikeinse acties. Het gaat niet van harte, maar hij komt er ook niet onderuit en wordt als aansporing bedreigd met geweld. In die context en met een pijnlijke romance gaat het boek over mooi en lelijk, nieuwsgierigheid en privacy, werk en werkeloosheid, vertrouwen en beschamen, misdaad en straf, liefde en haat, teder en bruut, katholiek en protestant, en over de diffuse situatie waarin een mens, en zeker de mens in een conflictsituatie, kan belanden. Dit alles in fijn geschreven zinnen.

Matthias Grünewald: De kruisiging 1510-1515.
De negen jaar oudere Marcella, waarop Cal verliefd wordt, werkt in de plaatselijke bibliotheek en geeft hem Misdaad en Straf van Dostojevski mee. Het is een boek met parallellen met de roman Cal. Een veertiende eeuws schilderij van Matthias Grünewald met Jezus aan het kruis is een andere kunstuiting die nadrukkelijk aan bod komt. Pijn en straf als verlossing van de zonden, het is een catharsis die  ook door Cal gezocht wordt. (Dat kerstmorgen zo'n belangrijke rol speelt in het verhaal, geeft gezien vanuit de Christelijke leer hoop.) Verder is een bom verstopt in het boek Middlemarch van George Elliot, een roman die gaat over het Engelse conservatieve plattelandsleven.

De roman laat vooral zien dat keuzes maken binnen een maatschappij waar de tegenstelling zo scherp is, minder gemakkelijk is dan de buitenstaander kan denken. De in Schotland woonachtige Noord-Ier MacLaverty is niet over de keuzes van het groepje rond Cal te spreken. Verzet moet immers ook zijn grenzen kennen en niet het verleden, maar de toekomst als horizon zien. Dolf zal het daar vast mee eens zijn en Verborgen Verleden was ook gewoon een mooie tocht langs de archieven, kroegen en kerken binnen zijn Ierse familiegeschiedenis. Wat hij zegt klopt, verzet inspireert, maar de worsteling is ook hoopgevend en een noodzakelijk deel ervan.

***


Gekke Mustafa en andere verhalen van Halil Gür bevat geen datum van uitgave. De verhalen spelen half jaren zeventig, rond en na de Turkse staatsgreep van 1971. Die gespannen situatie komt een aantal malen terug. Het Nederland dat hij beschrijft is dat van eind jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig. Op de wiki pagina over Gür staat dat het boek in 1984 is gepubliceerd; als eerste van een hele reeks.

De verhalen spelen in Turkije, met name Istanboel en kleine dorpen in het Turkse deel van Koerdistan. Een groot aantal bevat autobiografische elementen, zoals hij was ook student architectuur die niet rond kon komen, zijn kost moeizaam verdiende en in Nederland zijn plaats vond door te fietsen, turkse koffie met Nederlandse cake verorberen, werk voor koppelbazen en het gele papier kreeg na het gebruik maken van de regeling uit mei 1975 voor het legaliseren van illegale gastarbeiders die voor 1 november 1974 het land waren binnengekomen. Dit boek fungeert als een blik over de schouder en laat zien hoe moeizaam het inburgeren in Nederland ging, zelfs met de beste bedoelingen van de immigrant.

De verhalen in Gekke Mustafa zijn vooral sterk doordat ze levendig met met liefde mensen beschrijven die het niet zo getroffen hebben, zowel in Turkije als Nederland. Ze koesteren wrok, blijven ondanks alle inspanningen arm of zijn aan de drank. Er is ook een aardig verhaal hoe te ontsnappen aan de vreemdelingenpolitie en een ander hoe een zigeunerin (de benamingen Sinti en Roma waren destijds nog niet ingeburgerd) de hongerige student helpt met wat bij elkaar gebedeld kleingeld.

*** 

In grote lijnen kende ik het verhaal dat Conny Braam in het schandaal vertelt. Al voordat het boek geschreven werd, sprak ik er in de jaren tachtig met mijn collega antimilitaristen uit Haarlem en Velsen over. Het verhaal hoe notabelen en politie in de regio Kennemerland tegen linkse elementen in het verzet opereerden, haalde destijds weer eens de krant. Braam schreef het boek 16 jaar geleden. Het stond al lang op mijn lijstje, maar ik las de geromantiseerde reconstructie van dit verhaal pas onlangs.

Het is een van de vele zwarte bladzijden in de geschiedenis van de bezettingsjaren. Wie in de kanten databank Delpher zoekt op 'Velser Affaire' vind meer dan 130 treffers. Een van die artikelen heeft als onderkop “Wie aan de Velser Affaire komt breekt zijn nek”. Een citaat dat ook Braam in het schandaal optekende. En nog steeds haalt de zaak ieder jaar de krant.

Connie Braam dient de feiten niet gortdroog op. Ze houdt de grote structuren aan, maar vertelt ook het verhaal van Susan Boerhave, die als tiener binnen het verzet tal van activiteiten voor haar rekening nam, zoals koerierswerk, het ophalen van vrijgekomen gevangenen, en het liquideren van gevaarlijke personen. Na het samenvoegen van de verschillende verzetsgroepen onder één leiding, bepaalde een immorele en reactionaire leiding
wie gevaarlijk was en uit de weg moest worden geruimd (MB: het verzet in de regio had aan de top Mr. Sikkel afkomstige uit de Orde Dienst (OD), een anti-linkse verzetsorganisatie, die de plannen voor een autoritair bestuurd Nederland na de bevrijding klaar had liggen. In het boek wordt hij Sikkink genoemd). Dat jonge linkse verzetsmensen bij die liquidaties omkwamen – met Hannie Schaft (in de roman Anna genoemd) als bekendste –, was een bijkomend en bedoeld voordeel, aldus de roman. Welke invloed dit cynisme heeft op het leven van de jonge Susan en haar gezin is het belangrijkste thema van het boek.

Geschreven in de stijl van de betere streekroman, gebouwd op grondig onderzoek en met een politieke boodschap, zo zou je het boek samen kunnen vatten. Wat mij het meeste trof was de beschreven naïviteit in het vertrouwen van personen die de touwtjes in handen namen. Anderzijds een houding gebouwd op louter wantrouwen leidt tot niet tot effectief verzet. Je moet bovendien wel keihard en gestaald zijn om niet ook te gaan twijfelen in de de zin van: ben ik gek met mijn wantrouwen? Dat er bescherming tot op het hoogste niveau was (de Haarlemse officier van justitie in oorlogstijd, de hierboven al genoemde Mr. Sikkel, was zwager van oorlogspremier Gerbrandy), heeft recht doen buigen en onrecht opgericht. De Velser Affaire heeft nog jaren lang zijn sporen nagelaten op mensen die beter hadden verdiend.

De roman zou in 2013 leiden tot een 'definitief' onderzoek naar de Velser Affaire door Bas von Benda-Beckmann van het NIOD, waarin wordt gesteld dat voor opdracht uit Londen om communisten om te brengen geen bewijs is te vinden. Een recensent stelt: “De Velser Affaire” roept wel de vraag op of von Benda- Beckmann van koers veranderd is, omdat de beschikbare bronnen geen nieuwe informatie bevatten. Of dat het hem bij nader inzien verstandiger leek om geen confrontatie aan te gaan het hogere gezag, want die tentakels reiken immers ver. Zelfs nog zoveel jaar na de oorlog.” Naïviteit is veel mensen nog steeds een brug te ver. Dat Gerbrandy in 1947 betrokken was bij de plannen tot een coup, zal ook niet helpen bij het gladstrijken van de donkere plooien.

Braam heeft inmiddels heel wat volgende boeken geschreven. Onlangs kreeg ik een mail met de aankondiging van de
nieuwste roman Wij zijn de wrekers over dit alles. Deze vertelt het verhaal van Jakob Witbooi, Jantjie Jafta, Moritz Rabinowitz en Koos Abrahams en de tienduizenden zwarte, bruine en witte Zuid-Afrikaanse soldaten die vochten tegen het nazisme. De oorlog blijft een bron voor verhalen.

***

Barkskins van Annie Proulx begint met het leven van twee Franse jongemannen uit de achterbuurten van Parijs die naar Canada trekken om daar als houthakker te gaan werken: Charles Duquet en René Sel, die tweede trouwde met Mari een Mi'kmaw.

Sel

René Sel is een man die de wereld op zich af laat komen; hij ziet zichzelf als een stofje in de wind. Zo'n stofje is kwetsbaar. Hij wordt vermoord in het bos en de vermoedelijke dader neemt op grond van haar zogenaamde rechten als zijn pleegkind en vooral als blanke de eigendommen in. De familie Sel zal daardoor het verhaal beginnen zonder veel bezittingen. Die achterstand is een constante in het boek. De oorspronkelijke bewoners worden veracht, zijn vrijwel rechteloos en hebben te maken met racisme. De Sels verhuren zich als houthakkers of leven in tanende Mi'kmaw dorpen van jacht en visvangst. Een deel van hen zal leren van de blanke kennis die nuttig is. “Veel Mi'kmaw zijn gestorven met hun kennis opgesloten in het hoofd,” zegt de dochter van een Sel en een regelrechte Duke. Zij leert hen ter compensatie Westerse kennis.

Duke & sons

Charles Duguet, die zich al snel om laat dopen tot Charles Duke, neemt het leven zonder veel scrupules wel in eigen hand. Hij wordt eigenaar van een omvangrijke houthandel. Zijn leven staat in dienst van zijn zakelijk succes of dat nu gaat om het vinden van een echtgenote, het krijgen of hebben van kinderen en het binnenhalen van orders en wingebieden. Echter niet alles is te koop of te bedisselen, zo blijkt. Zijn zoon danst niet naar vaders pijpen. Ook vader Duke komt door moord aan zijn einde, maar laat een florissant bedrijf achter aan zijn geadopteerde zoons. Dat bedrijf staat mede aan de wieg van het verdwijnen van de boreale bossen van het continent. Met het verdwijnen van die bossen, verdween ook de bestaande leefwereld van mens, dier en plant. Dat is het centrale thema van het boek. De Dukes en Sels staan symbool voor dit verhaal. De Mi'kmaw worden daarbij letterlijk uit het het verhaal van de Dukes gewist en gemoord. De firma in hout gaat tenslotte over naar de Breitsprechers, een geslacht van bosbouwers met Duitse wortels dat zich de familie in trouwt.

Tijdsspanne

Het verhaal begint in 1693 en loopt tot 2013. Het omspant zo de geschiedenis waarin de blanke meende de bossen te mogen omkappen en platbranden, omdat God een dergelijke woestheid niet kon verdragen tot aan milieuactivisten die door het planten van jonge boompjes en het zoeken naar de beste plantmethode iets van de verdwenen natuurlijke rijkdom proberen terug te winnen. Het spreekt vanzelf dat het lang wachten is na het omkappen van duizenden jaren oude reuzensequoia's tot je weer hebt wat je had. Maar niets doen is geen optie.

Structuur en boodschap

In die geschiedenis speelt Amsterdam een rol, er is een link met Leiden en de Nederlandse vaart op de Oost. In Nieuw-Zeeland is het latere Duke Logging and Lumber – inmiddels onder controle van een vrouw – betrokken bij de kap van de kuari bommen. Een type boom dat goed te bewerken is, maar waarvan door de kap 95% is verdwenen.

Je zou kunnen zeggen dat het boek de continenten omspant, zoals veel recensenten doen, maar dat doet volgens mij geen recht aan het gegeven dat het vooral over activiteiten en gevolgen in Noord-Amerika gaat. Wat niet Amerikaanse couleur locale, met zelfs een aantal Nederlandse woorden zoals snoezepoes, en een verblijf in een Zuid-Amerikaans regenwoud, handel in China, en koppensnellers in Nieuw Zeeland geven leven aan het boek, maar het blijven zijstraten.

Barkskins is geen opgewekte kost, maar wel een boek dat geschreven is met aandacht voor tijd en mens. De ruim 700 pagina's zijn een leesreis tussen boomstronken door. Om en om komen beide families in een deel aan bod. Pas in het laatste deel, nadat in het eerste Charles Duquet het houthakkerskamp verlaat, wordt aan beide weer een aantal hoofdstukken in het zelfde deel gewijd. Goed dat er een levendige stamboom van 300 jaar oud opgenomen is van beide families, zodat je de personen nog eens kan natrekken als je even de draad verloren bent in de eeuwen.

Verleden en toekomst

Voor de optimist is het een boek met goede afloop, milieuactivisten gaan aan de slag. Voor de pessimisten is de afloop niet erg bevredigend, maar het waarom van die conclusie laat ik in het midden; dat is aan de lezer zelf om te oordelen. Mijn maand voor het slapen
dwalen door de toch niet eindeloze bossen zit erop.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken. De omslag is gelijk aan die van het boek dat ik las.

donderdag 1 november 2018

Boeken in oktober

Merkwaardig een dichter die aan politiek doet, is een slecht politicus geloof ik. 
Brown tegen Pankow, p. 48


Als ik het toneelstuk De pantserkrant van Menno ter Braak wil gaan lezen, blijkt dat de pagina's niet van elkaar losgesneden zijn. Het verscheen in 1935, maar ik ben de de eerste die dit exemplaar met een koksmes leesbaar maakt. Los daarvan het zou best wel weer eens op de planken mogen.

Het toneelstuk gaat over een krant die door de zakelijk directie is verkocht aan een firma in typemachines die in feite een grote wapenfabrikant is. De krant heeft daardoor baat bij een redactionele lijn die een sterke man aanbeveelt, het gepalaver in het Parlement afwijst en waar politieke commentaren beter vervangen kunnen worden door onschadelijke ethische overdenkingen. Lees in die context ook het citaat hierboven: politiek moet zakelijk blijven.

De boekbespreking die ik las, voordat ik deze signalering schreef, was bepaalt geen reclame: “De heer ter Braak, die te onzaliger ure de stoel van Borel aan Het Vaderland heeft beklommen, verbaast met bijna elke nieuwe publicatie den lezer weer door de uitingen van zijn abstraheer- en analyse-ziekte. De zelfgenoegzame eigenwijsheid, het hautaine air welke het gedrukte woord van dezen heer kenmerken, leert men overvloedig kennen in het ‘tooneelspel’ ‘De Pantserkrant’.” Recensent P.H. Minderaa, die schreef voor het Christelijk Letterkundige Tijdschrift Opwaartsche probeert wel meer schrijvers met de grond gelijk te maken.

Op de laatste pagina's schrijft Ter Braak waarom hij het propagandistische toneelstuk in een opwelling schreef. Dat was niet in het minst om de artikelen over “een dier kooplieden, een zeekere heer Koster, geruime tijd eerelid van de patriotische vereeniging Onze Vloot en daarbij krachtig werkzaam voor de negotie (…) In Nederland bestaat voorzoover mij bekend, geen aan de wapenindustrie verkochte pers; ons fatsoen blijkt toch ergens goed voor te zijn; maar er bestond reeds een heer met den goed Hollandschen naam Koster, die met wat meer ambitie wel directeur van een populair blad voor het argelooze huisgezin had kunnen zijn.”

Die Koster was de eerste commandant van een Nederlandse onderzeeboot, werkte met de Amerikanen aan de ontwikkeling en verkoop van onderzeeërs, en voor de nazi partij probeerde hij de productie van machinegeweren te stroomlijnen. Onlangs besprak ik een boek waarin hij voorkwam. Onze Vloot bestaat nog steeds, 

Koster siert nooit de krantenkolommen, waarom zouden we die oude koeien uit de sloot halen. Toch las ik door hem dit toneelstuk. Ter Braak voegt overigens toe dat hij meer waardering heeft voor een wapenhandelaar dan voor de machtigen achter de schermen die het volk laten loeien over ras en nationaliteit. Het was 1935.

***

De zwijgende wind van de Pampa, zwaar giftige ombúbladeren. “Het is net een sprookje,” zegt de man tegen de vrouw. De man reageert: “O nee, zo erg is het ook weer niet.” Het is een kort uitstapje naar Zuid-Amerika in een boek dat verder in Azië en Europa speelt. In Zuid-Amerika hebben ze wel een visie op Engeland, het land dat, na India, een tweede viool (maar wel een wezenlijke partij) speelt in het boek. “Bent u allemaal zo vreemdsoortig in dat koude Engeland van u?”, vroeg de buurman van de man en vrouw in Argentinië. De vrouw zit in het verhaal omdat bij haar de twee hoofdrolspelers terecht komen als ze net uit een lijnvliegtuig uit Mumbay zijn gevallen: filmster Djibriel en toneelspeler Chamcha.

Het Arabische schiereiland doet ook mee, maar ik zou zeggen niet zo voornaam als India (Bombay/Mumbay) en Engeland (Londen). Toch heeft dat alle aandacht naar zich toe gezogen. De duivelsverzen van Salman Rusdie is een beetje kapotgemaakt door de ayatolla's en moella's van Iran. De ongeloofwaardigheid van de profeet Madoen wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld een passage waar stil wordt gestaan bij het opmerkelijke verschijnsel dat de aartsengel hem precies influistert wat de zakenman goed uitkomt als het om zaken en het hebben van veel vrouwen gaat. Het verhaal van de profeet wordt in het boek genoemd als filmscript: “Maar zouden de mensen er geen schandelijke godslastering …,” vraag een redacteur van een filmtijdschrift aan de producer. “Absoluut niet,” antwoord deze “een verhaaltje is een verhaaltje, feiten zijn feiten.” En een roman is een roman, zou ik ten overvloede nog toe kunnen voegen. Alsof dat alles nog niet genoeg is om de nuanceringen te zien, wordt een groot deel van dat Madoen verhaal verteld, omdat Djibriel ze na de val uit het vliegtuig niet allemaal meer op een rijtje heeft.

Kapotgemaakt is het boek, omdat het dus niet in eerste plaats om de islam draait in De duivelsverzen. Ja het richt zich tegen godsdienstfanatisme, maar daar is in een boek dat begint en eindigt in India alle reden toe. Het boek neemt alles op de korrel. Ook het tegenovergestelde van regligieus fantisme. Misjal, de in vlinders gehulde leidster van bedevaart van arme dorpsbewoners, zegt tegen haar beschermheer: “Er is hier iets aan de hand, Saïed, daar kun jij met je Euroepse import-atheïsme niet bij. Of misschien zou je dat best kunnen als je eerst eens onder je Engelse kostuum zocht waar je hart zit.”

Het boek gaat ook over toneelspelen: “T'neelspeler zei je toch? Mag 'k gráág aan 't warrek zien, 'n goeie T'neelspeler,” zegt een politieagent tegen Chamcha die mishandeld en vernederd wordt in een busje van oom agent. Het gaat over de drang tot assimilatie door migranten in Engeland. Over het racisme dat ze tegen komen: op straat door de politie; door de bestaande structuren. In die zin is het boek uit de jaren tachtig. Het tegenwoordig geëiste respect voor de politie zit er niet in. Opsporen doen ze om een schuldige aan te wijzen, niet om de dader op te sporen. Het is verfrissend om dergelijke kritiek op de hermandad  te lezen.

Het boek draait om India. Je kan je dan wel aan willen passen aan Engeland als je daar woont, het Engeland dat een stuk minder beschaafd is dan gedacht, maar uiteindelijk kom je ook elders vandaan, waar ouders sterven, oude liefdes wonen, draadjes bij elkaar komen en herinneringen leven. Daar “kun je eindelijk eens ophouden met toneelspelen,” zegt de oude liefde, die nog leeft, tegen Chamcha.

Het is zo'n boek waar je het einde aan ziet komen als dat van een geslaagde vakantie, die nog door mag blijven gaan. De wondere wereld van Londen uit Indiaas gezichtspunt, het platte land van Zuid-India, en Mumbay, wat destijds nog Bombay heette. Het is ook een boek dat uit zijn voegen barst van de dubbele betekenissen, van verhaallijnen die elkaar snijden, opvolgen, aanvullen of uitvlakken. Al zou ik het nog een paar keer lezen, iedere keer zou ik nieuwe dingen lezen.

***

Misschien zijn het wel de mooiste boeken die gaan over vrijwel niets en tegelijk over alles. Een verhaal tussen twee boten, twee liefdes, rondom visserij, 'n witte hond, een krant en dat vertelt dat iedereen moet leren dat dood geen slaap is. The shipping news is in 1993 geschreven door Annie Proulx over leven op Newfoundland, een uithoek van Canada.

Meegenomen door een tante komt Quoyle, vader van twee kinderen, die net zijn liefde van zijn leven is verloren, terecht in de uithoek waar zijn hele familie vandaan komt. Terug naar vroeger, zoals je zoveel ziet; het vertrouwde. Hij zelf was er nog nooit geweest, zijn tante en vader wel. Dat vroeger krijgt hier de vorm van een groen huis op een rots. Die ontmoeting met het verleden maakt onbekende en niet vertrouwde spoken wakker.

Ieder hoofdstuk van The shipping news begint met een omschrijving van een knoop. Ze hebben te maken met het volgende hoofdstuk. “Om glijden tegen te gaan, heeft een knoop wrijving nodig, en om wrijving te krijgen moet er een vorm van druk zijn. Deze druk en de plaats in de knoop waar ze optreed heet de kneep. De betrouwbaarheid van een knoop lijkt alleen te berusten op zijn kneep.” (Hoofdstuk 12). De literaire waarde van 'knopentaal'. Je moet er maar op komen.

Hoewel sporadisch wordt afgeweken van een knoopbegin. De krant heet de Gammy Bird, de naam voor de eidereend op Newfoundland. Waarom dat zo is, wordt ook uitgelegd in zo'n stukje. De krant heeft zelf niet zoveel van vriendelijk murmelende eenden. Het is een lokale krant die het moet hebben van sensatie (rechtbank verslaggeving), auto- en scheepsongelukken, van de radio opgepikt buitenlandnieuws en een restaurantrubriek. 'A hard bite,' denkt Quoyle als hij zich voor het eerst op de redactie vertrouwd maakt met de krant.

De eigenaar, Jack Buggit is een man die liever vist dan de krant bestiert en dat werk uit handen heeft gegeven. Hij is “een beetje gek,” volgens Quoyle. Je zou hem tegenwoordig al gauw een boze witte man noemen. Hij loopt op tegen de maatregelen van politici ver weg als het gaat om visquota. “Zelfs Einstein kan het niet begrijpen,” zegt hij. Hij loopt verloren rond in een wereld die veranderd. Pas toen de boze witte mannen Wilders en Trump voortbrachten, werd hun verhaal nieuws en er soms oprecht naar geluisterd. Jack Buggit zorgt ervoor dat er naar hem geluisterd wordt.

Het verlies van wat was komt uitdrukkelijk aan de orde, maar: “Mensen waren alleen maar aardig, omdat het leven zo smerig was en je het je niet kon veroorloven vijanden hebben. Het was allen zwemmen of allen verdrinken. Een situatie die mensen aardig maakt.” In hetzelfde gesprek over vroeger, gaat het ook over nu: de milieuvervuiling door de olie industrie, de troep op de bodem van de zeeën die netten openrijt, 'n industrie die schermt met banen maar het vet van de soep eet en dan weer vertrekt en de boel de boel laat.

In een boek dat over niets gaat verwacht je geen zin als “Zesendertig jaar oud en dit was de eerste keer dat iemand ooit zei dat hij wat goed deed.” Woorden zoals die in de vraag “als je een vis strijkt wordt die dan zo groot als een kleed?” en het antwoord daarop“Ik denk groter, als je hem uitvouwt,” maken het lezen prettig. Het boek zit vol mooie zinnen, maar blijft ook een gewoon boek. Het is daarom niet plat, maar gaat over de subtiliteiten van het leven, de lagen van het bestaan én over liefde.  Inderdaad vrijwel alles. Het kan dat liefde soms komt zonder pijn en verdriet, zo sluit het boek af.

Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.