|
Bewolking aan de lucht.
Lekkere temperatuur. Weinig wind. Ideaal fietsweer. Haast ga ik
niet maken. Het werd een bekend rondje met wat extra's. Dat begon
al met de zwaaiende vrouw in Amsterdam-Noord.  Maar eerst wat vooraf
ging. Deze week werd binnen de familie een festivalkaartje
aangeboden. Het ging om Huntenpop
op 22 augustus in Ulft. Op die dag heb ik al wat anders. Mij viel
op dat de Bintangs er spelen. Die had ik al eens gezien toen ik
nog op school zat en bij mijn ouders woonde. Op de fiets ging ik
met een vriend op
26 mei 1979 naar Nieuw Vossemeer om daar in een tent een heel
aantal Nederlandse bands te zien. De op een koebel slaande Adje
van de Berg (destijds gitarist van Teaser) en Livin' Blues zijn me
het meest bijgebleven. Samen met Barrelhouse werd die tweede mijn
favoriete Nederbluesband. De Bintangs spelen
nog steeds rechttoe-rechtan bluesrock. (Barelhouse speelde tot in 2025.)
Op het verste
punt van de fietstocht was het een gekrijs van jewelste. 'Kariek'
zo omschrijft de vogelsbescherming
de klank van de roep van de stern. Anderen hebben het over scherp,
luid en krijsend. Het is een combinatie van beide. Een fijne
krassende krijs. Er zijn mensen die de
geluiden van de verschillende sterns uit elkaar halen. Ik maak bij het geluid een praatje aan de kant van de plas waar ze momenteel wonen.
Kort
na vertrek zie ik een man in een sloot met een lange stok
plantjes vissen. “Mijnheer mag ik U
vragen wat U doet?” Hij was
snavelrupia ((Ruppia maritima)
aan het opvissen. Jelle van Dijk was leraar wiskunde, maar
natuurvorserij was meer dan een hobby. Hij schreef verschillende
boeken over dieren en planten in Zuid-Holland. Hij noemde me er
een: van
Aardaker tot Zwanenbloem; Flora
van de Duin- en Bollenstreek. Als ik vertel nog even langs een
sloot met blaasjeskruid te fietsen, reageert hij meteen: “Loos
blaasjeskruid?” Ik zeg dat ik dat nog niet weet en vanmorgen
eigenlijk het verschil met Groot blaasjeskruid had moeten
opzoeken. Geen probleem: “Loos blaasjeskruid heeft een platte
onderlip.” Hij kwam het zelf tegen nadat hij het boek over
de planten rond zijn woonplaats af had, te laat om het op te nemen.
Kort daarna gaat de tocht door de Elzenlaan in Bergen
aan Zee. Een paar maanden geleden reed ik daar mijn band nog
stootlek op een afremstoepje in de straat dat ik niet zag. Ze
waren nu op een na allemaal weg. Misschien was ik niet de enige
die er op stuitte. Mogelijk zag men het voordeel van een
fietsstrook. Of nog iets anders. Geen idee. Hoe dan ook: voor mij betekende die rand een les dat ik trager moest gaan en beter opletten. Zuidelijk van Bergen
aan Zee gaat het weer de duinen in. Die waren tot vorig jaar
kleddernat en een stuk van het fietspad stond onder water. Nu is
het weer 't andere uiterste, zelfs het grote ven bij Het Woud
staat bijna droog.  Via de mooiste strandopgang van
Nederland en het loos
blaasjeskruid gaat het terug naar huis. Op het strand zie ik
grote waterafvoerwerken. (Vanwege decentie plaats ik de foto van hoog en ver met de daarop de werkers niet. Wel die van dichtbij met het werk zelf; als je goed kijkt zie je het water stromen.) Er waren enorm
veel blauwtjes in de duinen, maar in een foto hadden ze weinig zin.
Het voorgenomen broodje kroket onderweg vergeet ik te halen. Zo kom ik niet eens hongeerig en met een bak vol belevenissen en beelden weer
thuis. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten