|
Van twee mensen
kreeg ik geld voor mijn verjaardag. Ik kocht er een boekje van
(dat komt later nog wel terug als bespreking) en twee CD's. Een
met cello muziek van Afred Schnittke e.a. De andere met
het Cello Concerto van Witold Lutosławski.
Er zijn nog meer cello wensen (Ernst Reseijsiger bijvoorbeeld (in de hele breedte van jazz, tot avantgarde en 'ethno' muziek) en tevens de muziek voor dit instrument gecomponeerd door
Penderecki. Het laatste Elisabeth concours heeft me aangestoken.
Die tweede CD heet The essentitial Lutosławski.
Een van de opgenomen stukken is Les
espaces du sommeil met als tekst
die van het gelijknamige gedicht van Robert Desnos waarin
belevenissen tijdens de slaap verband houden met het leven in ontwaakte staat en ook nog bedden in de gang van de wereld, zoals het
water dat eindigt op het strand. Het wordt gezongen door Dietrich
Fischer Dieskau in Berlijn (november 1985). De bariton had
Lutosławski om een compositie gevraagd. Er is veel aan mijn muzikale
smaak toegevoegd de afgelopen twintig jaar, maar in dit stukje
staan wat constanten: van Dieskau kocht ik muziek (Kinder toten
lieder) toen ik net in Amsterdam woonde, evenals van Penderecki
(Threnody
for the Victims of Hiroshima).
Voor ik vertrek duikt
ook een blog op als een van de best bezochte in de afgelopen zeven
dagen met de titel ƒ
1000. Het draait hier niet om geld. Het gaat om om het
strandduizendguldenkruid. De naam is bovendien een misverstand
ontstaan bij de vertaling van centaur werd cent (100) en van aurum
(goud) gemaakt en kennelijk werd er ook een inflatiecorrectie op los gelaten. Dit terwijl de naam centaur
verwijst naar Chiron, de centaur uit de
Griekse mythologie die de geneeskrachtige eigenschappen ontdekte
van een plant die uiteindelijk
"centaury" werd genoemd (die naam
wordt nog wel gebruikt voor een familie planten, waaronder de
korenbloem valt). Vorige week zag ik fraaie exemplaren van
het ƒ 1000 kruid staan. De foto werd niet scherp, maar dat zag ik pas thuis op het
grote computerscherm. Toen ik er vanmiddag langs kwam heb ik
weer gekiekt. Beter. Ondertussen werk ik met een jaarlijks verschijnend document dat onder verwijzing naar
'commerciële vertrouwelijkheid' van een lading informatie is
ontdaan die er voor die geheimzinnigheid wel instond. Van wapens
mogen we niet weten hoe duur ze zijn, dat heet vertrouwelijk. Niet
om militaire, maar om economische redenen wordt controle door
Kamerleden beperkt tot het inzien achter de schermen. Ze mogen er
dan niet over praten in 't debat en hun assistenten staan helemaal
buitenspel. Er lijkt meer aan de hand. Mogen we niet weten
hoe duur de wapens die onze overheid aanschaft eigenlijk wel zijn?
Misschien gaan mensen dan toch twijfelen aan het verstand
van de volksvertegenwoordigers van rechts, die overigens weinig
tegenstand krijgen vanuit de partij die onder het motto PRO de
afbraak niet wezenlijk bestrijd, maar slappe kanttekeningen
plaatst en zachtjes mee jankt in het bos. En ach de partij ontstaan om de democratische waarden op te schudden heeft de meeste veren er inmiddels
juist uitgeschud; D66 leest wel, maar komt al helemaal niet met
kritiek. Straks hebben we wel voor miljarden – al dan niet –
deugdelijke wapens en houden een bedrijf overeind dat corrupt is en weinig efficiënt. Fijn? Onmiskenbaar – ook los van het gele vaantje – wandelt de Strandzesdaagset voorbij. De zee die zingt door. Ze weet
het: mijn tijd zal het wel duren. Ze zal nog drie tot vier miljard
jaar ruisen. Dan houdt het op. Het water en leven zal verdwijen. De mens zal dat uiteindelijke sterven vermoedelijk niet
meemaken. Het kruid in de duinen ook niet. Een schrale troost. Laat ik Penderecki nog eens opzetten.
|

|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten