Dichter
op de Zeedijk door
Kees
van Beijnum
vertelt het verhaal van Constance. Hij is een tiener die door zijn
grootmoeder met harde hand, en ook verhuld liefdevol, wordt opgevoed.
Oma is kroegbaas en een stevige tante die haar positie op de Dijk en
in haar café de Rode Laars weet te verdedigen; als het kan met haar
grote bek, als het nodig is met spierkracht. Er hangen allerlei types aan
de bar. Een vaste klant die vanuit het café naar zijn werk gaat,
ligt er op een moment 's morgens zelfs dood met zijn pet op. Bijna alsof hij slaapt.
Wanneer speelt het? De Zeedijk werd in de jaren zeventig een
hangplek voor heroïne verslaafden. Je ziet dat in dit boek al een
beetje aankomen, maar het verhaal speelt eerder. In de jukebox zitten Bill
Haley met See
you later alligator
(1956), Bye
Bye Love
van de Everly Brothers (1958) en Pim Maas die in 1959 de titel “de
Elvis Presley van de Nieuwendijk (...)” kreeg.
Tegen het einde van het boek komt niet alleen de irritant genoemde
muziek van Hank Williams voorbij, maar ook Twenty
Four Hours From Tulsa
van Gene Pitney (1964).
Tekst loopt door onder de muziek.
Uit
een andere hoek komt voetballer Henk Groot, tenminste die het moet
wel zijn als geschreven wordt:
Die vingers zijn dan weer van zijn broer Cees, ook voetballer, Henks winkel ging in 1962 open. Niet in Amsterdam, zoals in het boek, maar in Koog aan de
Zaan.
Henk Groot komt later nog eens voor. Nu als bijnaam voor
Muis die tijdens het Rock en Roll dansen haar hoofd per ongeluk in
het kruis van haar danspartner plaatste. Henk Groot “maak
ze ook allemaal met 't koppie.” Vandaar. Het is duidelijk we zitten in de jaren zestig.De dichter op de dijk is de schim van Vondel die eind 16e en in de 17e eeuw leefde. Joost praat met Constance over normen en waarden, wat de mensen rond de dijk doen en waarom, en hoe gedichten horen te zijn: met de juiste vorm, het goede metrum en rijm om de tekst vaart te geven. Constance weet dat de visies van de dichter met het karakteristieke smalle baardje gedateerd zijn. Hij zoekt naar zijn eigen stem bij het dichten, om zijn eigen gevoel te verwoorden:
Morgen rijd ik met bedwelmendeDe gedachten worden hem teveel. Hij wankelt en valt. Overvallen door koorts en vooral door liefde. “Het was vreselijk. Het was heerlijk.”
bloemen naar je toe
ik wil niet langer wachten einde
lijk weten hoe
je bent, de bloemen zullen je verraden
![]() |
Het boek handelt in een herkenbaar stuk Amsterdam. Zelfs als Constance en Muis met de pont naar Noord oversteken, waar ze intiem teder in het gras gaan liggen, zie je meteen de dijk langs het Noord-Hollandslanaal opdoemen. O ja, Muis is het mooie barmeisje dat oma met kennersblik heeft aangenomen. Ze zou inderdaad veel klanten trekken.
Los van alle herkenbaarheid en feitjes leest Dichter op de Zeedijk prettig weg. Het boek is sfeer-, liefdevol en hard. Constance is kind, puber en vroegwijs. Er is de fijne band tussen hem en Muis. Zijn vriendschap met de veel oudere Ben wordt prachtig in de verf gezet. Die intieme relaties romantiseren de situatie op de Dijk niet. Daarvoor wordt teveel in alcohol geweekt en onenigheid opgelost met kopstoten en vuisten. Toch is daar wonen en opgroeien niet iets om je voor te schamen, maar anderzijds ook niet voor iedereen weggelegd.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten