zondag 1 september 2024

Novellen en gedichten

Drie novelllen en gedichten is het boekenweekgeschenk voor 1941.* Het zou in een oplage van 67.000 stuks verspreid worden (dat is 17.000 meer dan in 1940). Het is bijna een jaar oorlog in Nederland als drie schrijvers en 24 dichters (van Aafjes, via Achterberg, tot Wagenvoorde) een bijdrage aan het boekwerkje leveren. De dertig gedichten zijn bedoeld om de aandacht voor de poëzie “tot nog wijdere groepen van lezers te doen doordringen, tot meerdere bloei van onze schone letteren,” schrijven de samenstellers Van Lokhorst en Van Vriesland wollig.

Ondertussen verwoordde Het Leidsch Dagblad het belang van het boek ook al zo gedragen, als “een belangrijke schakel in ons culturele leven” waarvoor door het geschenk “de belangstelling in brede kringen [wordt] aangewakkerd.” In de kranten vallen vooral de advertenties op die verschijnen. Veel boekhandelaars wijzen erop dat je het geschenk krijgt bij aankoop van Nederlandse én Duitse boeken.

H. Lohset  van het Duitse Referat Schrifttum had inderdaad bepaald dat het Boekenweekgeschenk dat jaar verkregen kon worden bij een aankoop van f 2,50 aan Nederlandse of Duitse boeken. Later liet hij echter de hele oplage van het geschenk toch in beslag nemen. De bundel was niet ‘arisch’ genoeg. Van dit ‘jodengeschenk’** waren inmiddels al 20.000 van de 67.000 exemplaren onder het publiek verspreid. In de Nieuwsbrief van Pieter 't Hoen (deze voorloper van Het Parool werd uitgegeven door Frans Goedhart) stond dat het verbod er kwam wegens woede over de verkoop van Franse en Engelse boeken. 

Overgenomen van.


De oorlog is in het geschenk zelf op afstand, maar zeker niet helemaal afwezig.
“A. Marja en Gerard den Brabander" schreven gedichten “welke de jongste oorlogsgebeurtenissen in ons land weerspiegelen,” zo citeert De Tijd een persbericht van de Commissie voor de Boekenweek. In het gedicht van Marja wordt stilgestaan bij de gevolgen van oorlog voor een jonge vrouw die haar geliefde verloor. Den Brabander laat bloederig een bom ontploffen en een hoofd van van zijn romp komen als een bloem van de steel. Het is niet moeilijk om het gedicht De ceder van H.G. Hoekstra ook in de sfeer van de bezetting te plaatsen. De boom is geplant en staat onaantastbaar voor “noodlots grillen” in de tuin. Tenslotte zou je in de kleur van de opdruk zelfs oranje kunnen zien.
                                                                            \*/

Generaal Potemkin (bekend van de modeldorpen op De Krim, de naar hem vernoemde pantserkruiser en als lief van Tsarina Katharina) is een burleske bruut die zijn officieren als voetveeg en wegwerpproducten gebruikt. Het verhaal van Teun de Vries over hem handelt rond het ophalen van een Italiaanse violist om als “muzikale hansworst” voor de vlagge officier te komen spelen. Het verhaal loopt af met een wrange twist.
                                                                            \*/

Goden op aarde is een verhaal van Henriëtte van Eyk over de uit de hand lopende gang der zaken op de wereld. Mensen zitten gevangen tussen steeds snellere machines en de Goden hebben het opgegeven er nog iets van te maken nadat ze een voor een polshoogte zijn gaan nemen. Allen behalve Roosmarijn, en haar twee vrienden Tierelier en Korina. Roosmarijn is de Godin van de hulpvaardigheid. Haar hulp bestaat uit drie onderdelen: sport, werken en gezond eten. De aanpak werkt plaatselijk, maar door jaloezie van andere aardbewoners is dat niet voldoende. Ze vernielen door afgunst gedreven de bereikte resultaten. Maar met alle Goden samen zou het toch wel moeten lukken, zo besluit het gezamenlijke Godenvolk uiteindelijk boven de wolken. Als eerste positieve teken horen ze op de aarde de nachtegalen zingen. Ze weer aan het fluiten krijgen was het werk van Tierelier geweest. Zijn inzet heeft de tegenwerking doorstaan. Nu geven die noten een optimistisch levensteken. Zoals vogelzang dat ook in het werkelijke leven kan doen. Er waren vast Nederlanders die ook dit verhaal zagen als metafoor voor de oorlogsjaren.

                                                                            \*/

Nee, ik ga de gedichten niet stuk voor stuk behandelen. Ik neem er een van Anna Blaman, de schrijfster waar ik zo van hield als vroege twintiger en die ik door het lezen van deze bundel weer in haar bekende gedaante zag verschijnen.

Museumpark

De vijver lag rimpelloos kil
en loodblauw - ik zou
erin willen zwemmen en een gil
willen slaken om dan stil
weg te scheren over de museumdaken –
die zijn gloednieuw, een gloed
van pril winterlicht erover - ik wou
dat ik ze kozend kon raken
in mijn rauwe tedere vlucht
om dan weer neer te schieten op het water
waar ik mijn witte beeltenis ontmoet
en ook de spiegeling van een wijdopen lucht –
mijn kreet is als een wilde beet
in dit heerlijke leven - ik weet
alles en niets - een meeuw ben ik, een sater
in sneeuwen kleed.


Anna Blaman

Op de volgende pagina staat het gedicht De visser dat begint met “Hij zit op de dijk als een treurende gnoom”, maar voor wie wil weten hoe dat verder gaat en wat dat betekent, lees het tussen al die andere gedichten.
                                                                            \*/

De bundel sluit af met een debuut van de jonge Hidde Heringa. Oerwoud speelt op een eiland bij de evenaar, waar een verwaarloosde plantage ligt die de verteller moet inspecteren en opkalefateren. Hij leert van een ervaren man hoe er te leven en te voorkomen dat de gekte bij hem toe zou slaan; mataglap ligt altijd op de loer. Wie de man is, wordt langzaam duidelijk. Hij leeft in een hut op palen en biedt de nieuwkomer onderdak. De verteller bouwt voor zichzelf een identieke hut.

De inheemse bevolking levert zowel de werkkracht als dat ze een bedreiging is. Ze zijn nodig, maar de omgang met hen is zonder mededogen. De sfeer is er een van doden of gedood worden en heel anders dan de bijdrage van Augusta de Wit in het geschenk van 1939. Dat het ook hier eerder hels is dan een paradijs in de buitenpost, wordt door die sfeer van geweldadigheid nog versterkt. De vorige planter verloor zich in de alcohol en is ter plekke begraven zonder dat er iemand van buiten van wist.

Het verhaal wordt zuinig met woorden verteld. Het is een van die koloniale verhalen die de ellendigheid van het plantersbestaan in de buitengebieden laat zien***:

“Mijn vriend had mij de eerste dag gewaarschuwd voor de avonden. Ik begreep waarom. 'k Begreep dat hij (…) zich angstig wachtte voor al wat stemming gaf of 't gemoed over de geest deed heersen. Hij stond zichzelf, en mij dus ook, niet toe onder de indruk te komen van de diep inwerkende verlangenwekkende macht van de avond, zoals die zich aan ons opdrong en trachtte de kracht te breken, waarmee wij ons verzetten tegen overgave aan de neigingen van het eenzame, door onbeheerst begeren zwakke hart.”

Van Heringa zouden we niet veel meer vernemen. Hij duikt nog op in de biografie over W.F. Hermans**** en zou De schat van de Sierra Madre van B Traven vertalen. Beginnen op een hoog podium leidt blijkbaar niet altijd tot een leven vol fraaie publieke optredens.

Noten:

* De hele bundel is te lezen op de website van de Nederlandse Bibliotheek als pdf, txt of epub of als scan.
Van Lokhorst en Van Vriesland stelden deze uitgave samen en zouden ook de geschenken van 1939 en 1940 samenstellen. Eind 2015 haalde ik het gedicht van M. Vasalis al uit de bundel voor een ander blog kort nadat ik het geschenk kreeg van Sinterklaas.
** Van Vriesland wordt later nog genoemd in een rapport van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (datering onbekend) als schrijver die geheel moet worden uitgesloten van publiceren, omdat hij joods is. Zie: Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie. Deel 1 Het systeem (1988) door Adriaan Venema.
*** Op dit blog staan er besprekingen van het werk van Beb Vuyk en 'De eilanden' van A. Alberts, maar een onmenselijk bestaan op een buitenpost wordt ook beschreven in Reis naar het einde van de nacht, van Céline dat ik op verwerkte op een ander blog. Maar narigheid - ook bij de kolonialen zelf -  komt veel vaker voor in de literatuur, in minder erge en ernstige vormen.
**** Mark Cloostermans noteert in een bespreking van die biografie over Hermans door Willem Otterspeer: “Zodra de oorlog begint en WFH’s schrijverschap echt van start gaat, verdwijnt het gezin- Hermans uit beeld. De klemtoon komt nu te liggen op de vriendschappen die Hermans onderhield en vervolgens weer opblies. Over de vergeten schrijver Hidde Heringa stelt Otterspeer dat de vriendschap met hem ‘misschien wel de belangrijkste vriendschap (was) die Hermans ooit heeft gehad voor hij de deur definitief voor de vriendschap dichtgooide’. ” Een ander blog, Woest en Ledig, haalt dit over Heringa uit de biografie: “Soms babbelt Otterspeer, bijvoorbeeld als hij schrijft: "En, lezer, onthoud de naam van Hidde Heringa, want hij zal een belangrijke rol spelen in het leven van onze schrijver. En onze schrijver een nog veel belangrijkere rol in het zijne."

zaterdag 31 augustus 2024

The Left in China

The Left in China; A Political Cartography van Ralf Ruckus beschrijft linkse protestbewegingen vanaf 1948, het jaar van de oprichting van de Volksrepubliek China. Dit gebeurt aan de hand van met zorg gekozen voorbeelden uit de strijd van arbeiders, studenten, feministen, boeren en linkse intellectuelen en leden van de politieke (maoïstische) bewegingen.

De schrijver studeerde in de jaren 80 in Berlijn en Londen, maar weigerde een academische carrière te beginnen en werkte in plaats daarvan als arbeider, terwijl hij zich bezighield met sociale bewegingen (van kraken tot migranten en arbeiders), vanaf de jaren 90 steunde hij de arbeidersstrijd in Europa en Oost-Azië. Vanaf de jaren 2000 ging hij zich richten op de analyse en ondersteuning van arbeiders, migranten en vrouwen in China. Na het opzetten van het platform
gongchao.org en het vertalen van een reeks boeken geschreven door Chinese arbeiders, activisten en linkse intellectuelen in het Engels en Duits kwamen zijn eigen publicaties. Dit boek (2023) en eerder The Communist Road to Capitalism (2021).

Protest
Mijn reden om zijn tweede boek te gaan lezen is dat het een verhaal vertelt over protest en verzet in de Tweede economie, de fabriek van de wereld, een economische en demografische reus met grote invloed op het wereldtoneel, waarmee het Westerse deel van de wereld steeds meer mee op ramkoers ligt. Veranderingen in China hebben globale effecten. Het land wordt autoritair bestuurd en er is weinig zicht op bewegingen tegen de controlerende macht van de Chinese Communisti
sche Partij. Om die reden las ik eerder ook het boek Popular Protest in China (2018) door Teresa Wright. Een opmerking die ik bij dat boek maakte (“Wat helaas ontbreekt in het boek is een overzicht van linkse kritiek op de elite die economische liberalisering combineert met een autoritair bestuur.”) is voor The Left in China juist een uitgangspunt.

Beide boeken beschrijven protest en verzet in China, maar niet alleen is Ruckus' boek vijf jaar later verschenen, de benadering verschilt ook aanzienlijk. Ruckus richt zich expliciet op de linkse beweging van arbeiders, boeren, vrouwen, migranten en dus op activiteiten die materiële en organisatorische verbetering van hun positie en meer democratische invloed op het werk beijveren. Ook linkse studenten, Maoïstsche stromingen van verschillende snit geeft hij in zijn analyse een voorname rol. Bewegingen in Hong Kong, Taiwan, Tibet en Xinjiang, activiteiten tegen de klimaatcrisis en voor het milieu of vrede houdt hij dan weer buiten zijn beschouwing. Dat vergroot de focus, maar laat ook relevante informatie buiten de analyse.

Overzicht
De ondertitel stelt dat het boek een kaart – een overzicht –, geeft van links in China. Dit doet het boek grofweg tot 2022. Die kaart laat in verschillende periodes verschillende delen van Chinees links zien. De schrijver richt zich daarbij vooral op sociale strijd, niet op de gevestigde politieke stromingen. Op die praktijk is ook de structuur van het boek gebaseerd, niet op ideologische gevechten en prominente linkse individuen en organisaties, stelt de schrijver. Dat beschrijven doet hij thematische en chronologisch, wat ook al blijkt uit de titels van de hoofdstukken.


Die titels zeggen veel over de inhoud van het boek. In hoofdstuk 2 beschrijft de strijd van arbeiders voor gelijkheid en betrokkenheid in de jaren 50 en 60. Hoofdstuk 3 gaat over arbeidersbewegingen die democratische veranderingen nastreven in de jaren 70 en 80. Het volgende hoofdstuk behandelt sociale strijd die links verzet vormgeven in de jaren 90 en 2000. Hoofdstuk 5 noemt de uitdagingen voor de CCP in de kapitalistische jaren na 2000. Het slothoofdstuk trekt conclusies rond de sociale ontevredenheid en linkse oppositie tijdens de socialistische en kapitalistische fases, dus vanaf 1949. De structuur wordt ook uiteengezet in Tabel 1.

In 150 pagina's wordt zo een staalkaart gegeven van Chinese linkse politieke ontwikkelingen. Dat de protesten tijdens de Culturele Revolutie verder gingen dan de Partij voorstond, wordt bijvoorbeeld uitgebreid beschreven. Groepen begonnen te rebelleren en voor de eigen belangen op te komen, zoals slachtoffers van de campagnes tegen zogenaamde rechtse elementen, maar ook gedemobiliseerde militairen. Ruckus beschrijft het bondig, maar met oog voor grieven, resultaten, verbanden tussen verschillende politieke posities, hoe protesten werden gebruikt in de strijd binnen de CCP. Hij staat ook stil bij de betekenis van van bewegingen voor protesten later. Dat doet hij door de geschiedenis heen. In de jaren negentig staat hij stil bij de boerenprotesten. In deze eeuw beschrijft hij ook de rol van NGO's, basisorganisaties en feministische groepen. De schrijver wijst erop dat bewegingen vaak opdoken bij grote veranderingen in de samenleving (de dood van een vooraanstaand partij lid, ingezette hervormingen e.d).

Beschrijving

In een andere tabel worden de verschillende perioden die Ruckus ziet in de ontwikkeling van de Volksrepubliek China, de staat van economie, politiek en klasse verhoudingen en de onderwerpen die spelen samengevat in een tabel. In nog geen halve pagina wordt zo ook het boek samengevat. Je mist dan wel de uitgebreidere beschrijvingen van bewegingen. Niet iedereen gaat mee in de definitie dat China socialistisch was met een rode bourgeoisie, zoals Ruckus doet. Dat lijkt een debat waard, maar of het voor activisme in de huidige situatie veel uitmaakt is de vraag. In die zin is het verfrissend dat hij niet aan scherpslijperij doet.

Resultaten en repressie
Het boek duikt ongeveer na twee derde de huidige eeuw in en beschrijft die vooral tot 2015. Op dat moment is de huidige president Xi Jinping al drie jaar aan het bewind en neemt de repressie in China hand over hand toe. “Het regime onder Xi Jinping (na 2012) bleef gebruikmaken van geïnstitutionaliseerde methoden voor arbeidsbemiddeling en -controle, maar begon tegelijkertijd meer repressieve vormen tegen sociale onrust in te zetten – dit terwijl de economische groei vertraagde en de loonstijgingen beperkt waren,” zo vat hij samen. Hij staat stil bij de strijd tussen Xi en burgemeester Bo Xilai waarbij de tweede opzij wordt gezet onder beschuldiging van corruptie. Het aanhalen van de teugls leidt er onder andere toe dat activisten onderduiken of naar het buitenland vertrekken. Sterker nog een generatie links activisme wordt er mee beëindigd. Het boek is in 2022 afgerond en over een door repressie steeds minder zichtbare beweging is weinig te schrijven. Toch zou je juist over de huidige stand van links meer willen lezen. Het komt slechts beperkt aan de orde.

Na 2015 verdwenen groepen of gingen ondergronds werken, activisten stopten of werden gearresteerd, zelfs gedood, en zij die nog wel actief waren matigden hun stemmen of vertrokken naar het buitenland. Bovendien linkse stromingen waren op dat moment te zwak om invloed van betekenis uit te kunnen oefenen, constateert de schrijver. Anderzijds schrijft hij dat de protesten, ook recent nog, tot concessies en hervormingen vanuit de CCP hebben geleid, bijvoorbeeld op het gebied van de
hukou perssooonsregistratie die van de plattelandsbevolking tweederangs burgers maakt.* Het begin van de eeuw kent een grote opleving van protesten in China, het maakt het “tot het episch centrum van de arbeidsonrust.”

In een tweetal samenvattende zinnen schrijft hij “Echter, sociale bewegingen, samen met linkse stromingen, oefenden op verschillende momenten druk uit op het regime, zodat het reageerde met hervormingen. Deze dynamiek van bewegingen van onderop en tegenmaatregelen van bovenaf duwde de ontwikkeling van de PRC de afgelopen zeven decennia van socialisme via een transitie periode naar uiteindelijk kapitalisme.” Wederom geen onverdeelde positieve ontwikkeling hier vanwege ideologische ontwikkelingen.

Covid
Een zeer zichtbare vorm van recente protesten waren die tegen de zeer stringente maatregelen rond Covid, waarbij mensen voor langere periodes feitelijk in hun huizen werden opgesloten. De controle was enorm, maar de beweging ook niet uit te vlakken. Met dit beleid bereikte de CCP haar grenzen.
Een Chinese demonstrant zei dat ze leuzen riepen als: 'Xi Jinping, treed af', 'Stop de Communistische Partij', 'Open Xinjiang, open China,' en 'Persvrijheid'. Dat is niet perse links, maar wel ver voorbij de in China geaccepteerde eisen. In het boek komt de Covid pandemie slechts voor als hindernis bij het doen van onderzoek en de ontwikkeling van oppositie op grond ervan blijft buiten beeld. De auteur schreef er later wel over, zowel over de invloed van burgerprotest op het aanpassen van het zero-tollerance beleid als voor de arbeidssituatie in Taiwan.

Perspectief
Veel uitzicht op een florerende linkse beweging geeft het boek niet. Er zijn terugkerende waarnemingen dat veel bewegingen geen lang leven beschoren is, dat ze door repressie aan hun einde komen en niet veel sporen achterlaten, al zijn er op dit gebied duidelijke verschillen, zo geeft hij aan dat de bewegingen van 1957 en 1976 kortstondig en zonder veel blijvende organisatie waren, maar de Culturele Revolutie, de
Democracy Wall Movement en Plein van de Hemelse vredebeweging hadden langer effecten, waarbij bijvoorbeeld opgedane (organisatorische en inhoudelijke) kennis gebruikt werd in latere bewegingen.

De CCP zet Ruckus neer als een anti-linkse kracht die zich heeft gekeerd tegen
“linkse collectiviteit en gelijkheidsideeën en praktische invulling ervan.” De partij heeft nooit toegestaan dat niet door de Staat gecontroleerde bewegingen zich konden ontwikkelen tot machtsfactoren. Links of rechts dat maakte daarbij niet uit; beide werden bestreden als ze zich organisatorisch gingen vestigen of netwerken opzetten. Het leidt her en der in het boek tot de ironische waarneming dat een arbeidersstaat het volk kort houdt.

Hoewel vanaf 2015 de repressie veel sterker is geworden, schetst hij wel een perspectief vanuit de notie dat de positie van de CCP minder sterk is dan die zelf voorgeeft: een economische crisis dreigt; de staatscontrole minder sterk is dan wel eens gedacht; de centrale Staat is niet goed in staat de regio's te controleren; conflicten met de Staat complexer zijn geworden, nu ook met lokale overheden en private bedrijven; en milieucrisis liggen aan de horizon (jammer dat de milieubeweging in het boek ontbreekt). In zijn analyse heeft hij geconstateerd dat de bewegingen in staat zijn tot collectieve acties en coördinatie over regiogrenzen heen en zich steeds weer hebben gemanifesteerd.

Plan
“Als het plan,” zo eindigt hij “nog steeds is om het kapitalisme en het patriarchaat wereldwijd te overwinnen, dan zijn de taken duidelijk: volg en steun de sociale strijd van arbeiders, boeren, migranten en vrouwen in de Volksrepubliek China, sluit je aan bij de oppositionele linkerzijde daar en verdedig hen tegen de aanvallen van het rechtse regime.”

Het boek heeft een heldere structuur, taal en opzet. Hoofdstukken worden verdeeld in voorbeelden van strijd in de betreffende periode. Elke voorbeeld wordt afgerond met een samenvatting en ten slotte volgt aan het einde een samenvatting die alle voorbeelden samenbrengt en daar conclusies uit trekt. Dat het boek zich vooral richt op arbeidersstrijd en feminisme scherpt die structuur, maar ik mis vrede, klimaat, milieu, LBGTIQ-strijd, zelfbeschikking of iets als internationale solidariteit. Dat geeft het boek ook zijn kracht: in kort bestek krijgt de lezer een overzicht van oppositionele linkse bewegingen in China zonder te verdwalen in linkse ideologische uiteenzettingen. Links betekent hier niet de retoriek van de Chinese Communistische Partij, maar inzet gericht op een beter leven, zonder gebrek en met invloed op de eigen omgeving.

Noot:
* Scattered sand, the story of China's rural migrants, van Hsiao-Hung Pai (Londen: Verso, 2012) geeft van die tweederangs positie een goed, hoewel ook gedateerd, pre-Xi beeld.


maandag 26 augustus 2024

Onderzoeksfuik

Op de buis zag ik bij Vroege Vogels hoe het fuik wordt leeggehaald dat ik zelf bijna tien jaar geleden op de foto zette (april 2015). Wat mij betreft nog steeds een mooie foto, ook vanwege de door de mist nog herkenbare stad op de achtergrond. Nu weet ik ook nog wat die netten daar doen.

Ze stonden er al toen ik nog niet geboren was. Het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) doet er al sinds 1959 onderzoek mee. Het grootste deel van de vangst gaat na registratie terug het Marsdiep in. Een paar procent gaat mee en wordt onderzocht om te zien wat de conditie is en wat er in hun maag zit. Bij dat onderzoek liepen de onderzoekers tegen een 'nationale ramp' aan.

zaterdag 24 augustus 2024

Zomerhitte

 

Zomerhitte is het boekenweekgeschenk voor 2005. Het is een echte Jan Wolkers “waarin alle elementen van zijn rijke oeuvre terugkeren, liefde en dood, kunst en religie, natuur, noodlot en geweld,” aldus de tekst op de achterkant van de buitenkaft. De schrijver zit zelf geleund tegen een duin onder die tekst. De andere helft van de foto, met een jonge vrouw die bloot voor de zee en met haar jurk als vlag nog in de rechterhand, staat op de voorkant van het boekje. Omdat dit ook echt Wolkers is en daarom zo'n mooie vondst, plaats ik de hele buitenkaft, zowel de voor- als achterzijde ↑.

In Zomerhitte lees je over velduilen en hun assertieve handelen, over een nest staartmezen en over morieltjes. Voor die laatste paddenstoelen
Commmerciële uitgave.


kwam de hoofdpersoon naar het eiland om ze te fotograferen voor een culinair tijdschrift. Je komt in Zomerhitte tussen veel meer plantjes, ook de bremraap en het duizendguldenkruid tegen. Hoe vaak zal dat gebeuren in een roman of novelle. Je voelt, door het verhaal vol geilheid en seks (ook echt Wolkers), misdaad en suspense en oude mannen visies op de jeugd van tegenwoordig heen, de liefde voor de natuur.

In de jaren 2002 en 2003 zond de VPRO het kinderprogramma 'De achtertuin van Jan Wolkers' uit in Vila Achterwerk. Met zijn zachte stem vertelde hij over het leven in zijn eigen kleine stukje natuur. Wolkers hield van Texel. Vanaf 1969 kwam hij er ieder jaar voor en na de zomer. In
'81 verhuisde het gezin Wolkers naar het eiland, zo meldt een artikel over zijn leven aldaar. Of Texel het Waddeneiland is waarop Zomerhitte zich afspeelt? Het staat nergens. Maar het zou goed mogelijk zijn. Het is in ieder geval geschreven op het eiland en volgens de Texelse VVV komt Paal 12 voor in het boek. Dat heb ik kennelijk bij het lezen gemist.

Het zou Wolkers' laatste boek worden. In 2007 overleed hij op Texel. Hij was net geen 82 jaar geworden. Monique van der Ven regisseerde op dat moment de film Zomerhitte met een script naar het geschenk. Het was inmiddels ruim dertig jaar na de film Turks Fruit (1973), ook naar een boek van Wolkers, waarin zij als actrice achter op een fiets door Amsterdam zwierde. Een mooi, vrolijk en onvergetelijk fragment uit de Nederlandse cinema.

De film Zomerhitte werd niet goed ontvangen:
“knullig plot” en “houterig acteren” stond bijvoorbeeld in het Parool. Ter verdediging kan worden opgemerkt dat het boekje zelf ook niet het meest doordachte verloop kent, ook hier wat knullig beschreven verwikelingen. Maar we hebben altijd de achtertuin nog en voor wie meer de diepte in wil, is er de door de schrijver zelf geregisseerde biografie.