De
zwavelgele hemel
door Kjell
Westö*
begint weinig belovend: "Ik
las en ik schreef - daar bestond mijn leven uit - maar toch wist ik
te weinig en had amper iets te zeggen. In wezen wist ik niet eens wie
ik zelf was, ik wist niet eens of wat ik me herinnerde mijn echte
herinneringen waren." Nog
bijna vijfhonderd pagina's te gaan met tekst over een hol vat?
Het
is het verhaal van een man op leeftijd, de verteller, die terugblikt
naar het leven vanaf zijn jeugd tot dat van ruim veertig jaar later.
Het omzien begint in 2016 als zijn jeugdvriend Alex wordt
neergestoken en Sandrine de dochter van diens zus en de voormalige
liefde van de verteller verdwijnt. De korte proloog (negen
bladzijden) geeft deze informatie en nog wat meer al weg. Het is dus
nauwelijks verklapperij door mij.
Het boek is verdeeld in
delen waar verschillende personen een rol spelen. Die vorm geeft de
schrijver veel mogelijkheden zijn verhaal op te bouwen en stukjes van
verwikkelingen, vriendschappelijke en liefdesrelaties te geven om
daaromheen te beschrijven hoe het zo gekomen is.
Alex is de
jongen die de 'vriend' van de hoofdpersoon werd en hem uit zijn
eenzaamheid haalde. Die twee in de lucht hangende kommaatjes om het
woord vriend blijven het hele boek opduiken om weer te verdwijnen en
vervolgens toch weer te verschijnen. De vriendschap is allerminst een
zwart-wit succesverhaal, maar ook geen totaal falen. Ze legt wel de
basis voor de rest van het leven van de verteller.
Als
de hoofdpersoon De dromer van het
Smedsplan heeft geschreven dan is het
commentaar van Alex (inmiddels een succesvol zakenman) dat de tekst
aantoont dat hij gevoel voor mensen heeft, maar niet voor economie.
De schrijver ervan zelf zal het eerste deel van de opmerking niet onderstrepen. Hij heeft
moeilijke zaken laten liggen, de pijnlijke en intieme inkijkjes, en
verdraaide het verhaal naar wat prettig was. Dit met veel succes. Hij
zou echter nog dertig jaar aan een boek werken om het inhoudelijk beter te
doen. De kijk op mensen is wél duidelijk aanwezig in De zwavelgele
hemel zelf.
De evaluatie van het leven, biedt veel inzichten in mensen, nare
taferelen die voor altijd op het netvlies staan, levenslessen, en
pijnlijke fouten in de omgang met vrienden, familie en partners. Waar
heeft hij steken laten vallen, hoe had het beter gekund en waar had
hij bescherming moeten bieden tegen Alex, zijn vragen die voorbij
komen. Dit reflecteren zorgt er onder meer voor dat het cliché van
de onschuldige jeugd wordt bestreden. Niet voor iedereen is die jeugd
zo'n blanco blad en als dat wel zo is kan het over een korte periode
– door onwetendheid – gaan. Alleen al om de gevoelige vulling
rond het verhaal, vond ik het boek prettig om te lezen.
De
kritiek dat hij geen kijk heeft op economie komt van de met een
gouden lepel in de mond geboren Alex die bovendien zelf alle middelen
inzet om nog meer te verdienen. Mensen zijn daarbij instrumenten met
enorme gevolgen. Opvallend is dat klassenverschillen een voorname rol
spelen, zoals tussen de verteller en Alex, en dat in een
Scandinavische omgeving. Scandinavië wordt toch vaak afgeschilderd
als het toonbeeld van een egalitaire sociaal-democratische
samenleving. Maar al op de middelbare school is duidelijk wie aan
welke kant van de streep hoort, zelfs op de elite school waarop Alex
en de verteller zitten is dat onderscheid zichtbaar. Tegenstellingen
tussen meer en minder bedeelde lagen van de bevolking staan centraal.
Zelfs in een relatie tussen een rijk meisje en een jongen uit de
kleine middenstand wordt het verschil duidelijk gemaakt als ze beiden
een ander feest zijn geweest. De vrienden van het rijke meisje
luisterden naar Pink Floyd, rookten hasj en lazen moeilijke boeken.
Kortom de dwarse, maar wel hogere cultuur, voor hen van goede komaf.
De vrienden van jongen uit de lagere middenklasse hadden zich klem
gezopen en wat meisjes lieten hun borsten zien terwijl ze
dansten en Lola zongen. Het platvloerse voor de lagere klassen.
Kansen en mogelijkheden zijn oneerlijk verdeeld; dat wordt op veel
manieren onderstreept.
Hoewel het 't meest voor de hand ligt om een lied van van de veel genoemde Georg Harrison te kiezen, neem ik toch liever iets van de Zweedse punkband Ebba Grön die ik niet ken. “Stella was weg van Joakim Thåström sinds hij bij Ebba Grön zong, ook midden onder haar verdriet had ze '800 grader' en 'Die Mauer' en andere oude nummers gedraaid (...)” (p. 164-5).
Thåström zong daarna in Imperiet een band die verschillende keren in de roman opduikt.
Opvallend is dat de geschiedenis van Finland in de beide oorlogen zo'n grote rol speelt. Niet heel uitgesproken, maar met losse eindjes. Een vader met drankzucht door wat je PTTS zou kunnen noemen, een andere vader die sneuvelde maar bleef door de in de huiskamer opgehangen documenten over hem. De oorlog wordt zelfs een roman onderwerp voor de verteller annex schrijver. Wat ook steeds weer om de hoek komt kijken is de splitsing van Finland in Fins- en Zweedstaligen. Ook dit vooral met terloopse opmerkingen.
Er wordt wel gesteld dat de roman laat zien hoeveel harder de samenleving is geworden in de tweede helft van de vorige eeuw. Van de losse jaren zestig naar de tijd van rationalisatie en efficiëntie en winst maximisatie. Het woord neo-liberalisme wordt nergens gebruikt, maar daar draait het in het Finland van de zwavelgele hemel toch op uit om de economische dip van de jaren negentig weg te poetsen. Verschillende karakters in het boek gaan daar anders mee om. De koude zakelijkheid blijkt ook tot fricties te leiden. Wel geeft de roman globaal de ontwikkelingen van de afgelopen halve eeuw weer, van de jaren met ruimte voor creativiteit naar de jaren van ruitme voor zakelijk ondernemen, zelfs de punkperiode tusssenin krijgt nog wat ruimte (zie hierboven).
Maar de hardheid is er ook al eerder. Ze zit bijvoorbeeld ook al vrij extreem in de opa en overgrootvader van Alex. Maar ook in de vader van van Jan-Rogers, een jongen die alle andere kinderen in buurt haatten. Zijn vader “zoop om te ontkomen aan de visioenen van de oorlog en de angst voor de onberekenbare tocht van granaatsplinters door je lichaam.” De protagonist haalt zelf een toneelstuk uit 1949 van Willy Loman aan 'De dood van een handelsreiziger' dat schilderde de tragedie van een heel leven aan het kapitalisme wijden met financieel succes als enige maat van geluk. Het hardste lijkt juist in het verleden te liggen – al doen de opgevoerde Abu Ghraib misstanden, de schadelijke rol van sociale media en pers in conflicten, en de vluchtelingen tragedie een poging dit te veranderen – het is de onbarmhartige zakelijke koudheid die wel de boventoon gaat voeren.
Het holle vat van de eerste pagina had gelukkig over uiteenlopende zaken, na een leven vol hotsen en butsen, wel het een en ander te melden.
Noot:
* Eerder las ik de De Woensdagclub van Westö, een intrigerend boek dat dieper op de Finse geschiedenis en onderlinge strijd ingaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten