Lilac and Flag is het derde deel van John Bergers'
trilogie. In het dankwoord aan het slot van het boek schrijft hij dat
de boeken vijftien jaar van zijn aandacht hebben gekost. Hij zou er
niet aan begonnen zijn als hij niet zelfs al voor het begin de steun
van het Transnational Institute aan de Paulus Potterstraat in
Amsterdam had gehad.*
Het boerenland in de bergen is nog wel
aanwezig in het boek. Er komt zelfs een vertelstem vandaan. Deze
merkt op dat zij die het land met de bus verlieten jager of gejaagde
werden en er niets meer overbleef waarop ze konden steunen of vertrouwen. Er
zijn verwijzingen naar het boerenwerk door fysieke kenmerken te
noemen, te spreken over het melken van geiten, terug te kijken naar
de plaats van oorsprong of daar nog aanwezige bezittingen te noemen,
zoals een houten schuur.
Maar Lilac and Flag leven in de mythische
havenstad Troy, in de sloppenwijk op Rat Hill in eind twintigste
eeuw, niet meer in de tijd van de keuterboer, zoals wordt opgemerkt.
Maar ook de vrouw van de hoofdinspecteur van politie wil weg uit deze rommelige stad. Ze wil maar Tenochitilán
(dat klinkt niet alleen Mexicaans, maar is het ook en daarbij zeer ordelijk)
en haar man (ook met een achtergrond op het land) vindt ze eigenlijk maar een mislukkeling; hij kan niet
eens een airconditioning betalen.
Het leven is zeker hard en
armoedig op de heuvel. Er is criminaliteit en er zijn (gewelddadige)
arrestaties. Sommige vaders verdwijnen er met de noorderzon. De
uitbuiting en armoede zijn er schrijnend. Kortom ellende. Lilac en Flag
geven er toch kleur aan.
Flag heet eigenlijk Succus en werkt op een bouwplaats waar de
voorman de bouwvakkers opjaagt en koeioneert. Flag wordt
ontslagen als hij hem om terechte woede op zijn gezicht slaat. Lilac
heet eigenlijk Zsuzsa en is niet voor een gat te vangen. Levendig en
verliefd trekken ze samen door de stad. Samen bedenken ze plannen en
verdienen geld bij door klusjes uit te voeren voor plaatselijke
criminelen (zoals de broer van Lilac).
De tochten door Troy
zijn verdrietig en mooi. De plekken zijn beeldend beschreven vanaf de situatie in de
cabine van een kraan tot in de 'verhoorkamer' kamer van de politie.
Vrolijk door de levenslust en verliefdheid van de twee en
naargeestig, omdat je ziet waar de van het land naar de stad getrokken
mensen belanden. De vader van Succus opent er de hele dag oesters, en
dat tientallen jaren lang. Je kan het werk noemen. Hooien met de
hooivork is ook niet aantrekkelijk en loodzware arbeid. Maar de hele dag een mes
door de spier van schelpdieren wurmen is een geestdodende en
afstompende bezigheid.
Die zelfde vader is een fan van het
woordenboek. Dat is zijn medicijn tegen de versuffing. Hij leert het
vrijwel helemaal uit zijn hoofd en daarbij ook de afkomst van de
woorden. Een teken van wilskracht. Succus heeft het weer van hem
geleerd. Regelmatig worden woorden ontleed. Mij viel op dat de kraan
komt van het Griekse geranos en dat dit staat voor een vogel op hoge poten. De kraanvogel is dus niet naar het hijswerktuig genoemd,
maar andersom de bouwkraan naar de kraanvogel. Dat we maar weten wat eerst kwam.
De mooie wereld is een droom; een fantasie waar
de wereld die draait om geld is verdwenen. Het is een utopie die
verdwijnt als je wakker wordt. Je kan wel redeneren over het betere,
maar woorden brengen en nemen weg, ze zorgen voor verlichting of
doen pijn; ze bieden geen oplossing. Als je op Rat Hill woont kan je maar het beste een biertje
drinken en gaan slapen.
Het boek eindigt daar waar alles
alles eindigt, met de dood. Nee. Zelfs na de dood. In dat bestaan is er
een groot wit cruise schip voor de doden met ieder een hut naar eigen
wens. Een persoon blijkt daar onvindbaar en moet dus nog in leven zijn. Zo is zelfs
het donkere einde in lichte kleuren geschreven, zoals het hele boek
het mooie naast het lelijke en het fijne naast het nare zet. Lilac and
Flag is een prachtige afsluiting van een drietal boeken over het
verdwijnen van de kleine boer. Dat leven was misschien niet ideaal,
maar het is niet voor het betere ingeruild.
De
trilogie
Pig
Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)
Noot:
*
Ook ik heb op een bescheidener nivo veel aan hen te danken gehad.
Daarom noem ik het graag. Het Instituut bestaat nog steeds en het TNI
is al weer jaren gevestigd in de Wittenstraat in Amsterdam.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten