maandag 7 april 2025

Poésie

Poésie is het boekenweekgeschenk voor 1972. Het heeft de uitstraling van een Poesie-album en is gemaakt alsof het ook de daarbij horende zacht verende kaft heeft. Het is een boekje vol poëzie, samengesteld door te plukken uit oude poesie-albums. Er zijn ook speciaal voor de uitgave gemaakte gedichten en niet van de minsten: Hans Andreus, J. Bernlef, Cees Buddingh', Judith Herzberg, Rutger Kopland etc. Bovendien is een introductie – 'een wijsgerige verhandeling omtrent het wel en wee van poëzie in albums' – geschreven door onovertroffen Drs. P.

De taalvirtuoos begin met een poesievers dat misschien een classic zal worden, dat wil zeggen inslaan, en dan generaties lang blijven opduiken.

Machines begeven het
Zelfs op de Maan;
Maar communicatie
Blijft eeuwig bestaan.
Drs P. (pseudoniem van Heinz Hermann Polzer) beschrijft hoe het allemaal begonnen is of begonnen kan zijn. Matthilde was een meid van pakweg vijftien jaar oud, en hield van gedichten. Dát gaat dikwijls samen, constateert P. Ze schreef de mooiste gedichten over in een schrift, een poesie-album. Haar boezemvriendin Ernestine had ook zo'n schrift en ze begonnen gedichten van elkaar over te nemen. Ernestine stelde voor ze bij elkaar in het schrift te schrijven en wie het idee van zo'n album nog kent, weet dat hier het uiteindelijke poesie-album al bijna werd geboren en toen er ook nog poesie-versjes en poesie-plaatjes inkwamen, was de geboorte compleet en zou het album nog lange tijd meegaan. Er verschenen zelfs speciale albums in de winkel. Minstens een van mijn zussen had er een. Mijn opa Manus schreef er iets in voor Marjonnetje, ik geef jou een ballonnetje, dan blijf jij altijd een zonnetje. Iets uitgebreider, maar zo ongeveer.

Of ze er nu nog zijn? Er is een slap aftreksel geweest, de zogenaamde vriendenboekjes met vaste vragen en …................... om gewenste informatie in te vullen (toevallig weet ik dat de kinderen Marx er al een hadden. De pagina's die Engels invulde werden tentoongesteld in Trier). Maar de in dit boekenweekgeschenk gewaardeerde poesie-albums hebben de tijd niet bijgehouden. Niet alleen machines begaven het ook deze speciale vorm van communicatie. Jammer zo heeft het bovenstaande vers niet kunnen bewijzen of het eeuwigheidswaarde had.

Drs P. weet zelfs wie onderstaand vers schreef en geeft daarbij een tranentrekkend verhaal:
Rozen verwelken
En schepen vergaan...
Doch vurige liefde
Zal immer bestaan!
Het was de notarisklerk Hugo die zo zijn liefde betuigde aan Agnes. Hij werd er door haar om uitgelachen en zij nam een ander. Het vers werd een klassieker en verscheen in vele vormen. P. geeft in Poésie vier van deze versies.
    Hij komt ook nog met schrijfaanwijzingen. Om te beginne: eerst in klad en dan pas in het album. Er is een trits beginregels zoals 'Waar ge u wenden moog of keeren', 'Neem een kop vol opgeruimdheid' en nog veertien anderen. Er zijn thema's, zoals de vermaning, plantkunde (ik ken een bloempje klein en wit), de reportage, voorspelling, of fantasie. Een
hoektekst is ook niet verkeerd; in een hoek van een pagina schrijf je schuin een paar woorden, bijvoorbeeld: De datum ja die weet/ik niet ik geloof/hij is vergeet/mij niet.

Na de verhandeling volgen de oude poesieversjes en -verzen. Het eerst opgenomen en oudste stamt uit 1843 en is geschreven in schuinschrift dat nog eerder bijna geheel verdween dan de typemachine en het poesie-album. Hans Andreus heeft iets liefs, speels ingeleverd over frisdrank, chips en gevoelens die daarentegen minder broos en breekbaar zijn en ook veel minder koel. Bernlef wenst dat Annabel klein mag blijven en onder tafel blijft passen. Buddingh' steekt de draak met het poesievers. Kopland heeft het over het voorbijgaan van mensen:
ik ga voorbij, je moet vergeten wat
ik zei, wie ik was, en weten dat
de hondjes blijven spelen op het gras
.

(slotstrofe van vijf. Met daarnaast poesieplaatjes met hondjes)
Nico Scheepmaker pleit voor de verbeelding, zelfbewustzijn, maar onderstreept ook de realiteit: Niemand kan leven alleen van zijn dromen:/vrede is oorlog die is uitgewoed.

En dan is er nog veel meer uit de 19e eeuwse albums en wat recenter werk en heel veel plaatjes. Een geschenk zoals geen ander, en een hebbedingetje.


zaterdag 5 april 2025

Knollen, water en mensen

 



Op de overgang van de Blijdesteinsweg en Verspyckweg in de duinen tussen Schoorl en Bergen aan Zee wandelt het duin het land in. “Dat is de natuur,” weet een mevrouw die er net als ik gestopt is om te kijken en foto's te maken.

Wel Nederlandse natuur en die wordt doorgaans een handje geholpen om net te doen alsof hij nog natuur is. Doe je het niet dan verdwijnen planten en dieren. Doe je het wel dan is de kans groot dat verdwenen soorten terugkomen. Waterbedrijf PNW vertelt hoe het zit met kerven en verdwijnende fietspaden.

Als ik weer opstap en nog een foto maak dan hoor ik achter me: “Hij maakt nog een foto. Ik sta ook te wachten.” Het is diezelfde mevrouw. Jammer voor haar, maar als ik weer opstap dan komen er weer nieuwe mensen aan. Geen wonder: het is prachtig weer en vrij druk. Ik wens haar in stilte een privé landgoed toe.

Het water is weer overal van de fietspaden verdwenen. Er staan nog hekken om aan te geven dat de paden onder staan. Maar die zijn opzij gezet. De plas bij de Woudweg staat nog steeds tussen de bomen. Maar de eenden die ik er de laatste keer in het bos zag zwemmen, die zijn verdwenen.

Bij Egmond had ik een roze veld gezien. Wat voor bollen worden daar verbouwd? Op de terugweg eens kijken, zo nam ik me voor. Geen bollen, geen knollen, maar een plant met een knolachtige wortelstok. een anemoon. Productdifferentiatie, blijkbaar. Ik ben weer de enige niet die er foto's maakt. Snel zet ik een collega fotografe op de foto.










vrijdag 4 april 2025

Ontmoetingen met schrijvers

Ontmoetingen met schrijvers is geschreven door dr. P.H. Ritter jr. (Pierre Henri, 16 augustus 1882 – 13 april 1962). Hij was een man van vele beroepen: Nederlandse letterkundige, literatuurcriticus, schrijver, journalist, ambtenaar en radiopresentator en al kort na de oprichting in 1905 lid van de Vereniging van Letterkundigen. Zo leerde hij heel wat schrijvers kennen, waaraan hij herinneringen op mocht halen in het boekenweekgeschenk voor 1956. Het heeft daardoor wel wat weg van Op schrijvers voeten uit het jaar ervoor. Maar dit is een veel serieuzer en ook een weinig levendig werkje.

Echter: “De uitgave was een aanzienlijk succes,” vermeldt de wiki over Ritter: “Na jaren waarin het geschenk steeds een novelle was geweest, bleek het publiek belang te stellen in verhalen over schrijvers, zeker als ze in de aansprekende stijl van de bekende popularisator waren geschreven.” Het geschenk heeft wel een andere vorm gekregen dan in de voorgaande jaren: vooral de harde kaft valt op het staat helaas niet op dnbl.org om het snel digitaal door te kunnen vlooien.

Ritter begint uitgebreid met het bespreken Van Deyssel in allerlei situaties. Deze schrijver was dan ook nauw betrokken bij de start van zijn schrijversloopbaan. Schuchter stond hij bij de tachtiger voor de deur om zijn eerste werk, een kleine novelle te bespreken (en ook later ook uitgebreidere schrijfsels). Van Deyssel had in de novelle een zeldzame aanleg gelezen, zo schreef hij op een kaart. De vervolgens opgestuurde teksten publiceerde hij in tijdschrift De twintigste eeuw dat hij samen met Albert Verwey had opgezet. Een lange vriendschap tussen Ritter en Van Deyssel werd uit dit contact geboren. Van Deyssel richtte overigens ook de al eerder genoemde vereniging op. Hij speelt van begin tot einde een centrale rol in de
Ontmoetingen.

Op een kwart van het boekje schrijft Pierre Henri. dat hij vreest dat hij teveel aan het praten is over de oude generaties. Maar hij gaat er vervolgens, alsof hij zijn eigen opmerking negeert, onverstoord mee verder. Het boekje is bijna zeventig jaar oud en inmiddels zijn alle besproken schrijvers oud, dood, en sommigen grotendeels vergeten. Zo schrijft hij over Johan de Meester, die al een kwart eeuw voor publicatie overleden was, en net als hij schrijver en journalist. Hij noemt Geertje een roman van De Meesters' hand, maar vooral vraagt hij zich af wat hem dreef. Dat moet zijn betrokkenheid bij het leven geweest zijn, zo meent hij niet bijster opzienbarend.

Ritter werd geboren in Utrecht en overleed in Houten en zou lange tijd als hoofdredacteur werken bij
Utrechtsch Dagblad. Met hem komen we op veel meer plaatsen terecht waar hij schrijvers sprak. De vereniging vergaderde in 'een duffe cafézaal ergens op aan het Rembrandtsplein,' (ook toen al hoefden straten in Amsterdam niet met die plaatsnaam erbij aangeduid te worden). In verband met Amsterdam wordt ook Emmunuel Querido genoemd die met Het geslacht der Santeljano's een beeld te tevoorschijn toverde van Amsterdam, “dat onder de klassieke kenschetsingen van de hoofdstad kan worden gerangschikt.” Dan volgt J.C. Bloem. Als dichter is die het meest bekend door de slotregel van zijn stadsgedicht:  'Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.' Hier wordt hij opgevoerd in Zuid-Afrika waar tot zijn grote opluchting het Krügerpark gesloten is, zodat hij niet naar de wilde dieren hoeft, zoals hij vreesde. Ritter moet het hierbij van horen zeggen hebben.
        Elders kwam Slauerhoff in een hagelwit pak naar een bijeenkomst in een café en in zijn handen droeg hij een strooien panama en alsof het nog niet genoeg was: zijn zwierige lokken bewogen in de storm. Je ziet het voor je (zeker ook omdat op de papina ernaast een foto van de dichter en scheepsarts is opgenomen). Het boekje staat vol met dergelijke kleine wetenswaardigheden en illustraties uit een drietal archieven.

De jongeren komen uiteindelijk toch ook nog aan bod en dan later weer apart van de mannen, de vrouwen. Veel van de namen kennen we al uit eerdere geschenken. Ritter beschrijft een bezoek aan Anna Blaman in Rotterdam en aan Vasalis in haar woning bij de artesenpraktijk in Amsterdam-Zuid. (Mijn geschenk is in dat stadsdeel verkocht door Boek- en kantoorboekhandel Batavo 75 aan de Rijnstraat, zo staat er ingestempeld, maar dit terzijde.) Uit die eerdere geschenken kennen we ook Top Naeff al. Ritter noemt haar de Koningin onzer letteren. Uitgebreid beschrijft hij een viering waarbij ze tot ere-bugeres van Dordrecht werd benoemd. Ze stapte het bordes op en “vóór haar verscheen het juichende, de handen omhoog heffende Dordrecht.” Kort daarop zou ze overlijden. Op de een na laatste tekstpagina zou ze nog eens opduiken naast Victor van Vriesland en Van Deyssel, samen “de edellieden van onze literatuur.”
      De 'kleine, dappere Marie Smitz' wordt genoemd en net als Ritter was ik ook onder de indruk van haar, 'Wat een vrouw' schreef ik eerder. En dan is er nog de gestadig doorwerkende Vestdijk, zelfs tijdens de internering in kamp Vught, waar ook Ritter gevangen werd gehouden en verder noemt hij .....

..... de allerlaatste pagina geeft de namen van de besproken auteurs en waar je die kan vinden in het werkje: Aletrino, dr. A., 22; Beaufort, Henriëtte de, 65-67; Blaman, Anna, 62, 63; Bloem, mr. J. C , 45, 46; Boeken, Hein, 20; Boudier-Bakker, Ina, 55, 59; Boutens, dr. P. C 21, 22; Brandt, Willem, 51; Charivarius, 11, 12; Coenen, Frans, 32, 33, 61; Coolen, Antoon, 54; Coster, dr. Dirk, 46-49; Crone, C. C. S., 56, 58; Deyssel, Lodewijk van, 7-16, 19-21,24,26,33, 36; Duinkerken, Anton van, 70, 72-74; Engelman, prof, Jan, 56-58; Eysselstein, Ben van, 51; Genderen Stort, Reinier van, 33,34; Gerretson, prof. dr. C , 35-41; Graft, Dr. Catharina van der, 59; Greshoff, Jan, 37, 41-46; Haersolte, Amoene van, 65; Huken, G. van, 19; Kloos, dr. Willem, 26, 27; Lennart, Clare, 61, 62; Lokhorst, Emmy van, 59, 60; Looy, Jacobus van, 16, 1; Man, Herman de, 51-54; Marsman, Mr. H., 50; Meester, Johan de, 21-25; Mijnssen, Frans, 13-15, 19; Naeff, Top, 67-69; Prins, Ary, 18, 19; Querido, Emanuel, 28-30; Querido, Israël, 28-30; Reyneke van Stuwe, Jacqueline, 26; Reyneke van Stuwe, Jeanne, 26; Robbers, Herman, 16,17; Salomons, Annie, 58, 59; Schaik-Willing, Jeanne van, 60, 61; Schmitz, Marie, 60; Simons, dr. L. , 16; Slauerhoff, J. J. , 69, 70; Smit. Gabriël. 51, 73; Suchtelen, dr. Nico van, 30. 3i; Timmerman, dr. Aegidius, 7, 8; Vasalis, M., 63-65; Verwey, prof. dr. Albert, 26-28,38; Vestdijk, S., 70-72; Veth, Cornells, 18; Vriesland, dr. Victor E . van, 74,75; en Woestijne, prof. Karel van de, 58, 59.

dinsdag 1 april 2025

Lente

 



Aan bijna een maand eet ik een of twee bladeren van de daslook. Vorige week zag ik velden vol armbloemig look, en de vingerhelmbloem, en hoorde ik voor 't eerst weer een leeuwerik. In de duinen liep een pissebed. Elders kwam ik de Krullevaar tegen.

Deze week zag ik de eerste ganzenkuikens en al een paar pinksterbloemen. De bloesem is al weken overal en ik liep over het fietspad naar de duinovergang. Dat ik tot aan mijn kuiten door het water moest was vandaag niet erg. Op de weg terug naar mijn fiets nam ik het duinpad en gaf de man, die en paar jaar geleden al tachtig was, een hand voor een grote stap omhoog. Er liep een spin voor mijn voeten.