Wat een kou.
Wat een neerslag.
Geen weer voor foto's.
Nu ja een paar dan.
Bij het doen van een plas
en het wachten op de pont
kon ik het niet laten.
![]() |
| De enige warme buitenplek op de pont; voor de deur van de machineskamer. |
Uiteindelijk zouden
Eli, Hajo en hun zoon het eiland inruilen voor Java. Dat geldt zowel
voor de romanpersonages, als voor de schrijfster en haar gezin. Kort
daarop begint de oorlog met Japan. Het boek wordt tussen juni 1941 en
juni 1946 geschreven in Sukabumi, Kamp Karaes, Kamp Kota Paris –
Kamp Boerderij Makassar en Jakarta. Vuyk
zou later verklaren dat haar tijd in de kampen tot eigen
verbazing en verontrusting ‘tamelijk gelukkig’ verliepen. Het
primitieve bestaan in de Molukken had haar erop voorbereid.
Volgende bespreking onder foto.
Haast hebben in september van A. Alberts is een verhalenbundel uit 1975. De verhalen hebben als gezamenlijk aspect dat de locaties een belangrijke rol spelen. Daarnaast is er regelmatig een mysterieus element aanwezig. Andere verbanden zijn nauwelijks te ontdekken. Er zijn er een aantal die gebeurtenissen uit de achttiende eeuw verhalen (waarvan de feiten en data kloppen). Het ene verhaal speelt in Spanje, het volgende in Frankrijk, of Engeland, Ierland, Schotland, Indië, Nederland, de Verenigde Staten, Peru en ja zelfs Rusland. Een kind, ambtenaren, koningen, krijgslieden en leden van het hof ze komen allemaal voorbij. Je gaat in de bundel de wereld rond en reist in de tijd.
Mijnheeer Moët en meneer Chandon is zo'n typisch kortverhaal met een aanloop en een voorspelbare plot: “Daar moeten we toch wel op drinken …” (staan de puntjes staan voor de bubbels). Toch is het voor iedere forens herkenbaar en aangenaam van toon. De spoken van Ben Alder leidt ons naar de Schots Engelse oorlog van 1745 en een tamelijk mismoedig leger. Ook in het volgende verhaal een Schot. Hij brengt het bankbiljet naar Frankrijk. Het begint als succesverhaal, maar hij eindigt Venetië en stierf daar van iedereen en geluk verlaten. Het leven van de man en zijn geweer speelt dan weer in Ierland en de oorlog in Indië wordt achterstevoren samengevat. Het boek eindigt met de zee van Zuid-Amerika en een grafsteen in Medemblik
Maar wat de veertien verhalen van gemiddeld zo'n zeven pagina's bindt zijn volgens de een de symbolische omwegen en een ander noemt het een ideaal jongensboek, maar dan wel een waar een eigenzinnige vrouw de hoofdrol speelt in het titelverhaal. Zelf zie ik een schrijver op reis die in een berg, rivierdal, zee of baai een verhaal ziet. Die tijdens het lezen van een historisch boeken en bronnen zich de feiten verbeeld als kort verhaal waar de mensen weer gaan leven. De Onbekende Maarschalk laat zien hoe dit werkt. Het is een beetje zoals ik soms naar een foto kijk en daaromheen fantaseer. Alleen deze verhalen zijn zuinig met de zorgvuldig gebruikte taal.
Met Een goed kind regeert z'n eigen; een aangrijpend levensverhaal opgetekend door Nico ter Linden schreef de dominee in hier-en-daar in tenenkrommend Amsterdams het levensverhaal van zijn huishoudster Linda van 't Wout. (Ter Linden was jarenlang voorganger in de Westerkerk). Het boek bevat veel ellende, veel armoede en toch een kind dat als vrouw steeds meer boven komt drijven. Dat wekt bewondering.
aardgaswinsten, de kapitaal-export, de top-inkomens en de
top-hypotheken. Leg verplichte investeringen op. Pas als daaraan iets
gebeurd zijn wij bereid om te kijken of er door ons een bijdrage
geleverd kan worden,” zo
valt te lezen in een boek over de Werkelozen Belangen Vereniging
uit 1992.Met het boek Wereldverzamelaar door Ilija Trojanow reis ik aan de hand van hoofdpersoon Burton naar Brits India van de 19e eeuw, ga via Cairo naar Mekka en met een expeditie opzoek naar de oorsprong van de Nijl. De man die als militair Engeland ontvlucht, een drijfveer voor een bijzonder leven, komt er meteen in India al achter dat het land mee is gereisd met de troepen, in het officieren verblijf is het net als thuis.
verbeelding
Trojanov stelt in
de inleiding op zijn boek: “Hoewel enkele uitspraken en
formuleringen van Burton in de tekst zijn verweven, zijn de
personages en het verhaal hoofdzakelijk ontsproten aan de verbeelding
van de schrijver.” Het geeft de schrijver de ruimte de vele
aantekeningen en bespiegelingen over Burton zelf in te vullen met
verbeelding als mortel in de voegen tussen tussen de losse stenen.
Hij gebruikt aan bouwstenen wat voorhanden is. Er is echter zoveel
materiaal en avontuur in het leven van Burton dat niet alles in het
bestek van een roman past. De oorlog in Krim wordt slechts terloops
genoemd, bijan alsof het een detail is zonder veel betekenis. Het is echter geen studie, maar de fictieve weerslag van een
fascinatie voor een leven in de vorm van een roman.
vertellers
Het verhaal kent verschillende
vertellers. In India is het Naukaram, de hoofdbediende van Burton,
die zijn verhaal op schrift laat stellen. De reis naar Mekka wordt
onderzocht door de plaatselijke machthebbers (met een vooruitwijzing
naar het verdwijnen van de Turkse machthebbers, om plaats te maken
voor Wahabisten). Het levert een tekst op die aandoet als toneelstuk.
In Afrika is het de gids Sidi
Moebarak Bombay die in Zanzibar zijn avonturen vertelt in het
straatje bij zijn huis. Sidi's vrouw die hij als midden dertiger voor
wat messingdraad als jong meisje kocht van haar vader, levert zo nu
en dan commentaar. Zo komt het verhaal van verschillende kanten en is
het mogelijk onverbloemde kritiek op de komst van de Europeanen en
Britten in het bijzonder te verwoorden. Want Burton had dan wel een
grote interesse in alles wat hij tegen kwam van geografie, cultuur,
techniek, maar vooral voor mensen en dus ook voor talen, maar hij was
wel deel van de overheersende macht.
Weekendpelgrimage
is de eerste roman van Tip Marugg
en uitgegeven in 1958. Het is het verhaal van een journalist die
routinematig van maandag tot vrijdag zijn stukjes schrijft op een
eiland waar het belangrijke onmogelijk is. In het weekend rijdt hij
met zijn enorme slee over het eiland en
drinkt zich een verdoving in. “De
roman over een in dronkenschap doorgebrachte zaterdagavond en
zondagmorgen,” staat
op de omslag van een uitgave uit 1981. Het is een promotie die het
boek geen recht doet.
De drank vloeit rijkelijk, maar het is
een boek over het zijn. Het zijn als kind dat “insliep
met een lachend hart, omdat de nieuwe dag een belofte inhield.”
Het zijn en worden van de adolescent. Het zijn als radertje in een
krantenredactie. Het zijn als witte man op een eiland dat een zwarte
bevolking heeft. Het zijn op een eiland dat veranderd is; waar met
windmolens water uit de grond werd gepompt om een dorre boel achter
te laten, waar landhuizen vervielen en de plantage eigenaars
verdwenen (sommige desondanks vast hielden aan wat verwrongen was),
waar een industrie vol leidingen en lichtjes ontstond en schepen vol
lading tussen de stadsdelen doorvoeren. Het gaat over het
ongemakkelijke zijn. “Dit
zonnige eiland is geen tranendal voor wie er thuis horen,” denkt
de hoofdpersoon
oppervlakkig, maar ook tegen beter weten in.
Het gaat
boek ook over de schoonheid opgeroepen door de regen die het eiland
even groen tovert en bloemen laat bloeien. Bloemen spelen in weekendpelgrimage een
prominente rol. De dama
di anochi (koningin van
de nacht) is een witte cactusbloem die bloeit als het donker is en die de
hoofdpersoon doet denken aan een lief meisje, Edmee, met wimpers die
als de wolharen zijn bij de stekels en op de vruchtbeginsels. Het is
een bloem die staat voor de schoonheid van de nacht, tegenover de
lelijke helle dag.
In die nacht en ochtend dat het verhaal
speelt, denkt de hoofdpersoon zich een heel leven door, met
ervaringen, observaties, gedachten en meer of minder diepzinnige
filosofieën. Wat maakt dat de kerkklok om de uitvaart van een
gestorvene te begeleiden wel mooi klinkt en de roep tot de
zondagsdienst storend is? In zo'n vraag ligt een wereld verpakt. Het
boek baarst bijna uit zijn voegen van vergelijkbare gedachten. Als je
zo dronken zou kunnen worden dan pakte ik meteen naar de fles.
Het hoeft niet eens perse de Curaçaose witte rum verdund met cola te
zijn. De gedachten van Marugg zijn echter te bezonken om beschonken
te zijn. Het is het denken van een man die lijkt op een bula-duifi
die kan wegvliegen, nog steeds de zwarte kring om zijn hals meedraagt, maar ook
trouw blijft en bemint (vermoedelijk wordt de geoorde treurduif
bedoeld, de buladeifi).
Het ongemak
van relaties tussen zwart en wit, tussen vrouw en man, van eenling en
groep, van kind en volwassene, van vriendschap en eenzaamheid, van
leven en dood, nacht en dag (waarbij de nacht het leven is) ook
daarover gaat het boek. De duur van het verhaal wordt uitgerekt door het dwalen van het hoofd tussen eerdere ervaringen. Het
is veel meer dan dronkenmanstaal en een liefhebber kan zich ook nog eens
langdurig verdiepen in alle metaforen die verstopt en aan de
oppervlakte te vinden zijn.
Weekendpelgrimage wijst vooruit
naar wat later kwam en veel bekender zou worden: De
Morgen loeit weer aan.
Dat boek las ik zo'n 35 jaar geleden en hoewel de titel nog springlevend
in mijn hoofd zit is de inhoud vervaagd tot flarden. Door dit
wonderschone en bijtende boek dringt het zich op om herlezen te
worden. Tip Marugg staat de komende tijd op mijn lijstje.
Een van de grootste exporten van militaire goederen door Nederland van de afgelopen jaren gaat naar Egypte. Een samenwerkingsverbond van Pax voor Vrede, Stop Wapenhandel en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten spanden een rechtszaak tegen de levering aan. De rechter oordeelde echter dat ze niet voldoende hebben kunnen aantonen dat de Nederlandse levering gebruikt kan worden om de mensenrechten te schenden. Wat de zaak wel duidelijk maakte is dat de Nederlandse overheid informatie achterhoudt zelfs bij het informeren van Kamerleden. Het Parlement moet worden geïnformeerd bij leveringen die groter dan € 2 miljoen zijn. Het ging in dit geval om € 114 miljoen. In de brief staat dat “het desbetreffende schip kent meerdere toepassingen en zal o.a. worden ingezet bij patrouilles, search and rescue-operaties, onderzeebootdetectie en humanitaire operaties.” Je moet heel erg goed kunnen lezen of een doorgewinterd jurist zijn om te struikelen over “o.a.” Maar onder die twee letters en twee punten kan je alles laten verdwijnen zonder te liegen. In dit geval stond in de vergunning: “dat o.a. kan worden ingezet voor patrouilletaken, onderzeebootdetectie, ondersteuning aan special forces eenheden, search and rescue- en humanitaire operaties.” Dat is vrijwel dezelfde tekst, alleen ontbrak: “ondersteuning aan special forces eenheden,” dat wel in de vergunning stond, maar toevallig net niet in de informatie aan de Tweede Kamer. Ik zou me als Kamerlid belazerd voelen. Het gaat hier juist om de meest gevaarlijke troepen als het om mensenrechtenschendingen en standrechtelijke executies gaat. (Wat nu nog door dat o.a. in de vergunning verborgen wordt?) Deze week werd bekend dat Egypte door Frankrijk geleverde inlichtingen gebruikte bij het omleggen van civiele smokkelaars aan de Libische grens. Zonder lek hadden we het nooit geweten. Dat de Rechter vindt dat de eisers beter hadden moeten aantonen dat de wapens ingezet konden worden klinkt redelijk, maar we hebben het over een gewelddadig scrupuleus regime dat probeert de journalistiek buiten te houden. Hier wordt de bewijslast gelegd bij hen die nooit over die exacte gegevens kunnen beschikken. Dat is mooi voor Thales, de leverancier in dit geval. Dat is mooi voor Nederland want feitelijk is Egypte een bondgenoot voor het Westen, poortwachter aan het Suezkanaal. De organisaties beraden zich nu op nadere juridische stappen. *** Vandaag komt mijn bij-de-foto's-tekst uit het boek dat ik gisterenavond uitlas. Een Europeaan “(…) staat aan zijn altijd westelijke kust, verlangend naar een verloren land, dat achter de ondergaande zon ligt. Het is misschien juist wel dat, wat ons van de Amerikanen onderscheidt. Zij hebben twee kusten. Zij kunnen aan hun zeeën staande, de zon zien op- en ondergaan. Zij kennen het verschil, maar het is geen voordeel alles te weten. God zegene Europa en het mysterie van alleen maar een westerkim.”Al kijk ik weg om juist achter me te laten wat een land van vroeger is. Tenminste dat denk ik. *** Wat een fantastische cocktail. De woorden zijn in het wolof, de overkoepelende Afrikaanse taal die in Senegal wordt gesproken. Levendig, een tikje vreemd en ook nog om naar te kijken. |
|
|
|
|
