|
Eind mei fietste ik voor het laatst mijn
zogenaamde wekelijkse tocht naar het strand. Iedere week was er
iets waardoor het niet door ging. Het ritme is er uit en daardoor
was vertrek ook vandaag wat moeilijker. |
|
Eind mei fietste ik voor het laatst mijn
zogenaamde wekelijkse tocht naar het strand. Iedere week was er
iets waardoor het niet door ging. Het ritme is er uit en daardoor
was vertrek ook vandaag wat moeilijker. |
De golven van Virgina Woolf is een boek over het leven van zes mensen die samen op een kostschool zaten. Ze blijven elkaar een leven lang ontmoeten. De lezer kruipt in hun hoofden en daarmee in de onderlinge relaties en gedachten over de ander. Zo simpel en tegelijk zo ingewikkeld is het boek. Doe het maar eens: zes levenslopen in 280 pagina's tekst.
“Langzamerhand terwijl de lucht verwitte vertoonde zich een donkere lijn aan de horizon die zee en zwerk van elkander scheidde en de grijze doek werd doorstreept met dikke zwarte halen die, een voor een, achter elkaar, onder het oppervlak bewogen, elkaar volgend, elkaar achtervolgend, in eindeloze gang.Dit is de derde zin van de roman en komt uit zo'n inleidende tekst. In de eerste twee zinnen moet de zon nog opkomen, het beeld helder worden en de omgeving kleur krijgen. Dat gebeurt al enigszins in de geciteerde woorden. Sterker nog ze laten het verhaal, en de levens als golven beginnen en de zon verlicht als een lamp huizen, bomen en tuinen. Daarmee wordt ook de omgeving waarain de roman personages leven zichtbaar.
De
laatste cursieve opening begint met het zakken van de zon achter de
kim. Zwerk en zee waren zoals in de vroege ochtend ook in de avond
weer niet van elkaar te onderscheiden. Nu komt er niet steeds meer
kleur, maar komt de nacht met schaduwen. Het einde van het verhaal
wordt ingeleid. De boom laat de bladeren vallen en die zouden gaan
ontbinden, waarmee het einde ook een nieuw begin inluidt.
Met: “De
golven braken op het strand,” eindigt
de roman en daarmee komt een eind aan alles, zo lijkt het even. Toch
al eerder stond er dat de golf zich terugtrekt de zee. De verwachting
dat dit zelfde water weer komt aanrollen, eerst als een streep in de
verte en die vervolgens met stuifwater op het strand valt, is
onvermijdelijk. Deze cyclus past het boek, waarin natuur en leven zo
centraal staan. Niets laat die herhaalde terugkeer zo helder zien als de aanrollende
golven. Die zich alleen kunnen vormen door het weerkeren van het
water in de zee. Water dat leven brengt en weer meeneemt. De kringloop van het
leven is duidelijk aanwezig in de wegstervende vriendschap (eerst abstract bij Percival als idee van de onvermijdelijkheid, later concreet, zoals bij Rhoda) zoals vallende bladeren, opduikende
paddenstoelen en de ontbinding in het algemeen die voeding
creëert voor het leven daarna.
De golven lezen en herlezen is de aanbeveling, want dat is de dunne, en tegelijk volle roman waard.
Noot:
Het duurt maar even en dan weet ik dat het boekenweekessay De leeuw en zijn hemd (2013) door Nelleke Noordervliet al eens heb gelezen. De schrijfster gaat met een hink-stap-sprong op reis door de Nederlandse geschiedenis van de Gouden Eeuw tot jaar van uitgave. Ze spreekt onderweg op haar reis door de tijd vooraanstaande en gewone mensen, maakt belangrijke ontwikkelingen mee, en interviewt als een journalist mensen om een antwoord te krijgen op de overkoepelende vraag wie is de Nederlander. Voor het beschrijven met zevenmijlslaarzen van zo'n tijdsspanne in ruim zestig pagina's is een zorgvuldige greep uit de geschiedenis vereist.
Het essay van Noordervliet is dertien jaar oud, en Nederland is flink veranderd in die periode, maar het zet nog steeds
aan het denken en heeft een levendige vorm.
Noot:
* Uiteindelijk zou Nederland met een koloniale oorlog de nieuwe republiek in handen van een militair regime sturen. Dit resultaat van de koloniale oorlog, wordt in Nederland maar weinig genoemd. Ik ontleende dit inzicht aan het gerenomeerede werk van Harold Crouch, The army and Politics in Indonesia, (Ithaca/Londen: Cornell University, 1978), en wel aan de tweede versie (1993) van de herziene editie uit 1988, p. 26-27. Crouch stelde dat nadat de Nederlanders de leiding van de regering van de Republiek arresteerden dit tot een vervreemding van de militairen van de politiek leidde en dit grondde binnen de krijgsmacht het idee dat ze tegelijkertijd zowel een militaire als politieke functie hadden. Het zou een opmaat zijn naar het latere invoeren van de Dwi Fungsi doctrine, waarvan zelfs de grondlegger (Maarschalk Haris Nasution) tenslotte zag dat ze politiek misbruik in de hand werkte. Hij zou deel worden van de oppositie tegen Suharto binnen Petitie 50.
![]() |
| Het Soortgelijke aqueduto do Convento de Cristo bij Tomar. |
Als je uit de
verhalen wilt kiezen, lees dan de 55 pagina's waarop het volgepakte
verhaal Lissabon is geschreven.
Het volgende hoofdstuk
speelt in een andere aansprekende Europese stad: Genève.
John bezoekt daar zijn dochter die er werkt in een theater. Hij
vertelt haar over de ontmoeting die hij had met haar oma. Het geeft
aan dat de verhalen niet los van elkaar staan. Dat is ook vrijwel
onmogelijk aangezien ze op hoofdzaken autobiografische aspecten
bevatten uit het leven van John Berger zelf.
Vader en
dochter wandelen door dat leven; ook hier samen met de doden. Zij
reageert niet verbaast op zijn mededeling, maar komt met een vervolg activiteit op het
bericht over haar oma. Ze bezoeken het graf van de Argentijnse
schrijver en dichter Jorge
Borges. Hij ligt begraven in de Zwitserse stad. Borges bracht er jaren van
zijn jeugd door en keerde er terug. Nu is hij deel van de stad waar
niet alleen de Europese winden samenkomen, maar ook organisaties en
mensen uit de hele wereld, inclusief dus de doden.
Ook op de
volgende stop, in Kraków, is het een dode die samen met John het
verhaal vertelt. Ken is een oplevende schim die John ziet zitten als hij
door de Poolse stad loopt opzoek naar een betaalautomaat. Ken is de
man die hem in zijn tienerjaren wegwijs maakte door het leven. Hij
noemt hem dan ook een passeur (een identieke tekst verscheen
onder die titel in
2001 in de New Yorker). Ken leerde hem dat het leven wordt
ontdekt door boeken te lezen. Berger dacht na ieder boek dat hij van
hem kreeg en dat hij uitgelezen had dat hij dichter bij zijn
leermeester stond.
Nu zitten ze samen op een bankje op een
plein en drinken bier in de stad waar de geschiedenis uit de Tweede
Wereldoorlog je op de nek valt. Je hoeft alleen maar over de rivier
naar het voormalige joodse kwartier te kijken. Berger noemt een getal
van 6 miljoen Poolse doden, de helft joden. Nog meer schimmen.
Er
is ook een hoofdstuk dat buiten het raamwerk van het boek lijkt te
vallen. Dat gaat over vruchten. Ook die vruchten hebben een klank,
een smaak, een herinnering, die naar het vroegere leven reikt.
Greengages zijn reine claudes. In de zomer liggen ze voor de
Turkse winkel, waar ik in Amsterdam fruit, kruiden, bonen en wat
groenten haal. Er staat een schaal met die vruchten op de kaft. De groene pruim laat als de jonge John zijn ogen sluit zijn jongensfantasie opleven en herbergt een belofte die nog niet benoemd is.
Er
is nog een Engelse naam die ik niet ken. Dat is de quetsch. In het
Nederlands heet die vrijwel hetzelfde, de kwets. Ze is in het Engels
beter bekend als de Elsas Damson
pruim (zo'n mooie kleine paarse). Het is de vrucht van de
zang. Dit doordat de zangvogels in de kwetsbomen bivakkeren of door de
glaasjes gnôle, de drank
die van de vruchten wordt gestookt en de stembanden in beweging
brengt.
Verder zijn er teksten over de meloen, perzik en
kers. Dood is er nauwelijks in de teksten over deze vruchten, maar fantasie,
verbeelding en associaties zijn er in overvloed.
De vruchten
waren een tussendoortje. Islington (de wijk in Londen) is weer een
plek voor mensen van vroeger: een schoolgenoot, zijn inmiddels
overleden vrouw, en iemand die er voorheen nadrukkelijk was, maar nu
verdwenen en naar elders is vertrokken. Zelfs haar naam is het brein ontschoten. John vraagt naar zijn
jeugdvriendin bij man van hun beider kunstopleiding. Hij beschrijft haar postuur, eigenaardigheden en kleding
en dan op de valreep komt de naam wer boven, waaraan de nagedachtenis aan haar kan kleven. Hij weet dat ook zij gestorven zal zijn, maar heeft haar toch
nog even in deze zoektocht ontmoet. Hij voelde haar hoofd op zijn
schouder en een dialoog tussen hen beide weer oppoppen:
Hij: “Oslo.”
Zij: “Je zei dat het rijmde met eerste sneeuw (snow).”
Het huis van de oud schoolgenoot is volgepakt met wat door het
leven heen is binnengehaald. Alles is keurig uitgestald. Wat
bijzonder opvalt zijn de doosjes met plantenzaden, een verzameling
klaar voor verzending. En er is het gesprek over de tekeningen van de
overleden vrouw van de man. Wat doe ik er mee? Ik kan ze toch niet
verbranden of weggooien? Orden ze thematisch, per groep in een
enveloppe, op de volgorde die je het beste lijkt, is Johns advies. Zo
komt het archiveren, het opbergen, op twee manieren weer terug. Het
zat ook al nadrukkelijk in het hoofdstuk rond Genève.
Le
pont d'Arc beschrijft de artistieke expressie van de Cro-Magnon, een
volk in de Ardeche. Ze leefden 30.000 jaar geleden en beelden in een
grot dieren en hun eigen handen af. Gemiddeld werden ze niet ouder
dan 25 jaar. Die leeftijd is niets vergeleken met de duur van hun
dood sindsdien. De grot is een plek voor een overpeinzing: “Het
begrip verleden en heden is ondergeschikt aan de ervaring van elders.
Iets dat voorbij is, of waarop gewacht wordt, is elders verborgen, op
een andere plek.”
Tijdens het
lezen ben ik zelf terug naar een
fietstocht niet ver van dat grottencomplex en
herbeleef de stilte en natuurschoon. Geen prehistorische tekening
gezien. Het was wel fijn.
Op pagina 161 staat in een zee van ruimte een
grote mededeling: “Het aantal levens dat het onze betreedt is
ontelbaar.” Verder niets op die pagina. Nog mooier dan Bergers
moeder het deed vat deze zin het boek samen. Die mensen komen uit
alle tijden, uit ontmoetingen, boeken, films en fantasieën. Alleen
zijn is vrijwel onmogelijk, zelfs diep in een berg.
Tijdens
een bruiloft loopt buiten een verloren saxofonist rond die komt
spelen. Vijftien jaar eerder was hij tegen een auto opgelopen en
daarbij omgekomen. Echt vergeten was hij nooit. De muzikant was ook
huisschilder en liet in alle huizen van het dorp een geschilderde
tekst achter op de muren waarover hij daarna behang plakte: Winst is klote; De
armen gaan naar de hemel; en Leve de rechtvaardigheid.
Hoofdstuk 8½ is amper 'n pagina lang. Moeder legt er uit waarom ze
nooit boeken van haar zoon heeft gelezen, ze leest liever over wat ze nog niet weet. Hem adviseert ze nogmaals
slechts de waarheid te schrijven. Je moet wel dezer dagen.
Europa
is een prachtig werelddeel met steden vol cultuur op allerlei gebied.
Geschiedenis met zijn mooie en zeer lelijke kanten (en dan ontmoetten
we nog niet eens het kolonialisme). Maar wie we niet moeten vergeten
zijn de mensen die voor en met ons waren, zij die uit onze levens
verdwenen, en er alleen oppervlakkig gezien uit vertrokken zijn. Ze hebben
nog steeds veel te vertellen. Bij dergelijk treffens staat Berger
stil. Het is de gewoonste zaak van de wereld.
In alle
hoofdstukken zitten mooie zinnen, gedachten en ontmoetingen, teveel
om te benoemen; als je begint is het als het eerste koekje uit de
trommel; er volgen vanzelf meer voorbeelden en woorden. Als je ze
wilt, haal ze dan zelf uit uit het boek.
Lissabon speelt
eerste viool in here is where... Dat verhaal toont het thema,
behandelt 'n politieke aanpak, en laat zorgzaam de stad aan de Taag zien. Even
ga ik de schrijver achterna en zoek naar de lift en het
aquaduct en geniet mee. Tijdens het lezen keerde ik er terug naar
vroegere bezoeken aan de stad en kwam er mensen tegen met wie ik er
verbleef. Berger is dan ook de schrijver van het kijken. Hij doet dit op een plezierige manier.

|
In Nijmegen uit de
trein gestapt samen met de bezoekers aan het Down
the Rabit Hole festival met hun karren vol campingspullen. Ze
stonden in een rij voor de lift. Eentje keek me aan en vertelde
toen wat hij ging doen en noemde wat namen: David Byrne, the XX,
en Florence + the Machine. Goed ingeschat. XX kende ik
alleen van naam. Het trapte van een
leien dakje. De LF3 richting Maastricht pikte ik meteen op. Deze
werd daarna de Maas (ook wel Maastricht) route. Aangegeven met van
de al gewende kleine liggende bordjes die de grotere
staande hebben vervangen op de niet vervallen routes.
De aanleiding voor deze vakantie was een activiteit in Maastricht. In een moeite door koop ik in de Zuideuropees aandoende stad voor een habbekrats een slaapzak
en pyjama. Koude nachten, vandaar. Bij het zoeken naar een warenhuis beland ik in de Limburgse pedant van de Kalverstraat op zaterdag. Daarna zocht ik onder een brug verkoeling, met een
bijzonder deel van bewoners om me heen die ook schaduw zochten. |
![]() ![]() |