zondag 8 januari 2017

Baken

Je ziet ze wel vaker, van die bomen die er staan om opgevreten te worden door tondeldozen; die niet zouden misstaan in een griezelverhaal.

Deze vermolmt tussen Austerlitz en Maarn langs een smal fietspad dat je over een heuvelrug leidt. Bijna alsof het een baken is op een bijzonder stuk van mijn fietstocht.

Stoppen doe ik er vrijwel nooit; er is toch geen bijzonder fijne plek om te zitten en een sinaasappel te eten. Maar in gedachten groet ik de boom en ben daarna opeens een flink stuk verder.

zaterdag 7 januari 2017

ENCI


De afkorting ENCI doet me nog steeds eerder aan Maastricht dan IJmuiden denken al fiets ik bijna 10 jaar regelmatig langs de vestiging aan het Noodzeekanaal. Bovendien sluit volgend jaar de bekende mergelgroeve in Limburg. Deze zal zich onder de hoede van Natuurmonumenten verder ontwikkelen. De cementproductie bij Maastricht zal wel doorgaan. De grondstof wordt van elders aangevoerd.

In IJmuiden wordt de zogenaamde hoogovencement gemaakt. Naast klinker gaat daar de slak van de metaalproductie in. Deze soort cement is geschikt voor “toepassingen in contact met zeewater, water of grond die sulfaten bevat en andere agressieve milieus.” De klinker voor de maalfabriek in IJmuiden komt uit de Waalse plaatsen Antoing en Lixhe en wordt per schip aangevoerd.

vrijdag 6 januari 2017

Roerdomp



In de vogelkijkhut. Een man is gepensioneerd. De ander is veel jonger en heeft in Turkije gewoond, waar hij over de kwakken struikelde. Een ral hebben ze nog niet gezien, wel allerlei duikers en ooit landde er een ijsvogeltje op een lens van een vriend. Ze zaten toen in een auto, de beste schuilhut die er is.

Dan vliegt een roerdomp voorbij. Jammer niet op de foto, maar ik heb hem wel eens vastgelegd, zegt de man. Daar gaat een colonne wintertalingen voorbij. Dan weer de roerdomp. Misschien komt hij terug en loopt hij voor de hut over het ijs, zegt de andere man. Ja, en dan gaat hij stil zitten en peutert met zijn vleugel in zijn neus, zeg ik.

De ik-wil-de-grootste-hebben-en-daarmee-toch-plezier-mannen maken míj melig. De ene man vindt de roerdomp eigenlijk geen mooie vogel. De ander waardeert zijn schutkleuren. Er komt nog een man: “Hebben jullie het ijsvogeltje al gezien? Ik zag het deze kant opvliegen!”

Ik vertrek naar het strand. Veel plezier heren. 


donderdag 5 januari 2017

Istanboel vanuit de kerkers



istanbul istanbul is een roman van Burhan Sönmex. Het boek verhaalt over het Istanbul in de kerkers van de Turkse staat; de stad onder de stad boven. De stad die bovendien door hoogbouw en mateloosheid is losgezongen van de God en mens. Een universeel thema.

In cel 40 zitten vier mannen die met verhalen over de stad zich spiegelen aan het leven buiten. In de cel tegenover de hunne zit een vrouwelijke gevangene die deelt in hun verbeelding en kameraadschap. Er zijn tien hoofdstukken die elk een dag beschrijven.

Er worden geen doekjes gewonden om het feit dat in die gevangenis hevig gemarteld wordt en die gruwel staat ook op de pagina's. Toch is het boek niet extreem zwaar om te verstouwen. Alleen in hoofdstuk negen voel ik mijn maag in mijn lijf grommen en gruwen.

Pijn speelt een voorname rol; er niet aan denken is het beste medicijn aldus de gevangen dokter in de cel. Maar ook de inzet voor een liefdevolle toekomst komt door het boek steeds terug. De stad zelf laat zien dat hij slopers en projectontwikkelaars kan weerstaan en zelf, als stad, kan vechten om mooi te blijven.

Dit is geen bespreking, maar een signalering van een indrukwekkend boek. Dat niet alleen aanzet tot verhalen vertellen en meer lezen, maar dat zelf ook meer gelezen moet worden. Het geeft Istanboel een diepte die een weekendtrip naar de stad niet snel zal opleveren.