Posts tonen met het label Salman Rushdie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Salman Rushdie. Alle posts tonen

zaterdag 28 september 2024

Woede


Woede heet het boekenweekgeschenk van 2001 dat is geschreven door Salman Rushdie*. Het roept de vraag op of Woede voor Het geschenk is geschreven of dat de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) 'slechts' een vertaling heeft uitgegeven. Tot dan toe was het geschenk nog niet verder over de grenzen gekomen dan de bijdrage van wat Vlamingen of zelfs een hele uitgave door Hugo Claus (waarin woede of koleire ook een belangrijke rol speelt), Marnix Gijsen en Hubert Lampo, maar die zijn wel afkomstig uit hetzelfde taalgebied.

Woede wordt op de achterflap in een paar punten bondig beschreven:
“Woede is een roman over een oude, diepe liefde die misgelopen is, over een tweede, verknipte hartstocht die gebaseerd is op een misvatting, en over een derde, hartstochtelijke liefde die weleens heel goed zou kunnen uitpakken.” Het boekenweekgeschenk zelf is 2½ keer zo omvangrijk als vrijwel elk ander geschenk van na de Tweede Wereldoorlog.**

Poppenmaker
Met dat citaat van de achterpagina is ook gelijk de hoofdstructuur van het boek verteld. Die loopt van mislopende relatie naar een volgend falen, waarbij de uitbarstingen en irritatie blijven. Een vrouw die hoofdpersoon Solanka terloops aanspreekt kreeg te maken met een veel grotere razernij dan ze verdiende; een vloedgolf die hem zelf schokte. Je moet je tijdens het beschreven leven wel af gaan vragen waar deze uitbarstingen vandaan komen. Of is de oorzaak alleen alleen de stroom aan ergernissen, lawaai van holle vaten en de markt die van het leven is gemaakt. Dat lwaai wordt bovendien gecombineerd met de excentrieke instelling van de voormalige hoogleraar geschiedenis die doceerde aan Cambridge. Malik vestigde zich darna in New York waar hij poppen maakte, elke met een eigen karakter en achtergrond. Londen, vrouw en zoon, liet hij achter, verjaagd door een mes dat hij boven het hoofd van zijn vrouw hield. New York en de Verenigde Staten moeten hem leeg maken en onthechten en daarmee zijn boosheid, angst en pijn verjagen. Die wens zal niet opgaan.

Teugels
Gevoelens van woede komen veel en in tal van vormen in het boek voor, evenals pogingen om ze in toom te houden. Dat tweede bijvoorbeeld door de visualisatie ervan of door de hand van een vrouw op de arm van Malik Solanka. Meestal gaat het om kleine zaken die de kiem ervoor zijn. Woede is een reactie op luidruchtige werkmannen, herrie in het algemeen, vermeende stompzinnigheid bij relaties, platte commerciële beelden en het alomtegenwoordige consumentisme. “Woede is een roman over wat woede kan doen met een mensenleven,” zo vat diezelfde achterflap het boek in een zin samen.

Tegenslag
Het geschenk is zo volgepakt dat er eindeloos veel losse flarden uitgehaald kunnen worden om een bespreking te verlevendigen. Krysztof Waterford-Wajda, Dubdubs genoemd, een jeugdvriend van Solanka, zit met zichzelf in de knoop. Malik vindt dat hij zich niet zo in zelfbeklag moet wentelen. Alles zit hem immers – ondanks zijn ogenschijnlijk kleine brein – mee. Het is een opmerking om later spijt van te krijgen. Niet alleen omdat Dubdubs zelf ook uitgaat dat je het moet doen met de wereld die er is, met alle gebreken en op die filosofie een hele carrierre weet te bouwen, maar ook omdat dit onverstandig is. Tegenslag uitmeten is misschien niet mooi, flitsend,
nice en cool, maar er moet toch ruimte voor zijn. Zo niet, dan kan het wel eens misgaan. De reactie op de klagende vriend is in Woede een bungelend draadje, waar je ook een hele roman op zou kunnen enten. Een van de vele losse eindjes.

Nederland
In het boek komen we wat referenties naar Nederland tegen. Zo lezen we de naam van Patrick Kluivert, van Rutger Houwer, Erasmus, straatnamen in new York die verwijzen naar Holland, zoals de Amsterdam Avenue. Bovendien is de poppenmakerij door Solanka begonnen na een bezoek aan het Rijksmuseum en geïnspieerd door de grote poppenhuizen die daar staan. De Nederlandse lezer kon gerust zijn, het kikkerlandje aan de Rijn bestond ook in een boek dat niet door een Nederlander was geschreven. Maar vaker nog komt India aan bod. Engeland en de Verenigde Staten nog veel meer.

Besprekingen
In een recensie van de Engelse uitgave beschrijft Jonathan Cape de overeenkomsten tussen Solanka en Rushdie, maar de recensent stelt ook dat de vulkaan in de protagonist de smaak van het millennium is en in elk mens te vinden kan zijn. In Nederland laat Graa Boomsma zijn pen over het boek gaan. Hij constateert dat Homeros niet toevallig opduikt in Woede. Het noemt het een furieuze roman “over de mechanisering van de mens en de vermenselijking van de mechanisatie die wortelt in de Griekse mythologie.” Hij citeert: “In Athene werden de Furiën beschouwd als de zusters van Aphrodite. Schoonheid en wraakzuchtige toorn ontsproten aan dezelfde bron. Homeros zei het al.” Boomsma geeft in zijn bespreking de lezer veel handvatten om het boek te grijpen.

Boodschap
Woede is een boek dat de lege ziel van de tijd beschrijft en waarin de gebakken lucht als echte taarten wordt uitgestald. Die leegheid moet wel tot verwrongen reacties leiden en daarover gaat dit boek. Evengoed laat Woede zien dat een goede vader zijn waardevol is om gedeukte vermaledijde levens te voorkomen.

Furiën
Mooi geschreven? Vaak, niet altijd. Wel veel informatie over tal van onderwerpen; de ketting van de woede is geregen met een soepelheid die bewonderd moet worden. Het is een boek om te laten bezinken. Als alles handel wordt, verdwijnt er ook veel van waarde. Overvloed is geen rijkdom. De wereld als koopwaar is terecht reden voor een furieus boek. Graa Boomsma noemde het een geschenk aan Nederland. Hij staat niet onterecht stil bij de drie Griekse Furiën, die de versie van de originele taal, het Engels, zijn titel heeft gegeven. De Furiën, ze blijven terugkomen en staan op een gegeven moment zelfs alle drie aan het bed van Solanka. Een van de drie zal haar eigen furieuze idealen volgen en dat dit onverstandig kan zijn, laat het boek ook zien.

Die
“Furiën zweefden oven Malik Salonka, boven New York en Amerika, en Krijsten. In de straten beneden schreeuwden het menselijke en onmenselijke verkeer zijn tot razernij gebrachte instemming terug.” Dit citaat volgt op een pagina lange aanklacht tegen de machines die zich boven het hart willen stellen; de overmaat aan gemak; het verlies aan taal; geweld boven dromen; en het uitgeklede leven. Maar een geschenk aan Nederland? Het is duidelijk ook een geschenk aan de grotere wereld, de wereld van wereldtalen. Zouden er veel andere boeken in Nederland zijn die in 2001 in een zin de Dalai Lama naast Donald Trump opvoerden? Een beetje over dijken kijken kan soms vergezichten opleveren: de ruimte van een wereld die groter is dan de polder.

Tapijt
Dat het boek als
wollig wordt neergezet is ook te begrijpen; dus geen ketting maar een steeds voller kleed waar je door de draadjes de beelden niet meer ziet. Het is een boek waarin, ondanks drie vertalers, wel eens lange zinnen de weg kwijtraken. Dat is jammer, maar ook helaas.

Bijna een kwart eeuw later kan je het ook zien als een boek over de boze man, met een afwijzende mening over alles. Maar onder al dat stof is toch zichtbaar het te kakken zetten van leven in de leegte, consumeren tot de dood er een einde aan maakt en waarin zelfs levenloosheid een product wordt. Er zijn betoverende vrouwen, en zelfs iets buitenissigs als de smeltende gletsjers komt voor, eigenlijk de hele mikmak. Het is een wereld waar een veelheid aan feiten en indrukken een persoon en het verhaal kleurt. Als je net even anders naar het tapijt kijkt dan zie je de plaatjes wel en als je later weer kijkt zie je mogelijk zelfs een ander beeld. Als je dat niet lukt wacht je een jaar op een novelle van 96 pagina's met een onderwerp van hier, zoals een overzichtelijke doodgelopen relatie in een huis aan de duinen. Bij het beschrijven van het leven in het geruis en herrie van New York is een overzichtelijk borduurwerk als Canto Ostinato misschien minder geschikt dan een woest muzikaal tapijt als Bitches Brew, dat de razernij van de grote wereld laat horen.

Aanslag
In 2022 werd een aanslag op Rushdie gepleegd. Over woede gesproken. Het CPNB besloot destijds het boekenweekgeschenk uit 2001 gratis voor iedereen als e-book beschikbaar te stellen. Woede was weer even een Nederlands boek, zoals het schijnbaar begon.

Noten:
* Het boek werd in 2001 ook uitgegeven in het Engels onder de titel Fury en gepubliceerd door de Londense uitgeverij Jonathan Cape (ISBN 10: 0224061593 / ISBN 13: 9780224061599). Het lijkt niet eerder dan augustus 2001 te zijn geweest en dus bijna een half jaar na het verschijnen tijdens de boekenweek in maart 2001. Het heeft een pagina op salmanrushdie.com zonder een verwijzing naar de Nederlandse uitgave: wel naar de Spaanse vertaling Fúria (er is ook een Italiaanstalige, Furia). Voor zover ik kan vinden is er geen commerciële uitgave van verschenen in het Nederlands.
** Bij Max Pam lees ik (in een nogal provinciaalse bespreking) dat Rushdie het wel op de gebruikelijke omvang had willen houden, maar het boek bepaalde los van de schrijver zijn dikte. Inderdaad een luie redenering, zoals Pam schreef. Dat het misschien (ook) bedoeld was als roman voor een andere dan de Nederlandstalige uitgave, noemt hij niet. Er komt ook nog bij dat het formaat niet altijd rond de negentig pagina's heeft gelegen. Die vormvastheid is er sinds 1984. Daarvoor was het geschenk experimenteler, vrijer en kunstzinniger zou je ook kunnen zeggen.


donderdag 1 november 2018

Boeken in oktober

Merkwaardig een dichter die aan politiek doet, is een slecht politicus geloof ik. 
Brown tegen Pankow, p. 48


Als ik het toneelstuk De pantserkrant van Menno ter Braak wil gaan lezen, blijkt dat de pagina's niet van elkaar losgesneden zijn. Het verscheen in 1935, maar ik ben de de eerste die dit exemplaar met een koksmes leesbaar maakt. Los daarvan het zou best wel weer eens op de planken mogen.

Het toneelstuk gaat over een krant die door de zakelijk directie is verkocht aan een firma in typemachines die in feite een grote wapenfabrikant is. De krant heeft daardoor baat bij een redactionele lijn die een sterke man aanbeveelt, het gepalaver in het Parlement afwijst en waar politieke commentaren beter vervangen kunnen worden door onschadelijke ethische overdenkingen. Lees in die context ook het citaat hierboven: politiek moet zakelijk blijven.

De boekbespreking die ik las, voordat ik deze signalering schreef, was bepaalt geen reclame: “De heer ter Braak, die te onzaliger ure de stoel van Borel aan Het Vaderland heeft beklommen, verbaast met bijna elke nieuwe publicatie den lezer weer door de uitingen van zijn abstraheer- en analyse-ziekte. De zelfgenoegzame eigenwijsheid, het hautaine air welke het gedrukte woord van dezen heer kenmerken, leert men overvloedig kennen in het ‘tooneelspel’ ‘De Pantserkrant’.” Recensent P.H. Minderaa, die schreef voor het Christelijk Letterkundige Tijdschrift Opwaartsche probeert wel meer schrijvers met de grond gelijk te maken.

Op de laatste pagina's schrijft Ter Braak waarom hij het propagandistische toneelstuk in een opwelling schreef. Dat was niet in het minst om de artikelen over “een dier kooplieden, een zeekere heer Koster, geruime tijd eerelid van de patriotische vereeniging Onze Vloot en daarbij krachtig werkzaam voor de negotie (…) In Nederland bestaat voorzoover mij bekend, geen aan de wapenindustrie verkochte pers; ons fatsoen blijkt toch ergens goed voor te zijn; maar er bestond reeds een heer met den goed Hollandschen naam Koster, die met wat meer ambitie wel directeur van een populair blad voor het argelooze huisgezin had kunnen zijn.”

Die Koster was de eerste commandant van een Nederlandse onderzeeboot, werkte met de Amerikanen aan de ontwikkeling en verkoop van onderzeeërs, en voor de nazi partij probeerde hij de productie van machinegeweren te stroomlijnen. Onlangs besprak ik een boek waarin hij voorkwam. Onze Vloot bestaat nog steeds, 

Koster siert nooit de krantenkolommen, waarom zouden we die oude koeien uit de sloot halen. Toch las ik door hem dit toneelstuk. Ter Braak voegt overigens toe dat hij meer waardering heeft voor een wapenhandelaar dan voor de machtigen achter de schermen die het volk laten loeien over ras en nationaliteit. Het was 1935.

***

De zwijgende wind van de Pampa, zwaar giftige ombúbladeren. “Het is net een sprookje,” zegt de man tegen de vrouw. De man reageert: “O nee, zo erg is het ook weer niet.” Het is een kort uitstapje naar Zuid-Amerika in een boek dat verder in Azië en Europa speelt. In Zuid-Amerika hebben ze wel een visie op Engeland, het land dat, na India, een tweede viool (maar wel een wezenlijke partij) speelt in het boek. “Bent u allemaal zo vreemdsoortig in dat koude Engeland van u?”, vroeg de buurman van de man en vrouw in Argentinië. De vrouw zit in het verhaal omdat bij haar de twee hoofdrolspelers terecht komen als ze net uit een lijnvliegtuig uit Mumbay zijn gevallen: filmster Djibriel en toneelspeler Chamcha.

Het Arabische schiereiland doet ook mee, maar ik zou zeggen niet zo voornaam als India (Bombay/Mumbay) en Engeland (Londen). Toch heeft dat alle aandacht naar zich toe gezogen. De duivelsverzen van Salman Rusdie is een beetje kapotgemaakt door de ayatolla's en moella's van Iran. De ongeloofwaardigheid van de profeet Madoen wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld een passage waar stil wordt gestaan bij het opmerkelijke verschijnsel dat de aartsengel hem precies influistert wat de zakenman goed uitkomt als het om zaken en het hebben van veel vrouwen gaat. Het verhaal van de profeet wordt in het boek genoemd als filmscript: “Maar zouden de mensen er geen schandelijke godslastering …,” vraag een redacteur van een filmtijdschrift aan de producer. “Absoluut niet,” antwoord deze “een verhaaltje is een verhaaltje, feiten zijn feiten.” En een roman is een roman, zou ik ten overvloede nog toe kunnen voegen. Alsof dat alles nog niet genoeg is om de nuanceringen te zien, wordt een groot deel van dat Madoen verhaal verteld, omdat Djibriel ze na de val uit het vliegtuig niet allemaal meer op een rijtje heeft.

Kapotgemaakt is het boek, omdat het dus niet in eerste plaats om de islam draait in De duivelsverzen. Ja het richt zich tegen godsdienstfanatisme, maar daar is in een boek dat begint en eindigt in India alle reden toe. Het boek neemt alles op de korrel. Ook het tegenovergestelde van regligieus fantisme. Misjal, de in vlinders gehulde leidster van bedevaart van arme dorpsbewoners, zegt tegen haar beschermheer: “Er is hier iets aan de hand, Saïed, daar kun jij met je Euroepse import-atheïsme niet bij. Of misschien zou je dat best kunnen als je eerst eens onder je Engelse kostuum zocht waar je hart zit.”

Het boek gaat ook over toneelspelen: “T'neelspeler zei je toch? Mag 'k gráág aan 't warrek zien, 'n goeie T'neelspeler,” zegt een politieagent tegen Chamcha die mishandeld en vernederd wordt in een busje van oom agent. Het gaat over de drang tot assimilatie door migranten in Engeland. Over het racisme dat ze tegen komen: op straat door de politie; door de bestaande structuren. In die zin is het boek uit de jaren tachtig. Het tegenwoordig geëiste respect voor de politie zit er niet in. Opsporen doen ze om een schuldige aan te wijzen, niet om de dader op te sporen. Het is verfrissend om dergelijke kritiek op de hermandad  te lezen.

Het boek draait om India. Je kan je dan wel aan willen passen aan Engeland als je daar woont, het Engeland dat een stuk minder beschaafd is dan gedacht, maar uiteindelijk kom je ook elders vandaan, waar ouders sterven, oude liefdes wonen, draadjes bij elkaar komen en herinneringen leven. Daar “kun je eindelijk eens ophouden met toneelspelen,” zegt de oude liefde, die nog leeft, tegen Chamcha.

Het is zo'n boek waar je het einde aan ziet komen als dat van een geslaagde vakantie, die nog door mag blijven gaan. De wondere wereld van Londen uit Indiaas gezichtspunt, het platte land van Zuid-India, en Mumbay, wat destijds nog Bombay heette. Het is ook een boek dat uit zijn voegen barst van de dubbele betekenissen, van verhaallijnen die elkaar snijden, opvolgen, aanvullen of uitvlakken. Al zou ik het nog een paar keer lezen, iedere keer zou ik nieuwe dingen lezen.

***

Misschien zijn het wel de mooiste boeken die gaan over vrijwel niets en tegelijk over alles. Een verhaal tussen twee boten, twee liefdes, rondom visserij, 'n witte hond, een krant en dat vertelt dat iedereen moet leren dat dood geen slaap is. The shipping news is in 1993 geschreven door Annie Proulx over leven op Newfoundland, een uithoek van Canada.

Meegenomen door een tante komt Quoyle, vader van twee kinderen, die net zijn liefde van zijn leven is verloren, terecht in de uithoek waar zijn hele familie vandaan komt. Terug naar vroeger, zoals je zoveel ziet; het vertrouwde. Hij zelf was er nog nooit geweest, zijn tante en vader wel. Dat vroeger krijgt hier de vorm van een groen huis op een rots. Die ontmoeting met het verleden maakt onbekende en niet vertrouwde spoken wakker.

Ieder hoofdstuk van The shipping news begint met een omschrijving van een knoop. Ze hebben te maken met het volgende hoofdstuk. “Om glijden tegen te gaan, heeft een knoop wrijving nodig, en om wrijving te krijgen moet er een vorm van druk zijn. Deze druk en de plaats in de knoop waar ze optreed heet de kneep. De betrouwbaarheid van een knoop lijkt alleen te berusten op zijn kneep.” (Hoofdstuk 12). De literaire waarde van 'knopentaal'. Je moet er maar op komen.

Hoewel sporadisch wordt afgeweken van een knoopbegin. De krant heet de Gammy Bird, de naam voor de eidereend op Newfoundland. Waarom dat zo is, wordt ook uitgelegd in zo'n stukje. De krant heeft zelf niet zoveel van vriendelijk murmelende eenden. Het is een lokale krant die het moet hebben van sensatie (rechtbank verslaggeving), auto- en scheepsongelukken, van de radio opgepikt buitenlandnieuws en een restaurantrubriek. 'A hard bite,' denkt Quoyle als hij zich voor het eerst op de redactie vertrouwd maakt met de krant.

De eigenaar, Jack Buggit is een man die liever vist dan de krant bestiert en dat werk uit handen heeft gegeven. Hij is “een beetje gek,” volgens Quoyle. Je zou hem tegenwoordig al gauw een boze witte man noemen. Hij loopt op tegen de maatregelen van politici ver weg als het gaat om visquota. “Zelfs Einstein kan het niet begrijpen,” zegt hij. Hij loopt verloren rond in een wereld die veranderd. Pas toen de boze witte mannen Wilders en Trump voortbrachten, werd hun verhaal nieuws en er soms oprecht naar geluisterd. Jack Buggit zorgt ervoor dat er naar hem geluisterd wordt.

Het verlies van wat was komt uitdrukkelijk aan de orde, maar: “Mensen waren alleen maar aardig, omdat het leven zo smerig was en je het je niet kon veroorloven vijanden hebben. Het was allen zwemmen of allen verdrinken. Een situatie die mensen aardig maakt.” In hetzelfde gesprek over vroeger, gaat het ook over nu: de milieuvervuiling door de olie industrie, de troep op de bodem van de zeeën die netten openrijt, 'n industrie die schermt met banen maar het vet van de soep eet en dan weer vertrekt en de boel de boel laat.

In een boek dat over niets gaat verwacht je geen zin als “Zesendertig jaar oud en dit was de eerste keer dat iemand ooit zei dat hij wat goed deed.” Woorden zoals die in de vraag “als je een vis strijkt wordt die dan zo groot als een kleed?” en het antwoord daarop“Ik denk groter, als je hem uitvouwt,” maken het lezen prettig. Het boek zit vol mooie zinnen, maar blijft ook een gewoon boek. Het is daarom niet plat, maar gaat over de subtiliteiten van het leven, de lagen van het bestaan én over liefde.  Inderdaad vrijwel alles. Het kan dat liefde soms komt zonder pijn en verdriet, zo sluit het boek af.

Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.