Posts tonen met het label bespreking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bespreking. Alle posts tonen

vrijdag 19 december 2025

Kitchen

Kitchen is een boek geschreven door Banana* Yashimoto. Het verscheen in 1988 en werd al snel een hit in Japan. Ook elders verkocht het goed. Nederland bleef achter. In 2022 is het opnieuw vertaald en mooi uitgegeven. Kitchen is ook de titel van de eerste van de twee in het boek opgenomen novelles. 

Maarten Liebregts, de vertaler begint met een uitleg voor de lezer die het Japans niet machtig is. Hij vertelt waarom het boek Kitchen heet en geen Keuken. Die titel is in het origineel in het katakana-alfabet geschreven en dat wordt onder andere gebruikt om leenwoorden fonetisch weer te geven en die titel klinkt dan als Kitchin, terwijl in de tekst zelf wel het Japanse woord daidokoro voor keuken wordt gebruikt. Door het niet te vertalen naar Keuken bleef hij dus dichter bij het origineel.
    Ook bij het gebruik van gendervormen in de taal staat Liebregts stil. Je kan in het Japans in de ik-vorm spreken met verschillende woorden die een andere betekenis hebben met betrekking tot de mannelijke, vrouwelijke of extra masculine of extra feminiene connotatie. Een nuttige uitleg. Het gebruik van die vormen doet er toe in het verhaal en het is goed om te weten wie voor welke vorm gekozen heeft.

De moeder van Y
ūichi Tanabe, de wonder mooie Eriko, gebruikt consequent de extra feminiene vorm atashi. Toen de biologische moeder van Yūichi stierf, besloot zijn vader dat ze zich meer als zijn moeder voelde en ging die rol vervullen. Eriko deed dat met verve en overtuiging; niet alleen in taal, maar ook uiterlijk en in gedrag. In 1988 was dit nog niet zo'n groot thema als het tegenwoordig is en het schrijven over een transgender personage was destijds een dappere keuze. Aangezien er wereldwijd zo'n vijf miljoen exemplaren van het boek zijn verkocht een keuze die aansloeg.

Een ander belangrijk onderwerp in 
Kitchen is rouwverwerking. Hoofdpersonage Mikage Sakurai verloor al vroeg haar ouders. Ze werd vervolgens opgevoed door haar grootouders, waarvan eerst opa en later oma zou sterven. Ze wordt als oudere tiener opgevangen in het huis van de Tanabe's op een bank in de keuken. Langzaamaan zou ze daar het leven weer terug vinden door er een invulling aan te geven. Koken en eten vervulde die functie. Yūichi verloor dus zijn biologische moeder en later ook zijn moeder Eriko. Ook hij heeft moeite dit een plaats te geven. De rouw verstoort zelfs de nauwe relatie tussen Mikage en Yūichi.


Op de achterflap staat een viertal blurbs. De laatste daarvan komt uit de
New Yorker en Cathleen Schine stelt daarin (overigens naar aanleiding van de verhalenbundel The Lizard) dat Yoshimoto het banale tot het essentiële transformeert. Banaal in de betekenis van platvloers zou overdreven zijn, maar als omgaan met de alledaagse zaken (al hoort daar hier ook een moord bij) past het wel. Het boek gaat over de gewone, grote levensproblemen, en hoe daarover, als een bloemetje met een schort voor, om te lachen. Je moet het immers doen met wat komt en er vervolgens het beste van maken.
    Kitchen zelfhulperig? Daarvoor is het te fijnzinnig. Is een gelukkig leven, een leven waarin je zo min mogelijk hoeft te voelen dat je eigenlijk alleen bent? Of is er een bijvoorbeeld een keuken nodig waar je je kan branden, snijden, maar ook ontplooien en waar je je ziel in producten kan leggen. Binnen de mogelijkheden die er zijn moet gekozen worden. Dat wordt terloops of soms ook duidelijk en uitgesproken benoemd: 
“Als je er voor kiest om met mij te zijn, zul je wellicht ellendige, vervelende en smerige dingen meemaken, maar mocht jij het ook zien zitten, zou ik graag samen met jou onze eigen wereld willen scheppen, die verschrikkelijker, maar ook mooier zal zijn.”
Inderdaad zonder te zwijmelen over de ridder en witte paarden, prinsessen en immer stralende glimlachjes. Maar de rol van raadgeefsteer wil de schrijfster niet hebben. Vragen om levensadvies, die ze krijgt, stuiten haar juist tegen de borst, zo stelt ze in het nawoord. Ze is schrijfster, niet Mona.

Nederlandsr uitgave uit 1993.
Marja Pruis las het boek, aldus de eerste blurb, zeker vijf keer. Het geeft dan ook veel. Steeds met kleine beetjes. Ze schreef er eens iets korts over, waarin ze vooral aandacht had voor de tweede in het boek opgenomen novelle
Moonlight Shaddow. Ook in dat verhaal speelt rouwverwerking een grote rol. 
    Hiiragi en Satsuki veloren beide tijdens hetzelfde auto-ongeluk hun geliefde en Hiiragi daarmee ook zijn broer. De een gaat rennen en de ander trekt een matrozen pakje aan. Beide doen dat om afgeleid te worden van het verdriet, en om tijd te winnen; de dag door te komen.
    Thema's uit Kitchen komen ook weer terug in het in 1986 geschreven
Moonlight Shaddow. Zoals niet Jeremiëren, maar tegenslag achter je laten en verder gaan. In het nawoord uit de Japanse pocketeditie (2002) noemt Yashimoto dat leven met vindingrijkheid. Het heeft daarbij wel een surrealistisch element. Eens in de honderd jaar, bij een bepaalde stand van de maan, is het mogelijk een dode geliefde weer te zien. Satsuki grijpt – in de geest van de schrijfster – die kans. Zo kan ze afscheid nemen.
    Vertaler Liebregts wijst op het verband met de Tanabata sage. Kortweg wordt er in Moonlight Shaddow naar het fenomeen verwezen. In die sage worden twee smoorverliefde godheden uit elkaar gehaald. Elk wordt aan een kant van de rivier gezet. Ze kunnen elkaar een keer per jaar zien. De hemelkoning en vader van de vrouw scheidde hen, want door de liefde kwam er verder niets meer uit hun handen. Er wordt ook gezegd dat het verhaal gedeeltelijk is geïnspireerd door het liedje van Mike Oldfield uit 1983 met dezelfde titel en een tekst die inderdaad – maar zeker niet naadloos – bij het verhaal past.

Er komen nogal wat gerechten voorbij. Niet onverwacht in een boek met deze titel. Van de Japanse keuken weet ik weinig. Tijdens het lezen besluit ik Katsudon op te zoeken. Het gerecht dat de gang der zaken in de eerste novelle door zijn smaak weet te veranderen. Varkensvlees ligt aan de basis ervan, maar ook een vegetarische tofu versie is op het internet te vinden. Dat is is in het licht van het verhaal wel een ironische draai, want het dient in Kitchen juist als alternatief bij een overvloed van tofugeerechten. Ik zet het op mijn lijstje om zelf te bereiden. Dan zal ik tijdens het eten nog eens aan dit fraaie boek denken. 

Noot:
De schrijfster koos haar voornaam omdat ze van de bananenbloem houdt en de naam gender neutraler vond dan de naam die ze al had, Mahoko. De bloem is niet alleen mooi om te zien, maar nog eetbaar ook. Dus houden van kan ook een culinaire betekenis hebben. Bloemen zijn zeer aanwezig in het boek. Oma hield ervan. Yūichi had een studentenbaantje in een bloemwinkel, waar oma twee keer per week haar bloemen kocht. Zijn stervende moeder wilde een plant bij haar bed en kreeg een ananas plant, ook met een fraaie bloem. Planten en bloemen passen dan ook naadloos in het verhaal. Je moet ze met aandacht verzorgen, maar ze geven ze het leven ook iets moois.

vrijdag 27 december 2024

Monsterlijke kwaadaardigheid



Tegen de stroom in

Onlangs verscheen het boek: 'Monsterlijke kwaadaardigheid van wapens. Hoe de wapenindustrie de wereld ruïneert & wat we er aan kunnen doen.' Die (vertaalde) titel maakt duidelijk dat het boek bedoeld is om te kijken waar spaken in de wielen wapenhandel kunnen worden gestoken. Maar het is ook informatief en waardevol als introductie op het onderwerp. Het is opgesplitst in drie delen: a) de wereldwijde wapenhandel, b) de gevolgen ervan en c) de campagnes ertegen.


Hieronder een bespreking.
(Voor een samenvatting zie hier)


Het initiatief om het te publiceren kwam van The Peace and Justice Project. Dit project is opgezet door voormalige Labour leider Jeremy Corbyn om mensen bijeen te brengen rond sociale vraagstukken, economische rechtvaardigheid en mensenrechten. Het bouwt daarmee voort op de rol die Corbyn in de periode 2015-2020 speelde als aanjager van linkse thema's in de Britse politiek. Een boek over wapenhandel, – een activiteit die het leven van velen verwoest en van slechts enkelen verrijkt –, past daarin. Volgens Corbyn komt veiligheid niet met wapens, maar met de mogelijkheid om gelukkig, voldaan en in gezondheid te leven. Daar zouden de knappe koppen aan moeten werken in plaats van aan steeds dodelijker bewapening.

911 en wapenindustrie

Corbyns mederedacteuren, Rhona Michie, Andrew Feinstein en Paul Rogers, zijn bekenden uit de wereld van acties tegen wapenhandel. Bijna terloops schrijven zij in de inleiding dat smeergeld voor een wapendeal, dat naar de Saoedische ambassadeur in de VS ging, via de rekening van zijn vrouw terecht kwam bij de kapers van 9/11. De industrie die zegt veiligheid te brengen, betaalde mee aan het begin van de enorme geweldsuitbarsting die als 'oorlog tegen terrorisme' decennia zou duren. In het boek ontbreekt een bronvermelding voor deze bizarre kwestie.

Het eerste hoofdstuk beschrijft de wereld van de wapenhandel. Van alle militaire uitgaven, ruim €2 biljoen gaat een kwart naar wapens. Professor Anna Stavrianakis noemt niet alleen cijfers en de belangrijke spelers op de wapenbazaar, ze geeft ook een politieke betekenis aan netwerken tussen landen. De voornaamste partij zijn de Verenigde Staten en zijn bondgenoten, samen goed voor ongeveer driekwart van de militaire uitgaven. Die positie hebben ze als voormalige koloniale machten verworven en handhaven ze onder andere met wapenverkopen. Het hoofdstuk van Stavrianakis vormt de fundering van het boek, samen met dat van de Indiase journalist Vijay Prashad.

Prashad wijst op de schimmige geheime operaties waarin bijvoorbeeld de islamitische groepen in Afghanistan werden gesteund, en de druk vanuit de wapenindustrie voor de oostwaartse uitbreiding van de NAVO. Hij onderbouwt dit met eigen onderzoek en met artikelen uit gevestigde bronnen. Hij gebruikt niet de cijfers van het Zweeds onderzoeksinstituut SIPRI-cijfers als bron voor militaire uitgaven. De meeste schrijvers gebruiken deze cijfers wel. Het boek wil uitdrukkelijk ruimte laten voor verschillen in benadering. Je ziet dat ook bij het afwijzen en omarmen van het begrip
Human Security. In de inleiding (p. 14) wordt kritisch opgemerkt dat het concept gemilitariseerd is, en in het hoofdstuk over het klimaat wordt het juist opgevoerd als bruikbaar kader om veiligheid van en voor mensen breder te definiëren, verwijzend naar hoe VN ontwikkelingsorganisatie UNDP het in 1994 beschreef (pp. 86-87).

Oorlogsdreiging

Wapenindustrie en geopolitieke machtsontplooiing en bedreiging van de vrede; het is een onderwerp dat maar weinig aan bod komt bij maatschappelijke organisaties die zich kritisch met de wapenindustrie en -handel bezig houden. In dit boek gebeurt dat wel, zoals in het hoofdstuk over de klimaatcrisis en militarisme. Het militaire apparaat verdedigt de economie die is gebouwd op gebruik van fossiele brandstoffen, mijnbouw en andere schadelijke economische activiteiten; kortom op de vitale belangen en niet op de mens. Elders wordt de scheve verhouding tussen diplomatie en militaire uitgaven genoemd, en wordt herhaaldelijk het belang van diplomatie, wapenbeheersing en ontwapeningsverdragen juist onderstreept. Grootschalige oorlogsdreiging komt uitdrukkelijk aan de orde in het slothoofdstuk over de functie van Hawaï binnen de militaire infrastructuur van de Verenigde Staten. De voorbereiding van een conflict met China wordt dan weer niet genoemd. Terwijl dat voor de hand ligt gezien de militaire functie van Hawaii. Die gevaarlijke anti-China retoriek komt wel in het voorwoord aan de orde. Er is maar weinig wat in dit boek echt ontbreekt en niet aangestipt wordt.

De wereld

Het boek trekt de wereld over. Allereerst door schrijvers van zes continenten aan het woord te laten. Het beschrijft problemen die veroorzaakt worden door wapens in grote en kleine landen (Afghanistan, Hawaï, India, Jemen, Palestina), en in regio's (Latijns Amerika en Oost-Afrika) en heeft aandacht voor klimaat- en milieugevolgen van het militarisme.

Nieuwe wapens

Optimisme over wapenhandelsverdragen wordt van scepsis voorzien, daarmee gaat het boek in tegen een tendens die al een paar decennia lang dominant is en geënt op een naïef vertrouwen in de macht van de wet om die van economisch-politiek-militaire dominantie in te snoeren. Het toont aan dat Europese Unie landen lak hebben aan een restrictief wapenexportbeleid. Het boek beschrijft problemen met specifieke wapens, kernwapens en vooral handvuurwapens. Mocht er iets ontbreken in Monsterlijke kwaadaardigheid dan is het aandacht voor nieuwe wapentechnologie zoals kunstmatige intelligentie, hypersonische raketten, en ruimtewapens. Dergelijke technologie heeft nieuwe gevolgen en werft de knappe koppen die elders nodig zijn. Cyberwapens om een waterkering of energiecentrale te saboteren hebben gevolgen tot diep in de samenleving. Al kan een 'gewone' bom door een reguliere krijgsmacht net zoveel ellende veroorzaken.

Actieaanpak

Wat het boek echt anders maakt is dat het gedegen informatie over wapenexport combineert met een reeks methoden van tegenstand, oppositie, zelfs verzet. Dit deel begint met een artikel over het zwemmen tegen de stroom in, ook als iedereen zegt dat er geen ruimte voor is, zoals de Stop the War Coalitie in het Verenigd Koninkrijk deed. De schrijfster meent dat om de Irakoorlog echt te stoppen industriële massa-actie noodzakelijk was. Je moet dan openingen hebben naar vakbonden en bedrijven, stelt ze. Na deze stem komt die van Palestine Action aan het woord. Die willen gericht foute bedrijven, zoals het Israëlische Elbit, het land uit werken.

Wapenhandel gaat om vervoer van de vervaardigde militaire producten over grenzen van plaats A naar B. Die logistieke keten betekent ook ruimte voor actie bij vervoer en overslag. Dat is wat ook gebeurt: schepen die wapens vervoeren kunnen steeds vaker op tegenstand rekenen, dat loopt van juridische procedures tot de weigering om mee te werken aan laden en overslag door havenwerkers.
    Weer een andere actiebenadering: Studenten kunnen de taak op zich nemen om militair onderzoek van hun hogescholen en universiteiten te weren. Ze hebben immers recht op onderwijs dat vrij is van militaire zaken. Over de verfrissende houding tot wapenhandelsverdragen in het boek schreef ik al eerder, maar in een gedetailleerd en informatief hoofdstuk wordt dit nog eens uitgewerkt en voorzien van de opmerking dat het organiseren van tribunalen waar getroffenen en betrokkenen zich kunnen uiten een betere methode is om het onderwerp weer van politiek context te voorzien.

Context

Die politieke context geeft het laatste hoofdstuk volop. Hier is het Globale Zuiden aan het woord dat deel is gemaakt van de Verenigde Staten als de 50ste Staat; Hawaï is een militair knooppunt voor de Verenigde Staten in de Stille Oceaan. Met kracht en succes wordt die rol bestreden.
     Opmerkelijk genoeg blijft een methode die het ook waard is om energie aan te geven buiten beeld. Onderzoek en schrijven, zoals voor een boek als dit, maar ook voor kranten en tijdschriften, de onderbouwing van eisen en stellingnames van actiegroepen is van groot belang bij het tegenwerken van het monster. Corbyn en al die anderen hebben met dit boek hun bijdrage daaraan geleverd.


Titel

Monstrous anger of the guns; how the global arms trade is ruining the world; & what we can do about it

door

Rhona Michie, Adrew Feinstein en Paul Rogers (ed.)

uitgave

Paperback, 284 pagina's met index.

Uitgeverij

Pluto Press

isbn

978 0 7453 50363

prijs

€ 15,60 (bij Pluto Press met gratis epub)


Zet in je agenda:Vrijmarkt voor #oorlogswapens

Hoe de wapenindustrie de exportcontrole ondermijnt en wat we er tegen kunnen doen.
Met onder meer Andrew Feinstein, directeur van Shadow World Investigations.

di 28 jan 2025, 20.00 Pakhuis de Zwijger,

Piet Heinkade 179, Amsterdam
https://dezwijger.nl/programma/vrijmarkt-voor-oorlogswapens

maandag 9 december 2024

Niemandsland



Niemandsland, van de Zaanse band De Kift, is een muziekalbum, kunstwerk en dichtbundel in een. De van ansichtkaarten geknutselde hoes (voor elk exemplaar anders), bevat twee vouwfolders. Een doet dienst als binnenhoes en colofon, maar bevat ook vijf gedichten en evenveel tekeningen van Wim ter Weele. Hij is naast kunstenaar ook de drummer van de band.

Het titelgedicht is van de zanger, koperblazer en gitarist, Ferry Heijne. Het is geïnspireerd op
Thirteen van Johnny Cash. Maar het is wel met een heel vrije geest herdicht. De sfeer gaat van het Noord-Amerikaanse platteland bij Cash naar de klaagkras van een kraai die Heijne opvoert.
     De eerste woorden op het album komen van deze zwarte vogel:
“Het is een lange lijst ellende waarover ik vertel.” Naast de tekst zit die kraai op de achterkanten van een aantal getekende ansichtkaarten.



Verrassend is het een gedicht van
Marion Bloem tegen te komen. Haar gedicht Kalverliefde in liefde is soms lastig, liefste uit 2011 is het begin van een pagina waar ook August Strindberg (Inferno) en Bonumil Hrabal (De toverfluit) een strofe krijgen. Samen vormen ze het gedicht Dageraad.

Ik veeg de straten
aan met tranen
't zand uit mijn ogen
ligt in zee
ze zeggen dat
ik heb verloren
maar het zat alleen
wat tegen
nu zit het
alweer mee

De regels zijn gecentreerd afgedrukt. Mooi is dat niet en of het zo bedoeld is door Bloem of door de ontwerpers van de verpakking bedacht, weet ik niet, maar het doet zo aan als de lijst gerechten op een menukaart. Ach er moet iets te klagen zijn. De tekening ernaast is sprookjesachtig en dat sluit dan weer naadloos aan op de teksten.

Ook in
Kompanen worden teksten van verschillende schrijvers samengevoegd. Roberto Arlt, Herta Müller, M.I. Tsvetajeva en Armando leveren ieder in een eigen kleur een tekst. Müller vraagt zich af of de wereld geen genoeg krijgt van ons. Dit mocht je denken dat het andersom was: jij genoeg van haar. Kwestie van de juiste verhoudingen zien.

Door naar Alec Kopyt van de Amsterdam Klezmer band. Hij schreef:
Omhels me zacht, de nacht is goed/Ik vergeet je niet. Daarnaast een getekende Adam en Eva en de boom met een rode appel.



Mooi heet het volgende gedicht eenvoudigweg. Het is samengesteld uit twee delen. Eén van
Werner Schwab en het ander uit de Edda, vertaald uit het IJslands door Marcel Otten. “Mooi is het hier, mooi...” is de terugkerende regel. De boom die er ernaast geschilderd is, staat volop in waterige en toch helle kleuren achter het net van een doel, samen een klein landschap. 

Vogels, vlinders, bomen ze maken de wereld, wereld,/nee liever niet creperen, om de woorden uit een ander energiek gezongen lied te gebruiken. Samen volop zingen over ribbelend zand. Mooi, inderdaad.




De volgende acht gedichten staan in de andere folder, weer met evenveel tekeningen. In Trompetboom valt meteen al de regel op “Mooi... is het hier”. Hier komt hij een tikkie anders op de pagina dan eerder. Hij is nu van Sylvia Plath uit Zie, de duisternis lekt uit de scheuren.
    Ook in de trompetboom wordt een nieuw gedicht geknutseld met verschillende stemmen. Ook die van
Roberto Juarroz, Armando en André Breton. De eerste schreef:

Nooit tekent zij een deur, nooit.
Zij wil niet naar binnen en niet naar buiten.


Dan zijn er nog Pablo Neruda en Boris Vian die de aarde niet kwijt willen. De Witte Vlinder die kenden we al; die werd eerder op een single bezongen. Wel zocht ik er het verkeerde gedicht van
Iosif Brodski bij. Het was dit in 1987 door Charles B. Timmer naar het Nederlands vertaalde gedicht en hier opgenomen als Witte Vlinder.


Speel me een wals zolang er nog tijd is
Een wals die de tijd overbrugt
Speel me een wals voor de dag die voorbij is
Een wals voor de meeuw in de lucht

Speel me een wals voor de tijd die gaat komen
Voor het vuur dat nooit wordt gedoofd
Speel me een wals voor breekbare dromen
Voor de dromen waarin niemand gelooft

Tussen de twee strofen in stond 'n zestal regels van Maria Tänase over het blijvende van de wereld. De twee bovenstaande coupletten zijn van Nico van Apeldoorn. De persoon aan wie ik ze voorlas stuurde meteen andere woorden van deze dichter naar mijn mobiel: Wij zijn de kinderen van hoop /.../Wij zijn het die verloren slagen strijden/Wij zijn het die zullen vechten tot de wereld vergaat en nog wat regels. Ze kende ze uit haar hoofd. Op de tekening van Wim van der Weele danst ernaast een traditioneel deftig gekleed koppel onderwater in een fles met kroonkurk een wals.

Hoe kan het ook anders. Het dertiende gedicht heet
Ansicht. Het begint met

Ik had me willen voelen
als de keien die jij om en om keert,
aangevreten door het zout,
een scherf buiten de tijd
Het zijn woorden van
Eugenio Montale uit het gedicht Middellandse Zee. Ze worden gevolgd door een tekst van Pablo Neruda (uit: Er is geen vergeten). Door het gebruik van verschillende kleuren tekst zie je direct wie voor welk deel van het samengesteld lied stond. Neruda's deel begint opgewekt met viooltjes en zwaluwen om te eindigen met zoveel dingen die ik vergeten wil.
     Een paar gedichten heb ik niet genoemd (
Lied Van Mijn gramschap, Volgens en het ook al eerder dit jaar als singel verschenen Rode Maan). Zo mistte ik ook wat dichters (Henri Michaux, Cormac McCarthy, en Carl Sandburg).

Al met al bevat Niemandsland een wonderlijke collectie waaruit het droeve, maar toch ook het dansen zonder tranen opwelt. Je moet immers wel.

En als je 'de verpakking' uit hebt, dan kan je gaan luisteren naar de muziek en (samen)zang. De Kift wordt vaak geïntroduceerd als melancholische fanfare punkband, maar het woordje literaire zou daar nog voor kunnen staan om het gezelschap dat woont en oefent tussen de geuren van de cacao nog ongrijpbaarder te maken. De verpakking, het album, de teksten, ze ademen anders dan anderen, elusief, zou je met een woord dat om een gedicht vraagt, kunnen schrijven en het is zeker nóg meer dan muziek alleen.

zaterdag 12 oktober 2024

Twee negerpopjes

Clare Lennart schreef Twee negerpopjes*. Het is een titel waarbij meteen de neiging opkomt te schrijven: dat kon toen nog.** De popjes Andy en Harry waren vrienden van Trizia en Elly en wisten alles van hen en andersom zij alles van hen. Nadat ze gekocht waren in de speelgoedwinkel van Vis in Deventer gingen de korte gazen rokjes en de glinsterende kralenkettingen uit en kregen ze van beide kinderen nieuwe kleren: “Ze zagen allebei onmiddellijk de dwaasheid van dat kostuum.” En ze kregen een levensverhaal dat hen recht deed, prins en prinses uit Indië, meegebracht door een oom die voor ze zorgde nadat hun vader, de vorst, was omgekomen.

Op een dag halen de inmiddels volwassen Trizia en Elly de popjes uit een kist op zolder; het is het begin van de novelle.

Andy en Harry waren in hun kindertijd steun en toeverlaat nadat Trezia en Elly verhuisden van een mooi en groot huis in Oldebroek naar een dorp in Gelderland, dat E. wordt genoemd. Daar gingen de kinderen naar de zogenaamde Franse school en werden er met de nek aangekeken, omdat ze zichtbaar armer waren dan kinderen met ouders uit de middenklasse waarmee ze op school zaten. In E. is men “anti alles, wat nieuw en anders, wat rustverstorend is, wat het vertrouwde van ouds bekende aanrandt.”

Vooral Renske Schraay pest en treitert. Ze is het kind van een Noord-Hollandse boer die is gaan rentenieren in het Gelderse dorp. Niet alleen de kinderen worden uitgesloten, ook de moeder valt buiten de dorpsgemeenschap, behalve als ze piano komt spelen. Maar die moeder is lid van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht en dat is “bijna even schandelijk als aan de drank zijn.” Vader is schilder, maar geld verdient hij daarmee niet, zegt Trezia. “Waarom doet hij dan niet wat anders,” vragen de klasgenoten zeurderig en met de logica van het gewone. De wraak door een gewonnen vechtpartij met handen vol plukken geel haar en een huilende Renske, is voor Trezia zoet. De daarop volgende straf, massa's derdemachtswortels maken, kan de voldoening niet bederven. Andy en Harry snappen dit.

Vader was kunstschilder, moeder speelde piano. Ooms en tantes straalden grandeur uit. Het gezin was dan wel kleiner gaan



wonen, maar het was wel ontwikkeld en kunstzinnig, met gevoel voor schoonheid. Wat dat is? Iets is niet mooi. Je moet je afvragen: vind ik zelf dit of dat mooi, zo leert Trizia. Dan nog kan een aangebouwde serre voor een kind mooi en spannend zijn, maar kan datzelfde kind later als volwassene zien dat het niet past bij het huis.

Het spel met Andy en Harry is onder meer een manier om “een werkelijkheid, die tekort schiet te corrigeren. Je distantieert je niet van het leven door te vluchten achter een glazen wand. Je grijpt actief in en werkt het leven bij met de kleuren van je verbeelding.” Dat spel neemt grootse vormen aan, waarbij vanalles, van sjoelbak tot de lijvigste boeken, wordt ingezet om landschappen te creëren met rovers, een spoorbaan, berghut, tunnels etc. Het oudere buurmeisje Lies gaat mee doen. Lies brengt catastrofes, moord en doodslag in het spel. Narigheid die Trizia met wonderen uit de avonturen weg wil poetsen, maar zegt de mooie Lies “als er aldoor wonderen gebeuren, dan is er niets meer aan.” Trizia moet erkennen dat in de echte wereld nimmer Roodkapjes uit de buik van de wolf komen. Het spel met Lies opent een nieuwe wereld. Van kind naar puber, van open naar bedachtzaam. Lies legt zich uiteindelijk wel altijd bij de wensen neer. Dit legt Trizia later uit als 'de gewetenloosheid van wie alleen maar behagen wil'.

Die stap van het ene leven naar het andere wordt ook gezet in een gesprek met Gerben IJsbrand Kapteijn, een onderwijzer op school. Hij wil dat ze haar onbevangenheid zal bewaren: “Zul je niet te snel groot worden,” vraagt hij haar nadat ze precies goed, maar wel onverwacht, reageerde op een opmerking. Met die IJsbrand trekt ze in haar verbeelding door de wereld. Het is liefde, maar wel liefde op haar manier.

Zo halen de popjes herinneringen op aan kinderspel en kindergedachten en ook aan de al overleden moeder. Dit alles op een gevoelige wijze. Tenslotte gaan Andy en Harry weer terug in de kist. De novelle sluit af met woorden uit een liedtekst van de 19e eeuwse Duitse schrijver Klaus Groth, waar het verlangen naar de kindertijd wordt uitgesproken. Maar dit lied wordt juist geciteerd om op te merken dat dit geen gemeende wens is.


\*/

Indische prins en prinses, het is een exotisch en geromantiseerd beeld van de popjes die in de verbeelding uit Indonesië kwamen. Voor het spel lijken vrienden uit een kraton interessanter dan uit de kampong. Toch kan ik het moeilijk zien als een vorm van oriëntalisme (naar het begrip dat Edward Said in 1976 beschreef). Bovendien is een deel van hun toegedachte achtergrond:

“Hun voorvaderen waren Indische vorsten geweest. De Hollanders hadden hun land veroverd, maar nog altijd voelden ze zich veel voornamer dan hun overweldigers.”


De verhalen zijn ontstaan uit kinderverbeelding en gaan vooral over de vriendschap in de kinderperiode en het zoeken van steun in de vijandige dorpse omgeving en naar hulp (zo wijst Andy bijvoorbeeld bloemen die geplukt kunnen worden) bij dit letterlijk en figuurlijk aangeklede speelgoed. De beelden van Andy en Harry vervagen bij het ouder worden, maar echt vergeten worden ze niet, zo blijkt uit de novelle.
\*/

Wie was Clare Helena Klaver, 't pseudoniem van Clare Lennart? Ze was was zelf dochter van de kunstschilder Luite Klaver (op het internet is nog veel werk van hem te vinden, veel bloemen) en de eveneens artistieke en al vroeg aan tbc overleden moeder Gerarda Doyer. Ook die was opgeleid in tekenen en schilderen, maar verkocht zeer waarschijnlijk nooit werk. Ze groeide samen met broer Bert (pimmel) en zus Elly op in Oldebroek (landgoed Ekelenburg) en later in Epe en ging daar naar de Franse school.

Hoewel het een verhaal is over de kracht van verbeelding zitten in Twee negerpopjes duidelijk autobiografische elementen over 't vroege leven van de schrijfster, die zoals de titel van de biografie over haar, voor 't gewone leven ongeschikt was met en een bewogen (liefdes) leven leidde. Die overlap past goed in een verhaal dat ook gaat over de diffuse grens tussen fictie en werkelijkheid.

\*/

Twee negerpopjes bevat drie tekeningen van Gerard Douwe (zie hierboven). Hij illustreerde ook het uitbundige omslag. Lennart komen we later ook tegen als schrijfster van het geschenk voor 1955, Opschrijversvoeten door Nederland. En eerder schreef ze al voor het boekenweekgeschenk 1937: Het boek in het leven van de huisvrouw. Ze is daarmee een grote leverancier geweest in de geschiedenis van het geschenk.

Noten:
* Twee negerpopjes is te vinden op de website van de Nederlandse Bibliotheek als pdf, txt, epub of als scan.
* Van het woord neger zijn we, als het goed is af, maar in de tijd dat het geschenk geschreven werd, was dit nog een algemeen gangbaar woord. Laat dat gegroeide inzicht als winst gezien worden, niet als kapmes dat werk uit het verleden om wil leggen. Ook het woord Kafferhutten komt voor (p. 40). Het woord kaffer is een denigrerend woord voor zwarte mensen en is afkomstig uit het Arabisch, van kafir. De term is in Zuid-Afrika pas sinds het jaar van de eerste vrije verkiezingen in 1994 formeel strafbaar. In 2018 werd voor het eerst iemand veroordeeld tot gevangenisstraf voor het gebruik ervan. Zie wiki.
Dat de strijd tegen dergelijke woorden een middenklasse strijd is, zoals ik al vaker hoorde, gaat er bij mij niet in. Naast de inzet om inzichten in taal te verwerken, is er inderdaad ook nog een strijd voor positie verbetering van zwarte, gekleurde en ook witte mensen die nu aan de onderkant zitten, maar het een sluit het ander niet uit.


maandag 4 maart 2024

Strijd en metamorfose van een vrouw



Strijd en metamorfose van een vrouw
leest als een roman, maar schrijver Éduard Louis meldt zelf dat hij de regels voor het schrijven daarvan aan zijn laars lapt. Hij schrijft over zijn eigen leven, en over zijn eigen moeder. Niet over fictieve personen.

Iemand kan dan wel de regel hebben bedacht dat literatuur de werkelijkheid niet mag uitleggen, hij doet dat toch. Of literatuur mag niet in herhaling vervallen, maar Louis wil het verhaal herhalen tot het zichtbaar is. De derde regel die hij negeert is dat literatuur gevoelens niet mag etaleren. Ook dat hek gaat om. Tenslotte mag literatuur niet lijken op een politiek manifest. Hij schrijft echter zinnen zoals je het lemmet van een mes slijpt. Als je de regels volgt dan is er geen plaats voor levens en lichamen zoals dat van zijn moeder, meent de schrijver. Hij gaat om daarover wél te schrijven dwars tegen de literaire wetten in.

Het boek begint met de beschrijving van een foto.
“Ze hield haar hoofd schuin en glimlachte licht (…) Het was alsof ze wilde verleiden.” Als ik door het boek blader meen ik die foto tegen te komen vlak voor het einde, op pagina 107. Inderdaad een bijzonder portret uit een tijdperk van voor de GSM-selfies. Na het maken van de foto zouden “twintig geruïneerde levensjaren” volgen. En hier komt de analytische Louis meteen naar voren. Hij ontkent niet zijn eigen bijdrage aan het neerhalen van haar positie. Hij vond zichzelf beter dan zijn moeder. Maar welke grotere factoren waren verantwoordelijk voor de ellende? Hij noemt de samenleving, mannelijkheid, en zijn vader. Het had ook anders kunnen lopen, maar de omstandigheden maakten het verhaal.

Het is de derde roman die ik van hem lees en de mensen in zijn omgeving worden al een beetje bekenden. Zijn moeder misschien wel het minst. Hij schrijft dan ook dat hij alles heeft gedaan om haar uit zijn leven te weren; als een zoon die geen zoon wilde worden. Tegelijkertijd groeide hij wel op in haar omgeving en die van zijn halfzus. Vader werkte voordat hij een ongeluk kreeg en ging uit drinken. Maar met die vader mocht hij vanwege zijn vrouwelijke trekjes niet mee naar het café. Hij werd daardoor nooit de man, zoals mannen moeten zijn. Als homo hoorde hij er niet bij (maar daarover ging Weg met Eddy Bellegueule dat ik vorig jaar besprak) en ik begon met het boek over de de vader Ze hebben mijn vader vermoord. Jeroen van Kan sprak over dat boek met de schrijver in VPRO boeken (zie uitzending gemist). Dit was mijn kennismaking met de mens met de krachtige pen. Zijn boeken gaven wat hij in dat programma beloofde. Het persoonlijke wordt steeds weer verklaard met vuur vanuit het algemene; het sociale, het politieke.

Hij wilde met dit boek schrijven over het verhaal van een vrouw. Maar dat maakte plaats voor een verhaal over een vrouw die streed voor het recht om vrouw te zijn; tegen het niet-bestaan dat werd opgedrongen door het leven en door het leven met haar man, de vader van de schrijver.

Hoe komt het toch dat er geen vreugde is bij wat toch een boek met een positief uitgangspunt is, een vrouw die door strijd zichzelf bevrijdt van een knellende sociale structuur, zo vraagt de schrijver zich af. Het is toch geen treurig verhaal? Maar als ze eens lachte dan had hij daar zelf afkeer van. Haar korte momenten van vrolijkheid werden niet gewaardeerd, maar gezien als een schandaal, als bedrog, een leugen die zo snel mogelijk moest worden rechtgezet. Hij schermde met zijn stadse kennis tegen haar eenvoudige leven dat vrijwel alleen bestond uit sleur. Die stadse wereld liet hem ook zien dat mannen hun vrouw niet hoefden te beledigen en geen gezwollen gezichten hoefden te bezorgen. Niet dat er in Amiens geen geweld tegen vrouwen was “maar niet hetzelfde geweld, en als het er was, niet zo systematisch.” Dit verschil zorgde ervoor dat hij achteraf oog begon te krijgen voor de wereld van zijn jeugd. Het kostte hem moeite te zien dat haar positie niet de keuze van zijn moeder zelf was, maar dat ze niet meer kon en niet meer mocht. Als ze een ruimer ontwikkelde vriendin heeft, leeft ze plots wel op. De vrouw van de foto zat nog in haar, zo bleek.

De moeder verklaarde de pijn van de zoon (door een blindedarmontsteking) als uiting van zijn maniertjes. Een doktersbezoek was nergens goed voor, maar een methode om te laten zien hoe belangrijk je bent. Dat is iets voor de stadse types. De strijd tussen beide kostte de schrijver bijna zijn leven.

Bijna aan het slot van het boek kom ik een opmerking tegen die blijft haken. Hij gaat niet over de moeder, niet over de zoon, maar over het socialisme. Aan de hand van Roland Barthes* vraagt Louis zich af waarom de Totaliteit wil dat het burgerlijk leven en bloc veroordeeld wordt. Zou het niet mogelijk zijn om van de (vervormde) burgerlijke cultuur te genieten als van iets exotisch. Door die dogmatische en volledige veroordeling kiest het voor normen die onderdrukken, ook van wat fijn, goed en mooi kan zijn. Mechanismen die uitsluiten, die machtsongelijkheid vergroten, die moeten bestreden worden, maar geldt dat ook persoonlijke uitbundigheid? Links kan inderdaad dogmatisch zijn als een SGP-kamerlid op een zondag in Staphorst. Dat is duidelijk, maar inderdaad ook onwenselijk.

De achterflap stelt dat het boek handelt om de bevrijding van zijn moeder, de bevrijding van een vrouw. Dat is duidelijk, maar niet helemaal waar. Haar sociale achtergrond staat nog steeds contacten en vriendschappen in de weg, maar ze is overwegend gelukkig na haar ontsnapping uit de knellende banden van het dorp en die van haar tweede man.**

En Éduard Louis hoopt dat hij haar met dit verhaal in zekere zin een woning gaf waar ze zich veilig kan voelen. Hij had haar als jongetje van zes al een eigen kasteel willen geven, weg van zijn vader. Het boek beschrijft de hobbelige weg die ligt tussen die vorstelijke woning en een veilig huis tussen een kaft.

Noten:
* Roland Barthes par Roland Barthes (Roland Barthes door Roland Barthes, vert. Michel J. van Nieuwstadt & Henk Hoeks, SUN, 1991).
**
Op de dag dat ik dit boek uitlas keek ik naar de documentaire Mamacita, over een vrouw die geboren is in een wereld vol familiale onderdrukking en incestueuze relaties. Mamacita was tijdens de opnames 95 jaar oud. Ze werd opgevoed in het huis van haar grootvader, een Mexicaanse brigade generaal. Door een imperium van schoonheidssalons op te zetten, kon ze later een muur plamuren over de misstanden van haar jeugd. Haar omgeving en leven zijn opgemaakt met versiersels en maniertjes. Toch is het pas als – op haar verzoek – haar kleinzoon, José Pablo Estrada Torrescano, een film over dat leven komt maken dat ze zich voor het eerst begrepen en omarmt voelt. Hij staat open voor haar verhalen, heeft begrip voor haar eigenaardigheden, en benoemt wat benoemt moet worden. Intussen is haar verhaal, ook een deel van zijn verhaal.
Het is een andere omgeving dan waar
Strijd en metamorfose van een vrouw speelt. Hier gaat het over een kleinzoon en oma, het speelt in een andere klasse, op een ander continent, en het is meer persoonlijk dan sociologisch, maar beide gaan over wurgende relaties en het moeizame om daar aan te ontsnappen. Voor een gedaanteverwisseling, zoals bij de moeder van Louis, lijkt het in Mexico te laat. Maar ook daar ziet een vrouw door het graven uiteindelijk wat haar beknelde.

donderdag 28 september 2023

De gelaagde oorlog in Oekraïne en de botsing van grootmachten



De gelaagde oorlog in Oekraïne en de botsing van grootmachten door Guido van Leemput beschrijft de oorlog in Oekraïne als een waarin zeven verschillende oorlogen samenkomen, van een burgeroorlog in Oekraine, de imperialistische inval van Rusland, tot de oorlog in Syrië. Deze laatste noemt de schrijver een zijtoneel van de oorlog in Oekraine zelf. Dit ontvlechten van verschillende strijdtonelen is noodzakelijk om de oorlog te begrijpen en te zoeken naar een einde ervan, dus naar een eveneens gelaagde oplossing. De publicatie bestrijkt de periode tot en met maart 2023.

Dit boek – in reader vorm – is niet uitgegeven om uitsluitend kennis over het conflict te geven. Het is geschreven om te zoeken naar hoe om te gaan met de “clash of imperialisms in tijden van klimaatverandering” en op te komen voor vrede, ontwikkeling en internationale solidariteit. Want de schrijver ziet een nog veel groter zijtoneel bij deze oorlog, daar waar miljarden mensen leven die worden getroffen door de oorlog in Oost-Europa. De eerste slachtoffers zijn vanzelfsprekend de mensen in Oekraïne, maar daarbij blijft het niet, want het is een internationaal conflict met internationale gevolgen zoals honger, hoge energieprijzen en schaarste. Internationaal is de oorlog ook door de betrokkenheid van andere landen, bijvoorbeeld door militaire hulp, zoals wapenleveranties.*

Vredespolitiek
We zien dat het conflict in de breedte (een steeds groter deel van de wereld raakt betrokken) en diepte (steeds ernstiger vormen van geweld) escaleert. De gevolgen worden kortom steeds omvangrijker en het is zaak de oorlog te stoppen om erger te voorkomen.

Zo'n onafhankelijke vredespolitiek is noodzakelijk. Er is het gevaar van een nucleaire escalatie en door de klimaatcrisis kan de planeet zich geen oorlog veroorloven, zo haalt de schrijver het uit Vlaanderen afkomstige boek Oorlogskoorts aan, maar er is een veelheid aan bronnen die hier op wijst. CNN stelt ronduit dat de oorlog de klimaataanpak schaadt. Om hier weerwerk te leveren is een wereldwijde vredesbeweging nodig die over grootmacht-tegenstellingen heen zou stappen, aldus Van Leemput. Hij gebruikt in dit deel van zijn betoog de woorden van Edward Thompsom die meer dan 40 jaar jaar geleden eenzelfde stellingname betrok met betrekking tot de atoombewapening, waardoor de gevolgen van de machtspolitieke koers boven de imperialistische tegenstellingen uitgegroeide. Er is een wereldwijd algemeen belang die koers te stoppen, zo stelde Thompson in 1980 in Notes on extremism. Ook door de klimaatcrisis botsen de belangen van Staten steeds meer met de belangen en veiligheid van burgers wereldwijd. Bovendien komen beide ontwikkelingen nu samen.

Bevrijdingsoorlog
Daarna krijg de linkse Oekraïense socioloog Volodymyr Isjtsjenko het woord. Deze pleit voor een Oekraïens verzet dat niet slechts nationalistische en identiteitsuitgangspunten hanteert, maar een linkse of socialistische sociaaleconomische politiek voorstaat. Anti-Ruslandpropaganda en anticommunistische identiteitspolitiek maakt het alleen maar moeilijker om een universeel perspectief voor Oekraïne te schetsen. Het zou zijn bevrijdingsoorlog moeten koppelen aan een antikapitalisme. Want in het Zuiden zijn na de oorlog in vooral Irak nogal wat landen die niet staan te springen om samen met de Westerse wereld op te trekken. Met een dergelijke aanpak zou Oekraïne het zich van oorlog kerende of afwachtende Zuiden juist kunnen inspireren. (Het arme Oekraïne zelf wordt wel geschetst als het meest noordelijke land van het mondiale zuiden.)
   Het boek biedt met het opvoeren van deze linkse denkers visies die je elders niet snel treft. Het begrip gelaagde oorlog kwam overigens van Susan Watkins die dit een jaar geleden formuleerde en vijf verschillende oorlogen zag.

Vragen en onderhandelingen
De auteur beschrijft ook de aanloop naar de oorlog. Wat gebeurde met het Minsk II akkoord? Wat beweerde Poetin in juli 2022? Wat was de positie van Russische en Oekraïense oligarchen? Hoe bereid was de NAVO Oekraïne binnen te halen en waarom? Wat zijn de oorlogsdoelen van Rusland en de NAVO? Waarom wordt het westerse imperialisme waar Kiev van afhankelijk is door linkse organsiaties als Sotsialny Roech niet geproblematiseerd? En meer vragen en ook de uitwerkingen daarvan. Dat het einde van de aanval op Kiev kwam door Oekraïens verzet op de route en tegen het innemen van de luchthaven wist ik nog. Dat er sprake was van onderhandelingen met Turkije waarin terugtrekken van de Russische troepen bij Kiev deel was, was ik vergeten. De schrijver staat ook uitgebreid stil bij de onderhandelingen tussen Poetin en Zelensky in februari 2022. De ex-premier van Israël, Naftali Bennett beoordeelt het als een fout dat het Westen deze onderhandelingen afraadde. Rusland zou zich terugtrekken en Oekraïne zou een neutrale positie innemen (p. 52). Het kwam er niet van.

Een overzichtelijk boek als dit brengt veel van de verwikkelingen terug.

Sancties
De schrijver staat ook stil bij sancties: “Een serieuze linkse buitenlandse politiek die de problemen van oorlog en ongelijkheid in de eenentwintigste eeuw verwerpt, moet dit gedateerde instrument verwerpen en eraan voorbijgaan. Mulder wijst erop dat Rusland al sinds 2014 onder sancties leeft, zonder politiek resultaat,” zo citeert hij Nicolas Mulder, de auteur van The Economic Weapon: The Rise of Sanctions as a Tool of ModernWar. Ze werken niet en ze treffen de verkeerde personen. De sancties jagen de bevolking in het gesanctioneerde land vervolgens wel in armen van het regime dat erdoor verzwakt moet worden. Geen succesnummer dus. Het begrip sanctie is wel een containerbegrip, lijkt mij. Je kan van alles sanctioneren. Je hebt echter items die de bevolking treffen als ze gestopt worden, maar bijvoorbeeld ook sancties op strategische goederen voor militair gebruik die ik niet onder de afwijzing van Mulder zou willen laten vallen.

Het Westen is het grotendeels eens, maar in het mondiale zuiden wordt het Westen juist gewantrouwd, ook niet optimaal in een sanctiebeleid; de sluiproutes liggen voor het grijpen.
Een sanctiebeleid komt er bij voorbaat met steun van de bevolking van het getroffen land, maar komt altijd als maatwerk (sommige strategische goederen kunnen een belangrijke civiele functie hebben. Velen zullen zich de stop op coiffeuses** naar Irak nog herinneren, met vreselijke effect). De verhoging van de olieprijzen zijn ook een gevolg van het sanctiebeleid en wie er geen last van heeft is juist de Russische kliek. De prijzen zijn omhoog gegaan en er zijn nieuwe afnemers voor de olie gekomen. Wederom het is geen succesvol beleid of sterker nog, zelfs onproductief. Berichten dat het militaire sanctiebeleid niet werkt duiken even vaak op als voorbeelden van dat het wel zou werken.

Kernwapens
Het verbaast allerminst dat de schrijver met bijna een halve eeuw staat van dienst in vredesbeweging en linkse politiek ook de kernwapens en bewapeningsakkoorden opvoert. De gouden eeuw van wapencontrole wordt steeds verder verlaten, signaleert hij onderbouwd met een lijst met welk verdrag wanneer. Dit terwijl we tot vandaag de positieve resultaten ervan nog kunnen zien, maar die verdampen wel. De
doomsday clock van de Atomic Scientists staat nu op 90 seconden voor twaalf. Dichter bij een nucleaire catastrofe zijn we nog niet geweest, aldus deze vermaarde atoomdeskundigen. De schrijver pleit dan ook voor het verwijderen van alle kernwapens in Europa. Dat zou tevens een opmaat voor onderhandelen over een oplossing voor Oekraïne kunnen zijn.

Helder overzicht
De gelaagde maatregelen tegen de oorlog aan het slot van het boek hebben als eerste stap een staakt-het-vuren. De schrijver herhaalt nog maar eens: dat is geen capitulatie, maar een begin om te kunnen onderhandelen. Maar hij komt ook met een achttal voorstellen om de veiligheid in de wereld te vergroten van politiek om atoomcatastrofes te voorkomen, via voedsel en energiebeleid, erkenning van de G20, naar het versterken van de ontwapeningsgedachte. Het draait hier duidelijk om een mondiaal vredesperspectief.


Het boek is informatief, zakelijk en beknopt. Het is overzichtelijke qua indeling en vormgeving met kaarten en met een duidelijke tijdlijn. Het is jammer dat er niet net wat meer tijd was voor redactie, waardoor typefouten zouden zijn verwijderd. De gelaagde oorlog lijkt geschreven alsof de schrijver voor hemzelf zaken op een rij zet met een ook voor derden mooi resultaat. Of je het eens bent met Van Leemput of niet, alle lezers kunnen hun voordeel doen met het heldere overzicht dat hij biedt. In deze korte bespreking is er slechts hier en daar wat uit de publicatie aangestipt. De hele uitgave is in pdf vorm op het internet te vinden of te koop voor € 20,- (inclusief verzending € 25,-) bij de uitgeverij SOC21.

Noten:

* Deze leveranties zouden botsen met het wapenexportbeleid. Dat is echter niet
coûte que coûte tegen het leveren van wapens aan conflictgebieden, zoals de schrijver beweert. Het is bijvoorbeeld binnen de EU minder uitgesproken: “De lidstaten weigeren een uitvoervergunning voor militaire goederen of technologie waardoor gewapende conflicten worden uitgelokt of verlengd dan wel bestaande spanningen of conflicten in het land van eindbestemming worden verergerd.” Kortom een politieke afweging is nodig, en uitvluchten zijn mogelijk. Die multi-interpretabiliteit is ook juist waarom het zo is gesteld.

** Bedoeld voor steun aan zwak en kwetsbaar net begonnen menselijk leven, maar ook bruikbaar als broedkast voor biologische wapens. Veel technologie heeft zo'n civiele en militaire functie, dat heet dual-use of goederen voor tweeërlei gebruik.