vrijdag 10 april 2026

Fair Play

Fair play (1989) is een boekje geschreven door Tove Jansson. Het speelt grotendeels op een eiland van de Finse Scherenkust, een van de mooiste gebieden van West-Europa. Jonna en Mari wonen er elk aan een kant van een appartementencomplex. Via de zoldergang kunnen ze elkaar bereiken. Beide zijn kunstzinnig, de een graficus de ander schrijft en tekent.

Het boek bevat foto's van de schrijfster die vooral bekend is van de verhalen over de Moemins en anderen wezens in hun bijzondere leefwereld. Fair Play is geen fantasieverhaal, maar gaat over de twee vrouwen, hun relatie en wat ze beleven. Marja Pruis beschreef voor de Groene Amsterdammer onder meer de overlap tussen fictie en werkelijkheid. Is het een verhaal, een roman, of zijn het losse verhalen? Of zijn het losse verhalen die samen een op de werekelijkheid gebouwde roman vormen? Dat laatste lijkt me.

Een groot deel speelt in Finland: in het atelier van Jonna, het huis van Mari, in een bootje of achter de TV waar ze een film bekijken. Maar er wordt ook gereisd, zoals naar de grote stad Phoenix waar ze in hotel Majestic verblijven. Het is een hotel met een kleine,
oude portier, een heel oude liftbediende (het hele hotel is op leeftijd), en het levendige kamermeisje Verity; dat los van die functiebenaming toch groot is, met rode wangen, en een bos zwart haar. Ze vat haar taak om de kamer in orde te brengen nogal ruim en met speelsheid op. Als de twee zeggen dat Phoenix een doodse stad is dan neemt zij ze mee naar Annie's bar waar de hit 'A horse with no name' uit de jukebox komt.
     Net als in alle andere hoofdstukken loopt alles net wat anders dan je verwacht dat het zou moeten lopen, verschillen de gesprekken van de gesprekken die je kent, en wordt gefilmd wat niet geflimd kan worden, maar slagen sommige beelden niettemin goed. 



Op de voorkant staat een tekst van schrijfster Ester Freud: “Een boek over liefde – teder, excentriek en uiterst onafhankelijk van geest. Het voelt als een voorrecht het te mogen lezen.” Het is een een tekst die het boek past als een schipperstrui, met daarin wat gaten. Ik zou schrijven “liefde, frictie en vriendschap – teder, soms ook wat direct, bot, exentriek, en uiterst...”. Het is een prettig boekje, waarin valse opsmuk is verdwenen en dat grotendeels speelt in een beperkte ruimte, maar waar toch heel veel gebeurt.

Er is een storm en de boot van Jonna, de Viktoria, ligt op het water aan vier touwen. Zal die boot het houden? Niet zinken? Zeker als het bij de stevige wind ook gaat stortregenen is die kans groot en dan kunnen de vrouwen hem niet meer bewaken. Hoe diep is het water op die plek, liggen er stenen waartegen ze kapot kan slaan, is het rustig daar beneden? Naast deze metaforische vragen vertellen beide vrouwen grotendeels langs elkaar heen over de mooie avonturen met en van hun vaders, die allebei Viktor heetten. De Viktoria zou de storm overleven. Het hoofdstuk, schijnbaar een miniverhaal, gaat over meer dan deze haasje-over-beeldspraak, zoals over oplossingen zoeken (en niet vinden), het niet nodeloos praten, maar ook over het vergeten zijn aan de vaders vragen te stellen om meer over ze te leren. Er waren andere bezigheden die de aandacht opeisten toen ze jonger waren, zoals werk en verliefd zijn:
“Maar we hadden het toch best kunnen vragen”.

Voor de heruitgave van het boek schreef de Schotse schrijfster Ali Smith een inleiding. In een tekst van acht pagina's pluist ze het boek uit en zet de schrijfster neer met haar eigen woorden:
“Werk is het belangrijkste voor me. En daarna liefde.” Het is een citaat dat Mari, maar ook Jonna typeert. Jansson schreef elf boeken specifiek voor volwassenen. Smith noemt de Janssonstraditie: over niets bijzonders gaan en toch over alles. Tegelijkertijd gaat Fair Play niet gering “over hoe je oude manieren van kijken kunt afschudden, dingen anders kunt zien, verlost kunt raken van wat 'hopeloos conventioneel' is en dat vervangen door iets hoopvollers,” zo stelt Smith. Bewonderend schrijft ze over hoe de relatie tussen de beide vrouwen wordt beschreven. Fair Play is een kunst.”

Tove Jansson’s met partner Tuulikki Pietilä bij hun
huisje op Klovharu. (Foto opgenomen in boek, hij is ook
in kleur op het internet te vinden.)


Op de voorpagina een tekening van Jansson. Achterop staat ze zwemmend met wat op het eerste gezicht een geweldige badmuts lijkt, maar een bloemenkrans is. Beide beelden en een aantal foto's in het binnenwerk krijgt de lezer erbij. En dan zit ook het karakter met een K, de lange Wadyslav nog in het boek. Hij is een poppenmaker en -speler van 92 jaar met schijnbaar eindeloze hoeveelheden energie die meent dat het enige dat van belang is: “niet moe worden, nooit ongeïnteresseerd of onverschillig raken of je kostbare nieuwsgierigheid verliezen – dan sta je jezelf toe te sterven. Zo simpel is het, nietwaar?” Amen.

Geen opmerkingen: