dinsdag 11 oktober 2022

Boeken in oktober


Laatst gelezen boek boven.

Ivan Toergenjev is een veelzijdig schrijver, zowel qua vorm als onderwerp: van revolutionairen tot verveelde rijke landeigenaren. Hij schreef over beiden. Een maand buiten is een voorbeeld van de laatste situatie. Een toneelstuk in vijf bedrijven laat zien hoe wat mooi leek een lege huls bleek. Huiselijk geluk was niet opgewassen tegen een kleine en energieke invloed van buiten.

Toneelstukken lezen kan plezierig zijn. Er zijn opmerkingen over het handelen of de omgeving, maar verder vooral dialogen tussen de acteurs. Zo leer je ze snel kennen. Dat voorin een een lijst staat met personen (in totaal 13) met leeftijden, rollen en namen maakt het lezen makkelijker. Wie is Arkadi Sergeitsj Islajev, Michaljo Aleksandrowitsj Rakitin of Lizaweta Bogdanowna. Geen namen die meteen blijven hangen. Zeker aangezien het de ene keer over Arkadi gaat en de andere keer over Islajev of de naam volledig wordt gebruikt.

Als je als lezer voor het Tweede Bedrijf aanschuift op een bankje in de tuin van het landhuis dan staat Alesksej Nikolajewitsj Beljajew, de opvoeder van de zoon des huizes, opeens op en zegt dat hij zijn geweer gaat halen. Hij heeft een wachtelkoning gehoord. Het is een halve, vertaling van kwartelkoning (wachtelkönig in het Duits) die om het ingewikkeld te maken geen kwartel is maar een lid van de familie van de rallen (zoals ook het waterhoen). Hij wordt ook wel Spriet genoemd. Voor mij is het opzoeken een fluitje van een cent, maar Karel van het Reve had kennelijk geen vogelnamengids. Ach, het is bijna een onbetekenend detail.

Maar niet helemaal. De vrouw van de landeigenaar, Natalja Petrowna, roept: “Nee, nee, niet schieten in de tuin alstublieft... Laat dat arme vogeltje nog een beetje leven...” Ja ook toen al bestond de sentimentele dierenliefde.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Oorlogskoorts is een schitterend pleidooi voor duurzame vrede. Het boek zou verplichte lectuur moeten zijn voor alle parlementsleden. Er waren nooit meer argumenten om deze oorlog te stoppen. In de media horen we echter alleen de stemmen van oud-generaals en profeten als Jonathan Holslag die de oorlogslogica versterken en meer wapens als enig alternatief presenteren. De wapenindustrie maakt ondertussen mega winsten. Het is tijd voor Vredeskoorts', voor stemmen die ontwapening, bezinning en diplomatie als antwoord zien. Er zijn al genoeg slachtoffers gevallen,” schreef Mieke Vogels, voorzitster van de organisatie van ouderen binnen de Vlaamse partij Groen over het boek.

Een bekendere stem in Nederland is de schrijfster Kristien Hemmerechts. Ook zij prees het boek: “Oorlogskoorts is een boek waarvan je zou willen dat het vol leugens staat, maar waarvan je vreest dat het de ontluisterende waarheid vertelt. (…) Voor wie vreest zijn laatste illusies te verliezen, volgt aan het slot een hoopvolle noot.” Naast deze lof is ook de cover aantrekkelijk en schrikbarend tegelijk met de getekende bommen die op gestileerde huizen vallen. De mensen moet je er bij denken. Het is een boek om op te pakken.

Christophe Callewaert en Ludo De Brabander zelf stellen dat Oorlogskoorts gelezen moet worden als een aanklacht tegen oorlog, als een klein monument voor de slachtoffers én als een protest tegen potentaten als Poetin die denken dat de wereld een bord Stratego is en tegen allen die denken dat een klein beetje oorlog soms beter zou kunnen zijn. Tijdens het lezen bekruipt me na een paar hoofdstukken toch het gevoel dat dit niet helemaal gelukt is.

Explosion door Georg Grosz (besproken in boek).


Vleugelslag
Het boek begint met verhalen die zijn opgepikt rond wereld en allemaal een persoon beschrijven die te kampen heeft met de gevolgen van de oorlog. Daarmee is de toon gezet. De oorlog in Oekraïne is geen lokaal fenomeen, maar geweld met gevolgen: voor mensen in Oekraïne – het eerste verhaal gaat over een slachtoffer wiens dromen werden platgewalst door de Russische oorlogsmachine die over zijn land rolde –; voor de vluchtelingen in de regio, waarbij mensen van kleur het moeilijker hebben dan de van origine Europese vluchtelingen; voor een journalist in Siberië; voor een boer in Kenia; voor de bakkers in Egypte met onbetaalbaar meel; voor de mensen aan de onderkant van de inkomenspiramide in West-Europa; of voor een inheemse in de Verenigde Staten die gekweld wordt door de zucht naar niet-Russische olie en aldaar milieuschade oplevert. Het is als de chaostheorie, waarbij de vleugelslag van een vlinder overal op de wereld gevolgen heeft. Als de lezer nog niet somber genoeg is na de voorbeelden, wordt erop gewezen dat de bevolking van India en Pakistan moet kampen met de ingrediënten van een dodelijk mengsel van oorlog en klimaatcrisis.

Voor hele bespreking zie Broekstukken of GlobalInfo

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Het laatste Huis van de Wereld van Beb Vuyk is een roman over het leven van haar jonge gezin op het eiland Boeroe*. Het is een vervolg op Duizend Eilanden (dat vooral op Java speelt). Het huis uit de titel is dat waar haar man, Fernand de Willigen, is opgegroeid. Het boek is aan hem opgedragen.

Het huis is verlaten en voor de familie beheert door Heintje Limbo. Die vervolgens weer loyaal met de zoon van zijn oude baas gaat meewerken alsof het een natuurwet is die zegt dat dit moet. Behalve een wekelijkse bootdienst door de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij ligt het van de buitenwereld afgesloten. De bewoners zijn voor noodzakelijke voorzieningen op zichzelf aangewezen. Het maakt de zwangere Vuyk angstig er is immers geen arts aanwezig en naar Ambon is het zelfs met de KPM nog een hele reis.

Er leven inheemse volken met eigen gebruiken op Boeroe (vader De Willigen onderhield er banden mee en die moeten door de zoon worden hernieuwd). En er wordt kajoepoetiholie gewonnen, een medicinale olie die uit de eucalyptusboom gewonnen wordt. Het is een bezigheid waarop ook het naar het eiland teruggekeerde gezin zich op gaat richten. De concessie ervoor staat nog steeds op naam van de familie. Er is daarbij wel een hele lading aan hindernissen te overwinnen: de landrechten, afspraken met arbeiders, hun onbekommerde levenswijze (werken als het moet, consumeren als het kan), de hele beloningsstructuur die doet denken aan winkelnering, verbetering van productieprocessen, en daarbij de aanwezigheid van krokodillen en pythons. Het is de bedoeling van de onderneming om een volk te leren arbeiden in eerlijker verhoudingen. Maar het stuit op gewoontjes die sterker blijken te zijn dan de rechtvaardige nieuwlichterij.

De roman is een bewerking van voorjaar 1937 tot maart 1938 geschreven verhalen voor het Haarlems Dagblad. De verantwoording van de opgenomen boeken en verhalen in het verzameld werk is zeer summier. Het Haarlems Dagblad wordt zonder jaartallen nog net genoemd. Dat er ook brieven voor het tijdschrift De huisvrouw in Indië zijn opgenomen ontbreekt.

Vuyk beschrijft hoe een nieuweling uit Nederland bij aankomst in Indië meteen aan het hoofd komt te staan, daarmee Inlandse hoofden opzij zet en dat al 300 jaar lang. De militair, ondernemer of functionaris is bij het verlaten van Europa Europeaan geworden met een hogere status, zo observeert de schrijfster.

Het boek is een beschrijving van een kleine onderneming gedreven door een man en een vrouw, zonder veel franje; een 'chronologische kroniek' volgens een uitgebreide bespreking. Waarom leest het dan toch zo prettig. Misschien omdat er een oprecht verlangen is naar avontuur. “Burgers zullen het geluk en de charme van dit bestaan nooit begrijpen. Zij missen het comfort van steden, de ijsfabrieken, het elektrische licht, scholen, doktoren en de bioscoop, waar men de romantiek van een verlaten eiland vanuit een diepe fauteuil en voor één avond aangenaam kan genieten. Met avonturiers valt te praten, zij begrijpen het genot van een tocht in een lekke prauw, de opwinding van een onverwacht schot (…),” schrijft Vuyk die haar eerste kippen uit de boom moest schieten, omdat ze zich niet lieten vangen.

Misschien omdat het beeldend geschreven is in een prettige stijl door iemand met ogen en oren en de wens te begrijpen. De lezer profiteert daarvan. Het geeft een indruk van het leven aan het einde van de wereld door mensen die hun beste beentje voor wilden zetten met oog en oor voor anderen. Ze worden daarbij vermalen tussen bestuursmolens, lokale gebruiken en internationale economie.

* Het eiland Buru is later bekend geworden als plek waar politieke gevangen van Suharto werden opgesloten. De schrijver Pramoedya Ananta Toer zat er 14 jaar gevangen.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.
 
Het boek War Virtually: The Quest to Automate Conflict, Militarize Data and Predict the Future van Roberto J González beschrijft nieuwe wapens; de wapens van deze eeuw. Niet die met grote explosieve kracht en enorme reikwijdte, maar militaire technologie gebouwd op rekenkracht en met data als de brandstof waarop oorlogen zullen draaien. De “hoogwaardige technologie kan oorlogen verergeren,” aldus de schrijver.

Het gaat om (semi)-autonome wapens, van gericht afluisteren tot de inzet van killer robots. In deze militaire toepassingen wordt veelal kunstmatige intelligentie (AI) gebruikt. De voorstanders zullen er op wijzen dat militaire technologie met AI ook ingezet kunnen worden om onderzeese kabels te beschermen of om mijnen te ruimen na een conflict. Maar anderzijds inzet (op afstand) tegen geradicaliseerde minderheden in landen zoals Pakistan, Jemen, Somalië, Afghanistan, Irak en anderen vergroot de kloof tussen overheid en die groepen. Ook daar wordt AI gebruikt om doelen te bepalen. Het verminderd het geweld niet maar verdiept het. Het maakt de wereld dus onveiliger. Het ingaan op lokale grieven, het versterken van lokaal bestuur en cultuur zou beter werken dan die inzet, zo haalt de schrijver professor internationale relaties en veelzijdig en invloedrijk schrijver Akbar Ahmed aan.

Misschien is het verminderen van conflicten niet de reden dat er al zoveel miljarden in de ontwikkeling is gestoken, maar gaat het vooral om het achter de horizon opdoemende – en schijnbaar niet te vermijden – conflict met China. Als dit zo is dan veranderd ook de inzet van de technologie in het politieke debat. Dan wordt het eten of gegeten worden; als eerste toeslaan of te laat komen. Von Clauzewitz noemde als het tweede principe van strategische planning 'snelheid van handelen', en daarbij niet dralen zo stelde hij. (On War, boek acht, hoofdstuk 9) In die zin alleen al is AI een geschenk voor militairen van de groot- en supermachten in de voorbereiding op een oorlog. We zien die ontwikkeling al. Recentelijk werd de productie voor de Oekraïne van killer drones opgevoerd. De Switchblade 600, brengen moderne techniek en AI samen, de drones zijn in staat automatisch doelen te herkennen
. De andere kant gebruikt ze ook, uit IranDe ontwikkeling is geen toekomst model, maar het begin is al gemaakt. Voor de hele recensie en Tweede Kamervideo zie op Broekstukken.

Volgende bespreking onder foto.

 Laatst gelezen boek boven.

Flann O'Brien schreef in 1939 Op Twee-Vogel Wad met daarin een passage over de kwalijke gevolgen van het roken:

Het wezen van de tabak; giftige effecten van de tabak; waarom niet alle rokers sterven aan tabaksvergiftiging; effecten van de tabak op het bloed; tabak predisponeert,” ja de schrijver heeft een voorliefde voor moeilijke en ongebruikelijke woorden, en vervolgt “voor ziekten: de rauwe keel van de roker; tabak en tering; tabak oorzaak van hartziekten; tabak en dyspepsie [maagklachten],” en vervolgens zelfs “tabak oorzaak van kanker (...)” Voor wie denkt goed gezien, O'Brien trekt meteen door en neemt ook het drinken van thee op de korrel.

Het is een boek waar een koe kan klagen dat de schrijver van een boek in het boek haar niet voldoende melkt, wat tot groot ongemak en intense pijn leidt. Er is een mallotig personage, een fee die er in stoffelijke status niet is, maar wel bestaat. Een fee die bovendien praat en kaart als een sterveling.

Het is een boek dat begint met de opmerking dat een roman heel goed drie heel verschillende beginnen kan hebben. Het is een boek waarin de hoofdpersoon de straat bevuilt terwijl hij zich beweegt tussen kroeg, zijn bed en de universiteit en die laatste zo min mogelijk.

Er staan honderd zinnige, absurde, grappige en weerzinwekkende ideeën in. Het gaat over het omdraaien van het idee dat je slaapt om uitgerust aan de slag te gaan in het leven. Terwijl het leven er juist niet op gericht moet zijn zoveel mogelijk te doen, maar zoveel mogelijk te slapen. Van een andere orde: de Ier wordt tot in China bewonderd om zijn springkunst.

Het is een vreemd boek, met een samenhang als legosteentjes zonder hechtprofiel. Mij heeft het nauwelijks gegrepen. Mooi vond ik wel de opduikende vragen of opmerkingen bij een tekst. Bijvoorbeeld: 'Aard van zijn toon = Zonder belangstelling, vermoeid formeel.' Het zijn de gedachten die je als lezer zelf zou kunnen hebben.

Op de achterflap wordt de absurde tekst genoemd als een van de beroemdste Ierse romans van de twintigste eeuw en gezien als Flann O'Briens meesterwerk. Niet ieder goed boek is blijkbaar voor iedereen makkelijk te verteren.

In Het Parool werd het boek besproken door Jos Bloemkolk, hoewel die naam staat er niet bij, maar vrijwel dezelfde tekst verscheen een week eerder in het Eindhovens Dagblad en BN/De Stem wel met zijn naam. Bloemkolk schrijft:
Het hele boek is een grap.” In Op Twee-Vogel Wad zelf staat dat een bevredigende roman een duidelijk verzinsel moet zijn waarbij de lezer naar eigen goeddunken de graad van geloofwaardigheid kan bepalen en waar de karakters uitwisselbaar moeten zijn tussen het ene en andere boek.

De boekhoekschrijver van de bibliotheek vatte het boek krachtig samen:
“Een luie Ierse student werkt ongeregeld aan een roman over een schrijver die zijn personages niet meer in de hand heeft.” Voor de liefhebber.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



zaterdag 10 september 2022

Boeken in september

Laatst gelezen boek boven.

Annet Schaap kreeg in 2018 de Gouden Griffel voor Lampje dat ze schreef en illustreerde met een zestal tekeningen over twee pagina's die het verhaal versterken.

Voor de kinderen die we waren staat voorin het boek. De opdracht van Schaap is gericht aan haar zusje Miriam. Dat gevoel kreeg ik ook. Terug naar toen; lezen als het kind dat ik was, zonder stoppen. Het avontuur in. Heerlijk.

Je voelt meteen al dat het wel goed af moet lopen met Lampje en misschien zelfs met haar vader. Pas op het einde horen we waarom hij – vuurtorenwachter en alcoholist – zijn been verloor. In dat einde duikt ook een eigentijdse piraat met hoge hakken in een jurk op. Waarom ook niet. Maar dat einde ligt wel na heel wat hobbels.

Het boek gaat terloops over van-alles-en-nog-wat: rouw, vriendschap, er niet bij horen, angst en die overwinnen, doen omdat het moet, kunnen zijn wie je bent, de kunst van het leren en de magie van het kunnen schrijven.

Lampje vergeet vaak wat ze moet onthouden en onthoudt wat ze wil vergeten. Het is een bekend verschijnsel. Ook dit is bekend: “En hoe gaat dat met schuld? Schuld is een rot ei dat heen en weer gegooid wordt, verder en verder. Niemand wil het vangen, niemand wil de smurrie over zich heen krijgen.” Uiteindelijk belandt het ei onder aan de ladder en voor de rest draait de wereld door.

Het boek is een bestseller in Nederland (ik las de 25e druk) en er zijn 23 vertalingen. Dat verbaast me niets voor een boek zo vol avontuur, mooie en pijnlijke gedachten en met perspectiefwisselingen die je door laten lezen als je eigenlijk al moet slapen. Dat het onweerstaandbaar is, komt niet omdat een schooljuffrouw (ik zal mijn juffouw Beekman nooit vergeten) en een admiraal de lelijke rollen spelen, maar door de kracht van een meisje.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Mahmud Doulatabadi schreef met Zonder Soloetsj het verhaal over het barre leven in een dorp in het Noodoosten van Iran. Vader is vertrokken. Hij trok zijn handen van het gezin. Daar had hij een paar dagen voor nodig gehad. Moeder en drie kinderen bleven achter. Hij liet zijn pottenbakoven staan. Daarmee begint het boek dat op de eerste pagina's al opvalt door zijn mooie taal en pakkende zinnen:

Er was geen werk en er was geen eten. Geen van beide. Zonder werk komt er geen eten op tafel. En zonder eten is er geen liefde. En zonder liefde geen gesprek en geen contact. En zonder contact wordt er niet geschreeuwd en gescholden, maar ook niet geschertst en geglimlacht. Dan verliest de ziel zijn sprankeling, en blijven de lippen gesloten en verstarren de ogen.”

Dat je het maar weet.

De schrijver componeerde de roman in zijn hoofd tijdens gevangenschap en schreef hem daarna in 70 nachten op. Het boek laat het platteland van Iran van de jaren zestig zien. Teheran is ver weg. Er is diepe armoede, weinig uitzicht, maar is ook leven en er zijn wensen.

Foto internet. Geen bron gevonden.

Hadjer, de dochter van Soloetsj wordt door haar moeder Mergan uitgehuwelijkt. Ze is bijna dertien. Mergan vindt – tegen beter weten in, maar uit lijfsbehoud – dat het meisje van geluk mag spreken; er zijn immers ook meisjes van acht die dit lot al beschoren is. Hadjer beseft beter dan haar moeder wat haar is aangedaan.

Alleen al om te weten waar een deel van de Iraanse vrouwen van nu vandaan komt, zou je deze roman kunnen lezen. Want over de positie van de vrouw gaat Zonder Soloetsj uitdrukkelijk. Ook toen probeerden ze de nacht al te breken. Een lange weg. Maar ook het verruilen van rund en kameel voor trekker en vrachtwagen speelt een grote rol. En het handelt over de mens in pracht en lelijkheid en soms over beide ineengevlochten.

Daar laat ik het bij. Gewoon lezen dat boek. Het is schoonheid in taal.

Nog een dingetje dan. Ik vroeg me af waarvoor de schrijver nu eigenlijk gevangen zat. Hij vroeg zelf ook af waarom de Savak, de veiligheidsdienst van de Sjah, hem arresteerde. Het antwoord van de politie was dat hij niets gedaan had, maar dat iedereen die ze arresteerden een kopie van een van zijn boeken bij zich had. Hij zat twee jaar.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven.

De roman Rook van Ivan Toergenjev is opgenomen in deel 4 van het verzameld werk van de schrijver dat is uitgeven binnen De Russische bibliotheek van Van Oorschot. Hij werd vertaald door Karel van het Reve (er is ook een recentere vertaling door Froukje Slofstra). 

Het verhaal speelt grotendeels in het Duitse Baden waar een Russische gemeenschap zich in een opgeblazen bestaan vol leegheid heeft gestort. Generaals spelen kaart, vertellen stoere verhalen en ageren tegen het grauw. Dames babbelen er lustig op los en pronkzieke types spelen gekopieerde muziek en nog slecht ook.

Nee, het is geen reclame voor de Rus in de vreemde; in Parijs vindt die Rus zelfs dat hij beter Frans spreekt dan de Fransen zelf. Al zijn er ook Russen die in Rook hun heldere licht laten schijnen voor democratie en het afschaffen van het lijfeigenschap. Maar dat hoeft niet altijd veel te betekenen; je kan ook een modern imago hebben, goede manieren en onbesproken gedrag, en daarbij toch Wit-Russische boeren afrossen met de gesel.

Verderop woedt de Krim oorlog (1853-1856 tussen een brede alliantie van Fransen, Britten, Ottomanen aan de ene kant en Rusland aan de andere kant). De Russen werden er verslagen, maar dat leek deze aristocraten, zelfs die in uniform niet te deren.

Litwinov vertwijfeld, 19e-eeuwse
illustratie bij Rook. Via wiki.
Je zou bijna de neiging krijgen om dé Rus te zien in beelden die Toergenjev schetst: de voorlopers van de oligarchen die het breed lieten hangen in West-Europa. De Russische schrijver laat echter zien welke kwalijke gevolgen het zwelgen in het eigen overdadige adeldom heeft voor personen, de ontwikkeling van techniek, bestuur en cultuur. De pedanterie vernielt veel. Ook toen al. De schrijver zet er liberalere punten tegenover. Die kleine lichtpuntjes komen als sterren steeds terug aan de donkere hemel. Dé Rus bestaat niet.

Vraag elke keer als u iets onderneemt af of u de civilisatie dient in de exacte en strenge zin des woords, of u een van haar ideeën uitvoert, of uw werk een pedagogisch, Europees karakter heeft, het enige wat in onze tijd, in ons land nuttig en vruchtbaar is,” zegt de wijze Potoegin tegen hoofdpersonage Litwinov. Je zou de tekst nog steeds boven een pamflet gericht aan het Kremlin kunnen zetten.

Het is een wereld waar gebruld wordt dat alle liberalen in de gevangenis horen. Maar ook een wereld waar medeleven tot meer leidt dan dat de hang naar weelde en macht oplevert.

Het einde ligt in het voorjaar van 1863, zo blijkt, omdat vlak voor het slot het lijfeigenschap in Rusland officieel werd afgeschaft. Karel van het Reve schreef op de achterkant van de banderol dat het boek een voorbeeld is “van de 'sociale roman', die toen in heel Europa in de mode was: men nam een sociaal probleem en schreef daar dan een boek omheen.” De meeste van die boeken zijn uit de herinnering verdwenen, dit “wordt nog steeds door nieuwe generaties gelezen,” voegde hij daar aan toe. Verder blinkt de uitgave uit door het ontbreken van achtergronden, zelfs het jaar van publicatie van het origineel (1867) is in de derde druk uit 1986 nergens terug te vinden.

Even moet ik ook aan de Nederlandse koningin denken, als de bereisde maar ook scherpe mevrouw Soechantsjikow beweert dat ze nog maar een ding in haar hoofd heeft:
“Naaimachines, naaimachines; alle, alle vrouwen moeten naaimachines aanschaffen en maatschappen vormen; zo kunnen ze allemaal hun brood verdienen en worden ze meteen onafhankelijk.” Ze vervolgt: “Anders kunnen ze zich nooit bevrijden.” Dat er ook nadelen aan kleven is inmiddels wel duidelijk. Houte couture waar alleen al van het verwerkte materiaal “tien gezinnen een heel jaar kunnen eten” verbergt dat niet. Verder berust iedere overeenkomst tussen Russische adel uit de 19e eeuw en de Nederlandse van nu op toeval.

Er is wel meer dat me afleidt. Als argument voor de monogamie wordt het roofdier aangehaald. Een dergelijke relatievorm zou nodig zijn om jongen groot te brengen, net als de mens kinderen moet opvoeden. Het is niet moeilijk deze waarheid te weerleggen met de huidige kennis van het dierenleven. Waarom zou ik? Het zijn kleine details in de na anderhalve eeuw inderdaad nog steeds goed leesbare tragische romance vol spot en rook die komt, verandert en toch hetzelfde blijft en weer verdwijnt.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Beb Vuyk schreef in 1932 haar eerste roman Duizend eilanden. De laatste, Het hout van Bara, was de reden dat ik haar verzameld werk kocht waarin hij is opgenomen. Ook deze roman is sterk genoeg om mijn aversie tegen Nederlandse literatuur uit de koloniën weg te duwen.

De schrijfster won in 1973 de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre, maar is vrij onbekend tussen de duinen en dijken. De Nederlandstalige wiki over haar leven en schrijverschap is zelfs korter dan de Engelstalige. Ze werd evenwel geprezen door tijdgenoten, zoals Menno ter Braak en raakte bevriend met Du Perron. Verdween ze uit het collectieve geheugen, omdat ze als een vijand van Nederland werd gezien? Zelf zei ze: “Ik heb mij alleen miskend gevoeld omdat ik voor de republiek Indonesië was. Dat werd in Nederland niet geaccepteerd.”

Of is de literatuur die speelt in de kolonie zo gedateerd dat die niet meer gelezen wordt? Ze is vooral bekend gebleven om haar kookboek met Indische gerechten (niet de vegetarische maar algemene versie). Dat is een gotspe voor iemand die niet om wilde kijken naar Tempo Doeloe. Ze leefde vàn haar kookboeken en vóór het literaire werk, vertelde de schrijfster kort voor haar dood in augustus 1991.

Het lezen van Vuyk in tijden van sterke aandacht voor identiteit in Nederland lijkt me een aanrader. Hoewel het binnen de huidige debatten vooral draait om de Afro-Caraïbische Nederlander en niet om Nederlanders met een Aziatische afkomst, al zullen ook die wel weer eens meer hun plekje onder de zon krijgen. De voorouders van de schrijfster zijn van diverse afkomst (Joods, Frans-Duits, Nederlands-Moluks, Madoerees). Haar man is van Nederlands-Molukse afkomst. De wisselende posities in haar romans zijn niet opgeklopt, maar wel interessant en doorvoeld. Ook in Duizend eilanden komen deze regelmatig aan de orde. Zoals in de visie dat het heel gemakkelijk is om zorgen over grote sociaal economische problemen te wijten “aan het bruine velletje,” maar de mens zien als een radertje in een onderneming reikt verder dan dat, aldus Carl, verteller in het verhaal. Je zou denken de Groene Amsterdammer heeft al een intellectueel artikel gepubliceerd over Vuyk en gekleurde identiteiten in Nederland. Nog niet.

Het boek overlapt ook qua belevenissen met Vuyks eigen leven. De reis, afgelegen wonen op een theeplantage, de economische crisis, de rol van Indo's (tussen de witte Nederlanders en Engelsen aan de ene en de Indonesiërs aan de andere kant) en de tocht naar de Molukken, ze heeft het zelf meegemaakt als waarnemer met oog voor mensen. Misschien verklaart dit de overtuigende beelden en sfeer; bijna alsof je erbij kan zijn.

We reizen met de mislukkeling Ab naar Java, het beloofde land. Daar aangekomen wordt de verwachting niet ingelost. Het bed is een harde plank, het dak is lek, en een voorganger is net onder de grond gestopt. Op de theeplantage waar Ab terecht komt is er armoede, angst en ziekte onder de plukkers. Het is het Indië van de schrijvers die met open ogen schreven, die de mooie verhalen doorprikten en er toch ook het avontuur, de schoonheid en naast de knechting ook de vrijheid konden zien. De roman geeft een blik op een afgelegen koloniale onderneming, de bedrijfsvoering, persoonlijkheden en visies die er leefden.

Doordat het boek grotendeels in Nederlands-Indië speelt, dreigt buiten beeld te raken dat het toch vooral om de persoonlijkheidsontwikkeling van een jonge man draait. Het is een thema dat niet gedateerd zal raken. Hij wordt beperkt door zijn omgeving, overeind getrokken door vrienden, maar is er uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor dat hij blijft staan en gaan en zijn sores het hoofd biedt. Dapper hoef je niet zijn, maar bij de pakken – Vuyk zou barang schrijven – neer gaan zitten is geen optie. Dat zou ook een minder reislustig en avontuurlijk boek opleveren.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


vrijdag 5 augustus 2022

Boeken in augustus


Laatst gelezen boek boven.

Ali Smith neemt in Companion Piece vandaag en gisteren als onderwerp, net als in haar eerdere romans. In dit boek is de coronasamenleving in Engeland belangrijk, een land waar het politiek bestuur zich er niet al te druk om maakt en al helemaal niet om de achterblijvende gezondheidszorg. De schrijfster noemt juist de NHS, de Britse gezondheidszorg, in haar dankwoord. Toch treedt de ziekte niet te brutaal op de voorgrond.

Er is weinig afstand tussen wat beschreven wordt en het leven van de lezer. Zelfs de reclames komen zoals ze op TV zijn met de opgewekt kijkende families die hun groenten uit de geleverde dozen halen. Wat er gisteren in het nieuws verteld werd, lees je nu al in een literaire roman. Dat gaat bijvoorbeeld over repressieve maatregelen en verdronken vluchtelingen in het Kanaal. 

Smith kijkt ook naar kunst en beschrijft het in haar boeken. In dit boek is dat onder andere een tiental pagina's uitleg van een gedicht van e.e. cummings waarin dood achterstevoren wordt gespeld (TH A E D in het Engels, in het Nederlands zou het omkeren niemand opvallen): “En nu glimlach je zelfs naar de dood, zie je wel hoe krachtig een gedicht is,” zegt de hoofdpersoon, de schilderes Sand.

Een roman kan afstand nemen van de dagelijkse levensgang. Die beweging start hier met een vreemd telefoontje van een voormalige klasgenote (haar werd dat gedicht uitgelegd) waarin een oud en vakkundig gesmeed slot wordt beschreven: enig in zijn soort en een metafoor voor leven dat gesloten is (lock is ook in het Nederlands verbonden met covid in lockdown). Het mechaniek is eeuwen geleden gemaakt. Het geeft schrijfster de kans terug in de tijd te stappen op zoek naar een antwoord op een vreemde vraag uit hetzelfde gesprek.

Curlew of curfew? Moeilijk te vertalen 'wulp of avondklok' geeft alleen de betekenis weer. Dat de woorden op elkaar lijken en toch niet met elkaar te maken hebben is ook van belang. Die vertaling wordt nog moeilijker, omdat het woord curfew in het boek ook een oude betekenis volgt; het tijdstip dat de vuren op een werkplaats, zoals een smidse, werden gedoofd.

De avondklok is een naoorlogs fenomeen geworden. Het is een van de covid-verschijnselen, net als mondmaskers en afstandhouden. Er zijn ook mensen die denken dat zij niet ziek worden; dat zij geen rekening hoeven te houden met anderen en hun levenswijze op kunnen leggen: 'Doe gewoon we kennen elkaar'. Die mensen duiken ook hier op. Er zijn anderen die dat wel doen en letten op zieken en ouderen. Dat zijn ook de mensen die kijken naar het balletje veren waarin een snavel is verstopt om zonder anderen te beschadigen toch geestelijk gezond te blijven.

In de boeken over de seizoenen werd uitgebreid geschreven over de gierzwaluw. In Companion piece staan wetenswaardigheden over en beschrijvingen van de wulp; de trekvogel die niet altijd echt vertrekt. God heeft vermoedelijk gekeken hoe lang en dun hij een snavel kan maken, zo lijkt het als je naar haar kijkt. Het is de moeilijkst tam te maken vogel en toch lukt het hier. Het is ook de vogel die waarschuwt bij onraad. Die verdwijnt en weer terugkomt en dan weer verdwijnt. Het is het balletje op een bed. Ze geeft een teken dat het leven weer doorgaat.

Er is nog een dier dat een hoofdrol speelt en dat is de hond Shep van Sands vader. Die laat, net als de wulp, het leven weer beginnen; haalt het van het slot. Het is de eerst genoemde kameraad in het verhaal. Hondengezelschap is legendarisch: To the rescue he came.

Een hello volstaat ook om een herstart te maken het leven in. Dat woord komt van … (oh nee lees zelf maar, daar gaat een kort hoofdstuk over). Op gepaste afstand blijven, betekent niet dat er niets kan en moet. Zonder relaties tussen mensen wordt de wereld immers armoedig.

Companion piece is een geslaagd en gelaagd literair onderzoek in tijden van corona. Deze bespreking sluit af met de meest luie opmerking die je als bespreker van een boek kan maken: Ik zal dit boek zeker herlezen. Zo weet ik ook zeker dat ik dan dingen zal lezen die ik nu gemist heb. Een fijn boek.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Sánder Márai's roman De meeuw pakte ik vanwege de titel van de stapel nog te lezen boeken. Wat kan er mis zijn met een boek dat zich siert met de naam van deze gewone, maar oh zo sierlijke, brute en inventieve vogel? De flaptekst was genoeg om het bij mijn bed te leggen.

Het boek van de Hongaarse schrijver verscheen in 1943. Het speelt drie jaar eerder en op de achtergrond dreigt de oorlog ook dichtbij los te barsten: de oorlog die verder weg al huizen vernielde en steden ontoegankelijk maakte. De hoofdpersoon is een vijfenveertigjarige ambtenaar. Die weet vrijwel als enige van de dreiging voor Hongarije; hij schreef er een nota over. Wanneer het verhaal precies speelt is onduidelijk. Parijs is al ingenomen (dat was juni 1940) en waarschijnlijk is het kort daarna aan de vooravond van de Tweede Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen in augustus van dat jaar. Dat betekent dat Hongarije al deel uitmaakte van de Duits-Italiaanse fascistische invloedssfeer en stukken van Tsjechië en Oekraïne had ingenomen. Delen van Roemenië werden kort daarop ingelijfd. Hongarije is door het bondgenootschap met de Asmogendheden zelf geen oorlogsgebied.

Deze context speelt als een buiten het boek staande schim en werpt er een donkere schaduw over. Of het mooi is dat de exacte gang van de lokale geschiedenis voor het overgrote deel weg blijft van de pagina's? Is het erg dat het leven van de schrijver mist, bijvoorbeeld dat hij een Joodse vrouw had en het antisemitisme geen rol speelt. Het geeft het boek een andere diepgang. Een terloopse opmerking over de Eerste Wereldoorlog (bij het begin moet de ambtenaar negentien jaar oud zijn geweest) laat voelen hoeveel er meespeelt; hoe anders je in een oorlog kan staan.

Tijd
“En er is geen menselijke kracht die nog kan veranderen wat eenmaal is begonnen, omdat het onmogelijk is om anders te handelen, omdat oorzaken, argumenten, meningen en feiten de mensen gedwongen hebben het te laten beginnen,” lees ik al in de eerste pagina's van het boek en ook: “Tijd beschikt over de eigenschap niet meer los te laten wat zij eenmaal in handen heeft gekregen: als een waanzinnige houdt zij alles wat zij eenmaal in haar netten heeft kunnen strikken in een dodelijke omhelzing.” Dit is een stap verder dan 'gedane zaken nemen geen keer', maar meer wat eenmaal in werking is gezet dat krijgt een beweging van zichzelf. Dan al weet ik dat het boek mogelijk zal botsen met mijn eigen ideeën. Immers je kan ook uitgaan van het gegeven dat de tijd onverbiddelijk voortschrijdt, misschien niet lineair, maar voor stervelingen wel naar de rand, maar op die weg ruimte herbergt zaken om te buigen. Het lot geeft je misschien meer of minder middelen, maar je staat niet met lege handen.

Meeuwen
Hoe ben ik de meeuw uit de titel tegengekomen? Bij een brug over de Donau zitten ze. De man zijn de meeuwen nog nooit opgevallen. Hij ziet ze pas doordat zijn gast ze ziet. De vogels vlogen om onbegrijpelijke ideeën of mededelingen op “alsof iemand hen een boodschap heeft ingefluisterd.” Ze krijgen menselijke eigenschappen en lijken zich omlaag te storten als 'zelfmoordenaars' (een terugkerend fenomeen in het boek en de schrijver zou zichzelf op late leeftijd doden.) Net als het vrouwelijke bezoek van de man, kwamen de witte vogels uit het Noorden; uit Noorwegen het land van mijn moeder zegt Aino Laine, de Finse waarmee de ambtenaar het hele boek optrekt. Hij vindt de meeuwen doelloos. Zij vindt dat ze leven met grote kracht. De man vergelijkt haar met een meeuw, een vrouw met het instinct van een trekvogel; ze komt als een meeuw uit het Noorden en heeft bijna meedogenloze meeuwenogen, denkt hij. Zij ziet de tederheid van hun bewegingen.

Wel vaker in de roman lopen hun visies uiteen, ondanks de 'Fins-Hongaarse verwantschap'. Zij meent dat het leven “uit meer bestaat dan alleen bestaan. Soms bestaat het leven uit handeling.” Het verhaal speelt in zijn huis waar de meubels nog staan. Het huis waar zij opgroeide in Helsinki is platgeschoten (door de Russen in de Winteroorlog die eindigde in maart 1940). We hebben erover gelezen, zegt de man. Oorlog ken je pas als je het hebt meegemaakt, zegt zij.

Massa
Als de man iets nuttigt in een espressobar (die hij beschouwde als een van die modieuze gelegenheden die als paddestoelen uit de grond schoten) vergelijkt hij de aanwezigen met de vogels: “Hierover hebben de wijsgeren van de nieuwe tijd hun alarmerende verhandelingen geschreven, over deze massa, die geen zwijgende en sombere volksverzameling binnen de poorten van de fabriek is, maar een massa die overal te vinden en te ervaren is. (…) deze tierende, woekerende onpersoonlijkheid die over alles een mening ten berde brengt, maar praktisch nergens benul van heeft en opgeschrikt, fladderend en flikkerend, doelloos en gedesoriënteerd een richting voor haar bruidsvlucht zoekt.” Als je denkbeeldig even meeknikt met deze tirade, omdat je het bijvoorbeeld herkent van Twitter, dan is dit gelijk een teken dat je neigt naar een elitaire positie en weer moet landen. Lezen – ook van oudere belegen romans – vormt.

Avonturenromans
De ambtenaar die een nota rond de Hongaarse positie met betrekking tot de oorlog schreef, spuit zijn woorden in een eindeloze stroom, alsof hij zelf de logge rivier is die Boeda en Pest scheidt. Terwijl het vatten van de hoofdzaken toch zijn werk was. Ergens meldt hij dat je hem als obsessief kan zien en daar lijkt het inderdaad op. Zijn eindeloze exposés gaan bijvoorbeeld over uit meer dan een persoon bestaan en terugkeren uit de dood. Márai spot met deze gedachtenstroom als hij de ambtenaar laat afgeven op fantasierijke avonturenromans, waarin alles kan, ook het onmogelijke en onwaarschijnlijke. Toch voegt hij daar meteen nog de vraag aan toe of het misschien juist de literatuur is die wereldvreemd is; schrijven dat terugschrikt voor het onregelmatige leven.

Stroperig
In de ellenlange monologen wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij de gedachte of mensen binnen het lot dat de geschiedenis voorzet wel kunnen handelen. Op het niveau van contacten tussen mensen mogelijk, maar in het grotere geheel is de mens speelbal en zijn de ontwikkelingen te groot om invloed op te hebben, zo is de visie. De mens plooit zich naar die omstandigheden. Het is een overdenking die in de woestenij van de Europese oorlog - kort na de vorige Wereldoorlog - voor de hand ligt, maar de tekst, het denken, gaat zo traag, zo stroperig dat het nog net niet ging vervelen. Misschien gaat het tachtig jaar later te langzaam en te weinig doelgericht.

Enige Golf
Op een dag komen de mensen elkaar tegen, denkt de man, als verre troost in oorlogstijd, “maar nu is alles nog erg duister.” Ook Aino Laine gaat als een meeuw zigzaggend weer die donkere wereld in, over brandende steden en duistere landschappen. De vraag blijft wie de vrouw in de witte bontjas met daaronder de elegante zwarte jurk zonder opsmuk is. Ze spreekt haar talen, kan uitermate goed observeren en luisteren, weet van de hoed en de rand en bivakkeerde in kringen van de hooggeplaatsten. Haar naam die vertaald Enige Golf betekent, gaf haar al een speciale positie. Golven rollen immers eindeloos, zijn nooit alleen, en komen de een na de ander tot ze verdwijnen. De vraag wie ze was en of ze was dat intrigeert ook nog lang na het lezen van de laatste woorden.

Volgende bespreking onder foto.

Peper



Laatst gelezen boek boven.

Liefde en puin van Hans Fallada heeft een wat vreemde titel. Ja het laatste van de vijf verhalen gaat over liefde en is deel van de Trümmerliteratur (een begrip dat na een paar lessen Duits op de avondschool al op het programma stond en dat de literatuur duidt die op de puinhopen van het Duitsland van na de oorlog is gebouwd). Sterker nog het is er een helder voorbeeld van met de pakkende zinnen:

“Natuurlijk lachen ze allebei – te midden van afgunst, tussen het puin. Want ze hebben allebei dit ene leven,. En je kunt niet vroeg genoeg beginnen om het te vullen met liefde en geluk.”

Maar de andere vier verhalen zijn geschreven voor de oorlog, in het interbellum. Twee ervan gaan over het leven op landgoederen, met zijn machtsverhoudingen. De andere twee vertellen over de gevolgen van de economische malaise in de jaren dertig.

Het boek is samengesteld om mensen kennis te laten maken met de schrijver. De verhalen zijn interessant, maar wat vooral opvalt is dat ze helder zijn, alsof ze geschreven zijn in de taal van vandaag. Het eerste verhaal De trouwring speelt in een omgeving die van heel vroeger is, een landerij van ooit, maar toch modern overkomt.

Liefde en puin is mooi uitgegeven en uit te lezen in de tijd die een voetbalwedstrijd duurt of een aflevering van een serie. Gewoon die tijd nemen. Doen!

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

“Zo was de loop der dingen: Omdat iedereen er niets aan kon doen, kon niemand er iets aan doen.”

Ademschommel van Herta Müller gaat over het overleven in een werkkamp in Rusland. In 1944 veroverde Stalin het Roemenië van de fascistische dictator Antonescu. De bondgenoot (zie ook toevalligerwijs mijn vorige bespreking) van Berlijn zou de steven wenden en nazi-Duitsland de oorlog verklaren. Het land zou bovendien instemmen met een bijdrage aan de wederopbouw van Rusland door het sturen van mensen uit de Duitssprekende Roemeense minderheid naar werkkampen. De moeder van Müller zou er vijf jaar zitten. Dit had een grote invloed op de jeugd van de schrijfster.

Dit boek van Müller is vooral gebaseerd op gesprekken met de dichter Oskar Pastior, een man uit haar geboortedorp. Ze sprak hem vanaf 2001 regelmatig over zijn ervaringen. De wens groeide om er samen een boek over te schrijven. Pastior stierf in 2006 en dat zette een streep door dit plan. De schijfster had al wel vier schriften met aantekeningen. Nadat ze afscheid had genomen van het idee WIJ als schrijvers kon ze een jaar later ALLEEN de roman Ademschommel schrijven. De details uit de gesprekken zijn er een wezenlijk deel van.
Het boek zou verschijnen in 2009; het jaar dat Müller de Nobelprijs voor de literatuur won.

De hoofdpersoon Leo Auberg was opgelucht om na de Tweede Wereldoorlog als zeventienjarige naar het Russische werkkamp in het Donetsbekken te gaan om aan zijn geboortegrond te ontvluchten. Al snel, zelfs al tijdens de dagenlange reis in de volgepakte goederenwagon, wordt die opluchting ingeruild voor een overlevingsstand. Hij belandt in een kamp waar de hongerengel de baas is. Pas als in het laatste, vijfde jaar, betaald wordt voor de dwangarbeid kunnen de bewoners weer wat vlees op de botten kweken. Dan zijn er al honderden van gebrek gestorven. Lichte kost is het niet.

Het overbrengen van zo'n berg narigheid vereist veel schrijverschap. Zonder stilering, alleen de kille feiten, dat zou niet gaan. Waarom zou een zin als deze te behappen zijn: “Wanneer het vlees aan je lichaam is verdwenen, wordt het dragen van je botten je tot last, het trekt je de grond in.” Veel beeldender kan je uithongering niet beschrijven, compacter ook niet. Leo zocht tijdens het eindeloze appel naar een wolk met een haak om zijn botten aan te hangen en te vergeten dat hij er was. De ellende wordt taal, zoals taal ook in het kamp onderdeel van het overleven wordt.

Boetseren met woorden en zinnen is continu aanwezig. Dat kan heel klein zijn, zoals de uitweiding over melde, de plant die je jong kan eten om je magere rantsoen aan te vullen maar die in de zomer bitter begint te worden. Of door het zoeken van woorden die het negatieve ombuigen naar iets wat prettiger is. De geuren in de fabriek worden voorzien van woorden: eetwoorden en vluchtwoorden. Zelfs 'schoensmeer' kan zo'n woord zijn en
“derivaat klonk troostrijk”.

Het boek barst uit zijn voegen van de mooie zinnen. “We waren allemaal anders dan we waren,” blijft haken. De honger maakt blind net als het gedwongen samenzijn. Kan het treuriger? Of deze zin: “Ik weet niet waarom tot grijs verouderd roze zo strelend en betoverend mooi is, niet meer mineraal maar droefvermoeid als mensen.” Ze wordt gevolgd door de vraag of heimwee een kleur zou hebben. (Het genoemde grijs is de kleur van slak die in de winter warmte gaf.)

De honger is constant aanwezig. Als Leo besluit zo lang mogelijk te genieten van een bord soep merkt hij dat de honger als een hond achter de schotel zit en vreet. Het bord soep krijgt hij van een vrouw waarmee hij een stuk steenkool wilde ruilen voor wat aardappels. Ze nodigt hem binnen en het blijkt dat haar zoon na verraad van de buren naar Siberië is gestuurd en Leo aan die zoon herinnert. Hij voelde zich ongemakkelijk en kon het niet verdragen om twee mensen te zijn,
“twee gedeporteerden, dat was mij teveel.” Hij was zichzelf al een last te veel. De overdenking van de kampbewoner maakt dat het over meer gaat dan mooie woorden.

Het verhaal over een zwakzinnige vrouw doet hier nog een paar scheppen bovenop. Kati-de-platon snapt niet wat straf is. Ze leeft in haar eigen wereld. Haar disciplineren is onbegonnen werk. Ze vermurwt hiermee uiteindelijk de kampcommandant. Hij laat haar doen waar ze goed in is: de vloeren dweilen. Zelfs de honger heeft geen vat op haar. Ze heeft het bedelen niet nodig. Ze steekt haar hand in een mierenhoop en likt de zwarte handschoen als voedsel op. Zou er manier zijn om het onmenselijke van de kampen beter neer te zetten dan aan de hand van Kati?

Net als Oskar Pastior zou ook Leo Auberg zestig jaar later zijn verhaal vertellen. De vijf jaar in het werkkamp zouden Leo nooit meer verlaten en zijn leven losslaan. De honger maakte gek, steeg naar de hersens, drukte maag en borstkas samen. Ook Pastior werd ten diepste geraakt en bleef kwetsbaar in Roemenië.

Vreemd was dat ik vele pagina's het gevoel had over een vrouw als hoofdpersoon in plaats van over een man te lezen, hoewel die mannelijkheid wel benoemd werd. Kappersbezoeken, veel aandacht voor kleding (maken), inlevingsvermogen, aandacht voor anderen, fijngevoelig, het zal allemaal wel meegespeeld hebben in mijn mislezen, maar ik kan er de vinger niet op leggen hoe het precies kwam. Waren het de tonen in de tekst die ik onbewust associeer met vrouwelijkheid? Het was al doorgedrongen bij de opmerking dat Leo maar met moeite zijn drang kon bedwingen om een collega kampbewoner te strelen in een zeldzaam moment van gelukzaligheid, liggend op geel zand onder een blauwe hemel. Mogelijk zit daar een reden of is het de vrouwelijke auteur die stukjes vrouw in haar man schreef.
Anderzijds verdween door het hongeren het HIJ en ZIJ. Ze
“zijn niet mannelijk of vrouwelijk, maar objectief neutraal zoals objecten – waarschijnlijk onzijdig.” Het doet er – hier helaas door de omstandigheden – niet zoveel toe als dat het verschil wel eens opgeklopt wordt. Mannelijk en vrouwelijk blijken weer eens dicht bij elkaar te liggen.

Zonder Herta Müller had ik dit verhaal niet gekend. Inmiddels woont de schrijfster in Berlijn en maakt teksten door te schuiven met uitgeknipte woorden. Er is een prachtige documentaire over haar schrijverschap, de Duit-Roemeense afkomst en de littekens die ze opliep tijdens Ceausescu dictatuur. Hij zat onlangs in Zomergasten. Die documentaire was ook de reden dat dit boek een paar weken geleden geleend werd in de bibliotheek.

Het lezen op die schommel was twee weken lang een heftig avontuur.

Volgende bespreking onder foto.

Laatst gelezen boek boven.

Oil, the State and War van Emma Ashford onderzoekt welke rol olie speelt in de buitenlandse politiek van staten. Ze doet dit op een heldere en ook voor geïnteresseerde leken goed te volgen manier. Daar waar de draad dreigt te verdwijnen, komt een handige herhaling of samenvatting.

Het is belangrijk niet alle olielanden over een kam te scheren, maar ze per type te bekijken is een centrale stelling in het boek. De olie exporterende landen worden gesplitst in een drietal typen, waarbij de derde groep een soort bonus type krijgt*:


Typen oliestaten

► Olie afhankelijk

Olie-inkomsten meer dan 10% BBP.

► Grote producent

Jaarlijkse olie-inkomsten meer dan $ 1.000 per inwoner

► Super producent

Olieproductie groter dan 2 % van de wereldwijde oliewinning.

→ Super exporteur

Meer dan 2% wereldwijde oliewinning en een netto exporteur.

Olie als wapen

De schrijfster ontkracht het idee dat olie (of gas) als wapen wordt gebruikt tegen vijandelijke staten en dat waar dit wel gepoogd wordt het vrijwel altijd mislukt. De diffuse manier waarop de oliemarkt wereldwijd is opgezet maakt het moeilijk om olie als wapen te gebruiken.

Het oliewapen definieert ze als de inzet van grondstoffen als een middel bij onderhandelingen door een exporteur, inclusief het gebruik van prijs manipulatie en embargo's. Een handig overzicht (1941-2020) laat zien waar dit gebeurde en of dit het gewenste resultaat opleverde of faalde. In maar een paar kwesties was sprake van een succes, zoals gedeeltelijk de olieboykot tegen Zuid-Afrika.

In alle andere gevallen gaat het deze eeuw om gebruik door Rusland tegen landen voortgekomen uit de Sovjet Unie (met een gezamenlijk leidingennetwerk) en een voormalige bondgenoot Tsjechië. In 2006 zette Rusland het 'oliewapen' in tegen Oekraïne. De kraan werd gesloten, “de eerste oorlog van de 21ste eeuw,” citeert Ashford Le Monde. Maar het zou niet langer dan vier dagen duren en moet volgens de schrijfster, die wars blijkt te zijn van sensatiezucht, op grond van beschikbare informatie niet getypeerd worden als geopolitiek verhaal, maar meer als een voortdurend meningsverschil over prijzen en schulden. Het was het begin van een serie maatregelen, tegen Georgië, Moldavië, Wit-Rusland en Tsjechië. In alle gevallen zou het gaan om geopolitiek vermengd met economie. Ze constateert dat Rusland dan wel agressief was met het gebruik van het energiewapen, maar er weinig succes mee had. Een waarschuwing was het terugblikkend wel, zo erkent ze (het boek verscheen in de zomer van 2022).

Oorlog om olie
Ook oorlog om olie komt maar zelden voor. De twee meest genoemde voorbeelden: de invasie van Irak in Koeweit (1990, per abuis wordt 1991 genoemd); en de Japanse inname van Nederlands Indië in 1942 draaien niet uitsluitend om olie, maar ook om de positie van het regime en nationale veiligheid. “Er is weinig onderbouwing om aan te nemen dat olierijke landen zijn aangevallen voor hun grondstoffen,” stelt de schrijfster. “Staten moeten zich zorgen maken om voldoende middelen voor komende militaire mobilisaties, maar onderzoek suggereert dat methoden die uitgaan van de markt of indirect van aard zijn vaak effectiever zijn dan oorlog.” Kortom je kan olie ook zonder oorlog beheersen.

Gevoelig voor oorlog

Is er dan wel een verband tussen olie enerzijds en buitenlandse en militaire politiek en oorlog aan de andere volgens Ashford? Ja maar mogelijk niet zoals gedacht. Alle olielanden hebben een ding gemeen, ze zijn sneller geneigd om oorlog te gaan voeren dan landen zonder deze rijkdom. Daarvoor zijn verschillende redenen. Een olie producerend land kan de staatskas vullen zonder een beroep te doen op burgers (er hoeft dus niet te kiezen tussen brood of bommen); het kan wapens kopen en er een hoge militaire begroting op na houden. Bovendien valt er door de olie-inkomsten een grotere taart te verdelen. Sterker nog ook als de olie-inkomsten weer teruglopen, dan blijven deze uitgaven overeind en doen dan een excessief beroep op de overheidsinkomsten. De olielanden besteden duidelijk meer dan hun gelijken zonder olie. Verder lezen
kan hier

Volgende bespreking onder foto.


Laatst gelezen boek boven.

De dood van Artemio Cruz door Carlos Fuentes werd in 1991 in literair tijdschrift De Gids besproken als veronachtzaamde literatuur. Waarom werd de schrijver in Nederland zo slecht gelezen? Dit terwijl hij toch met Gabriel García Márquez, Mario Vargas Llosa en Julio Cortázar de boom van de Latijns-Amerikaanse literatuur vormde, zo vroeg hoogleraar Spaanstalige literatuur Maarten Steenmeijer zich af.

Kort daarop zou de aandacht gestaag groeien tot ongeveer 2017 (zie grafiek). De Rainbow Pocket, uitgegeven in 1996, die ik las is daar een uiting van. Zo'n boek is ideaal voor het genereren van aandacht en voor de kleine beurs, maar minder geschikt voor de (oudere) lezer. Ruim 400 kleine dicht bedrukte pagina's maken het opnemen van de hier en daar moeilijk te volgen experimentele stijl van Fuentes niet gemakkelijk. Het is de inspanningen wel waard.

In 2012 zou
Cees Zoon in de Groene Amsterdammer schrijven dat het onmogelijk is Mexico zelfs maar beginnen te begrijpen zonder Fuentes te lezen. Het boek over de lotgevallen van Artemio Cruz was in zijn oeuvre zijn grootste meesterwerk, schreef Zoon. Het boek beschrijft hoe Cruz zijn deelname aan de strijd tijdens de Mexicaanse revolutie opklopte en verdraaide om zijn eigen status op te poetsen. Hij was deel van een bende corrupte zakkenvullers en machtswellustelingen.” De idealen van de revolutie werden gecorrumpeerd. Die visie is nu gemeengoed. In 1962 nog niet.

Nexis: Boeken & Carlos Fuentes.

Het bedrog van de puissant rijke krantenmagnaat was niet alleen voor het land slecht. Ook voor zijn relatie met vrouw, dochter en zoon. Zelfs de relatie met de liefde van zijn leven werd gebouwd op een idyllische mythe. De man is een fuik van leugens ingezwommen. Maar als hij op zijn sterfbed de ervaringen in zijn leven naloopt, dan merkt hij op dat als hij in de achteraf verdoezelde situaties oprecht had gehandeld, hij minder ver was gekomen en sterker nog al vroeg de dood had gevonden.

Een deel van het verhaal speelt in het Spanje waar Franco net de Spaanse revolutie heeft verslagen. Fijn dat we dezelfde taal spreken, is een opmerking gericht naar het Mexicaanse personage dat meevocht (je komt hem vanzelf tegen als je het boek leest). Het is een subtiele sneer naar de internationale brigades. Onomwonden wordt ook kritiek geleverd op de krijgskundige inzichten en moraal van de strijdkrachten van de republiek. De anarchisten worden eenvoudigweg als een stelletje defaitisten afgeserveerd. (Al eerder in het verhaal leerden we dat het bestuderen van Bakoenin en Kropotkin ons nergens brengt). In het boek is het Spanje van de fascisten overigens niet veel meer dan een podium voor de verwikkelingen binnen het verhaal.

Het is echter het sterfbed van Artemio, zijn herinneren, zijn denken, zijn kijken, zijn voelen, en sterven dat centraal staat. Een sterven dat een nieuw begin is en pas afgerond als alles ophoudt: het leven, de aarde, en als het heelal verdwijnt. Het is magisch realisme met een vleug medische wetenschap, biologie, en natuurkunde. Bovendien is Artemio's legaat een aanklacht tegen alles wat mis is in Mexico – “niet één land, maar duizend landen met één naam” - met zijn hebzuchtige leiders, onderworpen vakbonden, nieuwe grootgrondbezitters, Noordamerkiaanse investeringen, gevangengezette arbeiders etc etc. Artemio zou er vandaag de drugsbaronnen ook in opnemen.

De dood van Artemio Cruz was weer een boek waar de schrijver door zijn gebruik van de taal probeert het spreken en denken van mensen te vangen. Een gesprek vermengt zich met flarden van zinnen elders uit dezelfde ruimte. Korte of langere observaties blijven zich in het hoofd herhalen en zinnen rijgen zich aaneen tot een brei waaruit een deel van het verhaal ontspruit. Elders ontvouwt zich het leven en het sterven in korte zinnen afgesloten met ...


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.

Uit deze roosachtige komt een aardbei. Het is bijna poëzie die alleen nog opgeschreven moet worden.