Het Zwanenmeer (maar
dan anders) is het kinderboekengeschenk voor 2003 en geschreven
door Francien Oomen. Mijn oudste zoon was destijds vijf en mijn
jongste drie. We lazen veel, maar niet alles. Dit boekje was voor
kinderen van een paar jaar ouder. Het exemplaar dat ik onlangs uit
een weggeefkast haalde, is gekocht bij de NRD. NED. Boekhandel in
Leeuwarden.
Het thema was 23 jaar
geleden Diep in het bos. Op de zolderkamer van Pip is door hem
een zeven meter lang bos geschilderd op de muur waartegen zijn bed
staat. Er leven monsters tussen de bomen en een wit kruis is goed zichtbaar aan de ene kant. Kindere dansen op de andere.
Het bed schuift mee met zijn stemmingen langs die beelden. Het staat bij
de duistere plekken op rotmomenten, of als het beter gaat bij die met helder licht.
De schildering legt zo de thematiek over het hele verhaal. En dat
door een beeld gemaakt door een jongen die geen ster is in rekenen en
taal, maar dus wel enorm creatief is, zelfs als kunstenaar wordt gezien: typisch Oomen.
Pip
heet eigenlijk Jean-Philip. Zijn twee zussen hebben ook van die
statige namen, maar Berenieke Aurora is Beer geworden en
Samantha-Marie werd Sam. Ze zijn een drieling. Moeder overleed na de
geboorte. Hun vader is een bekend en beroemd schrijver die is
vastgelopen. Zijn status betekent dat mensen contact zoeken, vrienden willen
worden, omdat ze zo dichter bij de ster kunnen komen. Tegelijkertijd
hebben mensen vaak een medelijdende blik in de ogen als ze tegen de
kinderen praten. Het huis de vier wonen is een bende. Sam probeert
nog wat orde in die chaos te scheppen, tot ze het niet meer aan kan. Vader sluit ich op achter zijn PC.
Het zal fout lopen, dat zie je aankomen, maar het zal op de
vriendelijke toon van Oomen voor het einde ook weer goed komen, kan je raden, zoals
vaker in dit genre kinderboeken. Hoewel er geen gebrek is aan
verdriet en tranen, blijft de afloop hoopvol open, de kikkers gaan door met kwaken in een zwembad waar het water dik en groen is, en het
Zwanenmeer duikt in beeld, dans, en muziek op. Oomen stelt grote aspecten van het leven helder aan de orde, maar wel met
een perspectief; lief en aardig maar zonder een niemendal te schrijven.
Twee weken gelden schreef ik een stukje
over het afsluiten van het fietspad over de Steekterbrug (bij
Alphen aan de Rijn). Voor dezelfde rit deze week zocht ik een omweg
om over Oude Rijn, spoor en N11 te komen. Het was zo'n 2½ km langer
en grotendeels door de bebouwde kom. Op de terugweg moest ik ook nog
wachten omdat een binnenvaartschip en plezierboot voorbij kwamen.
Dat maakte de tocht op heen en terugweg samen ¾ uur langer.
Bovendien reed ik een andere weg en daardoor zag ik ook
andere (goede, zelfs betere) fietsroutes, in Alphen een prachtige
molen (korenmolen
De eendracht kwam er zowel aan de straatkant als aan de overkant langs) en in
Boskoop een klein kerkje waar Remonstranten diensten hebben en
culturele activiteiten
worden geörganiseerd.
Ik
wist waarheen ik wilde. Dat was die plek in de Schoorlse duinen waar de herfst
zich steeds weer zo mooi laat zien en even langs het strand bij
Hargen aan Zee. Na het tweede reed ik nog een stuk Hondsbosche
fietspad. De eerste afslag naar beneden en door de Harger- en
Pettemerpolder en langs 't Dopersduin naar Schoorl. Vandaar naar mijn
herfsttafreel. In de Berenkuil nog een hap en zo ging het weer
terug naar huis. Welke paddenstoel ik zag bij de Woudweg? Mogelijk een
schubbige fopzwam.
Kort na vertrek zie ik een
beladen fiets voor me uit rijden. Hij slaat af van het fietspad over het gras naar een plek tussen de bomen. De lading is een pallet
zie ik dichterbij gekomen. Voor bouw werkzaamheden of een vuurtje
tegen de avondkou? Als ik weer doorrijd zie ik dat alle vuilnisbakken
zijn opengebroken. Er zou een blikje in kunnen zitten met daarop 15
cent statiegeld. Even twijfel ik of ik beide beelden in één alinea
zou stoppen. Dat suggereert een verband dat er mogelijk niet is
tussen de wielrijder en de zoektocht. Buiten slapen, en blikjes
jutten zijn beide wel een kant aan armoede. Ze zijn beide ook een
gevolg van falend beleid. Je ziet de aantallen
dakloze mensen in Nederland zelfs over een korte periode
toenemen (zie tabel hieronder). Het blikjesbeleid verdient een update en een vuilnisbak een
aparte statiegeldafdeling. Dat is beter voor hergebruik en voor de inzamelaar. Waarom blijven toch zoveel mensen op rechts stemmen, verzuchtte ik, terwijl maar deel er beter van wordt.
Een half uur later
reed ik Duin en Kruidberg binnen. Drie vrouwen stonden in de bossages
en waren druk met fototoestellen. “Zien jullie iets moois,”
riep ik hen toe. Een kwam enthousiast aansnellen met een stuk dikke
tak met daarop judasoor. En er staan daar nog hele grote, zei een
ander met een vinger in de juiste richting. “Parasolzwam,”
reageerde ik als vanzelf. De meest paddenstoelachtige der
paddenstoelen. Ik werd blij van hun opgewekt genieten. De visjes stonden weer in een inlaat van het duinwater. Vaak stop ik er om te kijken of ik ze zie. Als ik
op de heenweg naar boven klim op de Woudweg dan word ik ingehaald
door een man op een wielrenfiets. “Zwaar hè,”
merkte hij in het voorbijgaan op. “Valt mee, het is niet zo
lang,” reageerde ik. Boven wachtte hij en we fietsten een
kilometer of tien samen op. Twaalf jaar ouder dan ik, maar het ging
nog goed vooruit. “U moet wel naar het moois kijken,”
vermaande hij me op die tocht. Ik hield zijn aan mij aangepaste tempo net bij en dat
kostte me vrijwel al mijn aandacht. We spraken over fietstochten, herinneringen
en het mooie ervan. We namen drie keer afscheid. De laatste keer zei
hij: “Ik moet U nog de mierenhoop iets verderop laten zien.”
Hij vertelde over
warmteregulatie in de hoop en ik had het over collectieve
intelligentie van de insecten waardoor er problemen zijn die ze beter kunnen oplossen dan mensen en bedankte hem voor het wonder dat hij me liet zien. Het was een onderdeel in een plezierige en aangename fietstocht. Een tocht en gevoel om te onthouden en dus om op te schrijven.
Beautiful
world, where are you van
Sally Rooney draait
om de vraag die de titel stelt. Het antwoord wordt niet meteen
gegeven, maar komt na verwikkelingen en onhandigheden waarin de mens zo kan uitblinken. Het is Rooneys derde
roman (van vier tot nu toe).
Ze schrijft over mensen en daarmee ook over die ruis.
Kortweg
gaat het boek over vier net niet meer jonge mensen en hun relaties.
Het verhaal speelt zowel in Dublin als aan de kust van de Verenigde
Staten. In dat laatste land woont schrijfster Alice in een groot huis. Ze zoekt er rust nadat ze geestelijk is ingestort. Ze vindt er Felix
en schrijft e-mails naar haar Ierse vriendin Eileen. Die laatste heeft de moeizame verhouding weer opgepakt met Simon die ze al kende toen
ze nog een meisje was. De mails vormen hele hoofdstukken en bieden de
gelegenheid emotionele, politieke en culturele vragen – zoals wat is de
rol van de schrijver – op te werpen en erin naar een antwoord te zoeken.
De e-mail die als reactie wordt verzonden kan eerdere visies van
commentaar voorzien, bevestigend zowel als kritisch. In een van die
mails schrijft Eileen dat ze niet vreest te sterven als daar iets
goeds uit voort komt. Ze krijgt daarop de korte en bondige reactie van
Alice: “Sterf
niet voor de revolutie. Leef ervoor.” Ook snelle app berichten duiken in Beautiful
world....
op. Inmiddels is appen de gewoonste zaak; vrijwel iedereen leeft met
dergelijke communicatie kanalen of wordt er door geleefd.
Dichtbij
en veraf
De mooie wereld is dichtbij én veraf. Dichtbij zijn de
vriendschappen, de liefde en seks. De vrijpartijen worden veel en
ronduit beschreven, van het uit de kleren stappen, de handelingen,
tot aan de intimiteit die erbij komt kijken. Het is wel eens wat
veel. Maar het heeft een functie; het toont genot in een wereld die
buiten somber is. Ver verwijderd is de wereld waar
zorgzaamheid en verdeling de dienst uitmaken. De gang van zaken op de
kloot loopt zo fout dat Eileen zich afvraagt of een mens zich niet beter
volledig op het zoeken naar verbetering daarvan kan storten in plaats
van op frivoliteiten als de eigen familie, vrienden en geliefden. De
menselijke samenleving staat immers op instorten en als we niet
willen sterven dan moet daar wat tegen ondernomen worden. Maar is
serieuze politieke actie nog wel mogelijk, twijfelt ze in een mail.
De avond
voordat ik deze passage las hoorde ik Moor Mother (Camae Ayewa)
in het Amsterdamse OCCII
nog zegzingen: “Ze
denken dat we wanhopig zijn.”
Het was een bezwering van de loodzware werkelijkheid die velen, zoals
Eileen, overvalt. Waar zit de kier in die wanhoop? Rooney verstopt
die vraag uit onze realiteit minder dan het genoemde avant
garde hiphop-jazz trio het deed door er glans overheen te wrijven; ze brengt hem kaal en hard naar voren. Maar ze lijkt uiteindelijk met het
makkelijkste antwoord te komen. Wat heeft de wereld aan
getheoretiseer over de staat waarin ze verkeerd? “Dat
helpt niemand.” Je
kan beter naar een prettig leven zoeken met huisje, boompje beestje
en de wereld de wereld laten. (p. 212)
Communiste
Eileen noemt zichzelf communiste. Deze politieke houding wordt in
deze roman sterker uitgewerkt dan in haar eerste Conversations
among friends. Daar bleef het hangen in een levenshouding. Hier
komt het onder meer naar voren in een gesprek over de werkende klasse
tijdens een verjaardagsfeestje in een café. Als een van de
feestvierders zegt dat geen van de aanwezigen tot de werkende klasse
behoort, omdat een werkende huurder zijn je niet tot arbeider maakt.
Reageert Eileen sarcastisch:
“Tja,
werken maakt je niet tot deel van de werkende klasse. De helft van je
inkomen besteden aan de huur, geen bezit hebben, uitgebuit worden
door je baas, niets van dit alles maakt je een deel van de werkende
klasse, niet waar? Dus wanneer wel, als je een bepaalt accent hebt,
zoiets?” (p. 103)
De Mail
Online
liet zien hoe communistisch de schrijfster wel is door een serie citaten
uit haar boeken te vissen. Daar tegenover of naast staan echter
ook andere visies die de vangsten een andere betekenis geven. Dat
ontbreekt voor het gemak in de conservatieve publicatie. Maar Rooney* is inderdaad een radicaal die zich hult in een literaire
mantel. Woorden die over tafel rolden tijdens hetzelfde verjaarsfeest
sieren het Mail Online lijstje (het citaat hierboven ontbreekt). Het boek
is uitgesproken, maar niet eenduidig en breder dan een lijstje past. Er wordt
ingegaan op teloorgang van 'n samenhangende maatschappij als wordt
geschreven over het bijna spoorloos verdwijnen van een cultuur langs
de Middellandse Zee eeuwen voordat onze jaartelling begon. Literatuur is doorgaans geen grabbelton
die je leeg kan halen voor politieke agitatie. De schrijfster
lijkt zich evenwel niet neer te leggen bij een situatie waarin mensen
worden onderdrukt. Je kan wachten tot het antwoord daarop zichzelf
aandient. Maar dat zou wel eens onvoldoende kunnen zijn. Wat het
antwoord is? Eileen zou het het niet weten, zo staat in een mail. Identiteitspolitiek komt ook voorbij, die wordt op waarde
geschat, maar ze heeft weinig om het lijf als geen vragen worden
gesteld waar de identiteiten vandaan komen en welk doel ze dienen. (p. 75) De roman is daarmee doordachter en inclusiever dan de mening van veel verkrampte socialisten die alles wat afwijkt van hun oude vormen, gedachten, analysekader en gerichtheid op een duidelijke klasse als afleiding van 'de strijd' zien.
Om het genieten van leven en het vrezen van de kladderadatsch
en de bedreiging van het overleven van de mens als soort draait het
boek. Genoten wordt er van seks, in de werkelijkheid maar eveneens in
de fantasie, van vriendschappen en van gesprekken. Door die aandacht
voor seks is het boek op het erotisch broeierige (steamy)
af, schreef Susannah
Goldsbrough in
de Daily Telegraph:
““Brilliantly
done: gripping, steamy, unbearably sad.”
Die omschrijving is een van de blurbs die in het boek zijn opgenomen. Die
explicite seks is dan wel zeer aanwezig, maar het boek is veel meer dan dat.
Het roept vragen van onze tijd op.
Fenomenen
Hoe verandert de digitale revolutie onze visie op tijd?
De tijd is niet meer een serie contant doorlopende ontwikkelingen,
maar wordt steeds vernieuwd, waarbij wat was snel zijn waarde
verliest en uit beeld raakt. Berichten van gisteren zijn geen
berichten meer en zekeer niet langer relevant. Het is een herkenbaar
fenomeen. Hier is het een onderwerp dat wordt besproken in een van de e-mails. Door de
veranderde houding tot de tijd, wordt een speelfilm anders bekeken; worden fragmenten
geplaatst naast bekende werkelijke gebeurtenissen en niet als delen in een zelfstandig
congruent verhaal gezien.
Een heel ander fenomeen wordt aangeroerd in een gesprek tussen
Alice en Felix. Alice is boos en verontwaardigd. Het is gekomen na
haar ineenstorting. Ze was de controle over zichzelf kwijtgeraakt.
Die boosheid schijnt te zijn verdwenen als Alice weer een rol heeft
gevonden die bij haar leven en mogelijkheden past. Is het zo simpel
en tegelijkertijd zo complex om die boze houding kwijt te raken?
De
schrijver
De rol van de schrijver is niet om uit de samenleving
te stappen en om vanaf een verheven cultureel podium de gewone mensen te
beschrijven, maar om er midden in te gaan staan. En dat eerlijk te
doen. De werkelijkheid wordt echter vaak juist genegeerd, het gaat
niet om de belangrijke zaken, maar bijvoorbeeld of de protagonisten
al dan niet bij elkaar blijven. Dat het grootste deel van de
wereldbevolking in toenemende mate wordt uitgebuit dat is geen thema
voor een succesvolle roman, schrijft Alice aan Eileen. Schrijfster
Alice krijgt er genoeg van om in die mallemolen mee te draaien.
“En
om mezelf nog meer op het vervelende af uit te leggen,”
schrijft Alice aan Eileen om een psychologisch relationele
ontwikkeling in het leven van de schilder Manet en de relatie met
zijn voornaamste model te duiden, dat is de impressioniste Berthe Morison.
Zo wordt de lezer op iets gewezen wat mogelijk gemist werd in de
tekst. Juist zo'n misschien irritante uitleg zorgt ervoor dat je als
lezer aangespoord wordt beter te lezen. Het zorgt voor een
wisselwerking, en relatie, tussen schrijver en lezer. Later komt
Alice op die band terug: “Persoonlijk
moet ik veel inzet geven aan het lezen en begrijpen wat ik lees en
het allemaal lang genoeg in mijn geheugen houden om het boek zinvol
te kunnen volgen.” Lezen
is geen passieve bezigheid, maar actie die voldoening kan geven. De
Beautiful
world...
geeft de lezer leesaanwijzingen. Hij is geen consument maar een deel
van de activiteiten met betrekking tot het boek.
Fijne
dingen
Vooral rond de zich ontwikkelende relaties vond ik het boek
wel eens langdradig. Ik merkte dat de seks scenes van opwindend naar
een gewoon gegeven gingen. Felix roept meer spanning op juist doordat hij buiten het
schema van lezen voor intellectuele ontwikkeling valt en een ruwe
levenshouding heeft. Hij oogt misplaatst. Wat wil
hij met Alice? Is hij niet gevaarlijk? Nog enige tientallen
pagina's te gaan en de uitwerking van de thematiek leek me tegen te vallen; ze slaat dood.
Er is geen uitweg uit de wanhoop, niet door cultuur, niet door
politiek en niet door het geloof. Er is de uitvlucht door seks,
vriendschap en plezier. Dat alles wordt door het individu ingezet ten
eigen bate. En de wereld? Die gaat tegelijkertijd naar de haaien en de
protagonisten doen daar aan mee. Uiteindelijk is het geen
optie de wereld de wereld te laten: “We
moeten proberen een wereld te creëren waarin de nieuwe bewoners, de
kinderen kunnen leven.”
Inderdaad cynisme en hedonisme zijn luxe keuzes. In driehonderd
zevenendertig pagina's kan Rooney niet om die conclusie heen. Maar er moet ook plaats zijn voor vrienden, plezier en genot.
Lezen is een van die fijne dingen in het leven. Dat geldt zeker ook
dit boek.
Noot: * Onlangs schreef ze het nawoord in het boek The Gaza Tribunal: Britain's Complicity in Genocide door Jeremy Corbyn, Neve Gordon and Shahd Hammouri. Rooney's boeken werden half oktober 2026 uit de schappen in het Verenigd Koninkrijk gehaald. Rooney steunt immers Palestine Action en dan ... ja dan moet de vrijheid van meningsuiting, zelfs van literatuur, wijken voor de goede band met Bibi en zijn misdadige kornuiten. Elders zijn ze nog steeds wel te koop.
Enige jaren geleden ging ik
zwemmen, ook als het badseizoen al over was. Nu zie je steeds meer
mensen die lekker door blijven zwemmen. Ook vandaag weer (met de
op de achtergrond het havenlicht van de zuidpier van IJmuiden dat
ik deze week ook in een TV-reclame zag). Anderzijds,
iedereen speelde al jaren CD's terwijl hier in huis nog cassettes
gedraaid werden en LP's op de draaitafel lagen. Uiteindelijk kwam er
toch een CD-speler van de kringloop. Ze waren er volop.
De
magnetron was al jaren lang ingeburgerd in de keukeninventaris
toen hier het eerste exemplaar binnenkwam. Die ging al snel kapot.
De man van mijn moeder repareerde hem met een onderdeeltje van
iets meer dan een euro. Bijna 20 jaar later doet hij het nog
steeds.
Op de fiets word ik voortdurend ingehaald door
racefietsen en E-bikes. Fietsen zonder Essent, Vattenfall of
Greenchoice gebeurt bijna niet meer. Vrijwel alle fietsen zijn
motorfietsen geworden. Hier ook met de tijd mee gaan? Nee liever
nog niet.
Maar wie zelfs de dahlia in zwart-wit laat zien,
is hopeloos als het om meegaan met de tijd gaat.
Donderdagmiddag.
Halfvier. is een kwart eeuw geleden geschreven door Kristien
Hemmerechts . Het is een boek met een missie die op de achterkant
is verwoord:
“Ik heb dit boek geschreven omdat ik stilaan
geloof dat de belangrijkste relatie die een mens in zijn of haar
leven kan hebben, die met zijn of haar kinderen is, ongeacht het
succes of het falen ervan. Meer en meer geloof ik dat ouders
onvoorwaardelijk van hun kinderen moeten houden, hoe moeilijk dat
soms ook kan zijn. Dit boek is dan ook opgedragen aan alle kinderen,
en dus aan ieder van ons.”
Het is een opdracht die doet
denken aan Woutertje Pieterse, ook een boek dat pleit voor werkelijke
aandacht voor kinderen. Donderdagmiddag... laat zien dat de
inzet groot kan zijn, maar dat door toevalligheden en invloed van
buiten af een goede afloop niet gegarandeerd is. Dit is echter geen
reden de aanbeveling van Hemmerechts ter zijde te schuiven.
Ze
had het boek ook op kunnen dragen aan de mannen met het advies beter
rond te kijken en niet alleen zichzelf te zien en wat beter te
luisteren zodat ze meer voor hun omgeving zouden kunnen betekenen. Je
ontkomt ook niet aan de opwellende wens dat vrouwen zich zouden
ontplooien en niet vastplakken aan bijvoorbeeld het bakken van patatfriet. Dat laatste gebeurt in de roman, maar de vrouw in de fituur is niet alleen, een ander zoekt wel
ruimte voor zichzelf.
Op donderdagmiddag om halfvier rijdt
Damien, vaste prik, met zijn camionette over het plein van een Vlaams
dorp. Hij geeft op die middag typeles op de plaatselijke lagere
school. In zijn bestelauto staan de machines. Typen is alles, bijna
de basis van het leven, voor hem. Computers worden door afgedaan
als minderwaardig: zíjn machines zijn je-van-het met hun lange armen
en doordachte mechaniek en met toetsen die een vasteplek hebben (Als Sien Die Fijne Gulden Haar Jongen Kan Lenen, leerde ik als veertienjarige) op het
enigszins rondlopende klavier. Damien is een in zichzelf
verloren man die de frietenbakster Anna vraagt met hem uit eten te
gaan. Ze overweegt, ze twijfelt, en als ze op het punt staat mogelijk
positief te antwoorden, dan komt er toch iets tussen dat haar
verontrust en haar mening over Damien beïnvloed. Een en ander leidt
ertoe dat het etentje toch niet door kan gaan.
Aan de
camionette wordt buiten de roman om (in een 'Bericht aan de lezer')
aandacht besteed. De boekenwurm moet niet denken aan wat Van Dale
onder de term vat: een gewestelijk woord voor bestelwagen. Het gaat
hier niet om zo'n zakelijk voertuig, maar om een nogal versleten
exemplaar dat er in de verte nog aan doet denken. Hij speelt een grote rol in het verhaal. In
hetzelfde bericht wordt ook gesteld dat er wel meer woorden uit de
streektaal worden gebruikt in het boek. Hemmerechts haalt zelf
'schuren' als voorbeeld aan, wat bij haar voor schrobben staat (en een
ander aan schuifelen doet denken, maar de context wijst de weg). Zelf
struikel ik over het woord pissijn (voor urinoir). Die openbare
plasplekken worden door Anna regelmatig geschuurd met javel (dat is
een bekend soort bleekwater) wat volgens de groenen slecht zou zijn
voor het milieu. Hier botsen twee werelden op elkaar: de behoudende
van we hebben het kuisen altijd zo gedaan, en die van het moet beter,
meer verantwoord. Die botsing is in de afgelopen 25 jaar alleen maar
sterker geworden.
De roman zit vol verhalen. De zoon van de
sleutelmaker vertelt als een ware Hans Christian Andersen sprookjes.
Dat heb je met de oosterlingen, zo meent men in het dorp. Hij
corrigeert: van Marokkaanse afkomst betekent uit het zuiden en
Andersen en de bekende verhalen verzamelaars, de broers Grimm, waren
ook geen oosterlingen. De schrijfster kan zich via Hassan uitleven en
zo moralistische sprookjes door het boek strooien.
De kinderen
in het dorp worden geconfronteerd met ruziënde ouders, beknottende
en kleinerende regels, een overdreven aandacht voor veiligheid, een
aan de drank zijnde leraar, een kwal van een typeleraar, paters en
geheimzinnigheid over wat niet vertelt mag worden, omdat het niet zou
horen. Het zou beter kunnen, veel beter, zo laat Hemmerechts op een
prettig leesbare manier zien. Als Karen, een van de
lagereschoolleerlingen, wordt gedood dan leidt dit op een beeldende
manier tot aandacht voor rouwverwerking:
“Nooit zou ze onder
de levenden terugkeren. Het was te vroeg om dat onder ogen te zien.
Of om het te begrijpen. Karen was ook nog niet helemaal weg. Iets van
haar hing nog in de lucht die zij zo kortgeleden had ingeademd. Een
gevoelig trommelvlies kon de echo van haar lach opvangen. Er zaten
kleren van haar bij de was. Iemand had zondag nog een mailtje van
haar ontvangen dat ergens bij een server was blijven hangen. In de
koelkast stond de fles cola waar alleen Karen van dronk. De lakens
waartussen ze het laatst had geslapen lagen ongewassen op haar bed.
In de recorder zat de band met de film waarvan ze donderdagochtend de
opname had geprogrammeerd (…).”
Je zou tegenwoorig toevoegen, ze zat nog als contact in WhatsApp met daaronder haar berichtjes. Het boek sluit af met haar
vertrek uit de wereld waar ze nog een aantal dagen rondwaarde.
Langzaamaan wordt afscheid genomen. Klasgenoten zouden later nog aan haar
terugdenken. De dood weegt zwaar,
maar niet veel zwaarder dan de normale beperking in de omgang, al
lijkt het oppervlakkig gezien wel zo. De lezer ziet vanuit de
Hemmerechtshelikopter dat er meer is dat kinderen en een ieder van
ons verstikkend bekneld. Karen gleed tenslotte de Donderdagmiddag...
uit.
De kortste, rustige route tussen Amsterdam en Dordrecht of Zwijndrecht loopt via
de Steekterbrug bij Alphen aan de Rijn. Je kwam daar tot voor kort in een wonderlijke situatie
van kort afdalen, tunneltjes en weer klimmen en weer dalen. Vervolgens
kwam je na een containeropslagterrein terecht op een klein fietspad langs de
Gouwe naar Boskoop. Inderdaad, je kan ook vanaf de fiets denken.
Het is een tocht die langs water gaat; van Amstel, via Aarkanaal, en
Gouwe over de Lek, Noord of Beneden Merwede en Oude Maas. Rivieren – alle water
– in je tocht zorgt ervoor dat je gebruikt moet maken van tunnels, bruggen en
ponten of moet omrijden. Hoofd- en autosnelwegen zijn de moderne rivieren van
deze flitstijd, waarlangs mensen en vracht zich verplaatsen. Een brug over zo'n
hoofdweg is hier het knelpunt voor de wielrijder. En het water? Dat is door de
klimaatcrisis juist een dreiging geworden die door werkzaamheden beteugeld moet
worden of het staat te laag. Je kan alles omdraaien, is hier blijkbaar de wijze les.
Al eerder had ik het over de werkzaamheden aan de Steekterbrug (en het
water). Er was nog een geitenwandelpaadje langs en daarover kon je weer op het
vervolg van het fietspad komen. Het scheelde een stuk om. Je zou denken dat er
een oplossing aangelegd zou worden voor fietsers en voetgangers. Er is ruimte
voor. Maar als onvoldoende mensen met invloed zich ervoor inspannen dan komt dat
er niet. De auto's razen er wel 4-baans voort. Maar die hebben een E-factor en
zijn in de beleving van velen (inclusief beleidsmakers) van groter belang.
(Overigens passen in die E-aanpak ook de brede fietspaden voor mensen die op de
tweewieler (aangedreven door elektra of niet) naar hun werk of school gaan. Dat
is dan weer wel winst.)
Op de heenweg ging ik nog over dat geitenpad. Het gaat
nog steeds, dacht ik verheugd. Op de terugweg twijfelde ik; zal ik maar niet een
andere route nemen: wat om via zus-of-zo? Bij Boskoop ging ik de hefbrug over en
meteen links af; mijn keuze was gemaakt. Ik zat op de route naar de
Steekterbrug. Daar bleek de boel afgezet alsof het een militaire aanval moest
weren. Bij de mega zandzakken stond een bordje dat het wandelpad ook afgesloten
was. Wandelaars konden dat immers niet begrijpen en over die meter hoge zandzakken klauteren.
Vanaf
nu wordt het een zo gunstig en veilig mogelijk alternatief zoeken om dit
knelpunt heen. Het had anders gekund, maar Nederland fietsland kiest niet altijd
voor wat al lang niet meer bij het nationale imago hoort, dat was ooit. De fiets is bezig met
een internationale opkomst. Maar de wet van de remmende voorsprong laat zich weer zien in dit landje in de delta. Bestaat er eigenlijk een fietsersbond
afdeling in Alphen aan de Rijn? Die is er. Hij verklaarde onlangs dat de
toekomst op deze plek voor fietsers minder veilig wordt en deed
een oproep dit te veranderen.
Gliff is een roman van Ali Smith. Het verhaal
begint vreemd met rode natte verf om een huis, waar de bewoners
vervolgens met een camper uit moeten vertrekken. Diezelfde rode verf
verschijnt de volgende nacht om het voertuig van Leif, hij was de man in huis. De camper werkt
vervolgens niet meer en wordt weggesleept. Er is blijkbaar een grens
getrokken. Als woonruimte betrekken de kinderen vervolgens een
leegstaande rijtjeswoning waar spoorwegpersoneel woonde in de tijd
dat de railverbinding aangelegd werd. Er zijn geen meubels en het
huisje ligt op een treinreis afstand van de eerdere woonplaats. De
kinderen zijn dus weg van het bekende. Leif koopt conserven voor een
week voor Bri (Briar) en Rose, de kinderen van zijn vriendin. Hij vertrekt in de richting van de moeder en zijn vriendin, een politiek activiste die
verdwenen is. Je merkt terecht te zijn gekomen in een nare en angstaanjagende wereld waarin men absoluut niet
zou willen leven. Het boek is dan ook voortgekomen uit de opdracht
een Kafkaësk verhaal te schrijven.
Gliff
Rose betwijfelt als
eerste of Leif wel terug zal komen. Ze staat wel vaker vooraan.
Praten daar was ze niet snel mee. Ze was vier. “Paard,”
was haar eerste woord. “Zei ze wat,”
vroeg Bri destijds aan zijn moeder. “Ik
zei paard,” antwoordde ze zelf. Ze was nu ook de eerste die de paarden in de buurt van hun lege huis
tegenkwam. Ze krijgt een band met hen, vooral met die ene grijze die
ze Gliff zal noemen. De naam komt als een fantasiewoord, maar het
blijkt met ouderwetse papieren woordenboeken in de hand toch veel te
beduiden. Er is een kort hoofdstuk aan gewijd: Wat
Gliff betekent. Die betekenis loopt van een synoniem voor stikkie, via een voorbijgaande ervaring van pijn of plezier,
tot een woord dat ieder ander woord kan vervangen. De naam van het paad had die vooral die laatste
betekenis en het dier werd zo volledig
vrijgelaten. (Hun eigen naam wordt door de broer en zus zoveel
mogelijk niet gegeven of veranderd. Zo kunnen ze anoniemer door de
maatschappij bewegen.) Paarden spelen in Gliff een rol als
dier dat staat voor vrijheid om te ontsnappen aan de beknellende
omgeving. Gliff moet het lichtblauwe paard zijn dat de kaft van de roman siert.
Een paard om vrolijk van te worden. Toch duikt ook de gevleugelde,
mythische Pegasus op, niet in de vorm van het email-programma met
die naam, maar in de betekenis van de gelijknamige Israëlische spionage software.
Inderdaad als er al eens licht verschijnt dan wordt dit in de roman
al snel weer overdekt met donkere beelden. “We
moeten niet wegkijken van de duisternis. En als ik niet keek naar het
donker, wat voor soort schrijver zou ik dan zijn,”
vraagt Smith zich retorisch af in
een interview. Maar paarden maken toch vooral
beweging mogelijk. Ze zijn ook echt aanwezig door hun geur en geluiden. Het
paard als aangenaam baken van rust, en een held.
Beknellend
Als de
twee er op gaan letten lopen voor het huis bijna alle mensen voorbij
met een blik op het scherm van hun mobiel en hebben anderen een
intelligent horloge om de pols. Bestaan de kinderen op een foto in de
sleutelhanger van het huis waar ze leven of zijn ze samengesteld uit duizenden
digitale portretten, zoals de kennis steeds vaker ook uit opgediste
losse brokken bestaat? Overal hangen observatiecamera's met of
zonder afluisterapparatuur. Op de achtergrond zijn van de
bevolking de persoonlijke details vastgelegd, zoals familierelaties,
baan, inkomen, enzovoorts en is een stukje verloren grond voor
rondtrekkende mensen onbruikbaar gemaakt door er betonnen paaltjes op
te plaatsen (enigszins vergelijkbaar met het harteloos onbruikbaar
maken of zelfs verwijden van bankjes in parken, op stations en bij
bushaltes voor een mens die er wil liggen of gewoon als hangjongere, wandelaar of passagier even wil zitten.) Faciliteiten voor
vermaak, zoals theaters, concertzalen, bioscopen – waar mensen ooit
heel ouderwets samen van de verbeelding genoten – worden gesloten
en maken plaats voor dure vastgoed projecten. Brian zal ooit
een machine maken die data van het net weg eet zodat mensen niet zijn
wat het web zegt wat ze zijn, denkt Rose. Hij zal ook de technologie
uitvinden om surveillance apparatuur om mensen te volgen op hun
tochten te stoppen; het na gaan van de handelingen van mensen heeft
immers niets te maken met reizen. Dat had de camper wel (of wat mij
betreft de fiets en niet het vliegtuig of privé auto), weer aldus de zus die trots wil zijn op haar
broer. Smith schildert hier een controle maatschappij die
stilletjes ook steeds meer onze werkelijkheid wordt. Angstaanjagend,
maar minder naar en totalitair dan hier geportretteerd. Het is eerder
een waarschuwing voor wat komen kan en waarvan veel facetten er al
zijn, dan een beschrijving van een hedendaagse werkelijkheid. Zoals
ook 1984 in 1948 door Orwell werd geschreven.
Woorden en
beelden
Het zoeken naar de betekenis van woorden komt veel voor in de
literatuur van Smith, zoals het verband tussen lock
en lockdown
in Companion
Piece. Er zitten niet gangbare woorden in de
tekst die moeten worden opgezocht of waar overheen moet worden gelezen. Als Brian het
woord profligate
gebruikt om zijn zus te pesten, dan vraagt Rose: Wat? Brian reageert
met de opmerking dat het niet zijn probleem is als zij niet weet wat
woorden betekenen. Gemeen, maar het stelt de lezer gerust die dit
woord voor losbandigheid of spilziek ook niet kent als een
Engelstalig romanpersonage hetzelfde probleem heeft. Ook
keert de aandacht voor schilderkunst terug in de boeken van Smith.
Hier is dat een aantal pagina's over George
Stubbs met zijn schilderijen van paarden die
worden aangevallen door een leeuw. Ze zijn geschilderd in een
situatie waarin de paarden met opzet angstig zijn gemaakt. Rose noemt
dit ronduit nep en verweert zich er tegen. Ze sprak laat, maar neemt
nu geen blad meer voor de mond ook niet om haar oprechte
verontwaardiging uit te spreken. Niet als het draait om de
dierenmishandeling door Stubbs, niet als het ingaat tegen het
totalitaire regime en niet als het gaat om haar identiteit. Gliffs
vacht licht op; maar haar woorden verlichten het verhaal in meerdere
betekenissen.
Tekst loopt door onder clip.
Moeder “drove us playing the
songs by the singer called marianne Faithfull up the lane and on to
the main road then the motorway towards the greener north. Bronken
Engelish, Sister Morphine, Working Class Hero. What Have They Done To
Rain,” p. 250. De zangeres sluit vrijwel naadloos aan op deze
roman.
Taal
Als je aan een beknellende literaire wereld
denkt komt naast 1984 al snel Brave New World van Aldous Huxley voorbij als klassieker in dit genre. Gliff geeft me wel het gevoel dat het dichter bij de
huidige wereld staat dan de genoemde voorgangers en dat leidt
mijnerzijds tot afweer tegen de zwartgalligheid in de tekst. 'Zo erg
is het niet,' verzucht ik regelmatig. Maar het denkbeeldige hoeft
niet als naadloze mal over de werkelijkheid te liggen om toch
betekenis te hebben. En het is onmiskenbaar; veel is al zo erg. Ze haalde Huxleys boek ook Autumn binnen om de controle in dienst van het vluchtelingenbeleid een contekst te geven. Dat Gliff niet omkijkt, maar de toekomst in, maakt het niet minder deel van de het samenhangende oeuvre van Smith. Het weer oppakken van de Dappere Nieuwe Wereld is daarvan slechts een voorbeeld.
Huxleys boek
duikt nadrukkelijk op in Gliff: veel alinea's in het slot van de
roman worden voorafgegaan door vetgedrukte tussenkopjes die spelen
met die titel rave new o ld ave
n (i) r
en nog een aantal andere
varianten om vervolgens over te gaan in
Brave old
world Brave you world Brave now world Bravo new world Brave
new word
Het zijn tussenkopjes die de verhaalde status
quo en de apathie op de korrel nemen. Nieuwe dapperheid. Smith
laat het woord ingaan tegen de verdoving van de technologie en
kunstmatige pillen die de onderklasse in dit boek slikt tegen de
pijn. Het spelen met die bekende boektitel doet ook denken aan de
leuze van de Anders Globalisten: een andere Wereld is Mogelijk.
Woordkeus speelt daarbij een rol. Het
maakt duidelijk dat dit boek verhaalt over het donkere, maar ook over
zich niet neerleggen bij de situatie. Het lijkt noodzaak je te
verzetten tegen de beknotting van hogeraf. Zus zette haar taal, haar woorden, daartoe in. Hoewel het verhaal een open einde kent en de tekenen niet
gunstig zijn, is dit niet meewaaien de weg die zelfs broer Bri weer wil
gaan samen met Colon, de zoon van de eigenaar van
Gliff.
Sprongen
Het is net alsof er geen jaren tussen de
ontmoeting met die jongen en het paard zitten, maar eerder een paar
weken zo terloops gaat de hernieuwde kennismaking tussen de twee toch
inmiddels volwassen mannen. Even is het moeilijk mee te gaan met ras
vertelster Smith. Ze maakt flinke sprongen in haar verhaal. Je zou
willen weten wat er in die tussenliggende periode is gebeurd. Hoe
het ging met Colon? Waarom koos Bri ervoor zich in het systeem te
passen? De samenleving die Smith schetst is ook al niet
gemakkelijk te verteren. Mensen die verdwijnen, uitgesloten worden,
gevaarlijk en ziekmakend werk doen, met pijnstillers als beloning
(Sister Morphine als troost), overal gecontroleerd worden, en dat in
een herkenbare omgeving. Het blijft de verzuchting oproepen: is het
niet wat veel?!
Het boek is een waarschuwing voor de controle maatschappij, waar
mensen misbruikt kunnen worden, afgeschreven als goederen en keihard
gecorrigeerd als ze niet in de pas lopen. En het is door de laatste
stappen die Brian zet vooral een aansporing je niet bij een
autocratische bestuur neer te leggen en je medemenselijkheid niet te
verliezen. En dat alles in een ellendig verhaal dat je soms keihard
raakt, maar dat zeer zeker ook prachtig en aangrijpend verteld is.
Afgelopen zaterdag zat ik in
een kerk in Amsterdam-Zuid genoemd naar de vader des
vaderlands, betrokken bij de holomodor
in de Meijerij, Willen, zowel Van Oranje als De Zwijger. Daar
zag ik het met drumband uitgebreide ZEA,
Honey
Beer en het trio
Ardea Alba. Het was deel van het Kronkel festival en op deze plek ook Burendag.
Het avond programma miste ik.
De vrouw uit het trio
Ardea Alba, Sougol Khojasteh, vroeg
ons mee te klappen en zingen met het laatste nummer. Het ging om
een religieus voorganger, zo bleef hangen van haar korte inleiding op het lied. Ze zong overigens met prachtig volle stem,
nadat ze eerder een fluit, de ney
speelde met een solo waar het instrument veel van zijn kanten liet zien. Haar collega Bamsar Dezhkameh speelde de suroz.
Daarnaast speelde de Nederlandse (van Friese komaf) Dina gitaar en zong de meest nummers, waardoor
het Iraans met een Nederlands tintje werd of net andersom. Thuis zoek
ik de achtergrond van dat laatste nummer wel op, dacht ik. Maar
dat lukte niet.
De vraag toen maar naar de band Bamsar
gestuurd, deel van Ardea Alba. Dezelfde dag kwam er een
uitgebreid antwoord. Hieronder een groot deel van de (uit het
Engels naar het Nederlands vertaalde en wat bewerkte) tekst:
Het
stuk draagt de titel Man Moridan en is
opgedragen aan sjeik Abdul
Qadir Jilani. Hij was een van de beroemdste mystici en
soefi-geleerden. Hij werd geboren in Noord-Iran, in de regio ten
zuiden van de Kaspische Zee die in historische bronnen met Gilan
wordt geassocieerd. Op jonge leeftijd trok hij naar Bagdad, waar
hij zich bekwaamde in de religieuze wetenschappen, de islamitische
rechtsgeleerdheid en de Hadith. Later verwierf hij grote faam als
prediker, rechtsgeleerde en mysticus.
Hij legde bijzondere
nadruk op:
oprechtheid en zuiverheid van intentie;
vertrouwen
op God;
de strijd tegen het ego en egoïsme;
het helpen van
armen en behoeftigen;
het vermijden van hypocrisie en
overmatige gehechtheid aan het wereldse leven; en
het behouden
van de verbinding tussen de islamitische wet (sharia) en het
spirituele pad
In Balochistan
(waar de musici van Bamsar vandaan komen), zijn er Qadiri-derwisjen
die tijdens de Maled of Pirpatar-rituelen in kringen samenkomen.
Ter ere van hem voeren zij devotionele gezangen uit, begeleid door
de daf,
een traditionele frametrommel. De muziek die we in
de Willem de Zwijgerkerk lieten horen, is eveneens een vorm van
deze devotionele, spirituele muziek. Vermeldenswaardig is ook dat
Abdul Qadir Jilani bekendstaat onder titels als Ghawth al-A’zam
(de Grootste Helper) en Muhyiddin (Vernieuwer
van het Geloof).
Tot zover de tekst. Ballochistan
roept een herinnering bij me op met beeld en al, maar daaraan is nu wat moois en wat kennis toegevoegd. Door een concert
stapte ik even in een volgende werkelijkheid. Er waren er nogal wat deze zaterdagmiddag.