Long Island door Colm Tóibín is het tweede in een serie en volgt op het eerder besproken Brooklyn. Eilis, echtgenoot Tony en de kinderen Rosella en Larry wonen in een van de vier huizen die door de schoonfamilie zijn gebouwd op het New Yorkse eiland langs de kust. Daar wonen ook de twee broers, hun vrouwen en de Italiaanse ouders van Tony. Als het mis loopt dan is het voor de Ierse Eilis allerminst een prettige situatie omgeven door de schoonfamilie.
In Brooklyn werd de bouw van de huizen al aangekondigd. In dit boek, dat twintig jaar later speelt, is de vraag wanneer ze er vertrekt. Ze gaat in ieder geval naar haar moeder in Ierland die 80 jaar oud wordt. De reis geeft respijt van de thuissituatie. In het eerste deel vertrok ze uit Eniscorthy naar New York en kwam terug nadat haar zus gestorven was om na het omzeilen van een hindernis in de vorm van een plaatselijke geliefde weer terug te keren naar Tony in New York. Ze zouden kort daarop – tussen de twee boeken in – kinderen krijgen. Dat zijn in Long Island inmiddels oudere tieners.
Eilis werkt in New York bij een
Armeense garagehouder, ze leeft in een
wereld die ook verder divers van samenstelling is. Haar jongste
zwager is een homo en advocaat met een praktijk in Manhattan die zijn
seksuele voorkeur verzwijgt. Over zijn succesvolle praktijk geeft de
roman geen informatie. De garagist leest boeken over geschiedenis
(zoals over de Armeense genocide en de Ierse hongersnood) die hij iedereen wil uitlenen en is
daarmee een enthousiast buitenbeentje.
Long Island speelt grotendeels in
Ierland (vanaf pagina 53 tot de laatste, 288); Eniscorthy is een dorp
waar weinig veranderd is sinds Eilis er vertrok, en waar naast wat sportverenigingen, een
paar pubs en een katholieke kerk weinig te beleven valt. Een dorp waar iedereen iedereen kent, alles van elkaar weet, en waar weinig gebeurt
wat niemand opmerkt. De gesprekken
gaan over wat de buren hebben gedaan. Iets verderop in Courtown wordt
in de dancing – alsof de turf nog gestookt wordt – het volkslied gespeeld als de zaak gaat sluiten.
Het
is er een avontuur om met je kinderen en kleinkinderen de kerkbanken in
te schuiven; zo dat iedereen ze kan zien en wie het niet ziet, hoort wel over het 'spectakel'. Verder weinig.
Larry vindt het ook kalm en leeg.
Brooklyn las ik met plezier. Dit
boek gaat nauwelijks over grotere themas's zoals migratie en enigszins over het lastige van weg zijn van het bekende als het moeilijk
loopt. Ook niet over andere maatschappelijke kwesties als je de paar
opmerkingen in luttele woorden niet meeneemt.
Het is een
verhaal over door elkaar lopende liefdesaffaires in het Ierse dorp en
dat niet iedereen daar eerlijk en verstandig mee omgaat. De
Bouquetreeks ken ik alleen van naam, maar het zou me niet verbazen
dat dit er een veredelde vorm van is. Hier wordt niet gezwijmeld en
van de geliefden – in welke van de opgediste samenstellingen dan
ook – wordt niet verklaart dat ze elkaar voor altijd zullen vinden.
Er wordt stilgestaan bij het gegeven dat niet iedereen vertelt wat er
omgaat in het dagelijksleven en in gedachten en wensen. Er worden eigen dromen
nagejaagd zonder de ander daarin te betrekken of over te informeren. Dit kan leiden tot
moeilijke situaties. Dat is mogelijk een psychologisch filosofische
benadering die in de betoverende
liefdesverhalen in de bekende reeks ontbreekt. De nalatigheid maakt het mogelijk naar een mooi plot te schrijven.
Het vermaakt, en het romantische avontuur vol hindernissen en rommelende karakters trok me mee, maar het zal niet beklijven. Het boek heeft een open einde. Er komt vast nog een deel. Manhattan? De mogelijk- en moeilijkheden tekenen zich al af. Maar het enthousiasme na Brooklyn is uitgewist en ik wacht niet op het vervolg op dit tweede deel. Jammer.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten