Achter die
mooie berg van gisteren ligt een vreselijke plaats. Met die gedachte
aan Laredo begon ik mijn tocht. Maar voordat ik de badplaats en
oord voor pensinado's (ja ze zijn overal) bereikte, trapte ik langs
de mooie vlakte van de Ria de Treto. Laredo zelf was ook vooral
lelijk waar de camping ligt waar ik in 1990 kampeerde. Verder is het
een redelijk grote plaats aan de kust met toerisme, landbouw, en
visserij en alles wat daarbij komt kijken.
Mijn reis
is ook een tocht terug door de tijd. Een groot deel van de tocht
vandaag gaat via de N-634. In 1987 nam ik deze weg naar
een vriendin die zich alleen voelde in Oviedo. Het bezoek werd een
flop. Ik was dan ook hevig verliefd en daarbij gewoonlijk al onhandig en
de reis werd het einde van een mooie vriendschap. De weg was
destijds de hoofdweg. Inmiddels ligt er een autoweg naast, die vals
speelt met tunnels en pilaren, maar de oude wel ontlast, zodat het er
nu goed fietsen is.
In 1990 was ik in het gebied en vorig jaar
weer aan de kust van Noord-Spanje. Die laatste vakantie viel tegen.
Ik had meer willen zien, meer het gevoel van vroeger willen ervaren.
Maar vroeger is een dia op de muur. Of dit een
sentimental journey
is? Een beetje. Maar ik kijk toch wel heel anders. Kijken zul je,
want het is hier vreselijk en indrukwekkend mooi; genoeg schoonheid
om een jaar op te teren. Het is nu ook anders op de fiets. Het is
stijgen en afzien, dalen, sturen en genieten van de wind langs mijn
gezicht.
Het is een
avontuur met steeds weer kleine dingen die opgelost moeten worden,
een camping vinden bijvoorbeeld. Mijn oude brandertje is klein en
licht, maar de bijbehorende blikjes verkochten ze niet in het VK. In
Spanje was de eerste de beste winkel raak. Als je dan alles voor
elkaar heb en je gaat met 50km+ naar beneden zit er een klein slag in
je wiel. In Bilbo bezoek ik de fietsenmaker (taller). Hij kijkt en hijst met tassen en al mijn fiets in de haken en wijst
op mijn verschoven spin. Die tikte tegen het wiel. Meer was het niet.
Zo is er iedere dag wel wat. Maar altijd op te lossen.
Er
is een gestage stoet die die de hele dag tegen mij in te voet de
bergen ingaat. Het zijn de Santiago de Compostellagangers, verpakt in
in plastic en vaak met een of meer stokken om zich voort te duwen en
boerenhonden van zich af te slaan. Ik heb geen enkele behoefte meer om meeloper
te zijn. Voor mij is het nog een paar honderd kilometer tot de
Spaans-Franse grens. Maar eerst nog het enige dat ik deze trip echt
wilde zien: de transportbrug over de Ria del Nervion de Bilbao. Vorig jaar bij toeval die van Middlesbrough en dan nu deze
toeristische attractie.
Citaat van de dag:
“Automobilisten
hebben het gemakkelijker dan fietsers.”
Campingbaas in Sopela
(we stonden er vorig jaar), of hij me daarom 10% korting gaf en
desondanks nog steeds de duurste camping tot nu toe bleef?