woensdag 22 juli 2026

Bladen en bloemen

 





Eind mei fietste ik voor het laatst mijn zogenaamde wekelijkse tocht naar het strand. Iedere week was er iets waardoor het niet door ging. Het ritme is er uit en daardoor was vertrek ook vandaag wat moeilijker.

De dag begon met een tijdschrift dat op tafel lag. Het Wageningse Uitwaaien. Het wordt twee maal per jaar uitgegeven. No. 7 moet eind 2026 komen zo valt af te leiden uit de aanwijzing voor het inleveren van kopij voor het volgende nummer in augustus.  Het zal als thema 'Geld' hebben
     In het laatste nummer een gedicht 'Genesis' (in het Nederlands, Engels en DNA-code). Het beschrijft de wereld waarin nog geen namen voor rivieren en eencelligen bestonden. Bij bewerkte en abstracte fotografie wordt de vraag gesteld hoe de landschappen uit het heden blijven als herinneringen voor komende generaties; als sporen naar wat vroeger was.
     De 66 pagina's over het verband tussen kunst en wetenschap staan vol kunstzinnige ideeën. 

Al eerder lag er een ander bijzonder tijdschrift in de woonkamer. Verschijnend onder dezelfde frequentie. Het is genoemd naar een bestaande vogel: De scharrelaar. Die vogel is in Nederland hooguit een zeldzame dwaalgast, maar op een groot deel van ons continent te vinden.
     Op de voorkant van nr. 2 van 2019 het winterkoninkje. Het begint met een tekst van Hans Warren over fabeldieren zoals de ooievaar waarin eerder nog geloofd werd. Het bevat ook een artikel door Marja Vuistje over 'De koolmezen van Rosa Luxemburg'. Ze fladderen op uit haar brieven. Mij was ook die aandacht van de erudiete revolutionaire voor de natuurlijke wereld van buiten haar cel bijgebleven, zichtbaar door het kleine raam. Vuistje kreeg ruimte erover te schrijven.
     Het blad wordt nog steeds uitgegeven. Mooi.

Mooi zijn ook de gele bloemen in de sloot, het vleesetende (loos of groot) blaasjeskruid. Aan de overkant zie ik de zwanenbloem, de mooiste wilde waterplant van Nederland, denk ik even. Maar dan roepen de waterlelie, watergentiaan, lis, lisdodde en zelfs van de oeverkant het bitterzoet hard in het binnenste van mijn brein dat zij niet vergeten mogen worden. Onderweg stop ik voor het kieken van de bessen van de Italiaanse aronskelk en van die van de heggenrank. Van die tweede had ik ze nog niet eerder gezien (wel zijn bij).

De lucht is nat. Regen kan je het niet noemen. Toch is het genoeg voor een verlaten strand in juli. Verlaten op een persoon met hond in de verte na. Dat is het voordeel van een spat. De donkere wolken maken duinen, strand en zee nog mooier ook.
     Moeilijk piegend loop ik over het strand. Graag zou ik iets beter willen zien. Fotograferen is ook steeds vaker gokken op een mooi beeld. De frustratie is snel verdwenen als ik in de golven loop, een stukje zwem, en kopje onder ga. Van balen naar genot in een paar minuten.

Maar het was niet in mei de laatste keer. Tussendoor, op 11 juli, fietste ik ook al naar het strand met het hele gezin. Wel een paar strandpalen verderop en ik kon niet zwemmen door een kleinigheid, maar voor mijn verjaardag aten we zelfs wat bij de bekende strandtent Parnassia bij Bloemendaal aan Zee. Hoe dat te vergeten.



Geen opmerkingen: