zondag 16 november 2014

Vensters

De grote kamer van Montrose House aan Loch Lomond was nauwelijks verlicht. De meeste gasten waren al naar bed. De mensen die nooit moe zijn of juist te moe om naar bed te gaan, hingen nog in de kussens die verspreid over de grond lagen. Het was 1982 en stoelen waren nog niet nodig.

Vensters wil ik horen,” zei een jonge vrouw. Het voorstel werd instemmend begroet. Ik had geen idee waar het over ging. Het bleek een symfonische plaat te zijn van de Nederlandse fingerstyle gitarist, Harry Sacksioni. De plaat stamt uit 1976 en was een hit in het alternatieve circuit, maar niet in het mijne. Mijn circuit had ik in 1980 ook nog eens ingeruild voor de marine. Ik was net terug van een lange reis over de Atlantische Oceaan. Een vakantie met het Landelijk Centrum Gereformeerd Jeugdwerk (LCGJ) was een gok, maar het beviel prima. Kort na terugkomst van die vakantie, op 10 augustus 1982, kocht ik de plaat. (Zo staat het in mijn schriftje waarin alle LP-aankopen staan.)

Sacksioni kwam ik nog wel eens tegen op TV of radio. Onlangs had de vlotte filosofe Stine Jensen het over hem als inspiratiebron bij haar gitaarlessen. Voor mij bleef de man van de Sacksioni-methode voor altijd verbonden met de groepsreis naar Loch Lomond.

Nu ging ik met mijn jongste zoon naar een optreden van hem. Het viel hem ook niets tegen. Hij wil nog wel vaker naar zoiets. Zo die heb ik binnen dankzij de vingervlugge gitarist. We hoorden vroege en oude muziek: bij de geboorte van zijn zoon, over lef, een ode aan J.J. Cale en bewerkingen van popmuziek, zoals twee songs van Stevie Wonder en hij eindigde met Black Bird van de Beatles. Dat zong ik een tijd als slaapliedje voor diezelfde zoon.

Het was een intiem optreden en van de reuma die Jensen op de radio meldde, heb ik niet veel gemerkt. Laten we hopen dat het meevalt. Het was melancholie, maar ook plezierig samen en mooi om naar te luisteren. Sacksioni kondigde een opvolger van het symfonische Vensters aan. We kregen de overture van een stuk dat misschien volgend jaar af is als hij 65 wordt, maar dat geen vijfenzestig zal gaan heten.



zondag 26 oktober 2014

Vogels

20ste en 21ste eeuwse muziek was het. Die van Sofia Gabaidulina (1931) en Rudolf Escher (1912-1980) sprongen eruit.
Een middagje uit in eigen buurt. Wat een schoonheid hoorde ik op fluit, bespeeld door Abbie de Quant en op de door Elizabeth van Malde bespeelde vleugel. 20

Van de eerste werden twee stukken gespeeld. Klänge des Waldes (1978), het eerste, klonk ook als een echt groot feeëriek en later dreigend Russisch woud. In het volgende Allegro Rustico (1963/1993) speelde de piano in het slot zo geweldig mooi bas dat er tinten jazz en blues in zaten. Verder zat er een flinke dosis Shostakovich in, haar leermeester.

Het Russiche woud volgde op
Le Merle Noir (1952, merel) van Messiaen (1908-1992). Bij Messiaen dreig ik altijd de vogels op te gaan zoeken in zijn muziek. Je kan ze beter vanzelf laten komen. Opeens zat ik in een serre van een achtertuin en hoorde af en de merels fluiten, zoals ze dat vanaf maart ook in Amsterdam doen.

Rudolf Esscher (1912-1980) heeft met de Sonata per Flauto e Pianoforte (1976/1979) een laatste zeer indringend werk geschreven. Een worsteling met het leven, ondanks alles met positieve noot. Steeds opnieuw met een vlucht naar boven, maar toch eindigend in mineur; er was geen ontkomen aan.

Na de pauze twee stukken met gesproken woord, The Prince (2001) van Ron Ford met een sprookje van John Fowles. Het werd verteld tussen de fluittonen door. Nog een keer luisteren; het was teveel voor een keer. Daarna kwam een ander stuk met tekst, nu over de Griekse god Pan. Dit werd voorgedragen door organisator en dichter Frank Diamand. Een gedicht aan het begin van elk deel van La Flûte de Pan (1906) van Jules Mouquet (1867-1946). De gedichten stonden ook in het informatieve programmaboekje, met vertaling naar het Nederlands.

Piano en fluit lieten veel van zichzelf zien tijdens dit concert. Met het toegift van Morcaeu de Concours (1898) door Gabriel Fauré (1845–1924) kwam niet alleen een 19e eeuws stuk muziek, maar vlogen ook de meest liefelijke fluittonen van de middag de zaal van het Veempakhuis in.

Volgende keer ga ik weer naar het Toets des Tijds concert. Op 23 november piano en poëzie met blues uit de hele wereld, gespeeld door Marcel Worms. Fleur Bourgonje leest gedichten en een fragment uit haar nieuwe roman, die 13 november verschijnt bij De Geus.