vrijdag 24 april 2026

Ander licht

Rosita Steenbeek schreef de roman Ander licht. Op de omslag staat het schilderij Gezicht op Amersfoort dat in 1671 werd geschilderd door Mathias Withoos. Om deze schilder, zijn familie, leerlingen en met name om zijn dochter Alida onvouwt zich een roman die speelt in de periode 1671-1687. Dat is een periode waarin de Fransen Nederland binnenvielen. Voor het gezin Withoos en entourage betekende dit dat ze Amersfoort ontvluchtten en hun heil in Hoorn zochten.

Hoe oud Alida precies is in de zomer van 1671weten we niet. Haar geboortejaar ligt ergens tussen
1659 en 1662. Haar jonge leeftijd belemmert haar niet verliefd te worden op de oudere leerling van haar vader Jasper van Wittel (geboren in 1653). Die liefde wordt vriendschappelijk beantwoord, maar voor Jasper gaat het schilderen voor. Hij vertrekt in 1675 naar Italiƫ en wordt daar een groot schilder. Het is deze onbeantwoorde jeugdliefde die een draad door het verhaal vormt en tot vervelens toe herhaald wordt. Het is wel een draad die uiteindelijk weloverwogen wordt afgeknipt.

Alida ontwikkelt zichzelf als schilder van planten en komt in dienst van Agnes Block die bij Nieuwersluis een uitgebreide verzameling exotische planten heeft. Op haar buiten aan de Vecht schildert Alida de eerste ananas die in Europa rijpt.* De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, en een exemplaar staat in een kas op de Vijverhof. In de werkelijkheid is de tekening
verdwenen. Wel is er een ananas geschilderd door Maria Sibylla Merian die ook actief was op hetzelfde buiten en die later (1699 en 1701) naar Suriname zou vertrekken.

Alida kreeg steeds meer opdrachten. Dat blijkt uit de roman, maar ook uit voorhanden zijnde informatie over haar leven. Ze werkte bijvoorbeeld met dertien tekeningen mee aan een serie van negen boeken met 425 tekeningen in opdracht van de burgemeester Joan Huydecoper van Amsterdam en koopman Jan Commelin. De mannen hadden samen de nieuwe Hortus Medicus (de huidige Hortus Botanicus) in Amsterdam opgericht en wilden hun plantenverzameling vast laten leggen.

Zoeken naar Alida en de mensen om haar heen is nauwelijks nodig. Op het internet kom je al snel in een dwaaltuin terecht waar je van de een naar de ander springt, van het ene stads- of bosgezicht naar de volgende tekening met plant, insect of rups.
     Agneta Block en Maria Sibylla Merian* zijn vrouwen die belangrijk zijn in haar ontwikkeling. Zo noemt Maria in een gesprek het voorbeeld van de Christina van Zweden, een Koningin die ongetrouwd bleef en zich helemaal kon ontwikkelen. Deze Maria spreekt tot de verbeelding. Ze heeft onderdak gevonden in een Christelijke gemeenschap van Labadisten in het Friese Wierdum waar men sober leeft en zij de scheiding van haar echtgenoot achter zich kan laten.
     Evenals het leven van Alida en haar omgeving leest het leven van Maria als een verhaal. Ze onderstreept een thema in het boek: dat de vrouw zich zelfstandig en vanuit eigen kracht moet ontwikkelen en de zich aandienende mogelijkheden daarvoor gebruiken. Zowel Alida als Maria kregen van huis uit wel kennis mee die dit mogelijk maakte.

In het boek worden veel schilderijen genoemd (en volgens de verantwoording bestudeerd door de schrijfster), zoals Het laatste oordeel door Jacob van Campen, de leermeester van Mathias Withoos. Het schilderij was bedoeld voor het stadhuis van Amsterdam, maar werd daar geweigerd. Alida bedenkt als reden daarvoor dat deze Christus wel erg van vlees en bloed is met zijn gespierde armen, gebruinde huid en stoere kop. Na het Amsterdamse afwijzen komt het schilderij in Amersfoort terecht.

Maar het boek gaat ook over het mengen van kleuren. Het wonder dat al die kleuren uit de donkere aarde komen en direct, of via bloemen, insecten en slakken, gebruikt kunnen worden als pigment voor het maken van verf. Uit die aarde komt ook het gif dat planten en paddenstoelen kunnen bevatten. Het schilderen daarvan kan een manier zijn om gepassioneerde boosheid te verbeelden, merkt Alida.

Bekende mannen uit de Nederlandse geschiedenis passeren, zoals Vondel, en de ter dood veroordeelde Johannes van Oldenbarnevelt (met een Amersfoortse achtergrond), de gebroeders De Witt die door het volk gelyncht zijn en de populaire admiraal de Ruyter. Steenbeek tekent op dat de De Ruyter tijdens de vermaarde tocht naar Chatham ziek op bed lag en de leiding van de tocht in handen was van Cornelis de Witt. Het is een verhaal dat wat schuil is gegaan achter de populaire geschiedschrijving, maar niet onbekend.

Mannen ontbreken dus niet in Ander licht, maar vrouwen spelen een hoofdrol in het boek. Naast het andere licht in ItaliĆ« (waar veel Nederlandse schilders naartoe trokken, ook in deze roman), zijn de spots dus anders gericht dan doorgaans, meer op hen die er vaak bekaaid vanaf komen. Het is jammer dat dit verhaal wat houterig is geschreven, met meer aandacht voor de historische gegevens dan voor de taal die de lezer voorgeschoteld wordt. Als je daar overheen leest dan is het toch onderhoudende roman. 

Noot:

* De drie genoemde vrouwen Agnes Block (1629, pp. 417-419), Maria Sibylla Merian (1647, pp. 472-475) en Alida Withoos (ca. 1661, pp. 524-525) worden allen genoemd in '1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis'; samengesteld door Els Kloek (uitgeverij Van tilt: Nijmegen, 2013). Het blijkt maar weer eebs dat dit een boek is dat als naslagwerk in de kast moet staan.
     Block was zo trots op haar ananas dat ze er twee maal mee is afgebeeld, over het leven en werk van Merian zijn minstens tien romans verschenen en over Alida Withoos wordt geschreven dat er na haar huwelijk in 1701 geen gedateerd werk meer van haar bekend is en dat dit ook nergens meer wordt vermeld.

Geen opmerkingen: