Posts tonen met het label Luo Guangzhong. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luo Guangzhong. Alle posts tonen

donderdag 28 januari 2021

Boeken in januari



Laatst gelezen boek boven.

De naoorlogse Nederlandse literatuur heeft voor 50 plussers de Grote Drie (voor de wat verlichtere zielen de grote vier; daar mag ook Hella Haase aanschuiven). In Vlaanderen heeft men de grote vijf: de Nederlandse drie plus Boon en Claus. Ergens lees ik dat Suriname ook zijn grote drie heeft (al worden er maar twee genoemd, Cairo en Roemer) en Curaçao heeft Tip Marugg, Frank Martinus Arion en Boeli van Leeuwen. Betekent dit dat de Nederlandse literatuur De Grote Elf heeft? Of telt alleen wat boven de grote rivieren en achter dijken en duinen geboren én gestorven is en niet de taal of de gezamenlijke geschiedenis? Door de dominante kneuterige Hollandse visie valt dan veel moois buiten de boot.

Schilden van Leem van Boeli van Leeuwen, verschenen in het voorjaar van 1985, is een boek dat aan het Nederlands alleen niet genoeg heeft, er is een brief in het Duits en er zijn woorden of zinnen in het Papiamento, Engels en Deenstalige bordjes op de veerboot, een schip dat door op een mijn te varen aan zijn eindje komt.

Het boek voldoet aan een voor Nederland belangrijke voorwaarde, de Tweede Wereldoorlog speelt een rol. Hoewel de heldendaad om een meisje te mishandelen, omdat ze een zogenaamde Moffenhoer was, wordt hier meer aangezet dan de achteraf geclaimde verzetsroem. Marjolein, de vrouw van het hoofdpersonage Dianklo Devereau, kwam niet alleen in haar ondergoed en kaalgeschoren terug van een tocht op een kar door de stad, maar ook met een andere blik in de ogen, tenminste volgens haar vader. Het is vervolgens ook het beeld dat haar medelijdende echtgenoot van haar zal hebben. Zij zelf genuanceert de impact; is het vooral de reactie van beide mannen op haar kalverliefde voor een Duitser die haar latere relatie parten speelt.

Dianklo, geboren uit de Indiaanse meid voor 24 uur (en zijn vaders genot), heeft een afschuw van licht met zijn wijkende horizon en leeft liever in de nacht. Het licht laat zo scherp de vuiligheid van het eiland zien. De zoon mag van zijn vader geen zoon van zijn moeder zijn. Het hele eiland doet alsof dit ook niet zo is, kleine eilanden zijn dan ook eigenlijk grote gevangenissen. Pas op haar sterfbed, wordt hij, tegen deze mannen dwingelandij in, door zijn moeder zoon genoemd (cuidate hijo, porque me voy a decansar/Pas op zoon, ik ga rusten).

Hij houdt er drie plekken van leven op na:
- een huisje aan zee met een geflipte Canadese vliegenier, een gestrande hoer en een schriele neger met ijsmuts die praat tegen de verte; 
- een advocatenpraktijk voor de armen (daar komt ook de titel vandaan, woorden als schild van leem om de dubbel gepakten van het systeem bij te staan);
en
- een vervallen huis dat vol herinneringen en geschiedenis is, een huis waar zelfs Napoleon en Hitler naast de prehistorische monsters uit het verleden leven, tussen de leguanen met hun saffraan kleurige ogen.

Via dat laatste huis kruipen we Curaçao binnen. Heldendom, de slavernij, het racisme, de hypocrisie van gelovigen en ongelovigen, en de spielerei in de Eilandsraad, paraderen als in een carnavalsoptocht voorbij.

Dianklo wordt door de Eilandsraad benoemd tot leider van een expeditie om hulpgoederen naar een door een aardbeving getroffen eiland te brengen. De drie uit het vervallen huisje aan het strand gaan mee; als geheime wapens. Een gesigneerd portret van President Reagan gaat ook aan boord in een wissellijst (waarin ook andere partijen die een rol spelen in het conflict rond het eiland dat niet alleen getroffen is door een aardbeving); je weet nooit waar dat nog eens goed voor is.

De veerboot loopt op een mijn
bij het binnevaren van het ramp- én oorlogsgebied – met vrouwen “waarvan de borsten zijn versierd met kleine scherpe pikjes.” De hoer, de ziener en vliegenier stikken, omdat ze in een container met hulpgoederen zitten die naar de bodem zakt. Op dat moment herinner ik me het bericht uit april 1985 dat in een container 28 gestikte Dominicaanse prostitués gevonden werden. Ze waren onderweg van het Nederlandse Sint Maarten naar Saint Thomas onder bestuur van de VS. Het gebeurt vrijwel tegelijk met de publicatie van het boek. Seks mag wat kosten. Colombia en de Dominicaanse Republiek waren in de jaren tachtig – misschien nog wel – hofleveranciers van goedkope seks voor de Nederlandse Antillen. Ze worden ook hier beide genoemd. Dianklo is vol van het zondegevoel dat hij het was die zijn reisgenoten hun dood instuurde. De 28 haalden een Kamerstuk, maar er werd verder niets meer van vernomen. Wiens zonde dat was? De ondoordachte hulptocht leidt intussen het verlies van kleurrijke personen in en levert ook de slachtoffers op het eiland weinig op.

Het rampgebied doet in de verte denken aan Grenada, waar in 1983 de VS een zogenaamde communistische machtsovername verijdelden:

“In de lucht verschenen plotseling razendsnelle machines uit het land der technologen en scheurden boven onze hoofden de hemel aan flarden en op het water zagen we een stad opdoemen, een stad met wolkenkrabbers en hoge torens van vele verdiepingen. En we zagen projectielen landen en weer pijlsnel vertrekken en ik begreep dat er een enorme krijgsvloot daar in het water lag, voorzien van magische apparaten en raketten. En ik was verlamd door dit grote geweld … waarom zulk een groot geweld op het water leggen om armzalige boeren, hongerige vrouwen en guerrillero's met verroeste geweren te bestrijden,”
vraagt Dianklo, de falende expeditieleider zich af. Met deze woorden wordt kritiek op het straffen van opstandelingen tegen de slavernij doorgetrokken naar de tijd van de vliegdekschepen.

De Akademische Festovertüre van Brahms in het hutje aan het strand is zo vervuild met kaarsvet en de naald springt dan ook voor- en achterwaarts over de plaat, zodat het soms wel een Chinese opera lijkt, soms een groots gamelangebeuren. “Alleen het 'Gaudeamus igitur; is om geheimzinnige redenen gaaf gebleven en wordt vaak uit volle borst meegezongen door wie ter plekke mocht zijn.”


Is dit beeld van een koloniale samenleving te verteren door mensen die hun neus ophalen voor het platte, het volkse, het gewone (zelfs als dat veeltaliger, veel kleuriger en ongewoner is dan zij zelf ooit zullen zijn)? Ik vrees het ergste. De reden dat ik het boek op mijn lijstje zette was
Een carnaval van stemmen, een bespreking in de De Groene Amsterdammer door Yra van Dijk. Zij sluit af met de woorden:
‘Maar echt goed is het toch niet, hè?’ fluisterde een eerbiedwaardige Leidse academische voorganger me eens toe na een lezing over deze roman – afgeschrikt misschien door de ongebruikelijke vorm van de roman. Jawel, echt goed is het wel.

Donkere kamers, Archibalds, en verveelde jongens zijn er overal. De regenwulp inruilen voor een flamingo of de violen voor divi divi kan eens een wat andere kijk geven op het land dat aan en over zee ligt. Zelfs binnen de Nederlandse taal kan je lange reizen maken en van perspectief wisselen. Die zee komt in Schilden van leem uit de WC-pot en “is altijd de zee en absoluut niet 'gelijk mijn ziel in wezen en verschijning'.” Een pleidooi voor taal zonder opsmuk tussen dit bal van dansende woorden. Toch een beetje Hollandse nuchterheid. Nu nog het hoorspel dat de AVROTROS online heeft gezet en ik ben weer een prachtig boek rijker.

***

The three kingdoms; The sleeping dragon (Vol 2) door Luo Guangzhong (vertaling Yu Sumei; redactie Ronald C. Iverson) is eerder dan een tweede deel dezelfde roman die doorloopt tussen een nieuwe kaft. Die splitsing is te waarderen, want zelfs nu is het een flinke pil van 440 pagina's.

De Slapende Draak is de denker Zhuge Liang, een strateeg die zich heeft afgezonderd in een klein dorp op het platteland. Liu Bei vraagt hem onderdanig in zijn dienst te treden in 207 n.C. Dit deel loopt vanaf dat jaar tot het jaar 219 n.C. Liang is een man die zo nodig grof, scherp- of fijnzinnig denkt, spreekt en opereert. Hij doorziet listen van tegenstanders en bedenkt zelf slimme manoeuvres om hen te slim af te zijn. In de lijst met korte persoonsbeschrijving – net als in de andere delen voor in het boek – staat:

“Zhuge Liang (Kongming, of Slapende Draak, 181-234) – de kluizenaar van Nangyang, later de hoofd raadgever van Liu Bei; zijn geniale politiek van het verenigen van Wu om Wei te bestrijden leidt tot een machtsbalans tussen de drie Koninkrijken van Wei, Shu en Wu; zijn wijsheid en vaardigheden stellen Liu Bei in staat zijn eigen machtsbasis te creëren.”

Strategie

Het verhaal gaat over spionage, (grand) strategie, bondgenootschappen, diplomatie, helden- en overmoed en beheersing om je niet te laten leiden door emoties, maar het beste moment af te wachten om te overwinnen. Het is een boek waar generaals doorgaans boven bestuurders worden gesteld. Een land bijeen houden doe je immers door het te verdedigen. Bestuurders blijven zitten waar ze zitten ook als de macht valt. (Zijstraat: dit lijkt een vaststaand gegeven als je Luo Guanzhong volgt, maar de zuivering van het Baath-regime door de Amerikanen in 2003 geeft aan dat het in de geschiedenis ook wel eens anders loopt.) Boven militairen en bestuurders staan echter de denkers. Krijgskunde en politiek handwerk spelen een belangrijke rol, maar het etaleren van kennis erover of ergernis over de kennis van een mede- of tegenstander kan fataal zijn. Het boek dat slagen en verwikkelingen in het China van de derde eeuw op elkaar stapelt, leest aangenaam – niet makkelijk – weg.

Ideeën

Cao Cao, de leider van Wei en de snodaard van het verhaal, vertelt dat hij best van het leven zou willen genieten zonder als krijgsheer op pad te zijn. Echter hij is gevangen in zijn positie van macht. Als hij zijn leiderschap neerlegt, wordt hij een gemakkelijk doelwit voor zijn tegenstanders. Bovendien zal de staat verkruimelen en zo zou zijn stap terug, om het nastreven van eigen geluk, een ramp voor het land betekenen. Het tekent de positie van iemand die teveel of te lang aan de macht kleeft en denkt dat zijn positie het slagen of falen van de enorme Staats moloch uitmaakt. Je hoort in de verte Xi Jinping de woorden instemmend nazeggen. Het is echter niet altijd even gemakkelijk de denkbeelden over machtsposities na te volgen. Als een generaal (Zhang Ren) gevangen wordt genomen en gevraagd zich over te geven, dan weigert hij uit trouw aan zijn overwonnen meester. Zijn doodvonnis is naast een straf dan ook een gunst, omdat hij zo sterft trouw aan zijn leidsman.

Vrouwen

Vrouwen in het boek spelen een bijrol. Je moet vanzelfsprekend in het oog houden dat het 18 eeuwen geleden is. Cai Yan (elders Cai Wenji) een beroemde dichtster, wordt wel bij naam genoemd. Ze is door Cao Cao gered van de Mongolen en vervolgens door hem uitgehuwelijkt. Bij naam genoemd worden is meer dan het merendeel van de andere vrouwen in het boek overkomt, maar meer dan een passant is Yan toch niet. Een schoonzus van een krijgsheer wordt het hoofd af gehakt en vervolgens ontstaat een leven lang onmin tussen broers. De vrouw als wig. Lady Mi, de eerste vrouw van Liu Bei, offert zichzelf op om haar kind te redden. De vrouw als moeder.

Het huwelijksaanzoek rond Lady Sun, Liu Bei's (de held van het verhaal) tweede vrouw, is om hem naar Wu te lokken en te vermoorden; niet om voltrokken te worden. De vrouw als lokaas. Sun is een dame die geïnteresseerd is in wapens en krijgskunde. Ze is de zus van Sun Quan, de heerser over Wu, en niet voor een kleintje vervaard als ze toch getrouwd met haar man ontsnapt aan de snode plannen van haar broer. Ze zal zich evenwel weer terug laten lokken en verlaat daarmee haar man. Rol uitgespeeld.

De denker Xu Shu trapt in een streek van Cao Cao; het handschrift van zijn moeder wordt gebruikt om hem in de val te lokken. Zij voelt zich beledigt als blijkt dat haar zoon niet weet dat ze een hogere morele standaard heeft dan haar veiligheid stellen boven het dienen van de goede zaak. Ze berooft zich van het leven. De uitval van de moeder van Xu Shu tegen haar zoon is een van de krachtigste teksten uit het boek. De vrouw zonder naam verwijt haar zoon domheid. Hij liet zich zonder onderzoek te doen om de tuin leiden en gaf blijk van kinderlijke gehoorzaamheid, waarbij trouw aan het wettelijk gezag uit het oog werd verloren. De vrouw is een bijzaak, maar toch ook niet helemaal uit te vlakken als zelfstandig, handelend en mondig wezen. Zien of het in het derde deel meer wordt dan dat.

Uitgever

De uitgever van de drie delen is Tuttle, sinds 1832 gevestigd in Rutland (Vermont, VS). De missie van de uitgever is om lezers te informeren over de landen, cultuur, kunst, keuken, taal en literatuur van Azië. “De behoefte aan zinvolle dialoog en informatie over dit diverse gebied is nooit groter geweest.”

Er is nog een deel te gaan, maar ik denk dat deze boeken goed in dat beleid passen. Met het bestuderen van de Drie Koninkrijken en zij die in die geschiedenis een rol speelden, kan een half leven vullen. De boeken laten daarvan meer dan een glimp zien.

Wat ik mis is een kaart waarop de plaatsen staan die in het boek voorbij komen in de strijd tussen Wu, Wei en Shu. Hoewel op wikipedia veel is te lezen over de slagen, personen en locaties, zoals op hiernaast afgebeelde kaart.

The three kingdoms; The sacred oath (Vol 1)
The three kingdoms; The sleeping dragon (Vol 2)
Thethree kingdoms; Welcome the tiger (Vol 3)

***

Hippopotamus van Stephen Fry doet qua opzet denken aan een traditionele detective. Groep mensen met botsende, uitgesproken persoonlijkheden zijn verzameld in landhuis en er is een mysterie dat opgelost moet worden.

Het landhuis ligt in een modern Engeland waar graan opgeslagen wordt in glimmende silo's en niet meer in sfeervolle schuren, en waar heggen zijn weggehaald om de grond grootschaliger te kunnen bewerken: “Je wilt toch eten, is het niet,” zegt Simon de oudste zoon van Lord Logan, zakenman en eigenaar van het landgoed.

De hoofdpersoon is de net ontslagen theatercriticus en dichter Ted Wallace. Het is een zurige aan de drank geraakte man die ooit talent had. Olivier, een flamboyante homoseksueel hoopt dat de dichter ooit over zichzelf kan zeggen dat ergens binnenin de Happy Hippo nog leeft en dat hij die weer wil zijn. Ted blijkt uiteindelijk meer dan een vroeger vrolijk nijlpaard en het is Olivier die tenslotte in zijn hemd staat.

Het verhaal is geschreven met veel Engelse humor, gevoel voor taal en taalverslonzing (de gevolgen van het weglaten van lidwoorden wordt bijvoorbeeld uitgemeten) en whiskey (de eerste pagina's komen er nogal wat merken voorbij van Chivas Regal, via Laphroaig naar Glenlivet). Een fles tien jaar oude whiskey speelt een voorname rol in het verhaal.

Het boek verscheen in 1994. Dat is zeven jaar voor de dood van de Nederlandse actrice Sylvia Millecam die door kwakzalvers (sommige met academische medische opleiding) op een spoor werd gezet dat de kanker ontkende. Het is twintig jaar voor de dood van astronaut Wubbo Ockels die ook alternatieve genezers bezocht in zijn strijd tegen kanker.

Mensen hebben kennelijk behoefte aan troost in tijden van ziekte, zelfs tegen beter weten in. Dit boek probeert de helers, homeopaten en andere fantasten door zakelijk redeneren en een portie humor de pas af te snijden. Gezonde schrijvers hebben daarvoor immers meer ruimte dan zieken. Hoewel geen detective, is het daarbij ook een meeslepend verhaal.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



zaterdag 26 december 2020

Boeken in december


Laatst gelezen boek boven.

Wide Sargasso Sea van Jean Rhys is een van de boeken die ik dit jaar las over de Caraïben, plantages en slavernij. Die thema's zijn niet de reden dat ik dit boek van de Goede Sint kreeg. Het boek gaat over een Jamaicaanse vrouw die door haar huwelijk met een benepen Engelsman gek wordt gemaakt. Ze eindigt net zoals de eerste echtgenote van Mr. Rochester uit Jane Eyre op een zolder.

Het is daarmee een roman die vragen stelt bij een personage in een andere roman. Jane Eyre had voor mij een bijzondere betekenis, omdat een opa van me een ontoerekeningsvatbare vrouw had en niet kon trouwen met mijn zwaar gelovige oma (en ze dus 'in zonde' samen moesten leven). Het zou haar haar plek in de kerkelijke gemeente kosten en een leven lang pijn veroorzaken.

Misschien daardoor, of omdat in het boek van Charlotte Brönte, de vrouw als grommend wezen gewoon een gegeven was, had ik me nooit de vraag gesteld waarom die eerste vrouw van Rochester, Bertha, uit het leven was gestoten en woedend opgesloten werd om plaats te maken voor een lieve jonge lerares, Jane Eyre die daarmee sociaal naar een hoger plan werd getild. Het was me zelfs niet opgevallen dat ze een creoolse was, de term voor een kind van blanke en gekleurde ouders. Het feel good sentiment verdrong de narigheid naar het achterplan.

In Wide Sargasso Sea noemt de Engelsman, zonder achternaam zijn vrouw liever Bertha, zo wordt haar identiteit afgenomen en veranderd ze bovendien in een persoon uit een andere roman.

Antoinette is een creoolse en gevormd door het leven als dochter van slavenhouders op een vervallen plantage die de familie moest verlaten na een aanval door voormalige slaven en hun kinderen. Ze werd opgevoed door een moeder die door het leven (ze verloor ook haar zoon bij de aanval) en een weinig inlevende tweede man gek werd. De nonnen namen de opvoeding van Antoinette over. Van haar tweede vader kreeg ze geld en een huis hoog in de bergen. Daar speelt een groot deel van de roman. Bijna alsof het een toneel is voor de strijd tussen de witte Engelsman en de creoolse eiland bewoonster. Het toneel wordt hier wel 180º gedraaid, maar de machtsverhoudingen blijven.

Rhys groeide op op Dominica en werd voor haar opleiding als zestien jarig meisje naar Engeland gestuurd. In 1936, als ze 46 jaar oud is, keert ze voor even terug baar het Caraïbische eiland en vindt de familie bezittingen vervallen terug. Haar levensgeschiedenis, samengevat in een paar wiki lemma's geven aan dat ze weet waarover ze schrijft. Vrolijk is ze er niet van geworden, ook niet van de waardering voor haar schrijven. Dan was ik wel vrolijk gebleven en niet weer gaan schrijven, zei ze tijdens een interview vlak voor haar dood.

Er is een opmerkelijke zijstraat in haar leven. In 1919 trouwt de schrijfster met de Frans-Nederlandse journalist, annex spion, liedjesschrijver en latere verzetsman Willem Johan Marie Lenglet. Het paar scheidde in 1933.

Gekke vrouwen (mannen ook, al worden die minder snel zo genoemd) zijn overal. Maar zijn ze gek of zijn ze gek gemaakt? Zitten ze aan de valium vanwege persoonlijke of sociale problemen? Is wat ze gek maakt het gegeven dat ze als exotische schone uit de eigen omgeving zijn los gewrikt en zich gedwongen moesten aanpassen aan een Westers keurslijf?

De vorm om een roman te baseren op een gegeven uit een andere roman blijft mooi. Ze zorgt ervoor dat je vragen blijft stellen bij wat je leest (al eerder las ik Moussa of de dood van een Arabier van Kamiel Dadoud dat de Vreemdeling van Albert Camus van een extra laag voorzag).

Wide Sargasso Sea is meer dan een bijtende uitbreiding van Jane Eyre. Het is een boek over wisselende identiteiten, koloniale samenleving kort na de afschaffing van de slavernij, superioriteitsgevoel van blanke over zwart en van man over vrouw. (De man wist daarmee ook een deel van zichzelf uit. Heel even lijkt hij dat deel te vinden, maar de vrouw die hem een spiegel voorhoudt, Christophine, wil hij niet serieus nemen.) Het boek tekent de Caraïbische samenleving vanuit een ander perspectief.

De mooie setting wordt wel overschaduwd door de triestheid van het verhaal. De feel good is opgelost in een andere realiteit.

***

REIS BED IJS TIJD TIJD TIJD is een gedichtenbundel van Marjolijn van Heemstra. Een bundel die in september verscheen en in oktober al zijn tweede druk bereikte. Menig dichter haalt dat zelfs na jaren niet. Het gedicht Kras, dat ook op op de achterflap staat, over het - streepje dat een leven tussen twee jaartallen samenvat, is ideaal voor crematies en begrafenissen. En daaraan is in tijden van corona behoefte.

Als motto worden wat regels uit de Mahabharata afgedrukt, samengevat: we leven alsof we nooit zullen sterven. Hoe leef je dan wel in de wetenschap dat het tijdelijk is? Ik heb de vraag nog niet beantwoord of daar is de volgende al. Hoe zou het zijn om omgekeerd te leven, vraagt de dichtster zich af. We doen dat, antwoord ze zichzelf, we drogen langzaam uit onze vorm, tot de toekomst niet meer past. Onsterfelijk zijn we niet, maar we kunnen wel naar de toekomst leven en wat nalaten, voor een volgende lente, als we zelf weer teruggebracht zijn tot wat mineralen of voer voor woelers in de bodem. Dan leven we meteen ook niet meer blindelings de dood in. 

Ik zou wel zo'n de verdrinkingsdood overleefde Pluim willen hebben: “in één nacht beet hij de kelen door van twaalf domme warme muizen, bracht ze reutelend de keuken in.” Gisteren werd ik hier in huis bijna omver gerend door zo'n klein pluizig zoogdiertje, waar ik nog nooit het etiket dom op heb geplakt. Zijn ze dat?

In het gedicht Pluim wordt door een warme domme moeder gezegd dat katten niet weten wat mensen wensen. Heemstra dicht dat het wel eens andersom zou kunnen zijn. Maar zoals een muis niet dom is, weten mensen soms best wel waarom poezen muizen mee naar hun veilige omgeving brengen. Alle warme domme moeders misschien niet. Dat moeders dom kunnen worden genoemd, is wel verfrissend,

De gedichten gaan er veelal over het leven niet van gisteren is. Het is bijvoorbeeld een wonder dat de mens alle natuurgeweld die het tussen hol en huis heeft overleefd; en dat een 2000 jaar oud palmzaad uit Galilea kan ontkiemen in een hedendaags Goddeloos lab. In een gedicht staat “in dit niet zo geile gezwijmel over tijd.” Is dat om je erop te wijzen dat je ook wellustig over tijd kan droomdenken?

Een groot deel van de thema's van de bundel komt terug in het prozagedicht Lichtjaar. Het gaat
via een Joodse mythe over scherven licht die letters werden van zoon naar een blueszanger. Blind Willie Johnson reist in een capsule en in Lichtjaar – alsof tijd en ruimte niet bestaan – ons zonnestelsel uit, het verre donker in. De illustratie op de cover vat de lange tijd dat wij hier zijn ook prachtig samen, al vele manen lang.



 

Bomen zien als de geweien van herten die onder de grond leven, is dat een metafoor voor fantastische verwondering? Van wat nog meer? Wat betekent het? Of hoeft het meer niet te zijn. Kan zo'n beeld ook op zichzelf bestaan, zonder relatie met de tastbare wereld. Het lijkt me wat mager. Tastbaar is wel de beschrijving van het abstracte begrip extase: “het stroomt zo, alles stroomt, en het stroomt maar door en door.” Dan ben ik wel mee. Ook zo bij de matras vol vlekken die een zoekkaart van verlangen is. Heemstra roept hier een lichamelijke werkelijkheid op met billen en borsten, hijgen en smaken bewaart onder een hoeslaken. Daar kwam ook die afwezigheid van geile tijd langs.

De gedichten maken regelmatig kriegel. De dichtster en ik lopen op verschillende sporen; al is het maar omdat veel over het moederschap en (vergankelijkheid van het) vrouwenlichaam gaat. Soms komen ze even samen, zoals in Tijdgeest/Versailles waar ontmoette geschiedenis in poëzie werd gevat, of bij de herinnering aan het stille ijs met de zuurstofblaasjes erin. Telkens gaan we weer een andere richting uit, maar ik ben blij met haar woorden om er even op te kauwen en zo na te denken waar ik zelf sta. Het eens zijn, hetzelfde beleefd hebben, is niet nodig voor waardering.

***

The three kingdoms; The sacred oath (Vol 1) is een lijvige historische roman die vermoedelijk door Luo Guangzhong in de 15e of 16e eeuw is geschreven. Het barst uit zijn voegen door de hoeveelheid personages (bijna 1.000), grotendeels historische levens, aangedikt met mythische (en hier en daar fantastisch) elementen. Op vrijwel iedere pagina wordt ook tenminste iemand gedood (slain), maar soms gaat het ook om hele legeronderdelen, stadsbevolkingen of families die gedood werden. Het verhaal speelt dan ook aan het eind van de Han dynastie: “De periode van de Drie Koninkrijken is een van de bloedigste uit de Chinese geschiedenis,” lees ik op wiki en vast staat dat een groot deel van de Chinezen het leven verloor.

De drie Koninkrijken begint met een door gekonkel en machinaties van raadgevers aan het hof verzwakte keizer. Uiteindelijk zullen de valse raadgevers gedood of verdreven worden. Het herstellen van de orde in de hoofdstad betekent echter vooral dat mandarijnen worden vervangen door militaire leiders die de keizer en zijn familie eveneens kort houden.

Generaals uit andere delen van China bewaken hun eigen invloedssferen en streven naar uitbreiding. Dat gaat gepaard met veldtochten (soms met honderdduizenden manschappen) , achtervolgingen, belegeringen, inundatie, ontsnappingen, intriges en strategische overwegingen en beslissingen, waarbij regelmatig voorbeelden uit eerdere delen van de Chinese geschiedenis (tot duizenden jaren eerder, met naam en toenaam) worden aangehaald om als voorbeeld of richtingwijzer te dienen. Het boek laat je reizen door het China van veldslagen, langs rivieren, gebieden met nauwelijks voedsel voor de soldaten (zodat die moeten overleven door het eten van paarden) en door de geschiedenis.

Als lezer gaat een groot deel van mijn energie op aan het onthouden van wie wie is; welke persoon met welke regionale heerser verbonden is. Voor in het boek staat een lijst met personages waarnaar je terug kan grijpen. Maar aangezien hier een korte levensbeschrijving wordt gegeven, verraden die korte biografieën ook de grote lijn van het verhaal. Mijn oplossing is de de belangrijkste onthouden en de rest de rest laten.

De rol van vrouwen in het boek is zeer beperkt. Ze worden gebruikt om te intrigeren, zoals ook deze regels uit een gedicht onderstrepen (het is me overigens onduidelijk of dit een tekst is uit bronnen voordat De drie koninkrijken werd geschreven):

Just introduce a women,
Conspiracies succeed;
Of soldiers, or their weapons,
There really is no need.


Of ze moeten worden beschermd. Lady Mi (de vrouw van Liu Bei, een edel hoofdkarakter in het boek) merkt ergens op dat aan vrouwen geen raad moet worden gevraagd. Als diezelfde Liu Bei aan het reizen is, zet de gastheer hem vlees voor. De volgende dag ligt de vrouw van de man dood in de keuken zonder arm. Liu Bei, is ondanks al zijn nobelheid, aangenaam verrast door zoveel opofferingsgezindheid; hij moet er van huilen. Keizerin Lu, de vrouw Liu Bang van de stichter van de Han dynastie, wilde blijven regeren toen haar man was gestorven. Het leidde tot wanorde, omdat haar broers het land in chaos storten. Zo komt ook bij een voorbeeld uit de geschiedenis de vrouw er slecht vanaf bij Luo Guanzhong. (Er zijn in de Chinese geschiedenis ook vrouwelijke leiders te vinden die wel succesvol waren.)

Het fragment over keizerin Lu komt uit een aanklacht tegen Cao Cao, de generaal die de hoofdstad in handen heeft en zich ontwikkelt tot de machtigste man in de nadagen van het Han-rijk. Die brief is een stap voor stap en eloquent geschreven aanklacht om hem vervolgens de oorlog te kunnen verklaren. Het epistel eindigt met de opmerking dat wie het hoofd van Cao Cao brengt in de adelstand zal worden verheven en heeft de bedoeling om aan iedereen duidelijk te maken dat het land in groot gevaar is. Er is alom waardering voor de schrijver ervan, Chen Lin, die later naar Cao Cao zal overlopen. Adviseurs en denkers zijn voor de machthebbers even belangrijk als legers. Regelmatig worden maatregelen genoemd, waardoor ze zonder vrees onafhankelijk kunnen blijven denken en adviseren, maar minstens even vaak kost een onwelgevallig advies ze de kop.

Het in de wind slaan van goede raad leidt tot verlies. Luisteren naar alle adviezen kan tot inactiviteit leiden, zeker als de laatste woorden steeds de belangrijkste lijken (zoals bij de heerser over de Noordelijke districten, Juan Zhao, het geval is). Bondgenoten worden vijanden. Er is sprake van slijmen en lijmen, van verdeel en heers. Machtige partijen worden verleid om te strijden tegen zwakke of sterke tegenstanders van de partij die daar garen bij spint of daar, al dan niet terecht, van uitgaat.Het verhaal verscheen in het begin van de 16e eeuw in druk, maar circuleerde vermoedelijk al vanaf 1494. Je kan het dan ook moeilijk een Machiavellistische roman noemen. De heerser verscheen in 1515, maar strategie, gekonkel, en intrige zijn hier eveneens gericht op macht.

Het verhaal leest verre van makkelijk door de hoeveelheid plots, maar tegelijkertijd is dat ook de aantrekkingskracht. Je wordt steeds weer naar de volgende wending gezogen. Ieder hoofdstuk sluit af met een cliffhanger, zodat je weet wat er nog komen gaat (de hoofdstukindeling is een aanpassing uit de jaren zestig van de 17e eeuw). Na dit eerste deel, zullen er nog twee komen:

Of Cao Cao zijn opmars kan voortzetten zal blijken in deel 2 van De drie Koninkrijken.

The three kingdoms; The sacred oath (Vol 1)
The three kingdoms; The sleeping dragon (Vol 2)
Thethree kingdoms; Welcome the tiger (Vol 3)

***

War in the age of Trump; the defeat of ISIS, the fall of Kurds, the Conflict with Iran door Patrick Cockburn bestrijkt de periode 2016-2019 om de oorlogen in Irak en Syrië te beschrijven. Artikelen, dagboeken en aantekeningen geschreven als de gebeurtenissen zich ontvouwden en anderzijds terugblikkende gedachten en analyses vormen de inhoud ervan. Deze benadering is bedoeld om de levendigheid van ooggetuigenverslagen te bewaren, maar ook een bredere bedding te geven aan de ontwikkelingen in dit deel van het Midden Oosten.

In de inleiding noemt de schrijver de visies van de mensen die hij spreekt in de landen met denken scherper of in ieder geval anders dan het zijne. Er komen dan ook veel mensen aan het woord.

Gelukkig zijn er ook journalisten als Cockburn die de boosheid over dergelijke woorden schragen en zorgen dat de kritiek gedeeld wordt, zodat je meer weet en niet alleen staat.Voor de hele bespreking zie Broekstukken.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.