De man van veel door Karin Amatmoekrim
beschrijft het leven van Anton de Kom rondom zijn drie maanden
durende opname (1939-40) in een kliniek vanwege zware
overspannenheid. Hij was agressief in de huiselijke situatie en werd op advies van zijn vrouw opgehaald. Hij leed aan achtervolgingswaanzin en dat zorgde ervoor dat de remedie gebaseerd op vertrouwen niet gemakkelijk van de grond kwam.
Hier wordt een grootheid uit de Nederlandse geschiedenis pardoes neergezet als een kwetsbaar en nietig mens in een gesticht tussen andere nietige mannen. De schrijver van Wij slaven van Suriname is een patiënt.
Zijn opname was geen geheim. Maar juist daaromheen een verhaal over Adek vertellen dat is een aanpak die lef vereist. De man die de slavernij beschreef zoals ze was, hoe deze praktijk vervolgens werd voortgezet in zogenaamde contractarbeid, die een aanspreekpunt werd in Paramaribo voor wie getroffen werd door onrechtvaardigheid, die drie maanden vast werd gezet – zonder enige aanklacht – in Fort Zeelandia (waar kennen we die plek nog meer van) en werd daarna verbannen naar Nederland waar hij in de gaten werd gehouden en waar hem het leven zoveel mogelijk zuur werd gemaakt. Deze antikoloniaal, een held voor velen, zakt door het ijs en moet overeind geholpen worden. Dat laatste, maar ook andere aspecten zijn door de tekst gevlochten.
Rond die drie maanden wordt een beeld geschetst van Anton als kind. Hoe hij leerde door de prachtige beelden van de Nederlandse helden heen te kijken en eigen voorbeelden kreeg. Hoe hij zocht naar een manier om de wereld beter te maken (hij ging er zelfs voor naar Haïti om daar de kunst af te kijken). Hoe hij observeerde, schreef en sprak om onrechtvaardigheid en uitbuiting aan de kaak te stellen. Hoe hij toegejuicht werd. Hoe hij stuitte op zaken die weinig hoopgevend waren. Hoe hij in de kliniek een band kreeg met personeel, collega patiënten en daar empathische gevoelens voor had. Hoe hij zijn fouten durfde toe te geven.
Het boek is een monument voor een man met zijn zwakte, maar vooral voor de kracht die hij had. Niet iedereen heeft dat erin gelezen of willen lezen, blijkt uit de uitgebreide – soms vileine – polemiek die volgde op de publicatie.
Er worden voorbeelden van gruwelen van de slavernij beschreven. Juffrouw Pierson, mevrouw Mauricius en Claas Badouw (de laatste in de roman niet bij name genoemd) spelen daarin een hoofdrol als sadistische 'slaveneigenaars' die menen zelf te mogen bepalen hoe gruwelijk ze kunnen handelen. De fictieve De Kom (en de werkelijke eveneens) schrijft erover in Wij slaven... Hij wordt kwaad en moet huilen. Wie niet?
Een ander verhaal – van na de slavernij – is dat over Stampu. Een jongen die als daad van verzet de leuze WEG MET VAN HAAREN schilderde op een schutting bij het huis waar waarnemend gouverneur Van Haaren was ondergebracht. Deze wilde dit niet over zijn kant laten gaan. Stampu werd gearresteerd, opgesloten en toen er geen zware straf op stond krankzinnig verklaard en verplaatst naar de psychiatrische kliniek Wolfenbuttel (die geen fictie is en wel echt bestond en misbruikt werd door het keurige Nederlandse gezag). De Kom vertelt het verhaal tegen de directeur van de Scheveningse kliniek* waar hij zelf zit.
Het verband tussen Stampu en De Kom is duidelijk. In werkelijkheid was de vertegenwoordiger van Nederland in Suriname de man die De Kom opsloot. Zowel Stampu als De Kom zaten volgens de roman tegelijkertijd vast. Stampu ging bovendien geïnspireerd door Adek en vol kinderlijke bravoure op pad met kwast en verf. Vervolgens werd zijn leven afgenomen door een bruut, onrechtvaardig en koloniaal systeem en dat een halve eeuw nadat de slavernij was afgeschaft. Weer verdriet, en pijn door verantwoordelijkheidsgevoel en kwaadheid over het onrecht een jongen aangedaan. Had De Kom geen witte Nederlandse vrouw uit de middenklasse gehad, hem zou mogelijk hetzelfde lot getroffen hebben, zo meent hij.
Zijn vrouw is het ook die hem over de streep trekt en uit de kliniek weer naar huis. David zijn maat onder de patiënten blijft. Pas op het laatst wordt duidelijk wat deze is overkomen en waarom hij vol littekens zit. Het doet in de verte denken aan de slaven van mevrouw Mauricius die ze niet rond wilde laten lopen met een gladde ongehavende huid. Hier is de verminking het gevolg van een amoreuze vorm van bezitswaan. De liefde van Adek voor David geeft hem nog meer menselijkheid op de botten.
Een veelbetekenende opmerking is die van de geneesheer dat schaamte een teken van genezing is. Om je te schamen moet je beseffen fouten te hebben gemaakt. Maar schaamte is geen eindpunt. Het is wel een stap naar het rechtzetten van de zaken, en daarvoor de verantwoordelijkheid nemen. Je zou hopen dat dit eenvoudige mechanisme waarlijk toegepast werd en het mechanisme heeft in die zin ook betekenis in het nationale debat over slavernij en wat daar op volgde. In het geval van het roman personage De kom is de schaamte een opening naar de weg terug; naar de man die hij was voordat hij overspannen raakte:
“De man die hij was, vóór de opstand in Paramaribo, zijn opsluiting, de doden die er vielen onder de mensen die voor hem opkwamen. De man voordat hij werd gevolgd door regenjassen van de geheime dienst, voordat hij gedwongen was steun te trekken, voordat zijn kinderen honger leden en zijn vrouw gedwongen werd lompen te dragen. Voordat het schrijven hem onmogelijk gemaakt was, voordat hij zijn dromen verloor.” (p 257)Het lijkt onmogelijk, maar de arts ziet de opening wel, zonder de tegenslagen, tegenstand en onrecht weg te wuiven, meent hij dat een gezonde geest mee buigt en dat De Kom dat met zijn sterke en veerkrachtige karakter aan kan en daardoor weer verder kan komen. Dat zou ook blijken. De schrijfster laat die weerbare instelling van De Kom zien in de laatste tragische elf regels van haar boek dat wordt afgesloten met de mooie foto van een elegante Cornelia Gerhard Anton de Kom.**
In de felle pennenstrijd rond het boek werd gesteld dat veel zaken in de werkelijkheid net iets anders zaten dan beschreven. De schrijfster reageert met de opmerking dat een roman geen biografie is en ze hier en daar een vrijheid heeft genomen, zelfs personages heeft beschreven die nooit hebben bestaan. Een krantenbericht dat ze noemt over een racistische ruzie (Haagsche Courant, 20 januari 1938) is een fictief feit en niet werkelijk afgedrukt. Het had wel in die krant kunnen staan en voegt iets toe aan het verhaal.
Mij bleef de beschrijving bij van hoe De Kom uit woede, frustratie en het er doorheen zitten, alle bladen van een manuscript over straat liet waaien. Later raapte hij de vellen weer op. Welk manuscript was dit? Het was jaren nadat Wij slaven... verscheen. Even doemt in mijn hoofd de vraag op of dit echt zo is gegaan. Fictie op grond van de realiteit leidt vrijwel altijd tot dergelijke vragen. Die vragen zijn niet onzinnig, ze zijn een stap in het denken, maar het lezen van roman hangt niet af van waar en onwaar, maar van de verbeelding. “Het boek bood in elk geval stof tot nadenken en aanleiding om de werkelijke gebeurtenissen - voor zover die al exact zijn te achterhalen - in een ander perspectief te plaatsen. En laten dat nou net een paar cruciale kenmerken van een roman zijn,” meende journalist en schrijver Diederik Samwel in een artikel tegen de vergezochte kritiek die Amatmoemkrim over zich heen kreeg.
De man van … treft in de ziel (wat dat ook moge zijn). De Kom zelf is een monument voor menselijkheid, verzet, antiracisme en antikolonialisme, en krijgt veel kleur en diepte door de roman. Astrid Roemer schreef erover: “Judith de Kom zal verbijsterd zijn geweest over de inspanning die een jonge Javaanse auteur met roots in Suriname heeft gepleegd om van haar vader Anton de Kom inderdaad Een Man Van Veel te maken.”
Sandew Hira (historicus, econoom en publicist van Surinaamse afkomst) schreef treffend: “...wie de roman leest krijgt alleen maar meer respect en waardering voor de figuur van Anton de Kom.” Amatmoekrim beseft dat kritiek op haar werk voort komt uit goede bedoelingen, zo schrijft ze. Ze voegt daar wel aan toe: “Aan goede bedoelingen gaat de wereld echter vaak genoeg ten onder.”
Het is bovendien een boek over hoe de mens die zich niet neer wil leggen bij de gegeven situatie zich overeind kan houden en wat die inzet de directe omgeving kan kosten. Het is ook nog eens een boek over een veel algemener voorkomend verschijnsel van instorten en weer overeind komen (met hulp van anderen). Over de rede achter en de onvermijdelijkheid van kwaad worden bij onrecht, maar ook over welke destructieve krachten dit kan hebben. De zwakte die zo centraal lijkt in dit boek onderstreept juist het contrast, waardoor de kracht er uitspringt.
De epiloog laat zien dat vijf jaar nadat hij uit de kliniek is ontslagen De kom als verzetsstrijder en schrijver voor De Vonk alsnog zal sneuvelen onder fascisme en werd opgepakt door NSB-politie, omdat hij op een lijst van de geheime dienst stond als gevaarlijke communist. Zo trof de Nederlandse repressie hem vertraagd en indirect alsnog.***
Noten:
* Het is een van de kritiekpunten van documentaire maakster Ida Does op het boek. Het was een Loosdrechtse kliniek en geen Scheveningse. Alsof enigszins afwijken van de exacte feiten in een roman een probleem zou zijn. Karin Amatmoekrim meent van niet.
** De foto is een uitsnede uit een portret met een vriend. De datering varieert van 1921 (in het boek), via 1922, 1923 naar 1924. Er zijn sepia en ingekleurde versie van.
*** “In het najaar van 1944 wordt hij gearresteerd. De Haagse Inlichtingendienst (omgedoopt tot Documentatiedienst), die De Kom altijd heeft gevolgd, bestaat voor het grootste gedeelte uit NSB’ers. De bestanden van de Inlichtingendienst worden overgedragen aan de Duitse bezetter en later fuseert de Documentatiedienst met de Sicherheitsdienst. De Kom is als communist bekend bij diverse infiltranten in Den Haag en doet zoals gezegd ook verzetswerk. De precieze gang van zaken is onduidelijk, maar dat er een verband is tussen de verziekte ambtelijke collaboratie in Den Haag en zijn arrestatie is hoogstwaarschijnlijk,” schreven Alice Boots en Rob Woortman in 'Profiel: Anton de Kom, Voor een vrij Suriname,' De Groene Amsterdammer, 29 juli 2020.
In een zelfde Scheveningse omgeving is er ook het boek over Sonny Boy. Net als De Kom is ook hij omgekomen aan het eind van de oorlog. Ook verraden door Nederlanders. In het boek van Annejet van der Zijl worden Sonny Boy en De Kom zelfs verward door een bron wat weer leidt tot meer werkelijke kennis over de eerste. Op Broekfoto een bespreking van dit boek.

















































