Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen

maandag 13 mei 2024

Bedoeld

 

Grutto, grutto, grutto,” klinkt het in de verte. In de nacht hoor je meer: het gekwaak van kikkers, het gakken en snateren van ganzen, een aanval van meeuwen op een blikje tonijn dat bij een klein tentje lag, en vroeg in de ochtend de zangvogels die met steeds meer fluiten (gezang dat hoe verder de ochtend vordert weer afneemt). Door dat alles heen klinkt de grommende A13 (die op een kilometer afstand loopt, de autoweg van Den Haag naar Rotterdam) en een drukke spoorbaan op 360 meter (met een nachttrein). 

De boer maait zijn gras, schudt en keert het, legt het in hoopjes en voert het af met hooiwagens naar zijn boerderij bij Maassluis. Zestienhoven – op 2 kilometer afstand, dat al lang Rotterdam The Hague Airport heet –, buldert iedere ochtend een paar vliegtuigen de lucht in. In de nacht zie je de grotestadslampjes over de velden branden. Het moeten Vlaardingen Holy en Schiedam Kethel zijn.

Midden-Delfland is een soort mini-groen-hart, met zijn eigen randstedelijkheid er omheen. Over de fietspaden trekken op zondagochtend drommen mannen in lycra, het toeren met de auto is al vroeg begonnen, en er zijn zelfs rolschaatsers. De Vlaardingervaart ligt er nog rustig bij, op de leeggehaalde velden staan meeuwen en ooievaars. In de mispel – is die het – naast het kampeerveld krioelt het van spinnetjes en insecten.

Ook in het land van mijn vroege jeugd is het dringen en ruimte verdelen. We zijn als mensen wel zeer aanwezig. De ooievaars, meeuwen en zelfs een enkele roofvogel doen hun voordeel met het afgemaaide gras; muizen kunnen zich daarin niet verstoppen. Over nesten in de maaibalk kan je beter niet denken.

Goed dat die grutto nog roept om te laten weten hoe het ook bedoeld kan zijn. Hij gaf de camping zijn naam. De zwaan krijgt er vijf parkeerplekken om te broeden. Voor auto's is daarom minder ruimte.
Op het Rijn-Schiekanaal en de ringvaart om de Haarlemmermeer vaart men hek aan boeg. In Leiden moest om de marathonrennersroute en trosjes ziekewagens heen een weg door de toch fraaie stad worden gevonden. Bijna weer thuis barst het park uit zijn voegen. Er zijn hutje-aan-mutje rollende keukens in het ene deel en zonaanbidders en feestneuzen in het andere deel.



vrijdag 22 juni 2018

Ronde IJsselmeer


Om op te scheppen en om naar te kijken: twee foto's aan het Ketelstrand. Ze zijn gemaakt na 200 km trappen rond het IJssel- en Markermeer op 22 juni 2018 met een stevige noordwester. Die zou me de komende 80 km nog flink dwars zitten. Ieder jaar opnieuw doe ik het en ieder jaar is het toch weer anders.

Hier nog wat van die rondes






zaterdag 24 juni 2017

Friesland geen Fietsland







Nederland Fietsland staat boven de knooppuntenrouteplanner. Dat houdt op als je net in Friesland bent. Daar sta je dan bij het cruciale knooppunt nr. 46 aan Lange Afstandsfietspad 22, een stukje voorbij Lemmer bij de Plattedijk. “Gaat U maar terug naar Lemmer,” weet de man in het oranje hesje te melden en “NEE is NEE,” als ik hem vraag of ik er toch geen mouw aan te passen is.

Naar Lemmer is het 4 km. Vervolgens moet je rond het Grutte Bekken en dat is zelfs voor een niet-Fries wel te verstaan. Al-met-al een omweg van ruim 21 kilometer naar knooppunt 45; voor menig fietser een halve dagtocht. Voor mij is het extra bovenop een met veel wind strak geplande 280 km.

Nu had het nog net wat beter gekund als het pontje bij Riensleat had gevaren, maar dat doet het in juni alleen in de weekeinden. Niet alleen heeft hesjesman alleen “nee” op zijn zang. Er is niets geregeld: geen alternatieve route, geen handout, niets.

De auto's kunnen gewoon met 100 km/u voortrazen over de N359 – die naast de afgesloten Plattedijk ligt –, een provinciale weg zonder fietspad. Ze bestaan nog. Auto's zijn duidelijk koning. Met een beetje moeite was er wat te regelen geweest (een bootje over de Sylroede (Ee) of een geïmproviseerd fietspad (er lag nog 1½ kilometer van het vorige stuk wegwerkzaamheden) bijvoorbeeld), maar Súdwest-Fryslân of Lemmer hebben blijkbaar aan fietsers niet veel boodschap als het tijd en geld kost.

Hoewel ik uiteindelijk nog wel wordt geholpen door een medewerker van de provincie, waardoor ik uiteindelijk toch aan de andere kant beland. Ook bij knooppunt nr. 45 staat een hesjesman en mensen die zich afvragen: “hoe verder.”

vrijdag 21 april 2017

Tiendweg

 




Er ligt een serie Tiendwegen achter elkaar tussen Gouda en Nieuw-Lekkerkerk. Ze stammen uit 1370. Ze vormen samen een van de mooiste routes door open landschap in Nederland die ik ken. Tiendwegen zijn zijn polderwegen als verbinding tussen bouw- en weilanden en de boerderijen. Ze zijn ontstaan als karrenpaden en lopen evenwijdig aan de ontginningsbasis van een polder. Ze staan haaks op de langgerekte kavels. In Nederland werden ze geïnventariseerd en op kaart gezet door Paul Minkjan (van een toelichting voorzien in een droogstoppelig stuk). Maar de auteur schiet toch uit zijn slof als hij over de Borgmanweg opmerkt: Nadat de weg ruim 600 jaar Tiendweg had geheten, kwam iemand op het idee om omstreeks het jaar 2000 de naam te veranderen in de huidige. Dit als eerbewijs aan de overleden gedeputeerde Borgman, die zich bijzonder had ingespannen voor natuur en landschap. De heer Borgman zelf – historisch bewust als hij was – zou zich daar ongetwijfeld dood voor schamen.”




woensdag 19 april 2017

Verbazing





Nee ik hoef me niet te verbazen over een ooievaar in het Westerpark. In het Vondepark nestelen ze al jarenlang.

Nee ik hoef me niet te verbazen over een zonnende schildpad. Ik had me wel afgevraagd of het al warm genoeg was en of hij er zou liggen.

Ook hoef ik me niet te verbazen over de toeristen op de fiets die vragen of ze verder kunnen. Nee het loopt dood, ze moeten 2 km terug.

Zelf haal ik de klissen van mijn trui; opgelopen toen ik kromhals fotografeerde. Wel benieuwd of ze volgend jaar naast mijn bankje staan.

woensdag 26 oktober 2016

Stoeremannenpraat

IJM-22 Black Jack in 1987 gebouwd bij Scheepswerf De Decker & zonen in Zuienkerke. Via via sinds 30 september 2013 IJM-22 van vof. Reker & v.d. Plas uit Akersloot.

Net iets te gek gedaan sinds zaterdagmiddag. Gisterenavond nog kunnen doen, wat ik van mezelf moest doen. Dat voel je. Je stapt dan op de fiets en doet je best heen en weer terug te komen. Door blijven gaan dan wordt het wel weer houdbaar.

De zee was voor het eerst koud. Niet heel koud, maar je moet wel willen. Gisteren hoorde ik mannen die de Beringzee in gingen (bij het reisverslag van Alexander Armstrong over een tocht langs de poolcirkel) zeggen dat koud alleen in je hoofd bestaat. Dat lijkt me stoeremannenpraat, maar het is wel een beetje waar.


Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een korte tekst met een aantal foto's waar van die hierboven er een is.

zondag 31 juli 2016

10: Slim, Nieuwpoort – Vlissingen –(trein)– Amsterdam , 31 juli 2016



Om acht uur stampende house knetterhard op het jeugdvakantiekamp naast de camping. Ik ging al slapen met een zeer luid walsende Johannes Strauss aan de ene kant en een zanger begeleid door gitaar en drum aan de overkant van de IJzer. Ook dansmuziek maar dan voor 50+ van Rock around the clock tot Tears in heaven. Ik zag de swingende en schuifelende vloer voor me, terwijl ik in mijn tentje in slaap viel.

De IJzer en Nieuwpoort klinken niet meteen naar feest. Voor mij was het teveel, maar beter zo dan
... Hoewel de man achter de balie van de camping me toevertrouwde dat de Derde Wereldoorlog uitgebroken was. Ach misschien is het niet gezond om overal oorlogskruizen om je heen te hebben. “Mijnheer het is erg, maar geen oorlog. In het verkeer vallen dagelijks veel meer doden.” (In 2015 waren dat er in de Unie 26.000.) Geweld gericht op willekeurige omstanders om een politiek doel te bereiken is wat anders dan een fataal ongeluk, maar gezien de verhoudingen is het wel de vraag waar we ons zo enorm druk over maken. Europe is lost zingt
Kate Tempest tijdens mijn vakantie. Ze rapt over Brits nationalisme en vraagt vind je het gek dat jongeren willen sterven voor hun religie. Ze rapt ook dat mensen zich zorgen maken om terroristen terwijl er bedreigingen zijn die hen reëel raken.

De wegen waren vol wielrenners, van hele pelotons tot enkelingen. Onderweg kreeg ik gezelschap van een Engelsman die al 49 jaar in België woonde. Naast ons trokken de appartementenburchten aan zee voorbij. “We
hebben maar zestig kilometer kust,” kwam het geijkte weerwoord bij kritiek op de bebouwing. Ik had alleen maar gevraagd wie er nu eigenlijk rijk van geworden zijn. Dan bedoel ik niet de mensen die er nu een rijkelijk gevulde dis aan hebben, maar de vastgoedmagnaten die er vanaf het begin insprongen. Dat zestig kilometer argument wordt gebruikt om de 15 kustappartementenplaatsen goed te praten. Nederlanders kunnen makkelijk praten, daar is veel meer kust is de onderliggende boodschap. Maar op de Belgische schaal ken ik alleen
Scheveningen, Noordwijk, en Zandvoort. Verder is het strand leeg. Ruimte van ons allemaal.

We komen langs park met rustieke witte huisjes bij De Haan. “Hier had Herman van Rompuy nog een huisje toen hij al voorzitter van de EU was,” zegt mijn kompaan. Je weet wel die aimabel conservatieve katholiek die niettemin stelde: “Ook al zijn wij de eerste en enige generatie die geen oorlog aan den lijve ondervonden heeft, toch zijn wij angstiger dan alle voorgaande. Het gebrek aan geluk bedreigt
ons. Genoeg is alleen genoeg als het minstens evenveel is als die van hiernaast. Men moet leven in harmonie met zichzelf en in solidariteit met de anderen, (men moet) opnieuw het vermogen vinden om gewoon tevreden te zijn.” Dat laatste kon hij natuurlijk iets makkelijker zeggen dan veel Belgen die de eindjes aan elkaar moeten knopen, maar verder heeft dat 'genoeg', 'geluk' en die 'harmonie' en 'solidariteit' wel iets.

Er zijn verschillende stukken Noordzeefietsroute in Vlaanderen. De ene LF1-route loopt door al die plaatsen heen. Gaat zelfs dwars over de volle boulevards met kleine kinderen en skelterende families. Er is er een die wat verder van de kust loopt en veel mooier is. Er is er zelfs nog een die via Brugge loopt, zag ik op internet.

De reis eindigt in de trein. Tegenover me zit een jonge vrouw. Haar leeftijd kan ik niet schatten. Ze is om de een of andere reden niet ingecheckt, blijkt als de conducteur langs komt. Die man met uniform zegt dat ze op het volgende station de achterdeur wel kan nemen om snel haar pas te activeren. Ze gaat weg en wil haar zware tas meezeulen. “Ik pas er wel op,” bied ik aan. Als ze vertrokken is hoor ik schuin achter me op vooringenomenheid geënt: “Dat lukt toch nooit. Ze zag er ook al niet zo slim uit.” We zijn weer thuis.

maandag 20 juni 2016

Circuit, La Flèche – Le Mans (trein Parijs, Amiens, Lille), 20 juni 2016

Daarnet reed ik over het circuit van Le Mans (van de 24-uur) met mijn fiets. Daarvoor fietste ik alweer verkeerd, na 5 ½ km had ik het door. Dat wordt dan 11 km met de terugtocht erbij. Het wordt de trein via Parijs. Alles gaat in dit grote land via Parijs. 
 

Behalve dat centralisme is wel meer alom aanwezig. Men maakt er geen geheim van het katholieke karakter van het land. Je struikelt over de INRI's die hangen te
bloeden aan het kruis of een groen weggetrokken Maria die devoot staat te doen. Je vraagt je dan steeds weer af waarom ze in zo'n land een probleem maken van een religieuze uitdossing met een hoofddoek. Niet dat ik ervoor ben, maar die Jezussen zijn ook niet echt subtiel, daar steken die doekjes nog bescheiden bij af qua goede smaak. Maria, Jezus en hoofdoek ze hebben ook allemaal wel wat moois.

Gisteren stapte ik af bij een andere Franse wereld. Doodmoe was ik en om een uur of acht wist ik nog niet waar ik zou slapen (net genoeg/te weinig water en eten bij me). In La Flèche zocht ik ernaar. De Tabac was open en daar tegenover Bar Le Campeur, een van de weinige eettentjes die ik zag. Het was er aangenaam.

Langzaam probeer ik afscheid te nemen van mijn avontuur. Straks met de fiets door de
Metro van Montparnasse naar Gare du Nord. Ik heb ¾ uur. En dan kom je in Parijs met die verzekering dat de fiets mee mag en dan zegt de mevrouw “Ik ben van de Parijse Metro,” en dat ze niks te maken heeft met wat ik hoorde. Mijn fiets is te groot“Eruit! Vijfhonderd meter verderop is de RER daar mag je mee mee.” Die vind ik niet. Voor het station vraag ik een oude vrouw naar de richting die ik uit moet naar Gare du Nord. Hier rechtdoor, de Seine over en dan naar het noorden. Ik trap en trap door een regenachtig Parijs en zie geen Seine. Ga ik wel goed? Ik vraag en hetzelfde verhaal. Dan zie ik de Seine. Links of rechts? Ik ga links langs het Louvre en naar het Noorden. Ik vraag het weer. “Zo door gaan en iets meer naar het Oosten.” Dan zie ik een bordje. Mijn aansluiting mis ik op een haar. Een nieuwe reservering kost me € 3,90. Ach 't zou wat.


In Amiens neem ik de trein naar Lille, waar ik geweldig wordt geholpen door een jonge man. Dan heb ik het treinen maar gehad en fiets ik morgen naar Vlissingen om daar de trein naar huis te nemen. In Lille zit de camping vol, Euro2016.

maandag 13 juni 2016

Dwars, Dueso – Sopela, 13 juni 2016


Achter die mooie berg van gisteren ligt een vreselijke plaats. Met die gedachte aan Laredo begon ik mijn tocht. Maar voordat ik de badplaats en oord voor pensinado's (ja ze zijn overal) bereikte, trapte ik langs de mooie vlakte van de Ria de Treto. Laredo zelf was ook vooral lelijk waar de camping ligt waar ik in 1990 kampeerde. Verder is het een redelijk grote plaats aan de kust met toerisme, landbouw, en visserij en alles wat daarbij komt kijken.



Mijn reis is ook een tocht terug door de tijd. Een groot deel van de tocht vandaag gaat via de N-634. In 1987 nam ik deze weg naar een vriendin die zich alleen voelde in Oviedo. Het bezoek werd een flop. Ik was dan ook hevig verliefd en daarbij gewoonlijk al onhandig en de reis werd het einde van een mooie vriendschap. De weg was destijds de hoofdweg. Inmiddels ligt er een autoweg naast, die vals speelt met tunnels en pilaren, maar de oude wel ontlast, zodat het er nu goed fietsen is.

In 1990 was ik in het gebied en vorig jaar weer aan de kust van Noord-Spanje. Die laatste vakantie viel tegen. Ik had meer willen zien, meer het gevoel van vroeger willen ervaren. Maar vroeger is een dia op de muur. Of dit een sentimental journey is? Een beetje. Maar ik kijk toch wel heel anders. Kijken zul je, want het is hier vreselijk en indrukwekkend mooi; genoeg schoonheid om een jaar op te teren. Het is nu ook anders op de fiets. Het is stijgen en afzien, dalen, sturen en genieten van de wind langs mijn gezicht.
 

Het is een avontuur met steeds weer kleine dingen die opgelost moeten worden, een camping vinden bijvoorbeeld. Mijn oude brandertje is klein en licht, maar de bijbehorende blikjes verkochten ze niet in het VK. In Spanje was de eerste de beste winkel raak. Als je dan alles voor elkaar heb en je gaat met 50km+ naar beneden zit er een klein slag in je wiel. In Bilbo bezoek ik de fietsenmaker (taller). Hij kijkt en hijst met tassen en al mijn fiets in de haken en wijst op mijn verschoven spin. Die tikte tegen het wiel. Meer was het niet. Zo is er iedere dag wel wat. Maar altijd op te lossen.
 

Er is een gestage stoet die die de hele dag tegen mij in te voet de bergen ingaat. Het zijn de Santiago de Compostellagangers, verpakt in in plastic en vaak met een of meer stokken om zich voort te duwen en boerenhonden van zich af te slaan. Ik heb geen enkele behoefte meer om meeloper te zijn. Voor mij is het nog een paar honderd kilometer tot de Spaans-Franse grens. Maar eerst nog het enige dat ik deze trip echt wilde zien: de transportbrug over de Ria del Nervion de Bilbao. Vorig jaar bij toeval die van Middlesbrough en dan nu deze toeristische attractie.
 

Citaat van de dag:
“Automobilisten hebben het gemakkelijker dan fietsers.”
Campingbaas in Sopela (we stonden er vorig jaar), of hij me daarom 10% korting gaf en desondanks nog steeds de duurste camping tot nu toe bleef?


donderdag 9 juni 2016

Precair, Camden - Brighton, 9 juni 2016

Afstappen en naar boven lopen; wat ik niet wil. Maar het gaat fietsend niet sneller dan lopend. De kliffen zijn pittig. Fietsen is hier nog steeds wat excentriek. Dat wordt je regelmatig duidelijk gemaakt. Nu zijn er mensen die met 20km+ over de boulevard tussen de bankjes en mensen van allerlei leeftijden door slalommen. Dat moet blijkbaar kunnen, maar dat het tot wrevel leidt is ook zo vreemd niet. Hier en daar is de battle stevig. Ik schreef dit al voordat ik op mijn rug getroffen werd door een aardbei. De kustroute die ik genomen heb, is wel boven verwachting mooi.
 

Nee dit zou ik niet moeten doen, maar de camping op mijn kaart weet niemand te liggen. Nu sta ik op een veldje aan zee. Voor me is een man al uren aan het vliegeren. Zelfs nu de wind vrijwel verdwenen is, gaat hij door. Hij zou naar me zwaaien bij vertrek met zijn groene bus. Ik hielp hem een keer met zijn draden. Voor me komt van alles voorbij van freaks, tot gewone stelletjes, skaters, auto's, fietsers, oud, jong, snel en langzaam. Wat een plek.
 


Naast me staat een tentje van een vrouw van middelbare leeftijd. Het was daarom dat ik besloot hier wel te kunnen staan. Als zij het kan, moet ik het zeker kunnen. Aan de andere kant staat een caravan met twee hazewindhonden. Ieder heeft een hok. Daarnaast nog een hele trits caravans. Busjes, tuindersgerei, gereedschap, vermoedelijk allemaal dakpanlozen die op dit grasveld een moeizaam leven uitzicht geven. Later pas drong tot me door dat die vrouw haar geld verdient in dat tentje. Maar toen stond ik er al, schreef dit stukje en las The Guardian. Ik hoor hier niet. O ja en dat is niet omdat ik me er te goed voor voel.

Citaat van de dag:

Fools in love they think they're heroes / Cause they get to feel more pain / I say fools in love are zeros.


JoeJackson, 1979. Het schoot me bij die passerende auto in 't hoofd.

maandag 25 april 2016

Verrassing


 Het was een verrassing. Voor het inkorten van mijn toch naar Enschede zocht ik een camping die goed te bereiken zou zijn als ik laat in de middag uit Amsterdam zou vertrekken. Het werd Landgoed de Wielewaal, niet ver van de Nijkerkerbrug: rustig, vriendelijk ontvangen, een enorm en warm douche- en toiletgebouw en bovendien een prachtige kampeerplek aan een vijver. En dat pal aan mijn fietsroute. Een plek om te onthouden.