zaterdag 28 maart 2020

Boeken in maart

Laatst gelezen boek boven

Dr Jekill and Mr Hyde van Robert Louis Stevenson is een verhaal waarvan iedereen wel eens gehoord zal hebben. De goede lange Jekill en zijn door een drankje opgewekte gedrongen alter-ego Hyde, zijn spreekwoordelijk voor het goede dat in het kwade kan omslaan. De kwaadaardigheid kan in hetzelfde lijf kan huizen en daar de overhand krijgen.

De eerste keer dat ik nadrukkelijk van het boek hoorde was het gebruik door Ehito Kimura in een manuscript voor een boek waaraan ook ik meeschreef Europe-Asia Arms Trade Challenges; ASEM Security Dialogue. Ik heb het er nog eens bij gepakt, maar kan Jekill en Hyde er nergens meer in terugvinden. De boektitel is er blijkbaar uit geredigeerd.

Destijds nam ik me wel voor het te gaan lezen. Het is er pas 22 jaar later van gekomen. Had ik geweten dat het een dunne novelle was, dan had ik dat wel eerder gedaan. Het verhaal is bijzonder beeldend en vlot leesbaar geschreven. Je loopt door 19e eeuwse straten van Londen, waarover regelmatig de smog hangt, en ziet de emoties.

De versie die ik las was er een voor scholieren met een toelichting. Daaruit haal ik dat de schrijver was beïnvloed door een Calvinistische opvoeding, waarin het kwaad – en de hypocriete verhouding ermee van de bourgeoisie de omgeving waar hij opgroeide – een grote rol speelde.

Ehito is nu verbonden als professor aan een universiteit op Hawaï en schreef, naast veel ander werk, een boek over de bestuurlijke veranderingen binnen Indonesië na de val van de Soeharto dictatuur (Political Change and Territoriality in Indonesia: Provincial Proliferation). Ben benieuwd of hij nog een keer heeft geprobeerd de Jekill and Hyde metafoor in een non-fictie werk te passen. Want goed én kwaad in mensen en systemen is algemeen aanwezig.

***

Ook het tweede boek van Elif Shafak dat ik deze maand lees, Het huis van de vier winden, is een boek dat speelt tussen de linies van landen op verschillende continenten. Dat zijn hier Turkije/Koerdistan. Abu Dhabi, een volkswijk in Londen en met een link naar Canada. Het gaat over de zoektocht van de migrant, de onwennigheid, de band met thuis en met vroeger, het remigreren, de traditie die het leven beknelt, maar ook over vormen van liefde over grenzen heen.

Het verschil tussen het dorpsleven in Mala Çar Bayan (vertaald Huis van de vier winden) en Hackney in Londen is kleiner dan verwacht. “Geheimen waren een luxe die alleen de rijken zich konden veroorloven, en in dit dorp (…) was niemand rijk.” Londen is groter en je kan er een poos aan de aandacht ontsnappen, maar er komt ergens een moment dat een toevallige ontmoeting met iemand uit de eigen gemeenschap of familie blootlegt wat verhuld had moeten blijven. De verhalen, of roddels, reizen zelfs de mensen achterna over de wereld.

Moeders of grote zussen zijn er in Koerdistan en Engeland om van te houden, maar ook om ze te bezitten. Traditie is er om dat systeem te handhaven. Zelfs een vreemde als vrouw je tassen laten dragen, gaat in de eigen buurt al te ver, je zou maar eens een uitweg zien. Pembe de gemigreerde tweelingzus weet er alles van. Ze verloor een zus die moest boeten voor een niet gewenste liefdesuitstap met een laffe man zodat ze terug moest keren naar huis, waar ze tot haar vader hertrouwde het huishouden had gerund. Die inzet gaf haar geen recht op leven. Toch neemt het boek nergens abrupt afstand van de traditie, wel van die uitwassen. Het stelt er vragen bij wat gewoon moet zijn.

Het was nog nooit bij hem opgekomen dat je iemand van wie je hield kon misleiden (…) dat je met heel je hart van iemand kon houden, maar hem toch opzettelijk pijn kon doen.” Liefde is geen eenduidige en simpele emotie. En ridders op witte paarden zijn de boeken van Shafak uit gegaloppeerd of er zelfs nooit aanwezig geweest, dat is me inmiddels wel duidelijk. “Hij had gehoopt dat zijn liefde wonderen kon verrichten, maar misschien bracht die eigenlijk alleen maar ellende,” denkt Elias als zijn prille liefde tot de dood heeft geleid. Op zijn best is de liefde behelpen, al kan je meer geluk hebben dan je meent te verdienen en aan het begin van een relatie verwachtte.

In de woeste bergen van Koerdistan, met zijn smokkelaars, criminelen en conflict komt de vraag opborrelen of we bij geboorte al dan niet een kiem van slechtheid bevatten of dat alle mensen goed geboren worden en pas later slecht: “Als ze een manier wist om te voorspellen hoe ieder afzonderlijk kind zich zou ontwikkelen, zou ze er dan voor kiezen sommigen van hen niet ter wereld te brengen,” vraagt Jamila de in Koerdistan levende tweelingzus en vroedvrouw zich daarbij af. Het is een van die vragen die terloops, zonder opsmuk, aan de orde komen en die het boek leven geven.

Een ontmoeting na een racistisch incident in een bakkerij, heeft een doorslaggevende invloed op het verhaal. Het is moeilijk een boek over migranten in de samenleving te schrijver, zonder dit verziekende gedachtengoed. Met deze opmerking over de verhaallijn wordt weinig verraden, want de moord die het gevolg van het groeiende contact is, hangt het hele boek boven de markt.
Het verhaal heeft een nogal onverwachte plot die mij verraste, al had ook die zijn vooraankondigingen en – maar wat mij betreft net iets te magere – logica. 

Het was weer zo'n boek dat ruim twee weken als een vriendin op me lag te wachten om nog wat in te lezen voor het slapengaan. Ik zal ze missen die familie uit Hackney en de woorden van Shafak.

***
 
In het nawoord van Leon & Juliette schrijft Annejet van der Zijl dat ze zich er tijdens het schrijven van het boekenweekgeschenk van bewust was dat discussies gaande zijn van hoe en door wie het verhaal over slavernij kan en verteld mag worden.

Tijdens het lezen vroeg ik me af wat ik niet had opgemerkt op dit gebied en wel had willen zien. Google biedt (nog) geen soelaas op dit vlak. Wat geruststellend is. Alleen besprekingen met commentaar op stijl (proza voor toeristen gidsjes, slecht uitgewerkte fragmenten, opgesomde feiten en gedachten en nodeloos romantisch) kom ik tijdens een vluchtige tocht over het internet tegen.

Het boekenweekgeschenk 2020 is een verhaal over keuzes maken en uitvoeren, over mogelijkheden en onmogelijkheden, over goorheid van de ene naar de andere mens en over hoe de slavernij gerationaliseerd werd. Het is een verhaal waarin Duitse emigranten in Nederland, een Nederlandse
expat in Charleston, Monster in het Westland en de slavenopstand van de Dominicaanse Republiek bij elkaar komen; een verhaal uit de eerste helft van de 19e eeuw en met nog net een staartje 18e eeuw.

Aan het eind van het boek wordt de confederale vlag uitgelegd. Maar daarbij worden de Bonnie Blue en Stars and Bars verward. Een dergelijke fout kan niet in een boek dat een ware geschiedenis brengt als verhaal. Je gaat je afvragen wat er nog meer niet zal kloppen.

Inderdaad is het een romantisch verhaal, zoals internet critici schrijven, maar de suikertaartmomenten worden vooral als feit (daarvan staan er inderdaad veel van in het boek) opgediend en zijn daardoor niet zoetig. Het is een boek voor een paar uur leesplezier, waarin nog wat draadjes niet afgehecht zijn (er komt een uitgebreidere versie). Het maakt je wat wijzer over de wereld en de mensen die er wat dan ook van willen maken. Meeleven met de familie waarover het gaat is vanzelfsprekend en roert emotioneel bovendien.

***

In Lied voor een koningszoon van Christa Ludwig (vertaler Dik Linthout) spelen paarden een belangrijke rol, met name het veulen Bucephalus. De overlevering gaat dat dit paard leefde van 339 tot 326 v. Chr. het was het rijdier van Alexander de Grote. Op de plaats waar het stierf is er een stad voor gesticht, waarschijnlijk het huidige Jhelum in de Punjab in Pakistan. De overlevering vertelt ook dat het paard als veulen bang was van schaduwen en daarom onberijdbaar. De jonge Alexander zag de angst en was vervolgens wel in staat het te berijden.

Bovenstaande komt ook terug in het kinderboek over het herderinnetje Phoebe dat paardenknecht werd aan het hof van Philippus van Macedonië (de vader van Alexander) en over haar maatje Endymion, Zij is een begenadigd fluitspeelster. Hij is de zoon van een rijke handelaar uit de door Phillippus verwoeste stad Olynthus.

Het boek zit vol met verwijzingen naar de Griekse mythologie, Goden, tempels en geschiedenis. Het verhaalt over liegen om bestwil, vriendschap, wraak, jaloezie, onmogelijke liefde, zelfs een poging tot zelfdoding. De aanbevolen leeftijd is 13-15 jaar. Vier keer zo oud, heb ik er toch ook plezier aan beleefd en er zullen ook 10 jarigen zijn die het boek met plezier kunnen lezen.

Wel jammer dat de merries bronstig worden en niet hengstig. Het is een detail waar je over kan vallen, zoals over spijkers bij laag water, maar nodig is dat niet.

***


Het luizenpaleis van Elif Shafak is een boek over gewone mensen in een appartementencomplex in Istanboel, het Zuurtjespaleis dat is gelegen aan de Klikspaanstraat. De appartementen zijn het eigendom van de in Parijs wonende dochter van de man die het neer liet zetten voor zijn vrouw. Het is er inmiddels vol stank en ongewenste insecten. Daarom komt Onrecht Öztürk er met zijn ongedierte bestrijdingsbusje naar toe.

De bewoners hebben banden met West en Oost-Europese landen, en zelfs tot in Australië. De drankzuchtige filosoof is de persoon met de hoogste maatschappelijke status. Hij is de verteller en zoon van een vader die zijn avonden verdronk in alcohol. De filosoof, doet het anders, hij verdrinkt zijn dagen. Hij ziet denkend aan die overleden vader een ander mens dan zijn moeder in diezelfde man ziet: “nu waren er twee graven voor een en dezelfde dode.”

Met zoveel levens, uit zoveel delen van de wereld zijn er voor een schrijver altijd wel stemmen om een verhaal te vertellen, echte verhalen over lijken in de Bosporus en meningen. Zo betoogt de altijd maar ratelende kapper Cemal (die samen met zijn tweelingbroer Celal, een kapperszaak bestiert): “En wat voeren wij [in Turkije] ondertussen uit? We ontdekken een heilige in onze tuin. Het lijkt verdraait wel een een plantje in plaats van een heilige, een beetje water en hij schiet de grond uit. En dan maar lopen klagen dat ze ons niet in de Europese Unie willen hebben.” Namen hebben een dubbele bodem, maar meningen ook, zo lijkt het.

Relaties met partners en familieleden van de bewoners van het Zuurtjespaleis zijn verwrongen, kapot of onmogelijk. “Iemand willen leren kennen, is een loze belofte en vraagt een grote inspanning! Het vraagt een dagenlang, nachtenlang, wekenlang, jarenlang, luisteren en observeren, uitpluizen en voelen, loswroeten en bijeengaren, om uiteindelijk wat van de laagjes op te kunnen lichten en dan moet je de aanblik van het bloed dat eronder vandaan kruipt – of misschien spuit – kunnen verdragen … Als die moeite je te veel is, kun je er maar beter helemaal niet aan beginnen,” bedenkt de bewoner van het souterrain zich.

De eigenaresse heeft besloten dat het souterrain voor de halve prijs moet worden verhuurd. Daar woont de door de dood geobsedeerde jongeman met zijn immer hongerige sint-bernardshond. Hij heeft van alles maar één exemplaar. Een meisje dat wil intrekken en haar tandenborstel, de tweede dus, meebrengt past er niet bij. Zo heeft iedereen in een van de tien appartementen wel wat. Fixaties op kleine dingen spelen een grote rol.

Eigen verdiensten toeschrijven aan wat goed gaat en aan het lot, 'die vrouwelijke slet', wat verkeerd gaat is bijvoorbeeld een geachte die als een insect rondkruipt in het brein. Het verhaal is geschreven om die in het hoofd woelende luizen te grijpen, zo wordt in het laatste hoofdstuk beweerd, want daar onder de schedel bevindt zich het grootste luizenpaleis. Ongedierte bestrijding is gewenst en verhalen helpen daarbij.

De hoofdstukken zijn in het begin van het boek lang en soms wat traag. Ze geven een gedetailleerde beschrijving van het leven van een bewoner. Ze worden allengs korter en de levens van de bewoners raken steeds meer verweven met elkaar. Pas dan grijpt het boek de lezer echt bij de lurven, want die wil weten hoe het 't personage of de personen verder zal vergaan in een volgend hoofdstuk.

Het verhaal gaat naar een clou of zelfs meerdere (filosofisch, verhaaltechnisch en de reden van de stank in het Zuurtjespaleis). Het zou jammer zijn deze plots te verraden in deze korte bespreking. Lees maar! Het boek is grappig en verdrietig en het legt wat laagjes van het leven (in Istanboel) bloot. Dan pak ik nog eens een ander boek van Shafak, de schrijfster die in 2006 hoogzwanger een proces werd aangedaan vanwege een on-Turkse roman.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.

Geen opmerkingen: