Op de heenweg bedacht ik me de terugtocht te
gebruiken voor het maken van foto's. Het onderwerp zou worden: wegopbrekingen. Het lijkt er het seizoen voor. Dat begint al in het Westerpark. Aan het eind van
de Bretten zag ik de volgende. Er is een grote tussen
Haarlem-Noord en Spaarndam, gedeeltelijk was daar het nieuwe fietspad
al weer bruikbaar. Bijna weer thuis bleek een deel Marnixstraat
echt dicht.
 Op het strand dacht ik: “Nee geen tekst.
Het is te mooi voor woorden en letters. Laat die wegwerkzaamheden
maar.” De luchten waren
weergaloos. Het was rustig en mooi. De wind was wel omstuimig,
maar dat hoort bij de herfst. Geniet ervan droeg ik mezelf
op. De foto die er vorige week niet van kwam, maakte ik
vandaag. Onderwerp de bloem met het pleidooi om het verkleinwoord niet af
te schaffen, want zeg nu zelf de vlasbek dat klinkt toch niet.
Iets verderop reed ik om een opbreking heen. Een man met bakfiets
kwam me tegemoet. Op de zijkant een beeld van een grutto.  “Kan
het,” vroeg ik hem. Ja hij
kwam van de kant waar ik heen wilde. “Weet je wat ze
er doen,” wilde ik weten.
“Ja het zijn de kabels voor een datacentrum die de
grond ingaan,” antwoorde
hij. Doe jij, doe ik, zuinig met stroom, dan maken zij het weer op. Staan die molens niet voor niets in zee te malen.
Alles voor de AI waar we met zijn allen in de breedte toch echt
niet slimmer van worden. Daarna nog de griepprik. Later nog de
uitslagen.
Toch tekst. |
|