donderdag 6 april 2023

De boekhandel van Algiers

De boekhandel van Algiers is geschreven door Kaouther Adimi, een Algerijnse die in al jaren in Parijs woont. Ze kan wonderlijk mooi schrijven. Alleen al het eerste korte inleidende hoofdstuk maakt het boek waardevol. Het geeft aan hoe je Algiers binnenloopt, wie je tegenkomt, wie je groet, hoe je kan kijken en hoe je belangrijke dingen kan missen als je zelf teveel weet wat je wilt. De ijverige journalist uit deze inleiding heeft last van dit manco; hij zag de boomlange Abdallah wel, maar sprak hem niet aan, terwijl deze hem veel had kunnen vertellen over het pand aan rue Hamani 2 bis waarover hij moest schrijven.

Diezelfde Abdallah vertelt aan het eind van het boek een fabelachtig verhaal over het eerste Algerijnse voetbalelftal dat wars van persoonlijk gewin tot stand kwam en een klap was in het gezicht van de Franse kolonisator. Nu, in 2017, krijgt hij naar zijn hoofd:
“Luister, ouwe, dat boeit ons allemaal niet. Drink je bier op en kijk naar de wedstrijd.” Hij vertelt met dit verhaal wél het mooie uit de niet altijd even mooie geschiedenis van het land, maar de oude doos gaat op het verkeerde moment open.

De boekhandel gaat over de uitgeverij Les Vraises Richesses (genoemd naar een roman van Jean Giono). Ze werd opgezet door de bezielde Edmond Charlot. Hij vond schrijven saai. Hij hield wel van uitgeven, bijeenbrengen, laten ontdekken en banden smeden door middel van de kunsten. Die inzet leidde tot een vruchtbaar leven. De uitgeverij was tevens ontmoetingsplaats, galerie, en plaats om te lezen. Ze gaf ook als eerste Camus uit. Met deze zeven woorden zet je een dergelijke onderneming stevig neer, zeker als er nog veel volgt (zie daarvoor hier een overzicht). “Geen idee. Uitzoeken.” Die woorden staan in de roman achter een rij namen van schrijvers. Een stemmetje in mijn hoofd zei regelmatig hetzelfde als er bij het lezen weer een boek of schrijver voorbijkwam.

De eerste publicatie in 1935 was meteen veel betekenend.
Révolte dans les Asturies ging over een opstand en het neerslaan daarvan in 1934 in deze Spaanse regio. Het was een toneelstuk geschreven door Albert Camus, Jeanne-Paule Sicard, Yves Bourgeois en Alfred Poignant. De opvoering werd in de Franse kolonie verboden en het stuk werd vervolgens uitgegeven door de beginnende uitgeverij.

Zomaar een voorbeeld van de stroom auteurs die Charlot uitgaf is F.J. Temple. Deze stuurde vanuit de oorlog in maart 1944 gedichten naar de uitgever. “Midden in de nacht galmen zijn gedichten nog steeds in me na,” laat Adimi Charlot schrijven. Temple is in 2020 overleden en bleef schrijven tot kort voor zijn dood. De zin uit het donker maakt me nieuwsgierig naar zijn werk. Charlot zegt dat hij het literaire werk van Soupault misschien nog wel meer bewondert dan dat van Camus. Wie? Philippe Soupault. Opzoeken. Is Fils Du Pauvre door Mouloud Feraoun ook in het Nederlands uitgegeven of moet ik het met het Engels doen? In het boek blijkt dat deze schrijver op slinkse en onduidelijke wijze uit het fonds van Charlot is gehouden. Dat is wat dit boek met je doet. Je wilt meer weten. Het wakkert nieuwsgierigheid aan.

Boekhandel Vraies Riches in november 1961 na een aanslag
  door de Organisation de l'armée secrète (OAS). Bron
En passant speelt het verhaal binnen de gebeurtenissen van de afgelopen eeuw. Zo leer je over het uitgeversvak in oorlogstijd met gebrekkige aanvoer van papier en drukinkt, het meewerken aan informatieverspreiding en hoe na de oorlog de oude posities weer werden ingenomen. Hoe een kleine nieuwe speler door de grote jongens vliegen werd afgevangen. Hoe vitamine-contacten essentieel was om te overleven … en zelfs dan kon het nog mislukken. Het gaat over het opzetten van literaire publicaties, zoals het tijdschrift L'Arche.

Het boek loodst je dus niet alleen tussen schrijvers door, maar ook door de geschiedenis, vooral die van Algerije, waar na de oorlog iedereen zijn hok weer in moest. Toen dat niet lukte traden de Fransen gruwelijk op. De volgende koloniale oorlog tegen de onafhankelijkheidsbeweging werd door de Fransen verhuld onder de noemer 'de gebeurtenissen'; inderdaad 'politionele acties' of 'speciale militaire operatie' zijn dekmantels van alle tijden. Er zijn extremistische aanslagen vooral door soldaten (ook verschillende malen op de uitgeverij). Er is racistische Franse propaganda om dienstplichtigen te werven (
“Het probleem is dat er altijd genoeg papier is om stommiteiten op te drukken,” is een verzuchting van Charlot in een dagboekaantekening uit 1960, maar een die actueel is gebleven al is er tegenwoordig internet.) De gruwelen van de jaren negentig in Algerije worden gelukkig maar kort aangestipt.

Terug naar Les Vraises Richesses. Camus was kind aan huis bij de uitgeverij. Op het stoepje voor de het pand zat hij manuscripten te corrigeren. Achter zich op de winkelruit de tekst EEN LEZEND MENS TELT VOOR TWEE. Het verhaal loopt van het verleden en het prille begin naar het einde van het winkelpand in dienst van de letteren, zo'n zes jaar geleden.
Het herbergt inmiddels nog een kleine bieb met oude foto's aan de wand en nauwelijks gasten. Er is in de buurt van de universiteit een enorm marktpotentieel en boeken moeten daarvoor wijken. Het is overal hetzelfde liedje; de Algerijnse staat verkoopt de zaak aan de hoogste bieder. Die gaat er fastfood verkopen (er zit nu werkelijk een donutszaak). Eerst dit, dan gaat een ziekenhuis naar de markt, merkt de beheerder Abdallah op met begrip voor de vernietigende kracht van de markt.

De winkel met de roemruchte geschiedenis moet dan nog wel leeg geruimd worden. Dat project brengt de lezer in het heden. Naast die verhaallijn staan korte sfeertekeningen en de chronologische vertelling over het lot van de uitgeverij. Ook zijn er de fictieve dagboekaantekeningen van Charlot. De teksten zijn het gevolg van vlooien in boeken en archieven, het spreken van betrokkenen, mooie zinnetjes verzamelen en verzinnen.

Het restant van de boeken gaat naar de Cave-Vigie waar schrijver en dichter Jean Sénac is gestorven en waar jongeren in 2017 nog steeds bijeenkomen om te dichten, te roken en te lezen. Daarmee blijft het boek niet hangen in het verleden, maar schotelt een heden voor dat leeft. De laatste zin gaat zelfs een stap verder. Die vraagt de lezer zelf naar rue Hamani te gaan. We worden daarmee met die paar woorden op een ontroerende manier onderdeel van de toekomst gemaakt. Dit boek maakt zo'n bezoek zeker interessanter en mooier. Zoek dan ook Abdallah en vergeet hem niet te spreken, omdat je neerkijkt op een oude man met zijn doodskleed al omgeslagen.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



Geen opmerkingen: