Posts tonen met het label J. Slauerhoff. Alle posts tonen
Posts tonen met het label J. Slauerhoff. Alle posts tonen

donderdag 17 april 2025

De opstand van Guadealajara


De opstand van Guadealajara door J. Slauerhoff pak ik uit de kast. Onlangs kwan ik de schrijver en scheepsarts nog tegen: “Slauerhoff droeg de zee en de verte aan zich mee,” schreef P. H. Ritter in het boekenweekgeschenk voor 1956 waar hij hem opvallend gekleed opvoert. De stad uit de titel is de hoofdstad van de staat Jalisco, een van de armste en achterlijkste staten van Mexico, zo schreef Slauerhoff. Er leven nakomelingen van de Maya's en Spanjaarden en een vermenging van beide.

Guadalajara ligt ruim 300 kilometer van zee, achter de bergen en aan de oostkant is de zee drie maal zo ver weg. Ze ligt er vrijwel in het niets en met een matige economische en infrastructurele functie. Maar de naam van de stad raspt en rolt zo fijn door de keel en over de tong – het is een naam waardoor ik het boekje weer wil lezen.

El Vidriero’ komt bij die stad na een enorme tocht over een stenige onvruchtbare vlakte, waarbij hij zich in leven houdt met het zetten van glas in beschadigde venters van vooral kerken en door aan zijn glasplaten te laten voelen door mensen die te arm zijn om zelfs maar ramen in hun nietige huisjes te hebben. Ruiten waren daar overbodig, maar “naarmate ze nuttelozer waren, wekten ze meer de bewondering op.” We maken in het zog van de glaszetter de reis door Mexico. En we maken als we de kennelijke bestemming bereikt hebben kennis met een grootgrondbezitter die de eerste en enige auto van de regio bezit, met een arrogante bisschop die kardinaal wil worden, met Tarabana zijn machtswellustige toeverlaat van arme lokale komaf, en met de lokale bevolking.

Op de eerste pagina zet Slauerhoff uiteen dat de reiziger de steden moet vermijden, zelfs de steden die desolaat van alles verlaten in het land liggen en onschadelijk zijn. Alleen voor de reiziger zijn ze gevaarlijk. Die is immers vermoeid door de lange reis en als hij zich niet snel los kan maken van de straten en gebouwen laat deze zich gemakkelijk verleiden om er te gaan rusten en er te blijven. Dat is onverstandig: “Want de ruimte en hij die er vrij doorheen trekt, die zijn het enige ware, dat is het leven, en alles wat op zijn plaats is versteend en langzaam tot stof vergaat, is dood van den beginne af aan.” Hoe Slauerhoff wil je het hebben.

De reiziger wordt net voor Guadalajara gezien als de verwachte verlosser. De bevolking verzamelt zich als vanzelf om hem heen. Op deze groeiende opstand duiken de grootgrondbezitter en de hulp van de bisschop die de beweging voor hun eigen plannen in willen zetten. Dat lijkt te lukken, het leger wordt gefopt en verslagen, maar de verlosser is een man van weinig woorden, van veel meditatie en van weinig inzet. De lokale revolutionairen houden zich op afstand en gaan de opstand niet steunen. (Die revolutionairen laten zich al tijden afkopen door het burgerlijk bestuur om hen niet aan te vallen. Ook nu is er weer een mogelijkheid om een financieel slaatje uit de situatie te slaan.) De arme Indianen vragen zich af wat ze eigenlijk met de stad moeten die ze hebben veroverd. De grond van hun ouders hebben ze er niet mee terug. De opstand verwatert dan ook snel en de partijen die het zich kunnen veroorloven trekken weg naar het Noorden – ook toen al – of trekken zich terug op eigen land. De fanatieke Tarabana heeft altijd al oog gehad voor een mogelijke aftocht uit eigen lijfsbehoud.

De Verlosser wordt dan al beschouwd als de Bedrieger, de Verrader (‘El Engañador’). Hij werd door letterkundige Siem Bakker in het Kritisch lexicon van de moderne Nederlandstalige literatuur een onmiskenbaar prototype van Slauerhoffs doelloze avonturiers genoemd. Reizigers “die in laatste instantie altijd weer opgaan in ‘de vrijheid van het nameloos bestaan, onbezwaard met een mensenlast van toekomst en zorg’.” Voor El Vidriero eindigt de reis bij de stad. Hij was door Slauerhoff gewaarschuwd, blijf er niet hangen.

In het boek is een nawoord ogenomen onder de titel: 'Een parodie der zaligmaking'. Dit is een recensie uit 1938 van D.A.M. Binnendijk waarin wordt gesteld dat het boek een werk is dat Slauerhoff onwaardig zou zijn als het een ernstig betoog zou zijn. Het is echter een satire die de verhouding tussen religie en machtsdrift beschrijft en “de geschiktheid van de christelijke liefde om te worden geëxploiteerd, die door rancune en haatgevoelens worden bepaald (…)”. Slauerhoff heeft om dit te beschrijven gebruik gemaakt van “lusteloze en platvloerse humor”, zo stelde Binnendijk en voegt toe dat dit boek “stellig zijn beste werk nergens in vruchtbaarheid van verbeelding en romantisch noodlotsbesef evenaart (...)”.

Toch is de Salamander die ik lees de zevende druk uit 1994 en werd bovendien zes keer uitgegeven als deel van de Verzamelde werken VII; Proza IV; De opstand van Guadalajara & Aanhangsel dat zes keer werd herdrukt en dan is er nog de uitgave als Bulkboek. Was het wel zo mislukt? Vestdijk vond het een op en top een roman, een zeer boeiende zelfs, en Martinus Nijhoff stelt dat deze Mexicaanse schets tot het beste gerekend kan worden dat Slauerhoff te voorschijn toverde.
    Het is wat mij betreft een kort en sfeervol verhaal over een kale wereld die niet meer bestaat, en politiek gekonkel over de ruggen van de pionnen die het vuile werk doen binnen een schetsmatig Mexico. Het is een boek dat nog lang relevant zal zijn en wel degelijk beeldend is geschreven; alleen al de beschrijving van hoe de leiding van de opstand zich in een auto klem rijdt in de nauwe stadsstraten, is daarvan een treffend voorbeeld.

zaterdag 11 juni 2022

Boeken juni - deel 1


Laatst gelezen boek boven.

De Ierse Marconist Cameron, de hoofdpersoon in Het verboden rijk van J. Slauerhoff, kende ik al uit Het leven op aarde (dat als tweede deel in deze verkenning van China en de gespleten geest van de schrijver gezien moet worden). Ik besprak het twee jaar geleden.

Het verboden rijk vertelt drie verhalen: dat van de stichting van de stad Macao door de Portugezen; dat van de verbanning van de schrijver Camões uit Portugal (vanwege een affaire met de toekomstige bruid van de kroonprins in de 16e eeuw) en de volgende avonturen in Azië; en dat van Cameron, een Ier die door zijn aparte uiterlijk niet alleen door de Engelsen, maar ook door de Ieren met de nek werd aangekeken. Dat derde verhaal speelt begin 20ste eeuw. Camões en Cameron vallen samen, waarmee ook verschillende perioden en voorvallen samengesmeed worden. Dat is knap literair boetseerwerk.

“Bij Slauerhoff geen streven naar harmonie, geen synthetische levensbeschouwing, geen leefregels, maar één lange, verwoestende, niets ontziende tocht door het leven.
Een droom navertellen was niet hetzelfde als iemand laten dromen. Dankzij de droomachtige scènes in Het verboden rijk (1931) van Slauerhoff vervloeiden Camoës en de marconist en kon Camoës 'in de huid [kruipen] van een marconist,”
zo beschreef Graa Boomsma het in zijn biografie over het leven van Bert Schierbeek.


Het echte levensverhaal van Camões lijkt een beetje op het verhaal in Het verboden rijk, maar is wel sterk aangepast. Zo is het eigenlijk met alle historische gegevens; aangepast of verplaatst in de tijd. Het is geen boek over de geschiedenis van China of Macao. Slauerhoff kende die wel, maar verhaalt niet de geschiedenis, maar vertelt het verhaal van de marconist op zoek naar het leven.

Een vrouw woont in een bijna magisch huis, met smalle toegang, op een eiland omringt door “een ondragelijk paradijs,” zo ijlt Camões. Hij wordt er hels gekweld en wil ontsnappen “al zag ik daarbuiten niets dan de zee die andere hel.” Er zijn de havensteden waar Cameron ronddwaalt die bedenkt dat verdoemd zijn betekent “zich overal vervelen, behalve op de meest ellendige plaatsen, zoals poolstreken, woestijnen en eilandloze zeeën.”

Het is dan ook een boek voor de liefhebber van venijnig meedeinen met het leven van de scheepsarts. Er zijn de falende liefdes. Er is de dwang om te schrijven. Er is de kaping door zeerovers. Deze is dan weer de opmaat naar een benauwende reis door China. (Slauerhoff maakte in de werkelijkheid zelf ook eens een kaping mee, zo noteert Wim Hazeu in zijn biografie.)

Het is een boek vol leven dat wringt als de planken van een zeilschip in volle zee. Een worsteling, op zoek naar voldoening, zoals hier: “het is waar: zich goed te kleden en te scheren verheft het moreel meer dan een hele nacht Goethe of Confucius lezen, van de bijbel nog maar gezwegen.” De zoektocht gaat door in Het leven op aarde, maar daar had ik het dus al over.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven.


De Donkere straten van Caïro; een Makana avontuur
door Parker Bilal is een literaire thriller. Makana woont op een wankele woonboot in de Nijl bij de Egyptische hoofdstad. Hij is een voormalige politie inspecteur uit Soedan. In Egypte weet hij net overeind te blijven door kleine onderzoekjes in opdracht.

Dit verhaal gaat over een groot onderzoek naar een voetballer en lieveling van een van de rijkste mannen van het land. Er worden twee andere verhalen daar doorheen geweven: het verdwijnen van een kind van Egyptische vader en Engelse moeder in donkere straten van de soek; en de opkomst van de Islamitische dictatuur in Soedan. Die tweede ontwikkeling heeft grote persoonlijke gevolgen voor Makana gehad; de schrijver voert ons hierover steeds met kleine stukjes.

De bouw van een megalomaan voetbalstadion staat symbool voor de projecten van de superrijken aan de top van Caïro. De verlichting van het gebouw dat naar de hemel rijkt, ontneemt je echter het zicht op de sterren. Bouwprojecten voor toeristen verdringen de vissers langs de kust. Ze blijken niet de vlucht uit de armoede te zijn waarmee dergelijke projecten vaak verkocht worden.

Korte spannende hoofdstukken met hier en daar een mooie observatie over de mens en zijn omgeving, maken van de thriller een spannend en ook mooi boek. Het glijdt naar binnen, maar blijft ook hier en daar haken.

De donkere straten is het eerste in een reeks van zes thrillers waar Makana de misdaad in Caïro of Soedan induikt. Parker Bilal is het speudoniem van de in Londen geboren en in Soedan opgegroeide schrijver Mahal Majoub die onder eigen naam romans en non-fictie publiceerde.

Het boek is prachtig uitgegeven door De Geus in een serie samen met Oxfam Novib om “schrijvers uit niet-Westerse landen een podium en een stem” te geven. Dat klinkt een beetje als hulp. Het gaat hier echter om een succesvolle auteur die vertaald is zodat de Nederlandse lezer hem kan lezen in de eigen taal. Niet meer, niet minder. Hij had al zeven romans geschreven voor dit boek. Die hadden ook op dat Nederlandse podium mogen staan.

Volgende bespreking onder foto.



Laatst gelezen boek boven

Het oog van de Engel door Nelleke Noordervliet is een van haar eerste boeken en vertaald naar het Duits. Het werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. Later zou Noordervliet de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre krijgen.

Het verhaal. Eind 18e eeuw vluchten vader en twee dochters, Elisabeth met een oogziekte en de doofstomme Maaike uit Haarlem naar Frankrijk. Vader overlijdt kort na aankomst en de twee zussen zijn afhankelijk van een ver en geil familielid. Ze blijven er niet. Een marskramer in wetenschappelijke experimenten, de arts Doppet, neemt hen op sleeptouw.

Maaike wordt al snel ondergebracht in een instituut voor doven. Elisabeth groeit uit tot een orakel dat door haar uitpuilende oog en woorden invloed zal krijgen op de kringen van Parijse verlichtingsdenkers.

Het boek is uit en te na besproken. Dat krijg je met zo'n nominatie. Nora van Laar neemt het boek onder de loep, maar gaat ook in op besprekingen ervan. Daar kan je als eenvoudig lezer niet meer tegenop. Dat ga ik dan ook niet proberen. Zelfs het genre was stof voor debat. Was het een liefdesroman of een historische roman. Kan je in een historische roman je hoofdpersonen wel zelf bedenken en voorwerpen die destijds nog niet bestonden (theemutsen) gebruiken om een kleding stuk te beschrijven. De taal (korte pakkende zinnen) en de beschreven tijd zouden elkaar niet passen. Noordervliet laat zich niet beperken. Als ik van Napoleon een grote man wil maken in een roman dan doe ik dat, antwoordt ze de preciezen.

De schrijfster is belerend luidt een andere kritiek. Tijdens het lezen had ik er geen last van, maar subtiel kan je Noordervliet niet noemen. Je moet je verantwoordelijkheid nemen en niet op God afschuiven wat er mis is, laat ze Elisabeth zeggen. En daar blijft niet bij. “Deugd lag niet in maagdelijkheid, maar in eenvoud en moed, in rechtvaardigheid en oprechtheid, in leven naar het hart en met verstand, en die deugd was voor mannen en vrouwen gelijk,” zo bedacht de vrouw met het priemende oog, alsof het een beginselverklaring was.

Noordervliet waarschuwt er ook voor dat de middelen aan de haal gaan met het ideaal. Voor iedereen die geschiedenis in het pakket had op de middelbare school bekend terrein. Niet voor niets begon de examenstof in 1789 en kwam daarbij al snel
Robespierre en de galg om de hoek kijken. Toch diept ze de waarschuwing ook verder uit. Bijvoorbeeld als ze beschrijft hoe de meute een behangselfabrikant te lijf gaat, niet omdat hij zijn arbeiders slecht behandeld, juist niet, maar omdat hij uit hun kringen is voortgekomen. Je moet die woede niet willen temperen, dat is slecht voor de zaak: “Ze horen wat ze willen horen en wat hun woede voedt. Zo gaat het. Er is geen redelijkheid. Die kan er niet zijn. Die mag er niet zijn,” zegt Doppet. Zo begint én ontspoort de revolutie tegen adel en kerk. Het doet uiterst actueel aan.

Er zouden al eerder romans geschreven zijn over hetzelfde onderwerp, zegt een beroeps recensent. Tja en ik de sukkel las die niet en wel deze roman drie decennia nadat het boek verscheen. Ik heb me laten meeslepen door de ideeën en het verhaal. Het belegen karakter van sommige teksten stoorde me daarbij niet. Dat is ook wat waard, meegesleurd worden in een roman over strijd en de gevaren daarvan.

Tijdens het lezen vraag ik me af welke oogziekte Elisabet had. Het blijkt dat Noordervliet een eigen tumor bij het oog als inspiratie heeft gebruikt. Ook hier is de werkelijkheid de inspiratie voor de verbeelding geweest.

Volgende bespreking onder foto.


Laatst gelezen boek boven.

Het stadje waar de tijd STIL is blijven staan is een boek van Bohumil Hrabal. Het speelt in het Nymburk, de plek van Hrabals jeugd en rond de brouwerij waar het gezin woonde en zijn stiefvader bedrijfsleider was.

Het boek begint met verhalen van de jongen, de verteller, over zichzelf, bijvoorbeeld hoe hij een ongewilde tatoeage krijgt en zijn bestaan als schrijver begint om aan straf te ontlopen. Maar het stadje gaat toch niet over hem, maar vooral over zijn stiefvader en diens broer. Papa Francin beroofde de mensen van de tijd door ze bijna letterlijk voor zijn karretje te spannen, oom Pepin gaf juist vervulling aan hun tijd door zijn levenslust.

Als de brouwerij genationaliseerd wordt tijdens de communistische machtsovername in 1948 is het afgelopen met papa als directeur. Hij wordt er lomp en grof uitgezet, terwijl hij redelijk is geweest voor het personeel. Zijn spaargeld wordt geconfisqueerd. Hij mag het later gebruiken om een gevonden, overgroeide en losgewrikte vrachtwagen te kopen. Een wagen die het na goede diensten bij een absurd voorval zal begeven. Bizarre en uitvergrote voorvallen daar staat het boek bol van.

Het ellendige van het leven wordt bijvoorbeeld verbeeld door een schilder die spoorbomen in de verf zet. Even zijn ze beneden, dan gaan ze weer omhoog: kwast in de pot, trap er tegenaan, omhoog, boom weer omlaag. De schilder werd niet steeds kwader, maar juist steeds kalmer. Zo lang je je richt op futiliteiten en en niet op het wezenlijke, valt er te leven.

Zaden uit een in onbruik geraakte botanische kloostertuin waaiden over de muren. Er waren planten die het niet redden, anderen wisten zich uitbundig te vestigen. Van zaden naar mensen is een kleine stap in de wereld van Hrabal: “dat was toch al zo de gewoonte in ons land om je op een of andere manier aan te passen en daarna in een andere en nieuwe tijd op te gaan.”

Uit het nawoord van Drie rabiate leugens haal ik dat die brouwerij ook in het echte leven een voorname rol speelde: “Zijn eerste gedichten typte hij op de Underwood in het kantoor van zijn stiefvader op de achterkant van rekeningenpapier, en wel op zondagen, omdat op werkdagen het kantoor bezet was, zoals hij dat beschrijft in zijn autobiografische proza ' Wie ik ben '.”

De achterflap stelt dat het slot van het verhaal zeer pessimistisch is. Wat mij betreft is dat een wonderlijke uitleg van de metafoor van de over de Elbe weer naar zijn oorsprong varende witte zeemanspet. De cyclus van het leven biedt juist troost in een troosteloos bestaan, waar de mensen hoe goed ze het ook bedoelen steeds weer dezelfde fouten maken, maar waar het toch steeds opnieuw kan beginnen.

Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



zaterdag 24 april 2021

Boeken in april

Laatst gelezen boek boven.

***

Het is een handzaam boek dat Andreï Makine schreef over De vrouw die wachtte en de wetenschapper die haar bezocht in het kleine dorp Mirnoïé (ik kan het op de kaart niet vinden) aan de Witte Zee. Het is een omgeving van bossen, aarde, zware roeiboten en vurenhouten huisjes.

In het dorp wonen vooral oude vrouwen die hun mannen verloren zijn in of als gevolg van de strijd tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, met name bij de verdediging van Leningrad (het huidige Petersburg). Het was een slag waarbij meer burgers sneuvelden dan bij de bombardementen op Hamburg, Dresden, Hiroshima en Nagasaki samen of meer dan alle Amerikaanse en Britse gesneuvelden in de oorlog wereldwijd bij elkaar opgeteld.

Over die grote zaken gaat de roman niet direct. Makine zoomt in op een vrouw in een klein dorp en de twintig jaar jongere intellectueel die haar ontmoet. De gevolgen zijn wel voelbaar. Vera wacht al dertig jaar op haar jeugdliefde die aan het einde van de oorlog nog naar het front werd gestuurd. Ze is lerares op de dorpsschool en verzorgt de achtergebleven oude vrouwen.

Het verhaal gaat over hoe de wetenschapper zijn mening over de vrouw steeds bij moet stellen. Ze is niet de domme dorpsvrouw die op haar bank wacht en wacht, omdat ze niet anders kan. Dat is wat hij aanvankelijk denkt. Zijn aannames zijn gedreven door de cynische visies uit het alternatieve intellectuelen en kunstenaars circuit van Leningrad. De student en verteller deinst er niet voor terug deze vooroordelen bij zichzelf te zien en te onderzoeken. Het levert een mooi en nauwkeurig geschreven boek op.

Er zijn niet alleen vrouwen in de dorpen: ook een enkele man. Eén hangt zichzelf op in de schuur. Als zijn zoon in de klas een verhaal moet maken. Verteld hij hoe een vlinder opvloog van onder zijn schuilplaats: “Waar moest hij nu naartoe om tijdens de sneeuwstormen beschutting te vinden?” Vera raadt hem aan in de lente nog eens terug te gaan.

De vrouw die wachtte zit vol met dergelijke als terloops opgeschreven fijnzinnige beelden en metaforen en hier en daar een groteske plotwending.

***

De Grote Lijster voor scholieren lag op de eettafel, De zee een lied. Weet je van wie het is, werd tussen twee happen door gevraagd. “Slauerhoff”. Het is een van de weinige dichters die ik een beetje ken. De 'J.' vergat ik. Toen ik het wilde gaan lezen stond het alweer in de kast, maar het trok.

We kennen de zeeman die door krakende binten en de blik op altijd groene weiden verlangt naar zee, waar de golven hem overspoelen en havensteden hem omarmen. De dichter die schrijft dat hij alleen in zijn gedichten kan wonen. Maar woonde in het varen van Bahia Blanca naar Dzjiboeti aan de Soedan-rand,/ Oven waarin men levend kookt. In al die steden een vaste, maar kortstondige ankerplaats.

Het zijn de gedichten van een vroegere zeeman, van voor internet, geen aflossing per vliegtuig en nu nog nauwelijks zoveel havenbezoek als destijds. Een zeeman als mijn voorvaderen.

Het zijn de gedichten van een man die zich niet wilde laten smoren in een land waar hij niet wil leven. Men moet er steeds zijn lusten reven,/ Ter wille van de goede buren,/Die gretig door elk gaatje gluren. Die wars was van een wereld waar men at en dacht daarom te leven. De Burgers, Het 'vreest den Heer' staat in 't gelaat gekorven. Die laatsten waren ook mijn voorvaderen.

Het is de man die Voor de zachtmoedigen, verdrukten op Dit Eiland een zwarte vlag plant. Voor henDie zonder zegekrans/Streden verloren slagen/En 't liefst met hun fiere lans/De wankelste tronen schragen. De dichter die zelf de metafoor voor het zoeken is geworden.

Zijn molmge vunst
(van een oud kof, dat bekender werd van het ezelsbruggetje dan door het zeilschip voor kust- en binnenvaart) moet ik opzoeken alsof het in een buitenlandse taal is geschreven. Er staat: het vermolmde hout ruikt muf. De zeeman maakt er het beste van zoals het paardje op de steppe, het scheepje op zee, en het klagende hart en ik haalde er toch weer woorden en flarden uit.

***

In Fontanel van Meir Shalev wordt het buitenissige niet mis te verstaan opgevoerd. Het verhaal speelt zich grotendeels af op een ommuurd erf, waar de familie Joffe zich vestigde. David is er met zijn vrouw Mirjam op zijn rug heen gelopen en op haar opmerking dat ze zich hier moesten vestigen gestopt. Oersterk, boomlang, alleen met een goede hete soep tevreden, met twee rechterhanden is hij een voorbeeld van een pionier. Hij heeft een klein vogelbrein en een gevoel voor normen en waarden dat absoluut is en met brute kracht wordt opgelegd “Niet zo!, maar “Zo!” is een veel gehoorde brul uit zijn grote lijf. De Joffes zijn een familie die door gedeelde verhalen en gezegdes samenhangt. De verwrongen levens van de familieleden worden 450 pagina's lang in de verf gezet.

Arabieren

Om het erf heen ontstond een dorp, een Joods stadje met de slissende familie Schuster die de eer van de vestiging en David Joffes mooie dochter naar zich toe trok. Er zijn een school, terrasjes en monument voor neergestorte piloot. Palestijnen of arabieren zijn er dan weer nauwelijks te vinden. Er is een Arabische ijscoman die weggepest wordt en zijn ijs betrekt bij een Duitse nederzetting achter een moeras, waar Hitler zeer populair is en het antisemitisme eveneens. Er is een Arabische kokkin, die de Joodse gerechten leert maken en die ingezet wordt om moeder Mirjam te vinden als die kwijt is. En er is een Arabisch dorp “waar we veel mee te stellen hebben gehad,” aldus David. In werkelijkheid is het dorp Sabbarin (Sabbarien in Fontanel) in 1947-1948 ontvolkt. Maar verder komt dit deel van de bevolking nauwelijks uit de verf.

Zelfs als je de afwezigheid probeert te begrijpen, dan blijft dit toch voelen als een gat in het verhaal. Niet alles en iedereen past tussen elke kaft. Maar het wringt, omdat de Joodse mannen militair of wapentechneut waren, en alle Israëlische oorlogen tot de strijd tegen de Intifada wel aan de orde komen. O ja en er is een Arabische schoenmaker, die voor de Britten zadels, rijlaarzen en paardentuig had genaaid. Nu mocht hij laarzen maken voor de door David tot zoon gemaakte Gavriël, schoeisel dat “botten kan breken” en “de aarde laat weten dat het zijn voeten zijn die er lopen.” Vogelbrein of niet, de symboliek is niet per ongeluk gekozen.

Schrijver

Mocht het boek zijn geschreven in een neutralere context dan zou je hier niet over vallen en zorgeloos het rijkelijk gevulde verhaal kunnen volgen. Nu bedenk je ook dat het geschreven is om de Tweede Wereldoorlog heen; ook die ellende is afwezig. De context laat niet los, maar daar bovenop ligt een verhaal van een familie op een erf. Een spraakmakende familie., waar veel gebeurt. Dat alles wordt met verve en soms vrijwel terloops verteld, zodat je je afvraagt hoe heeft de schrijver dat hier neer weten te poten. Shalef schrijft als een magiër.

De fictieve schrijver van het boek is Michael, de kleinzoon van David. Veel van wat hij schrijft zijn de verhalen van zijn tante Rachel, de investeerder van de familie. De vrouw die de de loop der dingen financieel mogelijk maakt. Hij tikt zijn kroniek op een PC. Achter zijn rug leest dochter Ajjelet mee en levert commentaar op wat haar vader schrijft en ook wat hij doet.

Hij heeft van zijn zoon geleerd wat het voordeel is van een tekstverwerker. (Het boek verscheen begin deze eeuw. Shalev was toen vijftiger, de groep die destijds de computer ook steeds meer ging gebruiken.) Je kan in de tekst sterretje zetten om daar later nog aan te werken. Of als je meerdere ideeën voor zinnen of zinsdelen hebt waar je nog niet uit kan kiezen dan zet je een Duitse komma (/, backslash) tussen het een en het andere. Die tekens zijn, aldus Michael, voor een deel in het verhaal blijven staan en geven de tekst daardoor iets extra's. Het brengt je dichter bij de schrijver, maar soms is het ook prettig dat er niet een, maar dat er meerdere mogelijkheden zijn om een gedachte af te maken, een zin te vormen.

Vrijheid

We willen onze vrijheid terug. Het is momenteel een veel gehoorde kreet. In Fontanel leven mensen die zichzelf opsluiten in een bed, onder de grond, of die opgesloten worden in een huis, in ballingschap of bewaard worden in een couveuse, of zoals de moeder van Michael gevangen zijn in rigide ideeën over gezonde voeding. “Als ik een koolrabi was geweest, dan had je me vast met meer plezier omhelst,” voegt hij haar op een keer toe. Anderen hebben hun vrijheid lief, zijn eigenwijs, of stuiten al bij de geboorte op normen en waarden die korte metten maken met fratsen. Hier is vrijheid en de afwezigheid ervan tot een iets minder bekrompen idee gemaakt.

Relaties

Er zijn nogal wat verschillende soorten seksuele en aanhankelijkheidsrelaties, of de geheel of gedeeltelijke onthouding ervan. Zonder dat hier veel drukte over wordt gemaakt. Uiteindelijk draait het boek om de grote liefde van Michael, Anja die hem op vijfjarige leeftijd uit een brandend korenveld redde en hem gedichten van Kadia Molodowsy uit Open de poort voorleest. Molodowsky schreef kinderpoëzie en het titel gedicht heeft in het kader van het afgesloten erf van de Joffes een bijzondere betekenis, weet ik pas als ik het opzoek (zie illustratie).

De liefde tussen hem en Anja heeft zijn leven lang een stempel op hem gedrukt. Als zij in Jeruzalem is gestorven (hiermee wordt nauwelijks iets verraden; het boek knoopt steeds nieuwe stukjes verhaal aan al bekende lijnen) dan kijkt hij nog steeds met genoegen terug naar de zeven jaar die hem liefde schonken. Hiermee raak je niet allen aan liefde, maar ook aan een thema dat ook niet neutraal is. Het gaat over de liefdesrelatie tussen een volwassen vrouw en een kind van vijf tot vijftien. Een pedofiele relatie. Het soort relaties dat mensen kwaad en gewelddadig maakt. Ook in het boek leidt het tot verdrijving. Maar als lezer heb ik minder last van die boosheid en de schrijver maakt het me niet moeilijk, omdat hij het niet onaangenaam maakt. Michael is zelf overtuigd dat het liefde is en geniet er van. Maar hij toch partner in een ongelijke liefdesrelatie, waar de vrouw mogelijk tederheid elders zoekt en haar dronken man ontvlucht en hij zijn dominante moeder en grootvader die weinig oog voor hem heeft (maar dat soort psychologiseren daar maakt Shalev zich niet schuldig aan).

Slangenarend

Het verhaal eindigt waar het begon. In de lucht met de slangenarend die hoog boven het Joffe erf zweeft. Dat erf is inmiddels omgeven door huizen van een stadje. Een halve eeuw later is de helft van de voorvaderlijke jachtgronden van de vogel bedekt met stad. Onderweg stuiten we op rode anemonen, Israël is er nog steeds mee bedekt en ook hier geen lege metafoor: de klaproos is de nationale bloem van het land. Het boek gaat over het leven en de dood. Het boek is geschreven om een visie op Michael's leven na te laten. Afscheid nemen van de levenden kan door een aanraking, van de doden met het bezoeken van een plaats, zoals de citrusboomgaard van zijn vader. De man die van een nood een deugd maakte. Tenslotte zijn de verhalen en familie gezegden doorgegeven. “Wij Joffes,” zegt Michael, “hebben altijd de tube geconcentreerde melk op zak om troost en kracht uit te putten in tijden van zwakte” of iets anders als dat nodig is om verder te gaan.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


zondag 28 juni 2020

Boeken in juni


Laatst gelezen boek boven

Het leven op aarde van J. Slauerhoff stort je in een wereld die doet denken aan de hel op aarde: stank, kinderprostituees, een doolhof van straten en stegen vol van mensen, opium kits, maffia, armoede, honger, sterfte en op de rivier slagschepen van de landen die profiteren van China.

De Ierse zeeman Cameron, een marconist, wil de baren vaarwel zeggen. Niet een beetje, zoals het bekende deinen tussen wal en water, maar radicaal de binnenlanden in, weg van elke aanwezigheid van de zee om het hoofd vrij te maken. Hij vindt die weg onder de hoede van de georganiseerde misdaad, de maffia baas Hsioe, bij een wapentransport (Europese makelij), met medereizigers, zoals Sylvain de verslaafde, Fong Siën de gebutste schone, Godonov de rabauw, en de net niet gelukte mislukkeling Op-één-na.

Twee werelden

Het verhaal speelt in een verdicht en verzonnen China. Dat de
vijfkleurige vlag van de republiek wordt gehesen, betekent dat het verhaal voor 1929 speelt, maar zoals steden op plaatsen liggen waar ze in de werkelijkheid niet te vinden waren, is ook het precies dateren van het verhaal bouwen op los zand.

China en Europa raken elkaar regelmatig. De Chinese ogen liggen in het gelaat “als wateren in de lage landen, gelijk met de grond zonder overgang van de oever.” En een denigrerende opmerking over Chinezen wordt gepareerd met: “Pauvre petit. Hsioe is beter dan duizenden Europeanen, die denken dat zij beschaafd zijn omdat zij zich eenige begrippen hebben aangewend over moraal en fatsoen, die zij trouwens loslaten zoodra zij de gelegenheid krijgen.” Het komt vaker voor dat Europa in de vergelijking tussen beide van repliek wordt gediend. Zo worden de weerloze onbewapende vreemdelingen met de bijbel tegen de borst en het kruis in de hand gevaarlijker genoemd dan de nomaden met boog, zwaard en speer. Het verbinden van China en Europa lijkt strijdig met de vlucht weg van het water, de Chinese leegte in, zo blijft Europa immers aanwezig. Het valt niet af te schudden.

Radio

Maar nog sterker wordt die vlucht op zijn kop gezet als Cameron midden in een oude stad, Tsjong King, die zich afkeert van Westerse invloeden, de troebelen in het oude Europa tegenkomt: “Ik hoorde een man zich beroemen op de onder zijn leiding behaalde zegepraal van het gezonde mensenverstand, op een staat en orde verwoestende waanzin die de westerse wereld had bevangen, hoog opgeven van materieele en ideële voordelen die een uitverkoren volk onder zijn leiding had behaald en nog zou behalen als het hem blind en volledig vertrouwen bleef schenken, het hoefde alleen te volgen, niet meer zelf te denken. Daarna daverend geklap, gestamp, gebrul, weer muziek, marsch, partijzang, leuzengekrijsch, paukengebeuk, een gehuil dat het vermoeden opwekte dat tegenstanders aan den martelpaal waren gebonden.” Moeilijk om daar niet een beschrijving van het opkomende nazisme en Hitler in te horen.

Escapisme

Het boek eindigt in een nawoord met: vervreemdend genot in een rode papaver omgeving; de strijd van goeden tegen slechten (waarbij de goeden onmenselijk schijnen en aan de tegenstanders gelijk); en dwalen door het Rijk van het Midden zonder contact met Chinezen en Europeanen. Het escapisme is herkenbaar, evenals hier en daar het Europa en China van de jaren dertig. Maar ook nu zijn er van die overrompelende dreigingen. Je zou ook nu voor minder willen vluchten. Het zoeken naar de zin van leven in een dergelijke omgeving is hier door Slauerhoff poëtisch, abstract en wonderlijk beschreven. In 2001 omschreef Ton Brouwers voor de Bibliotheek van de Nederlandse Letteren het boek als “een moderne ideeënroman, waarin één probleem, namelijk de zin van het leven, hoe ‘zich een bestaan te geven’, van verschillende kanten wordt belicht en waarin uiteindelijk noodgedwongen een keuze voor een bepaald soort leven wordt gemaakt.” Het is juist daarom een boek waard om gelezen en herlezen te worden.

Nimmer Dralen

Ik las een 2e druk uit 1950, de 26e uitgave in de Nimmer Dralen reeks van Nijgh en van Ditmar. Oorspronkelijk hoorde er nog een omslag bij, maar die ontbrak bij de versie die ik las. Slauerhoff zou na de publicatie van dit boek nog twee jaar leven. Hij zocht ook geen relatie, hij was ook verdwaald tussen land en zee, maar zo extreem als het wezen uit zijn geest, de marconist Cameron, koos hij toch niet.

***
Onlangs had hij een communist met pet en overall die hem aan de werkbank op de Rua Viscode de Itaúna kwam lastigvallen een lesje geleerd. Met opgeheven wijsvinger.
    'Als je de wereld wilt verbeteren, leer dan eerst je schoenveters maar eens fatsoenlijk strikken!'En hij vertelde hem de parabel van Rebbe Zusha. Die wilde toen hij jong was ook de wereld verbeteren, maar toen hij ontdekte hoe groot en ingewikkeld die was, beperkte hij zijn ambities tot het verbeteren van zijn land. Maar dat land was ook groot en ingewikkeld, zodat Zusha besloot zijn stad te verbeteren. Op rijpe leeftijd zette hij zich in om zijn gezin te verbeteren en op zijn sterfbed vertrouwde hij een vriend toe: 'Tegenwoordig hoop ik alleen nog dat ik mezelf kan verbeteren.'
    'Een droevige geschiedenis', vond de communist. 'Als je het mij vraagt is die Rebbe Zusha uiteindelijk een grote egoïst geworden.'
   'Dat heb je helemaal mis! Hij wilde nog altijd de wereld verbeteren maar was alleen van tactiek veranderd.'

Het is een lang citaat dat het boek typeert: veel Jiddische wijsheden, weinig verwachtingen van het leven en de eigen rol in het leven is ook al niet zo gemakkelijk, zelfs als je geen positie wilt kiezen.
Hannah is een roman van Ronaldo Wrobel over een op valse naam naar Brazilië geëmigreerde Joodse schoenmaker, zijn verliefdheid, de verleidelijkheid van de taal, en ze zit vol plotwendingen. Ideaal voor een korte vakantie. Het loopt nog goed af ook. Hoewel … aan het eind van zijn leven en aan het einde van de 20e eeuw is de Joodse wijk van Rio verdwenen en weet hij dat de mens zijn eigen stormen en woestijnen kan maken.

Of de fictieve schrijver uit het boek zijn ambitie heeft waargemaakt die eeuw te 'hervertellen' betwijfel ik. Een klein stukje ervan wel. Maar ook dat past bij de strekking van het lange openingscitaat waar deze signalering mee begint.

***

Nadine Gordimer ( 13 juli 2014) schrijft met Een tijd als nooit tevoren een boek tegen de wandaden van de opkomende macht binnen het ANC, maar ook een boek waarin zinnen vaak moeizaam leesbaar zijn. Zinsdelen, zoals de persoonsvorm ontbreken met grote regelmaat. Wie er aan het woord is, wordt lang niet altijd geschreven. Vast een schrijfstijl, maar zelfs na drie keer lezen snap je niet altijd wat er staat. De zinnen sluiten wel aan op het moeizame thema van een gemengd huwelijk tot stand gekomen in de gewapende strijd voor een sociaal rechtvaardig Zuid-Afrika zonder Apartheid.

Steve en Jabu ontmoeten elkaar in De Strijd. Ze worden verliefd en krijgen uit de gemengde – en dus illegale – liefde een dochter. De zoon die later geboren zal worden is wel legaal verwekt (een zin die belachelijk klinkt, maar het was niet anders). Steve is zoon van een Letse Jodin gevlucht voor anti-semitisme in Tsjaristisch Rusland en een Engelse vader (net als de ouders van Gordiner zelf). Jabu is dochter van een schoolhoofd en dorpsoudste uit KwaZoeloe. De geliefden verhouden zich door hun afkomst anders tot het gedeelde land. De nieuwkomer met een Europese achtergrond is minder rotsvast verbonden dan de Zoeloe met diepgaande wortels in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Het is een soms duidelijk, maar vaak een subtiel onderscheid.

Traditie

Traditie speelt zelfs bij de rots van een vrouw als Jabu een belangrijke rol; ook waar die haar geen recht doet. De man, haar vader, haar echtgenoot, intelligent als ze is laat ze zich op sleeptouw nemen. Hoewel toch niet tot het einde van zaken en het boek. Niet het gruwelijk doden van een stier – zoals de traditie bepaalt – maakt je tot man, om een man te zijn, is meer vereist, zegt ze tegen de traditie in. Het is een opmerking die de gelaagdheid van het boek duidelijk maakt. Het is niet slechts een emancipatorische opmerking, niet alleen een opmerking uit respect voor dierlijk leven, ze beperkt zich ook niet tot een afrekening met de traditie, maar verhaalt fijntjes dat de corrupte president Zuma ook man is geworden door die brute daad, het is daarmee tevens kritiek. Die kritiek klinkt in vele tonen door het hele boek.

Actualiteit

De roman zit vol actualiteit uit het Zuid-Afrika van na de Apartheid, met de nadruk op de periode 2000-2010. Voor wie een beetje de kranten gevolgd heeft, zit het verhaal vol bekende gebeurtenissen: de bouw van voetbal stadions voor het WK2010; opflakkering van Apartheidsgeweld; Aids en de weinig serieuze benadering ervan door politieke ANC-elite; crimineel geweld; grote stromen vluchtelingen door de oorlog in de noordelijke buurlanden (met name Congo, voor wie het gemist heeft met miljoenen doden in de jaren negentig) en repressie in Zimbabwe (9.480.000 Zimbabwanen in Zuid-Afrika, 20% van de bevolking); en de vreemdelingen haat die er het gevolg van is. Er is de opkomst van een nieuwe zwarte elite die weigert het onderwijs zo te verbeteren dat zwart wijzer wordt, maar in plaats daarvan de toelatingseisen tot de universiteit verlaagt voor zwarten zodat ook die in kunnen stromen; en is een nieuwe garde in het ANC met de corrupte Zuma als president en jeugdleider Julius Malema met zijn gewelddadige uitspraken.

Zuma én Thales

Zuma wordt beschuldigd van verkrachting en van corruptie in een wapendeal. Hij lijkt overal mee weg te komen. Maar de wapendeal heeft hij niet af kunnen schudden. In 2020 is de rechtszaak tegen hem en de Franse onderneming Thales nog steeds niet afgerond. (Thales inderdaad met een belangrijke neven-vestiging in Nederland die ten tijde van de deal een belangrijk deel bestuurde van de marine sector van het concern dat destijds nog Thomson-CSF heette. De naam Thomson-CSF komt maar een keer voor in het boek. De naam Thales helemaal niet.) De schrijver wijst wel regelmatig op wie niet benoemd worden in kwesties die spelen in het boek; de vernederde schoonmakers worden niet meer genoemd, de studenten die hen eten met pies lieten eten wel. Hoe liep het af met de slachtoffers, bleek het niet interessant. Dat Zuma wel wordt genoemd, maar de Westerse omkopers nauwelijks, verbaast daarom.

Wapenexport

Ook in meer algemene zin komt de wapenhandel aan de orde: “Wapens. Moet je horen! Ons vrije land in vredestijd, we verkopen wapens aan landen die mensenrechten schenden zoals Libië, Iran, Zimbabwe. Transacties “zogezegd” goedgekeurd door onze Nationale Wapenbeheersing.” Vooral die laatste zin uit dit citaat verraadt inzicht. Er zijn geen wetten om wapenhandel te voorkomen, wel regels en richtlijnen en die worden vaak creatief geïnterpreteerd. In Europa, maar ook in Zuid-Afrika. Ook al zo'n actueel thema. Onlangs startte Zuid-Afrika de wapenleveranties aan Saoedi-Arabië weer.

Teleurstelling en kwaadheid

De wapenomkoopaffaire weegt zwaar in het boek. Niet alleen om de corruptie, maar ook omdat die de moraal en de hoop op een beter Zuid-Afrika ondergraaft en de oude strijders teleurstelt. Ze is een belangrijk deel in een algehele kritiek. “O die klote litanie, Beter Leven, hoe vaak de dood ervoor in de ogen gezien, de kameraden die zijn gestorven voor het laatste dure model Mercedes, de mooie huizen voor winter- of zomerverblijf, de miljoenen smeergeld voor wapentransacties en offertes voor woningen waarvan de brandnieuwe muren scheuren vertonen als een oud gezicht.” 23% Werkeloosheid, haast de helft van de kinderen in krotten gaat niet naar school, nauwelijks eten op het bord, dat maakt gewelddadig. Beloften die niet ingelost worden, maakt ook niet optimistischer over de de toekomst voor het land. Dergelijke feiten verklaren ook waarom “Zuid-Afrikanen gewelddadig” worden. Armoede ligt er aan ten grondslag en een term als xenofobie verdoezelt dit. Een kameraad van Steve en Jabu, de communist Jake, zegt: “Steve is kwaad. We zijn allemaal kwaad over wat er van het land wordt.” Maar elders wordt Max du Preez geciteerd die vindt dat de consequentie van de woede niet op de spits moet worden gedreven: “laat je niet door slechte politiek uit je land verdrijven.” De samenleving is wel maakbaar, maar dan moet je die wel op poten zetten. Zo spreekt uit het boek.

Krassen

Het boek gaat over hoe kleine stappen binnen de relatie worden gezet die tot verwijderingen leiden. Hoe andere stappen de band juist weer versterken. De relatie tussen Steve en Jabu is gegrond op gezamenlijke strijd, op zijn inzet en haar inzicht. Er zijn kleine dingen die krassen veroorzaken, vrijpartijen die de wonden weer helen – of buitenechtelijke die juist oplossen in de geschiedenis –, samenwonen en -leven en het delen van standpunten die de band overeind houden. Hij (blanke professor) en zij (zwarte juriste en Zoeloe) delen de politieke ontzetting over politieke kwesties als de verkrachtingszaak Zuma (zwart en Zoeloe) en de aanklacht wegens corruptie. “Als ze daar niet hetzelfde over dachten, zoals over hun leven in de Strijd, zou hun liefdesrelatie uiteindelijk niet intact blijven,” is een citaat in verband met armoede als achtergrond voor vreemdelingenhaat.

A luta continua

Veel heb ik nog niet eens genoemd: de homo toneelschrijver die toch biseksueel blijkt te zijn, een wat kromme visie op de landrechten voor Israeli's en Palestijnen, white privilege start al voor kinderen bij de schoolkeuze en zwart-wit is mooi voor foto's of letters op papier, maar in de werkelijkheid komen grijstinten meer voor, er is post-Apartheid ook geweld van zwart tegen zwart. Het is een roman met genoeg stof tot gesprek en nadenken. Liep het goed af,” werd hier in huis gevraagd, toen ik het boek weglegde.  A luta continua is een frase die verschillende malen in het boek staat. Wat vast lijkt te liggen, komt in beweging en kan toch veranderen. Het boek heeft daarmee geen einde. Maar misschien is dat wel de goede afloop, de strijd gaat door, zelfs door hen die wilden afhaken. Al bleven noodzakelijk artsen wel in Engeland vanwege betere omstandigheden en de grotere medische mogelijkheden. Niet iedereen is opgewassen tegen de traagheid van de verbetering.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken. De omslag is gelijk aan die van het boek dat ik las.