Wilgeneiland
is een boek van N. Lupijn. Nee, niet echt. Lupijn is een fictieve schrijver uit het gelijknamige boek dat is geschreven door Gerwin
van der Werf. Naast de fijne manier van schrijven vallen ook andere bouwstenen voor de roman op.
Het verhaal begint met een kort portret uit 1978 over een
kunstenaar annex klusjesman Aalt Zoetebier. Aalt woont samen met zijn hond op een
gammele ark. Die schuit ligt naast het Wilgeneiland midden in de Zwart
Poel. De woonboot is alleen over water bereikbaar.
Dit eerste deel wordt gevolgd
door het langste tekst van het boek over de dertienjarige Natan. Hij is met
zijn ouders aan de oever van datzelfde water komen wonen. Zijn
vader werkt bij het Waterschap en wil midden tussen de doelgroep leven die te maken zal krijgen met de plannen om het waterpeil te
verhogen om zo meer natuur en weidevogels in het veen te krijgen. Die omgeving zit echter niet op de nieuwlichtersideeën te wachten en laat dat merken. Zelfs
het contact tussen Natan en de twee jaar oudere 'Marie' loopt stuk op de dorpse mores. Het dorp heeft het al moeilijk genoeg met import, maar dat des
te meer als die ook nog de grutto boven de boeren stelt.
De buurman speelt Jezus
aan het kruis in Europese uitvoeringen van J.C. Superstar en verdient daar zelfs in het in zichzelf gekeerde Oud Zweiland krediet mee en hij zelf ontleent er zelfrespect aan: 'zonder kruis is hij niets'. Die buurman komt voor de nieuwelingen op en heeft interesse
in de nieuwe buurvrouw en zij in hem.
Maar buurman Tom is minstens zo geboeid door de buurjongen die met
overtuiging tegen hem zegt dat hij dichter wil worden; welke jongen van zijn
leeftijd streeft daar immers naar. Die wens van Natan geeft auteur Van der Werf gelegenheid om met het maken van gedichten te spelen. Het gebruik
van woorden, het omdraaien van de zinsvolgorde, het weglaten en
toevoegen. Je voelt door kleine wijzigingen de kracht toe- of afnemen en de
betekenis veranderen. Het boetseren met taal loopt zo nadrukkelijk door het hele boek.
In een gedicht van vijf strofen (waarmee het tweede deel eindigt) zoekt Natan of er plaats is voor hem in
de wereld en hoe en waar. Hij zou er een forse prijs mee winnen. Het proeven van de adolescenten poëzie is een onderzoek naar
woorden en schrijven. Dit wordt later aangevuld met het gebruik van het verhaal als
doder van de tijd. Ook is er een paar maal de constatering dat woorden kunnen vastleggen wat beter onbenoemd
kan blijven, omdat het dan minder ernstig blijft en de woorden niet
'opeens voor je neus staan' en een blijvende stempel drukken op een karakter eigenschap die ook voorbij zou kunnen gaan. Kortom taal als al dan niet gewenst gereedschap om te ordenen.
De tijd krijgt in Wilgeneiland juist betekenis door niet meer te lopen.
Is buurman Tom de Jezus
of is dat eigenlijk de vader van Natan? Die tweede plaatst na een volgend incident gericht tegen de aanwezigheid van hem en zijn gezin een ideeënbus op de stijger voor zijn woonboot en keert daarmee zijn linker wang naar het dorp toe. Of zijn de heiligenbeelden in
een schuur de religieuze hoop in bange dagen? Het lijkt in deze korte bespreking wat overvloedig om dit alles aan de orde te laten komen, maar in de roman is van overdadigheid geen sprake. Als luie lezer zou je hooguit soms meer duidelijkheid willen hebben.
Er is meer. De nadelige kanten van
adoptie speelt minstens een evengrote rol in Oud Zweiland en de kwalijke kanten schieten hier zelfs in het extreme. Er is het who
done it
element rond een mogelijke moord, de geur van bedompte lucht in een
dorp, poel en stal, er zijn onverwachte ontwikkelingen van personages, er wordt teruggekeken op gemiste kansen in het leven en er is het zoeken naar de ruimte erin en de zin ervan. Spelend in
het lege veengebied zit het boek vol lijntjes, zodat het juist leest met
vaart en blijft boeien. Het wordt zelfs duidelijk waarom de kerkklok voor altijd op kwart
over vijf is blijven staan.
Het derde deel speelt zestien jaar later. Tom is geen Jezus meer, maar taxichauffeur geworden. Hij
woont in de stad dicht bij het dorp. Het zestal hoofdstukken er in werkt toe naar het afhechten van losse eindjes, iets wat ook in de twee slotteksten (getiteld Marie en Natan) gebeurt. Een enkel draadje blijft bungelen. Zoals dat ook buiten
een roman in het wild veelal gaat.
Op de kaft staan woorden uit
Trouw van Yolanda Entius: “wat
een LEKKERE en ZUIVERE pen.”
Die kapitalen heeft de uitgever toegevoegd aan de tekst uit haar recensie om de inderdaad treffende
termen te benadrukken. Dat de frase is geschreven met
betrekking tot een ander boek van Van der Werf blijft onbenoemd, dat is goedkoop, maar niet zo erg; ze past ook Wilgeneiland als een wetsuit.
vrijdag 6 november 2026
Wilgeneiland
Labels:
boekbespreking,
Gerwin van der Werf,
Wilgenland
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten