Posts tonen met het label 2021. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2021. Alle posts tonen

zaterdag 24 april 2021

Boeken in april

Laatst gelezen boek boven.

***

Het is een handzaam boek dat Andreï Makine schreef over De vrouw die wachtte en de wetenschapper die haar bezocht in het kleine dorp Mirnoïé (ik kan het op de kaart niet vinden) aan de Witte Zee. Het is een omgeving van bossen, aarde, zware roeiboten en vurenhouten huisjes.

In het dorp wonen vooral oude vrouwen die hun mannen verloren zijn in of als gevolg van de strijd tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, met name bij de verdediging van Leningrad (het huidige Petersburg). Het was een slag waarbij meer burgers sneuvelden dan bij de bombardementen op Hamburg, Dresden, Hiroshima en Nagasaki samen of meer dan alle Amerikaanse en Britse gesneuvelden in de oorlog wereldwijd bij elkaar opgeteld.

Over die grote zaken gaat de roman niet direct. Makine zoomt in op een vrouw in een klein dorp en de twintig jaar jongere intellectueel die haar ontmoet. De gevolgen zijn wel voelbaar. Vera wacht al dertig jaar op haar jeugdliefde die aan het einde van de oorlog nog naar het front werd gestuurd. Ze is lerares op de dorpsschool en verzorgt de achtergebleven oude vrouwen.

Het verhaal gaat over hoe de wetenschapper zijn mening over de vrouw steeds bij moet stellen. Ze is niet de domme dorpsvrouw die op haar bank wacht en wacht, omdat ze niet anders kan. Dat is wat hij aanvankelijk denkt. Zijn aannames zijn gedreven door de cynische visies uit het alternatieve intellectuelen en kunstenaars circuit van Leningrad. De student en verteller deinst er niet voor terug deze vooroordelen bij zichzelf te zien en te onderzoeken. Het levert een mooi en nauwkeurig geschreven boek op.

Er zijn niet alleen vrouwen in de dorpen: ook een enkele man. Eén hangt zichzelf op in de schuur. Als zijn zoon in de klas een verhaal moet maken. Verteld hij hoe een vlinder opvloog van onder zijn schuilplaats: “Waar moest hij nu naartoe om tijdens de sneeuwstormen beschutting te vinden?” Vera raadt hem aan in de lente nog eens terug te gaan.

De vrouw die wachtte zit vol met dergelijke als terloops opgeschreven fijnzinnige beelden en metaforen en hier en daar een groteske plotwending.

***

De Grote Lijster voor scholieren lag op de eettafel, De zee een lied. Weet je van wie het is, werd tussen twee happen door gevraagd. “Slauerhoff”. Het is een van de weinige dichters die ik een beetje ken. De 'J.' vergat ik. Toen ik het wilde gaan lezen stond het alweer in de kast, maar het trok.

We kennen de zeeman die door krakende binten en de blik op altijd groene weiden verlangt naar zee, waar de golven hem overspoelen en havensteden hem omarmen. De dichter die schrijft dat hij alleen in zijn gedichten kan wonen. Maar woonde in het varen van Bahia Blanca naar Dzjiboeti aan de Soedan-rand,/ Oven waarin men levend kookt. In al die steden een vaste, maar kortstondige ankerplaats.

Het zijn de gedichten van een vroegere zeeman, van voor internet, geen aflossing per vliegtuig en nu nog nauwelijks zoveel havenbezoek als destijds. Een zeeman als mijn voorvaderen.

Het zijn de gedichten van een man die zich niet wilde laten smoren in een land waar hij niet wil leven. Men moet er steeds zijn lusten reven,/ Ter wille van de goede buren,/Die gretig door elk gaatje gluren. Die wars was van een wereld waar men at en dacht daarom te leven. De Burgers, Het 'vreest den Heer' staat in 't gelaat gekorven. Die laatsten waren ook mijn voorvaderen.

Het is de man die Voor de zachtmoedigen, verdrukten op Dit Eiland een zwarte vlag plant. Voor henDie zonder zegekrans/Streden verloren slagen/En 't liefst met hun fiere lans/De wankelste tronen schragen. De dichter die zelf de metafoor voor het zoeken is geworden.

Zijn molmge vunst
(van een oud kof, dat bekender werd van het ezelsbruggetje dan door het zeilschip voor kust- en binnenvaart) moet ik opzoeken alsof het in een buitenlandse taal is geschreven. Er staat: het vermolmde hout ruikt muf. De zeeman maakt er het beste van zoals het paardje op de steppe, het scheepje op zee, en het klagende hart en ik haalde er toch weer woorden en flarden uit.

***

In Fontanel van Meir Shalev wordt het buitenissige niet mis te verstaan opgevoerd. Het verhaal speelt zich grotendeels af op een ommuurd erf, waar de familie Joffe zich vestigde. David is er met zijn vrouw Mirjam op zijn rug heen gelopen en op haar opmerking dat ze zich hier moesten vestigen gestopt. Oersterk, boomlang, alleen met een goede hete soep tevreden, met twee rechterhanden is hij een voorbeeld van een pionier. Hij heeft een klein vogelbrein en een gevoel voor normen en waarden dat absoluut is en met brute kracht wordt opgelegd “Niet zo!, maar “Zo!” is een veel gehoorde brul uit zijn grote lijf. De Joffes zijn een familie die door gedeelde verhalen en gezegdes samenhangt. De verwrongen levens van de familieleden worden 450 pagina's lang in de verf gezet.

Arabieren

Om het erf heen ontstond een dorp, een Joods stadje met de slissende familie Schuster die de eer van de vestiging en David Joffes mooie dochter naar zich toe trok. Er zijn een school, terrasjes en monument voor neergestorte piloot. Palestijnen of arabieren zijn er dan weer nauwelijks te vinden. Er is een Arabische ijscoman die weggepest wordt en zijn ijs betrekt bij een Duitse nederzetting achter een moeras, waar Hitler zeer populair is en het antisemitisme eveneens. Er is een Arabische kokkin, die de Joodse gerechten leert maken en die ingezet wordt om moeder Mirjam te vinden als die kwijt is. En er is een Arabisch dorp “waar we veel mee te stellen hebben gehad,” aldus David. In werkelijkheid is het dorp Sabbarin (Sabbarien in Fontanel) in 1947-1948 ontvolkt. Maar verder komt dit deel van de bevolking nauwelijks uit de verf.

Zelfs als je de afwezigheid probeert te begrijpen, dan blijft dit toch voelen als een gat in het verhaal. Niet alles en iedereen past tussen elke kaft. Maar het wringt, omdat de Joodse mannen militair of wapentechneut waren, en alle Israëlische oorlogen tot de strijd tegen de Intifada wel aan de orde komen. O ja en er is een Arabische schoenmaker, die voor de Britten zadels, rijlaarzen en paardentuig had genaaid. Nu mocht hij laarzen maken voor de door David tot zoon gemaakte Gavriël, schoeisel dat “botten kan breken” en “de aarde laat weten dat het zijn voeten zijn die er lopen.” Vogelbrein of niet, de symboliek is niet per ongeluk gekozen.

Schrijver

Mocht het boek zijn geschreven in een neutralere context dan zou je hier niet over vallen en zorgeloos het rijkelijk gevulde verhaal kunnen volgen. Nu bedenk je ook dat het geschreven is om de Tweede Wereldoorlog heen; ook die ellende is afwezig. De context laat niet los, maar daar bovenop ligt een verhaal van een familie op een erf. Een spraakmakende familie., waar veel gebeurt. Dat alles wordt met verve en soms vrijwel terloops verteld, zodat je je afvraagt hoe heeft de schrijver dat hier neer weten te poten. Shalef schrijft als een magiër.

De fictieve schrijver van het boek is Michael, de kleinzoon van David. Veel van wat hij schrijft zijn de verhalen van zijn tante Rachel, de investeerder van de familie. De vrouw die de de loop der dingen financieel mogelijk maakt. Hij tikt zijn kroniek op een PC. Achter zijn rug leest dochter Ajjelet mee en levert commentaar op wat haar vader schrijft en ook wat hij doet.

Hij heeft van zijn zoon geleerd wat het voordeel is van een tekstverwerker. (Het boek verscheen begin deze eeuw. Shalev was toen vijftiger, de groep die destijds de computer ook steeds meer ging gebruiken.) Je kan in de tekst sterretje zetten om daar later nog aan te werken. Of als je meerdere ideeën voor zinnen of zinsdelen hebt waar je nog niet uit kan kiezen dan zet je een Duitse komma (/, backslash) tussen het een en het andere. Die tekens zijn, aldus Michael, voor een deel in het verhaal blijven staan en geven de tekst daardoor iets extra's. Het brengt je dichter bij de schrijver, maar soms is het ook prettig dat er niet een, maar dat er meerdere mogelijkheden zijn om een gedachte af te maken, een zin te vormen.

Vrijheid

We willen onze vrijheid terug. Het is momenteel een veel gehoorde kreet. In Fontanel leven mensen die zichzelf opsluiten in een bed, onder de grond, of die opgesloten worden in een huis, in ballingschap of bewaard worden in een couveuse, of zoals de moeder van Michael gevangen zijn in rigide ideeën over gezonde voeding. “Als ik een koolrabi was geweest, dan had je me vast met meer plezier omhelst,” voegt hij haar op een keer toe. Anderen hebben hun vrijheid lief, zijn eigenwijs, of stuiten al bij de geboorte op normen en waarden die korte metten maken met fratsen. Hier is vrijheid en de afwezigheid ervan tot een iets minder bekrompen idee gemaakt.

Relaties

Er zijn nogal wat verschillende soorten seksuele en aanhankelijkheidsrelaties, of de geheel of gedeeltelijke onthouding ervan. Zonder dat hier veel drukte over wordt gemaakt. Uiteindelijk draait het boek om de grote liefde van Michael, Anja die hem op vijfjarige leeftijd uit een brandend korenveld redde en hem gedichten van Kadia Molodowsy uit Open de poort voorleest. Molodowsky schreef kinderpoëzie en het titel gedicht heeft in het kader van het afgesloten erf van de Joffes een bijzondere betekenis, weet ik pas als ik het opzoek (zie illustratie).

De liefde tussen hem en Anja heeft zijn leven lang een stempel op hem gedrukt. Als zij in Jeruzalem is gestorven (hiermee wordt nauwelijks iets verraden; het boek knoopt steeds nieuwe stukjes verhaal aan al bekende lijnen) dan kijkt hij nog steeds met genoegen terug naar de zeven jaar die hem liefde schonken. Hiermee raak je niet allen aan liefde, maar ook aan een thema dat ook niet neutraal is. Het gaat over de liefdesrelatie tussen een volwassen vrouw en een kind van vijf tot vijftien. Een pedofiele relatie. Het soort relaties dat mensen kwaad en gewelddadig maakt. Ook in het boek leidt het tot verdrijving. Maar als lezer heb ik minder last van die boosheid en de schrijver maakt het me niet moeilijk, omdat hij het niet onaangenaam maakt. Michael is zelf overtuigd dat het liefde is en geniet er van. Maar hij toch partner in een ongelijke liefdesrelatie, waar de vrouw mogelijk tederheid elders zoekt en haar dronken man ontvlucht en hij zijn dominante moeder en grootvader die weinig oog voor hem heeft (maar dat soort psychologiseren daar maakt Shalev zich niet schuldig aan).

Slangenarend

Het verhaal eindigt waar het begon. In de lucht met de slangenarend die hoog boven het Joffe erf zweeft. Dat erf is inmiddels omgeven door huizen van een stadje. Een halve eeuw later is de helft van de voorvaderlijke jachtgronden van de vogel bedekt met stad. Onderweg stuiten we op rode anemonen, Israël is er nog steeds mee bedekt en ook hier geen lege metafoor: de klaproos is de nationale bloem van het land. Het boek gaat over het leven en de dood. Het boek is geschreven om een visie op Michael's leven na te laten. Afscheid nemen van de levenden kan door een aanraking, van de doden met het bezoeken van een plaats, zoals de citrusboomgaard van zijn vader. De man die van een nood een deugd maakte. Tenslotte zijn de verhalen en familie gezegden doorgegeven. “Wij Joffes,” zegt Michael, “hebben altijd de tube geconcentreerde melk op zak om troost en kracht uit te putten in tijden van zwakte” of iets anders als dat nodig is om verder te gaan.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


donderdag 28 januari 2021

Boeken in januari



Laatst gelezen boek boven.

De naoorlogse Nederlandse literatuur heeft voor 50 plussers de Grote Drie (voor de wat verlichtere zielen de grote vier; daar mag ook Hella Haase aanschuiven). In Vlaanderen heeft men de grote vijf: de Nederlandse drie plus Boon en Claus. Ergens lees ik dat Suriname ook zijn grote drie heeft (al worden er maar twee genoemd, Cairo en Roemer) en Curaçao heeft Tip Marugg, Frank Martinus Arion en Boeli van Leeuwen. Betekent dit dat de Nederlandse literatuur De Grote Elf heeft? Of telt alleen wat boven de grote rivieren en achter dijken en duinen geboren én gestorven is en niet de taal of de gezamenlijke geschiedenis? Door de dominante kneuterige Hollandse visie valt dan veel moois buiten de boot.

Schilden van Leem van Boeli van Leeuwen, verschenen in het voorjaar van 1985, is een boek dat aan het Nederlands alleen niet genoeg heeft, er is een brief in het Duits en er zijn woorden of zinnen in het Papiamento, Engels en Deenstalige bordjes op de veerboot, een schip dat door op een mijn te varen aan zijn eindje komt.

Het boek voldoet aan een voor Nederland belangrijke voorwaarde, de Tweede Wereldoorlog speelt een rol. Hoewel de heldendaad om een meisje te mishandelen, omdat ze een zogenaamde Moffenhoer was, wordt hier meer aangezet dan de achteraf geclaimde verzetsroem. Marjolein, de vrouw van het hoofdpersonage Dianklo Devereau, kwam niet alleen in haar ondergoed en kaalgeschoren terug van een tocht op een kar door de stad, maar ook met een andere blik in de ogen, tenminste volgens haar vader. Het is vervolgens ook het beeld dat haar medelijdende echtgenoot van haar zal hebben. Zij zelf genuanceert de impact; is het vooral de reactie van beide mannen op haar kalverliefde voor een Duitser die haar latere relatie parten speelt.

Dianklo, geboren uit de Indiaanse meid voor 24 uur (en zijn vaders genot), heeft een afschuw van licht met zijn wijkende horizon en leeft liever in de nacht. Het licht laat zo scherp de vuiligheid van het eiland zien. De zoon mag van zijn vader geen zoon van zijn moeder zijn. Het hele eiland doet alsof dit ook niet zo is, kleine eilanden zijn dan ook eigenlijk grote gevangenissen. Pas op haar sterfbed, wordt hij, tegen deze mannen dwingelandij in, door zijn moeder zoon genoemd (cuidate hijo, porque me voy a decansar/Pas op zoon, ik ga rusten).

Hij houdt er drie plekken van leven op na:
- een huisje aan zee met een geflipte Canadese vliegenier, een gestrande hoer en een schriele neger met ijsmuts die praat tegen de verte; 
- een advocatenpraktijk voor de armen (daar komt ook de titel vandaan, woorden als schild van leem om de dubbel gepakten van het systeem bij te staan);
en
- een vervallen huis dat vol herinneringen en geschiedenis is, een huis waar zelfs Napoleon en Hitler naast de prehistorische monsters uit het verleden leven, tussen de leguanen met hun saffraan kleurige ogen.

Via dat laatste huis kruipen we Curaçao binnen. Heldendom, de slavernij, het racisme, de hypocrisie van gelovigen en ongelovigen, en de spielerei in de Eilandsraad, paraderen als in een carnavalsoptocht voorbij.

Dianklo wordt door de Eilandsraad benoemd tot leider van een expeditie om hulpgoederen naar een door een aardbeving getroffen eiland te brengen. De drie uit het vervallen huisje aan het strand gaan mee; als geheime wapens. Een gesigneerd portret van President Reagan gaat ook aan boord in een wissellijst (waarin ook andere partijen die een rol spelen in het conflict rond het eiland dat niet alleen getroffen is door een aardbeving); je weet nooit waar dat nog eens goed voor is.

De veerboot loopt op een mijn
bij het binnevaren van het ramp- én oorlogsgebied – met vrouwen “waarvan de borsten zijn versierd met kleine scherpe pikjes.” De hoer, de ziener en vliegenier stikken, omdat ze in een container met hulpgoederen zitten die naar de bodem zakt. Op dat moment herinner ik me het bericht uit april 1985 dat in een container 28 gestikte Dominicaanse prostitués gevonden werden. Ze waren onderweg van het Nederlandse Sint Maarten naar Saint Thomas onder bestuur van de VS. Het gebeurt vrijwel tegelijk met de publicatie van het boek. Seks mag wat kosten. Colombia en de Dominicaanse Republiek waren in de jaren tachtig – misschien nog wel – hofleveranciers van goedkope seks voor de Nederlandse Antillen. Ze worden ook hier beide genoemd. Dianklo is vol van het zondegevoel dat hij het was die zijn reisgenoten hun dood instuurde. De 28 haalden een Kamerstuk, maar er werd verder niets meer van vernomen. Wiens zonde dat was? De ondoordachte hulptocht leidt intussen het verlies van kleurrijke personen in en levert ook de slachtoffers op het eiland weinig op.

Het rampgebied doet in de verte denken aan Grenada, waar in 1983 de VS een zogenaamde communistische machtsovername verijdelden:

“In de lucht verschenen plotseling razendsnelle machines uit het land der technologen en scheurden boven onze hoofden de hemel aan flarden en op het water zagen we een stad opdoemen, een stad met wolkenkrabbers en hoge torens van vele verdiepingen. En we zagen projectielen landen en weer pijlsnel vertrekken en ik begreep dat er een enorme krijgsvloot daar in het water lag, voorzien van magische apparaten en raketten. En ik was verlamd door dit grote geweld … waarom zulk een groot geweld op het water leggen om armzalige boeren, hongerige vrouwen en guerrillero's met verroeste geweren te bestrijden,”
vraagt Dianklo, de falende expeditieleider zich af. Met deze woorden wordt kritiek op het straffen van opstandelingen tegen de slavernij doorgetrokken naar de tijd van de vliegdekschepen.

De Akademische Festovertüre van Brahms in het hutje aan het strand is zo vervuild met kaarsvet en de naald springt dan ook voor- en achterwaarts over de plaat, zodat het soms wel een Chinese opera lijkt, soms een groots gamelangebeuren. “Alleen het 'Gaudeamus igitur; is om geheimzinnige redenen gaaf gebleven en wordt vaak uit volle borst meegezongen door wie ter plekke mocht zijn.”


Is dit beeld van een koloniale samenleving te verteren door mensen die hun neus ophalen voor het platte, het volkse, het gewone (zelfs als dat veeltaliger, veel kleuriger en ongewoner is dan zij zelf ooit zullen zijn)? Ik vrees het ergste. De reden dat ik het boek op mijn lijstje zette was
Een carnaval van stemmen, een bespreking in de De Groene Amsterdammer door Yra van Dijk. Zij sluit af met de woorden:
‘Maar echt goed is het toch niet, hè?’ fluisterde een eerbiedwaardige Leidse academische voorganger me eens toe na een lezing over deze roman – afgeschrikt misschien door de ongebruikelijke vorm van de roman. Jawel, echt goed is het wel.

Donkere kamers, Archibalds, en verveelde jongens zijn er overal. De regenwulp inruilen voor een flamingo of de violen voor divi divi kan eens een wat andere kijk geven op het land dat aan en over zee ligt. Zelfs binnen de Nederlandse taal kan je lange reizen maken en van perspectief wisselen. Die zee komt in Schilden van leem uit de WC-pot en “is altijd de zee en absoluut niet 'gelijk mijn ziel in wezen en verschijning'.” Een pleidooi voor taal zonder opsmuk tussen dit bal van dansende woorden. Toch een beetje Hollandse nuchterheid. Nu nog het hoorspel dat de AVROTROS online heeft gezet en ik ben weer een prachtig boek rijker.

***

The three kingdoms; The sleeping dragon (Vol 2) door Luo Guangzhong (vertaling Yu Sumei; redactie Ronald C. Iverson) is eerder dan een tweede deel dezelfde roman die doorloopt tussen een nieuwe kaft. Die splitsing is te waarderen, want zelfs nu is het een flinke pil van 440 pagina's.

De Slapende Draak is de denker Zhuge Liang, een strateeg die zich heeft afgezonderd in een klein dorp op het platteland. Liu Bei vraagt hem onderdanig in zijn dienst te treden in 207 n.C. Dit deel loopt vanaf dat jaar tot het jaar 219 n.C. Liang is een man die zo nodig grof, scherp- of fijnzinnig denkt, spreekt en opereert. Hij doorziet listen van tegenstanders en bedenkt zelf slimme manoeuvres om hen te slim af te zijn. In de lijst met korte persoonsbeschrijving – net als in de andere delen voor in het boek – staat:

“Zhuge Liang (Kongming, of Slapende Draak, 181-234) – de kluizenaar van Nangyang, later de hoofd raadgever van Liu Bei; zijn geniale politiek van het verenigen van Wu om Wei te bestrijden leidt tot een machtsbalans tussen de drie Koninkrijken van Wei, Shu en Wu; zijn wijsheid en vaardigheden stellen Liu Bei in staat zijn eigen machtsbasis te creëren.”

Strategie

Het verhaal gaat over spionage, (grand) strategie, bondgenootschappen, diplomatie, helden- en overmoed en beheersing om je niet te laten leiden door emoties, maar het beste moment af te wachten om te overwinnen. Het is een boek waar generaals doorgaans boven bestuurders worden gesteld. Een land bijeen houden doe je immers door het te verdedigen. Bestuurders blijven zitten waar ze zitten ook als de macht valt. (Zijstraat: dit lijkt een vaststaand gegeven als je Luo Guanzhong volgt, maar de zuivering van het Baath-regime door de Amerikanen in 2003 geeft aan dat het in de geschiedenis ook wel eens anders loopt.) Boven militairen en bestuurders staan echter de denkers. Krijgskunde en politiek handwerk spelen een belangrijke rol, maar het etaleren van kennis erover of ergernis over de kennis van een mede- of tegenstander kan fataal zijn. Het boek dat slagen en verwikkelingen in het China van de derde eeuw op elkaar stapelt, leest aangenaam – niet makkelijk – weg.

Ideeën

Cao Cao, de leider van Wei en de snodaard van het verhaal, vertelt dat hij best van het leven zou willen genieten zonder als krijgsheer op pad te zijn. Echter hij is gevangen in zijn positie van macht. Als hij zijn leiderschap neerlegt, wordt hij een gemakkelijk doelwit voor zijn tegenstanders. Bovendien zal de staat verkruimelen en zo zou zijn stap terug, om het nastreven van eigen geluk, een ramp voor het land betekenen. Het tekent de positie van iemand die teveel of te lang aan de macht kleeft en denkt dat zijn positie het slagen of falen van de enorme Staats moloch uitmaakt. Je hoort in de verte Xi Jinping de woorden instemmend nazeggen. Het is echter niet altijd even gemakkelijk de denkbeelden over machtsposities na te volgen. Als een generaal (Zhang Ren) gevangen wordt genomen en gevraagd zich over te geven, dan weigert hij uit trouw aan zijn overwonnen meester. Zijn doodvonnis is naast een straf dan ook een gunst, omdat hij zo sterft trouw aan zijn leidsman.

Vrouwen

Vrouwen in het boek spelen een bijrol. Je moet vanzelfsprekend in het oog houden dat het 18 eeuwen geleden is. Cai Yan (elders Cai Wenji) een beroemde dichtster, wordt wel bij naam genoemd. Ze is door Cao Cao gered van de Mongolen en vervolgens door hem uitgehuwelijkt. Bij naam genoemd worden is meer dan het merendeel van de andere vrouwen in het boek overkomt, maar meer dan een passant is Yan toch niet. Een schoonzus van een krijgsheer wordt het hoofd af gehakt en vervolgens ontstaat een leven lang onmin tussen broers. De vrouw als wig. Lady Mi, de eerste vrouw van Liu Bei, offert zichzelf op om haar kind te redden. De vrouw als moeder.

Het huwelijksaanzoek rond Lady Sun, Liu Bei's (de held van het verhaal) tweede vrouw, is om hem naar Wu te lokken en te vermoorden; niet om voltrokken te worden. De vrouw als lokaas. Sun is een dame die geïnteresseerd is in wapens en krijgskunde. Ze is de zus van Sun Quan, de heerser over Wu, en niet voor een kleintje vervaard als ze toch getrouwd met haar man ontsnapt aan de snode plannen van haar broer. Ze zal zich evenwel weer terug laten lokken en verlaat daarmee haar man. Rol uitgespeeld.

De denker Xu Shu trapt in een streek van Cao Cao; het handschrift van zijn moeder wordt gebruikt om hem in de val te lokken. Zij voelt zich beledigt als blijkt dat haar zoon niet weet dat ze een hogere morele standaard heeft dan haar veiligheid stellen boven het dienen van de goede zaak. Ze berooft zich van het leven. De uitval van de moeder van Xu Shu tegen haar zoon is een van de krachtigste teksten uit het boek. De vrouw zonder naam verwijt haar zoon domheid. Hij liet zich zonder onderzoek te doen om de tuin leiden en gaf blijk van kinderlijke gehoorzaamheid, waarbij trouw aan het wettelijk gezag uit het oog werd verloren. De vrouw is een bijzaak, maar toch ook niet helemaal uit te vlakken als zelfstandig, handelend en mondig wezen. Zien of het in het derde deel meer wordt dan dat.

Uitgever

De uitgever van de drie delen is Tuttle, sinds 1832 gevestigd in Rutland (Vermont, VS). De missie van de uitgever is om lezers te informeren over de landen, cultuur, kunst, keuken, taal en literatuur van Azië. “De behoefte aan zinvolle dialoog en informatie over dit diverse gebied is nooit groter geweest.”

Er is nog een deel te gaan, maar ik denk dat deze boeken goed in dat beleid passen. Met het bestuderen van de Drie Koninkrijken en zij die in die geschiedenis een rol speelden, kan een half leven vullen. De boeken laten daarvan meer dan een glimp zien.

Wat ik mis is een kaart waarop de plaatsen staan die in het boek voorbij komen in de strijd tussen Wu, Wei en Shu. Hoewel op wikipedia veel is te lezen over de slagen, personen en locaties, zoals op hiernaast afgebeelde kaart.

The three kingdoms; The sacred oath (Vol 1)
The three kingdoms; The sleeping dragon (Vol 2)
Thethree kingdoms; Welcome the tiger (Vol 3)

***

Hippopotamus van Stephen Fry doet qua opzet denken aan een traditionele detective. Groep mensen met botsende, uitgesproken persoonlijkheden zijn verzameld in landhuis en er is een mysterie dat opgelost moet worden.

Het landhuis ligt in een modern Engeland waar graan opgeslagen wordt in glimmende silo's en niet meer in sfeervolle schuren, en waar heggen zijn weggehaald om de grond grootschaliger te kunnen bewerken: “Je wilt toch eten, is het niet,” zegt Simon de oudste zoon van Lord Logan, zakenman en eigenaar van het landgoed.

De hoofdpersoon is de net ontslagen theatercriticus en dichter Ted Wallace. Het is een zurige aan de drank geraakte man die ooit talent had. Olivier, een flamboyante homoseksueel hoopt dat de dichter ooit over zichzelf kan zeggen dat ergens binnenin de Happy Hippo nog leeft en dat hij die weer wil zijn. Ted blijkt uiteindelijk meer dan een vroeger vrolijk nijlpaard en het is Olivier die tenslotte in zijn hemd staat.

Het verhaal is geschreven met veel Engelse humor, gevoel voor taal en taalverslonzing (de gevolgen van het weglaten van lidwoorden wordt bijvoorbeeld uitgemeten) en whiskey (de eerste pagina's komen er nogal wat merken voorbij van Chivas Regal, via Laphroaig naar Glenlivet). Een fles tien jaar oude whiskey speelt een voorname rol in het verhaal.

Het boek verscheen in 1994. Dat is zeven jaar voor de dood van de Nederlandse actrice Sylvia Millecam die door kwakzalvers (sommige met academische medische opleiding) op een spoor werd gezet dat de kanker ontkende. Het is twintig jaar voor de dood van astronaut Wubbo Ockels die ook alternatieve genezers bezocht in zijn strijd tegen kanker.

Mensen hebben kennelijk behoefte aan troost in tijden van ziekte, zelfs tegen beter weten in. Dit boek probeert de helers, homeopaten en andere fantasten door zakelijk redeneren en een portie humor de pas af te snijden. Gezonde schrijvers hebben daarvoor immers meer ruimte dan zieken. Hoewel geen detective, is het daarbij ook een meeslepend verhaal.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.