woensdag 21 oktober 2026

Het Zwanenmeer (maar dan anders)


Het Zwanenmeer (maar dan anders) is het kinderboekengeschenk voor 2003 en geschreven door Francien Oomen. Mijn oudste zoon was destijds vijf en mijn jongste drie. We lazen veel, maar niet alles. Dit boekje was voor kinderen van een paar jaar ouder. Het exemplaar dat ik onlangs uit een weggeefkast haalde, is gekocht bij de NRD. NED. Boekhandel in Leeuwarden.

Het thema was 23 jaar geleden Diep in het bos. Op de zolderkamer van Pip is door hem een zeven meter lang bos geschilderd op de muur waartegen zijn bed staat. Er leven monsters tussen de bomen en een wit kruis is goed zichtbaar aan de ene kant. Kindere dansen op de andere. Het bed schuift mee met zijn stemmingen langs die beelden. Het staat bij de duistere plekken op rotmomenten, of als het beter gaat bij die met helder licht. De schildering legt zo de thematiek over het hele verhaal. En dat door een beeld gemaakt door een jongen die geen ster is in rekenen en taal, maar dus wel enorm creatief is, zelfs als kunstenaar wordt gezien: typisch Oomen.

Pip heet eigenlijk Jean-Philip. Zijn twee zussen hebben ook van die statige namen, maar Berenieke Aurora is Beer geworden en Samantha-Marie werd Sam. Ze zijn een drieling. Moeder overleed na de geboorte. Hun vader is een bekend en beroemd schrijver die is vastgelopen. Zijn status betekent dat mensen contact zoeken, vrienden willen worden, omdat ze zo dichter bij de ster kunnen komen. Tegelijkertijd hebben mensen vaak een medelijdende blik in de ogen als ze tegen de kinderen praten. Het huis de vier wonen is een bende. Sam probeert nog wat orde in die chaos te scheppen, tot ze het niet meer aan kan. Vader sluit ich op achter zijn PC.

Het zal fout lopen, dat zie je aankomen, maar het zal op de vriendelijke toon van Oomen voor het einde ook weer goed komen, kan je raden, zoals vaker in dit genre kinderboeken. Hoewel er geen gebrek is aan verdriet en tranen, blijft de afloop hoopvol open, de kikkers gaan door met kwaken in een zwembad waar het water dik en groen is, en het Zwanenmeer duikt in beeld, dans, en muziek op.
      Oomen stelt grote aspecten van het leven helder aan de orde, maar wel met een perspectief; lief en aardig maar zonder een niemendal te schrijven.



dinsdag 20 oktober 2026

Voordeel van wegopbrekingen


Twee weken gelden schreef ik een stukje over het afsluiten van het fietspad over de Steekterbrug (bij Alphen aan de Rijn). Voor dezelfde rit deze week zocht ik een omweg om over Oude Rijn, spoor en N11 te komen. Het was zo'n 2½ km langer en grotendeels door de bebouwde kom. Op de terugweg moest ik ook nog wachten omdat een binnenvaartschip en plezierboot voorbij kwamen. Dat maakte de tocht op heen en terugweg samen ¾ uur langer.

Bovendien reed ik een andere weg en daardoor zag ik ook andere (goede, zelfs betere) fietsroutes, in Alphen een prachtige molen (korenmolen De eendracht kwam er zowel aan de straatkant als aan de overkant langs) en in Boskoop een klein kerkje waar Remonstranten diensten hebben en culturele activiteiten worden geörganiseerd. 

Had Cruyff toch weer gelijk (pa Johan bedoel ik).

vrijdag 16 oktober 2026

Herfsttocht



Ik wist waarheen ik wilde. Dat was die plek in de Schoorlse duinen waar de herfst zich steeds weer zo mooi laat zien en even langs het strand bij Hargen aan Zee. Na het tweede reed ik nog een stuk Hondsbosche fietspad. De eerste afslag naar beneden en door de Harger- en Pettemerpolder en langs 't Dopersduin naar Schoorl. Vandaar naar mijn herfsttafreel. In de Berenkuil nog een hap en zo ging het weer terug naar huis. Welke paddenstoel ik zag bij de Woudweg? Mogelijk een schubbige fopzwam.

Kort na vertrek zie ik een beladen fiets voor me uit rijden. Hij slaat af van het fietspad over het gras naar een plek tussen de bomen. De lading is een pallet zie ik dichterbij gekomen. Voor bouw werkzaamheden of een vuurtje tegen de avondkou? Als ik weer doorrijd zie ik dat alle vuilnisbakken zijn opengebroken. Er zou een blikje in kunnen zitten met daarop 15 cent statiegeld. Even twijfel ik of ik beide beelden in één alinea zou stoppen. Dat suggereert een verband dat er mogelijk niet is tussen de wielrijder en de zoektocht. 
     Buiten slapen, en blikjes jutten zijn beide wel een kant aan armoede. Ze zijn beide ook een gevolg van falend beleid. Je ziet de aantallen dakloze mensen in Nederland zelfs over een korte periode toenemen (zie tabel hieronder). Het blikjesbeleid verdient een update en een vuilnisbak een aparte statiegeldafdeling. Dat is beter voor hergebruik en voor de inzamelaar.
     Waarom blijven toch zoveel mensen op rechts stemmen, verzuchtte ik, terwijl maar deel er beter van wordt. 


Een half uur later reed ik Duin en Kruidberg binnen. Drie vrouwen stonden in de bossages en waren druk met fototoestellen. “Zien jullie iets moois,” riep ik hen toe. Een kwam enthousiast aansnellen met een stuk dikke tak met daarop judasoor. En er staan daar nog hele grote, zei een ander met een vinger in de juiste richting. “Parasolzwam,” reageerde ik als vanzelf. De meest paddenstoelachtige der paddenstoelen. Ik werd blij van hun opgewekt genieten. 

De visjes stonden weer in een inlaat van het duinwater. Vaak stop ik er om te kijken of ik ze zie.  
     Als ik op de heenweg naar boven klim op 
de Woudweg dan word ik ingehaald door een man op een wielrenfiets. 
“Zwaar hè,” merkte hij in het voorbijgaan op. “Valt mee, het is niet zo lang,” reageerde ik. Boven wachtte hij en we fietsten een kilometer of tien samen op. Twaalf jaar ouder dan ik, maar het ging nog goed vooruit.
     “U moet wel naar het moois kijken,” vermaande hij me op die tocht. Ik hield zijn aan mij aangepaste tempo net bij en dat kostte me vrijwel al mijn aandacht. We spraken over fietstochten, herinneringen en het mooie ervan. We namen drie keer afscheid. De laatste keer zei hij: “Ik moet U nog de mierenhoop iets verderop laten zien.” Hij vertelde over warmteregulatie in de hoop en ik had het over collectieve intelligentie van de insecten waardoor er problemen zijn die ze beter kunnen oplossen dan mensen en bedankte hem voor het wonder dat hij me liet zien. Het was een onderdeel in een plezierige en aangename fietstocht.
     Een tocht en gevoel om te onthouden en dus om op te schrijven. 



Dakloze mensen 18 tot 65 jaar, persoonskenmerken


2022*

2023*

2024*

Dakloze mensen

Dakloze mensen relatief

Dakloze mensen

Dakloze mensen relatief

Dakloze mensen

Dakloze mensen relatief

x 1 000

%

x 1 000

%

x 1 000

%

Totaal personen

26,6

100

30,6

100

33,0

100

Geslacht: mannen

21,7

82

24,5

80

27,3

83

Geslacht: vrouwen

4,9

18

6,1

20

5,6

17

Leeftijd: 18 tot 27 jaar

5,0

19

6,2

20

6,2

19

Leeftijd: 27 tot 50 jaar

16,1

61

18,6

61

20,0

61

Leeftijd: 50 tot 65 jaar

5,4

20

5,8

19

6,7

20

Herkomst: geb. in NL, ouders in NL

9,9

37

10,9

36

10,9

33

Herkomst: geb. in NL, ouder(s) in Europa

0,6

2

1,0

3

1,0

3

Herkomst: geb. NL, ouder(s) buit. Europa

5,6

21

6,2

20

6,0

18

Herkomst: geboren in Europa (excl. NL)

1,3

5

2,3

8

2,9

9

Herkomst: geboren buiten Europa

9,1

34

10,3

34

12,2

37

Bron: CBS


donderdag 15 oktober 2026

Beautiful world, where are you





Beautiful world, where are you van Sally Rooney draait om de vraag die de titel stelt. Het antwoord wordt niet meteen gegeven, maar komt na verwikkelingen en onhandigheden waarin de mens zo kan uitblinken. Het is Rooneys derde roman (van vier tot nu toe). Ze schrijft over mensen en daarmee ook over die ruis.

Kortweg gaat het boek over vier net niet meer jonge mensen en hun relaties. Het verhaal speelt zowel in Dublin als aan de kust van de Verenigde Staten. In dat laatste land woont schrijfster Alice in een groot huis. Ze zoekt er rust nadat ze geestelijk is ingestort. Ze vindt er Felix en schrijft e-mails naar haar Ierse vriendin Eileen. Die laatste heeft de moeizame verhouding 
weer opgepakt met Simon die ze al kende toen ze nog een meisje was.
     De mails vormen hele hoofdstukken en bieden de gelegenheid emotionele, politieke en culturele vragen – zoals wat is de rol van de schrijver – op te werpen en erin naar een antwoord te zoeken. De e-mail die als reactie wordt verzonden kan eerdere visies van commentaar voorzien, bevestigend zowel als kritisch. In een van die mails schrijft Eileen dat ze niet vreest te sterven als daar iets goeds uit voort komt. Ze krijgt daarop de korte en bondige reactie van Alice:
“Sterf niet voor de revolutie. Leef ervoor.”
     Ook snelle app berichten duiken in Beautiful world.... op. Inmiddels is appen de gewoonste zaak; vrijwel iedereen leeft met dergelijke communicatie kanalen of wordt er door geleefd. 
Dichtbij en veraf
De mooie wereld is dichtbij én veraf. Dichtbij zijn de vriendschappen, de liefde en seks. De vrijpartijen worden veel en ronduit beschreven, van het uit de kleren stappen, de handelingen, tot aan de intimiteit die erbij komt kijken. Het is wel eens wat veel. Maar het heeft een functie; het toont genot in een wereld die buiten somber is.
     Ver verwijderd is de wereld waar zorgzaamheid en verdeling de dienst uitmaken. De gang van zaken op de kloot loopt zo fout dat Eileen zich afvraagt of een mens zich niet beter volledig op het zoeken naar verbetering daarvan kan storten in plaats van op frivoliteiten als de eigen familie, vrienden en geliefden. De menselijke samenleving staat immers op instorten en als we niet willen sterven dan moet daar wat tegen ondernomen worden. Maar is serieuze politieke actie nog wel mogelijk, twijfelt ze in een mail. De avond voordat ik deze passage las hoorde ik Moor Mother (Camae Ayewa) in het Amsterdamse
OCCII nog zegzingen: “Ze denken dat we wanhopig zijn.” Het was een bezwering van de loodzware werkelijkheid die velen, zoals Eileen, overvalt. Waar zit de kier in die wanhoop? Rooney verstopt die vraag uit onze realiteit minder dan het genoemde avant garde hiphop-jazz trio het deed door er glans overheen te wrijven; ze brengt hem kaal en hard naar voren.
     Maar ze lijkt uiteindelijk met het makkelijkste antwoord te komen. Wat heeft de wereld aan getheoretiseer over de staat waarin ze verkeerd?
“Dat helpt niemand.” Je kan beter naar een prettig leven zoeken met huisje, boompje beestje en de wereld de wereld laten. (p. 212)

Communiste

Eileen noemt zichzelf communiste. Deze politieke houding wordt in deze roman sterker uitgewerkt dan in haar eerste Conversations among friends. Daar bleef het hangen in een levenshouding. Hier komt het onder meer naar voren in een gesprek over de werkende klasse tijdens een verjaardagsfeestje in een café. Als een van de feestvierders zegt dat geen van de aanwezigen tot de werkende klasse behoort, omdat een werkende huurder zijn je niet tot arbeider maakt. Reageert Eileen sarcastisch: 

“Tja, werken maakt je niet tot deel van de werkende klasse. De helft van je inkomen besteden aan de huur, geen bezit hebben, uitgebuit worden door je baas, niets van dit alles maakt je een deel van de werkende klasse, niet waar? Dus wanneer wel, als je een bepaalt accent hebt, zoiets?” (p. 103)
De Mail Online liet zien hoe communistisch de schrijfster wel is door een serie citaten uit haar boeken te vissen. Daar tegenover of naast staan echter ook andere visies die de vangsten een andere betekenis geven. Dat ontbreekt voor het gemak in de conservatieve publicatie.
     Maar Rooney* is inderdaad een radicaal die zich hult in een literaire mantel. Woorden die over tafel rolden tijdens hetzelfde verjaarsfeest sieren het Mail Online lijstje (het citaat hierboven ontbreekt). 
Het boek is uitgesproken, maar niet eenduidig en breder dan een lijstje past. Er wordt ingegaan op teloorgang van 'n samenhangende maatschappij als wordt geschreven over het bijna spoorloos verdwijnen van een cultuur langs de Middellandse Zee eeuwen voordat onze jaartelling begon. Literatuur is doorgaans geen grabbelton die je leeg kan halen voor politieke agitatie.
     De schrijfster lijkt zich evenwel niet neer te leggen bij een situatie waarin mensen worden onderdrukt. Je kan wachten tot het antwoord daarop zichzelf aandient. Maar dat zou wel eens onvoldoende kunnen zijn. Wat het antwoord is? Eileen zou het het niet weten, zo staat in een mail.
      Identiteitspolitiek komt ook voorbij, die wordt op waarde geschat, maar ze heeft weinig om het lijf als geen vragen worden gesteld waar de identiteiten vandaan komen en welk doel ze dienen. (p. 75) De roman is daarmee doordachter en inclusiever dan de mening van veel verkrampte socialisten die alles wat afwijkt van hun oude vormen, 
gedachten, analysekader en gerichtheid op een duidelijke klasse als afleiding van 'de strijd' zien.

Om het genieten van leven en het vrezen van de kladderadatsch en de bedreiging van het overleven van de mens als soort draait het boek. Genoten wordt er van seks, in de werkelijkheid maar eveneens in de fantasie, van vriendschappen en van gesprekken. Door die aandacht voor seks is het boek op het erotisch broeierige (
steamy) af, schreef Susannah Goldsbrough in de Daily Telegraph: ““Brilliantly done: gripping, steamy, unbearably sad.” Die omschrijving is een van de blurbs die in het boek zijn opgenomen. Die explicite seks is dan wel zeer aanwezig, maar het boek is veel meer dan dat. Het roept vragen van onze tijd op. 

Fenomenen
Hoe verandert de digitale revolutie onze visie op tijd? De tijd is niet meer een serie contant doorlopende ontwikkelingen, maar wordt steeds vernieuwd, waarbij wat was snel zijn waarde verliest en uit beeld raakt. Berichten van gisteren zijn geen berichten meer en zekeer niet langer relevant. Het is een herkenbaar fenomeen. Hier is het een onderwerp dat wordt besproken in een van de e-mails. Door de veranderde houding tot de tijd, wordt een speelfilm anders bekeken; worden fragmenten geplaatst naast bekende werkelijke gebeurtenissen en niet als delen in een zelfstandig congruent verhaal gezien.

Een heel ander fenomeen wordt aangeroerd in een gesprek tussen Alice en Felix. Alice is boos en verontwaardigd. Het is gekomen na haar ineenstorting. Ze was de controle over zichzelf kwijtgeraakt. Die boosheid schijnt te zijn verdwenen als Alice weer een rol heeft gevonden die bij haar leven en mogelijkheden past. Is het zo simpel en tegelijkertijd zo complex om die boze houding kwijt te raken? 

De schrijver
De rol van de schrijver is niet om uit de samenleving te stappen en om vanaf een verheven cultureel podium de gewone mensen te beschrijven, maar om er midden in te gaan staan. En dat eerlijk te doen. De werkelijkheid wordt echter vaak juist genegeerd, het gaat niet om de belangrijke zaken, maar bijvoorbeeld of de protagonisten al dan niet bij elkaar blijven. Dat het grootste deel van de wereldbevolking in toenemende mate wordt uitgebuit dat is geen thema voor een succesvolle roman, schrijft Alice aan Eileen. Schrijfster Alice krijgt er genoeg van om in die mallemolen mee te draaien.

“En om mezelf nog meer op het vervelende af uit te leggen,” schrijft Alice aan Eileen om een psychologisch relationele ontwikkeling in het leven van de schilder Manet en de relatie met zijn voornaamste model te duiden, dat is de impressioniste Berthe Morison. Zo wordt de lezer op iets gewezen wat mogelijk gemist werd in de tekst. Juist zo'n misschien irritante uitleg zorgt ervoor dat je als lezer aangespoord wordt beter te lezen. Het zorgt voor een wisselwerking, en relatie, tussen schrijver en lezer. Later komt Alice op die band terug: “Persoonlijk moet ik veel inzet geven aan het lezen en begrijpen wat ik lees en het allemaal lang genoeg in mijn geheugen houden om het boek zinvol te kunnen volgen.” Lezen is geen passieve bezigheid, maar actie die voldoening kan geven. De Beautiful world... geeft de lezer leesaanwijzingen. Hij is geen consument maar een deel van de activiteiten met betrekking tot het boek.
Fijne dingen
Vooral rond de zich ontwikkelende relaties vond ik het boek wel eens langdradig. Ik merkte dat de seks scenes van opwindend naar een gewoon gegeven gingen. Felix roept 
meer spanning op juist doordat hij buiten het schema van lezen voor intellectuele ontwikkeling valt en een ruwe levenshouding heeft. Hij oogt misplaatst. Wat wil hij met Alice? Is hij niet gevaarlijk?
     Nog enige tientallen pagina's te gaan en de uitwerking van de thematiek leek me tegen te vallen; ze slaat dood. Er is geen uitweg uit de wanhoop, niet door cultuur, niet door politiek en niet door het geloof. Er is de uitvlucht door seks, vriendschap en plezier. Dat alles wordt door het individu ingezet ten eigen bate. En de wereld? Die gaat tegelijkertijd naar de haaien en de protagonisten doen daar aan mee.
     Uiteindelijk is het geen optie de wereld de wereld te laten:
“We moeten proberen een wereld te creëren waarin de nieuwe bewoners, de kinderen kunnen leven.” Inderdaad cynisme en hedonisme zijn luxe keuzes. In driehonderd zevenendertig pagina's kan Rooney niet om die conclusie heen. Maar er moet ook plaats zijn voor vrienden, plezier en genot. Lezen is een van die fijne dingen in het leven. Dat geldt zeker ook dit boek.

Noot:
* Onlangs schreef ze het nawoord in het boek 
The Gaza Tribunal: Britain's Complicity in Genocide door Jeremy Corbyn, Neve Gordon and Shahd Hammouri. 
      Rooney's boeken werden half oktober 2026 uit de schappen in het Verenigd Koninkrijk gehaald. Rooney steunt immers Palestine Action en dan ... ja dan moet de vrijheid van meningsuiting, zelfs van literatuur, wijken voor de goede band met Bibi en zijn misdadige kornuiten. Elders zijn ze nog steeds wel te koop. 

maandag 12 oktober 2026

Achtergebleven


Enige jaren geleden ging ik zwemmen, ook als het badseizoen al over was. Nu zie je steeds meer mensen die lekker door blijven zwemmen. Ook vandaag weer (met de op de achtergrond het havenlicht van de zuidpier van IJmuiden dat ik deze week ook in een TV-reclame zag). Anderzijds, iedereen speelde al jaren CD's terwijl hier in huis nog cassettes gedraaid werden en LP's op de draaitafel lagen. Uiteindelijk kwam er toch een CD-speler van de kringloop. Ze waren er volop.

De magnetron was al jaren lang ingeburgerd in de keukeninventaris toen hier het eerste exemplaar binnenkwam. Die ging al snel kapot. De man van mijn moeder repareerde hem met een onderdeeltje van iets meer dan een euro. Bijna 20 jaar later doet hij het nog steeds.

Op de fiets word ik voortdurend ingehaald door racefietsen en E-bikes. Fietsen zonder Essent, Vattenfall of Greenchoice gebeurt bijna niet meer. Vrijwel alle fietsen zijn motorfietsen geworden. Hier ook met de tijd mee gaan? Nee liever nog niet.

Maar wie zelfs de dahlia in zwart-wit laat zien, is hopeloos als het om meegaan met de tijd gaat.




vrijdag 9 oktober 2026

Donderdagmiddag. Halfvier.


<


Donderdagmiddag. Halfvier. is een kwart eeuw geleden geschreven door Kristien Hemmerechts
. Het is een boek met een missie die op de achterkant is verwoord:
“Ik heb dit boek geschreven omdat ik stilaan geloof dat de belangrijkste relatie die een mens in zijn of haar leven kan hebben, die met zijn of haar kinderen is, ongeacht het succes of het falen ervan. Meer en meer geloof ik dat ouders onvoorwaardelijk van hun kinderen moeten houden, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn. Dit boek is dan ook opgedragen aan alle kinderen, en dus aan ieder van ons.”
Het is een opdracht die doet denken aan Woutertje Pieterse, ook een boek dat pleit voor werkelijke aandacht voor kinderen. Donderdagmiddag... laat zien dat de inzet groot kan zijn, maar dat door toevalligheden en invloed van buiten af een goede afloop niet gegarandeerd is. Dit is echter geen reden de aanbeveling van Hemmerechts ter zijde te schuiven.

Ze had het boek ook op kunnen dragen aan de mannen met het advies beter rond te kijken en niet alleen zichzelf te zien en wat beter te luisteren zodat ze meer voor hun omgeving zouden kunnen betekenen. Je ontkomt ook niet aan de opwellende wens dat vrouwen zich zouden ontplooien en niet vastplakken aan bijvoorbeeld het bakken van patatfriet. Dat laatste gebeurt in de roman, maar de vrouw in de fituur is niet alleen, een ander zoekt wel ruimte voor zichzelf.

Op donderdagmiddag om halfvier rijdt Damien, vaste prik, met zijn camionette over het plein van een Vlaams dorp. Hij geeft op die middag typeles op de plaatselijke lagere school. In zijn bestelauto staan de machines. Typen is alles, bijna de basis van het leven, voor hem. Computers worden door afgedaan als minderwaardig: zíjn machines zijn je-van-het met hun lange armen en doordachte mechaniek en met toetsen die een vasteplek hebben (Als Sien Die Fijne Gulden Haar Jongen Kan Lenen, leerde ik als veertienjarige) op het enigszins rondlopende klavier.
     Damien is een in zichzelf verloren man die de frietenbakster Anna vraagt met hem uit eten te gaan. Ze overweegt, ze twijfelt, en als ze op het punt staat mogelijk positief te antwoorden, dan komt er toch iets tussen dat haar verontrust en haar mening over Damien beïnvloed. Een en ander leidt ertoe dat het etentje toch niet door kan gaan.

Aan de camionette wordt buiten de roman om (in een 'Bericht aan de lezer') aandacht besteed. De boekenwurm moet niet denken aan wat Van Dale onder de term vat: een gewestelijk woord voor bestelwagen. Het gaat hier niet om zo'n zakelijk voertuig, maar om een nogal versleten exemplaar dat er in de verte nog aan doet denken. Hij speelt een grote rol in het verhaal.
     In hetzelfde bericht wordt ook gesteld dat er wel meer woorden uit de streektaal worden gebruikt in het boek. Hemmerechts haalt zelf 'schuren' als voorbeeld aan, wat bij haar voor schrobben staat (en een ander aan schuifelen doet denken, maar de context wijst de weg). Zelf struikel ik over het woord pissijn (voor urinoir). Die openbare plasplekken worden door Anna regelmatig geschuurd met javel (dat is een bekend soort bleekwater) wat volgens de groenen slecht zou zijn voor het milieu. Hier botsen twee werelden op elkaar: de behoudende van we hebben het kuisen altijd zo gedaan, en die van het moet beter, meer verantwoord. Die botsing is in de afgelopen 25 jaar alleen maar sterker geworden.

De roman zit vol verhalen. De zoon van de sleutelmaker vertelt als een ware Hans Christian Andersen sprookjes. Dat heb je met de oosterlingen, zo meent men in het dorp. Hij corrigeert: van Marokkaanse afkomst betekent uit het zuiden en Andersen en de bekende verhalen verzamelaars, de broers Grimm, waren ook geen oosterlingen. De schrijfster kan zich via Hassan uitleven en zo moralistische sprookjes door het boek strooien.

De kinderen in het dorp worden geconfronteerd met ruziënde ouders, beknottende en kleinerende regels, een overdreven aandacht voor veiligheid, een aan de drank zijnde leraar, een kwal van een typeleraar, paters en geheimzinnigheid over wat niet vertelt mag worden, omdat het niet zou horen. Het zou beter kunnen, veel beter, zo laat Hemmerechts op een prettig leesbare manier zien.
     Als Karen, een van de lagereschoolleerlingen, wordt gedood dan leidt dit op een beeldende manier tot aandacht voor rouwverwerking:
“Nooit zou ze onder de levenden terugkeren. Het was te vroeg om dat onder ogen te zien. Of om het te begrijpen. Karen was ook nog niet helemaal weg. Iets van haar hing nog in de lucht die zij zo kortgeleden had ingeademd. Een gevoelig trommelvlies kon de echo van haar lach opvangen. Er zaten kleren van haar bij de was. Iemand had zondag nog een mailtje van haar ontvangen dat ergens bij een server was blijven hangen. In de koelkast stond de fles cola waar alleen Karen van dronk. De lakens waartussen ze het laatst had geslapen lagen ongewassen op haar bed. In de recorder zat de band met de film waarvan ze donderdagochtend de opname had geprogrammeerd (…).”
Je zou tegenwoorig toevoegen, ze zat nog als contact in WhatsApp met daaronder haar berichtjes. 
     Het boek sluit af met haar vertrek uit de wereld waar ze nog een aantal dagen rondwaarde. Langzaamaan wordt afscheid genomen. Klasgenoten zouden later nog aan haar terugdenken.
      De dood weegt zwaar, maar niet veel zwaarder dan de normale beperking in de omgang, al lijkt het oppervlakkig gezien wel zo. De lezer ziet vanuit de Hemmerechtshelikopter dat er meer is dat kinderen en een ieder van ons verstikkend bekneld. Karen gleed tenslotte de Donderdagmiddag... uit.

donderdag 8 oktober 2026

Steekterbrug



De kortste, rustige route tussen Amsterdam en Dordrecht of Zwijndrecht loopt via de Steekterbrug bij Alphen aan de Rijn. Je kwam daar tot voor kort in een wonderlijke situatie van kort afdalen, tunneltjes en weer klimmen en weer dalen. Vervolgens kwam je na een containeropslagterrein terecht op een klein fietspad langs de Gouwe naar Boskoop. Inderdaad, je kan ook vanaf de fiets denken.

Het is een tocht die langs water gaat; van Amstel, via Aarkanaal, en Gouwe over de Lek, Noord of Beneden Merwede en Oude Maas. Rivieren – alle water – in je tocht zorgt ervoor dat je gebruikt moet maken van tunnels, bruggen en ponten of moet omrijden. Hoofd- en autosnelwegen zijn de moderne rivieren van deze flitstijd, waarlangs mensen en vracht zich verplaatsen. Een brug over zo'n hoofdweg is hier het knelpunt voor de wielrijder. En het water? Dat is door de klimaatcrisis juist een dreiging geworden die door werkzaamheden beteugeld moet worden of het staat te laag. Je kan alles omdraaien, is hier blijkbaar de wijze les.

Al eerder had ik het over de werkzaamheden aan de Steekterbrug (en het water). Er was nog een geitenwandelpaadje langs en daarover kon je weer op het vervolg van het fietspad komen. Het scheelde een stuk om. Je zou denken dat er een oplossing aangelegd zou worden voor fietsers en voetgangers. Er is ruimte voor. Maar als onvoldoende mensen met invloed zich ervoor inspannen dan komt dat er niet. De auto's razen er wel 4-baans voort. Maar die hebben een E-factor en zijn in de beleving van velen (inclusief beleidsmakers) van groter belang. (Overigens passen in die E-aanpak ook de brede fietspaden voor mensen die op de tweewieler (aangedreven door elektra of niet) naar hun werk of school gaan. Dat is dan weer wel winst.)

Op de heenweg ging ik nog over dat geitenpad. Het gaat nog steeds, dacht ik verheugd. Op de terugweg twijfelde ik; zal ik maar niet een andere route nemen: wat om via zus-of-zo? Bij Boskoop ging ik de hefbrug over en meteen links af; mijn keuze was gemaakt. Ik zat op de route naar de Steekterbrug. Daar bleek de boel afgezet alsof het een militaire aanval moest weren. Bij de mega zandzakken stond een bordje dat het wandelpad ook afgesloten was. Wandelaars konden dat immers niet begrijpen en over die meter hoge zandzakken klauteren.

Vanaf nu wordt het een zo gunstig en veilig mogelijk alternatief zoeken om dit knelpunt heen. Het had anders gekund, maar Nederland fietsland kiest niet altijd voor wat al lang niet meer bij het nationale imago hoort, dat was ooit. De fiets is bezig met een internationale opkomst. Maar de wet van de remmende voorsprong laat zich weer zien in dit landje in de delta.
     Bestaat er eigenlijk een fietsersbond afdeling in Alphen aan de Rijn? Die is er. Hij verklaarde onlangs dat de toekomst op deze plek voor fietsers minder veilig wordt en deed een oproep dit te veranderen.


vrijdag 2 oktober 2026

gliff




Gliff
is een roman van Ali Smith. Het verhaal begint vreemd met rode natte verf om een huis, waar de bewoners vervolgens met een camper uit moeten vertrekken. Diezelfde rode verf verschijnt de volgende  nacht om het voertuig van Leif, hij was de man in huis. De camper werkt vervolgens niet meer en wordt weggesleept. Er is blijkbaar een grens getrokken. Als woonruimte betrekken de kinderen vervolgens een leegstaande rijtjeswoning waar spoorwegpersoneel woonde in de tijd dat de railverbinding aangelegd werd. Er zijn geen meubels en het huisje ligt op een treinreis afstand van de eerdere woonplaats. De kinderen zijn dus weg van het bekende. Leif koopt conserven voor een week voor Bri (Briar) en Rose, de kinderen van zijn vriendin.
     Hij vertrekt in de richting van de moeder en zijn vriendin, een politiek activiste die verdwenen is. Je merkt terecht te zijn gekomen in een nare en angstaanjagende wereld waarin men absoluut niet zou willen leven. Het boek is dan ook voortgekomen uit de opdracht een Kafkaësk verhaal te schrijven.

Gliff

Rose betwijfelt als eerste of Leif wel terug zal komen. Ze staat wel vaker vooraan. Praten daar was ze niet snel mee. Ze was vier. “Paard,” was haar eerste woord. “Zei ze wat,” vroeg Bri destijds aan zijn moeder. “Ik zei paard,” antwoordde ze zelf.
     Ze was nu ook de eerste die de paarden in de buurt van hun lege huis tegenkwam. Ze krijgt een band met hen, vooral met die ene grijze die ze Gliff zal noemen. De naam komt als een fantasiewoord, maar het blijkt met ouderwetse papieren woordenboeken in de hand toch veel te beduiden. Er is een kort hoofdstuk aan gewijd:
Wat Gliff betekent. Die betekenis loopt van een synoniem voor stikkie, via een voorbijgaande ervaring van pijn of plezier, tot een woord dat ieder ander woord kan vervangen. De naam van het paad had die vooral die laatste betekenis en het dier werd zo volledig vrijgelaten. (Hun eigen naam wordt door de broer en zus zoveel mogelijk niet gegeven of veranderd. Zo kunnen ze anoniemer door de maatschappij bewegen.)
     Paarden spelen in Gliff een rol als dier dat staat voor vrijheid om te ontsnappen aan de beknellende omgeving. Gliff moet het lichtblauwe paard zijn dat de kaft van de roman siert. Een paard om vrolijk van te worden. Toch duikt ook de gevleugelde, mythische Pegasus op, niet in de vorm van het email-programma met die naam, maar in de betekenis van de gelijknamige Israëlische spionage software. Inderdaad als er al eens licht verschijnt dan wordt dit in de roman al snel weer overdekt met donkere beelden.
“We moeten niet wegkijken van de duisternis. En als ik niet keek naar het donker, wat voor soort schrijver zou ik dan zijn,” vraagt Smith zich retorisch af in een interview.
     Maar paarden maken 
toch vooral beweging mogelijk. Ze zijn ook echt aanwezig door hun geur en geluiden. Het paard als aangenaam baken van rust, en een held. 

Beknellend
Als de twee er op gaan letten lopen voor het huis bijna alle mensen voorbij met een blik op het scherm van hun mobiel en hebben anderen een intelligent horloge om de pols. Bestaan de kinderen op een foto in de sleutelhanger van het huis waar ze leven of zijn ze samengesteld uit duizenden digitale portretten, zoals de kennis steeds vaker ook uit opgediste losse brokken bestaat? Overal hangen observatiecamera's met of zonder afluisterapparatuur. Op de achtergrond zijn van de bevolking de persoonlijke details vastgelegd, zoals familierelaties, baan, inkomen, enzovoorts en is een stukje verloren grond voor rondtrekkende mensen onbruikbaar gemaakt door er betonnen paaltjes op te plaatsen (enigszins vergelijkbaar met het harteloos onbruikbaar maken of zelfs verwijden van bankjes in parken, op stations en bij bushaltes voor een mens die er wil liggen of gewoon als hangjongere, wandelaar of passagier even wil zitten.)
     Faciliteiten voor vermaak, zoals theaters, concertzalen, bioscopen – waar mensen ooit heel ouderwets samen van de verbeelding genoten – worden gesloten en maken plaats voor dure vastgoed projecten.
Brian zal ooit een machine maken die data van het net weg eet zodat mensen niet zijn wat het web zegt wat ze zijn, denkt Rose. Hij zal ook de technologie uitvinden om surveillance apparatuur om mensen te volgen op hun tochten te stoppen; het na gaan van de handelingen van mensen heeft immers niets te maken met reizen. Dat had de camper wel (of wat mij betreft de fiets en niet het vliegtuig of privé auto), weer aldus de zus die trots wil zijn op haar broer.
     Smith schildert hier een controle maatschappij die stilletjes ook steeds meer onze werkelijkheid wordt. Angstaanjagend, maar minder naar en totalitair dan hier geportretteerd. Het is eerder een waarschuwing voor wat komen kan en waarvan veel facetten er al zijn, dan een beschrijving van een hedendaagse werkelijkheid. Zoals ook 1984 in 1948 door Orwell werd geschreven. 

Woorden en beelden
Het zoeken naar de betekenis van woorden komt veel voor in de literatuur van Smith, zoals het verband tussen lock en lockdown in Companion Piece. Er zitten niet gangbare woorden in de tekst die moeten worden opgezocht of waar overheen moet worden gelezen. Als Brian het woord profligate gebruikt om zijn zus te pesten, dan vraagt Rose: Wat? Brian reageert met de opmerking dat het niet zijn probleem is als zij niet weet wat woorden betekenen. Gemeen, maar het stelt de lezer gerust die dit woord voor losbandigheid of spilziek ook niet kent als een Engelstalig romanpersonage hetzelfde probleem heeft.
     Ook keert de aandacht voor schilderkunst terug in de boeken van Smith. Hier is dat een aantal pagina's over
George Stubbs met zijn schilderijen van paarden die worden aangevallen door een leeuw. Ze zijn geschilderd in een situatie waarin de paarden met opzet angstig zijn gemaakt. Rose noemt dit ronduit nep en verweert zich er tegen. Ze sprak laat, maar neemt nu geen blad meer voor de mond ook niet om haar oprechte verontwaardiging uit te spreken. Niet als het draait om de dierenmishandeling door Stubbs, niet als het ingaat tegen het totalitaire regime en niet als het gaat om haar identiteit. Gliffs vacht licht op; maar haar woorden verlichten het verhaal in meerdere betekenissen. 

Tekst loopt door onder clip.

Moeder “drove us playing the songs by the singer called marianne Faithfull up the lane and on to the main road then the motorway towards the greener north. Bronken Engelish, Sister Morphine, Working Class Hero. What Have They Done To Rain,” p. 250.
De zangeres sluit vrijwel naadloos aan op deze roman.


Taal
Als je aan een beknellende literaire wereld denkt komt naast 1984 al snel Brave New World van Aldous Huxley voorbij als klassieker in dit genre. Gliff geeft me wel het gevoel dat het dichter bij de huidige wereld staat dan de genoemde voorgangers en dat leidt mijnerzijds tot afweer tegen de zwartgalligheid in de tekst. 'Zo erg is het niet,' verzucht ik regelmatig. Maar het denkbeeldige hoeft niet als naadloze mal over de werkelijkheid te liggen om toch betekenis te hebben. En het is onmiskenbaar; veel is al zo erg. Ze haalde Huxleys boek ook Autumn binnen om de controle in dienst van het vluchtelingenbeleid een contekst te geven. Dat Gliff niet omkijkt, maar de toekomst in, maakt het niet minder deel van de het samenhangende oeuvre van Smith. Het weer oppakken van de Dappere Nieuwe Wereld is daarvan slechts een voorbeeld.

Huxleys boek duikt nadrukkelijk op in Gliff: veel alinea's in het slot van de roman worden voorafgegaan door vetgedrukte tussenkopjes die spelen met die titel

 rave new o ld
  ave n (i) r

en nog een aantal andere varianten om vervolgens over te gaan in

Brave old world
Brave you world
Brave now world
Bravo new world
Brave new word


Het zijn tussenkopjes die de verhaalde status quo en de apathie op de korrel nemen. Nieuwe dapperheid. Smith laat het woord ingaan tegen de verdoving van de technologie en kunstmatige pillen die de onderklasse in dit boek slikt tegen de pijn. Het spelen met die bekende boektitel doet ook denken aan de leuze van de Anders Globalisten: een andere Wereld is Mogelijk. Woordkeus speelt daarbij een rol.
Het maakt duidelijk dat dit boek verhaalt over het donkere, maar ook over zich niet neerleggen bij de situatie. Het lijkt noodzaak je te verzetten tegen de beknotting van hogeraf. Zus zette haar taal, haar woorden, daartoe in. Hoewel het verhaal een open einde kent en de tekenen niet gunstig zijn, is dit niet meewaaien de weg die zelfs broer Bri weer wil gaan samen met Colon, de zoon van de eigenaar van Gliff.

Sprongen
Het is net alsof er geen jaren tussen de ontmoeting met die jongen en het paard zitten, maar eerder een paar weken zo terloops gaat de hernieuwde kennismaking tussen de twee toch inmiddels volwassen mannen. Even is het moeilijk mee te gaan met ras vertelster Smith. Ze maakt flinke sprongen in haar verhaal. Je zou willen weten wat er in die tussenliggende periode is gebeurd. Hoe het ging met Colon? Waarom koos Bri ervoor zich in het systeem te passen?
     De samenleving die Smith schetst is ook al niet gemakkelijk te verteren. Mensen die verdwijnen, uitgesloten worden, gevaarlijk en ziekmakend werk doen, met pijnstillers als beloning (Sister Morphine als troost), overal gecontroleerd worden, en dat in een herkenbare omgeving. Het blijft de verzuchting oproepen: is het niet wat veel?!

Het boek is een waarschuwing voor de controle maatschappij, waar mensen misbruikt kunnen worden, afgeschreven als goederen en keihard gecorrigeerd als ze niet in de pas lopen. En het is door de laatste stappen die Brian zet vooral een aansporing je niet bij een autocratische bestuur neer te leggen en je medemenselijkheid niet te verliezen. En dat alles in een ellendig verhaal dat je soms keihard raakt, maar dat zeer zeker ook prachtig en aangrijpend verteld is.

donderdag 1 oktober 2026

werkelijkheid

Afgelopen zaterdag zat ik in een kerk in Amsterdam-Zuid genoemd naar de vader des vaderlands, betrokken bij de holomodor in de Meijerij, Willen, zowel Van Oranje als De Zwijger. Daar zag ik het met drumband uitgebreide ZEA, Honey Beer en het trio Ardea Alba. Het was deel van het Kronkel festival en op deze plek ook Burendag. Het avond programma miste ik.

De vrouw uit het trio Ardea Alba, Sougol Khojasteh, 
vroeg ons mee te klappen en zingen met het laatste nummer. Het ging om een religieus voorganger, zo bleef hangen van haar korte inleiding op het lied. Ze zong overigens met prachtig volle stem, nadat ze eerder een fluit, de ney speelde met een solo waar het instrument veel van zijn kanten liet zien. Haar collega Bamsar Dezhkameh speelde de suroz. Daarnaast speelde de Nederlandse (van Friese komaf) Dina gitaar en zong de meest nummers, waardoor het Iraans met een Nederlands tintje werd of net andersom. 
     Thuis zoek ik de achtergrond van dat laatste nummer wel op, dacht ik. Maar dat lukte niet.

De vraag toen maar naar de band Bamsar gestuurd, deel van Ardea Alba. Dezelfde dag kwam er een uitgebreid antwoord. Hieronder een groot deel van de (uit het Engels naar het Nederlands vertaalde en wat bewerkte) tekst:

Het stuk draagt ​​de titel Man Moridan en is opgedragen aan sjeik Abdul Qadir Jilani. Hij was een van de beroemdste mystici en soefi-geleerden. Hij werd geboren in Noord-Iran, in de regio ten zuiden van de Kaspische Zee die in historische bronnen met Gilan wordt geassocieerd. Op jonge leeftijd trok hij naar Bagdad, waar hij zich bekwaamde in de religieuze wetenschappen, de islamitische rechtsgeleerdheid en de Hadith. Later verwierf hij grote faam als prediker, rechtsgeleerde en mysticus.

Hij legde bijzondere nadruk op:

  • oprechtheid en zuiverheid van intentie;
  • vertrouwen op God;
  • de strijd tegen het ego en egoïsme;
  • het helpen van armen en behoeftigen;
  • het vermijden van hypocrisie en overmatige gehechtheid aan het wereldse leven; en
  • het behouden van de verbinding tussen de islamitische wet (sharia) en het spirituele pad
  • In Balochistan (waar de musici van Bamsar vandaan komen), zijn er Qadiri-derwisjen die tijdens de Maled of Pirpatar-rituelen in kringen samenkomen. Ter ere van hem voeren zij devotionele gezangen uit, begeleid door de daf, een traditionele frametrommel.
         De muziek die we in de Willem de Zwijgerkerk lieten horen, is eveneens een vorm van deze devotionele, spirituele muziek. Vermeldenswaardig is ook dat Abdul Qadir Jilani bekendstaat onder titels als Ghawth al-A’zam (de Grootste Helper) en Muhyiddin (Vernieuwer van het Geloof)
    .

    Tot zover de tekst. Ballochistan roept een herinnering bij me op met beeld en al, maar daaraan is nu wat moois en wat kennis toegevoegd. Door een concert stapte ik even in een volgende werkelijkheid. Er waren er nogal wat deze zaterdagmiddag.