|
Eind mei fietste ik voor het laatst mijn
zogenaamde wekelijkse tocht naar het strand. Iedere week was er
iets waardoor het niet door ging. Het ritme is er uit en daardoor
was vertrek ook vandaag wat moeilijker.
De dag begon met
een tijdschrift dat op tafel lag. Het Wageningse Uitwaaien.
Het wordt twee maal per jaar uitgegeven. No. 7 moet eind 2026 komen zo valt af te leiden uit de
aanwijzing voor het inleveren van kopij voor het volgende nummer
in augustus. Het zal als thema
'Geld' hebben. In het laatste nummer een
gedicht 'Genesis' (in het Nederlands, Engels en DNA-code). Het
beschrijft de wereld waarin nog geen namen voor rivieren en
eencelligen bestonden. Bij bewerkte en abstracte fotografie wordt
de vraag gesteld hoe de landschappen uit het heden blijven als
herinneringen voor komende generaties; als sporen naar wat
vroeger was. De 66 pagina's over het verband tussen
kunst en wetenschap staan vol kunstzinnige ideeën.
Al eerder lag er een ander bijzonder
tijdschrift in de woonkamer. Verschijnend onder dezelfde
frequentie. Het is genoemd naar een bestaande vogel: De
scharrelaar.
Die vogel is in Nederland hooguit een zeldzame dwaalgast, maar op
een groot deel van ons continent te vinden. Op de
voorkant van nr. 2 van 2019 het winterkoninkje. Het begint met een
tekst van Hans Warren over fabeldieren zoals de ooievaar waarin
eerder nog geloofd werd. Het bevat ook een artikel door Marja
Vuistje over 'De koolmezen van Rosa Luxemburg'. Ze fladderen op
uit haar brieven. Mij was ook die aandacht van de erudiete
revolutionaire voor de natuurlijke wereld van buiten haar cel bijgebleven,
zichtbaar door het kleine raam. Vuistje kreeg ruimte
erover te schrijven. Het blad wordt
nog steeds uitgegeven. Mooi.
Mooi zijn ook de gele
bloemen in de sloot, het vleesetende (loos
of groot)
blaasjeskruid.
Aan de overkant zie ik de zwanenbloem, de mooiste wilde waterplant van Nederland, denk ik even. Maar dan roepen de waterlelie,
watergentiaan, lis, lisdodde en zelfs van de oeverkant het bitterzoet
hard in het binnenste van mijn brein dat zij niet vergeten mogen
worden. Onderweg stop ik voor het kieken van de bessen van de
Italiaanse aronskelk en van die van de heggenrank. Van die tweede had ik
ze nog niet eerder gezien (wel
zijn bij).
De lucht is nat. Regen kan je het niet
noemen. Toch is het genoeg voor een verlaten strand in juli.
Verlaten op een persoon met hond in de verte na. Dat is het
voordeel van een spat. De donkere wolken maken duinen, strand en
zee nog mooier ook. Moeilijk piegend loop ik over het
strand. Graag zou ik iets beter willen zien. Fotograferen is ook
steeds vaker gokken op een mooi beeld. De frustratie is snel
verdwenen als ik in de golven loop, een stukje zwem, en kopje
onder ga. Van balen naar genot in een paar minuten.
Maar
het was niet in mei de laatste keer. Tussendoor, op 11 juli, fietste ik ook al
naar het strand met het hele gezin. Wel een paar strandpalen verderop en ik kon niet
zwemmen door een kleinigheid, maar voor mijn verjaardag aten we
zelfs wat bij de bekende strandtent Parnassia bij Bloemendaal aan
Zee. Hoe dat te vergeten.
|
|
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten