Posts tonen met het label 2014. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2014. Alle posts tonen

vrijdag 6 februari 2026

How to be both



How to be both van Ali Smith begint met het doen en laten van de schilder Francesco del Cossa die bijna 600 jaar geleden leefde. Hij was volgens de roman vergeten, maar doordat hij zijn opdrachtgever de regionale heerser Borso d'Este, schriftelijk opslag vroeg en deze brief bewaard is gebleven, bleef zijn naam bekend en konden ook andere werken aan hem worden toegeschreven. Zijn grootste klus was beschilderen van een ruime in het Palazzo Schifanoia in Ferara.

Dat deed hij in de werkelijkheid samen met Cosmo (Cosimo Tura). Die speelt in het boek een rol op de achtergrond, en wordt genoemd als adviseur, leraar, hofschilder, en schilder van ander werk. In het geval van het paleis kwam hij twee keer kort “als een zwaan binnen gegleden en deed een kleinigheid,” zo vertelt Del Cossa in de roman.
       In het paleis komen later in de geschiedenis de goed bewaarde fresco's tevoorschijn van achter een laag verf die erover geschilderd was.
    Het roman personage Del Cossa verwijst regelmatig naar het boekwerk over schilderkunst van de grote Alberti (
De pictura van Leon Battista Alberti) die leefde van 1404 tot 1472.

Veel is er niet bekend over Del Cossa's leven, maar Smith put 
uitbundig uit wat voorhanden is. Die gegevens heeft ze aangepast en aangevuld met wat nodig was voor het verhaal. 
    Het werd voorzien van franje, zoals bij een bordeelbezoek waar hij de vrouw die voor hem gekozen was om 
seks mee te hebben – betaald door een bemiddelde vriend – in plaats daarvan tekende en hij naast haar in slaap viel. Het hele huis van plezier wilde vervolgens wel zo'n tekening en het maakte hem er immens populair. De meer gebruikelijke activiteiten in een dergelijke gelegenheid kwamen onvermijdelijk ook. 
     Dat Del Cossa zoon was van een vader die muren bouwde is dan weer aan de bekende geschiedenis ontleend. 

Vreemd is dat twee moderne jongeren naar het werk kijken en dat de schilder dit kon zien. Het meisje hield een plaat vast waarop liefdesperikelen te zien waren omgeven met muziekklanken en de afgebeelde personen dansende bewegingen maakten. Nu herkennen we daar meteen een mobieltje in met op het scherm een muziekclip. Del Cossa kende dat niet. Die jongen, wie was hij? Haar vriend? Haar broer? De schilder denkt het laatste.
     Veel meer dan sluimeren op de achtergrond doet deze magisch realistische aanwezigheid van jongen en meisje niet. Het draait vooral om de kunstenaar en zijn kunst. Het beschilderen van de ruimte in het paleis wordt beschreven met aandacht voor het werk en voor de details (waar het werk van Del Cossa en Tura inderdaad toe uitnodigt).
     In het tweede deel blijkt dat de twee jongeren samen met de moeder naar het paleis zijn afgereisd om het werk te bekijken.

Magisch lijkt ook de beschrijving van de reële aanwezigheid van een verbeelde creatie of persoon:
“Schilder een roos, een muntstuk, een eend of een baksteen en je zal het met zekerheid voelen alsof de munt een mond had en je vertelde wat het was om een geldstuk te zijn, alsof een roos je zelf verklaarde wat bloemblaadjes zijn, hun zacht- en vochtigheid als een vlies van kleur dunner en gevoeliger dan een ooglid, alsof een eend je vertelde over de natheid en de gelijktijdig droge onderliggende veren, of een baksteen over de ruwe kus van zijn huid.” Het is er niet echt, maar het schijnt wel zo.
     Die vermenging is ook aanwezig in de beschrijving van een geschilderde, aan de haak geslagen, en krachtige vis, waaraan de lijn moest worden doorgesneden, zodat de hij aan de vangst kon ontsnappen. “Juist daardoor is het de beste vis die ik ving, de vis die ik niet ving, omdat het de vis is die nu altijd bij me blijft en nooit gegeten zal worden, hij zal nooit sterven, zal nooit op het land belanden,” zei de schilder. De verbeelding werd tot werkelijkheid.
     Nog een voorbeeld van zijn en niet zijn. Hier in de vorm van een intellectueel spelletje. Wat was er eerst de ondergeschilderde fresco of de schildering daaroverheen? Volgens dochter George de onderste. Moeder betwijfelt dit want het eerste wat we zien is wat aan de oppervlakte ligt. Als we niet weten dat er iets onder is zou dat ook niet kunnen bestaan. De gesprekken tussen moeder en dochter zijn regelmatig op het scherpst van de spitsvondige snede en aangenaam om te volgen.

Allegory of May by Francesco del Cossa
Het opzoeken van de in het boek genoemde beelden “vergroot zeker het leesplezier, verrijkt de ervaring van het omgaan met de tekst, voegt een dimensie toe aan het puur verbale materiaal van het verhaal en zet op een andere manier de aandacht voor het zien voort die in het hele boek aanwezig is,” merkt Engelse literatuur wetenschapper Derek Attridge op (PDF, p . 172). Deze beelden zijn er gewoon, of ze nu op de omslag staan of – als je dat wilt – op te zoeken (voor werken van Cossa en Tura zie bijvoorbeeld hier). Daar is geen magisch realisme voor nodig. 

______
______

In het tweede deel zal de moeder overlijden en verwerkt George haar verdriet. Rouwverwerking is een gewild thema voor romans. Ook hier speelt het schijnbaar toevallig, zonder opdringerig te zijn, een grote rol. Beetje bij beetje wordt verwerkt dat moeder er niet meer is. Na verloop van tijd verschijnt weer een lach op George's gezicht.
      De overleden moeder was een econome, journaliste en Internet Guerilla Interventioniste. (Tegelijk met
How to be both las ik een boek over kunst-activisme en soms liepen beide boeken samen op, zoals bijvoorbeeld als in het tweede wordt beschreven hoe actiegroep fierce pussy taal ziet als een constant geschapen en herschapen wezen, dat lijkt te ademen. Door de moeder wordt taal in een dispuut met haar dochter neergezet als een levend en groeiend organisme.) 
      Moeder heeft wel meer van de activisten uit dat andere boek, ze schreef ook LIAR (LEUGENAAR) op een ruit van een restaurant boven het hoofd van een daar dinerende politicus of spindoctor; een van beide, welke van de twee, dat is vergeten.
      Ze dacht ook achtervolgt te worden. Of was de achtervolgster verliefd op haar en wilde die haar zien en ontmoeten. Is liefde eigenlijk altijd te herkennen? Als de vrouw 
naar het buitenland verdwijnt vraagt de dochter zich af of ze een goede vriendin of een geliefde van haar moeder ziet vertrekken?

Met de eerder gebruikte woorden 'begint' en 'tweede' verraad ik welke versie van de roman ik heb gelezen.
     De roman bestaat uit twee delen, beide één genoemd. In het ene is Del Cossa aan het woord en begint met een schets naar een fragment uit een schilderij van hem. In het andere deel, eveneens één, speelt de tiener de hoofdrol en daar staat de schets van een bewakingscamera naast de nummering ervan. (Die tekening geeft ook meer dan een hint naar een antwoord op de eerdere vraag omtrent liefde of controle. De afgebeelde camera wijst immers op observatie en de moeder is niet paranoïde, maar terecht op haar hoede voor de achtervolgster.)
     Twee maal een eerste deel, betekent dat de lezer zelf mag beslissen waar het lezen begint; halverwege of voorin. De meeste mensen zullen het laatste kiezen. Maar
How to be both ishoe treffendook nog eens uitgeven in twee versies. Daarin zijn de delen van plek verwisseld. “Dit klinkt als een roman vol postmoderne gimmicks, maar Smith brengt het zowel fantastisch complex als ongelooflijk ontroerend,” schreef recensent Ron Charles met betrekking tot dit aspect.

Het roept onvermijdelijk de gedachte op hoe de roman beleefd wordt in de andere volgorde. In de schilder-eerst versie komen de schimmen pas in het tweede deel uitgebreid tevoorschijn. De schilder blijft iets geheimzinnigs houden, terwijl de moeder, zoon en vooral dochter uitgewerkt worden. Deze volgorde lijkt me daarom het mooist. 
 In 'de andere versie' krijgen George, haar moeder en broer 'gewoon' de overhand, omdat de lezer als eerste kennis maakte met hen. Maar zeker weten zal die dat nooit. De kans op die eerste indruk is immers verkeken.
     Hoewel muziek in de geest andere snaren raakt dan tekst, is de indruk van een eerste volgorde toch enigszins te vergelijken met het voor het eerst horen van een aansprekend muziekstuk, waardoor een uitvoering met andere musici daarna vaak minder klinkt dan wat eerst kwam. 
     Het is door deze bijzondere contructie wel een boek om twee keer smaakvol je tanden in te zetten. 

vrijdag 23 januari 2026

Bloesem tocht

Bloesem tocht (2014) is een boek van Rodaan Al Galidi. Al Galidi is een Nederlandse schrijver met een Iraakse achtergrond. Hij is hier als vluchteling gekomen. Hij schreef over vluchtelingen en hun gebrekkige opvang in de romans Holland (2020) en Hoe ik talent voor het leven kreeg.
     Bloesem tocht speelt in een dorp aan de rivier, de Mermeries, van een land dat ongenoemd blijft. Maar ook in dit verhaal komt 'de vreemdeling' voor. Dat is iemand die moet kruipen in plaats van lopen, glimlachten in plaats van schreeuwen en het gif van anderen moet slikken in plaats van het uit te spugen. Zo werden naast de wondere wereld van het dorp
en passant de Hollandse naarlingen ook op de korrel genomen, hoewel het verhaal niet in zijn nieuwe thuisland speelt.

Het boek begint met een tweeledige opdracht:

Voor de aarde, omdat je ons nog draagt
Voor mijn moeder, omdat je me ooit gedragen hebt

De roman beschrijft de zoektocht van een jongen naar wat er achter de jacht op appelbloesem verborgen zit. Zijn opa gaat ieder jaar als de bloemen aan de boom hangen op zijn ezel Miraan – die steun, klankbord en adviseur is – op die tocht en wordt daarbij geleid door de geur van een tak van de boom.
     De ezel staat centraal in het boek en dient om de mooie maan en de stille wereld te dragen. Ezel en opa (maar vooral die tweede) bereiden de kleinzoon voor op het leven. Onderdeel van die levenslessen zijn de mooie kanten, maar ook de Angst, Dood, Twijfel e.d. waarover opa vertelt. Deze verschijnselen komen als personen voorbij en soms praten ze met de jongen van achter de boom op de top van de heuvel. Je moet hierbij als vanzelf aan het vijftiende eeuwse Elckerlyc denken.

In het dorp waar zij, andere dieren, familieleden en dorpelingen leven, hebben de dieren namen en de mensen niet. Opa probeert alle nieuwlichterij buiten te houden en denkt dat dit daarbij helpt. Hij verbiedt de bewoners gewoonweg een naam te hebben. Hij vormt de wereld zoals hij denkt dat ze moet zijn. Dat is zeker niet altijd slechter dan ze is. Dieren hebben er bijvoorbeeld rechten net als mensen. Maar anderzijds wie zich niet houdt aan zijn regels bijt hij of bindt hij vast onder het bijennest. Zijn visies worden uitgewerkt in een vrijwel oneindige hoeveelheid verhalen. 

Van wiki pagina over de buulbuul.

Als zijn kleinzoon vraagt wat wordt bedoeld met de bloesem tocht, antwoord hij: “Kleine, dat zul je op een dag weten maar nu nog niet.” Maaar met die vraag zijn we vertrokken op het pad van het leven en wat die tocht met zich mee brengt. De geur van de bloesem, de boom die in de aarde steekt en tot aan de hemel reikt, en met op zijn takken de buulbuul (zo leer ik als lezer van het bestaan van dat vogeltje), wijst de weg die de ziel zelf wil gaan (anders dan het lichaam dat het pad van anderen wil volgen).
     Bomen spelen een hoofdrol in het boek. Alleen zo komt het bedankje aan de aarde uit de opdracht al terug. 


De verhalen die in het boek verteld worden, willen van de kleinzoon geen held maken. Heldendom wordt vergeleken met je vastbinden op een bootje met wat eten en je dan met de stroom mee van de rivier de zee op laten voeren. Dat is hersenloos. Die aversie tegen moed komt ook terug in de uitleg waarom opa zijn wijsvinger mist. Hij is afgehakt door de Engelsen toen hij nog een kind was, zodat hij de trekker niet over kon halen. Je hebt zo'n vinger alleen nodig als je domoor bent, meent hij op latere leeftijd. 
Het schieten lokt immers alleen maar narigheid uit. Hij bewaart hem als blijvende waarschuwing in een doosje. Oorlog, geweld en de afkeer daaraan komen meer terug. Al Galidi komt uit een land waar lange tijd oorlog woedde. Lafheid is het geheim om in leven te blijven. Het is belangrijker dan het getamboereer op de trommel van de dapperheid.
     Wat God in een van de vele verhalen het meest beangstigde was het
“woedende ijzer, harder dan de duivels, dat tussen hemel en aarde vloog om neer te vallen en op te stijgen.” In een ander verhaal is de Vrede een personage dat zegt: “Hoe spijtig dat de mensen niet meer het verschil kennen tussen mij en de oorlog. Daarom sturen ze soldaten naar mij en boze mannen, moordenaars, politici, mannen van God en mannen van de duivel.” Een personage in een vertelling, die zoekt naar de vrede wordt onnozel genoemd en uitgelachen. Toch gaat hij tegen die weerstand in eigenzinnig op zoek. Als hij de vrede vindt bevalt dit hem uitermate goed.

Onder aan een pagina staat de vraag van de kleinzoon aan zijn opa: “Hadji, wat is een gouden eeuw?” Weer komt Nederland terloops terug in het boek. Al Galidi draait niet om de hete brei heen als hij opa laat antwoorden: “Dat betekent dat je alles wat anderen hebben, mag stelen, en als ze niets hebben, steel je hun leven. Daarna breng je wat je gestolen hebt naar je land. (…) Daarna betaal je luiwammesen, zodat ze hele dagen schilderen, toneelspelen en dichten. Zo overtuig je volgende generaties ervan dat de gouden eeuw niet door dieven en moordenaars van goud was, maar door de kunst.” De Britten kregen er eerder ook al van langs.
     Overigens wordt opa Hadji genoemd, ook al heeft hij nooit de bedevaart naar Mekka gemaakt. Het verleent zijn visies en woorden meer kracht in het dorp zonder dat hij daar een God bij nodig heeft.


Er zijn serieuze gedachten over personen, emoties, vormen van geweld en macht, over vrede en zinneprikkeling. Dat de pers er is om de macht van de president te onderstrepen, wordt als algemeenheid door opa verteld, maar is in de Nederlandse context wat overdreven, hoewel ze over het algemeen binnen een aanvaarde bandbreedte blijft en alles daarbuiten negeert of afkeurt, maar ze staat niet in zijn geheel in dienst van Willem IV of de Premier. Opa hamert ook de politiek af. Ook daar zijn best nuances aan te brengen. Je moet de roman toch ook zien als afkomstig uit de koker van iemand die tot in het Irak van Saddam Hoesein opgroeide, en die in 1998 naar Nederland kwam en een enigszins anarchistische levensvisie heeft.  

Het boek zit vol kleine en grote wijsheden, zoals: “Als je de boom nog hebt, kleine, wees dan niet treurig als je een tak verliest.” Of in het verhaal over het uitvinden door God van het raam in het hart. Dat raam beslaat door het stof van geweld, haat, rancune, onrechtvaardigheid, samenzweringen, leugens en geslijm. Maar als het helder is, wijst het de weg. Je kan het beter niet gebruiken om de weg te vinden naar waar je wilt slapen, maar naar waar je wakker wilt worden na een lange slaap. Een bekend gezegde duikt op: Alleen liefde maakt het hart blind. Die gevleugelde woorden worden met dit verhaal weer afgestoft en glanzend gepoetst, zoals andere verhalen weer andere zaken uit het leven kleur geven. Opa's laatste les is: “Ren!” Een niet onbelangrijke en uit het leven van de schrijver gegrepen.

Het enige manco in Bloesem tocht is dat opa wel erg veel verhalen vertelt, teveel denk je op ¾ van het boek en dan wordt er verrassend toch weer nieuwe zuurstof over de pagina's geblazen; de jongen gaat zelf op verhalen jagen. Zo lees je boek toch weer met plezier uit. Want plezier dat zit er, ondanks de ernst en sombere zaken, volop in.

maandag 29 april 2024

Een mooie vrouw



Een mooie jonge vrouw is geschreven door Tommy Wieringa als boekenweekgeschenk voor 2014. Het beschrijft het verhaal van een oudere wetenschapper en rokkenjager. Een jonge vrouw die voorbij fietst trekt zijn aandacht. Met veel daadkracht krijgt Edward de tien jaar jongere Ruth Walta in zijn bootje. Zijn verzameling van eerste keren lijkt met haar te stoppen. Het blijkt niet alleen het begin van een langere relatie, maar ook van veel narigheid na een passionele start.

Edward Landauer is viroloog. Hij werkt in de tak van wetenschap die zich bezighoudt met vogelgriep, en varkenspest. Zijn cariére kende een bliksemstart door de acquired immune deficiency syndrome ofwel AIDS-epidemie die zich in 1981 ook in Amsterdam manifesteerde en vele slachtoffers zou eisen en daardoor werk met zich meebracht. Landauer reisde daarna voor de Wereld Gezondheidsorganisatie naar Hong Kong waar de hemel zwart kleurde door het verbrande pluimvee en bezocht ook in Nederland stinkende pluimveeboerderijen om ze zo snel mogelijk te verlaten.

Hij ziet de vernietiging aan en vindt deze noodzakelijk. Zoals die van de vijfendertig miljoen kippen die geruimd werden.
“Vijfendertig miljoen”, werd hem in een radioprogramma verbijsterd gevraagd. “Allemaal vergast (…) Je moet impopulaire maatregelen durven nemen om erger te voorkomen.” In een paar regels van het eufemisme ruimen naar een beschrijving die de ernst onderstreept, ook door het naar cynisme neigende antwoord en de ongepaste associatie die het oproept.

Het was zes jaar voor de uitbraak van een variant van de vogelgriep die we nu allemaal kennen dat het geschenk uitkwam. In Hong Kong bleek het H5N1 virus nog “niet overdraagbaar op de mens”, volgens Edward. “'Maar de griepvirussen muteren razendsnel. Dus wie weet, op dit moment, ergens in mijn longen...'” Dat is hier een verwijzing naar een thema van de novelle, het persoonlijke besef van verval op latere leeftijd. In de radio uitzending werd een uitbraak nagespeeld. Boven Turkije hing een vliegtuig uit Thailand in de lucht, aan boord besmette patiënten, onderweg naar Nederland. De krijgsmacht zegde toe assistentie te verlenen bij het in quarantine brengen van de passagiers. “Een onsympathieke maar noodzakelijke maatregel,” aldus een opgevoerde generaal b.d. Wieringa legt in zijn geschenk een verband met het fictieve The War of the Worlds, maar inmiddels zijn dergelijke scenario's deel van de alledaagse werkelijkheid geworden en is het literaire thema overvleugeld door de realitteit.

Als Landauer ten einde raad is, aan de grond zit, ziet hij zich met zijn auto helemaal tot Vladivostok rijden en daar over de Japanse Zee kijken. Waarom doen zo weinig mensen dat werkelijk, vraag hij zich af. Het is een vraag van voor 2022. De fietsroute van 11.000 km die Google maps me geeft, loopt niet via Oekraïne, maar wel over Moskou. Wie stelt zich nog voor een dergelijke reis te maken, zelfs als het met een auto is? Een dierenvriend kon wel voorzien of vermoeden dat het fout moest gaan lopen met het griepvirus, maar mistte blijkbaar de waarschuwingen rond de verslechterende relaties tussen Moskou, Kyív en Washington.

Je zou denken dat de uitgebreide aandacht in
Een mooie vrouw voor het gevaar van virussen vanaf maart 2020 in de pers aangehaald zou worden als een van de geschriften die vooruit wezen naar het op de loer liggende gevaar. In krantendatabase LexisNexis is die aandacht er nauwelijks. Het is vooral Wieringa zelf die het in de pers heeft over een aantal aspecten van Covid-19, maar vrijwel uitsluitend in zijn eigen column in NRC-Handelsblad.

Op
de webpagina van de uitgever rond de commerciële uitgave staat dat in boek de vragen worden gesteld wat pijn is en welke pijn mens en dier delen. En net als op de achterkaft wordt op de Bezige Bij site de vraag uit het boek gedestilleerd of je kunt doordringen tot de pijn van een ander als je die niet eerst zelf hebt gevoeld?

De vragen lijken meer een vorm van reclame voor het boek dan dat ze de inhoud recht doen. Is Edward niet zelf net de kip die niet weet hoe hij met zijn soortgenoten moet omgaan, zich misdraagt en uiteindelijk het toneel moet verlaten; net zoals de kip die hij als jongen redde van de boer en de slacht. De pijn van zíjn verdriet dringt zich op door zijn eigen misstappen. Maar misschien is ook deze uitleg te gemakkelijk bij een boek waar Wieringa vluchtig een leeftijdsgenoot neerzet. Filosofische diepgang moet je er niet teveel in willen zoeken. Een opmerkelijke voorspelling is het wel.

Op wiki staat een mooie samenvatting.