zondag 13 september 2026

Lilac and Flag




Lilac and Flag is het derde deel van John Bergers' trilogie. In het dankwoord aan het slot van het boek schrijft hij dat de boeken vijftien jaar van zijn aandacht hebben gekost. Hij zou er niet aan begonnen zijn als hij niet zelfs al voor het begin de steun van het Transnational Institute aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam had gehad.*

Het boerenland in de bergen is nog wel aanwezig in het boek. Er komt zelfs een vertelstem vandaan. Deze merkt op dat zij die het land met de bus verlieten jager of gejaagde werden en er niets meer overbleef waarop ze konden steunen of vertrouwen. Er zijn verwijzingen naar het boerenwerk door fysieke kenmerken te noemen, te spreken over het melken van geiten, terug te kijken naar de plaats van oorsprong of daar nog aanwezige bezittingen te noemen, zoals een houten schuur.
     Maar Lilac and Flag leven in de mythische havenstad Troy, in de sloppenwijk op Rat Hill in eind twintigste eeuw, niet meer in de tijd van de keuterboer, zoals wordt opgemerkt. Maar ook de vrouw van de hoofdinspecteur van politie wil weg uit deze rommelige stad. Ze wil maar Tenochitilán (dat klinkt niet alleen Mexicaans, maar is het ook en daarbij zeer ordelijk) en haar man (ook met een achtergrond op het land) vindt ze eigenlijk maar een mislukkeling; hij kan niet eens een airconditioning betalen.

Het leven is zeker hard en armoedig op de heuvel. Er is criminaliteit en er zijn (gewelddadige) arrestaties. Sommige vaders verdwijnen er met de noorderzon. De uitbuiting en armoede zijn er schrijnend. Kortom ellende. Lilac en Flag geven er toch kleur aan.

Flag heet eigenlijk Succus en werkt op een bouwplaats waar de voorman de bouwvakkers opjaagt en koeioneert. Flag wordt ontslagen als hij hem om terechte woede op zijn gezicht slaat. Lilac heet eigenlijk Zsuzsa en is niet voor een gat te vangen. Levendig en verliefd trekken ze samen door de stad. Samen bedenken ze plannen en verdienen geld bij door klusjes uit te voeren voor plaatselijke criminelen (zoals de broer van Lilac).

De tochten door Troy zijn verdrietig en mooi. De plekken zijn beeldend beschreven vanaf de situatie in de cabine van een kraan tot in de 'verhoorkamer' kamer van de politie. Vrolijk door de levenslust en verliefdheid van de twee en naargeestig, omdat je ziet waar de van het land naar de stad getrokken mensen belanden. De vader van Succus opent er de hele dag oesters, en dat tientallen jaren lang. Je kan het werk noemen. Hooien met de hooivork is ook niet aantrekkelijk en loodzware arbeid. Maar de hele dag een mes door de spier van schelpdieren wurmen is een geestdodende en afstompende bezigheid.

Die zelfde vader is een fan van het woordenboek. Dat is zijn medicijn tegen de versuffing. Hij leert het vrijwel helemaal uit zijn hoofd en daarbij ook de afkomst van de woorden. Een teken van wilskracht. Succus heeft het weer van hem geleerd. Regelmatig worden woorden ontleed. Mij viel op dat de kraan komt van het Griekse geranos en dat dit staat voor een vogel op hoge poten. De kraanvogel is dus niet naar het hijswerktuig genoemd, maar andersom de bouwkraan naar de kraanvogel. Dat we maar weten wat eerst kwam.

De mooie wereld is een droom; een fantasie waar de wereld die draait om geld is verdwenen. Het is een utopie die verdwijnt als je wakker wordt. Je kan wel redeneren over het betere, maar woorden brengen en nemen weg, ze zorgen voor verlichting of doen pijn; ze bieden geen oplossing. Als je op Rat Hill woont kan je maar het beste een biertje drinken en gaan slapen.
     Het boek eindigt daar waar alles alles eindigt, met de dood. Nee. Zelfs na de dood. In dat bestaan is er een groot wit cruise schip voor de doden met ieder een hut naar eigen wens. Een persoon blijkt daar onvindbaar en moet dus nog in leven zijn. Zo is zelfs het donkere einde in lichte kleuren geschreven, zoals het hele boek het mooie naast het lelijke en het fijne naast het nare zet. Lilac and Flag is een prachtige afsluiting van een drietal boeken over het verdwijnen van de kleine boer. Dat leven was misschien niet ideaal, maar het is niet voor het betere ingeruild. 

De trilogie
Pig Earth (1979)
Once in Europa (1983, versie die ik las is uit 1987)
Lilac and Flag (1990)


Noot:
* Ook ik heb op een bescheidener nivo veel aan hen te danken gehad. Daarom noem ik het graag. Het Instituut bestaat nog steeds en het TNI is al weer jaren gevestigd in de Wittenstraat in Amsterdam. 

 



Geen opmerkingen: